Bijlage 2 - Wijzigingen t.o.v. huidig reglement
Tekst van het document
Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Neder-Betuwe 2023
RAAD/23/0XXXX
Pagina 1 van 33
Toelichting Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Neder-Betuwe 2023 Hoofdstuk 1
Algemene bepalingen Begripsbepalingen Fracties
Hoofdstuk 2
De weg naar de raadsvergadering Stap 1: indienen raadsvoorstellen Stap 2: de agendacommissie Stap 3: de beeldvormende avond (‘Het Beeld’) Stap 4: de debatvergadering (‘Het Debat’)
Hoofdstuk 3
De raadsvergadering Oproep, stukken en agenda Aanwezigheid, orde en besluitenlijsten Stemmingen Buitengewone situaties Besloten raadsvergaderingen
Hoofdstuk 4
Overige zaken College-informatieavond Presidium / fractievoorzittersoverleg Schriftelijke vragen aan en inlichtingen van het college Uitleg reglement
Pagina 2 van 33
Verwijderd: oordeelsvormende vergadering
HOOFDSTUK 1 – ALGEMENE BEPALINGEN Begripsbepalingen In dit reglement komt een aantal begrippen veelvuldig terug. Artikel 1. Begripsbepalingen agendacommissie: commissie belast met de voorbereiding van de agenda’s van de beeldvormende avond, de debatvergadering en de raadsvergadering ambtenaar: een medewerker van de gemeente of gemeenschappelijke regeling (dan wel een door het college van een derde organisatie ingehuurde persoon) die onder verantwoordelijkheid van het college of het bestuur van een gemeenschappelijke regeling werkzaamheden namens of voor de gemeente verricht amendement: voorstel van één of meer raadsleden tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen avondprogramma: het programma van een donderdagavond waarop de raadsvergadering wordt voorafgegaan door de debatvergadering beeldvormende avond (‘Het Beeld’): de bijeenkomst(en) waarin (burger)raadsleden door in gesprek te gaan met collegeleden en medewerkers van de ambtelijke organisatie en met betrokken inwoners en vertegenwoordigers van bedrijven en maatschappelijke organisaties en overige belangstellenden informatie inwinnen over allerlei onderwerpen burgerraadslid: een vertegenwoordiger van een fractie in Het Beeld of Het Debat, niet zijnde een raadslid, die als zodanig door de raad is benoemd; burger: een ieder die geen
(burger)raadslid, lid van het college, griffier of ambtenaar is college: college van burgemeester en wethouders commissielid: een burgerraadslid of een ander als zodanig benoemd persoon debatvergadering (‘Het Debat’): de vergadering waarin (burger)raadsleden over de voor de betreffende vergadering geagendeerde raadsvoorstellen met elkaar in discussie gaan over hun voorlopige oordelen om zo tot een definitief oordeel te kunnen komen; fractievoorzittersoverleg (presidium): alle fractievoorzitters onder leiding van de raadsvoorzitter fractiewoordvoerder: het (burger)raadslid dat tijdens de beeldvormende of debatvergadering namens zijn fractie het woord voert over een agendapunt gemeente: gemeente Neder-Betuwe gespreksvergadering (‘Het Gesprek’): de vergadering waarin (burger)raadsleden en collegeleden op oriënterende of opiniërende wijze van gedachten wisselen over één of meerdere thema’s, zonder dat er sprake is van een concreet voorstel dat de raad binnen dezelfde vergadercyclus al krijgt voorgelegd; griffier: griffier van de raad of diens (daartoe door de raad als loco-griffier aangewezen) vervanger indiener: de indiener van een raadsvoorstel (college, burgemeester, raadsvoorzitter, raadslid of een door de raad ingestelde commissie); in deze verordening wordt hieronder niet de indiener van een burgerinitiatief verstaan, omdat daarvoor een aparte verordening
geldt; initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel; motie: gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken raadsinformatiesysteem: het digitale systeem waarin de vergaderstukken van de raad worden geplaatst, waarvan een deel alleen beschikbaar is voor (burger)raadsleden, de griffie, leden van het college en enkele medewerkers raadsvergadering (‘Het Besluit’): de vergadering van de raad waarin de raad besluiten neemt over de ingediende raadsvoorstellen en andere onderwerpen raadsvoorzitter: de voorzitter van de raad, zijnde de burgemeester of diens vervanger ingevolge artikel 77 lid 1 van de Gemeentewet en in die hoedanigheid belast met het leiden van de raadsvergadering, waaronder ook verstaan moet worden het handhaven van de orde, het doen naleven van het reglement van orde en hetgeen de Gemeentewet hem verder opdraagt Pagina 3 van 33
Verwijderd: oordeelsvormende vergadering
Verwijderd: oordeelsvormende vergadering
Verwijderd: oordeelsvormende vergadering
Verwijderd: oordeelsvormende vergadering Met opmaak: Lettertype: Vet
Met opmaak: Lettertype: Niet Vet
reglement van orde: alle artikels in dit reglement alsmede de toelichtende teksten. Bij tegenstrijdigheid tussen een artikel en de toelichting geldt het artikel. Bij overige tegenstrijdigheden en onduidelijkheden gelden de slotbepalingen schriftelijke vraag: een door een raadslid op schrift gestelde vraag of informatieverzoek aan (een lid van) het college of de burgemeester, niet zijnde een tijdens een vergadering gestelde vraag en niet zijnde een zuiver technische vraag subamendement: voorstel van één of meer raadsleden tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft voorstel van orde: voorstel van één of meer raadsleden respectievelijk burgerraadsleden/commissieleden of de (raads)voorzitter betreffende de orde van de vergadering voorzitter: een (burger)raadslid door het presidium benoemd in de voorzitterspool om als technisch voorzitter te fungeren tijdens de beeldvormende avond of de debatvergadering en in die hoedanigheid belast met het leiden van de vergadering, het handhaven van de orde, het doen naleven van het reglement van orde en hetgeen de Gemeentewet hem verder opdraagt voorzitterspool: de gezamenlijke voorzitters, zijnde door het presidium aangewezen raadsleden die tijdens de beeldvormende avond en de debatvergadering beschikbaar zijn om als technisch voorzitter te
fungeren website: website van de gemeente Neder-Betuwe, geregistreerd onder de domeinnaam www.nederbetuwe.nl en als nederbetuwe.notubiz.nl
Verwijderd: oordeelsvormende vergadering
Verwijderd: (burger) Verwijderd: oordeelsvormende vergadering Met opmaak: Lettertype: 9 pt Met opmaak: Lettertype: (Standaard) Arial, 9 pt
De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125, derde lid, van de Grondwet en artikel 9 van de Gemeentewet schrijven dit dwingend voor. In artikel 77, eerste lid, is bepaald dat het langstzittende raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudste in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer (huidige praktijk). De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de Gemeentewet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als raadsvoorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering. De raad is verplicht een griffier te benoemen. De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. Hij is in elke vergadering van de raad, het presidium en commissies aanwezig. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad aangewezen loco-griffier (plaatsvervanger). De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen. Fracties De leden van de raad horen meestal bij een fractie van een politieke partij. De Kieswet en de Gemeentewet kennen het begrip ‘fractie’ (o.i.d.) echter niet.
Uitgangspunt van ons kiesstelsel is immers dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen en benoemd. Dit uitgangspunt is gebaseerd op artikel 27 van de Gemeentewet, dat bepaalt dat elk bindend mandaat van een lid van de raad nietig is. De volksvertegenwoordiger handelt naar eigen overtuiging en is bij stemmingen niet gebonden aan een lastgeving, dus ook niet aan ‘fractiediscipline’. Niemand mag een raadslid bindende instructies opleggen met betrekking tot zijn stemgedrag. Het is immers de individuele volksvertegenwoordiger die een mandaat van de kiezer heeft gekregen. Ook de Kieswet gaat niet uit van politieke partijen, een zetel ‘hoort’ dan ook niet bij een partij maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of een eigen fractie te starten. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen. Op grond van deze bepalingen heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en de naamvoering. Een mededeling aan de raadsvoorzitter door een betrokken lid is voldoende. De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie.
Dit betekent ook dat: kandidaten die van een kandidatenlijst deel uitmaken en binnen die lijst/partij een onderlinge schriftelijke (en soms notariële) afspraak maken, bijvoorbeeld dat men onder bepaalde voorwaarden zal afzien van aanvaarding van het raadslidmaatschap, zich dienen te realiseren dat dergelijke afspraken nietig zijn, vanwege strijd met de Gemeentewet en de Kieswet; personen die tussentijds van partij veranderen hun raadslidmaatschap niet verliezen; als men uit een partij stapt en als eigen partij verder gaat, de verlatende partij geen middelen heeft om het raadslid uit de raad te weren.
Pagina 4 van 33
Verwijderd: zelfstandig verder te gaan
Bij de aanvang van de eerste zitting van de raad in nieuwe samenstelling na de verkiezingen worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst had staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee. Artikel 2. Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de raadsvoorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de raadsvoorzitter. 4.
Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of als één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de raadsvoorzitter. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3 van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging. In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de raadsvoorzitter mede. Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt, maar uit een fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich aansluiten bij een bestaande fractie. Ook andere wijzigingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld een fusie van twee fracties. Ook ziekte en zwangerschap kunnen leiden tot (tijdelijke) wisselingen in een fractie. Voor deze gevallen is in de Kieswet een vervangingsregeling opgenomen. Fractieafsplitsing en het ontstaan van een nieuwe fractie kunnen diverse praktische gevolgen hebben.
Te denken valt aan: fractievergoedingen en -faciliteiten, fractievoorzitterschap dan wel vertegenwoordiging in het presidium, zo nodig andere zitplaatsen in de raadzaal, bezetting in commissies, eventueel de bezetting in commissies door burgerraadsleden en uiteraard de verhouding tussen coalitie- en oppositiepartijen c.q. het draagvlak voor het college. De naam van een nieuwe fractie dient getoetst te worden aan de afwijzingsgronden uit de Kieswet (artikel G3). Als moet worden voorzien in de vacature van een raadslid dat zich heeft afgesplitst, wordt krachtens de Kieswet teruggegrepen op de lijst waarop betrokkene oorspronkelijk was gekozen.
HOOFDSTUK 2 – DE WEG NAAR DE RAADSVERGADERING De BOB-structuur Het besluitvormingsproces van een gemeenteraad over een willekeurig onderwerp bestaat doorgaans uit drie fasen: de beeldvormende fase; de oordeelsvormende fase; de besluitvormende fase. In onze vergaderstructuur heeft elk van deze fasen een eigen plek. Daarom is sprake van een ‘BOB-structuur’. De beeldvormende fase vindt plaats tijdens de beeldvormende avond (‘Het Beeld’), de oordeelsvormende fase vindt plaats tijdens de oordeelsvormende vergadering (‘Het Debat’) en de besluitvormende fase vindt plaats tijdens de ‘echte’ raadsvergadering (‘Het Besluit’).
Pagina 5 van 33
De benamingen ‘Het Beeld’, ‘Het Debat’ en ‘Het Besluit’ markeren voor elke fase de betekenis. Een typische raadscyclus duurt vier weken, waarbij zoveel mogelijk op een vaste vergaderavond bijeen wordt gekomen. Tussen twee vergadercycli kunnen eventueel één of twee weken zonder (reguliere) activiteiten worden gepland (in het kerst- en zomerreces is deze periode uiteraard langer). De drie fasen kunnen als volgt schematisch worden weergegeven: Fase BOBmodel Centraal element: Wanneer: Mogelijke participanten:
Wijze van verslaglegging: Voorzitter: Een bijeenkomst is geslaagd als…
Beeldvorming ‘Het Beeld’ = beeldvormende avond Informatie inwinnen door (burger)raadsleden Twee weken voorafgaande aan ‘Het Debat’ en ‘Het besluit’ Inwoners, (vertegenwoordigers van) organisaties of bedrijven en overige belanghebbenden; (burger)raadsleden; tevens collegeleden en ambtenaren Geen verslag of besluitenlijst (zo mogelijk een opname) Een door de agendacommissie aangewezen lid van de voorzitterspool … de slotconclusie luidt dat er voldoende informatie beschikbaar is om het voorstel door te zenden naar ‘Het Debat’
Oordeelsvorming ‘Het Debat’ = debatvergadering Debat tussen (burger)raadsleden Samen met ‘Het Besluit’ op één avond (Burger)raadsleden; collegeleden nemen alleen na nadrukkelijke uitnodiging deel aan het debat Een besluitenlijst (en een opname) De raadsvoorzitter of in voorkomende gevallen een lid van de voorzitterspool … de slotconclusie luidt dat een voorstel rijp is voor besluitvorming en dezelfde of een latere avond ter besluitvorming aan de gemeenteraad kan worden voorgelegd
Besluitvorming ‘Het Besluit’ = raadsvergadering Besluitvorming door de gemeenteraad Direct na ‘Het Debat’ (na korte pauze) Raadsleden; collegeleden nemen alleen na nadrukkelijke uitnodiging raad deel aan de beraadslagingen Een besluitenlijst (en een opname) De raadsvoorzitter of zijn plaatsvervanger(s)
Na ‘Het Debat’ vindt ‘Het Besluit’ plaats. ‘Het Debat’ en ‘Het Besluit’ vormen op de betreffende dagen de twee onderdelen van het ‘avondprogramma’. ‘Het Besluit’ is de ‘echte’ gemeenteraadsvergadering. Omdat veel discussie al tijdens ‘Het Debat’ plaatsvindt, moet ‘Het Besluit’ korter duren dan een raadsvergadering van een gemeente die zonder BOB-structuur werkt. De raadsvergadering (‘Het Besluit’) is evenwel het podium waar democratisch gekozen volksvertegenwoordigers met elkaar beraadslagen om zo tot besluitvorming te komen. Dit is uiteraard ook de plek voor het formeel indienen van moties en amendementen. De drie fasen van de BOB-structuur maken onderdeel uit van de vijf stappen van raadsvoorstel naar raadsbesluit: 1. een raadsvoorstel wordt ingediend; 2. de agendacommissie plant de behandeling van het voorstel in; 3. de raadsleden laten zich in de beeldvormende fase informeren (‘vormen zich een beeld’) over alle ins en outs van een voorstel, zodat zij zich een voorlopig oordeel kunnen vormen; 4. de raadsleden gaan in de oordeelsvormende fase met elkaar in discussie over hun voorlopige oordelen om zo tot een definitief oordeel te kunnen komen; 5. in de besluitvormende fase zijn de standpunten gewisseld en is het onderwerp voldoende besproken om tot stemming/besluitvorming over te kunnen gaan. Hieronder worden de eerste vier stappen verder uitgewerkt.
Onder elke stap staat een aantal artikelen die de praktische orde regelen. De vijfde stap komt in het volgende hoofdstuk aan bod.
Pagina 6 van 33
Met opmaak: Lettertype: Niet Cursief Met opmaak: Lettertype: Niet Cursief
Verwijderd: -
… de raad over de geagendeerde onderwerpen een raadsbesluit heeft genomen
‘Het Beeld’ kent een lage drempel, kan op locatie worden georganiseerd en is in hoge mate vormvrij. Er is normaliter geen verslaglegging anders dan een registratie van de aanwezige (burger)raadsleden in de vorm van een presentielijst. Zo mogelijk wordt de vergadering opgenomen en rechtstreeks uitgezonden. De onderwerpen die het meest voor debat in aanmerking komen worden vervolgens tijdens ‘Het Debat’ behandeld. Dit onderdeel kent wel een formele dimensie en kent dezelfde status als een commissie. Na afronding van de bespreking van elk onderwerp adviseren de deelnemers de raad om dezelfde avond, of als daartoe aanleiding is op een later moment, over te gaan tot besluitvorming tijdens ‘Het Besluit’. Tijdens ‘Het Debat’ draait het om discussie tussen de fractiewoordvoerders, waarbij ook burgerraadsleden deze rol op zich kunnen nemen.
Stap 1: indienen raadsvoorstellen Het indienen van raadsvoorstellen kan op vijf verschillende manieren gebeuren: door de andere bestuursorganen van de gemeente: het college of de burgemeester;
Met opmaak: Lettertype: Niet Cursief
Verwijderd: In voorkomende gevallen kan voor een uitgebreidere vorm van verslaglegging worden gekozen
door de raadsvoorzitter of de griffier; door een door de raad ingestelde commissie of de rekenkamer; door een raadslid (initiatiefvoorstel); via een burgerinitiatief. De procesgang van burgerinitiatieven wordt via een aparte verordening geregeld. Een voorstel van de raadsvoorzitter of griffier betreft doorgaans onderwerpen als benoemingen (van bijvoorbeeld burgerraadsleden) of zaken van procesmatige aard.
Verwijderd: ;
Verwijderd: , de wijze van afdoening van een rapport van de rekenkamercommissie
De meeste voorstellen komen uiteraard van het college. Het is immers de taak van het college aan de raad de nodige voorstellen te doen. Maar raadsleden kunnen ook zelf een voorstel voor een verordening of beslissing ter behandeling bij de raad indienen. Hiervoor is het recht van initiatief toegekend. In artikel 147a van de Gemeentewet is dit uitgewerkt. Algemeen uitgangspunt is dat dualisering de versterking van de vertegenwoordigende en controlerende functie van de raadsleden inhoudt. Hiervoor dienen ook individuele raadsleden (en dus fracties) te beschikken over adequate instrumenten. Voor een effectief gebruik van deze instrumenten is het wenselijk dat ook het individuele raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft. Dit staat immers ten dienste van een effectieve uitoefening van de inkadering en controle door de raad. Ook kleine fracties en individuele raadsleden worden zo in staat gesteld actief deel te nemen aan de controlerende, vertegenwoordigende en budgettaire functie van de raad. Ieder raadslid kan een initiatiefvoorstel indienen. Een dergelijk voorstel moet aanhangig worden gemaakt door het schriftelijk en ondertekend aan de raadsvoorzitter te zenden. Dit initiatiefrecht komt toe aan individuele raadsleden, hetgeen inhoudt dat geen drempels mogen worden opgeworpen.
Wel mag de raad in lijn met de Gemeentewet voorzien in een zekere toets alvorens het initiatiefvoorstel te agenderen/behandelen, behalve als het gaat om een verordening. Bij een dergelijke toets kan worden gedacht aan het beantwoorden van de vraag of het voorstel wel de uitoefening van een raadsbevoegdheid betreft (en niet een collegebevoegdheid). Tevens moet het college in de gelegenheid worden gesteld binnen een redelijke termijn wensen of bedenkingen te kunnen uiten. Artikel 3. Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen, als bedoeld in artikel 147a van de Gemeentewet, schriftelijk in bij de raadsvoorzitter, die het verzoek doorstuurt naar de agendacommissie. 2. De raadsvoorzitter brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college. Het college kan binnen drie weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. 3. Een voorstel wordt nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, op de agenda van de eerstvolgende debatvergadering én de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is.
In dat geval wordt het voorstel op de agenda’s van de daaropvolgende debatvergadering en raadsvergadering geplaatst. 4. De behandeling van het voorstel tijdens de raadsvergadering vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat: a. het voorstel met het oog op de orde van de vergadering samen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld; b. het voorstel eerst dient te worden behandeld in een beeldvormende avond; c. het voorstel voor advies naar het college of een door de raad ingestelde commissie dient te worden gezonden. In dit geval bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. 5. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen, als bedoeld in artikel 147b van de Gemeentewet schriftelijk en ondertekend in bij de raadsvoorzitter. Een voorstel wordt op de agenda van de eerstvolgende debatvergadering én de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dat geval wordt het voorstel op de agenda’s van de daaropvolgende debatvergadering en raadsvergadering geplaatst. Het derde lid houdt in dat het initiatiefvoorstel zo spoedig mogelijk op de agenda wordt geplaatst, maar de raadsvoorzitter plaatst het voorstel echter niet meer op de agenda als de oproep al verzonden is.
Dit laat de mogelijkheid onverlet voor het individuele raadslid om de raad te verzoeken het initiatiefvoorstel toch aan de agenda toe te voegen. Als een initiatiefvoorstel op de agenda staat, wordt het eerst in Het Debat behandeld. Vervolgens is het tijdens de raadsvergadering aan de raad om te bepalen hoe het initiatiefvoorstel verder wordt behandeld. Stap 2: de agendacommissie Pagina 7 van 33
Verwijderd: oordeelsvormende Verwijderd: oordeelsvormende
Verwijderd: oordeelsvormende Verwijderd: oordeelsvormende
Verwijderd: de oordeelsvormende vergadering
De agendacommissie vervult een belangrijke (coördinerende) rol bij de agendering van zaken in de raad. De agendacommissie heeft het overzicht over alle onderwerpen waar de raad zich mee bezig houdt en zorgt voor de planning. Het is aan de agendacommissie om de planning in te vullen maar ook om deze te bewaken. Daarbij is het van belang dat de agendacommissie ook op de hoogte is van de voor de raad relevante planningen van gemeenschappelijke regelingen. De agendacommissie richt zich puur op de organisatie van de vergaderingen c.q. de vergadercycli en wordt gevormd door de leden van de voorzitterspool. De agendacommissie bepaalt welk voorstel voor ‘Het Beeld’, ‘Het Debat’ of (rechtstreeks) voor ‘Het Besluit’ in aanmerking komt. De agendacommissie stelt de agenda's van ‘Het Beeld’, ‘Het Debat’ en ‘Het Besluit’ voorlopig vast, waarbij uiteraard de raad uiteindelijk zelf zijn agenda formeel vaststelt. Artikel 4. Samenstelling agendacommissie en voorzitterspool 1. Er is een agendacommissie die bestaat uit de plaatsvervangend voorzitter van de raad en de (overige) leden van de voorzitterspool. De plaatsvervangend voorzitter van de raad is de voorzitter van de agendacommissie. 2. De leden van de voorzitterspool zijn daartoe door het presidium aangewezen raadsleden. 3. De raadsvoorzitter en de griffier zijn adviseurs van de agendacommissie. 4.
De agendacommissie kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. Artikel 5. Taken agendacommissie 1. De agendacommissie stelt op basis van de ingediende onderwerpen vast of een onderwerp geagendeerd wordt voor Het Beeld. Als een onderwerp geagendeerd wordt voor een beeldvormende avond, bepaalt de agendacommissie op welke wijze dit wordt vormgegeven. De agendacommissie kan dit in voorkomende gevallen overlaten aan één of meerdere individuele raadsleden of andere organisatoren, waarbij de agendacommissie kaders stelt. 2. De agendacommissie bepaalt wie er actief worden uitgenodigd voor deelname aan ‘Het Beeld’. 3. De agendacommissie stelt op basis van de ingediende onderwerpen vast of een onderwerp, al dan niet na behandeling middels Het Beeld, op de voorlopige agenda van Het Debat opgenomen wordt of rechtstreeks op die van Het Besluit en wat de in te plannen behandelduur tijdens Het Debat zal zijn. Hierbij geldt dat als (minstens) één raadslid minstens acht werkdagen vóór Het Debat bij de griffie aangeeft een onderwerp voor Het Debat te willen agenderen, de agendacommissie daaraan gebonden is. 4. De agendacommissie bepaalt wie tijdens Het Beeld, Het Debat en Het Gesprek als voorzitter fungeert. 5. De agendacommissie stelt de voorlopige agenda’s van Het Beeld, Het Debat, Het Besluit en Het Gesprek vast. 6.
De agendacommissie wordt betrokken bij de organisatie van raadsvergaderingen zoals bedoeld in artikel 17, tweede lid van de Gemeentewet. 7. De agendacommissie bewaakt de onderwerpenplanning van de gemeenteraad. Artikel 6. Besluitvorming agendacommissie 1. De agendacommissie besluit op basis van consensus. 2. De griffie verzorgt de besluitenlijsten van de agendacommissie. 3. De besluitenlijsten en conceptbesluitenlijsten worden door de griffie in het raadsinformatiesysteem geplaatst en ter kennisname van het college gebracht.
De agendacommissie richt zich dus op de procesmatige aspecten van raadsbijeenkomsten. Inhoudelijke zaken worden niet in de agendacommissie besproken. De agendacommissie opereert zelfstandig, waarbij de griffie voorstellen doet en de procesgang bewaakt. Aangezien de leden van de agendacommissie niet hun fractie vertegenwoordigen en aangezien de samenstelling van de agendacommissie niet noodzakelijkerwijs overeenkomt met de verdeling van de raad in fracties, is het van belang dat er een goede communicatie is richting de raadsleden die geen zitting hebben in de agendacommissie en de burgerraadsleden. De conceptbesluitenlijsten van de agendacommissie worden daarom zo snel mogelijk in het raadsinformatiesysteem geplaatst. Raadsleden kunnen ideeën/voorstellen ter bespreking in de agendacommissie indienen bij de voorzitter van de agendacommissie of de griffie. Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk (met opgave van redenen) daarom vraagt. Het is wenselijk dat de voorzitter in het bepalen van een dag en aanvangsuur voor een extra raadsvergadering zoveel mogelijk overleg pleegt met de agendacommissie.
Op deze wijze houdt de agendacommissie ook bij vergaderingen die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op de datum, het tijdstip en de plaats. Pagina 8 van 33
Verwijderd: worden
Verwijderd: en Verwijderd: en
Stap 3: de beeldvormende avond: ‘Het Beeld’ Dit is de eerste fase waar (burger)raadsleden een raadsvoorstel onder ogen krijgen. Kenmerkend aan deze fase is dat het raadslid nog geen standpunt inneemt, maar zich eerst laat informeren over het onderwerp waarover uiteindelijk, twee fasen verder, een beslissing moet worden genomen. Welke belangen spelen er? Hoe zit de regelgeving in elkaar? Welk probleem is er? Wat kunnen burgers er zelf aan doen? Wat kan de gemeente er eventueel aan doen? Zijn er andere mogelijkheden? Raadsleden zijn immers parttime bestuurders die goed geïnformeerd moeten worden voordat ze een belangenafweging kunnen maken. Het belangrijkste document tijdens deze fase is het raadsvoorstel. Het college geeft in het raadsvoorstel aan wat voor hem de uitkomst is geweest in de belangenafweging. De door het college gewenste uitkomst wordt in het raadsvoorstel verwerkt. Het college verwoordt in het raadsvoorstel tenminste wat de aanleiding is voor het voorstel, binnen welke wettelijke en andere kaders het voorstel past, welk besluit er van de raad wordt gevraagd, welke belangen met het voorgestelde besluit worden gediend en welke kanttekeningen er te maken zijn bij het voorstel. Op die manier wordt ook de raad in staat gesteld in de volgende fase een belangenafweging te maken.
Zo mogelijk worden altijd alternatieven weergegeven, zodat de raad ook echt in positie wordt gebracht om keuzes te maken. In deze fase komt de burger het beste tot zijn recht. Het raadslid staat open voor alle informatie die relevant kan zijn. Burgers en instellingen hebben vaak een mening over de wenselijkheid/effecten van nieuw beleid en de van de raad gevraagde beslissingen.
In bovenstaand schema is terug te zien dat hoe langer een raadslid bezig is met het nadenken over een voorstel, hoe meer uitgekristalliseerd zijn mening over het voorstel zal zijn. De invloed van de burger is dus het grootste aan het begin van het besluitvormingsproces. In deze fase is de rol van het college sterk informerend. Het is belangrijk dat (burger)raadsleden geen afbreuk doen aan dit waardevolle onderdeel van het besluitvormingsproces door nu al standpunten in te nemen. Een raadslid dat een standpunt inneemt zendt (door zelf te spreken) in plaats van te ontvangen (luisteren) en kan daarmee onbewust insprekers het gevoel geven dat de beslissing al is genomen. Door deze fase in tijd te scheiden van de overige fases wordt aan de burger maximale invloed gegeven op het moment in het besluitvormingsproces dat de burger ook nog echt invloed kan uitoefenen. Om ‘Het Beeld’ succesvol te laten zijn is het van belang dat de griffie belanghebbenden actief uitnodigt. De avond zelf kent een lage drempel en is in hoge mate vormvrij. Hoewel de beeldvormende avond formeel de status van een commissievergadering heeft, is de setting zo min mogelijk formeel. Dit biedt de raadsleden de ruimte om op een bij het onderwerp passende wijze informatie te verwerven. Dit kan ook op een andere locatie dan in het gemeentehuis zijn, bijvoorbeeld in een dorp dat in een raadsvoorstel centraal staat.
Pagina 9 van 33
Artikel 7. Functie van ‘Het Beeld’ In ‘Het Beeld’ wordt informatie overgedragen door inwoners, vertegenwoordigers van bedrijven, maatschappelijke organisaties, gemeenschappelijke regelingen en andere overheden, collegeleden, ambtenaren, overige belangstellenden aan (burger)raadsleden over een bij de raad ingediend voorstel. Artikel 8. Status van en besluitvorming tijdens ‘Het Beeld’ 1. Het Beeld is formeel-juridisch een commissievergadering in de zin van artikel 82 Gemeentewet. 2. De vorm van elke beeldvormende avond wordt op maat gekozen. 3. Het Beeld wordt geleid door een door de agendacommissie aangewezen voorzitter uit de voorzitterspool. Het voorzitterschap kan in voorkomende gevallen ook door meerdere personen worden ingevuld. In uitzonderlijke situaties kan de agendacommissie een raadslid die geen onderdeel uitmaakt van de voorzitterspool verzoeken het voorzitterschap op zich te nemen. 4. Van ‘Het Beeld’ wordt geen verslag/afsprakenlijst gemaakt. De agendacommissie kan besluiten hiervan in bijzondere situaties af te wijken. 5. Door of namens het college gedane toezeggingen worden opgenomen in het raadsinformatiesysteem. 6. Het stellen van technische vragen door (burger)raadsleden is tijdens ‘Het Beeld’ in beginsel toegestaan.
De voorzitter dient ervoor te zorgen dat de discussie niet zodanig technisch wordt dat dit afleidt van het doel, de aard of het onderwerp van de vergadering. Hij heeft daarbij de mogelijkheid om een steller van gedetailleerde technische vragen te verzoeken de vraag in te dienen zoals is geregeld in artikel 60.
Verwijderd: (burger)
Verwijderd: en (formele) geluidsopname Verwijderd: wel
Agendasetting van ‘Het Beeld’ Vanwege het vormvrije karakter kan de opzet van elke bijeenkomst anders zijn. Desalniettemin moet een aantal praktische en juridische zaken in dit reglement worden opgenomen, zodat hierover geen onduidelijkheid bestaat. Tijdens elke raadscyclus wordt er tijdens ‘Het Beeld’ tijd gereserveerd voor het zogeheten ‘raadsspreekuur’. Hier kunnen inwoners aan de raadsleden hun visie geven over (niet al geagendeerde) onderwerpen die hen bezig houden. Artikel 9. Agenda en openbare kennisgeving van ‘Het Beeld’ 1. De agenda vermeldt in ieder geval: a. de onderwerpen die aan de orde zullen komen; b. begin- en eindtijd van de bijeenkomst; c. de voorzitter(s); d. de locatie. 2. De agendacommissie kan er niet voor kiezen meerdere sessies tegelijkertijd te laten plaatsvinden. 3. De agenda en bijbehorende stukken worden uiterlijk zeven dagen voor de beeldvormende avond in het raadsinformatiesysteem en/of op de website geplaatst. 4. De beeldvormende avond wordt op de voor afkondigingen gebruikelijke wijze ter openbare kennis gebracht. 5. Raadsleden en burgerraadsleden die vragen hebben over een onderwerp dat niet op de agenda van Het Beeld staat, maar wel voor een vergadering van Het Debat en/of Het Besluit in dezelfde cyclus staat ingepland, kunnen hun beeldvormende vragen per e-mail indienen bij de griffie.
Het college beantwoordt deze zo mogelijk (ruim) vóór de betreffende behandeling. Artikel 10. Onderwerpen die niet tijdens ‘Het Beeld’ behandeld kunnen worden 1. Burgers kunnen niet het woord voeren over een (reeds genomen) besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep open staat of heeft opengestaan en tevens niet over een besluit dat minder dan zes maanden geleden is genomen. 2. Burgers kunnen niet het woord voeren over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen. 3. Burgers kunnen niet het woord voeren indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. Artikel 11. Bijzondere onderdelen van ‘Het Beeld’ 1. Tijdens elke reguliere beeldvormende avond vindt er een raadspreekuur plaats. Tijdens het raadsspreekuur kunnen burgers aan de raad hun visie geven over onderwerpen die niet op de agenda van de beeldvormende avond staan, waaronder voorstellen die zijn geagendeerd voor Pagina 10 van 33
Verwijderd: De agendacommissie kan ervoor kiezen meerdere sessies tegelijkertijd te laten plaatsvinden, al dan niet op dezelfde locatie.
de komende raadsvergadering en niet zijn geagendeerd voor een beeldvormende avond. Artikel 10 is eveneens van toepassing op het raadsspreekuur. Burgers die van het raadsspreekuur gebruik willen maken, melden zich uiterlijk daags voor de beeldvormende avond (12.00 uur) aan bij de griffier. Zij vermelden daarbij hun naam, e-mailadres, telefoonnummer en het onderwerp waarover zij het woord wensen te voeren. Voor het raadsspreekuur zijn per onderwerp maximaal 10 minuten beschikbaar. De onderwerpen worden op volgorde van aanmelding behandeld, tenzij de voorzitter hiervan in bijzondere gevallen besluit af te wijken. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan twee sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger. 2. Op de agenda van elke beeldvormende avond wordt het agendapunt ‘Uit gemeenschappelijke regelingen’ opgenomen.
Een lid van de raad, de burgemeester of een wethouder, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een gemeenschappelijk orgaan ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen of in een andere organisatie of institutie, dan wel als raadsrapporteur, heeft het recht hier (schriftelijk of mondeling) verslag te doen over zaken die aan de orde zijn. Raadsleden en burgerraadsleden worden in de gelegenheid gesteld hierover beeldvormende vragen te stellen. 3. De agendacommissie kan ervoor kiezen tijdens de beeldvormende avond een ‘rondvraag’ op de agenda te zetten, waar (burger)raadsleden vragen kunnen stellen aan collegeleden en andere aanwezigen dan wel mededelingen kunnen doen. Deze vragen of mededelingen moeten passen binnen het beeldvormende karakter van de avond. De agendacommissie kan ervoor kiezen dat onderwerpen voor de rondvraag daags voor de beeldvormende avond (12.00 uur) bij de griffier worden aangemeld. 4. De agendacommissie kan ervoor kiezen om onderwerpen waarvoor geen raadsvoorstel is aangeleverd voor een gedachtewisseling tijdens de beeldvormende avond te agenderen. 5. Onderwerpen en stukken waarop geheimhouding rust kunnen tijdens ‘Het Beeld’ worden behandeld. Artikel 51 is dan van toepassing.
Gang van zaken tijdens ‘Het Beeld’ De gang van zaken tijdens ‘Het Beeld’ kan op maat worden ingericht, afhankelijk van onderwerp, gasten en locatie. Centraal element in de gang van zaken is altijd de informatieverstrekking aan raadsleden. Het is daarbij niet de bedoeling dat tijdens de beeldvormende avond te gedetailleerd over technische aangelegenheden gesproken wordt. Puur technische vragen die erg gedetailleerd of uitgebreid zijn of die geen grote betekenis hebben voor de beeldvorming door (burger)raadsleden kunnen door (burger)raadsleden rechtstreeks aan de ambtelijke organisatie worden gesteld. Artikel 12. Deelnemers aan ‘Het Beeld’ 1. Het Beeld kent geen vaste, benoemde leden. Alle (burger)raadsleden kunnen als fractiewoordvoerder(s) optreden. De aanwijzing van fractiewoordvoerders is een verantwoordelijkheid van de fracties. 2. De agendacommissie kan ervoor kiezen het aantal deelnemers per fractie te maximeren tot één (burger)raadslid. 3. Alle (burger)raadsleden die tijdens Het Beeld als fractiewoordvoerder of voorzitter willen optreden, tekenen vóór aanvang van de vergadering de presentielijst. 4. De fungerende voorzitter is geen fractiewoordvoerder over een onderwerp dat tijdens zijn voorzitterschap aan de orde is. 5. Van collegeleden en ambtenaren wordt verwacht dat zij deelnemen aan de behandeling van de raadsvoorstellen die door het college zijn ingediend. 6.
Personen en organisaties die zijn uitgenodigd om deel te nemen aan de behandeling van één of meerdere raadsvoorstellen tijdens ‘Het Beeld’, alsmede andere geïnteresseerden, mogen deelnemen aan de inhoudelijke behandeling indien zij zich uiterlijk de dag vóór de bijeenkomst (12.00 uur) bij de griffie hebben aangemeld. Zij vermelden daarbij hun naam, emailadres, telefoonnummer en het onderwerp waarover zij het woord wensen te voeren. De agendacommissie kan hiervan afwijken als zij meent dat de aard van de bijeenkomst zich daartoe leent. Pagina 11 van 33
Verwijderd: 2
Verwijderd: 3 Verwijderd: 4
Artikel 12a. Behandeling van ruimtelijke initiatieven 1. In afwijking van artikel 12 lid 1 geldt voor de behandeling van bestemmingsplannen en andere ruimtelijke initiatieven in de beeldvormende fase dat alleen door de raad benoemde (burger)raadsleden als fractiewoordvoerder optreden. 2. De raad wijst op verzoek van de fracties daartoe voor elke fractie één woordvoerder en één plaatsvervanger aan. 3. Alleen de woordvoerders stellen in ‘Het Beeld’ vragen aan het college en insprekers. De overige raadsleden en burgerraadsleden, voor zo ver aanwezig, nemen plaats op de publieke tribune. 4. Alleen de woordvoerders stellen in de beeldvormende fase (technische) vragen. 5. Op verzoek van de fracties wordt de fractiewoordvoerders ontslag verleend. Ontslagverlening volgt van rechtswege als betrokkene geen (burger)raadslid meer is. 6. De leden 3, 4 en 5 zijn van overeenkomstige toepassing op plaatsvervangers. 7. De agendacommissie creëert voor de behandeling van ruimtelijke initiatieven in ‘Het Beeld’ zo veel mogelijk een standaard setting. 8. De agendacommissie wijst voor de vergaderingen zoals bedoeld in lid 7 zo veel mogelijk dezelfde voorzitter aan. 9. De fractiewoordvoerders en de agendacommissie evalueren periodiek de uitvoering van dit artikel. Artikel 13. Orde tijdens ‘Het Beeld’ 1.
Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen ‘Het Beeld’ uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op een andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 2. Degenen die van een beeldvormende avond geluid- en/of beeldregistraties willen maken, melden zich bij de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen. Voor zo wel de voorzitter van de beeldvormende avond als voor het publiek is het van belang dat de rollen van de diverse deelnemers helder zijn. Daartoe is het aan te bevelen dat (burger)raadsleden die bij een onderwerp geen fractiewoordvoerder zijn op de publieke tribune plaatsnemen. Om dezelfde reden is het prettig dat er door alle deelnemers een naambordje gebruikt wordt. Bij de behandeling van ruimtelijke initiatieven en de gesprekken daarover met belanghebbenden is het van belang dat de deelnemers vanuit de raadsfracties de nodige expertise op dit gebied hebben. Om dit te helpen bewerkstelligen gelden er voor dit terrein een aantal aanvullende bepalingen. Daarbij is het de bedoeling dat de fractiewoordvoerders samen werken om hun expertise te versterken. In samenspraak met de agendacommissie kan de werkwijze waar nodig worden bijgestuurd (denk aan de concrete setting, zaal, etc.).
Stap 4: de debatvergadering: ‘Het Debat’ Als het raadslid in de beeldvormende fase voldoende kennis van het onderwerp heeft verkregen, kan in de volgende fase een oordeel worden gevormd. Daarbij gaat het niet alleen om de opgedane informatie, maar ook om de vraag hoe het raadslid aankijkt tegen de rol van de (lokale) overheid in de maatschappij. De uitgangspunten van een politieke partij spelen een rol bij het vormen van een oordeel. In deze fase worden de voorlopige oordelen uitgewisseld met andere raadsleden, zowel in de fractie als tijdens een vergadering. Hoe kijken fracties tegen het onderwerp aan? Deelt het raadslid de afweging die het college heeft gemaakt om tot het voorstel te komen? Hoe weegt het raadslid de belangen? In deze fase kan ook worden gekeken of er compromissen mogelijk zijn tussen partijen, bijvoorbeeld door vooruit te blikken naar het inzetten van raadsinstrumenten zoals een amendement of motie. Artikel 14. Functie van ‘Het Debat’ In ‘Het Debat’ vindt discussie plaats over een voor deze vergadering geagendeerd onderwerp. ‘Het Debat’ is bedoeld voor inhoudelijke (politieke) discussie om uiteindelijk in ‘Het Besluit’ tot een weloverwogen besluit te kunnen komen. Tevens is ‘Het Debat’ bedoeld voor profilering van raadsleden en fracties. Artikel 15. Status van en besluitvorming tijdens ‘Het Debat’ 1.
‘Het Debat’ is formeel-juridisch een commissievergadering in de zin van artikel 82 Gemeentewet. Pagina 12 van 33
Verwijderd: oordeelsvormende vergadering
2. Het Debat wordt geleid door de raadsvoorzitter. In voorkomende gevallen kan de agendacommissie een lid van de voorzitterspool als voorzitter aanwijzen. 3. De griffier is tijdens ‘Het Debat’ aanwezig. 4. ‘Het Debat’ vindt in openbaarheid plaats. 5. Aan het eind van elk (inhoudelijk) agendapunt sluit de voorzitter de discussie af en stelt vast of een onderwerp voldoende is besproken. Vervolgens vraagt hij de fractiewoordvoerders het behandeladvies aan de raad te formuleren en daartoe legt hij een keuze uit drie opties voor: a. het raadsvoorstel wordt doorgeleid naar ‘Het Besluit’ binnen dezelfde raadscyclus; b. het raadsvoorstel wordt doorgeleid naar ‘Het Besluit’ binnen een (door de agendacommissie te bepalen) latere raadscyclus; c. het onderwerp wordt nog éénmaal opnieuw in ‘Het Debat’ geagendeerd, al dan niet voorafgegaan door een (nieuwe) behandeling tijdens ‘Het Beeld’. 6. Besluitvorming over het behandeladvies vindt plaats op basis van een gewone meerderheid van stemmen, waarbij alleen de fractiewoordvoerders stemrecht hebben (één per fractie). Als de stemmen staken geldt optie a. 7. Van ‘Het Debat’ wordt een besluitenlijst gemaakt die per onderwerp vermeldt: a. de namen van de voorzitter, de fractiewoordvoerders, de overige deelnemers en de griffier alsmede van eventuele andere deelnemers aan de discussie; b.
het behandeladvies en de stemverhoudingen bij het beslissen over dat advies; c. eventuele nadere afspraken/actiepunten; d. eventuele toezeggingen namens het college of door de burgemeester. 8. De besluitenlijsten van ‘Het Debat’ worden ter vaststelling voor een vergadering van ‘Het Besluit’ geagendeerd. 9. Van ‘Het Debat’ wordt een bandopname gemaakt.
Verwijderd: kan Verwijderd: worden
Het debat is voorbij als er geen nieuwe gezichtspunten meer naar voren komen. Dat kan soms al heel snel zijn omdat partijen het met elkaar eens zijn en er geen behoefte is standpunten te herhalen, maar het kan ook iets langer duren. Zodra het debat voorbij is, stellen de aanwezigen een behandeladvies aan de raad op, waarbij keuze is uit de drie mogelijkheden zoals vermeld in artikel 15. De raad kan dit advies desgewenst ‘overrulen’, bijvoorbeeld door een onderwerp tijdens het aansluitende ‘Het Besluit’ wel te behandelen terwijl ‘Het Debat’ had geadviseerd het voorstel aan te houden. Het is evenwel goed als de raad met het uitoefenen van deze bevoegdheid terughoudend omgaat. Agendasetting van ‘Het Debat’ Zoals eerder in dit reglement is vermeld, stelt de agendacommissie de voorlopige agenda van ‘Het Debat’ op. In de dagen na ‘Het Beeld’ mogen raadsleden desgewenst aanvullende onderwerpen voor de voorlopige agenda aandragen. Artikel 16. Agenda en openbare kennisgeving van ‘Het Debat’ 1. De agenda vermeldt in ieder geval: a. de onderwerpen die aan de orde zullen komen; b. begin- en eindtijd van de bijeenkomst; c. de voorzitter(s); d. de locatie. 2. De agendacommissie kan er niet voor kiezen meerdere sessies tegelijkertijd te laten plaatsvinden. 3.
De agenda en bijbehorende stukken worden uiterlijk zeven dagen voor de vergadering in het raadsinformatiesysteem en/of op de website geplaatst, tenzij het gaat om stukken waarop geheimhouding rust. 4. ‘Het Debat’ wordt op de voor afkondigingen gebruikelijke wijze ter openbare kennis gebracht. 5. Een voor ‘Het Besluit’ geagendeerd onderwerp wordt, ongeacht de door de agendacommissie opgestelde conceptagenda, voor ‘Het Debat’ geagendeerd als minstens één raadslid dat minstens acht werkdagen vóór Het Debat aangeeft bij de voorzitter van de agendacommissie. 6. Aan het begin van ‘Het Debat’ wordt de agenda van de vergadering vastgesteld. Artikel 17. Onderwerpen die niet tijdens ‘Het Debat’ behandeld kunnen worden 1. Onderwerpen waarop geheimhouding rust worden niet tijdens ‘Het Debat’ behandeld. 2. Niet-geheime onderwerpen die onderliggende stukken hebben waarop geheimhouding rust kunnen wel worden behandeld, waarbij alleen over de openbare aspecten gesproken wordt. Ten aanzien van geheime stukken geldt het daarover ten aanzien van ‘Het Besluit’ bepaalde, voor zo ver van toepassing. Pagina 13 van 33
Artikel 18. Bijzondere onderdelen van Het Debat Aan de agenda van ‘Het Debat’ kan door de voorzitter de mogelijkheid worden toegevoegd voor een kort en bondig inspreekmoment voor belanghebbenden met betrekking tot een onderwerp dat op de agenda van ‘Het Debat’ of ‘Het Besluit’ van dezelfde dag staat. Dit inspraakmoment kan uitsluitend gaan om nieuwe elementen van het onderwerp die niet eerder onderdeel van ‘Het Beeld’ zijn geweest. Het bepaalde in artikel 9 is van overeenkomstige toepassing. Dit inspraakmoment vindt aan het begin van de vergadering plaats en duurt maximaal 5 minuten. Een gemotiveerd verzoek tot inspraak als bedoeld in dit artikel dient daags vóór ‘Het Debat’ (12.00 uur) bij de griffie te zijn ingediend.
Gang van zaken tijdens ‘Het Debat’ ‘Het Debat’ is normaliter onderdeel van het avondprogramma. Alle (burger)raadsleden die tijdens de avond aan ‘Het Debat’ of ‘Het Besluit’ willen deelnemen, worden aan het begin van het avondprogramma verwacht, omdat dit begint met een moment van stilte voor bezinning of gebed. Bij de opening van ‘Het Debat’ zitten alle aanwezige raadsleden op de voor hen bedoelde stoelen. De burgerraadsleden krijgen stoelen nabij de raadsleden van hun ‘eigen’ fractie toegewezen. Aan de discussie tijdens ‘Het Debat’ neemt per onderwerp één raadslid per fractie deel. Elk raadslid heeft de mogelijkheid zich per onderwerp door een burgerraadslid te laten vervangen.
Verwijderd: kunnen alle raadsleden deelnemen.
Indien er binnen een fractie over een onderwerp verschillend wordt gedacht, is het de verantwoordelijkheid van de betreffende fractiewoordvoerder om dit ter vergadering al dan niet toe te lichten. In een dergelijke situatie kan het raadzaam zijn extra te schorsen om gelegenheid te bieden voor fractieberaad. Er is in deze fase geen ruimte om met informerende vragen te komen, men heeft immers voldoende kennis om tot een oordeel te komen. De vraag is nu welk oordeel dat gaat worden. Het college kan hierbij optreden als adviseur. Zijn -door de fracties geopperde alternatieven uitvoerbaar? Zo ja, kunnen die in een motie of amendement worden opgenomen? Het college mag adviseren, maar stelt zich wel terughoudend op. Collegeleden treden in deze fase maar in beperkte mate op als ‘verdediger van het voorstel’. De raadsfracties bespreken het voorstel immers vooral met elkaar via een inhoudelijk debat. Debatteren betekent met elkaar van gedachten wisselen over een bepaald onderwerp zonder veel in herhaling te treden. Daarom wordt niet gewerkt met vaste spreektermijnen. De regie over het debat ligt bij de voorzitter. Hij kan het debat begeleiden door bepaalde punten samen te vatten en af te ronden. Een belangrijke taak van de voorzitter is het bewaken van de door de agendacommissie vastgestelde tijden, mede omdat aansluitend ‘Het Besluit’ plaatsvindt.
Mocht er voor een onderwerp onvoldoende tijd blijken te zijn, dan kan gekozen worden voor de optie om het onderwerp nog eenmaal in ‘Het Debat’ te agenderen. Artikel 19. Deelnemers aan ‘Het Debat’ 1. De deelnemers aan ‘Het Debat’ zijn in beginsel de raadsleden. Elk raadslid kan zich evenwel laten vervangen door een burgerraadslid. Dit kan zowel bij afwezigheid voor de gehele vergadering als per onderwerp. 2. Het is deelnemers niet toegestaan om zich na de start van de behandeling van een agendapunt voor dat onderwerp te laten vervangen. 3. De vervangingsregel als genoemd in lid 1 geldt niet voor de opening van de vergadering en de vaststelling van de agenda. 4. Elke fractie wijst per onderwerp één fractiewoordvoerder aan. Uitsluitend deze fractiewoordvoerders voeren het woord over het betreffende onderwerp, behoudens een situatie zoals bedoeld in lid 10. 5. De fractiewoordvoerders formuleren aan het eind van de behandeling van elk onderwerp een behandeladvies zoals genoemd in artikel 15 lid 5. Alle (burger)raadsleden kunnen als fractiewoordvoerder optreden. 6. Alle (burger)raadsleden die aan ‘Het Debat’ deelnemen, tekenen vóór aanvang van de vergadering de presentielijst. 7. Een onderwerp wordt niet tijdens ‘Het Debat’ behandeld als minder dan de helft van de fracties vertegenwoordigd is.
In een dergelijke situatie wordt het onderhavige raadsvoorstel doorgeleid naar ‘Het Besluit’ binnen dezelfde raadscyclus. 8. De fungerende voorzitter is geen fractiewoordvoerder over een onderwerp dat tijdens zijn voorzitterschap aan de orde is. 9. De burgemeester heeft het recht in ‘Het Debat’ aan de discussie deel te nemen. 10. De voorzitter kan, al dan niet op verzoek van een deelnemer, andere (burger)raadsleden, wethouders en de griffier uitnodigen om aan de discussie deel te nemen. Pagina 14 van 33
Verwijderd: . In plaats daarvan wordt aan enkele sprekers de gelegenheid gegeven om een basis te leggen voor de rest van het debat in de vorm van een ‘statement’. Dit betreft een mondelinge weergave van een standpunt over een onderwerp, voorafgaand aan het debat over dat onderwerp. Het is wenselijk het aantal statements te beperken om te bevorderen dat er vooral wordt gedebatteerd over die aspecten van het onderwerp die bepalend zijn voor de besluitvorming. Andere deelnemers kunnen op de statements reageren Verwijderd: ¶ Met opmaak: Standaard
Verwijderd:
Verwijderd: 5. Behoudens het formuleren van het behandeladvies hebben de overige deelnemers aan ‘Het Debat’ dezelfde rechten als de fractiewoordvoerders.¶
11. Tijdens ‘Het Debat’ is er geen spreekrecht voor burgers of ambtenaren, tenzij het gaat om de uitoefening van het inspreekrecht zoals is bepaald in artikel 18. Artikel 20. Debat tijdens ‘Het Debat’ 1. De voorzitter inventariseert voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van een onderwerp welke fractiewoordvoerders daarover het woord willen voeren. 2. De fractiewoordvoerder uit een fractie die voornemens is om tijdens ‘Het Besluit’ een motie of amendement in te dienen over een onderwerp dat tijdens ‘Het Debat’ wordt behandeld, kondigt dat tijdens de behandeling van het betreffende onderwerp tijdens ‘Het Debat’ aan, tenzij hij het indienen van een motie of amendement tijdens ‘Het Debat’ niet voorzien had. De voorzitter vraagt de andere fractiewoordvoerders of zij hierover willen debatteren. 3. Tijdens het debat gelden geen vaste spreektermijnen. 4. Gedurende het debat mogen sprekers elkaar interrumperen, tenzij dit tot verstoring van de orde leidt. 5. In het kader van de bewaking van de door de agendacommissie bepaalde planning van de vergadering kan de voorzitter de deelnemers aan ‘Het Debat’, in afwijking van het bepaalde in lid 3, een spreektijd stellen of, in afwijking van het bepaalde in lid 4, bepalen dat een spreker zonder verdere interrupties zijn betoog mag afronden. 6.
De vergadering kan op voorstel van de voorzitter of een lid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te debatteren. 7. Op verzoek van een lid of de voorzitter kan de vergadering besluiten het debat te schorsen teneinde de gelegenheid te geven tot nader beraad. Artikel 21. Orde tijdens ‘Het Debat’ 1. De voorzitter verzoekt bij de opening van de vergadering de leden staande een moment van stilte voor bezinning of gebed in acht te nemen. 2. De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3. Over een voorstel van orde beslist de vergadering direct. Als er geen meerderheid is voor zowel het aannemen als het verwerpen van een voorstel van orde, beslist de voorzitter. 4. Indien de agendacommissie een maximale vergadertijd heeft vastgesteld, kan deze niet worden overschreden. Overschrijding is wel toegestaan als het gaat om onderwerpen zoals bedoeld in artikel 16 lid 5, voor zo ver overschrijding daardoor wordt veroorzaakt. 5. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, dan wel anderszins de orde verstoort, roept de voorzitter hem tot de orde.
Indien de desbetreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. De voorzitter stelt de spreker in de gelegenheid de woorden die ertoe hebben geleid dat hij tot de orde is geroepen, terug te nemen. 6. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. 7. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen ‘Het Debat’ uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring is hen verboden, tenzij de agendacommissie vooraf kenbaar heeft gemaakt dat dit is toegestaan. Het op een andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 8. Degenen die van Het Debat geluid- en/of beeldregistraties willen maken, melden zich bij de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen. Zij dienen rekening te houden met de privacy van bezoekers. Als de oordeelsvormende fase is afgerond zijn de standpunten gewisseld en is het onderwerp voldoende besproken om tot besluitvorming over te kunnen gaan.
Pagina 15 van 33
Verwijderd: leden Verwijderd: Hij stelt achtereenvolgens aan de hand van de inventarisatie enkele leden in de gelegenheid een statement te maken.¶ 2. Een statement duurt maximaal een minuut. Tijdens het maken van zijn statement mag de spreker niet worden geïnterrumpeerd.¶ 3. Nadat de statements gemaakt zijn, kunnen de leden, en anderen die daartoe genodigd zijn, daarop reageren en een bijdrage aan het debat leveren. Verwijderd: 4 Verwijderd: of andere deelnemer Verwijderd: 5 Verwijderd: 6 Verwijderd: 7 Verwijderd: 5 Verwijderd: 6 Verwijderd: 8 Verwijderd: 9
Verwijderd: De weergave hiervan wordt alsdan niet in het verslag opgenomen.
HOOFDSTUK 3 – DE RAADSVERGADERING 3.1 Oproep, stukken en agenda Normaliter is de raadsvergadering (‘Het Besluit’) het tweede gedeelte van het avondprogramma en start deze na de sluiting van ‘Het Debat’. Er kan evenwel voor gekozen worden om op een dag dat er geen ‘Het Debat’ plaatsvindt toch een raadsvergadering te houden. Voor beide situaties geldt dat artikel 19, eerste lid, van de Gemeentewet bepaalt dat de burgemeester de leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering. Artikel 22. Oproep en voorlopige agenda 1. De raadsvoorzitter stelt ten minste zeven dagen voor een raadsvergadering de raadsleden in kennis van de oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikels 87 en 88 van de Gemeentewet bedoelde stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de raadsvoorzitter na kennisgeving van een oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. De daarbij behorende stukken worden openbaar gemaakt. Als een aanvullende agenda wordt opgesteld, wordt deze met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering aan de leden ter kennis gebracht.
Verwijderd: 25, eerste en tweede lid,
Artikel 23. Vaststellen agenda De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld. Artikel 24. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met de bekendmaking van de oproep in het raadsinformatiesysteem geplaatst. Als na de bekendmaking van de oproep stukken worden toegevoegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. In de openbare kennisgeving wordt de toegankelijkheid tot de stukken aangegeven. 3. Als omtrent de inhoud van stukken op grond van artikel 87 van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage. Als alternatief kan ervoor gekozen worden de stukken in het besloten gedeelte van het raadsinformatiesysteem te plaatsen. Artikel 25. Openbare kennisgeving Raadsvergaderingen worden ten openbare kennis gebracht door aankondiging in een in Neder-Betuwe verschijnend nieuwsblad en in het raadsinformatiesysteem op de gemeentelijke website. Artikel 26. Vergaderingen van de raad 1.