CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Toelichting, regels en bijlagen

Beeldvormende avond ('Het Beeld') 14 september 2023, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Betuwestraat Noord’25.666 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Kesteren, Betuwestraat Noord

Neder-Betuwe

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.1740.bpKEbetuwestrnrd-ont1

15 september 2022

concept

01 juni 2023

ontwerp

projectnummer:

20211573

2

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel van het plan 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldende plannen 1.4 Leeswijzer

6 6 6 7 9

Hoofdstuk 2 Gebiedsvisie 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie

10 10 11

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Nationaal beleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 3.5 Conclusie

15 15 15 22 23 24

Hoofdstuk 4 Milieu- & omgevingsaspecten 4.1 Verkeer en parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Luchtkwaliteit 4.5 Bedrijven en milieuzonering 4.6 Externe veiligheid 4.7 Waterhuishouding 4.8 Ecologie 4.9 Archeologie en cultuurhistorie 4.10 Leidingen 4.11 Explosieven 4.12 Vormvrije-merbeoordeling

25 25 29 30 33 35 39 42 47 53 55 56 62

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Inleidende regels 5.3 Bestemmingsregels 5.4 Algemene regels 5.5 Overgangs- en slotregels

63 63 63 63 65 66

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

67 67 67

Hoofdstuk 7 Procedure 7.1 Overleg 7.2 Inspraak 7.3 Ontwerpfase 7.4 Vaststellingsfase

68 68 68 68 68

3

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Mobiliteitsplan

Bijlage 2

Verkeersanalyse

Bijlage 3

Memo openbaar groen

Bijlage 4

Memo zonstudie

Bijlage 5

Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek

Bijlage 6

Watertoets

Bijlage 7

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 8

Voortoets stikstofdepositie

Bijlage 9

Onderzoek Explosieven

Bijlage 10

Quickscan Wet natuurbescherming

Bijlage 11

Natuurtoets Wet natuurbescherming

Bijlage 12

Onderzoek externe veiligheid

Bijlage 13

Onderzoek luchtkwaliteit

Bijlage 14

Onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 15

Quickscan bedrijven en milieuzonering

Bijlage 16

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Bijlage 17

Besprekingsverslag omgevingsdialoog 4 juli 2022

Bijlage 18

Besprekingsverslag omgevingsdialoog 25 april 2023

4

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

89 89 94

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Bestemmingsregels Verkeer - Verblijfsgebied Water Woongebied Leiding - Riool Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waterstaat - Waterlopen

95 95 96 97 101 103 106 109

Hoofdstuk 3 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels

110 110 111 113 114

Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregels

115 115 116

Bijlagen regels Bijlage 1

5

Inrichtingsplan

Toelichting

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel van het plan

Initiatiefnemer is voornemens om in Kesteren een uitbreidingswijk te realiseren. Voor deze ontwikkeling, Betuwestraat Noord, is tussen initiatiefnemer en de gemeente NederBetuwe een intentieovereenkomst gesloten. De te realiseren wijk ligt aan de noordzijde van Kesteren en wordt ingesloten door de N233 aan de ene zijde en de bebouwing van Kesteren aan de andere zijde. Het stedenbouwkundig plan gaat uit van de realisatie van een kerkgebouw, een basisschool met 20 groepen, bijbehorende gymzaal en maximaal 355 woningen, inclusief infrastructuur, groen en water. De beoogde ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Binnen de huidige bestemmingen is de realisatie van woningen en maatschappelijke voorzieningen met bijhorende openbare ruimte niet mogelijk. Om de ontwikkeling en de ruimtelijke inpassing toch mogelijk te maken is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied bevindt zich ten noorden van de kern Kesteren. Het plangebied wordt begrensd door de N233, Cuneraweg, aan de west- en noordwestzijde, de Rhenenseweg aan de oostzijde en de Betuwestraatweg aan de zuidzijde. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Kesteren sectie D, perceelnummers 35, 83, 417, 986 (gedeeltelijk), 1009.

6

Figuur 1.2.1 Luchtfoto en kadastrale percelen

1.3

Geldende plannen

Het plangebied maakt deel uit van het bestemmingsplan 'Buitengebied Kesteren', vastgesteld op 8 april 2014. Dit bestemmingsplan wijst de gronden aan als agrarisch gebied. Binnen het plangebied geldt bijna volledig de bestemming 'Agrarisch met waarden - 1'. Enkel aan de zuidzijde is een deel van de gronden bestemd als 'Wonen'. De voor 'Agrarisch met waarden - 1' bestemde gronden zijn bestemd voor grondgebonden agrarische productie, teelt op folie of worteldoek en het weiden van dieren. Daarnaast zijn bijbehorende voorzieningen, huiserven, gaarden en opslag toegestaan, evenals de instandhouding, dan wel herstel en ontwikkeling, van de landschappelijke waarden en de natuurwaarden die eigen zijn aan de betreffende gronden, watergangen en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding en extensief dagrecreatief medegebruik. De met 'Wonen' bestemde gronden zijn bestemd voor bewoning, bijbehorende voorzieningen en landschappelijke beplanting. Aan de randen van het plangebied gelden de bestemmingen 'Verkeer' en 'Water'.

7

Voor het plangebied gelden drie dubbelbestemmingen: 'Leiding - Riool', 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied 2' en 'Waterstaat - Beheerszone watergang'. Tevens geldt de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - weg'. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' is op basis van de Parapluregeling Archeologie vervangen door 'Waarde - Archeologie 2', 'Waarde - Archeologie 3' en de 'overige zone - aangetast'.

Figuur 1.3.1 Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Kesteren' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Naast het bestemmingsplan 'Buitengebied Kesteren' gelden ter plaatse de overkoepelende bestemmingsplannen 'VAB-beleid', vastgesteld op 9 april 2017, 'Parapluregeling Parkeren', vastgesteld op 26 april 2018, 'Parapluregeling Archeologie', vastgesteld op 27 september 2019, 'Parapluplan 2020', vastgesteld op 24 september 2020, 'Aanpassing Woonbestemmingen Buitengebied', vastgesteld op 28 september 2021. In deze overkoepelende bestemmingsplannen zijn regels opgenomen die gelden voor het gehele grondgebied van de gemeente Neder-Betuwe, dan wel voor een deel van het grondgebied, zoals het buitengebied. Indien van toepassing wordt in het betreffende beleidsveld nader getoetst aan deze specifieke regels. De beoogde ontwikkeling van een uitbreidingswijk past niet binnen de geldende bestemmingen. Het beoogde gebruik en de beoogde bouwwerkzaamheden zijn niet toegestaan. Onderhavig bestemmingsplan betreft een vervanging van de huidige regelingen en biedt het planologische kader voor de beoogde ontwikkeling.

8

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en de toekomstige situatie van het plangebied. Vervolgens is in Hoofdstuk 3 een samenvatting opgenomen van het actuele beleidskader dat relevant is voor het plangebied. In Hoofdstuk 4 worden de sectorale aspecten beschreven, welke inzicht geven in de relevante milieu- & omgevingsaspecten en de verrichtte onderzoeken. In Hoofdstuk 5 wordt een toelichting gegeven op de gekozen planvorm en de juridische regeling. Hoofdstuk 6 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. Tenslotte wordt in Hoofdstuk 7 de procedure omschreven.

9

Hoofdstuk 2 2.1

Gebiedsvisie

Bestaande situatie

Kesteren is een dorp gelegen tussen de Waal en de Nederrijn. Deze voormalige gemeente is in 2002 gefuseerd met Dodewaard en Echteld tot de gemeente Neder-Betuwe. De Betuwe staat bekend om haar fruitteelt en ook in Kesteren waren akkerbouw en fruitteelt voor lange tijd de voornaamste inkomensbron. Tegenwoordig zijn de inwoners van Kesteren vooral werkzaam buiten het dorp. Kesteren wordt ontsloten via de N320 in westelijke richting en via de Cuneraweg/N233 in noord-zuidelijke richting. Aan de noordrand van Kesteren loopt de Betuwestraatweg vanaf de N233 in oostelijke richting. Ten noorden van de Betuwestraatweg ligt één woonwijk. Tussen deze woonwijk en de N320 ligt nog een bijna geheel onbebouwd stuk grond.

Figuur 2.1.1 Ligging plangebied in omgeving De gronden binnen het plangebied zijn agrarisch in gebruik als fruitboomgaard. Aan de Betuwestraatweg 1 is één vrijstaande woning met bijgebouwen aanwezig. Deze woning is gelegen op een ruim perceel en wordt omgeven door enkele bomen, zie figuur 2.1.3. De randen van het plangebied worden gevormd door een groene berm en waterpartijen. In de zuidwest hoek ligt een klein verhard voorterrein. Hier ligt ook de grens van de bebouwde kom, zie figuur 2.1.4.

10

Figuur 2.1.2 Plangebied gezien vanaf de N233 (bron: google.streetview, opnamedatum juni 2021)

Figuur 2.1.3 Plangebied gezien vanaf de rotonde Betuwestraatweg-Rhenenseweg (bron: google.streetview, opnamedatum juni 2021)

Figuur 2.1.4 Plangebied gezien vanaf de Betuwestraatweg, zuidwest hoek (bron: google.streetview, opnamedatum september 2021)

2.2

Toekomstige situatie

Binnen het plangebied is uitbreidingswijk Betuwestraat Noord voorzien. Deze wijk bestaat uit 355 wooneenheden en maatschappelijke voorzieningen. In figuur 2.2.1 is de meest recente stedenbouwkundige studie opgenomen.

11

Figuur 2.2.1 Stedenbouwkundige studie (bron: deSign mei 2023) Programma Het plan bestaat uit een gevarieerd aanbod aan grondgebonden woningen en gestapelde woningen. Binnen het plangebied worden 97 grondgebonden woningen in de vorm van rijwoningen, twee-onder-één kap woningen en vrijstaande woningen gerealiseerd en 5 appartementengebouwen met in totaal 258 appartementen. De appartementengebouwen hebben een oplopende bouwhoogte van 4 tot 10 lagen. Van deze woningen betreft minimaal 30% sociale huur en minimaal 10% sociale koop.

12

In de uitbreidingswijk komen tevens een kerk, een basisschool met gymzaal en in de eerste bouwlaag van het meest zuidelijke appartementencomplex maatschappelijke voorzieningen ten behoeve van functies die aansluiten bij de school. 2

De kerk heeft 1.750 zitplaatsen en heeft een bruto vloeroppervlak van 4.450 m . De footprint bedraagt maximaal 2.260 m2. De torenspits reikt tot een hoogte van maximaal 36 meter. Op het buitenterrein bij de kerk is een ruime parkeerplaats en fietsenstalling beoogd. De basisschool wordt gerealiseerd op een ruim perceel van circa 3.400 m2. De basisschool bestaat uit maximaal drie bouwlagen en heeft een footprint van ruim 1.500 m2, inclusief gymzaal van maximaal 518 m2. Zodoende blijft er voldoende ruimte over voor een schoolplein en fietsenstalling. De maatschappelijke functies ten behoeve van de school heeft een bvo van maximaal 840 m2. De ruimte is geschikt voor bijvoorbeeld leerlingondersteuning, instellingen specifiek voor kinderen met gedragsproblemen of ander soort persoonlijke begeleiding. In tabel 2.1 is op basis van de stedenbouwkundige inrichting van mei 2023 de verdeling in eenheden en functies opgenomen. Tabel 2.1 Verdeling programma Woningen Type

aantal

Grondgebonden woningen, waarvan:

97

- Vrijstaande woningen

11

- Twee-onder-één kap woningen

12

- Rijwoningen

74

Gestapelde woningen

258

Voorzieningen Functie

omvang

Kerk

4.450 m2 (1.750 zitplaatsen)

Basisschool

20 leslokalen

Gymzaal

518 m2 bvo

Overige maatschappelijke voorzieningen

840 m2 bvo

Inrichting De uitbreidingswijk vormt de noordwestelijke afronding van Kesteren. Vanwege de aanwezige infrastructuur (wegen en water) rond het ontwikkelgebied, ontstaat een soort eiland. De wijk is bereikbaar via enkele entrees aan de Rhenenseweg. Aan de Betuwestraatweg is daarnaast een entree voor langzaam verkeer en tevens ten behoeve van calamiteiten gelegen. Aan de westrand van de uitbreidingswijk worden appartementengebouwen haaks op de Cuneraweg gericht. De voorzieningen zijn gelegen aan de noordzijde van de Betuwestraatweg. Tussen de voorzieningen en de appartementen worden grondgebonden woningen gerealiseerd. De gronden rond de appartementengebouwen worden ingericht met openbaar groen. Aan de randen worden de aanwezige waterpartijen vergroot. Parkeren vindt grotendeels plaats in de openbare ruimte. Nabij de appartementengebouwen en de kerk worden ruime parkeerterreinen gerealiseerd. Deze parkeerterreinen worden groen ingepast, zodat de geparkeerde auto's grotendeels uit het zicht worden onttrokken. Openbaar groen

13

Voor het te realiseren openbaar groen binnen het plangebied is een memo opgesteld, zie bijlage 3. Het openbaar groen in de wijk zorgt voor een aangenaam leefklimaat binnen de wijk en versterkt tegelijkertijd de biodiversiteit en de klimaatrobuustheid van het plan. Rond de appartementengebouwen en aan de randen worden brede groenstroken in combinatie met waterpartijen gerealiseerd, dan wel vergroot. Ook centraler in het plangebied is ruimte voor groen. De totale oppervlakte aan openbaar groen bedraagt 22.300 m2, inclusief wadi's en speelplaatsen. Dit is exclusief groene erfafscheidingen en particuliere tuinen. Zo ontstaat per woning voldoende groen. Bij de inrichting van de groene ruimte wordt rekening gehouden te worden met voldoende speelruimte voor kinderen, verstekken van ruimte voor biodiversiteit en onder andere schaduwwerking langs fietsen wandelpaden. Bezonning Onderdeel van de woonkwaliteit binnen het plan is het effect van slagschaduwen van gebouwen en openbaar groen op de verblijfsgebieden binnen het plan. Om een duidelijk beeld te krijgen van de invloed van schaduwen op de plekken waar bewoners gedurende de dag langere tijd verblijven (bijvoorbeeld achtertuinen en speelplaatsen) is een zonstudie opgesteld, zie bijlage 4.

Uit de zonstudie blijkt dat er in de lente en zomer in de periode van circa 9.00 uur tot 18.00 uur geen noemenswaardige invloed van slagschaduw is van zowel bestaande bebouwing op nieuwe bebouwing als van nieuwe bebouwing op bestaande bebouwing. De schaduwwerking van de appartementencomplexen op de grondgebonden woningen neemt na 20.00 uur toe.

14

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van het relevante beleidskader ten aanzien van het plangebied en de ontwikkeling. In dit hoofdstuk worden de verschillende beleidskaders, nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau, beschreven en toegelicht op welke wijze het beleid heeft doorgewerkt in dit plan.

3.2

Nationaal beleid

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050. Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: y dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; y met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; y waar het goed wonen en werken is.

Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; y met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; y waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten; y dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; y waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; y dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de ‘nationale belangen’. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.

Voor dit project relevante nationale belangen zijn: y Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. y Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. y Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. De belangrijkste keuzes zijn: y Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit y Ruimte voor overgang naar een circulaire economie y Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden y Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen

15

Toetsing Voor het waarborgen van een gezonde leefomgeving speelt bij deze ontwikkeling met name geluid een rol. In het kader van wegverkeerslawaai is akoestisch onderzoek uitgevoerd, zie paragraaf 4.3. Middels een aanvraag hogere waarde en akoestische maatregelen aan de gevel kan een gezonde fysieke leefomgeving worden gerealiseerd. De Novi kenmerkt zich door een hoog abstractieniveau en bevat verder geen concreet beleid ten aanzien van de beoogde ontwikkeling. Er is geen sprake van strijdigheid met de NOVI. 3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van andere overheden, is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en bevat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. In het gebied gelden geen rechtstreeks doorwerkende belangen. Toetsing Het Barro kent geen concrete kaders, directe uitgangspunten of uitvoeringsprogramma’s die op het voorliggende bestemmingsplan en de daarin voorziene ontwikkeling van toepassing zijn. 3.2.3

Besluit ruimtelijke ordening (Bro, 2012)

Ladder voor duurzame verstedelijking Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling vereist dat wordt onderbouwd of en in hoeverre er sprake is van 'duurzaam ruimtegebruik'. Om dit duurzaam ruimtegebruik te garanderen moet de 'ladder voor duurzame verstedelijking' (zoals omschreven in artikel 3.1.6 lid 2 Bro) worden doorlopen: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Toetsing Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. Ook functiewijzigingen groter dan 500 m2 bvo zijn aan te merken als stedelijke ontwikkeling. Het programma bestaat uit 355 woningen (97 grondgebonden en 258 appartementen). Hiervan wordt 30% sociale huur en 10% sociale koop.

Daarnaast worden diverse voorzieningen mogelijk gemaakt: een kerkgebouw, een basisschool met een gymzaal en maatschappelijke ruimtes voor functies die aansluiten bij de school. Gelet op het beoogde programma is sprake van een stedelijke ontwikkeling. Er is ook sprake van een 'nieuwe' stedelijke ontwikkeling omdat het geldende bestemmingsplan vrijwel geen woningen en ook geen andere stedelijke voorzieningen mogelijk maakt.

16

Bestaand stedelijk gebied In de algemene bepalingen van het Besluit ruimtelijke ordening (1.1.1 lid 1 onder h) is de volgende definitie opgenomen voor bestaand stedelijk gebied: “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur”. De beantwoording van de vraag of een plangebied als een bestaand stedelijk gebied kan worden aangemerkt, hangt volgens de Nota van toelichting (2017) af van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. Het begrip is in de jurisprudentie nader ingevuld. Gronden waarop een agrarische bestemming rust, en die overeenkomstig die bestemming worden gebruikt, vormen geen onderdeel van bestaand stedelijk gebied. De locatie heeft grotendeels een agrarische bestemming en wordt als zodanig gebruikt. De locatie ligt niet binnen bestaand stedelijk gebied. Daarom is hierna de behoefte beschreven en de locatiekeuze gemotiveerd. Relevante regio Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling bepaalt tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken.

De begrenzing van de regio is dus afhankelijk van de aard en omvang het programmaonderdeel dat als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. Voor wonen is dat de woonregio Rivierenland. De woningbehoefte en bouwopgave wordt regionaal afgestemd. Beschrijving woningbehoefte Voor het bepalen van de woningbehoefte zijn provinciaal, regionaal en gemeentelijk woonbeleid, de provinciale prognose en regionale afspraken leidend. Deze worden hierna behandeld. Huishoudensprognose 2019 Rivierenland (Provincie Gelderland, december 2019) Uit de actuele Bevolkings- en huishoudensprognose Gelderland 2019 blijkt dat de kwantitatieve woningbehoefte in de regio Rivierenland voor de periode 2019-2030 uitkomt op 6.970 tot 8.170 woningen. In de periode 2030-2040 is behoefte aan 3.200 tot 3.350 woningen.

17

Figuur 3.2.1 Huishoudensontwikkeling 2019-2040 per regio in twee varianten In Rivierenland is tot 2040 sprake van bevolkingsgroei. Rivierenland vergrijst in vergelijking met andere regio's ook minder sterk.

Figuur 3.2.2 Huishoudensontwikkeling naar leeftijd en huishoudenssamenstelling 2019 – 2040 In Rivierenland concentreert de kwalitatieve behoefte zich op grondgebonden koopwoningen in alle prijssegmenten. Er doen zich in deze regio geen potentiële overschotten voor. In Rivierenland is ook vraag naar appartementen, vooral naar sociale huurappartementen en duurdere koopappartementen.

18

Figuur 3.2.3 Fricties vraag en aanbod 2019 - 2025 en 2025 - 2030 Actieplan wonen 2020-2025, sneller, betaalbaar, flexibel (Provincie Gelderland, mei 2020) In het Coalitieakkoord 2019-2023, Samen voor Gelderland streeft de provincie naar een Gelderland waarin het prettig wonen is, met een passende woningvoorraad. Dat betekent voldoende woningen in alle segmenten, die uiteindelijk klimaat- en energieneutraal zijn. Veilig en gezond wonen, in een groene, klimaatadaptieve omgeving in een fijne, inclusieve woonomgeving met voorzieningen. Opgave is om veel extra passende woningen te realiseren met oog voor kwaliteit. De samenstelling van huishoudens verandert. Dat betekent ook een verandering van het totaal aan woonbehoeften. De provincie stimuleert flexibiliteit en innovatie. In 2020 heeft de provincie een Actieplan Wonen opgesteld. Met het Actieplan wil de provincie Gelderland voldoende woongelegenheid bevorderen en het grote woningtekort van vooral betaalbare woningen terugdringen. In het actieplan staan drie doelen centraal: 1. sneller: versnelling van de woningbouw; 2. betaalbaar: meer betaalbare woningen, en; 3. flexibel: meer flexibele woonvormen. Regionale Woonagenda Rivierenland 2020 – 2030 (november 2020) De woningbouwopgave in Gelderland is fors, ook in de regio Rivierenland.

De acht samenwerkende gemeenten (Culemborg, Buren, Maasdriel, Tiel, Neder-Betuwe, West Betuwe, West Maas en Waal, Zaltbommel) hebben daarom de nieuwe 'Regionale Woonagenda Rivierenland 2020 – 2030' opgesteld. Gedeputeerde Staten hebben deze regionale Woonagenda in november 2020 vastgesteld. De gemeenten in Rivierenland en de provincie Gelderland hebben afspraken gemaakt voor de periode 2020 - 2030. Afstemming is nodig omdat er veel onderlinge relaties zijn tussen de woningmarkten in de regio. Wat de ene gemeente doet, heeft effect op de andere gemeente. Dat is dan ook de reden dat de gemeenten iedere vijf jaar bespreken waar ze op hoofdlijnen regionaal mee aan de slag gaan. De regio zet hierbij in op de volgende prioritaire thema's: y Continuïteit in de productie y Betaalbaarheid van het wonen y Flexibiliteit op de woningmarkt y Wonen met zorg y Duurzame woningvoorraad Daarnaast is een belangrijk onderdeel van de regionale woonagenda het regionale woningbouwprogramma. In haar Omgevingsverordening stelt de provincie Gelderland dat

19

bestemmingsplannen alleen nieuwe woningen mogelijk kunnen maken als de ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda. In dit programma is afgesproken hoeveel woningen de gemeenten in de periode 2020 – 2030 gaan bouwen, passend bij de behoefte. Afgesproken is dat Gemeente Neder-Betuwe maximaal 1.400 woningen bouwt in de periode 2020-2030. Het met deze ontwikkeling beoogde programma past binnen de afgesproken regionaal afgestemde aantallen. Neder-Betuwe heeft een realistische nieuwbouwambitie die zich richt op de lokale woningbehoefte. Met het grootste aandeel grote gezinnen in de regio blijft het inwoneraantal nog steeds stijgen. Ook blijven inwoners graag in de gemeente of zelfs in de eigen kern wonen. Koopwoningen staan maar een korte periode te koop en ook de wachttijd voor huurwoningen blijft stijgen. Het is belangrijk dat er op korte en middellange termijn voldoende en uiteraard ook de juiste woningen gebouwd worden. Programma Wonen (2022) Op 27 januari 2022 heeft de gemeenteraad van Neder-Betuwe het Programma Wonen vastgesteld. Het Programma Wonen is de uitvoering van het thema 'wonen voor iedereen' uit de gemeentelijke omgevingsvisie (februari 2022). Speerpunten voor betaalbaar en passend wonen zijn: 1. Betaalbaar voor iedereen: a. Vanaf 7 tot 14 woningen: minimaal 30% sociale huur of sociale koop = 2 tot 4 woningen. b.

Vanaf 14 woningen: minimaal 30% sociale huur = minimaal 4 woningen c. Vanaf 50 woningen: minimaal 30% sociale huur én 10% sociale koop of middenhuur = minimaal 15 + 5 woningen. d. De borging van de betaalbare woningen regelt de gemeente via een doelgroepverordening en de overeenkomsten die gesloten worden met ontwikkelaars. e. Zelfbewoningsplicht bij nieuwbouw van sociale koopwoningen 2. Beschikbaar voor iedereen: a. Verbeteren doorstroming wooncarrière b. Woningbouw en voorzieningen per kern beter aan elkaar verbinden. Denk aan huisarts, school, winkels, openbaar vervoer. c. Versnellen woningbouwproces van idee tot realisatie. 3. Vindbaar voor iedereen 4. Lagere inkomens 5. Starters 6. Senioren Momenteel is er geen sprake van een evenwichtige woningmarkt. Niet elke inwoner van Neder-Betuwe kan zelfstandig de hierboven genoemde speerpunten bereiken. Daar waar de markt dit niet oplost, zet de gemeente zich extra in om deze inwoners te ondersteunen. Kort samengevat zijn goede aanvullingen op de woningvoorraad: y Sociale huurwoningen y Sociale koopwoningen y Betaalbare koop tot 300.000 euro y Woningtypen voor eenpersoonshuishoudens y Levensloopgeschikte woningen voor senioren y Kleinschalige woonoplossingen voor zorgdoelgroepen Met het programma wordt aangesloten op het programma wonen.

Hier wordt aangegeven dat er een behoeve is aan sociale huur, sociale koop, levensloopbestendige koopwoningen (hoog segment) en betaalbare koopwoningen. Deze vraag wordt overgenomen in het plan alsmede de behoefte aan sociale huur (30%) en sociale koop (10%).

20

Beschrijving behoefte kerk en school Kerk Sinds 2017 worden in de regio gesprekken gevoerd over een nieuwe afdeling van de Gereformeerde Gemeenten Opheusden en Rhenen. Beide kerkverbanden hebben al geruimte tijd te maken met een snelgroeiend aantal leden. Inmiddels telt de gemeente Opheusden ruim 2.700 leden. Rhenen telt ruim 1.200 leden. In verband met deze groei is er een inventarisatie geweest wie aan wil sluiten bij een nieuwe gemeente in Kesteren. Deze aanloop is dermate hoog dat de gemeente Kesteren inmiddels al is geïnstitueerd. Er bestaat nu dus al een zelfstandige gemeente in Kesteren. Deze heeft op dit moment nog geen eigen kerkgebouw. De afdeling heeft eerst geprobeerd een tijdelijk onderkomen te vinden in Kesteren zelf, maar daar bleek geen (kerk)gebouw groot genoeg om de gemeente te huizen. Daarop is besloten voorlopig diensten te beleggen in het kerkgebouw van de gemeente te Opheusden. Een commissie van de afdeling is bezig met de voorbereidingen voor nieuwbouw van een kerk. Voor de nieuwe kerk met een capaciteit van 1.750 zitplaatsen is een plek gevonden in dit plangebied. Basisschool met gymzaal De vier grote dorpen in de gemeente Neder-Betuwe krijgen allemaal een reformatorische basisschool van de Vereniging tot het verstrekken van Christelijk basisonderwijs op Gereformeerde Grondslag (VCOG).

De VCOG in de gemeente Neder-Betuwe krijgt namelijk ook vestigingen in Dodewaard en Kesteren. De gemeenteraad stemde daar 11 februari 2021 unaniem mee in. In de gemeente Neder-Betuwe zijn drie basisscholen die onder één bestuur vallen (VCOG): de Eben-Haëzerschool en de Rehobothschool in Opheusden en de Sébaschool in Ochten. Het groeiend aantal leerlingen past niet meer in de huidige schoolgebouwen. Het schoolbestuur en de gemeente kiezen nadrukkelijk voor thuisnabij onderwijs. Vandaar dat er in augustus 2021 een dependance in Kesteren is gestart, met zo'n 100 leerlingen. De gemeente en het schoolbestuur willen deze dependance omzetten naar een nieuwe, zelfstandige school in Kesteren. Het schoolbestuur verwacht, gezien de voorlopige leerling-lijsten, dat zo'n 250-300 leerlingen deze school gaan bezoeken. Dit betreffen naast inschrijvingen vanuit nieuwe nieuwe gezinnen ook leerlingen die op dit moment nog de scholen in Rhenen, Opheusden of Ochten bezoeken. Conclusie Er is behoefte aan meer woningen. Met dit bestemmingsplan worden daarom maximaal 355 woningen mogelijk gemaakt. Er wordt rekening gehouden met de speerpunten voor betaalbaar en passend wonen en vooral ingezet op de woningtypen waar het grootste tekort aan is. Het programma is in overeenstemming met het gemeentelijk beleid.

Gelet op ruimtegebrek en de wens voor zoveel mogelijk thuisnabij onderwijs is ook behoefte aan een school (met gymzaal). Waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied Het is niet mogelijk om de gehele woningbehoefte in Kesteren binnenstedelijk te bouwen, rekening houdend met de kwalitatieve woningbehoefte. Het is niet realistisch om de behoefte aan grondgebonden woningen binnenstedelijk te bouwen. Er is binnen Kesteren ook geen plek voor een nieuwe kerk en basisschool met gymzaal. In de omgevingsvisie is aangegeven dat uitbreiding aansluitend aan de kernen onder voorwaarden mogelijk is. Uitbreiding van het aantal woningen en voorzieningen bij de vier voorzieningenkernen is een logische keuze.

21

Figuur 3.2.4 Uitsnede Omgevingsvisie Neder-Betuwe Dit bestemmingsplan is noodzakelijk om snel te kunnen starten met de ontwikkeling van deze uitbreidingslocatie. Conclusie Op basis van de toetsing in paragraaf 3.2.3 wordt geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.3

Provinciaal beleid

Vanaf de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in 2008 is een nieuw stelsel van verantwoordelijkheidsverdeling tussen Rijk, provincies en gemeenten ontstaan. Uitgangspunt van het provinciaal beleid is decentraal regelen wat kan en centraal regelen wat moet. 3.3.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (2018)

De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland heeft de status van structuurvisie. In de omgevingsvisie zijn twee hoofddoelen vervat die bijdragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven: y een duurzame economische structuur; y het borgen van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. Een gezonde economie met een aantrekkelijk vestigingsklimaat vraagt om krachtige steden en vitale dorpen met voldoende werkgelegenheid. De provincie richt zich onder meer op een adequaat beheer (kwaliteit en kwantiteit) van bestaande en eventueel nieuwe woongebieden, bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel in Gelderland. De provincie wil een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Zo wordt de economische kracht en kwaliteit van leven in Gelderland nu en in de toekomst versterkt Een aantrekkelijke leefomgeving vergt een goede kwaliteit en beleving van natuur en landschap, een gezonde en veilige leefomgeving, en een robuust bodem- en watersysteem.

22

Toetsing De provincie Gelderland streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarende leefomgeving. Daarbij heeft concentratie van functies de voorkeur. Als afwegingskader geldt de ladder voor duurzame verstedelijking. In dit geval is gekozen voor een nieuwe uitbreidingswijk aansluitend aan de kern Kesteren, omdat binnenstedelijk onvoldoende ruimte beschikbaar is voor de beoogde functies. De locatie is volgens de Omgevingsvisie op de Themakaart Ruimtelijk beleid aangeduid als 'windenergie aandachtsgebied' en als gebied waar grote zonneparken mogelijk zijn. Dit is niet relevant bij de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk. Op de themakaart Waterbeleid is het gebied aangemerkt als Intrekgebied. Op het thema water wordt in paragraaf 4.7 ingegaan. 3.3.2

Omgevingsverordening provincie Gelderland (geconsolideerd maart 2022)

De Omgevingsverordening Gelderland (geconsolideerd maart 2022) stelt regels aan de inhoud van ruimtelijke plannen voor die aspecten waar provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken. In de omgevingsverordening is opgenomen dat nieuwe woningen alleen mogelijk zijn als deze in overeenstemming zijn met een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda, of onder voorwaarden vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda. Daarnaast schrijft de verordening middels artikel 2.65b voor dat in het bestemmingsplan dat nieuwe activiteiten of ontwikkelingen mogelijk maakt, een toelichting wordt opgenomen met een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Daarbij moeten de aspecten waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte worden betrokken. Toetsing Een toetsing van het plan aan de regionale woonagenda is opgenomen in paragraaf 3.2.3. Uit de regionale woonagenda blijkt dat er behoefte is aan meer woningen. In dit project wordt mede invulling gegeven aan de behoefte aan woningen. In het plan wordt voldoende rekening gehouden met de impact van de ontwikkeling op de waterhuishouding.

Zo wordt onder andere ruim voldoende bergingscapaciteit van hemelwater gerealiseerd, zie paragraaf 4.7. Verder wordt binnen het plangebied, per woning, voldoende groen gerealiseerd. Bij de inrichting wordt daarbij rekening gehouden met het vergroten van de biodiversiteit en voldoende schaduwplekken voor gebruikers. Het plan voldoet aan de Omgevingsverordening Gelderland.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Neder-Betuwe (februari 2022)

In de gemeente kunnen de eigen inwoners plezierig wonen, alleen, samen of met een gezin. Jong en oud, met en zonder zorg of begeleiding en wat je achtergrond ook is. Dat betekent dat er een gevarieerd aanbod van woningen is, waarbij betaalbaarheid en beschikbaarheid belangrijk zijn. Elke kern heeft zijn eigen identiteit. De nieuwbouw sluit dan ook aan op de woningbehoefte en autonome bevolkingsgroei van de kern. De nieuwbouw zorgt voor de realisatie van verschillende woningtypen en prijsklassen en geeft hiermee de huidige inwoners de mogelijkheid om binnen de gemeente invulling te geven aan hun veranderde woonwens. In aansluiting op de karakteristiek van de kern kan gestapelde bouw worden toegepast. Geplande nieuwbouwprojecten worden ontwikkeld en afgerond. Bij nieuwe bouwprojecten zoekt de gemeente aansluiting bij bestaande bebouwing van de kernen en alleen daar waar behoefte is. Hierbij wordt ook toegezien op een groene en duurzame leefomgeving. Daarbij is het uitgangspunt dat nieuwbouwprojecten moeten passen bij het karakter van de gemeente en passen in de omgeving.

23

Toetsing In de omgevingsvisie is aangegeven dat bestaande uitbreidingslocaties worden ontwikkeld en afgerond. Nieuwe woningbouwlocaties zijn alleen mogelijk aansluitend aan bestaande kernen met een goede landschappelijke inpassing, een goede ontsluiting en met aandacht voor de aanwezigheid of bereikbaarheid van voorzieningen. Binnen de bestaande kernen is geen ruimte aanwezig voor de beoogde woningen en voorzieningen. Uitbreiding aansluitend aan de kernen is onder voorwaarden mogelijk. Met de ontwikkeling wordt bijgedragen aan de gemeentelijke ambities uit de omgevingsvisie.

3.5

Conclusie

De beoogde ontwikkeling past binnen de nationale, provinciale en gemeentelijke beleidskaders.

24

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- & omgevingsaspecten

Verkeer en parkeren

Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Voor de beoogde ontwikkeling wordt de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie berekend op basis van kencijfers uit CROW publicatie 381 en nota parkeernormen Neder-Betuwe versie 30 maart 2017, hierna te noemen parkeernormenbeleid. Voor het te hanteren kencijfer voor de kern Kesteren wordt uitgegaan van een stedelijkheidsgraad van niet-stedelijk, rest bebouwde kom. In het parkeernormenbeleid wordt voor de veel voorkomende functies parkeernormen geformuleerd. Voor de beoordeling van de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid wordt getoetst aan de wegencategorisering en de daarin bepaalde grenswaarde voor de verkeersintensiteit per wegcategorie en expert judgement. Ontsluiting Gemotoriseerd verkeer De geplande uitbreidingswijk ligt ten noorden van Kesteren. Met de uitbreiding wordt dit onderdeel van de bebouwde kom. De ontwikkeling wordt ontsloten door de Betuwestraatweg en de Rhenenseweg.

Hier geldt een maximale snelheid van 50km/uur. De Betuwestraatweg verbindt Kesteren en het plangebied met de N233/N320. Langzaam verkeer Langs de Betuwestraatweg is een vrijliggend fietspad in twee richtingen aanwezig. Openbaar vervoer De dichtstbijzijnde halte, is de halte op de kruising van de Betuwestraatweg met de Hoofdweg en ligt op circa 400 meter van het plangebied. Hier halteren streeklijnen 44 en 45 richting Wageningen en Tiel en 237 via Maurik naar Kesteren. Deze routes gaan via het treinstation van Kesteren. Verkeersgeneratie Voor de beoogde ontwikkeling is een mobiliteitsplan uitgevoerd, zie bijlage 1. Verkeersintensiteit toekomstig situatie Op basis van kengetallen uit CROW publicatie 38 'Toekomstbestendig parkeren - van parkeerkencijfers naar parkeernormen', is de totale verkeersgeneratie van de nieuwbouwwijk berekend. Hierbij is onderscheid gemaakt in voorzieningen en woningen. Tabel 4.1.1 toont de verkeerstoename van de voorzieningen in mvt/etmaal. Tabel 4.1.2 toont de verkeerstoename van de woningen in mvt/etmaal. Bij beide wordt uitgegaan van het minimum en het maximum van de bandbreedte, rest bebouwde kom.

25

Tabel 4.1.1 Verkeersgeneratie voorzieningen Voorziening

Aantal

Kengetallen per 100 m2 bvo

Verkeersgeneratie

minimum

maximum

minimum

maximum

-

-

-

-

School, basisonderwijs 2000 m2 bvo

33,1

38,2

662

764

Gymzaal

9,2

10,9

51

60

713

824

Religiegebouw, kerk

1

2

550 m2 bvo

Totaal 1.

Voor religiegebouwen zijn geen kengetallen voor verkeersgeneratie bekend. Gezien de aard van de gebouwen zal de verkeersgeneratie voornamelijk in het weekend of in de avond plaatsvinden en daarom buiten beschouwing worden gelaten.

2.

Voor basisonderwijs zijn geen kengetallen voor verkeersgeneratie bekend, in plaats hiervan zijn kengetallen voor een kinderdagverblijf gebruikt. Het betreft kengetallen inclusief Kiss & Ride, het aantal bezoekers bedraagt 91% Tabel 4.1.2 Verkeersgeneratie woningen Woningtype

aantal

Kengetallen

Verkeersgeneratie

minimum

maximum

minimum

maximum

Koop, vrijstaand

11

7,8

8,6

70,2

77

Koop, twee-onder-een-kap

12

7,4

8,2

89

98

Koop, tussen/hoek

74

7,0

7,8

518

577

Koop, etage, duur

76

7,0

7,8

532

593

Koop, etage, midden

38

5,6

6,4

213

243

Huur, appartement, sociaal

144

3,7

4,5

533

648

Totaal

355

1.971

2.254

Totaal zal de verkeersgeneratie tussen de 2.670 en 3.062 mvt/etmaal bedragen (weekdag). Het werkdaggemiddelde wordt verkregen door een weekdag te vermenigvuldigen met 1,11. Het werkdaggemiddelde ligt tussen de 2.964 en 3.399 mvt/etmaal. De intensiteit van de ontwikkeling in de spits bedraagt circa 10% van de etmaalintensiteit (algemene vuistregel), dus respectievelijk circa 296 of 339 mvt per spitsuur. Verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid De volledige wijk, inclusief voorzieningen, zal ontsluiten via de Rhenenseweg richting de Betuwestraatweg. De Betuwestraatweg ontsluit het gebied in oostelijke richting naar de Hoofd- en Spoorstraat, en in westelijke richting naar de N320 en N233. Met name de rotonde op de kruising van de Rhenenseweg met de Betuwestraatweg vormt een aandachtspunt voor de mogelijke gevolgen van de toename in verkeersgeneratie. Zoals omschreven in het Neder-Betuws Verkeer en Vervoerplan, zorgt sluipverkeer voor een verhoogde verkeersintensiteit op de Betuwestraatweg. De rotonde dient getoetst te worden op de extra intensiteit maar ook op veiligheid als gevolg voor de nieuwe basisschool.

26

Om de verkeersveiligheid in de wijk te bevorderen wordt aanbevolen zo weinig mogelijk rechtstanden te gebruiken. Daarnaast dient de verkeersveiligheid vergroot te worden door het toepassen van drempels en dergelijke. Om te onderzoeken of de nabijgelegen kruispunten en wegen de verkeerstoename kunnen afwikkelen is er verkeersanalyse, zie bijlage 2, gehouden van de volgende kruispunten/wegen: y Huidige rotonde op de Betuwestraatweg-Rhenenseweg y Huidige rotonde op de Betuwestraatweg – N320 y Huidige en toekomstige inrichting van de Rhenenseweg y Huidige inrichting van de Betuwestraatweg Rotonde Betuwestraatweg - Rhenenseweg In de bestaande situatie verwerkt de rotonde tussen 6.545 en 4.691 mvt/etmaal. Door de beoogde ontwikkeling zal de rotonde drukker worden. Echter blijft de etmaalintensiteit ruim onder de grenswaarde van 20.000 tot 25.000 mvt/etmaal. Hiermee kan worden gesteld dat de rotonde de extra verkeersstromen kan verwerken. Voor een enkelstrooksrotonde wordt als maximale conflictbelasting 1.500 pae/h (personenauto-equivalent) aangehouden. De conflictbelasting voor deze rotonde komt neer op 1.065 pae/uur. Deze waarde ligt onder de maximale waarde van 1.500 pae/u. Ten behoeve van de veiligheid van fietsers die de rotonde willen oprijden of verlaten, is het wenselijk ook de toe- en afritten van de rotonde te voorzien van een fysieke scheiding.

De west- en oostkant hebben een dergelijke scheiding al. De noordelijke tak zal aanzienlijk drukker worden volgens de berekeningen. Het is aan te bevelen deze tak ook te voorzien van een fysieke scheiding. Rotonde Betuwestraatweg – N320 De rotonde Betuwestraatweg - N320 is in vergelijking met de rotonde Betuwestraatweg Rhenenseweg ruimer van opzet. Volgens het verkeersmodel 2035 bedraagt de intensiteit op de rotonde in noord-zuidrichting 13.085 mvt/etmaal. Na planontwikkeling zal de intensiteit 14.793 mvt/etmaal bedragen. Uit deze berekening blijkt dat de intensiteit van deze rotonde onder de maximale intensiteit van 20.000 tot 25.000 mvt/etmaal van een enkelstrooksrotonde ligt. Daarnaast ligt het fietspad buiten de rotonde uit de voorrang. Dit heeft positief effect heeft op de doorstroming van de rotonde waardoor aanpassingen nog niet noodzakelijk zijn. De conflictbelasting voor deze rotonde komt neer op 1.597 pae/uur. Deze waarde ligt iets boven de maximale waarde van 1.500 pae/u voor een enkelstrooksrotonde. Door deze rotonde om te bouwen naar een rotonde met een tweestrooksafrit wordt voldaan aan de richtlijnen. Voor een tweestrooksafrit kan namelijk 2.500 pae/u aangehouden worden. De ombouw van de rotonde wordt bij ingebruikname van het volledige programma geborgd middels een voorwaardelijke verplichting.

Rhenenseweg Uit het Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan blijken plannen om de Rhenenseweg en de aanliggende wijk De Leede aan te passen naar een 30 km/h zone. Volgens de landelijke richtlijnen van het CROW kunnen 30 km/uur wegen tussen de 5.000 tot 6.000 mvt/etmaal vlot en veilig verwerken. De nieuwbouwwijk heeft een verkeersgeneratie van 3.416 mvt/etmaal. Volgens het verkeersmodel 2035 bedraagt de bestaande intensiteit 1.439 mvt/etmaal. Hiermee bedraagt de toekomstige intensiteit op de Rhenenseweg 4.855 mvt/etmaal. Daarmee kan de Rhenenseweg het toekomstige verkeer verwerken.

27

Betuwestraatweg De Betuwestraatweg is en blijft een gebiedsontsluitingsweg (2x1 rijstrook, 50 km/uur). Volgens de landelijke richtlijnen van het CROW kunnen 50 km/uur wegen 1.600 tot 3.200 pae/uur verwerken. Omgerekend bedraagt de toekomstige intensiteit 1.076 pae/uur. Hiermee kan worden geconcludeerd dat de Betuwestraatweg de toekomstige verkeersintensiteit als gevolg van de beoogde ontwikkeling kan verwerken. De Betuwestraatweg is volgens duurzaam veilig principe ingericht. Langs de weg is een vrijliggend fietspad aanwezig in twee richtingen. Parkeren Parkeerbehoefte Voor het berekenen van de parkeerbehoefte is aangesloten bij de parkeernorm van het parkeernormenbeleid. Voor de toevoeging van de voorzieningen en woningen wordt de parkeerbehoefte berekend. Tabel 4.1.3 toont de parkeerbehoefte van de voorzieningen. Tabel 4.1.4 toont de parkeerbehoefte van de woningen. Tabel 4.1.3 Parkeerbehoefte voorzieningen Voorziening

Aantal

Parkeernorm

Parkeerbehoefte

Religiegebouw, kerk

1.750 zitplaatsen

0,2 per zitplaats

350

School, basisonderwijs

16 leslokalen

1 per leslokaal

16

31

31

3,1 per 100 m2 bvo

17

School, Kiss and Ride Gymzaal

550 m2 bvo

Totaal

414

Tabel 4.1.4 Parkeerbehoefte woningen Woningtype

Aantal

Parkeernorm

Parkeerbehoefte

Koop, vrijstaand

11

2,7

30

Koop, twee-onder-een-kap

12

2,6

31

Koop, tussen/hoek

74

2,4

178

Koop, etage duur

76

2,5

190

Koop, etage midden

38

2,3

87

Huur, appartement, sociaal

144

1,5

216

Totaal

355

732

Parkeeraanbod Voor de voorzieningen zijn 357 parkeerplaatsen ingetekend. 323 parkeerplaatsen bij de kerk en 34 parkeerplaatsen bij de school. T.b.v. de woningen zijn er 304 parkeerplaatsen aanwezig op eigen terrein. In de openbare ruimte bevinden zich 439 parkeerplaatsen. Hierdoor is bij de woningen sprake van een overaanbod van 11 parkeerplaatsen. Bij de voorzieningen is echter sprake van een tekort van respectievelijk 27 parkeerplaatsen bij de kerk en 29 parkeerplaatsen bij de school. De kerk en de school hebben alle parkeerplaatsen niet gelijktijdig nodig. Het volledige parkeerterrein van de kerk is enkel tijdens kerkdiensten (op zondag) benodigd. Op deze momenten zijn de parkeerplaatsen op de school niet in gebruik. Andersom geldt hetzelfde waardoor er dus een

28

wederkerig belang is en dubbelgebruik wordt toegepast (in overeenstemming met de Nota Parkeernormen Neder-Betuwe). Deze parkeerplaatsen liggen op acceptabele loopafstand (circa 120-150 meter) van elkaar. Conclusie Uit de verkeersanalyse blijkt dat de verkeersgeneratie als gevolg van beoogde ontwikkeling, met de voorgestelde aanpassing, verwerkt kan worden op het omliggende wegennet. De parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling bedraagt voor de woningen en de maatschappelijke voorzieningen respectievelijk 732 en 373 parkeerplaatsen. Uit de parkeerbalans blijkt dat er een klein tekort is aan parkeerplaatsen bij de kerk en de school. Aangezien beide voorzieningen de parkeerplaatsen niet gelijktijdig gebruiken, zal hier gebruik worden gemaakt van dubbelgebruik van parkeerplaatsen. De totale balans voor de woningen komt neer op een plus van 11 parkeerplaatsen. De parkeerplaatsen worden gerealiseerd op eigen terrein en in de openbare ruimte binnen het plangebied. Het aspect verkeer en parkeren staat de ontwikkeling daarmee niet in de weg.

4.2

Bodem

4.2.1

Beleid en normsteling

Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik. 4.2.2

Onderzoek

Om de bodemkwaliteit van het plangebied te bepalen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 7. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de bovengrond over het algemeen licht verontreinigd is met koper en/of lood en som DDE. De ondergrond is niet verontreinigd met de onderzochte parameters (NEN5740). De resultaten vormen echter geen aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksstrategie. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. PFAS In het kader van mogelijke afvoer van vrijkomende grond is, op verzoek van de opdrachtgever, de bovengrond tevens geanalyseerd op PFAS. De eventueel bij werkzaamheden vrijkomende grond is op of buiten het onderzoeksterrein herbruikbaar. Indien vrijkomende grond of puin van de locatie afgevoerd dient te worden, dient men rekening te houden met de regels van het vigerende Besluit Bodemkwaliteit.

29

4.2.3

Conclusie

De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan. Als de locatie in verband met de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning verder wordt onderzocht, wordt geadviseerd om het onderzoek (locatie boringen en diepte boringen) verder af te stemmen op de geplande ontwikkeling.

4.3

Geluid

4.3.1

Toetsingskader

Langs alle wegen - met uitzondering van 30 km/uur-wegen en woonerven - bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege de weg getoetst moet worden. De breedte van de geluidzone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van binnen- of buitenstedelijke ligging. De geluidbelasting wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day evening night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal. Nieuwe situaties Voor de geluidbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde in onderhavige situaties bedraagt 63 dB (binnenstedelijk gelegen woning). Aftrek ex artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden aan de buitengevels ten aanzien van wegverkeerslawaai betreffen waarden inclusief aftrek op basis van artikel 110g Wgh. Dit artikel houdt in dat voor het wegverkeer een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het wegverkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen.

De toegestane aftrek bedraagt: 5 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen minder dan 70 km/u bedraagt. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of meer is de hoogte van de aftrek afhankelijk van de geluidbelasting exclusief aftrek. Bij een geluidbelasting van 56 dB en 57 dB mag een aftrek toegepast worden van respectievelijk 3 dB en 4 dB. Bij overige geluidbelastingen wordt een aftrek van 2 dB toegepast. De aftrek mag alleen worden toegepast bij toetsing van de geluidbelastingen aan de normstellingen uit de Wgh. In voorliggend onderzoek is gebruik gemaakt van een aftrek van 5 dB. 4.3.2

Onderzoek

Voor de beoogde ontwikkeling is een onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd, zie bijlage 14. De berekeningen zijn verricht aan de hand van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en met behulp van het programma Geomilieu, versie 2021.1. Hoewel de Wet geluidhinder niet van toepassing is voor wegen met een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, mag bij de bepaling van de geluidsbelasting als gevolg van deze wegen wel worden aangesloten bij art. 110g en het Reken- en meetvoorschrift geluid (2012) wat betreft de toe te passen aftrek. De geluidgevoelige bestemmingen zijn gelegen in de geluidszone van de Rhenenseweg, die slechts deels gezoneerd is. De geluidsbelasting wordt als gevolg van de gehele weg getoetst. In tabel 4.3.1 is een beknopte weergave van de rekenresultaten opgenomen, waarin de hoogst berekende geluidsbelasting per deel / pand wordt weergegeven.

30

Tabel 4.3.1 Geluidsbelasting t.g.v. het wegverkeer (LDEN [dB])

Ten gevolge van de Cuneraweg en Betuwestraatweg treedt een overschrijding op van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB. De maximaal te ontheffen waarde van 63 dB wordt niet overschreden. In figuur 4.3.2 is met kleuren aangegeven op welke panden overschrijdingen plaatsvinden vanwege de Cuneraweg (blauw) en Betuwestraatweg (oranje), Cuneraweg én Betuwestraatweg (groen).

31

Figuur 4.3.2 Weergave panden met overschrijdingen in kleur Voor de Cuneraweg en Betuwestraatweg is een afweging van geluidsreducerende maatregelen noodzakelijk. In het onderzoek wegverkeerslawaai is een maatregelenonderzoek opgenomen, zie hoofdstuk 5 in bijlage 14. Hieruit blijkt dat het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen niet doelmatig is. Voor de betreffende woningen dient ten gevolge van de overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de Cuneraweg en Betuwestraatweg een hogere waarde bij het college van B&W te worden aangevraagd.

32

Daarnaast is het akoestisch effect van de verkeersaantrekkende werking van het plan voor de relevante wegen inzichtelijk gemaakt. Deze bedraagt minder dan 0 dB. Hierdoor kan vergelijkbaar aan een reconstructie conform de Wet geluidhinder gesteld worden dat er geen sprake van een relevante toename is. Er is geen sprake van een relevante verslechtering van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de bestaande bebouwing. Er gelden vanuit akoestisch effect oogpunt op bestaande bebouwing geen belemmeringen voor de realisatie van het plan. 4.3.3

Conclusie

Het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen is niet doelmatig. Vanwege de Cuneraweg en Betuwestraatweg dient een hogere waarde te worden aangevraagd. Voor de woningen dient het akoestisch klimaat in de woning (het zogenaamde binnenniveau) te worden gegarandeerd. Voor de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van de woningen is een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels noodzakelijk voor de panden die gekleurd zijn in figuur 4.3.2.

4.4

Luchtkwaliteit

4.4.1

Toetsingskader

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2, van de Wet milieubeheer. De Wet milieubeheer bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaaren daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.4.1 weergegeven. Tabel 4.4.1: Grenswaarden maatgevende stoffen Wet milieubeheer Stof

Toetsing van

Grenswaarde

Stikstofdioxide (NO2)

Jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

Uurgemiddelde concentratie

Max. 18 keer p.j. meer dan 200 µg/m³

Jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

24-uurgemiddelde concentratie

Max. 35 keer p.j. Meer dan 50 µg/m³

Jaargemiddelde concentratie

25 µg/m³

Fijn stof (PM10)

Fijn stof (PM2,5)

Besluit niet in betekenende mate (nibm) In het Besluit nibm en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: y een project heeft een effect van minder dan 3% toename van concentratie NO2 (stikstof dioxide) en PM10 (fijn stof) in de buitenlucht; y een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m² bvo bij één ontsluitingsweg. Besluit gevoelige bestemmingen In het Besluit gevoelige bestemmingen zijn bestemmingen opgenomen waarvoor beperkingen gelden bij de vestiging nabij provinciale- en rijkswegen. Het Besluit richt zich op de bescherming van mensen die verhoogd gevoelig zijn voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). Hiervoor zijn onderzoekszones vastgesteld. Voor rijkswegen geldt een afstand van 300 meter en voor provinciale

33

wegen 50 meter. 4.4.2

Onderzoek

Ten behoeve van de ontwikkeling is een onderzoek naar luchtkwaliteit uitgevoerd, zie bijlage 13. De school die binnen het plangebied wordt ontwikkeld valt onder het Besluit gevoelige bestemmingen. De afstand van de school tot de provinciale weg N233 bedraagt circa 200 meter. Een nadere onderbouwing ten behoeve van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plan is derhalve niet noodzakelijk. De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling betreft maximaal 3.062 verkeersbewegingen per etmaal, inclusief de verkeersgeneratie van de kerk waar echter enkel op zondag verkeersbewegingen zullen plaatsvinden. Om een worst-casescenario inzichtelijk te maken is deze verkeersgeneratie nog opgehoogd met een onzekerheidspercentage van 5%. Het totaal aantal gemodelleerde verkeersbewegingen betreft derhalve 3.324,1. De verkeersbewegingen zullen voornamelijk plaatsvinden met lichte voertuigen (personenauto's). Ten behoeve van de levering van goederen en pakketjes wordt er van uitgegaan dat er dagelijks maximaal 4 zware (vracht)bewegingen zullen plaatsvinden. Dit is 0,12% van het totaal aantal bewegingen. Uit de berekeningen blijkt dat de verkeersgeneratie van het toekomstige plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht.

De maximale bijdrages van 0,90 en 0,25 µg/m3 voor respectievelijk NO2 en PM10 voldoen ruim aan de NIBM grenswaarde van 1,2 µg/m3. Een nader luchtkwaliteitsonderzoek voor het plan is niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt tevens onderzocht wat de luchtkwaliteit is ter plekke van de voorgenomen ontwikkeling. In de Wet milieubeheer zijn grenswaarden opgenomen voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijnstof (jaar- en daggemiddelde) van belang. Voor de andere luchtverontreinigende stoffen wordt, met uitzonderingen daargelaten, nergens een overschrijding berekend. Met behulp van de NSL-monitoringstool is beoordeeld of er ter hoogte van het plan sprake is van een (dreigende) overschrijding van luchtverontreinigende stoffen. Hiervoor is de hoogste waarde van de nabijgelegen rekenpunten aan de N233 gehanteerd. In de volgende tabel zijn voor de jaren 2020 en 2030 voor de relevante stoffen de concentraties en de grenswaarden weergegeven. Tabel 4.4.2 Resultaten 2020 en 2030

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13068761/1