CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 24 - Bijlage 9 bij MER Beoordeling effecten Natuur op beschermde soorten

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan met bijlagen10.281 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Door gefaseerde uitvoering van oost naar west zal er in het oostelijk deel van fase 1 al voldoende habitat (jong zachthoutooibos) zijn ontwikkeld met mogelijkheid tot de bouw van een nieuwe beverburcht, tegen de tijd dat het ooibos met de burcht in het Spijker verdwijnt t.b.v. afgraving. Elders in het rivierengebied (o.a. in de Millingerwaard) is veel ervaring opgedaan met het ontmantelen van beverburchten (tijdstip in het jaar, wijze van afbreken etc.) Buizerd Hiervoor is geen speciale compensatie nodig. Het paar zal elders in het gebied een nieuwe nestlocatie kunnen uitkiezen en gaan bewonen. Ruige dwergvleermuis Voor deze soort komt er termijn weer volop geschikt habitat terug. Ter compensatie van het verlies van een paarverblijf zullen er bij de start van het project vijf voor deze soort geschikte nestkasten in de bomen van het ooibos rondom het bedrijfsterrein worden geplaatst. Verder dient het kappen van de betreffende boom met paarverblijf zorgvuldig te gebeuren conform ecologisch werkprotocol onder begeleiding van een vleermuisdeskundige. 5.2.5 Gebiedsvisie Midden-Waal (figuur 5.7) Deze lange termijn visie is gevisualiseerd in figuur 5.7. Daarbij zijn zowel de gehele Willemspolder (fase 1 en 3) als de Gouverneurspolder (fase 2) heringericht. Hierbij is er vanuit gegaan dat het VKA van Willemspolder fase 1 is uitgevoerd.

Voor een meer uitgebreide toelichting wordt verwezen naar Bruyn & Buro Waalbrug, 2016a en b.

Figuur 5.7. Overzicht van Gebiedsvisie Midden-Waal met eindbeeld van Willemspolder en Gouverneurspolder samen op langere termijn.

In de huidige situatie komen in het plangebied van gebiedsvisie Midden-Waal naast algemeen voorkomende broedvogels en bovengenoemde beschermde soorten ook nog Rivierrombout (lokaal in de kribvakken langs de Waal), 37

Rugstreeppad (Schipperswaard) en Steenuil (westelijk deel Gouverneurspolder) voor (Kurstjens & de Jong, 2018 a en b). Hoge biodiversiteit ontbreekt in de meeste deelgebieden en dit komt vooral door het intensieve agrarische gebruik. Het westelijk deel van de Willemspolder herbergt een populatie Rugstreeppad in een laagdynamisch deel (ondiepe kleiputten). Naar analogie met de effecten op het natuurnetwerk Nederland betekent realisatie van de gehele gebiedsvisie Midden-Waal dat over een areaal van bijna 600 hectare uiterwaard het agrarisch gebruik wordt weggenomen, waarvoor natuur in de plaats komt. Daarmee kan er een groot areaal aan waardevolle natuurbeheertypen aan het GNN worden toegevoegd. Daardoor neemt de biodiversiteit in het algemeen toe en naar verwachting ook het voorkomen van de meeste beschermde soorten op termijn toe. Dit hangt af van de nadere inrichting en het detailontwerp van de andere fasen, met name ook de component laagdynamische natuur. Gelet op het areaal van de gebiedsontwikkeling bij uitvoering van alle fasen inclusief het VKA van fase 1 is netto sprake van een significant positief effect.

Larven van de Rivierrombout leven in kribvakken van de Waal.

38

5.3 Samenvatting en conclusies De effectbeoordeling op beschermde soorten is samengevat in de tabellen 5.1 en 5.2. Tabel 5.1. Overzicht effectbeoordeling beschermde soorten Wet Natuurbescherming.

Bever Buizerd Havik Ruige dwergvleermuis

Referentie

Basis

Voorkeur

Tijdelijk

0 0 0 0

0 0 0 0

+ 0 0 +

0 -

MiddenWaal + 0 0 +

Toelichting De referentiesituatie is op neutraal (0) gezet. In het basisalternatief zijn de negatieve effecten op soorten tijdelijk en gemitigeerd. Door de omvorming van intensief agrarisch gebruik naar natuur zal de biodiversiteit in het basisalternatief toenemen. Het effect is daarom neutraal ingeschat. In het voorkeursalternatief wordt een nevengeul en ca. 70 ha natuurbeheertypen toegevoegd aan het GNN. Dit heeft een positief effect op de soortenrijkdom in het algemeen en ook de beschermde soorten krijgen meer leefgebied. In de tijdelijke situatie is er sprake van een negatief effect omdat de leefgebieden van beschermde soorten tijdelijk aangetast worden en er verstoring optreedt. Uitvoering van de Gebiedsvisie Midden-Waal zorgt voor veel meer extra natuur en zal voor de meeste soorten naar verwachting een positief effect hebben. Ontheffing Op basis van de huidige verspreidingsgegevens van beschermde soorten en het voorkeursontwerp is er in het kader van soortbescherming een ontheffing nodig van de Wet Natuurbescherming voor de Bever, Buizerd en Ruige dwergvleermuis. Voor andere soorten is geen ontheffing nodig mits ingrepen zoals afgraven bouwvoor en kap bomen en struiken buiten het broedseizoen van vogels plaats vinden. Tabel 5.2. Eindtabel beschermde soorten. Milieueffecten Natuur

Referentie situatie

Basis alternatief

Voorkeurs Alternatief

Tijdelijke situatie

Beschermde soorten

0

0

+

-

39

Gebiedsvisie MiddenWaal ++

Literatuur

Boele e.a. 2020. Broedvogels in Nederland in 2018. Sovon-rapport 2020-07. Sovon-Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. DE BOER V. 2020. Toelichting watervogeltellingen Willemspolder nov 2019-feb 2020. Notitie-nummer 2020.20. Sovon Vogelonderzoek Nederland. VAN DEN BREMER L. & DEUZEMAN S. 2015. Evaluatie wintertellingen van watervogels in de kaliwaal t/m seizoen 2014/15. Sovon-rapport 2015/21. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. VAN DEN BREMER L., DE BOER V. & VAN WINDEN E. 2017. Voortoets vogels windenergie IJzendoorn. Sovon-rapport 2017/54. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. BRINKMANN R, BEHR O, KORNER-NIEVERGELT F, MAGES J, NIERMANN I, REICH M. 2011. Entwicklung von Methoden zur Untersuchung und Reduktion des Kollisionsrisikos von Fledermäusen an Onshore-Windenergieanlagen, vol 4. Cuvillier Verlag, Göttingen BROEKHUIZEN S., SPOELSTRA K., THISSEN J.B.M., CANTERS K.J. & BUYS J.C. (RED.). 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & Eis Kenniscentrum insecten en andere ongewervelden, Leiden. Bruyn, J. & Buro Waalbrug. 2016. Willemspolder IJzendoorn. Herinrichting met ruimte voor de rivier, nieuwe natuur en recreatie. Toelichting plan in opdracht van Dekker Grondstoffen. Bruyn, J. & Buro Waalbrug. 2016. Gouverneurspolder Ochten. Herinrichting met ruimte voor de rivier, nieuwe natuur en recreatie.

Toelichting plan in opdracht van Dekker Grondstoffen. BUIJ R., JONGBLOED R.H., GEELHOED S., VAN DER JEUGD H., KLOP, LAGERVELD E.S., LIMPENS H., MEEUWSEN H., OTTBURG F., SCHIPPERS P.,, TAMIS J., VERBOOM J, J.T. VAN DER WAL, WEGMAN R, WINTER E. & SCHOTMAN A. 2018. Kwetsbare soorten voor energieinfrastructuur in Nederland: overzicht van effecten van hernieuwbare energieinfrastructuur en hoogspanningslijnen op de kwetsbare soorten vogels, vleermuizen, zeezoogdieren en vissen, en oplossingsrichtingen voor een natuurinclusieve energietransitie. Wageningen Environmental Research, Rapport 2883. DEKKER GRONDSTOFFEN BV. 2020. Herinrichting Willemspolder fase 1 Notitie over de inhoud van de milieueffectrapportage. IJzendoorn. Dietz, C, O. von Helversen & D. Nill. 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noord-west Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers B.V., Utrecht. DÜRR T. 2013. Fledermausverluste an Windenergieanlagen. Daten aus der zentralen Fundkartei der Staatlichen Vogelschutzwarte im Landesumweltamt Brandenburg. HEIJKERS, D., VAN DE KOPPEL S. & KREKELS R. 2015. Stroomlijn Fase 3, Perceel 1 en 2, Duurzaam Beheer-maatregelen. Activiteitenplan voor aanvraag ontheffing artikel 75 Flora- en faunawet. Natuurbalans-Limes Divergens BV, Nijmegen. 40

JASPERS FAIJER M. & STARMANS J. 2017. Haalbaarheidsscan windenergie Dekker, Gemeente Neder-Betuwe. Pondera Consult, Hengelo. KURSTJENS G. 2014. Ecologisch onderzoek voormalige steenfabriek IJzendoorn. Kurstjens ecologisch adviesbureau. Kurstjens, G., Dirk Heijkers, Sander van de Koppel, René Krekels & Peter Kroon, 2014. Richtlijnen inzake bever voor het project inhaalslag Stroomlijn. Bureau Natuurbalans – Limes Divergens BV (Nijmegen) & Kurstjens Ecologisch Adviesbureau (Beek-Ubbergen). KURSTJENS G. 2018. Onderzoek beschermde soorten Herinrichting Willemspolder 2018. Kurstjens Ecologisch adviesbureau. Kurstjens, G. & V. de Jong. 2018. Onderzoek beschermde soorten Herinrichting Gouverneurspolder 2018. Kurstjens ecologisch adviesbureau, Beek-Ubbergen. LIMPENS H.J.G.A., BOONMAN M., KORNER-NIEVERGELT F., JANSEN E.A., VAN DER VALK M., LA HAYE M.J.J, DIRKSEN S. & VREUGDENHIL S.J. 2013. Wind turbines and bats in the Netherlands - Measuring and predicting. Report 2013.12. Zoogdiervereniging & Bureau Waardenburg. LWVT/SOVON. 2002. Vogeltrek over Nederland 1976-1993. Schuyt & Co, Haarlem. RYDELL, J., L. BACH, M.J. DUBOURG-SAVAGE, M. GREEN, L. RODRIGUES & A. HEDENSTRÖM. 2010. Bat mortality at wind turbines in northwestern Europe. Acta Chiropterologica 12(2):261-274. RYDELL J., ENGSTRÖM H., HEDENSTRÖM A., LARSEN J.K., PETTERSSON J. & GREEN M. 2012.

The effects of wind power on birds and bats: a synthesis. Report 6511, Swedish Environmental Protection Agency, Stockholm. SENDOR T. & SIMON M. 2003. Population dynamics of the pipistrelle bat: effects of sex, age and winter weather on seasonal survival. Journal of Animal Ecology 72: pp 308-320. WINKELMAN J.E., KISTENKAS F.H., & EPE M.J. 2008. Ecologische en natuurbeschermingsrechtelijke aspecten van windturbines op land. Wageningen, Alterra, Alterra-rapport 1780.

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11595325/1