Bijlage 2 - Toelichting en regels
Tekst van het document
NL.IMRO.1740.bpOPsmachtkamp60-vst1
Bestemmingsplan Opheusden, Smachtkamp 60
13 maart 2024
COLOFON Gegevens over het plan: Plannaam: Identificatienummer: Status: Datum: Projectnummer Buro SRO:
Opheusden, Smachtkamp 60 NL.IMRO.1740.bpOPsmachtkamp60-vst1 Vastgesteld Maart 2024 16.30.41
Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever: Contactpersoon opdrachtgever:
Karens Vastgoed Dhr. A. Karens
Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem: Telefoon: E-mail: Internet:
Mevr. L. Brouwer Sweerts de Landasstraat 50, 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.buro-sro.nl
2
Opheusden, Smachtkamp 60
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4
5 Inleiding Aanleiding en doel van het plan Ligging plangebied Geldende plannen Leeswijzer Planbeschrijving Bestaande situatie Toekomstige situatie Beleidskader Nationaal beleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie Omgevingsaspecten Verkeer & parkeren Bodem Geluid Bedrijven en Milieuzonering Luchtkwaliteit Geur Externe veiligheid Waterhuishouding Ecologie Archeologie & cultuurhistorie Leidingen Explosieven Spuitzonering Trillingen Juridische planbeschrijving Algemeen Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Procedure Overleg Inspraak Ontwerpfase Vaststellingsfase
Opheusden, Smachtkamp 60
7 7 7 8 8 9 9 10 12 12 14 15 16 19 20 20 22 23 25 26 28 29 32 35 37 38 38 39 39 40 40 40 40 41 42 43 43 43 44 44 44 44 44
3
Bijlagen bij de toelichting
45
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8
47 49 51 53 55 57 59 61
Schetsontwerp Bodemonderzoek Akoestisch onderzoek rail- en wegverkeer Verkennend onderzoek water Quickscan flora en fauna Voortoets stikstofdepositie Trillingsonderzoek Verslag omgevingsdialoog
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13
61 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Groen Verkeer - Verblijfsgebied Wonen Waterstaat - Waterlopen Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
65 65 71 72 72 72 73 76 77 77 77 78 79 80 81 81 81
Bijlagen bij de regels
83
Bijlage 1 Bijlage 2
85
Staat van Bedrijfsactiviteiten Beplantingsplan 87
4
Opheusden, Smachtkamp 60
Toelichting
Opheusden, Smachtkamp 60
5
6
Opheusden, Smachtkamp 60
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding en doel van het plan
De initiatiefnemer is voornemens om op het perceel Smachtkamp 60 in Opheusden elf nieuwe woningen te realiseren en één bestaande woning te vervangen. De bestaande woning betreft een vrijstaande woning. De nieuwe woningen betreffen rijwoningen, twee-onder-één-kap woningen en vrijstaande woningen. Omdat de beoogde ontwikkeling op grond van het vigerende bestemmingsplan ‘Kernen Neder-Betuwe’ niet is toegestaan, wordt het voorliggende bestemmingsplan in procedure gebracht.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Smachtkamp 60 in Opheusden. Bijgevoegde afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.
Globale ligging en begrenzing plangebied
Opheusden, Smachtkamp 60
7
1.3
Geldende plannen
Voor de in het bestemmingsplan begrepen gronden vigeert thans het bestemmingsplan 'Kernen NederBetuwe', dat op 14 mei 2020 door de gemeenteraad van Neder-Betuwe is vastgesteld. Het gehele plangebied heeft hierin de bestemming 'Wonen' met ter plaatse van de bestaande woning een bouwvlak. Op de navolgende afbeelding is een uitsnede opgenomen van het geldende bestemmingsplan.
Uitsnede geldend bestemmingplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Strijdigheid met het geldend bestemmingsplan Het plangebied heeft reeds een woonbestemming. Binnen het plangebied is echter maar één vrijstaande woning binnen het bouwvlak toegestaan. Daarmee is voorliggend plan strijdig met het geldende bestemmingsplan.
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord.
8
Opheusden, Smachtkamp 60
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
Het plangebied ligt aan de Smachtkamp 60 aan de zuidelijke rand van de de kern Opheusden. Ten noorden van het plangebied bevinden zich aan beide zijden van de Smachtkamp voornamelijk woningen. De woningen bestaan uit verschillende woningtypen, waaronder vrijstaande, twee-onder-één-kap- en rijwoningen. Langs de westzijde van het plangebied ligt een groenstrook met bomen met daarachter grasland dat in gebruik is als trapveldje. Verder ten westen van de planlocatie liggen voetbalvelden van een sportvereniging. Ten zuiden van het plangebied liggen de spoorlijn Arnhem-Tiel en de Parallelweg met verder ten zuiden daarvan het buitengebied met voornamelijk agrarische gronden en enkele woningen. In het plangebied staat een woning met ten noorden daarvan een schuur en daarnaast een kas. In het oostelijk deel van het plangebied ligt voornamelijk grasland met enkele bomen. Het westelijk deel van het plangebied bestaat uit voormalige akkergronden. Voorheen werden in het plangebied snijbloemen gekweekt. De onderstaande afbeelding toont een luchtfoto met het plangebied rood omkaderd.
Opheusden, Smachtkamp 60
9
2.2
Toekomstige situatie
2.2.1 Programma Met voorliggend plan wordt één bestaande vrijstaande woning herbouwd en worden elf nieuwe woningen gerealiseerd, waarvan één vrijstaande woning, twee twee-onder-één-kapwoningen, vier levensloopbestendige woningen, drie sociale koopwoningen en één reguliere koopwoning. De bestaande woning aan de Smachtkamp 60 wordt gesloopt en herbouwd ten oosten van de bestaande woning. Dit betreft tevens een levensloopbestendige woning. 2.2.2 Ruimtelijke ontwikkeling Bij de situering van de woning die herbouwd wordt is rekening gehouden met de bestaande bomen rondom de woning, waarvan de meeste bomen behouden kunnen blijven. Ook kan door de situering de bestaande woning tijdens de bouw blijven staan en hoeft het pas gesloopt te worden na realisering van de nieuwe woning. Aan de Smachtkamp wordt een vrijstaande en een twee-onder-één-kapwoning gerealiseerd. Deze zijn georiënteerd op de weg en doen mee met de bebouwing zoals nr. 56 en nr. 58 en de woningen schuin tegenover het plangebied nr. 85 en 87. Achter de woningen aan de Smachtkamp zijn acht woningen aan een hofje gesitueerd, waardoor er een woonerf ontstaat. Aan het hofje staan vier levensloopbestendige woningen en een rijtje met vier rijwoningen, waarvan drie sociale koop en de hoekwoning aan de westkant reguliere koopwoning. In het hofje is ruimte voor groen en waterberging.
Daarnaast wordt het plan groen ingepast door hagen, waarbij ook een aantal bestaande hagen kunnen worden gehandhaafd zoals die rond de woningen aan de Smachtkamp. Ook dragen de bestaande houtsingels en sportvelden aan de westkant bij aan het groene karakter. De groenzone in het zuidelijke deel van het plangebied zorgt voor een geleidelijke overgang naar het landelijk gebied en wordt gebruikt voor de landschappelijke inpassing met de bestaande bomen en nieuwe aan te planten bomen. Ook kan het dienen voor de benodigde waterberging. De navolgende afbeelding toont een uitsnede van het schetsontwerp. Het volledige schetsontwerp is bijgevoegd als bijlage 1 bij de toelichting. Daarnaast is een beplantingsplan opgesteld welke inzicht geeft in de beoogde soorten beplanting. Het beplantingsplan is toegevoegd als bijlage 2 bij de regels en is in de regels als voorwaardelijke verplichting opgenomen.
10
Opheusden, Smachtkamp 60
Uitsnede schetsontwerp
2.2.3 Ontsluiting en parkeren Drie van de vier woningen aan de Smachtkamp worden via een eigen inrit ontsloten aan de Smachtkamp. De bestaande woning heeft aan de noordzijde een inrit. Deze woningen hebben voldoende ruimte voor parkeren op eigen terrein. De woningen aan het hofje worden via een toegangsweg ontsloten aan de Smachtkamp. De vrijstaande woningen en westelijke hoekwoning hebben voldoende ruimte voor parkeren op eigen terrein. De rest van het parkeren vindt plaats in het hofje, waarbij er voldaan wordt aan de parkeernormen van de gemeente Neder-Betuwe. Zie paragraaf 4.1 voor verder uitwerking van verkeer en parkeren.
Opheusden, Smachtkamp 60
11
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Nationaal beleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Per januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.
Met de komst van de NOVI komen meerdere nationale beleidsstukken te vervallen, waaronder de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Strategisch relevante delen van de SVIR en het Barro worden echter opgenomen in de NOVI en blijven daarmee ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. Dit bestemmingsplan zal daarom ook aan dit beleid worden getoetst. 3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De kaders van het rijksbeleid zijn opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). In de SVIR schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. De structuurvisie gaat uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Dit betekent dat de verantwoordelijkheid voor het ruimtelijk beleid meer bij provincies en gemeenten komen te liggen. Het Rijk zal zich alleen bezig houden met de zaken die prioriteit hebben. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten.
Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol. De structuurvisie is juridisch vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), zie 3.1.3. 3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid, zoals beschreven in de SVIR. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren.
12
Opheusden, Smachtkamp 60
3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.
Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Volgens de nota van toelichting bij artikel 3.1.6, lid 2, aanhef en onder b, van het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen naar het oordeel van de Raad van State planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Planspecifiek Gebiedsgericht Het plangebied ligt niet in één van de aangewezen gebieden van de NOVI.
Het initiatief heeft daarmee geen invloed op één of meerdere aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Ladder voor duurzame verstedelijking Met voorliggend plan wordt één bestaande woning vervangen en worden elf nieuwe woningen toegevoegd. Uit jurisprudentie blijkt dat er pas sprake is van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 3.1.6. Bro als een ontwikkeling voorziet in twaalf of meer nieuwe woningen. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet nodig voor dit plan. 3.1.5 Conclusie Het plangebied ligt niet in een van de aangewezen gebieden van de NOVI/SVIR en het Barro. In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
Opheusden, Smachtkamp 60
13
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Algemeen In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. De visie integreert een vijftal beleidsterreinen: ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is op 19 december 2018 geactualiseerd op basis van de nieuwe omgevingsvisie. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. 3.2.2 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving.
Deze ambities worden hieronder kort samengevat: Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid; Een voortvarend en innovatief circulair beleid; Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit; Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag; Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat; Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Naast deze zeven ambities blijft het beleid uit de Omgevingsvisie uit 2014 gelden. Het gaat om de aanwijzing van functies van regionale oppervlaktewateren, van gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, van Natura 2000-gebieden en van bijzondere natuurgebieden. 3.2.3 Omgevingsverordening Gelderland De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal.
De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. In de Omgevingsverordening is onder meer bepaald dat een bestemmingsplan nieuwe woningen alleen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda (zie ook paragraaf 3.3). Er dient te worden voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Planspecifiek Voor de ontwikkeling is met name het beleid rond 'Nieuwe woonlocaties' van belang. In artikel 2.2.1.1 van de omgevingsverordening is opgenomen dat: "nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts worden toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave voor wonen voor de betreffende regio". In navolgende paragraaf 3.3.1 is opgenomen dat voorliggend initiatief zowel kwantitatief en kwalitatief past binnen het regionale woningbouwprogramma. In paragraaf 3.4.2 wordt aangegeven op welke wijze het realiseren van elf nieuwe woningen past binnen het vastgestelde woonbeleid.
14
Opheusden, Smachtkamp 60
3.2.4 Conclusie Het bestemmingsplan is passend in de Omgevingsvisie en -verordening van de provincie Gelderland.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Regionale woonagenda 2020-2030 In het najaar van 2020 is de Regionale Woonagenda Rivierenland 2020-2030 vastgesteld. Neder-Betuwe heeft samen met de andere regiogemeenten vijf thema's gekozen waarin we samenwerking zoeken: Continuïteit in productie waarbij we de bestaande woningbouwplannen versneld uitvoeren en waar gaan proberen om adaptief (flexibeler) te programmeren. Betaalbaarheid waarbij we ons extra inzetten voor huishoudens met een laag- of middeninkomen. Flexibiliteit op de woningmarkt: er is een toenemend aantal inwoners dat behoefte heeft aan betaalbare en snel beschikbare woonruimte. Wonen en zorg waarbij er voldoende passende en betaalbare woonruimte beschikbaar moet zijn in een breed scala aan woonvormen. Duurzame woningvoorraad waarbij we kijken naar de Regionale Energie Strategie (RES) die invulling moet geven aan de ambities uit het Klimaatakkoord en het Gelders Energie Akkoord. Planspecifiek Met voorliggend plan wordt één bestaande vrijstaande woning herbouwd als seniorenwoning. Daarnaast worden elf nieuwe woningen gerealiseerd, waarvan één vrijstaande woning, twee twee-onder-één-kapwoningen, vier levensloopbestendige woningen, drie sociale koopwoningen en één reguliere koopwoning. De woningen voldoen aan de gebruikelijke duurzaamheidseisen.
Door het gevarieerde woningaanbod worden voor meerdere doelgroepen woningen gerealiseerd, waaronder betaalbare woningen en levensloopbestendige woningen. 3.3.2 Regionaal woningbouwprogramma Rivierenland Het Woningbouwprogramma voor de periode 2020-2030 is vastgesteld door de Provincie Gelderland. Voor de gemeente Neder-Betuwe gaat het om minimaal 950 en maximaal 1.400 woningen tot 2030. De Omgevingsverordening stelt ten aanzien van nieuwe woonlocaties (artikel 2.2.1.1) dat “in een bestemmingsplan nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts worden toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio.” De gemeenten in de regio Rivierenland werken al jarenlang samen op het gebied van wonen. De regio heeft een methodiek van kwalitatief programmeren ontwikkeld, die de instemming van de provincie heeft. Om de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte inzichtelijk te krijgen hebben de gemeenten van de regio Rivierenland afspraken gemaakt voor het opstellen en monitoren - actueel houden - van een regionaal woningbouwprogramma. Het regionale woningbouwprogramma is een dynamische lijst en wordt jaarlijks geactualiseerd. Alle projecten worden getoetst op vier punten: 1. Woonmilieu, prijs en woningtype 2.
Hardheid 3. Ruimtelijke kwaliteit en meerwaarde voor de omgeving 4. Prioritering
Opheusden, Smachtkamp 60
15
Planspecifiek Onderhavig plan past met het realiseren van elf nieuwe woningen van verschillende woningtypen en prijssegmenten en het herbouwen van een bestaande woning tot seniorenwoning binnen de regionale afspraken en binnen de wens om voor de gemeente Neder-Betuwe maximaal 1.400 woningen te realiseren tot 2030. 3.3.3 Conclusie Het bestemmingsplan is passend binnen het regionale beleid.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie Neder-Betuwe De raad van de gemeente Neder-Betuwe heeft op 24 februari 2022 de 'Omgevingsvisie Neder-Betuwe' vastgesteld. De Omgevingsvisie schetst een toekomstbeeld met belangrijke waarden, die Neder-Betuwe kenmerken en wil behouden en versterken voor toekomstige ontwikkelingen. Daarnaast schetst de Omgevingsvisie ook een beeld waar de gemeente de komende jaren aan wil werken. De Omgevingsvisie bestaat uit tien speerpunten, een richtinggevende kaart en een waardenkaart. De speerpunten Een omgeving waarin inwoners een leven lang gezond en veilig kunnen leven, wonen en werken Een goed ondernemers- en vestigingsklimaat, diversiteit in werk voor onze inwoners en een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Wonen voor iedereen. Een goede bereikbaarheid voor gebruikers van het OV, de auto, de fiets en voor de wandelaar. Doorontwikkelen en beleefbaar maken van onze identiteit. Doorontwikkeling van de gemeente als centrum voor laanboomteelt en andere agrarische sectoren. Opwekking en gebruik van energie op een duurzame manier. Voorbereid zijn op de veranderingen in klimaat. Een gezonde, groene en biodiverse omgeving. Behoud en ontwikkeling van sterke dorpen in een nieuwe en nauwe samenwerking met de gemeente. Richtinggevende kaart: Vanuit de speerpunten en de bijbehorende opgaven is een richtinggevende kaart opgesteld.
Op deze kaart staat aangegeven in welk gebied een bepaalde ontwikkeling wenselijk is. Voor een aantal speerpunten zijn zoekgebieden en mogelijke ontwikkelrichting opgenomen. De zoekgebieden zijn wel specifiek aangegeven, voor de overige ontwikkelingen zijn ze richtinggevend en indicatief op de kaart aangegeven.
16
Opheusden, Smachtkamp 60
Richtgevende kaart Omgevingsvisie Neder-Betuwe
Waardenkaart Op de waardenkaart staan gebieden aangegeven waarin de specifiek waarden van de gekozen locatie op aan staan gegeven. Bij een ontwikkeling moet rekening gehouden worden met de waarden van het gebied waarin de locatie ligt. In de Omgevingsvisie worden op de waardenkaart voor de kern Opheusden de volgende waarden benoemd: Mooi, groen bomendorp Goed ondernemerschap en ondernemersklimaat, brede middenstand en sterke laanbomensector Groene omgeving en goede verbindingen hiermee Aanwezigheid van alle basisvoorzieningen (winkels voor dagelijkse boodschap, ruimte voor ontmoeting, sport en beweging, basisscholen) Bij ontwikkelingen in de kern Opheusden wil de gemeente rekening houden met: Voldoende voorzieningen en activiteiten in het centrum en rust in de woonwijken Aanwezigheid en zicht op groen en bomen in de kern De zichtbaarheid en toegankelijkheid van het omringende landschap met waardevolle cultuurhistorische elementen Planspecifiek Met voorliggend plan worden elf nieuwe woningen gerealiseerd en wordt één bestaande woning vervangen in de kern Opheusden. De woningen betreffen verschillende woningtypen, waaronder levensloopbestendige woningen en sociale koopwoningen. Hiermee wordt bijgedragen aan het speerpunt 'wonen voor iedereen'. In het plangebied worden tevens een aantal groene ruimtes gerealiseerd.
De groenzone in het zuidelijke deel van het plangebied zorgt voor een overgang naar het landelijk gebied en wordt gebruikt voor de landschappelijke inpassing met de bestaande bomen en nieuwe aan te planten bomen. Hiermee wordt tevens bijgedragen aan de groene waarden en de zichtbaarheid van het omringende landschap van Opheusden. Het initiatief sluit hiermee aan bij de Omgevingsvisie Neder-Betuwe.
Opheusden, Smachtkamp 60
17
3.4.2 Programma Wonen 2022-2030: wonen voor iedereen Op 27 januari 2022 is het Programma Wonen 2022-2030: wonen voor iedereen, vastgesteld door de raad van de gemeente Neder-Betuwe. Dit is een verdiepend programma van de (concept) Omgevingsvisie NederBetuwe. In het Programma wonen is het beleid met betrekking tot de woningmarkt, het aanbod en de behoefte opgenomen. Om richting te geven aan de ontwikkeling van de gemeente, biedt het Programma Wonen belangrijke handvatten voor de gemeente zelf, maar ook de partners met wie zij op het brede speelveld van het wonen samenwerkt. Het geeft een kwalitatieve inkleuring aan de woningbouwontwikkeling van zowel nieuwbouw als bestaande bouw en alle facetten die hiermee samenhangen. Dit borgt de gemeente door randvoorwaarden te stellen voor de realisatie van sociale huur en sociale koop. Om wonen voor iedereen te realiseren ziet de gemeente de volgende aandachtspunten die gebaseerd zijn op onderzoek, bestaande beleidskaders en discussie met inwoners, professionals en de raad: 1. Betaalbaar voor iedereen Momenteel staat de woningmarkt in heel Nederland onder spanning, ook in Neder-Betuwe. In de koopsector is dit bijvoorbeeld te zien aan de steeds hoger wordende prijzen van koopwoningen en een afname van het aantal beschikbare woningen. In de huursector is de spanning te zien aan de lange wachtlijsten voor sociale huurwoningen.
Door het grote tekort aan woningen en de groei van huishoudens wordt het steeds moeilijker om aan een woning te komen. Vooral voor de lagere inkomens, starters en kwetsbare groepen is de situatie nijpend. Maar ook spoedzoekers en middeninkomens hebben moeite met het vinden van een betaalbare woning. Dit geldt voor zowel de koop- als de huursector. 2. Beschikbaar voor iedereen We zetten in op gevarieerde woningbouw in elke kern, zowel qua woningtype als prijsklasse. Dit doen we voor onze lokale inwoners en om aan de autonome inwonersgroei van de gemeente te voldoen. Uit onderzoek van de verhuisstromen blijkt dat we, ondanks gunstige ligging aan de A15, geen grote toestroom hebben vanuit de Randstad. De woningbouwprogrammering is afhankelijk van de bestaande woningen, de behoefte en nieuwbouwmogelijkheden per kern. 3. Vindbaar voor iedereen Het vinden van een woning is op dit moment geen vanzelfsprekendheid. Het is fijn om te weten welk actueel aanbod er is in de gemeente is. Ook is het handig om te weten bij wie u moet zijn of hoe u kunt reageren om een woning te huren of kopen. Elke verhuurder en verkoper mag zelf bepalen hoe zij dit doen. De gemeente aan de slag om dit voor inwoners beter inzichtelijk te maken. 4. Lagere inkomens In de dorpen van Neder-Betuwe wordt al jaren gemixt gebouwd.
Daarmee bedoelen we dat er verschillende woningtypen en prijsklassen gerealiseerd worden: van sociale huur tot luxe villa's. De keuze wat er gebouwd wordt moet aansluiten bij wat nodig is. De bevolking verandert en dat betekent ook dat het bouwprogramma moet veranderen: meer eenpersoonshuishoudens en zorg aan huis, waarbij het merendeel van deze inwoners een inkomen heeft waarmee ze alleen kans maken op een woning in de sociale huur of lage koop. 5. Starters Het begrip starter wordt vaak gebruikt, maar wie is nou die starter? De groep starters wordt door iedereen op een andere manier gedefinieerd. Toch worden starters op de woningmarkt vaak wel gezien als 'jonge mensen'. Hierbij denkt men al snel aan de groep 25-35 jaar, vooral bij koopstarters. De groep tot 25 jaar wordt vaak niet meegenomen als starter op de woningmarkt. Je kan huurstarters en koopstarters onderscheiden. Huurstarters starten óf in de sociale huur óf in de particuliere huur. Voor koopstarters gaat het veelal om het bemachtigen van een sociale of goedkope koopwoning, waarbij ze zelf geen zelfstandige koopwoning achter laten.
18
Opheusden, Smachtkamp 60
Het kan daarbij wel zijn dat deze koopstarter al een stukje wooncarrière in de (sociale) huur heeft doorlopen en daardoor een huurwoning achterlaat. 6. Senioren Vanaf 65 jaar val je onder de noemer senior. Neder-Betuwe telt 2.500 inwoners van 65 tot 75 jaar (ruim 10% van de bevolking) en 1.650 inwoners van 75 jaar of ouder (bijna 7% van de bevolking). Onze gemeente is daarmee iets minder vergrijsd dan het landelijk gemiddelde. De komende jaren zal de vergrijzing in NederBetuwe verder toenemen. Dat betekent ook een toenemende zorgvraag en een toenemende vraag naar passend wonen. Het belangrijkste is dat 55-plussers, die nog geen senior zijn, zich ervan bewust moeten worden dat ze tijdig kiezen voor een passende woning. Nadenken over verhuizen of verbouwen als de zorgvraag er is, betekent dat er weinig keuze en/of tijd is voor het vinden van een gewenste woning of verbouwen van de bestaande woning. Als er niet op tijd verhuisd is, moet de huidige woning via de WMO aangepast worden op de hulpvraag. Planspecifiek Met voorliggend plan wordt één bestaande vrijstaande woning herbouwd tot seniorenwoning en worden elf nieuwe woningen gerealiseerd, waarvan één vrijstaande woning, twee twee-onder-één-kapwoningen, vier levensloopbestendige woningen, drie sociale koopwoningen en één reguliere koopwoning. De ontwikkeling vindt plaats binnen de bestaande bebouwde kom van de kern Opheusden.
Met het plan wordt invulling gegeven aan zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve woningbehoefte van de gemeente Neder-Betuwe. Het initiatief past binnen het Programma Wonen 2020-2030.
3.5
Conclusie
Het bestemmingsplan is passend binnen de beleidskaders van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Neder-Betuwe.
Opheusden, Smachtkamp 60
19
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsaspecten
Verkeer & parkeren
4.1.1 Verkeer 4.1.1.1 Regelgeving De gemeenteraad stelde op 8 maart 2018 het Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan (NBVVP) vast. Dit geeft de visie tot 2025 weer hoe de gemeente Neder-Betuwe nu en in de toekomst om gaat met vraagstukken op het gebied van verkeer en vervoer dan wel de mobiliteit. Het plan bestaat uit twee onderdelen: Beleidsrapportage met daarin de visie van de gemeente tot 2025. Belangrijk onderdeel hierin is ook het Uitvoeringsprogramma, waarin staat welke projecten de gemeente de komende jaren wil uitvoeren en voor welke projecten geld beschikbaar is. Achtergrondrapportage met daarin achtergrondinformatie bij de beleidsrapportage. In de achtergrondrapportage zijn de resultaten van de inventarisatie en (knelpunt)analyse opgenomen. 4.1.1.2 Doorwerking bestemmingsplan Om inzicht te bieden in de mate van verkeerstoename als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, is de verkeersaantrekkende werking bepaald. Daarvoor is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van een gemiddelde weekdag (aantal vervoersbewegingen per weekdag: vvb/wd). De omgeving wordt getypeerd als 'niet-stedelijk' en waarbij conform de Nota parkeernormen van de gemeente van 'binnen de bebouwde kom' wordt aangehouden. Dit is vergelijkbaar met de CROW-typering van 'rest bebouwde kom'.
Met voorliggend plan worden 11 nieuwe woningen (5 vrijstaande woningen, 2 twee-onder-één-kapwoningen, 3 sociale koop, 1 hoekwoning) gerealiseerd binnen de kern Opheusden. Hierdoor neemt het aantal verkeersbewegingen toe met maximaal 85,2 bewegingen per etmaal. De nieuwe woningen worden ontsloten via de Smachtkamp. Uit verkeersgegevens van de gemeente (verkeersmodel, 2016) blijkt dat de verkeersintensiteit op de Smachtkamp en andere omliggende straten van het plangebied tussen de circa 500 en 1000 mvt/etmaal bedraagt. Het betreft rustige woonstraten van 30 km/u. Daarmee kan de bestaande infrastructuur de 60 extra verkeersbewegingen goed opvangen en afwikkelen. Voor het ophalen van afval is een opstelplaats voor containers aan de Smachtkamp gesitueerd. Hierdoor hoeft de vuilniswagen het hofje niet in. 4.1.2 Parkeren 4.1.2.1 Regelgeving Op 11 mei 2017 heeft de gemeenteraad de 'Nota Parkeernormen' vastgesteld. Deze nota beoogt het vastleggen van de parkeernormen in de gemeente Neder-Betuwe en het bepalen van een transparant en eenduidig toepassingskader. Aan de hand van de parkeernormen kan de parkeerbehoefte van toekomstige ruimtelijke plannen en -ontwikkelingen berekend worden. De gemeente heeft de parkeernormen ontleend aan de landelijke kencijfers van CROW.
4.1.2.2 Doorwerking bestemmingsplan Uit de 'Nota Parkeernormen' van de gemeente Neder-Betuwe en het beoogd programma volgt de volgende parkeerbalans:
20
Opheusden, Smachtkamp 60
Voor vrijstaande woningen geldt een parkeernorm van 2,7 parkeerplaatsen per woning, Voor twee-onder-éénkap-woningen geldt 2,6 parkeerplaatsen per woning, voor rijwoningen koop geldt 2,4 parkeerplaatsen per woning en voor de rijwoningen sociale koop geldt een parkeernorm van 2,0 parkeerplaatsen per woning. In totaal zijn daarmee voor voorliggend plan 29,8 parkeerplaatsen nodig. Bij de vrijstaande woningen, de twee-onder-één-kap- en de westelijke hoekwoning wordt op eigen terrein geparkeerd. Samen met de 8 parkeerplaatsen die in het hofje in de openbare ruimte worden gerealiseerd, worden in het plangebied in totaal 30 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee wordt aan de parkeernormen voldaan. 4.1.3 Conclusie Het aspect 'verkeer & parkeren' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
Opheusden, Smachtkamp 60
21
4.2
Bodem
4.2.1 Regelgeving Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening dient voor elke individuele bouwlocatie aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.
Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). 4.2.2 Doorvertaling bestemmingsplan In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een verkennend (asbest)bodemonderzoek uitgevoerd. De belangrijkste resultaten zijn hieronder weergegeven, de volledige rapportage is als bijlage 2 bij de toelichting opgenomen. Geconcludeerd wordt dat enkele licht verhoogde gehalten verontreinigingen zijn aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten zijn over het algemeen echter zodanig licht verhoogd dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is. Alleen de matige verontreiniging met koper in de bovengrond ter plaatse van boring 106 vormt aanleiding tot aanvullend onderzoek, om na te gaan of sprake is van een ‘uitschieter’ of ‘spot’, of dat mogelijk toch sprake is van een dusdanige verontreiniging dat deze aanleiding vormt voor nader onderzoek en/of een bodemsanering. In de puinverharding en westelijke druppelzone van het dak van de schuur is geen verontreiniging met asbest aangetoond. Ter plaatse van de oostelijke druppelzone is een gehalte aan asbest aangetoond boven de grens van 50 mg/kgds, waarboven nader onderzoek nodig is.
Indien uit het nader onderzoek blijkt dat het gemiddeld gewogen asbestgehalte hoger is dan 100 mg/kgds is er een saneringsnoodzaak; dit is echter niet het geval indien het gehalte lager blijkt te zijn dan 100 mg/kgds. 4.2.3 Conclusie Het nader bodemonderzoek dat volgt uit paragraaf 4.2.2 wordt uitgevoerd en bij de indiening van de omgevingsvergunning voor het bouwen overlegd. Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
22
Opheusden, Smachtkamp 60
4.3
Geluid
4.3.1 Regelgeving Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd dient te worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten. Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen.
De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen. Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een “hogere waarde procedure” worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde "dove" gevel heeft. Een "dove gevel" is een bouwkundige constructie: waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering; waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woon- en leefklimaat in de woning.
De karakteristieke geluidwering van de gevel dient voor nieuwbouw zodanig te zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB. 4.3.2 Wegverkeerslawaai Regelgeving In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart blijkt dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt. Bij vaststelling van een bestemmingsplan dient voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek te worden verricht (art.76 lid 1 Wgh). De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel.
Tabel 4.1: overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg)
Opheusden, Smachtkamp 60
23
De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. Doorvertaling bestemmingsplan In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. De belangrijkste resultaten zijn hieronder weergegeven, de volledige rapportage is als bijlage 3 bij de toelichting opgenomen. Het plangebied ligt aan de Smachtkamp waar sprake is van een 30 km zone zonder veel (vracht)verkeer. Dergelijke wegen hebben volgens artikel 74 lid 2 van de Wgh geen geluidszone en zijn daarmee niet onderzoeksplichtig. Het plangebied ligt wel in de geluidzone van de zuidelijk gelegen Parallelweg (60 km/u). De geluidbelasting door wegverkeer op de Parallelweg bedraagt ten hoogste 37 dB na aftrek van 5 dB ex art 110-g Wgh. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt daarmee niet overschreden. De geluidbelasting door wegverkeer op de 30 km wegen bedraagt ten hoogste 41 dB na aftrek van 5 dB ex art 110-g Wgh. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt door elk van de 30 km wegen dus niet overschreden. Hiermee is er voor de 30 km wegen tevens sprake van een goede ruimtelijke ordening.
Er hoeven geen hogere waarden te worden vastgesteld voor de geluidbelasting door wegverkeer. 4.3.3 Railverkeerslawaai Regelgeving In de Wgh en het Bgh is de zonering van spoorwegen (en ook van tram en metro) en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Bij spoorweglawaai is de breedte van de zone onder andere afhankelijk van het aantal sporen en de verkeersintensiteit. In de Regeling Zonekaart spoorwegen is per spoortraject de zonebreedte vastgesteld. Deze zonebreedte varieert van 100 tot maximaal 1300 meter. Binnen deze zone is de Wgh van toepassing. Doorvertaling bestemmingsplan In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting van het railverkeer. De belangrijkste resultaten zijn hieronder weergegeven, de volledige rapportage is als bijlage 3 bij de toelichting opgenomen. De geluidbelasting door railverkeer bedraagt ten hoogste 57 dB. De voorkeursgrenswaarde van 55 dB wordt op de zuidgevel van de rijwoningen (rekenpunt 1 en 2) overschreden. De hoogst toelaatbare geluidbelasting van 68 dB wordt niet overschreden. Maatregelen aan de bron zijn financieel niet haalbaar. Maatregelen in de overdracht zijn stedenbouwkundig en landschappelijk niet haalbaar. Er dient voor de gevels van de rijwoningen (rekenpunt 1 en 2) een hogere waarde te worden aangevraagd van 57 dB.
De noordgevel van alle woningen is geluidluw voor railverkeer. De woningen hebben een geluidluwe gevel en buitenruimte aan de noordzijde. Voor het aspect geluid zal sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening voor een woning als tevens wordt voldaan aan de eisen voor de geluidwering conform het Bouwbesluit. 4.3.4 Conclusie Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
24
Opheusden, Smachtkamp 60
4.4
Bedrijven en Milieuzonering
4.4.1 Regelgeving Regelgeving Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom dient aandacht te worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies. Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten middels een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek.
Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied. Voor het vaststellen van de genoemde minimale richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. Naast de omgevingstypen 'rustige woonomgeving' en 'gemengd gebied' kent de VNG-publicatie ook het type 'gebied met functiemenging'. Het begrip 'gebied met functiemenging' heeft geen betrekking op de typering van een gebied maar op de toelaatbaarheid van hinderveroorzakende functies, zoals stadscentra, dorpskernen, winkelcentra, horecaconcentratiegebieden, zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en (delen van) woongebieden met kleinschalige dan wel ambachtelijke bedrijvigheid.
Tabel 4.2: richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien niet aan de richtafstanden wordt voldaan, is een nadere beschouwing danwel onderzoek nodig. Hiertoe wordt ten aanzien van het geluidsaspect gebruik gemaakt van de beoordelingssystematiek uit de VNG-publicatie. Tijdens het inwerking zijn van inrichtingen zullen deze worden getoetst aan het Activiteitenbesluit.
Opheusden, Smachtkamp 60
25
4.4.2 Doorvertaling bestemmingsplan Rondom het plangebied bevinden zich voornamelijk woningen. In de directe omgeving van de woningbouwlocatie zijn enkele bedrijven of andere functies aanwezig. In onderstaande tabel zijn de adressen en maximaal toegestane milieucategorieën van de aanwezige bedrijven en inrichtingen weergegeven. Adres
Inrichting
Toelaatbare Maatgevende milieucategorie aspect
Van Maanenstraat 1 Parallelweg 11
Sportveldencomplex Boomkwekerij
3.1 2
Geluid Geluid
Richtafstand Feitelijke (in m)* afstand (in m) 50 50 30 50
Tabel aanwezige bedrijven en inrichtingen
Tabel 4.3: overzicht relevante bedrijvigheid Op basis van de VNG-brochure is de omgeving van het plangebied aan te merken als een rustig woongebied. Een rustig woongebied is een woonomgeving die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Ten westen van het plangebied ligt een sportveldencomplex. Hiervoor geldt een richtafstand van 50 meter voor geluid voor velden met verlichting (i.v.m. sportactiviteiten in de avond). De velden zonder verlichting liggen op circa 50 meter afstand van het plangebied. De velden met verlichting liggen op circa 180 meter afstand van het plangebied. Hiermee wordt ruimschoots aan de richtafstand voldaan. Voor de boomkwekerij ten zuiden van het plangebied wordt ook aan de maatgevende richtafstand voldaan. Geconcludeerd kan worden dat er in het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat er met het plan geen bedrijven of functies in het bedrijfsvoering worden belemmerd. 4.4.3 Conclusie Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1 Regelgeving In het kader van een planologische procedure dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij dient het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' in beeld te worden gebracht. De Wet luchtkwaliteit van 15 november 2007, opgenomen in hoofdstuk 5, onder titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) gaat in op luchtkwaliteitseisen. In Bijlage 2 van de Wm zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd van onder andere de stoffen stikstofdioxide (NO 2), fijn stof (PM10), benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb) en koolmonoxide (CO). Projecten dienen te worden beoordeeld op basis van de 'Wet luchtkwaliteit' c.q. artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor vergunningverlening als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden.
In artikel 2 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is opgenomen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de zogenaamde '3% grens' niet wordt
26
Opheusden, Smachtkamp 60
overschreden. Na vaststelling van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) op 1 augustus 2009 is deze grens gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. In artikel 4 van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. 4.5.2 Onderzoek Een project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO 2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 µg/m3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. In de regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan een ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
De ontwikkeling van 11 nieuwe woningen en herbouw van 1 woning in dit bestemmingsplan valt ook binnen de NIBM-regeling zodat onderzoek op grond van de Wet luchtkwaliteit niet noodzakelijk is. Goede ruimtelijke ordening (NSL-monitoringstool/Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit) In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 bepaald ter plaatse van het plangebied. Met de monitoringstool zijn langs de belangrijkste wegen (A15, N323 en/of N233) de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald. Onder afbeelding 4.2 zijn de jaargemiddelde concentraties weergegeven voor het peiljaar 2021. Uit deze afbeelding blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarde van 40 µg/m3 (voor NO2 en PM10) en 25 µg/m3 (voor PM2,5) niet worden overschreden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten.
Afbeelding 4.2.: NSL-monitoringstool
Opheusden, Smachtkamp 60
27
4.5.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'luchtkwaliteit' geen belemmering vormt voor de onderhavige ontwikkeling.
4.6
Geur
4.6.1 Regelgeving Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt: voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld (in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv))) geldt een maximale geurbelasting) op een geurgevoelig object; voor andere diercategorieën geldt een minimale afstand van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden (conform Reconstructiewet) en nietconcentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De wet beschrijft in artikel 3 de maximale norm voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig object in vier situaties, zie onderstaande tabel.
Binnen bebouwde kom
diercategorieën Rgv andere diercategorieën
Buiten bebouwde kom
diercategorieën Rgv andere diercategorieën
Concentratiegebied max. 3 ouE/m³ min. 100 m t.o.v. geurgevoelig object max. 14 ouE/m³
Niet-concentratiegebied max. 2 ouE/m³ min. 100 m t.o.v. geurgevoelig object max. 8 ouE/m³
min. 50 m t.o.v. geurgevoelig object
min. 50 m t.o.v. geurgevoelig object
Geurnormen Wgv De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid om afwijkende geurnormen vast te stellen voor (delen van) het grondgebied. Op deze wijze kan de gemeente een geurhinderbeleid vaststellen dat is afgestemd op de plaatselijke situatie. Regeling geurhinder en veehouderij In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is de wijze vastgelegd waarop: de geurbelasting wordt bepaald; de afstand tussen veehouderij en geurgevoelig object) wordt gemeten. Activiteitenbesluit Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in
28
Opheusden, Smachtkamp 60
bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee). Geurgebiedsvisie gemeente Neder-Betuwe Op 15 september 2011 heeft de gemeenteraad de geurverordening en bijbehorende geurgebiedsvisie vastgesteld. Doelstelling van deze visie is het opstellen van een gemeentedekkend gebiedsgericht geurbeleid voor de gemeente Neder-Betuwe gebaseerd op de Wet geurhinder en veehouderij, waarin een afweging is gemaakt tussen geurbelasting en geurbeleving. De gebiedsvisie brengt de geurknelpunten in beeld en geeft de mogelijkheid om maatwerk te leveren in de (nog te bepalen) deelgebieden. Met geurknelpunten worden situaties bedoeld waarbij de geurcontouren van agrarische bedrijven rond een bouwblok over geurgevoelige objecten reiken als zijnde voor grondwaarde, of een situatie waarbij verschillende agrarische bedrijven gezamenlijk een niet acceptabel hinderpercentage leveren als zijnde achtergrondwaarde. 4.6.2 Doorvertaling bestemmingsplan Het plangebied ligt in een woongebied in de bebouwde kom van Opheusden. De locatie is niet gelegen in de nabijheid van veehouderijen. Geurhinder van agrarische bedrijven vormt daarmee geen belemmering voor dit plan.
4.6.3 Conclusie Het bestemmingsplan is uitvoerbaar ten aanzien van het aspect geur.
4.7
Externe veiligheid
4.7.1 Regelgeving Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid rondom externe veiligheid is vastgelegd in circulaires, regelingen, AMvB's en wetten. In Nederland worden twee maten gehanteerd voor externe veiligheidsrisico's, namelijk het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Bij het plaatsgebonden risico (PR) gaat het om de kans per jaar dat een denkbeeldig persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich onafgebroken en onbeschermd in de nabijheid van een risicovolle inrichting of transportas bevindt. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven als een contour rondom de risicovolle inrichting of de transportas. Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve kans dat een (werkelijk) aanwezige groep van 10, 100 of 1.000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen voordoen.
Dit is de zogenaamde 1 %-letaliteitsgrens; de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1 % van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf (invloedsgebied). Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein, bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. Deze bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij woningen, kantoren, ziekenhuizen, scholen of winkels. Het besluit verplicht gemeenten en provincies wettelijk vanaf de inwerkingtreding van het besluit bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van ruimtelijke plannen met externe veiligheid rekening te houden. Het gaat daarbij niet alleen om het oprichten van of veranderen van inrichtingen of projecteren van nieuwe bestemmingen. Ook bij het vaststellen of herzien van een bestemmingsplan dient de externe veiligheid te worden beoordeeld. Het besluit is op 27 oktober 2004 in werking getreden.