CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Vraag en antwoord Adviesraad Sociaal Domein

Raadsvergadering 8 februari 2024, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Regiovisie jeugdhulp2.548 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vooropgesteld zijn we content met de opbouw van de conceptvisie. Dat is fijn om te horen. Onze vragen/opmerkingen: - Er wordt ingezet op preventie en normaliseren, deze begrippen zouden concreter uitgewerkt kunnen worden. Wat mij betreft is dit voor een visiedocument voldoende concreet uitgewerkt. In de regionale uitvoeringsagenda zouden we helder kunnen verwoorden per ambitie wat we exact willen gaan doen om deze doelstellingen te bereiken. Daarmee wordt het concreter. - Hoe worden informele netwerken, zoals sportverenigingen, jeugdverenigingen en dergelijke) rondom jongeren meegenomen in dit nieuwe beleid? Krijgen zij hierin een taak? Welke? Dit is een goed aandachtspunt, maar is minder van toepassing op de regiovisie, die redelijk ‘hoog over’ is. Dit zal voor ons eerder een lokaal aandachtspunt zijn bij het opstellen en uitvoeren van beleid. - Uit welke mensen bestaan de lokale teams? (pagina 5). Zijn dit werkers in dienst van de gemeente of werkers van diverse zorgaanbieders? Hoe wordt bepaald wie in het lokale team zitting hebben? Dit zijn medewerkers van de gemeenten. Met ‘lokale teams’ wordt dus in principe de gemeentelijke toegang tot jeugdhulp bedoeld. Sommige gemeenten hebben deze medewerkers zelf in dienst, anderen huren hen in via externe organisaties. Dat staat iedere gemeente vrij.

- Hoe wordt er bekendheid gegeven aan het (gaan) werken met de ‘stevige lokale teams’? Het bekendheid geven aan het werken met stevige lokale teams is geen doel op zich. Het zorgen dat er sprake is van stevige lokale teams wel. Er volgt een handreiking vanuit de VNG over waar de stevige lokale teams aan moeten voldoen. Deze is gebaseerd op de vijf basisfuncties van het lokale team, die is omschreven in de Norm voor Opdrachtgeverschap (VNG). Wij staan achter deze vijf basisfuncties en wachten

de handreiking af om te zien wat deze definitief voor onze lokale teams betekent. We verwachten overigens niet dat dit tot fundamentele wijzigingen zal leiden omdat wij de vijf basisfuncties van het lokale team onderschrijven en daar al aan voldoen. - Hoe worden huidige zorgaanbieders meegenomen en/of voorbereid op de nieuwe werkwijze? De visie gaat niet per se over een nieuwe werkwijze, eerder over ambities die we met elkaar, ook met zorgaanbieders, hebben opgesteld. Wij hebben deze ambities in de nieuwe inkoop van Wmo- en jeugdhulp verwerkt en daar het gesprek met zorgaanbieders over gevoerd in onder andere de marktconsultaties. De zorgaanbieders zijn ook betrokken bij het opstellen van de regiovisie. Wij merken dat de meeste zorgaanbieders de ambities en actielijnen uit de regiovisie onderschrijven en daar veel concrete en mooie ideeën bij hebben. - Hoe gaan de lokale teams de sleutelrol vormgeven in samenwerking met het onderwijs? En hoe wordt daarin voorkomen dat het onderwijs wordt overvraagd? In onze eigen gemeente wordt er al, naar tevredenheid, nauw samengewerkt met het onderwijs. Dit is een lokale beleidskeuze en deze samenwerking staat bij ons hoog in het vaandel. Wij hebben jeugdconsulenten die als aandachtsgebied ‘onderwijs’ hebben.

Zij onderhouden contacten met de verschillende scholen in onze gemeenten, sluiten aan bij OT’s en zijn een sparringspartner voor de IB’ers (PO) en de zorgcoördinatoren (VO). Het onderwijs speelt immers een belangrijke rol in de toeleiding naar jeugdhulp. Het is een belangrijke plek in de leefwereld van het kind en een plek waar signalen vaak (vroeg) worden opgemerkt. Samenwerking is daarom van cruciaal belang, ook om de scholen te ondersteunen in deze belangrijke rol. Naast de samenwerking hebben wij pilots ‘jeugdhulp in de school’ opgestart op verschillende scholen in onze gemeente en is er een ruim aanbod van voorzieningen zoals schoolmaatschappelijk werk. Dit helpt scholen om niet overvraagd te worden. Tegelijkertijd hebben scholen ook een belangrijke taak in het normaliseren van gedrag en ontwikkeling van een kind. Normaliseren is een van de ambities uit de regiovisie en een leidend principe in onze Nota Sociaal Domein. Wij gaan hierover actief het gesprek aan met de scholen en staan hier bij de OT’s en de contacten met IB’ers en zorgcoördinatoren bij stil. Over het algemeen zien wij dat scholen tevreden zijn over de samenwerking met onze gemeente, delen zij onze visie en maken ze gebruik van het aanbod aan voorzieningen dat er aanwezig is.

- Op welke wijze worden ouders betrokken? Nemen we ouders ‘breed’ genoeg mee in de keuzes naar nieuw beleid? Ouders en jeugdigen zijn betrokken bij het opstellen van deze visie. Wij nemen hen uiteraard ook mee in het opstellen van de regionale uitvoeringsagenda. - Welke rol krijgt de huisarts in het nieuwe beleid ten opzichte van de lokale teams?

In de basis houdt de huisarts dezelfde rol. De huisarts is, net als het lokale team, een verwijzer naar jeugdhulp. We hebben inmiddels wel een POH Jeugd ingezet bij alle huisartsenpraktijken in onze eigen gemeente. Dit loopt vanaf oktober 2021. De POH Jeugd wordt door onze gemeente gefinancierd en ondersteunt de huisartsen bij de jeugdvragen die daar binnenkomen. De POH heeft meer ruimte en tijd om een ondersteuningsvraag van een jeugdige/gezin te onderzoeken dan de huisarts zelf. Ook kan zij evt. zelf in een paar gesprekken begeleiding te bieden, waarna de jeugdige weer op eigen kracht verder kan. Als na de gesprekken met de POH Jeugd alsnog een verwijzing op zijn plaats is, kan deze vaak passender worden gemaakt, omdat er een uitgebreide vraagverheldering aan ten grondslag ligt. De inzet van de POH Jeugd verloopt naar tevredenheid van zowel huisartsen als gemeente. - De samenwerking in regio Rivierenland voor specialistische ondersteuning en reguliere ondersteuning ziet er goed uit Fijn om te horen! - Naar aanleiding van actielijn 1 (pagina 16): Wordt het beleid van de lokale teams regionaal uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma? Hoe wordt de eigenheid van Neder-Betuwe hierin vorm gegeven? Is er een beschreven visie van Neder-Betuwe die hierin gehanteerd wordt? Het beleid rondom de lokale teams wordt niet regionaal uitgewerkt.

Dit is een lokale aangelegenheid, waarbij er ruimte is voor de couleur locale. Wel dienen de lokale teams te voldoen aan de criteria gesteld in de Hervormingsagenda (zie het antwoord op de vraag: ‘Hoe wordt er bekendheid gegeven aan het (gaan) werken met de ‘stevige lokale teams’? Op regionaal niveau kunnen en willen we graag van elkaar leren hoe we de lokale teams optimaal kunnen laten functioneren. Dit zal terugkomen in de regionale uitvoeringsagenda.’ - Opvoedvragen (p.6): de mensen die hulp nodig hebben bij de opvoeding, stellen deze vragen meestal niet, of te laat. Ik zou liever iets preventiefs zien zoals opvoedadvies. Wij herkennen ons in de wens om preventief te werken als het gaat om problemen die ouders ervaren bij de opvoeding. Dit is ook een aandachtspunt waarmee we nu we lokaal al bezig zijn. We zullen dus lokaal sowieso aan de slag gaan met preventieve voorzieningen als het gaat om opvoeding. Dit wordt ook van ons verwacht vanuit de Hervormingsagenda en het Integrale Zorgakkoord (IZA). De uitwerking van de regiovisie zal zich richten op hoe we hierin van elkaar kunnen leren. Dit wordt opgenomen in de uitvoeringsagenda. - Indicatievrije beschikbaarheid van jeugdhulp op school (p.6). Mij is niet duidelijk of dit voor alle scholen geldt of alleen voor speciaal onderwijs (genoemd in de zin daarvoor). Ben ik overigens zeker voorstander van.

Wat onze gemeente betreft is dit mogelijk op alle scholen en niet alleen in het speciaal onderwijs. Ook dit zal verder uitgewerkt worden in een uitvoeringsagenda en daarin zullen wij onze ervaringen met de pilots ‘jeugdhulp in de school’ in onze gemeente actief delen.

- Niet voor alle hulpvragen is professionele hulp nodig, (p.15). Daar ben ik het zeer mee eens. Goed om te horen dat u zich in dit uitgangspunt kunt vinden. - Ook hier dezelfde vraag als de eerste opmerking: moet je alle hulpvragen afwachten of kan er meer preventief worden vastgesteld en geboden? Wij zijn een groot voorstander van normaliseren van gedrag en ontwikkelingsvraagstukken. Niet iedere ‘hobbel’ is direct een probleem waar jeugdhulp voor hoeft te worden ingezet. Waar in 1997 nog 1 op de 27 kinderen een vorm van jeugdhulp ontving, is dat inmiddels gestegen tot 1 op de 7,5. Dit is een zorgelijke en vooral niet-wenselijke ontwikkeling. We willen er dus voor waken dat we preventie zien als een manier om bij kleine, zorgelijke signalen direct hulp bij het individuele kind in te zetten. Liever zetten we preventie in om de omgeving van kinderen in het algemeen te verstevigen, zoals binnen het gezin (opvoeding), het onderwijs en het versterken van de weerbaarheid van kinderen. Als er dan dingen gebeuren, is er niet onmiddellijk jeugdhulp nodig. - Eerder mediation bij scheidingen is aan te bevelen. Kinderen hebben veel meer last van een scheiding dan nu wordt aangenomen. Ze zijn loyaal naar hun ouders, maar ontwikkelen vaak later wel problemen. Hier zijn wij actief mee bezig, zowel lokaal als regionaal. - Normaliseren is wat mij betreft een goede actielijn. Fijn om te horen.

- Druk op onderwijs niet vergroten (p.17): dat is een belangrijke zin. Jeugdhulp en onderwijs kunnen elkaar helpen en versterken maar bied het onderwijs vooral hulp en vraag niet teveel in deze tijd van lerarentekort. Zie mijn eerdere antwoord op de vraag ‘Hoe gaan de lokale teams de sleutelrol vormgeven in samenwerking met het onderwijs? En hoe wordt daarin voorkomen dat het onderwijs wordt overvraagd?’ - Op p.19 wordt gesproken van ‘normale’ kinderen. Dat lijkt me geen goede uitdrukking. Dit is tussen aanhalingstekens geplaatst om te accentueren dat er met de kinderen in deze vormen van jeugdhulp niet per se iets aan de hand is, maar wel met hun thuissituatie. Toch begrijp ik wat u hiermee wilt aangeven. Ik zal deze opmerking vast doorgeven. - Op p.21 gaat het over verwijsgedrag. Daar mag wat mij betreft aan worden toegevoegd: de hulp wordt soms heel gemakkelijk verlengd. Hoe zit het met de evaluatie, ouders zijn misschien geneigd de geboden hulp te verlengen, maar wie bepaalt of dit nodig is?

In principe wordt dit bepaald door de gemeentelijke toegang. Maar de huisarts en Gecertificeerde Instellingen kunnen bijvoorbeeld ook naar jeugdhulp verwijzen. Zoals eerder aangegeven zijn er meerdere verwijzers naar jeugdhulp. Wij maken hier afspraken met deze verwijzers over en ook met zorgaanbieders. Uiteindelijk streven wij er allemaal naar om de hulp zo vlug mogelijk af te schalen of te beëindigen. Een goede evaluatie is daarbij een belangrijk en blijvend aandachtspunt. - KDV+ en BSO+ klinkt als een heel goed plan (p.25) Maar als dat alleen op enkele plaatsen kan worden gerealiseerd, ik het niet voldoende. Deze kinderen weer vervoeren werkt niet. Het zou natuurlijk het mooist zijn als dit op zoveel mogelijk plekken gerealiseerd kan worden. Er zitten echter flinke organisatorische haken en ogen aan om dit te realiseren. We nemen uw aandachtspunt mee en zullen hierbij stilstaan in het opstellen van de regionale uitvoeringsagenda. - Algemeen: een goed doordacht plan. Hopelijk is het inderdaad kostenbesparend. Wel moet het primaire doel goed voor ogen blijven: juiste hulp voor kinderen/jeugdigen die dit nodig hebben. Dat blijft inderdaad steeds ons voornaamste doel. - Het plan is inderdaad goed, maar het moment van toevoegen van een mediator, door jeugdzorg(?), wordt over het algemeen pas zichtbaar, als de problemen al geëscaleerd en erg groot zijn.

Uithuisplaatsing, of langdurige begeleiding kan dan het resultaat zijn. Dat klopt. We blijven daarom ook voortdurend nadenken over manieren om uithuisplaatsingen zo ver mogelijk terug te dringen. De tijdige inzet van een mediator is daar een vorm van. - Naar mijn mening moet de drempel voor hulpvraag lager en de mogelijkheid hiervoor veel meer bekend worden. Gezien de actielijn ‘normaliseren’ uit de regiovisie en ons leidende principe ‘normaliseren’ in de Nota Sociaal Domein zijn wij het hier niet per definitie mee eens. Teveel kinderen maken op dit moment gebruik van (laagdrempelige vormen van) jeugdhulp, waardoor de kinderen die dit het hardst nodig hebben op wachtlijsten terechtkomen en soms zelfs de zorg die zij nodig hebben, niet kunnen krijgen. Bovendien zijn er veel verwijzers naar jeugdhulp, waardoor men op veel plekken terecht kan met een hulpvraag. - Dan zou er misschien al wat kunnen worden voorkomen of al in een beginstadium aangepakt kunnen (brandweer-aanpak). Wat zeker belangrijk is, is dat er een goede vraagverheldering plaatsvindt en dat een jeugdige die om hulp vraagt, direct op de juiste plek terechtkomt (matched care i.p.v. stepped care). Wij werken er met al onze ketenpartners actief aan om dit te verbeteren.

- Zie het als een soort van begeleiding, waarbij al bij het overwegen van een scheiding (wat komt er op je af en wat gaat dit kosten en dan niet alleen financieel!) informatie/hulp gevraagd kan worden. - Maar natuurlijk ook bij al spelende-, en/of andere gezinsproblematiek zoals drank/drugs/financiën/geweld/overlijden van naaste of misbruik, is de start op een zo vroegtijdig moment cruciaal. Het gaat er met name om dat de juiste hulp op het juiste moment wordt ingezet. Speelt er bijvoorbeeld schuldenproblematiek, dan vraagt dat om een andere aanpak dan direct jeugdhulp inzetten. Het is van belang goed scherp te krijgen wat er speelt in een gezin en dan de juiste interventie op het juiste moment in te zetten. Jeugdhulp kan daar een onderdeel van zijn. - Door de gevolgen inzichtelijk te maken naar de betrokken ouder(s) en de vervolgstappen helder te maken, wordt bewustzijn van de ontstane situatie gecreëerd, hierbij kunnen ervaringsdeskundigen zeer waardevol zijn. Mee eens. Het inzetten van ervaringsdeskundigen zou goed zijn om mee te nemen in het opstellen van een regionale uitvoeringsagenda. - Liefst gebruikmakende van 1 gezinscoach/casemanager die de loketfunctie overneemt/begeleidt van alle andere overheidsloketten.

Misschien kan dit met een volmacht, met uitsluiting van persoonlijke aansprakelijkheid voor de betrokken hulpverlener? NIETS is zo vervelend/frustrerend voor de hulpzoekende, als WEER je verhaal te moeten vertellen. Het inzetten van een gezinscoach/casemanager is een goed advies, zeker vanuit de visie van 1 gezin – 1 plan – 1 regisseur, waarmee de transitie van jeugdhulp oorspronkelijk naar de gemeenten is gekomen. - Na een hulpvraag van betrokkene(n), melding van derden, scholen of justitie, zal voor opbouw van vertrouwen integer, snel, adequaat, maar ook weer niet te belerend gehandeld moeten worden. Dit advies nemen wij mee. - Ook hulp/informatie bij het opstellen van scheidingsconvenanten, aangifte bij justitie of andere, grote/belangrijke, stappen en de nazorg van het totale gezin dient goed begeleid te worden. Dat klopt, maar het is even de vraag of dit binnen de scope van de regiovisie valt. - Natuurlijk kunnen studenten in dit traject van nut zijn; maar zij hebben mogelijk zelf nog 1 á 2 huwelijken en kinderen in het verschiet. - Antropologische/wetenschappelijke kennis is er al heel veel, maar met de huidige veranderingen in de samenleving, de (onvoldoende-)beschikbaarheid van financiële middelen en de wijze van toepassing van al deze door wetenschappers opgebouwde kennis heeft de huidige problematiek o.a. in de jeugdzorg teweeggebracht.

De problematiek in de jeugdzorg is een complex geheel en een trend die al vele jaren aan de gang is. Ongeacht de oorzaak, werken wij er middels de voorliggende regiovisie aan om dit tij te keren en het aantal jeugdigen in de jeugdhulp terug te brengen, waardoor er meer ruimte ontstaat voor de jeugdigen die de hulp het hardst nodig hebben. Ook landelijk is dit onder de aandacht. Om deze reden is de Hervormingsagenda onlangs vastgesteld. Deze vertoont inhoudelijk veel gelijkenissen met de regiovisie en onze Nota Sociaal Domein. - Een mix van meer ervaring dan theoretische/wetenschappelijk kennis en een aanpak in een vroeg stadium lijkt mij in deze het meest succesvolst. Het betrekken van ervaringsdeskundigheid is zeker een goed advies.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13748274/1