CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 21 bij de toelichting - AERIUS-berekening

Raadsvergadering 20 april 2023, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan3.967 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stikstofdepositie-onderzoek bedrijventerrein Bonegraaf-Oost Dodewaard 13 mei 2022

Kenmerk

R001-1286900VRM-V01-xab-NL

Verantwoording Titel

Stikstofdepositie-onderzoek bedrijventerrein Bonegraaf-Oost Dodewaard

Opdrachtgever

GMB Onroerend Goed BV

Projectleider

Rutger van Weerd

Auteur(s)

Raymond de Vries

Tweede lezer

Luc Verhees

Projectnummer

1286900

Aantal pagina’s

12

Datum

13 mei 2022

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is toonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com

2/12

Kenmerk

R001-1286900VRM-V01-xab-NL

Inhoud 1

Inleiding ..................................................................................................................................... 4

2

Stikstofeffecten en wettelijk kader ............................................................................................. 6

3

Opzet onderzoek ....................................................................................................................... 8

4

Uitgangspunten beoogde situatie .............................................................................................. 9 4.1

Bedrijfsactiviteiten industrie ................................................................................................ 9

4.2

Verkeersgeneratie .............................................................................................................. 9

5

Uitgangspunten referentiesituatie ............................................................................................ 10

6

Resultaten en conclusie .......................................................................................................... 12 6.1

Aanlegfase ....................................................................................................................... 12

6.2

Beoogde situatie .............................................................................................................. 12

6.3

Conclusie ......................................................................................................................... 12

Bijlage 1

Uitleg berekening ammoniakemissie

Bijlage 2

AERIUS uitvoer verschilberekening

3/12

Kenmerk

R001-1286900VRM-V01-xab-NL

1 Inleiding GMB ontroerend goed BV heeft adviesbureau TAUW gevraagd het stikstofdepositie-onderzoek te actualiseren voor het bestemmingsplan Bonegraaf-Oost in Dodewaard. Het betreft een bestemmingsplan dat de beoogde ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein tussen de rijksweg A15 en de plaats Dodewaard mogelijk moet maken. Voorliggend rapport betreft een actualisatie van de rapportage ‘Stikstofdepositie Bonegraaf-Oost Dodewaard’ uitgevoerd in opdracht van GMB ontroerend goed BV door Grondbereik, d.d. 8 februari 2022. Ten opzichte van de rapportage van Grondbereik hebben de volgende wijzigingen plaatsgevonden in uitgangspunten:  

Aanpassing in het netto uitgeefbaar gebied van 4,932 ha naar 5,187 ha Aanpassing verkeersgeneratie conform nieuw netto uitgeefbaar gebied

De overige uitgangspunten zijn overgenomen uit de rapportage van Grondbereik. Ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging dienen enkele aspecten, zoals stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden als gevolg van emissies van NOx en NH3 (stikstofoxiden en ammoniak), beoordeeld te worden. De rapportage dient, voor het onderdeel stikstof, als onderbouwing van de procedure voor het nieuwe bestemmingsplan. Figuur 1.1 toont de regionale ligging van de locatie.

Figuur 1.1 Regionale ligging van de planlocatie (binnen het rode kader, bron: Kadaster)

Figuur 1.2 toont de ligging van plangebied en de Natura 2000-gebieden in de omgeving. De meest nabije stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten zijn gelegen op circa 1,1 km van het plangebied in Natura 2000-gebied Rijntakken.

4/12

Kenmerk

R001-1286900VRM-V01-xab-NL

Figuur 1.2 Planlocatie en omliggende Natura 2000-gebieden (blauw / mosterdgeel) en stikstofgevoelige habitats en leefgebieden (licht en donkerpaars)

De berekeningen worden uitgevoerd in het kader van het nieuwe bestemmingsplan. Op het moment van schrijven is nog niet voor het gehele studiegebied exact bekend welke bedrijven zich gaan vestigen. Dit betekent dat voor het vaststellen van de invoergegevens overwegend gebruik gemaakt wordt van kentallen uit de literatuur. Het te beschouwen gebied kent een drietal deelgebieden:  Deelgebied 1: het westelijk gelegen weiland (een klein deel heeft al bestemming bedrijven);  

Deelgebied 2: het huidig bosperceel (wel met agrarische bestemming); Deelgebied 3: het oostelijk gelegen weiland.

Leeswijzer Hoofdstuk 2 geeft een korte uitleg over stikstofeffecten en het wettelijk kader. Hoofdstuk 3 schetst de onderzoeksopzet. In hoofdstuk 4 en 5 worden alle emissieberekeningen en uitgangspunten voor de modellering gegeven, voor de beoogde situatie en de referentiesituatie. Hoofdstuk 6 tot slot geeft de resultaten en de conclusie.

5/12

Kenmerk

R001-1286900VRM-V01-xab-NL

2 Stikstofeffecten en wettelijk kader Na realisatie van activiteiten of projecten kunnen er bronnen zijn die stikstofoxiden (NOx) en/of ammoniak (NH3) emitteren. De stikstofoxiden en ammoniak in de lucht komen uiteindelijk weer op de grond terecht. Dit heet stikstofdepositie. Vooral in natuurgebieden kan stikstofdepositie een probleem zijn, omdat hierdoor de bodem rijk wordt aan voedingsstoffen waardoor de biodiversiteit afneemt. In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen, dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus. Een bestuursorgaan stelt een plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied uitsluitend vast indien de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Daarom dient voor nieuwe of gewijzigde plannen onderzocht te worden of er sprake kan zijn van een significante depositie van stikstof op relevante Natura 2000-gebieden. Wanneer blijkt dat een plan meer dan 0,00 mol/ha/jaar bijdraagt aan de stikstofdepositie op een of meerdere voor stikstofdepositie gevoelige hexagonen1 in een (naderend) overbelaste situatie2, dan is er sprake van een in potentie significant effect en kan het plan niet zondermeer worden vastgesteld.

In een ecologische voortoets of passende beoordeling kan dan onderzocht worden of effecten daadwerkelijk op gaan treden als gevolg van het plan en of deze de natuurlijke kenmerken van het gebied aantasten. Bij (wijziging van) plannen wordt het planeffect bepaald ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie bij plannen is de feitelijke bestaande planologisch legale situatie ten tijde van vaststelling van het plan. Wanneer bijvoorbeeld het verdwijnen van agrarische gronden in het plangebied het rechtstreekse, onlosmakelijke (positieve) gevolg is van de realisatie van een bedrijventerrein, dan mag hier in de berekeningen rekening worden gehouden (interne saldering). Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking getreden. Als gevolg daarvan zijn bouw- en sloopwerkzaamheden en werkzaamheden voor het aanleggen, veranderen en verwijderen van een werk vrijgesteld van natuurvergunningsplicht voor het aspect stikstofdepositie. De vrijstelling omvat ook de vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden, zoals aan- en afvoer van bouwmaterialen en bouw- en sloopafval en transport van werknemers en werktuigen van en naar de bouwplaats alsmede eventuele tijdelijke omrijeffecten als gevolg van de werkzaamheden. De vrijstelling geldt voor tijdelijke stikstofemissies en niet voor structurele stikstofemissies in de gebruiksfase.

De partiële vrijstelling geldt voor de natuurvergunningplicht (artikel 2.7 lid 2 Wnb) en niet voor de vaststelling van plannen (als bedoeld in artikel 2.7 lid 1 van de Wnb). Uit paragraaf 5.4 (reikwijdte vrijstelling) uit de Nota van Toelichting

1

AERIUS berekent de depositiebijdrage op een hexagoon (een zeshoek met een oppervlak van 1 hectare). Indien de achtergronddepositie hoger is dan de kritische depositiewaarde (KDW) dan bevindt de natuur (habitats of leefgebieden van soorten) zich in een overbelaste situatie. 2

6/12

Kenmerk

R001-1286900VRM-V01-xab-NL

bij het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering3 volgt echter dat de partiële vrijstelling toch gebruikt kan worden bij het vaststellen van bestemmingsplannen: “Deze partiële vrijstelling kan ook helpen bij het vaststellen van bestemmingsplannen door gemeenten. Als het bestemmingsplan dient om bepaalde bouwactiviteiten of de aanleg of wijziging van werken mogelijk te maken, zal voor dit onderdeel van het plan kunnen worden verwezen naar het feit dat al een beoordeling door de wetgever heeft plaatsgevonden die een partiële vrijstelling voor de bouwfase van het project heeft vastgesteld. Als gevolg daarvan kan bij de beschouwing van de stikstofemissies wat betreft de bouwfase gebruik worden gemaakt van de onderbouwing in de toelichting van het besluit.” De noodzaak voor bestemmingsplannen voor toetsing van de stikstofdepositiebijdrage in de bouw-/aanlegfase vervalt daarmee.

3

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-287.html

7/12

Kenmerk

R001-1286900VRM-V01-xab-NL

3 Opzet onderzoek Voor het berekenen van de stikstofdepositie is gebruik gemaakt van de vigerende versie van het rekenmodel AERIUS Calculator, versie 2021. In de berekeningen zijn de emissies van NOx en NH3 van de relevante bronnen meegenomen. Het gaat hierbij om:   

Verkeersgeneratie van en naar de locatie in de beoogde situatie De emissies ten gevolge van gasstook in de beoogde situatie De emissies ten gevolge bemesting van weiland of akkerland in de referentiesituatie

Er zijn in dit onderzoek twee berekeningen uitgevoerd om de stikstofdepositiebijdrage van het plan op de Natura 2000-gebieden in kaart te brengen: 1. 2.

Berekening stikstofdepositiebijdrage ten gevolge van de beoogde situatie Verschilberekening van de stikstofdepositie tussen de beoogde situatie en de referentiesituatie

De referentiesituatie voor plannen is de feitelijke bestaande planologisch legale situatie ten tijde van de (beoogde) vaststelling van het plan. Voor het plan om een bedrijventerrein te realiseren nabij Dodewaard is dit 2022. De aanlegfase is niet beschouwd aangezien tijdelijke (bouw)werkzaamheden met de inwerkingtreding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) per 1 juli 2021 is vrijgesteld van natuurvergunningplicht voor het aspect stikstofdepositie (zie hoofdstuk 2).

8/12

Kenmerk

R001-1286900VRM-V01-xab-NL

4 Uitgangspunten beoogde situatie De beoogde situatie is in AERIUS berekend voor het jaar 2024. Dit is het eerste volledige kalenderjaar na realisatie van het plan.

4.1

Bedrijfsactiviteiten industrie

Op basis van cijfers uit de presentatie “Emissies toekomstige bedrijventerreinen, A. Boukich, 2013” zijn de emissies van het bedrijventerrein bepaald. De presentatie gaat uit van de volgende categorieën bedrijven:  Milieucategorie 1 t/m 3 met een bijbehorende emissie NOx van 200 kg/ha/jaar  

Milieucategorie 4 met een bijbehorende emissie NOx van 750 kg/ha/jaar Milieucategorie 5 met een bijbehorende emissie NOx van 3300 kg/ha/jaar

Het te realiseren bedrijventerrein zal enkel bedrijven van maximaal milieucategorie 3 huisvesten. Tabel 4.1 toont de NOx emissie op basis van het aantal hectare. In de berekening is er vanuit gegaan dat de bedrijven allen op het gasnetwerk zullen worden aangesloten. Wanneer dit niet het geval is, zullen de emissies lager uitvallen. De cijfers zijn hiermee een worst-case benadering. Tabel 4.1 NOx emissies nieuw te realiseren bedrijventerrein Deelgebied

Oppervlak (ha)

Emissie NOx in

Totale emissie NOx in

kg/ha/jaar

kg/jaar

Deelgebied 1

2,76

200

551,0

Deelgebied 2

1,91

200

382,6

Deelgebied 3

3,09

200

617,7

Totaal

7,76

4.2

1.551,3

Verkeersgeneratie

De emissies ten gevolge van wegverkeer worden door AERIUS berekend en zijn afhankelijk van het voertuigtype4 (personenauto’s, middelzwaar vrachtverkeer, zwaar vrachtverkeer of bussen), het aantal voertuigbewegingen per etmaal, het zichtjaar, het wegtype, de rijafstand en de mate van stagnatie. Op basis van publicatie 381 van het CROW (‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’, 2018) is de verkeersgeneratie bepaald. Uitgaande van een gemengd bedrijventerrein wordt een verkeersgeneratie aangehouden van 158 ritten per etmaal per uitgegeven hectare. Deze ritten zijn opgedeeld in de categorieën lichte-, middelzware- en zware motorvoertuigen. In totaal zal 5,187 ha netto worden uitgegeven. Dit leidt tot een verkeersgeneratie zoals in tabel 4.2.

4

In AERIUS zijn steeds de meest recente emissiekentallen voor wegverkeer geïmplementeerd, voor de zichtjaren 2019 t/m 2035.

9/12

Kenmerk

R001-1286900VRM-V01-xab-NL

Tabel 4.2 verkeersgeneratie nieuw te realiseren bedrijventerrein Soort verkeer

Verkeersgeneratie in bewegingen per etmaal

Licht verkeer

664

Middelzwaar verkeer

104

Zwaar verkeer

52

Modellering wegverkeer De instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator (BIJ12, januari 2022) geeft aan dat voor projecten5 de verkeersgeneratie meegenomen dient te worden totdat het verkeer is opgenomen in het heersend verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. In de regel wordt de verkeersgeneratie meegenomen tot aan het doorgaande wegennet. Met het doorgaande wegennet worden stadsontsluitingswegen, gebiedsontsluitingswegen, autowegen en autosnelwegen bedoeld. Voor het plan bedrijventerrein Bonegraaf-Oost Dodewaard is het verkeer vanaf de planlocatie (worst-case vanaf deelgebieden 2 en 3, deze deelgebieden liggen het verst van de op- en afritten van de A15) meegenomen tot aan de Dodewaardsestraat ter hoogte van de op- en afritten van de snelweg A15. Voor het wegtype is in de modellering aanhouden: ‘binnen bebouwde kom’.

5 Uitgangspunten referentiesituatie Als referentiesituatie is de situatie in het jaar 2022 aangehouden. Zie hoofdstuk 3 voor uitleg over het vaststellen van de referentiedatum. NOx en NH3 bronnen die aanwezig zijn op de locatie in de referentiesituatie, alsmede eventuele verkeersgeneratie in de referentiesituatie, kunnen worden ingezet voor interne saldering; emissiebronnen binnen de plangrens vallen weg en hiervoor komen (eventueel) andere bronnen in de plaats. Netto mag bij het toepassen van salderen op geen enkele stikstofgevoelige locatie in Natura 2000-gebieden de stikstofdepositie ten gevolge van de bronnen in de gebruiksfase (de beoogde situatie) toenemen ten opzichte van de referentiesituatie. Op het terrein waar bedrijventerrein Bonegraaf- Oost Dodewaard wordt ontwikkeld is in de referentiesituatie landbouwgrond aanwezig. Het aanwenden van dierlijke mest leidt tot emissies van stikstof. Interne saldering vindt plaats door het uit productie nemen van landbouwgrond. Omdat de bestaande emissies van ammoniak uit dierlijke mest dan niet meer voorkomen, kan dit in mindering gebracht worden op de emissies door de beoogde nieuwe ontwikkelingen. De volgende formules zijn gehanteerd bij de berekening van de emissies: Emissie (kg N/jaar) = oppervlak (ha) x stikstofgift (kg N/ha) x % TAN x % emissiefactor NH3-N 5

De werkwijze voor het meenemen van verkeersgeneratie wordt in de praktijk ook voor plannen aangehouden.

10/12

Kenmerk

R001-1286900VRM-V01-xab-NL

Emissie (kg NH3/jaar) = 17 (g/mol NH3) / 14 (g/mol N) x emissie (kg N/jaar)

Voor een verdere uitleg over deze formules en de berekening, zie bijlage 1. De totale jaarlijkse emissie bedraagt, zoals weergegeven in tabel 5.1, 339 kg ammoniak. Door het agrarische gebruik te staken kan deze emissie in mindering gebracht worden bij de verschilberekening in Aerius. Opmerking: op ongeveer 0,36 ha van deelgebied 2 staan momenteel geen bomen en is daarom in deze tabel afgetrokken van het totale oppervlak van deelgebied 2. Tabel 5.1 Emissie NH3 ten gevolge van bemesting van agrarische gronden in de referentiesituatie Deelgebied

Oppervlak (ha)

Emissie NH3 in kg/jaar

Deelgebied 1

2,34

137,2

Deelgebied 2

1,55

21,2

Deelgebied 3

1,08

180,6

Totaal

339,0

11/12

Kenmerk

R001-1286900VRM-V01-xab-NL

6 Resultaten en conclusie De bijdrage aan de stikstofdepositie van het plan is berekend met de vigerende versie van het rekeninstrument AERIUS Calculator (versie 2021). In bijlage 2 wordt het AERIUS pdf uitvoerbestand gegeven. Dit pdf uitvoerbestand is tevens als los bestand bij de rapportage bijgeleverd.

6.1

Aanlegfase

De Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) is per 1 juli 2021 in werking getreden. Als gevolg daarvan is de aanlegfase (alle tijdelijke bouw- en sloopwerkzaamheden) vrijgesteld van natuurvergunningsplicht voor het aspect stikstofdepositie. Wanneer het bestemmingplan tot uitvoering wordt gebracht – de projectfase – en het bestemmingsplan dient om bepaalde bouwactiviteiten of de aanleg of wijziging van werken mogelijk te maken, dan wordt voor dit onderdeel van het plan verwezen naar het feit dat de wetgever de effecten van stikstofdepositie in de bouw-/aanlegfase daarmee reeds heeft beschouwd, waardoor de noodzaak tot toetsing van stikstofdepositie in de bouw-/aanlegfase afwezig is. Zie hiervoor verder hoofdstuk 2, laatste alinea.

6.2

Beoogde situatie

AERIUS Calculator berekent voor de beoogde situatie een maximale stikstofdepositiebijdrage op omliggende Natura 2000-gebieden van 0,12 mol/ha/jaar. In het onderzoek zijn zowel de beoogde situatie als de referentiesituatie meegenomen. Ten opzichte van de referentiesituatie (interne saldering) is er in de beoogde situatie op geen enkel relevant hexagoon sprake van een toename in stikstofdepositie.

6.3

Conclusie

Daarmee zijn er voor de gebruiksfase geen negatieve effecten te verwachten op stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden ten gevolge van het plan. Het aspect stikstofdepositie vormt daarmee geen belemmering voor het vaststellen van het plan.

12/12

Kenmerk

Bijlage 1

R001-1286900VRM-V01-xab-NL

Uitleg berekening ammoniakemissie

Correctie oppervlak Bij interne saldering spelen ten aanzien van het mee te nemen terrein de volgende factoren een groot belang:  De vigerende bestemming van de betreffende locatie. In dit geval gaat het om de bestemming “agrarisch”. Terreindelen met een andere bestemming vallen daarbuiten, zoals “water” en het reeds eerder als “bedrijventerrein” bestemde gedeelte in deelgebied 1.  Het feitelijke agrarische gebruik van het betreffende terrein (type gewas, wijze van mestgift e.d.). In het zuiden van deelgebied 2 heeft de gemeente een stukje in gebruik als opslagplaats. Dat gedeelte valt dus buiten het agrarisch gebruik. Door deze factoren is een correctie op de oppervlaktes van de deelgebieden nodig. De te beschouwen, gecorrigeerde oppervlaktes bedragen respectievelijk 2,34 ha, 1,55 ha en 3.08 ha. Stikstofgift “Tabel 2 stikstof landbouwgrond” op de website www.rvo.nl bevat een overzicht van maximale stikstofgebruiksnormen. Deze normen hangen af van het type gewas en van de grondsoort zoals onderstaande tabel 3.3 laat zien. Omdat de regio uit rivierklei bestaat is de kolom “klei” hier van toepassing. Beide percelen weiland worden niet beweidt met vee, maar volledig gemaaid. Voor Bonegraaf Oost kan voor de weilanden dus 385 kg/ha/jaar worden aangehouden. Omdat het bosperceel met populieren een agrarische bestemming heeft, kan de norm van 90 kg/ha/jaar worden gebruikt.

Tabel 3.3: stikstofgebruiksnormen voor relevante gewassen op Bonegraaf Oost Gewas klei

Grasland met beweiden Grasland met volledig maaien Bosbouw (snelgroeiend voor biomassa)

stikstofgebruiksnorm per grond soort (kg N/ha/jaar) zand (NW en zand (zuidelijk) loss centraal) 345 385 90

250 320 90

250 320 90

veen

250 320 90

265 300 90

Vervluchtiging Emissies vanuit dierlijke mest vinden plaats door vervluchtiging van ammoniak. Niet alle in mest aanwezige stikstof is daadwerkelijk beschikbaar om te vervluchtigen. Vervluchtiging hangt onder andere af van het TAN (ofwel: Totaal Ammoniakaal Stikstof). Het PRI-rapport 220 uit 2008 “Ammoniakemissie bij het uitrijden van dierlijke mest. Actualisatie emissiefactoren” opgesteld door Huijsmans en Vermeulen, bevat waardes voor TAN. Dat rapport geeft een waarde van 66% TAN aan voor gemiddelde mest welke in de onderhavige situatie wordt gebruikt. De mate van verluchting van ammoniak hangt ook samen met de vorm van bemesting. Uit bovengenoemde literatuur zijn per toedieningstechniek de percentages vervluchtiging (% van TAN) verkregen. Voor grasland zijn de belangrijkste als volgt:  Zodenbemester 19 %  Sleufkouter 22,5 %  Sleepvoeten en sleepslangen 26 %  Bovengronds 74 %

Kenmerk

R001-1286900VRM-V01-xab-NL

Voor Bonegraaf Oost is van een conservatief scenario uitgegaan van zodenbemesting met een daarbij behorende percentage van 19%. Berekening afname ammoniakemissie Uit bovengenoemde onderdelen is in tabel 3.4 de jaarlijkse emissie van ammoniak berekend door het huidig gebruik van de agrarische percelen. De totale jaarlijkse emissie bedraag 339 kg ammoniak. Door het agrarische gebruik te staken kan deze emissie in mindering gebracht worden bij de verschilberekening in Aerius. Opmerking: op ongeveer 0,36 ha van deelgebied 2 staan momenteel geen bomen en is daarom in deze tabel afgetrokken van het totale oppervlak van deelgebied 2. Tabel 3.4: berekening jaarlijkse emissie ammoniak door huidig gebruik Deelgebied

oppervlak (ha)

stikstofgift (kg N/ha/jr)

TAN

Deelgebied 1 Deelgebied 2 Deelgebied 3 Totaal

2,34 1,55 3,08

385 90 385

66% 66% 66%

emissieemissie (kg factor NH3-N N/jaar)

19% 19% 19%

113,0 17,5 148,7 279,2

molmassa NH3 (g)

molmasse N (g)

17 17 17

14 14 14

emissie (kg NH3/jaar)

137,2 21,2 180,6 339,0

Kenmerk

Bijlage 2

R001-1286900VRM-V01-xab-NL

AERIUS uitvoer verschilberekening

Projectberekening

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron

Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

GMB Einsteinstraat, ong. Dodewaard Bonegraaf Oost Bonegraaf Oost deelgebied 1 t/m 3, rekenjaar 2024. Verschilberekening ten behoeve van bestemmingsplan.

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RqVkM1jpU3gB 13 mei 2022, 11:42 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar 2024 2024

Resultaten

Hoogste depositie Hexagon 6.593,40 mol/ha/j 4607830 6.593,40 mol/ha/j 4607830 0,00 ha 12.982,73 ha 0,00 mol/ha/j 0,15 mol/ha/j

Situatie 1 - Referentie Beoogde situatie - Beoogd Situatie 1 - Referentie Beoogde situatie - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RqVkM1jpU3gB (13 mei 2022)

Emissie NH3 339,0 kg/j 23,7 kg/j

Emissie NOx 2.236,4 kg/j Gebied Veluwe Veluwe

2/9

Projectberekening

Beoogde situatie (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 Industrie | Overig | Deelgebied 1

Emissie NH3 -

Emissie NOx 551,0 kg/j

2 Industrie | Overig | Deelgebied 2+3

-

1.000,3 kg/j

23,7 kg/j

685,1 kg/j

 Verkeersnetwerk

RqVkM1jpU3gB (13 mei 2022)

3/9

Projectberekening

Situatie 1 (Referentie), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 Landbouw | Landbouwgrond | Deelgebied 1

Emissie NH3 Emissie NOx 137,2 kg/j -

2 Landbouw | Landbouwgrond | Deelgebied 2

21,2 kg/j

-

3 Landbouw | Landbouwgrond | Deelgebied 3

180,6 kg/j

-

RqVkM1jpU3gB (13 mei 2022)

4/9

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

2 km Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn

Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RqVkM1jpU3gB (13 mei 2022)

5/9

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Beoogde situatie" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal Per gebied

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

12.982,73 3.206,86

Veluwe (57) 12.890,45 3.206,86 Rijntakken 92,28 2.317,09 (38)

0,00

0,00 0,00

0,00

0,00 0,00

12.982,73 0,15

12.890,45 0,09 92,28 0,15

Onderstaand is een overzicht opgenomen van alle Natura 2000-gebieden (binnen de maximale rekenafstand van 25 km) waar in de "Beoogde situatie" een bijdrage groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend, maar waar in de "Projectberekening" (=verschilberekening) geen toe- of afname is berekend. Het effect vanuit de "Projectberekening" op deze gebieden is daarmee 0,00 mol/ha/jaar. Binnenveld Kolland & Overlangbroek

RqVkM1jpU3gB (13 mei 2022)

6/9

Projectberekening

Beoogde situatie, Rekenjaar 2024 1 Industrie | Overig Naam Deelgebied 1 Uittreedhoogte Wijze van ventilatie Niet geforceerd Warmteinhoud Temporele Variatie Standaard Profiel Industrie

10,0 m 0,280 MW

NOx

551,0 kg/j

10,0 m 0,280 MW

NOx

1.000,3 kg/j

2 Industrie | Overig Naam Deelgebied 2+3 Uittreedhoogte Wijze van ventilatie Niet geforceerd Warmteinhoud Temporele Variatie Standaard Profiel Industrie

RqVkM1jpU3gB (13 mei 2022)

7/9

Projectberekening

Situatie 1, Rekenjaar 2024 1 Landbouw | Landbouwgrond Naam Deelgebied 1 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Meststoffen

Uittreedhoogte Warmteinhoud

0,5 m 0,000 MW

NH3

Type

137,2 kg/j

Stof

Mestaanwending: dierlijke mest

NOx NH3

Emissie

0,0 kg/j 137,2 kg/j

2 Landbouw | Landbouwgrond Naam Deelgebied 2 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Meststoffen

Uittreedhoogte Warmteinhoud

0,5 m 0,000 MW

Type

NH3

21,2 kg/j

Stof

Organische processen

Emissie

NOx NH3

0,0 kg/j 21,2 kg/j

3 Landbouw | Landbouwgrond Naam Deelgebied 3 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Meststoffen

Type

Uittreedhoogte Warmteinhoud

Mestaanwending: dierlijke mest

0,5 m 0,000 MW

NH3

180,6 kg/j

Stof

NOx NH3

Emissie

0,0 kg/j 180,6 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

RqVkM1jpU3gB (13 mei 2022)

8/9

Projectberekening

Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.5_20220328_855771c674 Database versie 2021.0.5_855771c674 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RqVkM1jpU3gB (13 mei 2022)

9/9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12537383/1