CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Zienswijzennota

Raadsvergadering 11 december 2025, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: TAM-omgevingsplan 'Cuneraweg-Heuningstraat, Ochten’1.505 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ZIENSWIJZENNOTA Ontwerp TAM-omgevingsplan “Cuneraweg-Heuningstraat, Ochten” 28 oktober 2025

1

Zienswijzennota ontwerp TAM-omgevingsplan ‘Cuneraweg-Heuningstraat, Ochten” 1. Inleiding Het TAM-omgevingsplan ‘Cuneraweg-Heuningstraat, Ochten’ is voorbereid om de realisatie van een bedrijfshal mogelijk te maken. 2. Ontwerp TAM-omgevingsplan Het ontwerp TAM-omgevingsplan ‘Cuneraweg-Heuningstraat, Ochten’ heeft ingevolge de procedure als bedoeld in artikel 16.26 van de omgevingswet, in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van 17 juli 2025 tot en met 28 augustus 2025 ter inzage gelegen bij het Omgevingsloket in het gemeentehuis en was tegelijkertijd raadpleegbaar via de gemeentelijke website en via www.ruimtelijkeplannen.nl. De ter inzagelegging is bekend gemaakt in Hét Gemeentenieuws en de Staatscourant van woensdag 16 juli 2025, en op de gemeentelijke website, waarbij eenieder in de gelegenheid is gesteld mondeling of schriftelijk zijn/haar zienswijze omtrent het ontwerp TAMomgevingsplan binnen de termijn kenbaar te maken. 3. Zienswijzen Van de mogelijkheid tot het kenbaar maken van een schriftelijke zienswijze is gebruik gemaakt door: A. “Van der Feltz advocaten N.V.” namens “Vabeog” Er zijn geen mondelinge zienswijzen naar voren gebracht. 4. Inhoudelijke behandeling van de zienswijzen In dit hoofdstuk wordt de ingediende zienswijze A besproken. A. Indiener 1 De pro-forma zienswijze is ingediend op 27 augustus 2025.

Aanvullingen hierop zijn 10 september 2025 ingediend. De ingediende zienswijze is op hoofdlijnen in te delen in vier verschillende onderdelen: 1. Meewegen van het belang van de indiener; 2. Negatieve effecten met betrekking tot geluidsoverlast; 3. Negatieve effecten op de verkeerssituatie; 4. Alternatief foerageergebied voor steenuilen. Onderstaand zullen de vier onderdelen beantwoord worden. 1. Meewegen van het belang van de indiener Indiener stelt dat de raad op grond van artikel 3.4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af dient te wegen, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit. In beginsel moeten dus alle relevante belangen die door het besluit zullen worden geraakt bij het besluit worden meegenomen. Gesteld wordt dat de belangen van indiener in het geheel niet zijn meegenomen, Gesteld wordt dat de gemeente lange tijd op de hoogte is van-, en betrokken is bij de plannen van indiener om woningbouw te realiseren op de ontwikkellocatie ‘Triangel’ nabij het plangebied. Nergens uit de toelichting blijkt dat er een belangenafweging is gemaakt ten aanzien van de belangen die spelen in het kader van deze beoogde woningbouwontwikkeling.

Er wordt gesteld dat het realiseren van een bedrijfshal een concentratie van bedrijfsactiviteiten met zich meebrengt en dat dit vanzelfsprekend nadelige gevolgen zal hebben voor de beoogde ontwikkelingen op locatie van de indiener. Beantwoording: Conform artikel 3.4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn alle belangen van rechtstreeks betrokkenen afgewogen. De ontwikkellocatie is gelegen op ruim 110 meter van het plangebied. Op het perceel wordt een reguliere agrarische functie met bouwvlak toegevoegd, in lijn met wat elders binnen de agrarische functie is toegestaan. De beoogde bedrijfsvoering is passend onder deze functie. Hiervoor wordt vanuit de VNG-brochure een richtafstand van 30 meter aangehouden. Op basis van de toelichting kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling geen negatieve effecten heeft op percelen die ruim dichterbij liggen dan de gronden van indiener. Hiermee is voldoende aannemelijk gemaakt dat er geen negatieve effecten worden verwacht op gronden van indiener.

2. Negatieve effecten op de verkeerssituatie Indiener stelt dat de realisatie van het basisstation ter vergroting van de bedrijfsvoering zal zorgen voor een vergroting van de belasting van de verkeersvoorzieningen rondom het perceel, omdat de bedrijfshal niet enkel voorziet in opslagruimte, maar ook dient ter accommodatie van de groeiende dagelijkse bedrijfsactiviteiten. Indiener wijst erop dat voorzien wordt in een kantine- en sanitaire gelegenheid voor personeel. Gesteld wordt dat dit de druk op de wegen rondom het plangebied doet toenemen, nu er meer verkeersbewegingen van personeel op de wegen rondom het plangebied zullen plaatsvinden. Tevens wordt gesteld dat er rekening moet worden gehouden met een grotere druk op de parkeervoorzieningen rondom het plangebied. Daarnaast stelt indiener dat het aantal verkeersbewegingen van zware voertuigen op de wegen rondom het plangebied toeneemt, vanwege de opslag van de gerooide bomen en de distributie hiervan vanuit deze locatie. Deze toename van het gebruik van wegen door zware voertuigen heeft effect op de doorstroom van het verkeer. Beantwoording: De gronden van indiener zijn gelegen op ruim 110 meter van het plangebied. Gelet op deze afstand is niet op voorhand aannemelijk dat de leefomgeving op gronden van indiener door het besluit rechtstreeks wordt geraakt.

Dit geldt te meer nu niet is gebleken dat de ontwikkeling zal leiden tot een aanmerkelijke toename van verkeersbewegingen ten opzichte van de bestaande situatie. In de toelichting is een onderbouwing gegeven waaruit blijkt dat de vervoersbewegingen naar de bedrijfslocatie verminderen door voorgenomen ontwikkeling. Zware voertuigen kunnen door de voorgenomen ontwikkeling op eigen perceel gestald worden, waardoor deze niet tweemaal daags naar – en van – de bestaande bedrijfslocatie vervoerd moeten worden. Tevens vindt er reeds boomteelt plaats op dit perceel, wat maakt dat er een bestaande mate van verkeersbewegingen als gevolg van de teelt is. Dit zal met voorgenomen ontwikkeling niet toenemen. Maar zelfs als dit wel het geval is, wordt ontsloten op grote wegen en zal dat hooguit leiden tot een beperkte toename op de Cuneraweg en de Heuningstraat. De beperkte toename zal geen ‘ruimtelijk effect’ hebben op de wegen en omgeving. Er is rekening gehouden met de verkeersveiligheid door het inpassen van een eenrichtingsweg op eigen perceel, waardoor voertuigen veilig kunnen in- en uitrijden. Ook wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein voor personeel. Dit wordt bij een bouwaanvraag tevens getoetst aan de ‘Parapluregeling Parkeren’, zoals ook in de toelichting wordt benoemd.

Daarnaast is er geen verkeerskundige analyse of objectief stuk overlegd waaruit blijkt dat de grond van indiener nadelige gevolgen van enige betekenis ondervindt van het planologisch mogelijk maken van het basisstation. Ook voor wat betreft de gestelde parkeerdruk geldt dat niet aannemelijk is gemaakt dat de parkeersituatie zodanig verandert dat dit invloed heeft op de gebruiksmogelijkheden of het woon- en leefklimaat op gronden van indiener. 3. Negatieve effecten met betrekking tot geluidsoverlast Indiener stelt dat de toename van het gebruik van wegen rondom het plangebied door zware voertuigen kan zorgen voor geluidsoverlast bij (toekomstige) omliggende woningen. Hiermee is geen rekening in de besluitvorming. Beantwoording: Het perceel wordt ontsloten via bestaande wegen. In de toelichting wordt onderbouwd dat het aantal verkeersbewegingen afneemt ten opzichte van de huidige situatie. Op grond van de VNG-brochure geldt een afstand van 30 meter. Hier is de afstand minimaal 3 keer zo groot. Daarom is de vrees voor geluidsoverlast ongegrond. 4. Alternatief foerageergebied voor steenuilen Indiener stelt dat de gemeente Neder-Betuwe in het verleden heeft verzuimd om te voorzien in alternatief foerageergebied voor de nabij het plangebied levende steenuilen, zoals recent door de rechtbank Gelderland is vastgesteld.

Het ontwikkelgebied Triangel is hierdoor essentieel leefgebied voor de steenuil verworden. Om dit verzuim uit het verleden te herstellen, zal alsnog alternatief foerageergebied moeten worden gerealiseerd. Het is volgens indiener niet uitgesloten dat onderhavig plangebied nodig is om in te zetten als foerageergebied. Zolang niet duidelijk is waar alternatief foerageergebied kan worden gerealiseerd, met het oog op het alsnog kunnen realiseren van de woningbouwlocatie Triangel, ligt het volgens indiener onverminderd de overige bezwaren niet voor de hand om medewerking te verlenen aan het voorliggende initiatief. Beantwoording: De uitspraak omtrent een alternatief foerageergebied voor de nabij het plangebied levende steenuilen heeft betrekking op een ander project en plangebied, te weten de woningbouwlocatie Triangel. Het onderhavig initiatief staat juridisch en planologisch los van dat project en voorziet in een toevoeging van een agrarische bedrijfshal op een perceel waar reeds agrarische productie plaatsvindt. In het kader van de aanvraag is beoordeeld of er sprake is van negatieve effecten op beschermde soorten of gebieden. Uit deze toetsing is

niet gebleken dat het plangebied functioneert als essentieel foerageergebied voor de steenuil, noch dat hier sprake is van een vaste rust- of verblijfsplaats. Ook is niet onderbouwd of aannemelijk gemaakt dat het perceel zodanig ecologisch verbonden is het met leefgebied rondom Triangel dat dit plangebied noodzakelijk is voor compensatie. Tevens is de impact van voorliggende ontwikkeling in relatie tot de omgeving dusdanig beperkt dat de mogelijkheid tot compensatie van het foerageergebied niet wordt ontnomen. De stelling dat het perceel mogelijk in de toekomst nodig zou kunnen zijn als compensatiegebied betreft een hypothetische situatie die op dit moment niet aan de orde is, Het plangebied heeft geen aangewezen natuurfunctie of ecologische status en is planologisch niet als compensatiegebied vastgelegd. Bovendien geldt dat een eventueel besluit over de compensatie van foerageergebied bij het project Triangel geen juridische blokkade vormt voor het nemen van een besluit over het onderhavige initiatief, zolang dit project zelfstandig voldoet aan de geldende ecologische en ruimtelijke voorwaarden. 5. Aanpassing aan het TAM-omgevingsplan Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen zijn geen aanpassingen aan het TAM-omgevingsplan doorgevoerd. 6. Conclusie Naar aanleiding van bovengenoemde overwegingen hebben wij besloten om het TAM-omgevingsplan ongewijzigd vast te stellen.

Bijlagen 1. Zienswijze

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16190689/1