CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 21 - Bijlage 6 bij MER Effecten Primaire kering herinrichting Willemspolder fase 1

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan met bijlagen11.030 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Figuur 5-3: Maatgevend glijcirkel binnenwaarts (DWP1).

Voor de buitenwaartse stabiliteit is de maatgevende situatie beschouwd waarbij de waterstand snel daalt na het optreden van extreem hoog water (waarbij de kade geheel onder water is komen te staan). In de berekening is uitgegaan van een snelle val van de waterstand tot NAP +6,5 m, waarbij de freatische waterstand in de kade tot ongeveer 0,5 m onder kruinniveau daalt. De berekende stabiliteitsfactor tegen afschuiven voor de buitenwaartse stabiliteit is (SF)1,00, zie figuur 5-4.

Figuur 5-4: Maatgevend glijcirkel buitenwaarts na val.

1217-0056-001_35. R01 01 | Herinrichting Willemspolder Fase 1 Pagina 33 van 37

Dekker Groep

De stabiliteit is beoordeeld op basis van de NEN9997 waaruit een stabiliteitseis volgt van 1,0 indien gerekend wordt met rekenwaarden. Uit de uitgevoerde stabiliteitsanalyses kan geconcludeerd wordt dat de huidige talud geometrie van de zomerkade voldoet aan de gestelde stabiliteitseis voor zowel de binnenwaartse als de buitenwaartse stabiliteit. Voorgesteld wordt om vergelijkbare zomerkade talud geometrie toe te passen voor de Willemspolder fase1. Op basis van het ruimtebeslag en uitgevoerde stabiliteitsanalyse zijn in figuur 5-5 zijn belangrijkste kadeafmetingen weergegeven voor de vier onderscheidende trajecten

Figuur 5-5: Principegeometrie Zomerkade.

Voor de zomerkade dwars op de stroomrichting van de rivier wordt voorgesteld om een kade toe te passen volgens de geometrie (A en D) waarbij het binnentalud een helling heeft van 1 op 5. Voor de zomerkade evenwijdig aan de rivier wordt voorgesteld om de huidige geometrie te handhaven volgens (B en C). Hier wordt taludhelling van 1 op 3 toegepast voor het binnentalud. De kruinbreedte van de kade bedraagt 1 m. Voor het traject C wordt de kruinhoogte afgewerkt op NAP 8,70m. Het hoogtetekort van de resterende 0,3m zal worden opgevangen door het aanbrengen van een verticale constructie. Hierbij moet worden gedacht aan bijvoorbeeld een houten damwand, schanskorven of een vergelijkbare oplossing De hiervoor omschreven basis geometrie van de zomerkade zal in de ontwerpfase nader worden uitgewerkt tot definitief ontwerp waarbij aspecten als bekleding, piping en het hoogtetekort gedetailleerd worden uitgewerkt.

1217-0056-001_35. R01 01 | Herinrichting Willemspolder Fase 1 Pagina 34 van 37

Dekker Groep

6.

Conclusies Doel van het rapport is antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Wat is het effect van de zandwinactiviteiten op waterveiligheid van de primaire kering? 2. Wat is het risico ten aanzien van het faalmechanisme piping en of dit door de zandwinning toeneemt.? 3. Ontwerp tijdelijke zomerkade Willemspolder fase1 In antwoord op vraag 1 is in de dit rapport een onderzoek uitgevoerd inzake de standzekerheid van de primaire kering. Op basis van dit onderzoek wordt geconcludeerd dat de standzekerheid van de primaire kering voldoende wordt gegarandeerd volgens de richtlijnen Schematiseringshandleiding zettingsvloeiing (SHZV 2019) en de CUR Aanbeveling 113. Voor put 2 en 3 geldt dat zowel in de basisvariant als in de voorkeursvariant, het winnen van zand door middel van een winzuiger de standzekerheid van de kering voldoende is geborgd met voldoende afstand tussen insteek van de zandwinning en de buitenteen van de kering. Er wordt ruim voldaan aan de eis P (L>Ltoelaatbaar) < Peis; vak conform SHZV2019. Voor Put 1 geldt dat de standzekerheid van de kering is geborgd wanneer het winnen van zand in basisvariant tot een diepte van NAP-35m in 2 winslagen wordt uitgevoerd rekening houdend met het fenomeen meewerkend bressen. Het winnen van zand gebeurt door middel van een profielzuiger.

Voor het winnen van zand tot een diepte van NAP-45 (de voorkeursvariant) wordt het zand het laagsgewijs ontgraven van met behulp van een graafwielzuiger of vergelijkbare techniek zonder dat het zand brest. Het zogenaamd halend baggeren. Aangezien het grondonderzoek aangeeft dat de ondergrond niet gevoelig is voor verweken en het bressend baggeren niet wordt toegepast kan volgens de SHZV2019 worden geconcludeerd dat standzekerheid van de kering niet negatief wordt beïnvloed. Voor zowel de basisvariant als de voorkeursvariant wordt ervan uitgegaan dat een winplan wordt toegepast waarin wordt aangegeven hoe men rekening houdt met het fenomeen meewerkend bressen. Zie ook het geotechnisch rapport [ix].

1217-0056-001_35. R01 01 | Herinrichting Willemspolder Fase 1 Pagina 35 van 37

Dekker Groep

Voor het beantwoorden van vraag 2 is een pipingsanalyse uitgevoerd. Op basis van deze analyse wordt geconcludeerd dat voor:  Put 1 de Oostput (DT153 -144) geen wijzigingen optreden ten opzichte van de huidige situatie. Tijdens exploitatiefase blijven de contouren van de huidige zandwinput bestaan. Er is alleen sprake van een verdieping. Dit heeft geen invloed op de kwelweglengte zodat de pipingsituatie onveranderd blijft. 

Put 2 de Westput (DT160 -DT153) een andere situatie geldt. Gedurende de exploitatiefase wordt de oever van de zandwinning met circa 50 m verplaatst richting de dijk. Hierdoor wordt de beschermingszone gereduceerd van 128m naar circa 96 m Dit kan een effect hebben op het mechanisme piping. In dit rapport zijn een aantal pipingsituaties verkend. o

Als het wettelijk instrumentarium voor de beoordeling van de veiligheid van primaire keringen (WBI 2017) wordt gevolgd dan mag zonder onderbouwing de maximale toelaatbare kwelweglengte worden toegepast van 2 keer de dijkbasis. Dit betekent dat het intredepunt voor piping op 1 keer de dijkbasis (55m) mag worden toegepast, gerekend vanaf de buitenteen van de primaire kering. Binnen deze zone vinden geen ingrepen plaats, zodat de er geen verandering optreedt ten aanzien van de huidige pipingsituatie.

o

Wanneer de tijdelijk zandwinsituatie wordt vergeleken met het recent bepaalde intredepunt ten behoeve van de dijkversterking, wat opmerkelijk genoeg buiten de huidige beschermingszone ligt, dan blijkt dat de tijdelijke zandwinsituatie een effect te hebben op de pipingssituatie (lees veiligheid tegen piping) waar de dijkversterking nu vanuit gaat. Op basis van de in dit rapport uitgevoerde analyse wordt verwacht dat dit kan leiden tot een tijdelijke afname van de stabiliteitsfactor piping met ongeveer 11%.

o

Gelet op de geringe invloed, de tijdelijkheid van het effect en omdat de pipingopgave vanuit de dijkversterking niet tot de autonome ontwikkeling kan worden gerekend wordt de invloed van de zandwinning op piping aanvaardbaar geacht.

Belangrijk is het feit, dat de situatie met ontgraven zandwinputten slechts van tijdelijke aard is. De zandwinputten zullen na ontzanding worden opgevuld met (rest) specie lees fijn zand en of klei en zal het buitendijkse gebied opnieuw ingericht worden als rivier-natuurgebied. Dit biedt tevens mogelijkheden en kansen om de situatie met betrekking tot de waterveiligheid van de primaire waterkering te verbeteren en mogelijke risico’s te verkleinen, ook ten opzichte van de huidige situatie. Hierbij wordt met name gedoeld op het aspect piping. In de eindsituatie kan meer weerstand in het voorland worden aangebracht doordat het voorland gemiddeld met fijner en minder doorlatend materiaal wordt aangevuld dan in de referentiesituatie aanwezig is. Dit heeft naar verwachting een positief effect op de pipingopgave.

1217-0056-001_35. R01 01 | Herinrichting Willemspolder Fase 1 Pagina 36 van 37

Dekker Groep

Zomerkade Op basis van geotechnische beschouwing wordt voorgesteld om de huidige zomerkade geometrie als uitgangspunt te nemen in het definitieve ontwerp Willemspolder fase1. Zie figuur 5-5 . Voor de zomerkade dwars op de stroomrichting van de rivier wordt voorgesteld om een kade toe te passen volgens de geometrie (A en D in figuur 6-1 ) waarbij het binnentalud een helling heeft van 1 op 5. Voor de zomerkade evenwijdig aan de rivier wordt voorgesteld om de huidige geometrie te handhaven volgens (B en C in figuur 6-1). Hier wordt taludhelling van 1 op 3 toegepast voor het binnentalud. De kruinbreedte van de kade bedraagt 1 m. Voor het traject C wordt de kruinhoogte afgewerkt op NAP 8,70 m. Het hoogtetekort van de resterende 0,3m zal worden opgevangen door het aanbrengen van een verticale constructie. Hierbij moet worden gedacht aan bijvoorbeeld een houten damwand, schanskorven of een vergelijkbare oplossing

Figuur 6-1: Hoofdafmetingen dijkgeometrie Zomerkade.

1217-0056-001_35. R01 01 | Herinrichting Willemspolder Fase 1 Pagina 37 van 37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11595318/1