Bijlage 2 - Zienswijzennota
Tekst van het document
ZIENSWIJZENNOTA Ontwerp TAM-omgevingsplan ‘IJzendoorn, Keizerstraat 24’ (Hoofdstuk 22b Omgevingsplan Neder-Betuwe)
Oktober 2025
1
Zienswijzennota ontwerp TAM-omgevingsplan ‘IJzendoorn, Keizerstraat 24’
1. Inleiding Het TAM-omgevingsplan ‘IJzendoorn, Keizerstraat 24’ is voorbereid ten behoeve van de bouw van 5 woningen tussen de Keizerstraat, Dorpsstraat en de Cockenhofstraat te IJzendoorn. 2. Ontwerp TAM-omgevingsplan Het ontwerp TAM-omgevingsplan ‘IJzendoorn, Keizerstraat 24’ heeft ingevolge het bepaalde in artikel 16.30 van de Omgevingswet van 4 juni tot en met 17 juli 2025 ter inzage gelegen bij de receptie in het gemeentehuis en was tegelijkertijd raadpleegbaar via het Omgevingsloket. De ter inzage legging is bekend gemaakt in Hét Gemeentenieuws en het Gemeenteblad van Neder-Betuwe van 3 juni 2025, waarbij een ieder in de gelegenheid is gesteld mondeling of schriftelijk zijn/haar zienswijze omtrent het ontwerp TAM-omgevingsplan binnen de termijn kenbaar te maken. 3. Zienswijzen Van de mogelijkheid tot het kenbaar maken van een zienswijze is gebruik gemaakt door: A. Gezamenlijke zienswijze, ondertekend door bewoners van: -Dorpsstraat 4, 4053 HN IJzendoorn -Dorpsstraat 2, 4053 HN IJzendoorn -Keizerstraat 19, 4053 HH IJzendoorn -Dorpsstraat 5, 4053 HL IJzendoorn -Dorpsstraat 7, 4053 HL IJzendoorn -Dorpsstraat 9, 4053 HL IJzendoorn -Dorpsstraat 11, 4053 HL IJzendoorn -Dorpsstraat 12, 4053 HN IJzendoorn -Dorpsstraat 18, 4053 HN IJzendoorn -Smidstraat 31, 4053 HR IJzendoorn -Cockenhofstraat 22, 4053 HP IJzendoorn -Cockenhofstraat 20, 4053 HP IJzendoorn B. Van Westreenen B.V.
Scherpenzeelseweg 11, 6741 LX Lunteren, namens V.O.F. K. Willemsen en D.W. Willemsen, Keizerstraat 19A, 4053 HH IJzendoorn. Er zijn geen mondelinge zienswijzen ingediend. Daarnaast heeft de provincie Gelderland bij mail van 16 juni 2025 aangegeven dat de provinciale belangen goed zijn meegenomen en dat geen zienswijze wordt ingediend. Met het Waterschap is voorafgaand aan de formele ontwerp-procedure overleg gevoerd. Op een eerder concept zijn opmerkingen gemaakt welke vervolgens naar tevredenheid van het waterschap zijn verwerkt. Het waterschap heeft dan ook geen zienswijze ingediend. De voorliggende zienswijzennota is geanonimiseerd voor wat betreft zienswijze A. Deze zienswijze is ook (vertrouwelijk) niet-geanonimiseerd aan de gemeenteraad aangeboden, aangezien het voor een goede belangenafweging noodzakelijk is om kennis te hebben over alle informatie. 4. Inhoudelijke behandeling van de zienswijzen De inhoud van de zienswijzen worden per zienswijze in samengevatte vorm weergegeven. Daarna zal er per zienswijze een inhoudelijke beantwoording worden gegeven en vervolgens volgt het voorstel of en op welke wijze dit eventueel leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. Voor zover er discussie zou bestaan over de samenvatting is van belang te vermelden, dat bij de beoordeling uiteraard de hele zienswijze is meegewogen, niet alleen de samenvatting.
4.1 Behandeling individuele zienswijzen Ad A 1. Zienswijze Niet alle omwonenden zijn benaderd. De huidige bewoners van Dorpsstraat 4 wonen er pas vanaf juli 2024. 2
De initiatiefnemer heeft aan verschillende omwonenden toegezegd dat het om maximaal 3 woningen zou gaan en niet 5 zoals nu in het ontwerp opgenomen. Voorts is er een hoge haag langs de Dorpsstraat toegezegd. Er is geen draagvlak voor dit plan, 5 woningen doet afbreuk aan de landelijkheid van dit gedeelte van IJzendoorn. 2. Spuitzone Er worden binnen de spuitzone woningen, tuinen en parkeervoorzieningen gerealiseerd hetgeen betekent dat niet voor iedere bewoner een veilige woonomgeving wordt gecreëerd. 3. Aanplanting groen en groenbeheer De aanplantplicht kent een termijn van twee jaar na de bouw van de woningen en dat is te lang. Er is geen instandhoudingsplicht opgenomen. Opnemen van een verbod om bestaande bomen en struweel te kappen. 4. Waterbeheer Waterberging is niet concreet uitgewerkt. Dit heeft ook te maken met de hoogte van het terrein (opgehoogd?). 5. Parkeren Parkeervoorzieningen zijn onvoldoende geborgd. Als de Nota parkeernormen in de toekomst verandert, is in het plangebied onvoldoende ruimte voor meer parkeerplaatsen. 6. Plangebied algemeen Het plangebied is niet groot genoeg voor 5 woningen met bijbehorende waterberging, landschappelijke inpassing en beplantingsplan. Er ontbreekt een plan inzake licht. Er moet voorkomen worden dat er een extra uitgang ontstaat ter plaatse van de ondergrondse afvalcontainer aan de Dorpsstraat.
Voorkomen moet worden dat geen overlast ontstaat doordat deze container meer gebruikt gaat worden (meer ledigingen organiseren). Evenementen zijn niet wenselijk binnen de functie ‘Groen – landelijk groen’. 7. Bouw Gaarne geen gebruik maken van heien bij de bouw. 8. Aansprakelijkstelling Gemeente wordt aansprakelijk gehouden voor schade waaronder waardevermindering, daarom wordt reeds nu een aanspraak gemaakt op nadeelcompensatie. 9. Informatievoorziening / Woo-verzoek Vraag naar meer duidelijkheid over enkele onderwerpen. Overwegingen n.a.v. zienswijze Wij zullen in het navolgende op de inhoudelijke zienswijzen een reactie geven. 1. Zienswijze De initiatiefnemer heeft bij de start van het proces de direct omwonenden benaderd en hiervan verslag gedaan. Na de publicatie van de kennisgeving ex. art. 16.29 Omgevingswet (nov 2024) hebben zich nog meer omwonenden gemeld, ook daar heeft de initiatiefnemer contact mee gezocht om uitleg te geven over de plannen. In onze optiek kan van een initiatiefnemer niet worden verwacht dat deze gedurende het hele planproces bijhoudt welke wisselingen in eigenaarschap van omliggende percelen er plaatsvindt. Naar eigen zeggen heeft de initiatiefnemer nooit gesproken (en zeker geen toezegging daaromtrent gedaan) over maximaal 3 woningen.
Het plan met een blokje van 3 woningen en een tweekapper is gedurende het traject van de omgevingsdialoog, en ook nadien, nooit gewijzigd. Voorts is er ook geen sprake van een toezegging voor een hoge haag langs de Dorpsstraat, wel is er door de initiatiefnemer de toezegging gedaan om de bestaande haag aan de zuidzijde van het perceel te handhaven. Deze staat ook als zodanig ingetekend op de inrichtingsschets. Een hoge haag langs de Dorpsstraat is overigens ook stedenbouwkundig ongewenst. We willen dit bouwplan, dat een landelijke en dorpse uitstraling heeft, niet ‘verstoppen’ achter nieuwe hoge
3
beplanting, maar vanaf de Keizerstraat de uitstraling van een toegankelijk erf laten zien. Een opzet met hoge hagen draagt ook niet bij aan een goed gevoel van sociale veiligheid. Voor wat betreft de privacy van de bewoners aan de Dorpsstraat merken wij op dat de bestaande groenstrook intact blijft; bovendien zijn de nieuwe woningen als een hofje ontworpen, zodanig dat aan de Dorpsstraat geen voorgevels en voortuinen zijn gesitueerd. Richting de Dorpsstraat zijn uitsluitend de achtertuinen geprojecteerd. Voor wat betreft het aantal woningen zijn wij van mening dat het perceel groot genoeg is voor 5 woningen en bijbehorende voorzieningen (tuinen, groen, parkeren, waterberging). Dit doet, mede door de gekozen hofjes- en erfstructuur, geen afbreuk aan het landelijke en dorpse karakter van (dit gedeelte van) IJzendoorn. Op de kaart en luchtfoto is te zien dat de dichtheid van bestaande bebouwing niet wezenlijk afwijkt van de invulling van dit plangebied. Ook de differentiatie in woningtypen (vrijstaande woningen, tweekappers, ruitjeswoningen) is overeenkomstig. Gelet hierop zijn wij niet voornemens te komen tot een andere invulling van het plan. 2. Spuitzone Uitgangspunt voor de planvorming is een afstand van 50m tussen bestemmingen waar gebruik kan worden gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen en gevoelige functies. De 50m afstand is het resultaat van jurisprudentie.
Ook de vraag wat onder gevoelige functies dient te worden verstaan, kan grotendeels op basis van jurisprudentie (of een interpretatie daarvan) worden ingevuld. Gevoelige functies betreffen in elk geval gebouwen of terreinen waar langdurig (dezelfde) mensen (kunnen) verblijven, zoals woningen (met achtertuinen), scholen, kantoren, ziekenhuizen e.d.. Het feit dat op een bepaalde plek veelvuldig mensen kunnen verblijven, maakt dit nog niet per definitie een gevoelige functie (ECLI:NL:RVS:2025:1995). Er worden binnen de spuitzone van 50m vanaf de percelen ten noorden van de Keizerstraat geen woningen of bijbehorende achtertuinen gerealiseerd. Hier is in het ontwerp rekening mee gehouden, zie hiervoor de impressie van de toekomstige situatie op blz. 10 van de motivering. Een parkeerplaats of de bestemming ‘Groen’ is in onze optiek geen gevoelige functie waar langdurig mensen verblijven (vergelijk bijv. met wegen, fietspaden, trottoirs). Zie hiervoor ook bijvoorbeeld uitspraak ECLI:NL:RVS:2020:869 van de Raad van State. Hoewel in juridische zin dit dus ook geldt voor speelvoorzieningen kunnen wij ons voorstellen dat dit soort voorzieningen niet nieuw wordt aangelegd binnen een spuitzone. Wij stellen derhalve voor deze mogelijkheid uit het plan te verwijderen. Voorstel: Op het inrichtingsplan (bijlage 1 bij de motivering en de regels) en blz.
10 van de motivering de S (ruimte voor een speelelement) verwijderen. 3. Aanplanting groen en groenbeheer In tegenstelling tot wat de zienswijze veronderstelt, is het inrichtings- en beplantingsplan geen suggestie voor de inrichting maar een voorgeschreven eis conform art. 5.5.1 onder a. Hierin is ook de instandhouding geregeld. De termijn van twee jaar die wordt aangehouden is een vrij gebruikelijke die enige flexibiliteit geeft bij de daadwerkelijke ontwikkeling en ook de mogelijkheid biedt een plan gefaseerd uit te voeren. Het betreft overigens niet een termijn van twee jaar na de bouw van de woningen, maar twee jaar nadat een omgevingsvergunning voor de bouw onherroepelijk is geworden! Bedacht moet worden dat na een onherroepelijke omgevingsvergunning het bouwen (en wellicht zelfs de aanbesteding daarvan) nog moet starten. De bestaande bomen en struweel buiten het plangebied blijft in beheer bij de gemeente. Een verbod op het verwijderen van dit groen is niet aan de orde, hiervoor geldt wat voor al het openbaar groen geldt dat in beheer is bij de gemeente (en waarvoor bestekken zijn gemaakt). 4. Waterbeheer Voor ieder bouwplan geldt dat de toename van verharding moet worden gecompenseerd met waterhuishoudkundige voorzieningen (waterberging).
Belangrijk hierbij is dat de uiteindelijke inrichting/vormgeving via een procedure bij het waterschap wordt doorlopen, de watervergunning. Het omgevingsplan moet voldoende ruimte en juridische mogelijkheden bevatten om deze watervergunning uit te voeren. Ook in dit geval is samen met het waterschap gekeken naar wat er nodig is, dit is verwoord in paragraaf 4.1 van de motivering. Hier is ook een berekening opgenomen van de toename van verharding door bouwwerken en extra verharding / halfverharding en de ruimte die nodig is voor de waterbergingsvoorzieningen/wadi’s. Dit ook vanuit de eisen vanuit de waterschapsverordening die uitgangspunten hanteert van een toename van verharding bij de verschillende toegepaste woningtypen.
4
Of er sprake is van ophoging van het terrein en op welke hoogte de fundering komt, is nu nog niet duidelijk. Dit zijn aspecten die bij de volgende fase in de civiele uitwerking duidelijk worden en onderdeel zijn van de procedure omgevingsvergunning. Ook dan is er overleg met het waterschap om de exacte maatregelen te bepalen. 5. Parkeren Er geldt bij bouwplannen in z’n algemeenheid als uitgangspunt dat op eigen terrein wordt voorzien in de benodigde parkeerbehoefte (zie in dit geval de motivering onder paragraaf 5.4). Het aantal parkeerplaatsen is daarop afgestemd, niet op het feit dat er aan de Dorpsstraat te weinig parkeerplaatsen zouden zijn. De realisering en tevens de instandhouding van voldoende parkeerplaatsen is geregeld in artikel 5.5.2 en wordt getoetst bij de aanvraag omgevingsvergunning. In het voorliggende plangebied is er voldoende ruimte om in de eigen parkeerbehoefte te voorzien. Het is niet zo dat bij een eventuele toekomstige aanpassing van de Nota Parkeernormen het hele bestaande stedelijk gebied wordt gescreend op de nieuwe normen. Dat laat onverlet dat ons college bij aantoonbare parkeerproblemen altijd serieus zal kijken naar mogelijke oplossingen. 6.
Plangebied algemeen Wij bestrijden dat het plangebied onvoldoende ruimte biedt voor 5 woningen en de bijbehorende voorzieningen, zoals landschappelijke inpassing, waterbergingsvoorzieningen en parkeerplaatsen. Zoals op de verbeelding en de inrichtingstekening is te zien past een en ander prima en is bovendien veel ruimte gereserveerd voor een goede landschappelijke inpassing. De woningen en bijbehorende tuinen hebben een maatvoering die qua oppervlakte vrij gebruikelijk is en ook In IJzendoorn passend is. In onze optiek wordt met de hofjes-structuur en de bijbehorende groen en beplanting een aantrekkelijk woon- en leefklimaat gecreëerd die door haar openbaar karakter ook een toegevoegde waarde is voor de omgeving. Ook is er in onze optiek voldoende ruimte voor parkeerplaatsen en waterberging gereserveerd (zie hiervoor tevens de beantwoording onder de punten 4 en 5). Licht is in onze optiek geen issue bij deze ontwikkeling. Een woonfunctie levert op zich (anders dan bij bijvoorbeeld een bedrijventerrein) geen wezenlijke toename op van verlichting, temeer daar het huidige perceel al een woonbestemming heeft. Daar komt bij dat het perceel al een vrij robuuste bestaande groenafscherming kent.
Voor wat betreft auto’s kan in dit verband nog worden vermeld dat de parkeerkoffer is ontworpen met haagjes zodat licht wordt afgeschermd en bovendien is de in-/uitrit geprojecteerd op de Keizerstraat, waar geen bestaande bebouwing/functies aanwezig zijn die last zouden kunnen hebben van inschijnende koplampen. Ook het gevaar van een extra uitgang nabij de ondergrondse vuilcontainer zien wij niet in. De bestaande groenstructuur, in beheer bij de gemeente, voorkomt dit al en dit wordt t.z.t. nog versterkt door de aan te leggen, en in stand te houden, hagen. In dat opzicht is er in de nieuwe situatie meer garantie dat er geen extra uitgang ontstaat dan nu. Onze verwachting is dat een vijftal extra woningen geen problemen oplevert voor de capaciteit van de ondergrondse vuilcontainer en is een verhoging van de ledigingsfrequentie niet op voorhand nodig. Mochten er signalen komen dat dit in de praktijk wel tot problemen leidt, zullen wij uiteraard de frequentie verhogen. De regeling voor evenementen in de functie ‘Groen – Landelijk groen’ is een standaardregeling in de ruimtelijke plannen voor de kernen. In het geldende plan is deze ook opgenomen, maar dan in een groter gebied omdat daarin de bestemming ‘Groen – Landelijk groen’ groter is.
Omdat de bestemming (en inrichting) in dit postzegelplan zo klein/beperkt is dat een evenement praktisch gezien niet of nauwelijks mogelijk is, kan deze mogelijkheid hier vervallen. Voorstel: regeling voor evenementen cf. art. 4.2c. van de regels laten vervallen. 7. Bouw Schade als gevolg van bouwwerkzaamheden ligt bij de bouwer/ontwikkelaar en is geen onderwerp dat in de wijziging van het omgevingsplan een plek hoort te krijgen. Dit is bovendien een privaatrechtelijk aspect, de gemeente is daar geen partij in. De wijze van uitvoering van werkzaamheden krijgt een vervolg bij de vergunningverlening. 8. Aansprakelijkstelling Zoals onder het vorige punt al is gememoreerd, is de bouwer t.z.t. aansprakelijk voor eventuele schade die tijdens de bouw optreedt. Voor wat betreft nadeelcompensatie, dit is een procedure die op zich los staat van de procedure wijziging omgevingsplan. Indien iemand meent nadeel te hebben als gevolg van een besluit over een ruimtelijk plan zoals een omgevingsplan of een omgevingsvergunning, kan hiervoor te zijner tijd een verzoek tot nadeelcompensatie worden ingediend. De gemeente kan op dit moment (nog) geen aanvragen voor nadeelcompensatie in behandeling nemen, dit is pas aan de orde indien er sprake is van onherroepelijke omgevingsvergunning(en) op basis van dit omgevingsplan. 5
9. Informatievoorziening / Woo-verzoek Er wordt gevraagd naar informatie over de volgende onderwerpen: -Parkeren en Nota Parkeernormen: zie beantwoording onder punt 5 en de bijbehorende planregels in de wijziging van het omgevingsplan. -Groenbeheer: zie beantwoording onder punt 3. -Waterbeheer/waterberging en berekening m.b.t. verharding: zie de beantwoording onder punt 4 en de paragraaf over de weging van het waterbelang in de motivering van de wijziging van het omgevingsplan. -Aansluiting van de bouwhoogte van 8m op de omgeving: Er is in de regels aangesloten op de huidige maatvoering die op het perceel Keizerstraat 24 geldt: een goothoogte van 3m en een hoogte van max. 8m. Hiermee wordt bewerkstelligd dat de woningen worden gebouwd in een landelijke vorm van 1 laag met kap. In de directe omgeving van het perceel Keizerstraat 24 is sprake van een zeer divers patroon van goot- en bouwhoogtes. Deze zijn voor een deel (oost- en zuidzijde) hoger dan wat nu op Keizerstraat 24 wordt toegestaan (veelal goothoogte 6m//bouwhoogte 9m), terwijl deze aan de westzijde iets lager zijn (goothoogte 3m/bouwhoogte 7m). -Plannen binnen de spuitzone: zie hiervoor de beantwoording onder punt 2. Bovenstaande punten zijn ook reeds separaat in een brief aan de indiener van de zienswijze medegedeeld.
Ad B Zienswijze B is op 17 juli 2025 ingediend als pro forma zienswijze waarbij is gevraagd een redelijke termijn te stellen voor aanvulling van de inhoudelijke gronden. De gemeente heeft daartoe de termijn verlengd tot en met 31 juli 2025. De aanvulling is door de gemeente ontvangen op 29 juli per mail en op 30 juli per post. Pro forma zienswijze 17 juli 1. Mogelijke gevolgen voor bedrijfsvoering. Door de komst van geurgevoelige functies (woningen) bestaat de vrees voor klachten en mogelijke beperkingen voor het bedrijf (gevolgen voor vergunningen en milieuruimte). Er kunnen gevolgen zijn voor de rechtspositie en de continuïteit van de bedrijfsvoering. Zorgen omtrent de ruimtelijke en milieuhygiënische afstemming tussen de beoogde woonontwikkeling en de agrarische functie. Aanvulling 30 juli 2. Planontwikkeling heeft gevolgen voor de bedrijfsvoering. Onduidelijk zijn de gevolgen voor de gebruiks- en exploitatiemogelijkheden van de vleeskalverenhouderij. Omdat binnen de geurcontour van het agrarisch bedrijf wordt gebouwd heeft dit gevolgen voor de bedrijfsvoering. De geurvisie en de geurverordening van de gemeente zijn onverkort van toepassing bij ontwikkelplannen van de veehouderij. Omgekeerd zijn ruimtelijke ontwikkelingen binnen de invloedssfeer van de veehouderij niet toegestaan.
Een geurbelasting groter dan 2 ouE/m3 op de bebouwde kom is niet aanvaardbaar, wat in dit plan wel gebeurt met een hoogste geurbelasting van 5,8 oue/m3 op de nieuw te bouwen woningen. 3. Geurbelasting in de regels In de bouwregels (5.12.2) is opgenomen wat de maximale geurbelasting is op de nieuw te bouwen woningen. Vermoed wordt dat de hier opgenomen geurbelasting is gebaseerd op het geuronderzoek met V-stacks berekeningen uit de vigerende vergunning. Het is niet duidelijk of deze V-stacks berekening is geactualiseerd aan de hand van de meest recente handleiding van de V-stacks vergunning. Ook is onduidelijk welke vergunning is gebruikt voor de berekening (jaartal, kenmerk ontbreken). Niet kan worden gesteld dat met het vastleggen van de voorgrondbelasting dat het bedrijf niet in haar uitbreidingsmogelijkheden wordt beperkt. Er is geen marge aangehouden als er toch sprake is van een andere interpretatie van de invoerwaardes van de V-stacks berekening. Ook is onduidelijk wat de gevolgen zijn op het moment de resultaten van de V-stacks berekening wijzigen als gevolg van actualisatie. 4. Milieukwaliteit. Uit de beoordeling van de milieukwaliteit blijkt dat er sprake is van een ‘tamelijk slecht’ woon- en leefklimaat (achtergrondgeurbelasting). In het geuronderzoek wordt nauwelijks onderbouwd dat dit aanvaardbaar is.
Er wordt verwezen naar een klachtenhistorie (geen klachten) en dat het daarom aanvaardbaar is.
6
Dit kan niet als onderbouwing gebruikt worden, omdat de woningen nog moeten worden gebouwd en dit subjectief is. De nieuwe woningen komen te liggen in de bebouwde kom waar een ‘tamelijk slecht’ woon- en leefklimaat niet passend is. De waardes voor geur zijn vastgelegd in het plan om te voldoen aan de regelgeving. Dergelijke waardes kunnen geen stand houden omdat niet is onderbouwd dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In de geurverordening is dit onderzoek wel uitgevoerd en zijn daar de gestelde geurnormen aan gekoppeld (2 ouE/m3 98-percentiel voor de bebouwde kom en 4,5 ouE/m3 98percentiel voor de uitbreidingswijken). De nu gehanteerde geurbelasting is onacceptabel en strijdig met het eigen beleid. Overwegingen n.a.v. zienswijze Wij zullen in het navolgende op de inhoudelijke zienswijzen een reactie geven. 1. Mogelijke gevolgen voor bedrijfsvoering. In onze optiek heeft het voorliggende woningbouwplan geen gevolgen voor de huidige bedrijfsvoering. Voor de huidige gebruiks- en exploitatiemogelijkheden wordt verwezen naar de milieuvergunning van het bedrijf. Dat laat zien wat er op deze locatie aan activiteiten mogelijk is en onder welke voorwaarden, mede in het licht van de geurbelasting op nabij gelegen geurgevoelige objecten en de daarvoor getroffen geurbelastingreducerende maatregelen.
De geurnormen die zijn opgenomen voor beide bouwvlakken voor de nieuwe woningen zijn afgestemd op de huidige maximale geurbelasting die op basis van de milieuvergunning kan worden geproduceerd. In die zin kan worden gesteld dat voor wat betreft de nieuwe woningen de norm is afgestemd op de bestaande situatie. De ontwikkeling van dit plan heeft geen gevolgen voor de huidige milieuvergunning. Uiteraard kan de gemeente niet voorkomen dat klachten worden ingediend, zowel van bestaande danwel nieuwe bewoners, hierbij dient wel te worden opgemerkt dat met de initiatiefnemer is overeengekomen dat de opgenomen geurnorm in dit plan expliciet wordt medegedeeld aan de kopers van de woningen. Voor de gemeente is de bestaande (en vergunde) situatie derhalve uitgangspunt bij het beoordelen van klachten. 2. Planontwikkeling heeft gevolgen voor de (toekomstige) bedrijfsvoering Zie tevens de beantwoording onder punt 1. De huidige milieuvergunning is afgegeven op basis van de destijds geldende wet- en regelgeving en staat niet ter discussie. Voor wat betreft evt. ontwikkelingsmogelijkheden merken wij op dat er veel woningen dichter bij het bedrijf van reclamant zijn gelegen. Deze zijn meer bepalend in het kader van de vraag of wordt voldaan aan de huidige wet- en regelgeving dan het voorliggende bouwplan.
M.a.w.: voor uitbreidingen of aanpassingen van de bedrijfsvoering of milieuvergunning is niet het plan Keizerstraat 24 bepalend of belemmerend. In onze optiek is het ruimtelijk en milieuhygiënisch aanvaardbaar om de geurnorm voor het perceel Keizerstraat 24 (deels) aan te passen naar 5.3 ouE/m3 en 5.8 ouE/m3. Hiervoor hebben wij de volgende motieven: -de genoemde normen vallen binnen het wettelijke bereik. De gemeente kan voor haar hele grondgebied een norm vaststellen die ligt tussen de 2,0 ouE/m3 en 8,0 ouE/m3. -het woningbouwplan voldoet aan de eerder geldende wettelijke minimale afstanden tussen een bron en een gevoelig object (Wet geurhinder en veehouderij). Deze minimale afstand is 100m (binnen de bebouwde kom), terwijl de daadwerkelijke afstand 122m bedraagt. -de gemeente heeft eerder (in haar huidige geurverordening) een norm opgenomen die afweek (4,5 ouE/m3) van de voor het stedelijk gebied gebruikelijke waarde van 2,0 ouE/m3. Dit ook ter realisering van woningbouw in het project Casterhoven. Wij beschouwen daarbij het realiseren van woningbouw, als speerpunt van het gemeentelijke ruimtelijke beleid, van groot maatschappelijk belang. -het betreft een locatie die is gelegen tegen het buitengebied, waar een norm geldt van 8,0 ouE/m3. Normaliter kan daar van een hogere acceptatie m.b.t. geur van veehouderijen worden uitgegaan.
-we nemen in dit verband ook in aanmerking het ontbreken van klachten m.b.t. de situatie in de directe omgeving van het betreffende veehouderijbedrijf. De klachtenhistorie zegt iets over hoe het bedrijf ervaren wordt door omwonenden, ook door omwonenden die zelfs dichter op de locatie zitten en waar sprake is van een situatie waarbij de feitelijke belasting (veel) hoger is dan de geldende norm. Dat er geen klachten zijn, zegt dan wel degelijk iets over de aanvaardbaarheid van woonbebouwing binnen de invloedssfeer van een veehouderijbedrijf op de rand van de bebouwde kom. -de geurbelaste situatie kan in de toekomst nooit verergeren. Als er sprake is van aanpassingen in de bedrijfsvoering (bijvoorbeeld veebezetting) dient het bedrijf te voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. De norm van 2,0 ouE/m3 die geldt voor IJzendoorn, en voor de woningen die dichterbij zijn gelegen, is dan bepalend.
7
-met de initiatiefnemer is overeengekomen dat de aangepaste geurnorm expliciet zal worden medegedeeld aan toekomstige kopers van de woningen. Deze kunnen daarmee zelf afwegen of de situatie m.b.t. de geurbelasting ter plaatse voor hen aanvaardbaar is of niet. 3. Geurbelasting in de regels. Voor het opstellen van het geuronderzoek is gebruik gemaakt van de definitieve milieuvergunning met datum 10 maart 2011 en kenmerk Z/1-/00964/UIT/11/19362. De maximale geurbelasting op de woningen is op basis van het onderzoek opgenomen in de wijziging van het omgevingsplan. Dit is namelijk een aspect dat aan de fysieke leefomgeving raakt en daarom ook thuishoort in het omgevingsplan. Dit is in lijn met de geurbelasting op de geurgevoelige objecten zoals deze in de eigen milieuvergunning van het bedrijf zijn opgenomen. In het geuronderzoek is gerekend met V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020. Wij hebben geen reden om te twijfelen aan de uitkomst van het onderzoek. Met het vastleggen van de geurbelasting in de wijziging van het omgevingsplan wordt duidelijk wat de belasting mag zijn. Deze is gebaseerd op de situatie zoals nu vergund en daarmee naar wat het bedrijf nu aan activiteiten mag uitvoeren. Met het vastleggen van de geurbelasting wordt het bedrijf niet belemmerd. Het bedrijf moet immers bij wijziging van de activiteiten voldoen aan de op dat moment geldende wet- en regelgeving.
Deze bepaalt voor nu dat wijzigingen en/of uitbreidingen van activiteiten niet mogen leiden tot een verslechtering van de situatie. Met voorwaarden en maatregelen zal dan gekeken moeten worden of een gevraagde of gewenste wijziging en/of uitbreiding van activiteiten vergund kan worden. En mocht het nodig zijn om normen in de toekomst aan te passen in het omgevingsplan, dan kan dat. 4. Milieukwaliteit. In het geuronderzoek is enkel onderzoek verricht en zijn berekeningen uitgevoerd. In de notitie geur is vervolgens een beoordeling gegeven aan de hand van een vijftal aspecten om de aanvaardbaarheid te beschouwen omdat wel voldaan wordt aan het Bkl maar niet aan gemeentelijk beleid. De afweging of iets wel of niet aanvaardbaar is gebeurd niet in het onderzoek maar de in de motivering van het besluit. Daar wordt beoordeeld bij de integrale afweging of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Wij hebben in de beantwoording onder punt 1. verwoord waarom wij het ruimtelijk en milieuhygiënisch aanvaardbaar vinden om in dit plan de betreffende geurnormen op te nemen. Aanvullend merken wij het volgende op. De kwalificatie ‘tamelijk slecht’ betreft in eerste instantie de milieukwaliteit.
Deze is bepaald op basis van het percentage geurgehinderden, dat wil zeggen het percentage personen dat gemiddeld genomen bij een bepaald geurbelastingsniveau geurhinder ervaart. Wettelijk gezien is echter de maximale belasting 8 ouE/m3, hetgeen overeenkomt met de milieucategorie ‘slecht’. De wetgever heeft bij een dergelijke voorgrondbelasting dus in beginsel al geoordeeld dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Zie ook deze uitspraak van de Raad van State: ECLI:NL:RVS:2020:2819. In dit verband zegt de klachtenhistorie wel degelijk iets over hoe het bedrijf ervaren wordt door omwonenden die nu dichter op de locatie zit en waar eveneens sprake is van een overbelaste situatie. Dat er geen klachten zijn, is een relevant motief inzake de aanvaardbaarheid van nieuwe woonbebouwing in de nabijheid van een intensieve veehouderij op de rand van de bebouwde kom. 5. Conclusie De zienswijzen geven aanleiding om het ontwerp TAM-omgevingsplan ‘IJzendoorn, Keizerstraat 24’, te wijzigen in de zin dat: -op het inrichtingsplan (bijlage 1 bij de motivering en de regels) en blz. 10 van de motivering de S (ruimte voor een speelelement) wordt verwijderd. -de mogelijkheid voor evenementen cf. art. 4.2c. van de regels kan komen te vervallen. Naar aanleiding van bovengenoemde overwegingen kan het TAM-Omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24, gewijzigd worden vastgesteld.
Opheusden, Oktober 2025
8