Bijlage 24 bij de toelichting - Onderzoek spuitzone
Tekst van het document
Rapport 22100352.r03a Bedrijventerrein Bonegraaf oost in Dodewaard Locatiespecifiek onderzoek spuitzone
www.SPAWNP.nl
BOUW - MILIEU - RUIMTE
Rapport 22100352.r03a Bedrijventerrein Bonegraaf oost in Dodewaard Locatiespecifiek onderzoek spuitzone
Datum: 1 april 2022
Buro Ontwerp & Omgeving De heer drs. ing. J. van Luttikhuizen Postbus 2033 6802 CA ARNHEM j.vanluttikhuizen@ontwerpenomgeving.nl
Auteur/adviseur: De heer ing. M. de Witte De heer ing. D.J. Hobert
Goedgekeurd: De heer ing. L.F.A. Theuws
Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466 Hoenderkamp 20 | 7812 VZ EMMEN | 0591 238 110
info@SPAWNP.nl | SPAWNP.nl ISO 9001:2015
| kvk 0909.2661 | btw NL8053.02.530.B01
DENKKRACHT
IN
Opdrachtgever:
SPA WNP ingenieurs
INHOUD
22100352.r03a
PAGINA
1.
INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Beoogde situatie
3 3 3 4
2.
KADER 2.1 Algemeen 2.2 Blootstellingsroutes 2.3 Spuitzone 2.4 Toelatingsprocedure 2.5 EFSA OPEX model 2.6 Ontwikkelingen
6 6 6 6 8 8 9
3.
LOCATIESPECIFIEKE SITUATIE 3.1 Huidige- en planologische situatie 3.2 Praktijksituatie 3.3 Gewasbeschermingsmiddelen
11 11 11 14
4.
BEOORDELING BLOOTSTELLINGSRISO’S EN GEZONDHEIDSEFFECTEN 4.1 EFSA-model 4.2 Resultaten 4.3 Discussie 4.4 Advies 4.5 Beoordeling beoogde ontwikkeling
17 17 17 18 19 20
5.
CONCLUSIE EN AANBEVELING
21
BIJLAGEN 1
Literatuurlijst
2
Overzicht input berekeningen EFSA-model
Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem/haar worden gebruikt voor het doel waarvoor het is opgesteld. Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of van SPA WNP ingenieurs. Kwaliteit en verbetering van product en proces zijn bij SPA WNP ingenieurs gewaarborgd middels een kwaliteitsmanagementsysteem dat is gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO 9001:2015.
Pagina 2
SPA WNP ingenieurs
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding
22100352.r03a
In opdracht van Buro Ontwerp & Omgeving is een locatiespecifiek onderzoek spuitzone uitgevoerd. De aanleiding daarvoor is de bestemmingsplanprocedure voor de realisatie van het bedrijventerrein Bonegraaf Oost in Dodewaard. In de directe omgeving van het plangebied bevindt zich op minder dan 50 meter afstand een boomkwekerij waarbinnen het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen niet is uitgesloten. Het doel van dit onderzoek is te bepalen of het bedrijventerrein op de beoogde locatie mogelijk is in relatie tot risico’s voor de volksgezondheid. Dit vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift van de naastgelegen boomkwekerij. Eveneens wordt hiermee onderzocht of de voorgenomen ontwikkeling leidt tot een belemmering van de desbetreffende bedrijfsvoering. 1.2
Ligging plangebied Het plangebied ligt ten oosten van bedrijventerrein Bonegraaf, ten noorden van de kern Dodewaard en wordt aan de oostzijde begrensd door agrarische percelen. Aan de zuidzijde bevinden zich woningen en een voetbalveld. Afbeelding 1 geeft een weergave van het plangebied in de huidige situatie. Een deel van het plangebied is reeds bestemd als ‘bedrijventerrein’ (globaal geel omlijnd in afbeelding 1). Afbeelding 1: Situering plangebied (rood omlijnd)
Pagina 3
SPA WNP ingenieurs
1.3
22100352.r03a
Beoogde situatie De beoogde ruimtelijke ontwikkeling bestaat uit de realisatie van een bedrijventerrein dat opgedeeld is in meerdere deelgebieden. Deelgebied 1 bevindt zich ten westen van de bomenrij welke aanwezig is te midden van het plangebied. Binnen dit deelgebied zijn nieuwe bedrijfspercelen voorzien. Deelgebied 2 en 3 betreffen de gebieden die voorzien zijn als nieuw terrein voor de firma GMB. Dit gebied omvat het gedeelte ten oosten van de bomenrij. Het GMBterrein bestaat uit onder andere een kantoorgebouw, een werkplaats en opslagvoorzieningen. Vanwege het agrarisch perceel ten oosten van het plangebied is er met de invulling van de functies rekening gehouden met de eventuele spuitzone van het agrarisch perceel. De functies waarbinnen langdurig menselijk verblijf aannemelijk zijn (kantoor en werkplaats) zijn op minimaal 50 meter van het agrarisch perceel gesitueerd. De gebouwen aan de oostzijde betreffen gebouwen voor opslag van materieel. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de spuitzone wel onderzocht. Afbeelding 2 is de voorlopige invulling van het totale plangebied geschetst. Afbeelding 2: Beoogde situatie
Deelgebied 1
Deelgebied 2 en 3
Pagina 4
SPA WNP ingenieurs
22100352.r03a
Op basis van de voorlopige invulling wordt duidelijk dat er een zone wordt aangehouden tussen de opslaggebouwen aan de oostzijde en het agrarisch perceel. Deze zone bestaat uit een talud en een watergang met bijbehorende beschermingszone. Afbeelding 3 geeft een doorsnede van de oostelijke grens. Afbeelding 3: Doorsnede noordzijde plangebied (afstanden in meters)
11,90
3
4
3
Pagina 5
SPA WNP ingenieurs
2.
KADER
2.1
Algemeen
22100352.r03a
Bij het mogelijk maken van een nieuwe voor drift gevoelige bestemming in de nabijheid van bestemmingen, die het toepassen van chemische gewasbeschermingsmiddelen niet uitsluiten, is aandacht voor spuitzones nodig. Dit in verband met de risico’s voor de volksgezondheid, vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift. Met de term drift wordt de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel bedoeld, die bij het spuiten buiten het agrarisch perceel op de grond terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Drift is een belangrijke en directe bron van luchtverontreiniging, waardoor mens en dier in contact kunnen komen met gewasbeschermingsmiddelen. Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen of ouderen, kan drift risico’s voor de gezondheid inhouden. 2.2
Blootstellingsroutes De blootstellingsroutes en bronnen zijn bij pesticiden goed in kaart gebracht door de Gezondheidsraad1(1). De belangrijkste bronnen zijn: · huidblootstelling (dermaal); · luchtwegblootstelling (inhalatoir); · spijsverteringsblootstelling (oraal). Veel pesticiden worden door de huid heen opgenomen in het lichaam. Huidblootstelling kan optreden door druppeldrift (directe blootstelling) of aanraking van oppervlakten waarop pesticiden terecht zijn gekomen (indirecte blootstelling, via betreding van gebied met spuitdepositie buiten de boomgaard of insleep van middel naar de woning). Blootstelling via de lucht gebeurt door inademing van druppeldrift en vluchtige verbindingen (direct) of kleine stofdeeltjes waarop pesticiden aanwezig zijn (indirect). Door consumptie van gewassen, eigen teelt of gekocht, kunnen resten pesticiden het lichaam binnenkomen. Voor jonge kinderen kan ook bij spelen in de (speel)tuin sprake zijn van blootstelling via het in de mond stoppen van voorwerpen of de eigen hand. Een piekmoment, waarbij relatief grote hoeveelheden pesticide in de omgeving van omstanders en omwonenden gebracht wordt, is tijdens bespuitingen.
2.3
Spuitzone Er is geen wettelijk kader waarin een afstand wordt gereguleerd tussen gevoelige functies ten behoeve van het verblijf van mensen en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.
1 Verwijzingen (cijfer) in dit onderzoek zijn weergeven in bijlage 1
Pagina 6
SPA WNP ingenieurs
22100352.r03a
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden In de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden staat omschreven dat, eenieder verplicht is om op zorgvuldige wijze om te gaan met gewasbeschermingsmiddelen, biociden, de daarbij behorende werkzame stoffen of daarbij gebruikte toevoegingsstoffen, alsmede restanten daarvan of de aangebroken verpakkingen. Het is daarbij verboden een werkzame stof die niet is opgenomen in een toegelaten gewasbeschermingsmiddel te gebruiken, tenzij de stof is goedgekeurd als basisstof op grond van artikel 23 van verordening (EG) 1107/2009. Activiteitenbesluit Het Activiteitenbesluit milieubeheer stelt eisen aan de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen in de open teelt. Op basis van artikel 3.78a, lid 1 van het Activiteitenbesluit is vastgelegd dat, bij het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen bij de teelt van gewassen en op braakliggend land in de open lucht een techniek wordt gebruikt die een driftreductie bereikt van ten minste 75% (DRT 75). Deze verplichting geldt voor het gehele perceel, ongeacht de aanwezigheid van een watergang. Verder geldt dat het verboden is gewasbeschermingsmiddelen bij een windsnelheid groter dan 5 meter per seconde te gebruiken. Naast de verplichte driftreductie zijn er in het Activiteitenbesluit, op grond van artikel 3.79 lid 2, teeltvrije zones gereguleerd ter bescherming van het oppervlaktewaterlichaam.
Teeltvrije zones zijn zones langs het oppervlaktewaterlichaam waar het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen niet is toegestaan. Het aanhouden van een teeltvrije zone is afhankelijk van het oppervlaktewaterlichaam en het type gewas. Bij de teelt van appelen, peren en overige pit- en steenvruchten bedraagt de breedte van een teeltvrije zone ten minste 4,50 meter. Een zone van 3 meter mag worden aangehouden bij het gebruik van een spuittechniek welke tenminste een driftreductie van 90% bereikt of wanneer een biologische productiemethode wordt toegepast. Jurisprudentie Op basis van jurisprudentie wordt in de praktijk een spuitzone voor een voor driftgevoelige bestemming2 aangehouden van 50 meter, gemeten vanaf de bestemmingsgrens. Deze 50 meter is in diverse uitspraken van de Raad van State (bijvoorbeeld de uitspraak van 23 september 2009 in zaak nr. 200900570/1/R2 of 21 april 2021 in zaak nr. 201903692/1R4) als “in het algemeen niet onredelijk” bevonden en geldt als een vaste richtafstand waar gemotiveerd van kan worden afgeweken. Een kleinere afstand is mogelijk, mits dat goed onderbouwd wordt. De 50 meter richtafstand heeft zijn oorsprong in het Streekplan 1996 van de Provincie Gelderland en is derhalve al circa 25 jaar oud.
In die tijd was de regelgeving, met betrekking tot het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, beperkt en was er veel minder sprake van toepassing van bijvoorbeeld driftreducerende spuitdoppen, zoals thans is geregeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer.
2 Daaronder wordt verstaan: een bestemming voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden
gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt.
Pagina 7
SPA WNP ingenieurs
22100352.r03a
Daarnaast moet hierbij de kanttekening worden gemaakt dat, de richtafstand uitgaat van toepassing van gewasbeschermingsmiddelen zonder enige vorm van driftreducerende voorzieningen in het overdrachtsgebied, zoals een windhaag. Ook de toelatingsprocedure van gewasbeschermingsmiddelen was destijds minder streng en door minder regels omgeven dan ten tijde van dit onderzoek het geval is. 2.4
Toelatingsprocedure In de toelatingsprocedure van gewasbeschermingsmiddelen is veel aandacht voor risico’s voor de menselijke gezondheid, die uit het voorgestelde gebruik van een middel kunnen voortvloeien. Een aparte beoordeling van de risico’s voor omwonenden maakt in ons land onderdeel uit van de toelatingsprocedure. Het tekstblok hierna, is overgenomen uit de brief 20L5LO21Ot49 van 21 oktober 2015 van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb), met als onderwerp: Herbeoordeling van bestaande middelen voor gewasbescherming op het gezondheidsrisico voor omwonenden. Vanaf 1 januari 2016, de ingangsdatum van de nieuwe Europese richtlijnen, zal het Ctgb de humaan toxicologische beoordeling voor omwonenden en omstanders als volgt invullen bij de beoordeling van nieuwe aanvragen voor stoffen en middelen: het EFSA-model zal de basis zijn voor de risicobeoordeling; waar nodig zal de hiervoor omschreven verfijning op basis van aanvullende gegevens, overige modellen (de Britse en Duitse methoden) of expert judgement worden ingevuld. Het College heeft uit de herbeoordeling de conclusie getrokken dat het gebruik van de reeds toegelaten middelen ook op basis van het nieuwe model veilig is. In de resultaten van dit onderzoek ziet het College dan ook geen noodzaak om in te grijpen in de toelatingsvoorwaarden van deze middelen.
2.5
EFSA OPEX model Voor de beoordeling van de locatiespecifieke situatie, is in dit onderzoek gebruikt gemaakt van het EFSA OPEX rekenmodel (hierna EFSA-model). Het EFSA-model is onderdeel van de handreiking voor beoordeling van blootstelling en pesticiden van de European Food Safety Authority (EFSA). Met het model kan de maximale blootstelling van mensen aan gewasbeschermingsmiddelen worden bepaald, tijdens en na het toepassen van een middel. Het gaat hierbij om mensen die het middel toepassen, mensen die werken in behandeld gewas, omstanders en omwonenden. Zoals weergeven in het tekstblok in de vorige paragraaf, is het EFSA-model ook de basis voor het Ctgb voor beoordeling van nieuwe aanvragen en middelen. Diverse onderzoeksgegevens en wetenschappelijke studies op Europees niveau, hebben bijgedragen aan de totstandkoming van het model en de handreiking. Bij de totstandkoming van het EFSA-model, is uitgegaan van meerdere modellen, onder andere EURO POEM2 en databases. Ten aanzien van omwonenden en landbouwgrond is gebruik gemaakt van BREAM3. Voor omwonenden en boomgaarden is gebruikt gemaakt van Lloyd et al4. Het EFSA-model geeft inzicht in de hierna weergegeven bronnen. Deze bronnen zijn overeenkomstig de door de Gezondheidsraad1 aangegeven belangrijkste bronnen: · huidblootstelling (dermaal); · luchtwegblootstelling (inhalatoir); · spijsverteringsblootstelling (oraal).
Pagina 8
SPA WNP ingenieurs
22100352.r03a
Het model kan zowel neerwaartse bespuiting als opwaartse bespuiting (maatgevend) modelleren. Voor onkruidbestrijding gaat het model automatisch uit van een neerwaartse bespuiting. Voor machinale bespuiting gaat het model uit van 50% driftreducerende spuittechnieken, hetgeen lager is dan de in het Activiteitenbesluit milieubeheer geldende verplichting van 75% (artikel 3.78a) of 90% (artikel 3.80). De driftreductie in het model is niet aan te passen. Bij de beoordeling van de berekeningsresultaten op basis van het EFSA-model, dient daarom bedacht te worden dat de uitkomsten worstcase zijn5. Het model gaat voor de hand-mondblootstelling voor kinderen uit van de Modified Californian Method6 7 en data van de Environ mental Protection Agency van de Verenigde Staten8. De blootstelling aan dampen zijn in het model berekend op basis van Britse9 en Duitse10 methoden. 2.6
Ontwikkelingen Onderzoek bestrijdingsmiddelen en omwonenden Naar aanleiding van advies van de Gezondheidsraad1 is, in opdracht van de ministeries van Infrastructuur en Milieu en Economische Zaken, het Onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden (OBO) uitgevoerd11. Het onderzoek is uitgevoerd bij omwonenden van bollenpercelen, omdat in die teelt relatief intensief gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden. Het onderzoek heeft zich gericht op neerwaartse bespuiting en niet op zij- en opwaartse bespuiting zoals in de fruitteelt. Naar aanleiding van het onderzoek OBO, heeft het Ctgb advies uitgebracht aan de staatssecretaris van I&W en de minister van LNV (d.d. 4 april 2019). De overall conclusie is, dat het onderzoek naar de blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen van omwonenden van landbouwgebied laat zien, dat onder realistische gebruiksomstandigheden de veilige grenswaarden niet worden overschreden. Dit betekent dat omwonenden geen gezondheidsrisico’s lopen.
Het Ctgb ziet daarom geen reden om in te grijpen in de toegelaten middelen en geeft daarbij het volgende aan: “Beide onderzoeken bevestigen dat de door het Ctgb gebruikte beoordelingsmethodieken en de daarin gehanteerde Europese modellen voor verspreiding van gewasbeschermingsmiddelen naar de omgeving (omwonenden, grond, moestuingewassen) robuust zijn; de feitelijke blootstelling blijkt immers lager te zijn dan de berekende blootstelling die de basis vormt voor de toelating van de middelen.” Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden In vervolg op het OBO-onderzoek, heeft de Gezondheidsraad d.d. 29 juni 202012 advies uitgebracht over de actuele stand van kennis over de gezondheidsrisico’s van blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen. Het advies heeft zich specifiek gericht op drie vragen: 1. of er naar aanleiding van het OBO onderzoek aanvullend onderzoek nodig is; 2. in hoeverre de toelatingsprocedure voor gewasbeschermingsmiddelen aanpassing behoeft; 3. of er een relatie is tussen gewasbeschermingsmiddelen en Parkinson.
Pagina 9
SPA WNP ingenieurs
22100352.r03a
Uit het advies volgt dat meer epidemiologisch gezondheidsonderzoek op korte termijn niet tot duidelijkheid zal leiden over gezondheidseffecten van gewasbeschermingsmiddelen, zeker niet als het gaat om chronische gezondheidseffecten die zich pas op latere leeftijd manifesteren. Verbetering van de toelatingsprocedure is nodig ten aanzien van stapeling, maar dat is complex en kost veel tijd. Daarom pleit de commissie voor toepassing van het voorzorgsbeginsel en adviseert ze om vooral de aanpak van verduurzaming van de gewasbescherming voort te zetten en te intensiveren. Streven naar een zo laag mogelijke blootstelling aan chemische gewasbeschermingsmiddelen is het uitgangspunt. Verder stelt de Gezondheidsraad dat het blootstellingsonderzoek in de bollenteelt (OBO), het inzicht heeft vergroot in het relatieve belang van de verschillende routes, waarlangs omwonenden worden blootgesteld. Aangegeven is, dat het aanbeveling verdient om te verifiëren, in hoeverre de bevindingen voor de bollenteelt ook representatief zijn voor andere teelten, in het bijzonder de fruitteelt, waarin zij- en opwaarts wordt gespoten. Ten aanzien van de toelatingsprocedure adviseert de Gezondheidsraad om in internationaal verband verder te werken aan de verbetering van de toelatingsprocedure.
In het bijzonder aan de beoordeling van mogelijke effecten op de hersenontwikkeling van ongeboren en jonge kinderen en het risico op neurodegeneratieve aandoeningen, zoals de ziekte van Parkinson. Risico’s die voortvloeien uit blootstelling vanuit verschillende bronnen of aan combinaties van stoffen, laten zich moeilijk betrekken bij een toelatingssysteem voor individuele producten. Een pragmatische oplossing is volgens de commissie de invoering van een extra veiligheidsfactor (‘allocatiefactor’) van nader te bepalen grootte, die de kans verkleint dat de gezamenlijke blootstelling vanuit verschillende bronnen en routes (werk, omgeving, voeding, particulier gebruik) en aan combinaties van gewasbeschermingsmiddelen gezondheidsschade veroorzaakt. Ten tijde van dit onderzoek zijn geen nieuwe inzichten of uitkomsten over het voorgaande bekend.
Pagina 10
SPA WNP ingenieurs
3.
LOCATIESPECIFIEKE SITUATIE
3.1
Huidige- en planologische situatie
22100352.r03a
Het plangebied is in de huidige situatie overwegend agrarisch in gebruik. Voor het plangebied en het naastgelegen agrarisch perceel geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied Dodewaard en Echteld’ van de gemeente Neder-Betuwe. Het agrarisch perceel met de boomteelt bevat de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – 1’. Binnen deze bestemming is grondgebonden agrarische productie toegestaan. Het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen is ter plaatse niet uitgesloten. Afbeelding 4: Uitsnede vigerende verbeelding bestemmingsplan (perceel boomteelt opgelicht)
3.2
Praktijksituatie Op 27 oktober 2021 zijn de locatiespecifieke kenmerken van het plangebied en de directe omgeving geïnventariseerd. Het plangebied is gelegen tussen het bestaande bedrijventerrein en de agrarische percelen. Meteorologie Op basis van waarnemingen met een weersstation wordt voor de locatiespecifieke situatie uitgegaan van een overheersende west/zuidwestenwind. De gemiddelde windsnelheid bedraagt circa 2,1 meter per seconde13. De metingen van het weerstation stammen uit de periode januari 2013 t/m februari 2022 en worden om die reden als representatief beschouwd. Oppervlaktewater Zoals ook te zien is op de verbeelding (afbeelding 4) bevindt zich tussen het plangebied en het perceel met de boomteelt een watergang. De watergang is bestemd en aan beide zijden van de watergang is de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Beheerszone watergang’ opgenomen.
Pagina 11
SPA WNP ingenieurs
22100352.r03a
Op basis hiervan geldt dat de zone ten opzichte van de watergang uitsluitend gebruikt mag worden voor (a) bescherming, beheer en verbetering van de watergang en (b) voorzieningen voor de waterhuishouding. Om die reden kan deze zone planologisch gezien niet gebruikt worden voor de teelt van gewassen, specifiek in onderhavige situatie; boomteelt. De watergang is als A-watergang opgenomen in de legger van het Waterschap Rivierenland. Doordat de A-watergang jaarrond-watervoerend is, dient er ten opzichte van de watergangen minimaal een zone van 3 meter aangehouden te worden. Binnen deze zone is de toepassing van chemische gewasbeschermingsmiddelen niet toegestaan. Afbeelding 5 geeft de situatie met betrekking tot oppervlaktewater weer. Afbeelding 5: Legger wateren Waterschap Rivierenland
A-watergang
Relevante percelen Op basis van de planologische situatie en de praktijksituatie is de conclusie dat kadastrale percelen 1234 en 1540 de dichtstbijzijnde agrarische percelen zijn. De agrarisch bestemmingen van de percelen grenzen, met tussenkomst van de watergang, aan het plangebied. De watergang is gelegen tussen het plangebied en de percelen en is kadastraal bekend als perceel 1539.
Pagina 12
SPA WNP ingenieurs
22100352.r03a
Afbeelding 6: Relevante agrarische percelen (vetgedrukt) omgeving plangebied
plangebied
1234
1540
Percelen 1234 & 1540 Omdat kadastrale percelen 1234 en 1540 gelijk langs het plangebied lopen, worden deze samen beschouwd. De percelen liggen ten oosten van het plangebied. Op basis van de locatiespecifieke situatie blijkt dat er binnen de percelen boomteelt aanwezig is. Hierdoor is er in de praktijksituatie sprake van opwaartse toepassing van chemische gewasbeschermingsmiddelen. De watervoerende watergang scheidt het plangebied en de percelen van elkaar. De breedte van de watergang bedraagt 4 meter en heeft een beschermingszone van 3 meter. Hierdoor kan worden uitgegaan van een zone van 7 meter, waarbinnen geen chemische gewasbeschermingsmiddelen toegepast worden. Afbeelding 7: Locatiespecifieke situatie agrarische percelen
Pagina 13
SPA WNP ingenieurs
22100352.r03a
Afbeelding 8: Locatiespecifieke situatie agrarische percelen
3.3
Gewasbeschermingsmiddelen De vaste richtafstand van 50 meter is in de open teelt met name van belang voor boomkwekerijen en boomgaarden, omdat gewasbeschermingsmiddelen daarbij niet alleen neerwaarts worden gespoten (onkruidbestrijding), maar ook zij- en opwaarts (voorkomen en bestrijden schimmels en plaagdieren). Omdat bij opwaarts spuiten de vloeistof op een grotere hoogte vrijkomt en er daardoor meer kans is op verspreiding, veroorzaakt het opwaarts spuiten de meeste drift en is om die reden maatgevend voor gezondheidsrisico’s. Door veranderende wetgeving rond gewasbeschermingsmiddelen is het toegestane middelengebruik beperkt. Naar functie kunnen de volgende middelen worden onderscheiden: · Fungiciden (bestrijding schimmels); · Insecticiden (bestrijding insecten); · Herbiciden (onkruidbestrijding). Per middel verschilt het gehalte aan werkzame stof en daardoor ook de toedieningshoeveelheid per hectare. Het Ctgb biedt een database14 waarin alle soorten gewasbeschermingsmiddelen zijn opgenomen, inclusief de wettelijke gebruiksvoorschriften. Aangezien het een teler vrij staat alle voor betreffende teelt/gewas toegelaten middelen te gebruiken, is het minder zinvol te kijken naar uitsluitend het huidige specifiek gebruik. Gebruikelijk is het om een worstcase benadering aan te houden die uitgaat van de, qua toxiciteit, meest risicovolle werkzame stof die toegelaten is.
De in dit onderzoek onderzochte middelen worden voor boomteelt als maatgevend en representatief beschouwd. De risico’s voor de volksgezondheid, vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift, zijn in beeld gebracht op basis van opwaartse bespuitingen. Daarmee wordt recht gedaan aan de voor de praktijk en planologisch maatgevende situatie.
Pagina 14
SPA WNP ingenieurs
22100352.r03a
Azosystrobin en difenoconazool Azosystrobin en difenoconazool zijn de werkzame stoffen van de fungicide Alibi Flora dat bescherming geeft in onbedekte en bedekte teelt. Alibi Flora heeft sinds 2019 een toelating en werkt onder andere tegen meeldauw, maar is ook werkzaam op andere schimmels. Op basis van het gebruiksvoorschrift15 blijkt dat het middel onder andere gebruikt mag worden in boomkwekerijgewassen, potplanten en de vaste plantenteelt. Cymoxanil en propamocarb hydrochloride Cymoxanil en propamocarb hydrochloride zijn de werkzame stoffen van het middel Axidor. Op basis van het gebruiksvoorschrift16 blijkt dat Axidor onder andere gebruikt mag worden in laanbomen, vruchtbomen en coniferen. Het middel is toegelaten voor de onbedekte teelt. Cyantraniliprole Cyantraniliprole is de werkzame stof van de breedwerkend insecticide Mainspring. Het middel bestrijdt trips, mineervliegen en rupsen. Op basis van het gebruiksvoorschrift17 blijkt dat het middel onder andere gebruikt mag worden in boomkwekerijgewassen, potplanten en veredelingen zaadteelt. Captan Captan is een middel voor de bestrijding van een groot aantal schimmels. De fungicide is breed inzetbaar18 en de werkzame stof in verschillende producten, zoals Captosan en Merpan.
Captan is voor de gezondheid de maatgevende werkzame stof vanwege de toxiciteit, het toegestane maximale gebruik en toegestane gebruik in een kaalblad situatie. Op basis van het gebruiksvoorschrift blijkt dat het middel onder andere mag worden gebruikt in appel- en perenboomgaarden, bolbloemen, boomkwekerijgewassen en zachtfruit. Bupirimaat Bupirimaat is de werkzame stof in de fungicide Nimrod 250 EC. Het middel werkt tegen meeldauw in diverse teelten. Op basis van het gebruiksvoorschrift19 blijkt dat het middel onder andere gebruikt mag worden in de teelt van aardbeien, appels, peren en in boomkwekerijgewassen. Pirimicarb Het gewasbeschermingsmiddel Pediment bevat de werkzame stof pirimicarb. Het middel betreft een selectief luizenbestrijdingsmiddel. Op basis van het gebruiksvoorschrift20 blijkt Pediment onder andere gebruikt mag worden in bloembol- en bloemknolgewassen en boomkwekerijgewassen. Fludioxonil en folpet De werkzame stoffen fludioxonil en folpet zijn beschouwd op basis van de fungicide Pitcher. Pitcher is een schimmelbestrijdingsmiddel dat op basis van het gebruiksvoorschrift21 gebruikt mag worden in onder andere bloembollen, buxussen, vruchtbomen en struiken.
Pagina 15
SPA WNP ingenieurs
22100352.r03a
Glyfosaat De werkzame stof glyfosaat is onderdeel van het product Roundup en betreft een herbicide dat wordt ingezet in verschillende gewassen/teelten22. Er zijn meerdere mogelijkheden van toepassing toegestaan. Doordat het een onkruidbestrijdingsmiddel betreft wordt uitgegaan van een neerwaartse bespuiting van het gehele perceel. In de praktijk zal de behandeling pleksgewijs plaatsvinden. Flonicamid Flonicamid is een middel voor de bestrijding van insecticiden. Het middel wordt toegepast ter bestrijding van bladluizen en is de werkzame stof van het product Teppeki. Het middel is toegestaan voor gebruik in onder andere boomkwekerijgewassen, aardappelen en appel- en boomgaarden23. Pendimethalin en dimethenamide-P De werkzame stoffen pendimethalin en dimethenamide-P zijn onderdeel van de herbicide Wing P. Het middel is onder andere effectief op kruiskruid en grassen en mag op basis van het gebruiksvoorschrift24 gebruikt worden in bloembollen, boomkwekerijgewassen en laanbomen.
Pagina 16
SPA WNP ingenieurs
22100352.r03a
4.
BEOORDELING BLOOTSTELLINGSRISO’S EN GEZONDHEIDSEFFECTEN
4.1
EFSA-model In dit onderzoek is voor de gezondheidseffecten uitgegaan van de gewasbeschermingsmiddelen, zoals genoemd in paragraaf 3.3. De parameters van de modelinvoer zijn gebaseerd op EFSA-documenten25 en gebruiksvoorschriften van het Ctgb. Een overzicht van de invoergegevens is opgenomen in bijlage 2 van deze rapportage. Voor de beoordeling van de resultaten is in dit onderzoek de langdurige blootstelling op kinderen van 1 tot 3 jaar aangehouden. Hiermee is invulling gegeven aan het voorzorgsprincipe, omdat kinderen in het algemeen kwetsbaarder zijn dan volwassenen voor verontreinigende stoffen. Bij kinderen is er daarnaast een hogere opnamekans, bijvoorbeeld via blootstelling door huidcontact met bespoten oppervlak en/of opname via hand-mond contact. Er is niet uitgegaan van het betreden van het bespoten perceel door omwonenden, omdat de beoordeling zich richt op de mogelijke blootstelling bij de drift gevoelige bestemming in het plangebied.
4.2
Resultaten Tabel 1 hierna geeft een weergave van de Acceptable Operator Exposure Level (AOEL). De AOEL is in beginsel bedoeld voor de toepasser van gewasbeschermingsmiddelen, maar wordt worstcase ook gehanteerd voor blootstelling aan omwonenden. De gezondheidskunde referentiewaarde AOEL gaat uit van een veiligheidsmarge van tenminste 100%. Indien het percentage blootstelling onder de 100% blijft dan wordt het blootstellingsniveau als acceptabel beschouwd. Het resultaat in tabel 1 betreft de som van de percentages van de relevante blootstellingsroutes en is gebaseerd op het minimale watervolume. Tabel 1: Resultaten Acceptabele Operator Exposure Level (AOEL) Resident Child op 5 meter afstand Werkzame stof
Gewasbeschermingsmiddel
Percentage*
Azosystrobin en difenoconazool
Alibi Flora
5,40
Cymoxanil en propamocarb hydrochloride
Axidor
48,40
Cyantraniliprole
Mainspring
22,50
Captan
Merpan spuitkorrel
16,20
Bupirimaat
Nimrod 250 EC
12,20
Pirimicarb
Pediment
36,30
Fludioxonil en folpet
Pitcher
50,90
Glyfosaat
Roundup
1,60
Flonicamid
Teppeki
9,40
Pendimethaling en dimethenamide-P
Wing P
14,00
*som van bloostelling dermaal / inhalatoir / oraal EFS- model
Pagina 17
SPA WNP ingenieurs
22100352.r03a
Op basis van de hiervoor weergegeven resultaten blijkt, dat de in de praktijk en planologische situatie meest gebruikte en de voor het gezondheidsrisico maatgevende gewasbeschermingsmiddelen, op een afstand van 5 meter, niet leiden tot een overschrijding van de AOEL. Het blootstellingspercentage van de afzonderlijke gewasbeschermingsmiddelen blijft namelijk onder de 100%. 4.3
Discussie Meteorologie Het is een goed gebruik om bij toepassing van chemische gewasbeschermingsmiddelen niet te spuiten bij een windrichting in de richting van driftgevoelige functies. Desondanks staat het de toepasser vrij om hier geen gehoor aan te geven. De ligging van percelen 1234 en 1540 zijn ten opzichte van de overheersende windrichting gunstig voor wat betreft de kans op eventuele verspreiding van drift tot in het plangebied en de mogelijke blootstelling daaraan. Op basis van het Activiteitenbesluit milieubeheer geldt een verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij een windsnelheid groter dan 5 meter per seconde. Hierbij wordt voor de windsnelheid bij neerwaartse bespuitingen uitgegaan van een windsnelheid gemeten op 2 meter hoogte. Bij op- en zijwaartse bespuitingen wordt uitgegaan van 1 meter boven de gemiddelde boomhoogte. Het EFSA-model rekent met een vaste windsnelheid van 2,7 meter per seconde. Die waarde is gebaseerd op metingen in een veldgewas onder acceptabele spuitcondities26. Voor de locatiespecifieke situatie geldt dat er sprake is van een lagere winsnelheid. Voor het Nederlandse klimaat wordt de windsnelheid van 2,7 m/s als representatief beschouwd. Cumulatie In de huidige beoordelingsmethodiek voor toelating die het Ctgb gebruikt, wordt geen rekening gehouden met het gelijktijdig gebruik van meerdere middelen.
EFSA27 heeft geconcludeerd dat de gezondheidsrisico’s vanwege gelijktijdige blootstelling aan meerdere gewasbeschermingsmiddelen gering zijn, omdat er geen bewijs is dat bepaalde werkzame stoffen elkaar versterken. Het wordt aannemelijk geacht dat chemische stoffen die verschillen in werkingsmechanisme, elkaar niet beïnvloeden en dat stoffen elkaar enkel versterken als het werkingsprincipe gelijk is. Wel is het zo dat het onderzoek op dit vlak niet is afgerond, hetgeen ook door het RIVM11 is aangegeven. Uit de in paragraaf 4.2 gepresenteerde resultaten, op basis van een worstcase benadering, blijkt dat blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen als gevolg van drift op een afstand van 5 meter van het gewas, in dit geval uit de bestemmingsgrens, niet leidt tot een overschrijding van de AOEL. De leemte in kennis ten aanzien van cumulatie wordt echter beschouwd als een onzekerheid. Om die reden wordt, voor onderhavige locatiespecifieke situatie op basis van de meest actuele inzichten28 en in lijn met jurisprudentie29, uit voorzorg een factor 2 toegepast op het berekende blootstellingspercentage. Daarbij wordt opgemerkt dat in de keuze voor de hoogte van de vermenigvuldigingsfactor rekening is gehouden met het volgende:
Pagina 18
SPA WNP ingenieurs
22100352.r03a
· Het is niet gebruikelijk of zelfs zeer uitzonderlijk, dat meerdere gewasbeschermingsmiddelen met dezelfde werkzame stof of stoffen tegelijkertijd worden verspoten. De reden daarvan is dat verhoging van de dosering tot boven de toepassingsnorm per middel, niet tot een betere bescherming van het gewas of bestrijding van de plaag leidt. De werking van het middel wordt er met andere woorden niet beter door. · Gewasbeschermingsmiddelen zijn kostbaar en worden vanuit bedrijfseconomische redenen zo zuinig mogelijk toegepast. In tabel 2 zijn de resultaten op een afstand van 5 meter gepresenteerd met toepassing van de vermenigvuldigingsfactor. Tabel 2: Resultaten AOEL Resident Child op 5 meter afstand op basis factor cumulatie Werkzame stof
Gewasbeschermingsmiddel
Percentage*
Factor
Percentage gecorrigeerd*
Azosystrobin en difenoconazool
Alibi Flora
5,40
2
10,8
Cymoxanil en propamocarb hydrochloride
Axidor
48,40
2
96,8
Cyantraniliprole
Mainspring
22,50
2
45
Captan
Merpan spuitkorrel
16,20
2
32,4
Bupirimaat
Nimrod 250 EC
12,20
2
24,4
Pirimicarb
Pediment
36,30
2
72,6
Fludioxonil en folpet
Pitcher
50,90
2
101,8
Glyfosaat
Roundup
1,60
2
3,2
Flonicamid
Teppeki
9,40
2
18,8
Pendimethaling en dimethenamide-P
Wing P
14,00
2
28
* som van bloostelling dermaal / inhalatoir / oraal EFSA-model Op basis van tabel 2 blijkt, dat met inachtneming van de vermenigvuldigingsfactor, voor uitsluitend het middel Pitcher, niet voldaan kan worden aan de gezondheidskundige norm van 100%. 4.4
Advies Op basis van de resultaten blijkt dat op een afstand van 5 meter er voor één middel niet voldaan wordt aan de gezondheidskundige norm van 100%. Om die reden is onderzocht wat de blootstelling op een grotere afstand dan 5 meter is. In tabel 3 hierna zijn de resultaten op een afstand van 10 meter gepresenteerd met toepassing van de vermenigvuldigingsfactor. Tabel 3: Resultaten AOEL Resident Child op 10 meter afstand op basis factor cumulatie Werkzame stof
Gewasbeschermingsmiddel
Percentage*
Factor
Percentage gecorrigeerd*
Azosystrobin en difenoconazool
Alibi Flora
4,70
2
9,4
Cymoxanil en propamocarb hydrochloride
Axidor
43,10
2
86,2
Cyantraniliprole
Mainspring
20,90
2
41,8
Pagina 19
SPA WNP ingenieurs
22100352.r03a
Werkzame stof
Gewasbeschermingsmiddel
Percentage*
Factor
Percentage gecorrigeerd*
Captan
Merpan spuitkorrel
15,10
2
30,2
Bupirimaat
Nimrod 250 EC
11,20
2
22,4
Pirimicarb
Pediment
33,50
2
67
Fludioxonil en folpet
Pitcher
48,00
2
96
Glyfosaat
Roundup
1,38
2
2,76
Flonicamid
Teppeki
8,90
2
17,8
Pendimethaling en dimethenamide-P
Wing P
11,50
2
23
Op basis van tabel 3 blijkt dat, met inachtneming van de vermenigvuldigingsfactor, op een afstand van 10 meter voldaan wordt aan de gezondheidskundige norm van 100%. 4.5
Beoordeling beoogde ontwikkeling De beoogde invulling van het plangebied is zo ingevuld dat er op 50 meter van het agrarisch perceel geen functies zijn waarbinnen langdurig menselijk verblijf aannemelijk is. De functies waarbinnen mensen verblijven (kantoor en werkplaats), bevinden zich aan de westzijde van het terrein van GMB. Desondanks is in het kader van een goede ruimtelijke ordening de spuitzone van het naastgelegen agrarisch perceel wel onderzocht. Uit dit onderzoek volgt een spuitzone van 10 meter. Aan deze zone kan, ook met een andere invulling van de oostelijke gebouwen, voldaan worden. Tussen de oostelijke gebouwen en het agrarisch perceel bevindt zich namelijk een watergang met bijbehorende beschermingszones. Binnen dit gebied met een breedte van 10 meter is langdurig menselijk verblijf niet aannemelijk. Aanvullend is er tot aan de situering van de oostelijke gebouwen, een zone van 11,90 meter dat beoogd is als talud. Ook binnen deze zone is langdurig menselijk verblijf niet aannemelijk. Met andere woorden: mocht het oostelijk gebouw wel worden ingevuld met een functie waarbinnen langdurig menselijk verblijf aannemelijk is, dan kan er met een afstand van 21,90 meter alsnog voldaan worden aan de spuitzone van 10 meter. Geadviseerd wordt om langdurig menselijk verblijf binnen de spuitzone in het plangebied planologisch uit te sluiten.
Pagina 20
SPA WNP ingenieurs
5.
22100352.r03a
CONCLUSIE EN AANBEVELING In opdracht van Buro Ontwerp & Omgeving is een locatiespecifiek onderzoek spuitzone uitgevoerd. De aanleiding daarvoor is de bestemmingsplanprocedure voor de realisatie van het bedrijventerrein Bonegraaf Oost in Dodewaard. In de directe omgeving van het plangebied bevindt zich op minder dan 50 meter afstand een boomkwekerij waarbinnen het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen niet is uitgesloten. Het beoogde plangebied is zo ingevuld dat er op 50 meter van het agrarisch perceel geen functies zijn waarbinnen langdurig menselijk verblijf aannemelijk is. De functies waarbinnen mensen verblijven (kantoor en werkplaats) bevinden zich aan de westzijde van het terrein van GMB. Desondanks is in het kader van een goede ruimtelijke ordening de spuitzone van het naastgelegen agrarisch perceel wel onderzocht. Het doel van dit onderzoek is te bepalen op welke afstand driftgevoelige functies mogelijk zijn in relatie tot risico’s voor de volksgezondheid. Dit vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift van de naastgelegen boomkwekerij. Eveneens wordt hiermee onderzocht of de voorgenomen ontwikkeling leidt tot een belemmering van de desbetreffende bedrijfsvoering. Voor de beoordeling van de locatiespecifieke situatie is in dit onderzoek gebruikt gemaakt van het EFSA-rekenmodel.
In dit locatiespecifieke onderzoek is uitgegaan van het gebruik van, voor de gezondheidsrisico’s maatgevende en representatieve, gewasbeschermingsmiddelen die voor omliggende boomteelt zijn toegelaten en de wijze van toepassen daarvan. Daarbij is rekening gehouden met de locatiespecifieke situatie én de planologisch situatie. Op basis van de resultaten uit dit onderzoek blijkt dat op een afstand van 10 meter voldaan kan worden aan de gezondheidskundige norm van 100%. Aan een spuitzone van 10 meter kan, ook met een andere invulling van de oostelijke gebouwen in het plangebied, voldaan worden. Tussen de oostelijke gebouwen en het agrarisch perceel bevindt zich namelijk een watergang met bijbehorende beschermingszones. Binnen dit gebied met een breedte van 10 meter is langdurig menselijk verblijf niet aannemelijk. Aanvullend is er, tot aan de situering van de oostelijke gebouwen, een zone van 11,90 meter dat beoogde is als talud. Ook binnen deze zone is langdurig menselijk verblijf niet aannemelijk. Met andere woorden: mocht het oostelijk gebouw wel worden ingevuld met een functie waarbinnen langdurig menselijk verblijf aannemelijk is, dan kan er met een afstand van 21,90 meter alsnog voldaan worden aan de spuitzone van 10 meter. Geadviseerd wordt om langdurig menselijk verblijf binnen de spuitzone in het plangebied planologisch uit te sluiten.
Op basis van dit advies is de realisatie van het bedrijventerrein op de beoogde locatie mogelijk in relatie tot risico’s voor de volksgezondheid, vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift van de omliggende agrarische percelen. Ook wordt de bedrijfsvoering en toekomstige ontwikkelingsmogelijkheid van de agrarisch ondernemer niet belemmerd als gevolg van de beoogde ontwikkeling.
SPA WNP ingenieurs
Pagina 21
BIJLAGEN
SPA WNP ingenieurs
22100352.r03a Bijlage 1
Literatuurlijst 1 Gezondheidsraad, gewasbescherming en omwonenden, januari 2014, I-828-11Hvd/pm/887-K1 2 Van Hemmen JJ, 2008. Addendum to the TNO Report V7333: effective personal protective equipment
(PPE). Default setting of PPE for registration purposes of agrochemical and biocidal pesticides. Covering the literature published in the period 2005 to early 2008. TNO Quality of Life, TNO Chemistry, Food & Chemical Risk Analysis, Chemical Exposure assessment, Zeist, The Netherlands. 3 Gebaseerd op:
Butler Ellis MC, Lane AG, O’Sullivan CM, Miller PCH and Glass CR, 2010a. Bystander exposure to pesticide spray drift: new data for model development and validation Biosystems Engineering, 107, 162–168. Butler Ellis MC and Miller PCH, 2010. The Silsoe Spray Drift Model: a model of spray drift for the assessment of non-target exposures to pesticides. Biosystems Engineering, 107, 169–177. Glass CR, Mathers JJ, Harrington P, Miller PCH, Butler Ellis C and Lane A, 2010. Generation of field data for bystander exposure and spray drift with arable sprayers. Aspects of Applied Biology, 99, 271–276. Glass CR, Mathers JJ, Hetmanski MT, Sehnalova M and Fussell RJ, 2012. Development of techniques to measures vapour concentrations of pesticides to determine potential bystander & resident exposure. Aspects of Applied Biology, 114, 79–86. 4 Lloyd GA, Bell GJ, Samuels SW, Cross JV and Berry AM, 1987. Orchard sprayers: comparative operator
exposure and spray drift study. Agricultural Science Service, Agricultural Development and Advisory Service, Ministry of Agriculture Fisheries and Food, UK.:
5 EFSA, Guidance on the assessment of exposure of operators, workers, residents and bystanders in risk
assessment for plant protection products, EFSA Journal 2014;12(10):3874, 25
6 Fuller R, Klonne D, Rosenheck L, Eberhart D, Worgan J and Ross J, 2001. Modified California Roller for
measuring transferable residues on treated turfgrass. Bulletin of Environmental Contamination and Toxicology, 67, 787–794.
7 Rosenheck L, Cowell J, Mueth M, Eberhart D, Klonne D, Norman C and Ross J, 2001. Determination of a
standardized sampling technique for pesticide transferable turf residues. Bulletin of Environmental Contamination and Toxicology, 67, 780–786.
8 US EPA (US Environmental Protection Agency), 2001. Science Advisory Council for Exposure, policy
number 12, recommended revisions to the standard operating procedures (SOPs) for residential exposure assessments. Office of Pesticide Programs, Health Effects Division, Washington, DC, USA.
9 RD (The Chemical Regulation Directorate, UK), 2008. Bystander Exposure Guidance. 10 Martin S, Westphal D, Erdtmann-Vourliotis M, Dechet F, Schulze-Rosario C, Stauber F, Wicke H and Ches-
ter G, 2008. Guidance for exposure and risk evaluation for bystanders and residents exposed to plant protection products during and after application Journal für Verbraucherschutz und Lebensmittelsicherheit, 3, 272–281. 11 RIVM, onderzoek Bestrijdingsmiddelen en omwonenden, april 2019, RIVM rapport 2019-0052 12 Gezondheidsraad, vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden, juni 2020, rapport 2020/1 13 Windfinder.com, Waarnemingen 02-2006 t/m 11-2021 station Heteren 14 http://www.ctgb.nl/toelatingen
15 Ctgb gebruiksvoorschrift Alibi Flora, 2 juli 2021
Pagina 2
SPA WNP ingenieurs
22100352.r03a Bijlage 1
16 Ctgb gebruiksvoorschrift Axidor, 15 juni 2018 17 Ctgb gebruiksvoorschrift Mainspring, 6 juli 2018 18 Ctgb gebruiksvoorschrift Merpan Spuitkorrel, 26 april 2019
19 Ctgb gebruiksvoorschrift Nimrod 250 EC, 22 maart 2019 20 Ctgb gebruiksvoorschrift Pediment, 22 februari 2018 21 Ctgb gebruiksvoorschrift Pitcher, 2 juli 2021 22 Ctgb gebruiksvoorschrift Roundup, 4 februari 2022 23 Ctgb gebruiksvoorschrift Teppeki, 29 oktober 2021
24 Ctgb gebruiksvoorschrift Wing P, 1 juni 2018 25 Gebaseerd op:
-
European Food Safety Authority (EFSA). (2010). Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance azoxystrobin. EFSA Journal 2010;8(4):1542 European Food Safety Authority (EFSA). (2009). Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance difenocazole. EFSA Journal 2011;9(1):1967
-
European Food Safety Authority (EFSA). (2006). Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance propamocarb. EFSA Scientific Report 78, 1-80
-
European Food Safety Authority (EFSA). (2008). Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance cymoxanil. EFSA Scientific Report 167, 1-116
-
European Food Safety Authority (EFSA). (2014). Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance cyantraniliprole. EFSA Journal 2014;12(9):3814
-
European Food Safety Authority (EFSA). (2009). Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance captan. EFSA Journal 2015;13(11):4302
-
European Food Safety Authority (EFSA). (2010). Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance bupirimate. EFSA Journal 2010;8(10):1786
-
European Food Safety Authority (EFSA). (2015). Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance primicarb. EFSA Scientific Report 43, 1-76
-
European Food Safety Authority (EFSA). (2007). Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance fludioxonil. EFSA Scientific Report 110, 1-85
-
European Food Safety Authority (EFSA). (2009). Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance folpet. EFSA Scientific Report 297, 1-80
-
European Food Safety Authority (EFSA). (2015). Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance glyfosaat. EFSA Journal 2015;13(11):4302
-
European Food Safety Authority (EFSA). (2009). Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance flonicamid. EFSA Journal 2010;8(5):1445
Pagina 3
SPA WNP ingenieurs
22100352.r03a Bijlage 1
-
European Food Safety Authority (EFSA). (2016). Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance pendimethaling. EFSA Journal 2016.4420
-
European Food Safety Authority (EFSA). (2018). Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance dimethenamid-P. EFSA Journal 22018.5211
26 Department for Enviornment, Foord & Rural Affairs. Health and Safety Executive Code of practice for
using protection products.
27 EFSA Journal 2013;11(7):3293 28 Gebaseerd op:
Reffstrup,T.K., Larsen,J.C., and Meyer,O. (2010). Risk assessment of mixtures of pesticides. Current approaches and future strategies. Regul. Toxicol. Pharmacol., 56 (2), 174-192. Scientific Opinion on the identification of pesticides to be included in cumulative assessment groups on the basis of their toxicological profile. EFSA Journal, 11(7), 131, 2013.
29
Uitspraak 201903692/1/R4, d.d.24 april 2021 ECLI:NL:RVS:2021:851
Pagina 4
SPA WNP ingenieurs
Alibi Flora
22100352 Bijlage 2.1
Exposure assessment for operator, worker, resident and bystander Product: Alibi Flora OPEX version: 0.3.21 30 March 2022
SPA WNP ingenieurs
22100352 Bijlage 2.2
Alibi Flora
1. Information on product and active substance(s) Product name
Alibi Flora
Formulation type
Soluble concentrates, emulsifiable concentrate, etc.
Product category
Other
Name of active substance
Diffenconazole
Concentration of active substance [g a.s./l or kg]
250
AOEL [mg/kg bw/day]
0.16
AAOEL [mg/kg bw] Inhalation absorption [%]
100
Oral absorption [%]
100
Dermal absorption [%] (concentrate)
2
Name of active substance
Azoxystrobin
Concentration of active substance [g a.s./l or kg]
250
AOEL [mg/kg bw/day]
0.2
AAOEL [mg/kg bw] Inhalation absorption [%]
100
Oral absorption [%]
100
Dermal absorption [%] (concentrate)
0.3
SPA WNP ingenieurs
22100352 Bijlage 2.3
Alibi Flora
2. Assessed uses Max. applicati on rate of the Unit product [l or kg/ha]
Max. no. of applicati ons
Interval between multiple applicati ons [days]
Min. volume water [l/ha]
Max. volume Indoor/o water utdoor [l/ha]
Applicati on method
Type of cultivati on
Applicati on techniqu e
Drift reductio n [%]
Uses
Crops
Use 1
Orchards
1.2 l/ha
3
7
200
1200 Outdoor
Upward spraying
Normal
Vehiclemounted
50
Use 2
Orchards
1.2 l/ha
3
7
200
1200 Outdoor
Upward spraying
Normal
Vehiclemounted
50
SPA WNP ingenieurs
Axidor
22100352 Bijlage 2.4
Exposure assessment for operator, worker, resident and bystander Product: Axidor OPEX version: 0.3.21 01 April 2022
SPA WNP ingenieurs
22100352 Bijlage 2.5
Axidor
1. Information on product and active substance(s) Product name
Axidor
Formulation type
Soluble concentrates, emulsifiable concentrate, etc.
Product category
Other
Name of active substance
Cymoxanil
Concentration of active substance [g a.s./l or kg]
500
AOEL [mg/kg bw/day]
0.1
AAOEL [mg/kg bw] Inhalation absorption [%]
100
Oral absorption [%]
100
Dermal absorption [%] (concentrate)
1
Name of active substance
Propamocarb hydrochloride
Concentration of active substance [g a.s./l or kg]
722
AOEL [mg/kg bw/day]
0.29
AAOEL [mg/kg bw] Inhalation absorption [%]
100
Oral absorption [%]
100
Dermal absorption [%] (concentrate)
10
SPA WNP ingenieurs
22100352 Bijlage 2.6
Axidor
2. Assessed uses Max. applicati on rate of the Unit product [l or kg/ha]
Max. no. of applicati ons
Interval between multiple applicati ons [days]
Min. volume water [l/ha]
Max. volume Indoor/o water utdoor [l/ha]
Applicati on method
Type of cultivati on
Applicati Drift on reductio techniqu n [%] e
Uses
Crops
Use 1
Orchards
2 l/ha
6
9
200
400 Outdoor
Upward spraying
Normal
Vehicle50 mounted
Use 2
Orchards
2 l/ha
6
9
200
400 Outdoor
Upward spraying
Normal
Vehicle50 mounted
SPA WNP ingenieurs
Mainspring
22100352 Bijlage 2.7
Exposure assessment for operator, worker, resident and bystander Product: Mainspring OPEX version: 0.3.21 30 March 2022
SPA WNP ingenieurs
22100352 Bijlage 2.8
Mainspring
1. Information on product and active substance(s) Product name
Mainspring
Formulation type
Wettable granules, soluble granules
Product category
Other
Name of active substance
Cyantraniliprole
Concentration of active substance [g a.s./l or kg]
400
AOEL [mg/kg bw/day]
0.007
AAOEL [mg/kg bw] Inhalation absorption [%]
100
Oral absorption [%]
100
Dermal absorption [%] (concentrate)
0.02
SPA WNP ingenieurs
22100352 Bijlage 2.9
Mainspring
2. Assessed uses Max. applicati on rate of the Unit product [l or kg/ha]
Max. no. of applicati ons
Interval between multiple applicati ons [days]
Min. volume water [l/ha]
Max. volume Indoor/o water utdoor [l/ha]
Applicati on method
Type of cultivati on
Applicati Drift on reductio techniqu n [%] e
Uses
Crops
Use 1
Orchards
0.12 kg/ha
4
7
200
1200 Outdoor
Upward spraying
Normal
Vehicle50 mounted
Use 2
Orchards
0.12 kg/ha
4
7
200
1200 Outdoor
Upward spraying
Normal
Vehicle50 mounted
SPA WNP ingenieurs
Merpan spuitkorrel
22100352 Bijlage 2.10
Exposure assessment for operator, worker, resident and bystander Product: Merpan spuitkorrel OPEX version: 0.3.21 30 March 2022
SPA WNP ingenieurs
22100352 Bijlage 2.11
Merpan spuitkorrel
1. Information on product and active substance(s) Product name
Merpan spuitkorrel
Formulation type
Wettable granules, soluble granules
Product category
Other
Name of active substance
Captan
Concentration of active substance [g a.s./l or kg]
800
AOEL [mg/kg bw/day]
0.25
AAOEL [mg/kg bw] Inhalation absorption [%]
100
Oral absorption [%]
100
Dermal absorption [%] (concentrate)
0.8
SPA WNP ingenieurs
22100352 Bijlage 2.12
Merpan spuitkorrel
2. Assessed uses Max. applicati on rate of the Unit product [l or kg/ha]
Max. no. of applicati ons
Interval between multiple applicati ons [days]
Min. volume water [l/ha]
Max. volume Indoor/o water utdoor [l/ha]
Applicati on method
Type of cultivati on
Applicati Drift on reductio techniqu n [%] e
Uses
Crops
Use 1
Orchards
1.5 kg/ha
5
10
300
1000 Outdoor
Upward spraying
Normal
Vehicle50 mounted
Use 2
Orchards
1.5 kg/ha
5
10
300
1000 Outdoor
Upward spraying
Normal
Vehicle50 mounted
SPA WNP ingenieurs
Nimrod
22100352 Bijlage 2.13
Exposure assessment for operator, worker, resident and bystander Product: Nimrod OPEX version: 0.3.21 30 March 2022
SPA WNP ingenieurs
22100352 Bijlage 2.14
Nimrod
1. Information on product and active substance(s) Product name
Nimrod
Formulation type
Soluble concentrates, emulsifiable concentrate, etc.
Product category
Other
Name of active substance
Bupirimaat
Concentration of active substance [g a.s./l or kg]
250
AOEL [mg/kg bw/day]
0.15
AAOEL [mg/kg bw] Inhalation absorption [%]
100
Oral absorption [%]
100
Dermal absorption [%] (concentrate)
1.3
SPA WNP ingenieurs
22100352 Bijlage 2.15
Nimrod
2. Assessed uses Max. applicati on rate of the Unit product [l or kg/ha]
Max. no. of applicati ons
Interval between multiple applicati ons [days]
Min. volume water [l/ha]
Max. volume Indoor/o water utdoor [l/ha]
Applicati on method
Type of cultivati on
Applicati Drift on reductio techniqu n [%] e
Uses
Crops
Use 1
Orchards
2 l/ha
2
7
300
1000 Outdoor
Upward spraying
Normal
Vehicle50 mounted
Use 2
Orchards
2 l/ha
2
7
300
1000 Outdoor
Upward spraying
Normal
Vehicle50 mounted
SPA WNP ingenieurs
Pediment
22100352 Bijlage 2.16
Exposure assessment for operator, worker, resident and bystander Product: Pediment OPEX version: 0.3.21 30 March 2022
SPA WNP ingenieurs
22100352 Bijlage 2.17
Pediment
1. Information on product and active substance(s) Product name
Pediment
Formulation type
Wettable granules, soluble granules
Product category
Other
Name of active substance
Pirimicarb
Concentration of active substance [g a.s./l or kg]
500
AOEL [mg/kg bw/day]
0.035
AAOEL [mg/kg bw] Inhalation absorption [%]
10
Oral absorption [%]
10
Dermal absorption [%] (concentrate)
13
SPA WNP ingenieurs
22100352 Bijlage 2.18
Pediment
2. Assessed uses Max. applicati on rate of the Unit product [l or kg/ha]
Max. no. of applicati ons
Interval between multiple applicati ons [days]
Min. volume water [l/ha]
Max. volume Indoor/o water utdoor [l/ha]
Applicati on method
Type of cultivati on
Applicati Drift on reductio techniqu n [%] e
Uses
Crops
Use 1
Orchards
0.5 kg/ha
2
7
200
1000 Outdoor
Upward spraying
Normal
Vehicle50 mounted
Use 2
Orchards
0.5 kg/ha
1
7
200
1000 Outdoor
Upward spraying
Normal
Vehicle50 mounted
SPA WNP ingenieurs
Pitcher
22100352 Bijlage 2.19
Exposure assessment for operator, worker, resident and bystander Product: Pitcher OPEX version: 0.3.21 30 March 2022
SPA WNP ingenieurs
22100352 Bijlage 2.20
Pitcher
1. Information on product and active substance(s) Product name
Pitcher
Formulation type
Soluble concentrates, emulsifiable concentrate, etc.
Product category
Other
Name of active substance
Fludioxonil
Concentration of active substance [g a.s./l or kg]
950
AOEL [mg/kg bw/day]
0.59
AAOEL [mg/kg bw] Inhalation absorption [%]
100
Oral absorption [%]
100
Dermal absorption [%] (concentrate)
0.3
Name of active substance
Folpet
Concentration of active substance [g a.s./l or kg]
800
AOEL [mg/kg bw/day]
0.1
AAOEL [mg/kg bw] Inhalation absorption [%]
100
Oral absorption [%]
100
Dermal absorption [%] (concentrate)
10
SPA WNP ingenieurs
22100352 Bijlage 2.21
Pitcher
2. Assessed uses Max. applicati on rate of the Unit product [l or kg/ha]
Max. no. of applicati ons
Interval between multiple applicati ons [days]
Min. volume water [l/ha]
Max. volume Indoor/o water utdoor [l/ha]
Applicati on method
Type of cultivati on
Applicati Drift on reductio techniqu n [%] e
Uses
Crops
Use 1
Orchards
1.5 l/ha
3
7
200
600 Outdoor
Upward spraying
Normal
Vehicle50 mounted
Use 2
Orchards
1.5 l/ha
3
7
200
600 Outdoor
Upward spraying
Normal
Vehicle50 mounted
SPA WNP ingenieurs
Roundup
22100352 Bijlage 2.22
Exposure assessment for operator, worker, resident and bystander Product: Roundup OPEX version: 0.3.21 30 March 2022
SPA WNP ingenieurs
Roundup
22100352 Bijlage 2.23
1. Information on product and active substance(s) Product name
Roundup
Formulation type
Soluble concentrates, emulsifiable concentrate, etc.
Product category
Herbicide
Name of active substance
Glyfosaat
Concentration of active substance [g a.s./l or kg]
360
AOEL [mg/kg bw/day]
0.1
AAOEL [mg/kg bw] Inhalation absorption [%]
20
Oral absorption [%]
20
Dermal absorption [%] (concentrate)
1
SPA WNP ingenieurs
22100352 Bijlage 2.24
Roundup
2. Assessed uses Max. applicati on rate of the Unit product [l or kg/ha]
Max. no. of applicati ons
Interval between multiple applicati ons [days]
Min. volume water [l/ha]
Max. volume Indoor/o water utdoor [l/ha]
Applicati on method
Type of cultivati on
Applicati Drift on reductio techniqu n [%] e
Uses
Crops
Use 1
Orchards
6 l/ha
1
NA
150
400 Outdoor
Downwar d spraying
Normal
Vehicle50 mounted
Use 2
Orchards
6 l/ha
1
NA
150
400 Outdoor
Downwar d spraying
Normal
Vehicle50 mounted
SPA WNP ingenieurs
Teppeki
22100352 Bijlage 2.25
Exposure assessment for operator, worker, resident and bystander Product: Teppeki OPEX version: 0.3.21 30 March 2022
SPA WNP ingenieurs
22100352 Bijlage 2.26
Teppeki
1. Information on product and active substance(s) Product name
Teppeki
Formulation type
Wettable granules, soluble granules
Product category
Other
Name of active substance
Flonicamid
Concentration of active substance [g a.s./l or kg]
500
AOEL [mg/kg bw/day]
0.025
AAOEL [mg/kg bw] Inhalation absorption [%]
100
Oral absorption [%]
100
Dermal absorption [%] (concentrate)
7.46
SPA WNP ingenieurs
22100352 Bijlage 2.27
Teppeki
2. Assessed uses Max. applicati on rate of the Unit product [l or kg/ha]
Max. no. of applicati ons
Interval between multiple applicati ons [days]
Min. volume water [l/ha]
Max. volume Indoor/o water utdoor [l/ha]
Applicati on method
Type of cultivati on
Applicati Drift on reductio techniqu n [%] e
Uses
Crops
Use 1
Orchards
0.14 kg/ha
3
21
500
1000 Outdoor
Upward spraying
Normal
Vehicle50 mounted
Use 2
Orchards
0.14 kg/ha
3
21
500
1000 Outdoor
Upward spraying
Normal
Vehicle50 mounted
SPA WNP ingenieurs
Wing P
22100352 Bijlage 2.28
Exposure assessment for operator, worker, resident and bystander Product: Wing P OPEX version: 0.3.21 01 April 2022
SPA WNP ingenieurs
22100352 Bijlage 2.29
Wing P
1. Information on product and active substance(s) Product name
Wing P
Formulation type
Soluble concentrates, emulsifiable concentrate, etc.
Product category
Herbicide
Name of active substance
Pendimethalin
Concentration of active substance [g a.s./l or kg]
250
AOEL [mg/kg bw/day]
0.17
AAOEL [mg/kg bw] Inhalation absorption [%]
100
Oral absorption [%]
100
Dermal absorption [%] (concentrate)
2
Name of active substance
Dimethenamide-p
Concentration of active substance [g a.s./l or kg]
212.5
AOEL [mg/kg bw/day]
0.04
AAOEL [mg/kg bw] Inhalation absorption [%]
100
Oral absorption [%]
100
Dermal absorption [%] (concentrate)
6.5
SPA WNP ingenieurs
22100352 Bijlage 2.30
Wing P
2. Assessed uses Max. applicati on rate of the Unit product [l or kg/ha]
Max. no. of applicati ons
Interval between multiple applicati ons [days]
Min. volume water [l/ha]
Max. volume Indoor/o water utdoor [l/ha]
Applicati on method
Type of cultivati on
Applicati Drift on reductio techniqu n [%] e
Uses
Crops
Use 1
Orchards
4 l/ha
1
NA
300
800 Outdoor
Downwar d spraying
Normal
Vehicle50 mounted
Use 2
Orchards
4 l/ha
1
NA
300
800 Outdoor
Downwar d spraying
Normal
Vehicle50 mounted
Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466 Hoenderkamp 20 | 7812 VZ EMMEN | 0591 238 110