Bijlage 2 - Toelichting
Tekst van het document
NL.IMRO.1740.bpKEpottemveld-ont1
Bestemmingsplan “Kesteren, Pottemsche Veld”
Ontwerp
24-05-2023
2
Kesteren, Pottemsche Veld
Inhoudsopgave Toelichting
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4
Inleiding Aanleiding en doel van het plan Ligging plangebied Geldende plannen Leeswijzer Planbeschrijving Bestaande situatie Toekomstige situatie Duurzame stedenbouw Beleidskader Nationaal beleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie Omgevingsaspecten Verkeer & parkeren Bodem Geluid Bedrijven en Milieuzonering Luchtkwaliteit Geur Externe veiligheid Waterhuishouding Ecologie Archeologie & cultuurhistorie Leidingen Explosieven Spuitzonering Trillingen Milieueffectrapportage Juridische planbeschrijving Algemeen Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Procedure Overleg Inspraak Ontwerpfase Vaststellingsfase
Kesteren, Pottemsche Veld
5
7 7 7 8 9 10 10 11 16 19 19 23 24 26 29 30 30 33 34 37 38 40 42 45 49 51 53 54 54 55 56 58 58 58 58 60 61 62 62 62 63 63 63 63 63
3
Bijlagen bij de toelichting
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15 Bijlage 16 Bijlage 17 Bijlage 18 Bijlage 19 Bijlage 20 Bijlage 21 Bijlage 22 Bijlage 23
4
Integraal stedenbouwkundig plan Beeldkwaliteitsplan Verkennend bodemonderzoek Aanvullend bodemonderzoek Bodemonderzoek zuidoostelijk deel Bodemonderzoek Hoofdstraat Akoestisch onderzoek wegverkeer en railverkeer Geuronderzoek Quickscan externe veiligheid Verantwoording groepsrisico Advies veiligheidsregio Waterparagraaf Quickscan Wet natuurbescherming Quickscan Wet natuurbescherming Hoofdstraat Aanvullend ecologisch onderzoek Ecologisch werkprotocol modderkruiper Voortoets stikstofdepositie Vergunning ontheffing stikstof Archeologisch onderzoek Klic-melding M.e.r.-beoordelingsnotitie Verslag inpsraak en vooroverleg Verslag informatieavond 16 februari 2023
65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88
Kesteren, Pottemsche Veld
Toelichting
Kesteren, Pottemsche Veld
5
6
Kesteren, Pottemsche Veld
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel van het plan
De initiatiefnemers hebben het voornemen om woningbouw te realiseren in het gebied direct ten westen van de (deels nog te realiseren) uitbreidingswijk Casterhoven in Kesteren. De locatie heeft de naam 'Pottemsche Veld' (Casterhoven west) gekregen. Deze naam verwijst naar de Pottemsche straat (nu Broekdijk). Dit is de historische route naar het gehucht/landgoed ’Pottem’. Het gebied zelf had als naam ‘Lage Veld’ . Dit verwijst naar het landelijk gebruik en de slagenverkaveling op een lager gelegen stuk grond. Dit karakter past goed bij de nieuwe opzet van de wijk dat geënt is op de landschappelijke verkavelingsrichting. Met de ontwikkeling wordt Casterhoven als wijk afgerond. Omdat de beoogde ontwikkeling op grond van het vigerende bestemmingsplan ‘Witte vlekken' niet is toegestaan, wordt het voorliggende bestemmingsplan in procedure gebracht.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt direct ten zuidwesten van de kern Kesteren en wordt globaal omsloten door de spoorlijn Arnhem-Tiel, Cuneraweg en Hoofdstraat.
Afbeelding 1.1: globale ligging en begrenzing plangebied (bron: openstreetmap.org)
Kesteren, Pottemsche Veld
7
1.3
Geldende plannen
Voor de in het bestemmingsplan begrepen gronden vigeert thans het bestemmingsplan 'Witte Vlekken', dat op 12 september 2013 door de gemeenteraad van Neder-Betuwe is vastgesteld. In dit bestemmingsplan heeft het plangebied grotendeels de bestemming 'Agrarisch'. In het zuidelijk deel van het plangebied ligt de bestemming 'Verkeer'. De watergangen in het plangebied hebben de bestemming 'Water' en worden omgeven door de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterlopen'. Op het zuidoostelijk deel van de locatie ligt de dubbelbestemming 'Waarde -Archeologie 2'. Voor de in het bestemmingsplan begrepen gronden vigeren tevens de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan 'Parapluregeling Archeologie ', vastgesteld door de gemeenteraad op 27 september 2018; Bestemmingsplan 'Parapluregeling Parkeren', vastgesteld door de gemeenteraad op 26 april 2018.
Afbeelding 1.2: uitsnede geldend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Op de uitsnede zijn ook de recent in procedure zijnde bestemmingsplannen van Casterhoven fase 6 en 7 te zien. Strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan Het realiseren van een woonwijk is strijdig met de geldende bestemmingen in het plangebied.
8
Kesteren, Pottemsche Veld
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord.
Kesteren, Pottemsche Veld
9
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
Het plangebied ligt direct ten zuiden van de kern Kesteren bij de overgang naar het buitengebied. De locatie wordt rondom begrensd door de spoorlijn Arnhem-Tiel (noord), Cuneraweg (N233, west) en Hoofdstraat (oost en zuid). Ten noorden van de spoorlijn ligt de bebouwde kom van Kesteren met voornamelijk de woonfunctie en centrumfuncties. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan fase 7 van de uitbreidingswijk Casterhoven. Hier worden in de toekomst woningen gerealiseerd. Ten oosten van het plangebied is tevens een middelbare school gevestigd. Ten westen van het plangebied bevinden zich agrarische gronden en ten zuiden en zuidwesten bevinden zich voornamelijk (agrarische) bedrijven en enkele woningen. De planlocatie heeft in de oorspronkelijke situatie hoofdzakelijk een agrarische functie in de vorm van fruitteelt, boomkwekerijen en grasland. De gronden binnen het plangebied zijn momenteel dan ook grotendeels in gebruik voor het telen van bomen en andere gewassen. Een boomkwekerijbedrijf pacht nu een deel van de gronden en heeft in het zuidelijk deel van het plangebied twee bedrijfsgebouwen en een bedrijfswoning op de gronden staan. Het overige deel van het plangebied is vrijwel geheel onbebouwd. De onderstaande afbeelding toont een luchtfoto van het plangebied.
uchtfoto van het plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
10
Kesteren, Pottemsche Veld
2.2
Toekomstige situatie
2.2.1 Programma Met het plan is vooralsnog uitgegaan van maximaal 224 woningen. Het woningtype zal bestaan uit vrijstaande woningen, twee-onder-één-kap woningen, rijwoningen, beneden-bovenwoningen en gestapelde woningen. Een deel van de woningen betreft sociale huur/koopwoningen (appartementen, beneden-bovenwoningen en/of rijwoningen). Dit maximum aantal sluit aan bij het voorlopig stedenbouwkundig plan. Gedurende het ontwikkelingsproces en marktontwikkeling kan het zijn dat er bijvoorbeeld meer behoefte is aan appartementen dan biedt voorliggend bestemmingsplan de mogelijkheid om van dit aantal af te wijken, mits dit voldoende onderbouwd wordt waaronder de stikstofdepositie. 2.2.2 Ruimtelijke ontwikkeling Voorliggend plan geldt als afronding van de uitbreidingswijk Casterhoven. De gronden van onderhavig plangebied zijn in eigendom van een andere partij dan de gronden in de rest van Casterhoven. Daarnaast is het wenselijk om de ontwikkeling op onderdelen complementair te laten zijn aan de rest van Casterhoven. Daarom heeft dit plan op enkele aspecten uiteindelijk een iets andere stedenbouwkundige opzet dan de rest van Casterhoven. De navolgende afbeelding toont het indicatief inrichtingsplan van Casterhoven fase 7 en het eerder ontwikkelde Casterhoven Deelplan A met aan de westzijde een deel van het plangebied van onderhavig plan rood omkaderd.
Waar Casterhoven fase 7 en de grotendeels gerealiseerde ontwikkeling van deelgebied A uitgaan van voornamelijk rijwoningen en tweekappers in het midden en dure segment wordt voor het westelijk deel gekozen om ook een groot deel aan te bieden in de betaalbare prijsklasse. Daarbij kan het plan als een aanvulling op het oostelijk deel gezien worden en speelt het in op de grote vraag naar 1 tot 2persoonshuishoudens, waaronder een grote groep starters, alleenstaanden en senioren op de woningmarkt. Naast deze doelgroepen zijn er ook reguliere woontypes in het plan opgenomen om een goede mix te krijgen binnen het nieuwe woongebied.
Kesteren, Pottemsche Veld
11
Indicatief inrichtingsplan Casterhoven fase 7 en Casterhoven Deelplan A
Stedenbouwkundige hoofdstructuur Om de diverse doelgroepen te bedienen biedt het stedenbouwkundig ontwerp voldoende flexibiliteit om in te spelen op veranderingen in de markt gedurende de planvorming. Het stedenbouwkundig ontwerp laat daarom nog geen definitieve verkaveling zien (geen blauwdruk) maar toont een sterk raamwerk waarbinnen de woonvelden meerdere invullingen kunnen krijgen. Met een ster is aangegeven dat op deze plek ruimte is voor gestapelde bouw. Deze dient als stedenbouwkundige accent bijvoorbeeld aan het eind van de toegangsweg en als schakel met een verbinding naar fase 7. Aan de zuidkant zal een stedenbouwkundig accent komen dat een markering vormt voor de dorpsentree en die meedoet met de bebouwing langs de Hoofdstraat. De exacte uitwerking zijn vertaald in een beeldkwaliteitplan (Bijlage 2).
12
Kesteren, Pottemsche Veld
Structuurmodel Pottemsche Veld
De navolgende afbeelding toont een mogelijke uitwerking van het structuurmodel. Het gehele schetsontwerp is toegevoegd als bijlage 1 van de toelichting. Voor het plan is een beeldkwaliteitsplan opgesteld (zie paragraaf 2.2.4).
Kesteren, Pottemsche Veld
13
Mogelijke uitwerking stedenbouwkundig plan
2.2.3 Ontsluiting en parkeren Ontsluiting Het plangebied krijgt een ontsluiting via de Vicuslaan. De Vicuslaan komt aan de oostzijde uit op de rotonde aan de Hoofdstraat. Tevens komt er een verbinding voor langzaam verkeer in het noordoostelijk deel richting Casterhoven en één richting het zuiden op het bestaande fietspad dat langs de Hoofdstraat loopt. De zuidelijke verbinding is ook de calamiteitenontsluiting. Het zuidelijke pad komt uit op provinciaal beheergebied, waardoor een vergunning van de provincie nodig is. De noordoostelijke verbinding voor langzaam verkeer kan ook door hulpdiensten gebruikt worden, maar is geen calamiteitenontsluiting voor de hele wijk. Langs de nieuwe watergang is een struinpad gelegen waarmee er diverse ommetjes te maken zijn door en rond de wijk. Deze takt in het noordoosten aan op Casterhoven fase 7.
14
Kesteren, Pottemsche Veld
Verkeersstructuur
Parkeren Binnen het plangebied worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd, afgestemd op de parkeernormen van de verschillende woningtypen. Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 4.1.2. 2.2.4 Beeldkwaliteit Om de beeldkwaliteit in het plangebied te borgen is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Hierin zijn onder andere de massa en bouwhoogte van de zuidpunt verder uitgewerkt. Het beeldkwaliteitsplan is toegevoegd als bijlage 2. Het beeldkwaliteitsplan wordt uiteindelijk gelijktijdig met het bestemmingsplan vastgesteld als aanvullend welstandsbeleid.
Kesteren, Pottemsche Veld
15
2.3
Duurzame stedenbouw
In een duurzame leefomgeving wordt bewust omgegaan met energie, klimaat, grondstoffen, ruimte, water en groen. Ruimtelijke ontwikkelingen bieden kansen om de verschillende aspecten van duurzame stedenbouw vanaf het begin in de planvorming mee te nemen. Het energieneutraal maken van een gebouw kan bijvoorbeeld beter bij de bouw dan achteraf. Bij de inrichting van de buitenruimte kan rekening worden gehouden met het voorkomen van wateroverlast en hittestress. Het aanplanten van groen is goed voor de klimaatbestendigheid, omdat het bijdraagt aan het verminderen van de hittestress en het verbeteren van het watervasthoudend vermogen maar ook de biodiversiteit van het gebied. In het plan is hier veelvuldig aandacht aan gegeven. Op navolgende kaart komt dit terug (zie ook laatste hoofdstuk in bkp bijlage 2).
Groenstructuur en water
Een duurzame leefomgeving is ook een plek waar mensen zich prettig en veilig voelen. In de stedenbouw zijn deze aspecten niet nieuw, maar de reden waarom ze worden meegenomen en hoe ze worden afgewogen verandert. Bij de afweging hoe duurzaamheidsdoelstellingen behaald kunnen worden speelt ook het financiële kader een rol: de te nemen maatregelen dienen in relatie worden bezien met investerings- en de beheerkosten.
16
Kesteren, Pottemsche Veld
In onderhavig plan is op de volgende wijze met het thema duurzaamheid rekening gehouden: Omgang met hemelwater: er wordt gewerkt met halfverharding bij de parkeerplaatsen en P-terreinen, er zijn wadi's op centrale plekken in de wijk en langs de randen brede watergangen waar hemelwater kan worden opgevangen. Aanplant van groen: door toepassing van verschillende boomsoorten en door het beplanten van de verblijfsplekken in de openbare ruimte kan een bijdrage geleverd worden aan een versterking van de biodiversiteit en schaduwwerking. Dit zal in een vervolgfase ook nader uitgewerkt worden met beplantingssoorten. Groen is goed voor de woonkwaliteit en de klimaatbestendigheid. Energie: op gebouwniveau zijn er verschillende energieopwekkende voorzieningen mogelijk (bijvoorbeeld extra isoleren, toepassing zonnepanelen en warmtepompen). Het is van belang de kansen voor het opwekken van duurzame energie te benutten om de gestelde toename van duurzaam opgewerkte energie te behalen. Dit wordt bij de omgevingsvergunningen voor het bouwen verder uitgewerkt. Een prettige leefomgeving is bovendien een gezonde leefomgeving wat betreft bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, geluid en externe veiligheid (zie hoofdstuk 4) en een ruimte die uitnodigt tot bewegen, spelen en sporten. Hiervoor biedt het plan voldoende ruimte en kan in een vervolgfase terug komen in een inrichtingsplan.
Kesteren, Pottemsche Veld
17
Klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen
Hiermee kan geconcludeerd worden dat het plan voldoet aan basisprincipes van duurzame stedenbouw.
18
Kesteren, Pottemsche Veld
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Nationaal beleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Per januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.
Met de komst van de NOVI komen meerdere nationale beleidsstukken te vervallen, waaronder de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Strategisch relevante delen van de SVIR en het Barro worden echter opgenomen in de NOVI en blijven daarmee ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. Dit bestemmingsplan zal daarom ook aan dit beleid worden getoetst. 3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De kaders van het rijksbeleid zijn opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). In de SVIR schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. De structuurvisie gaat uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Dit betekent dat de verantwoordelijkheid voor het ruimtelijk beleid meer bij provincies en gemeenten komen te liggen. Het Rijk zal zich alleen bezig houden met de zaken die prioriteit hebben. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten.
Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol. De structuurvisie is juridisch vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), zie 3.1.3. 3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid, zoals beschreven in de SVIR. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren.
Kesteren, Pottemsche Veld
19
Planspecifiek Onderhavig plangebied ligt niet in een van de aangewezen gebieden van de NOVI/SVIR en het Barro. Voor het plan gelden geen specifieke randvoorwaarden. 3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.
Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Volgens de nota van toelichting bij artikel 3.1.6, lid 2, aanhef en onder b, van het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen naar het oordeel van de Raad van State planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Planspecifiek Met voorliggend plan worden circa 224 woningen mogelijk gemaakt. Hiermee is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Daarom dient de ladder voor duurzame verstedelijking te worden doorlopen. Ten eerste dient de behoefte aan de woningen te worden onderbouwd. Onderstaand wordt ingegaan op de kwantitatieve behoefte en kwalitatieve behoefte. Kwantitatieve behoefte De vraag naar woningen wordt in belangrijke mate bepaald door de demografische ontwikkelingen. Voor de kwantitatieve woningbehoefte geldt dat het sterk afhankelijk is van de ontwikkeling van het aantal huishoudens. De Gelderse woningmarktmonitor bevat voor de gemeente Neder-Betuwe een huishoudensprognose in de periode 2015-2040:
(Bron: Bestemmingsplan Casterhoven fase 7)
Uit de demografische gegevens is af te leiden dat de gemeente Neder-Betuwe de komende jaren een positieve huishoudensontwikkeling kent. De verwachting is dat het aantal huishoudens tot aan 2040 met circa 1.200 zal toenemen. Bijzonder opvallend voor de gemeente Neder-Betuwe is dat er in de demografie twee pieken te zien zijn: tot 30 jaar en de 65 plussers. Vergrijzing is een landelijke trend. Zoveel jonge mensen is een trendbreuk omdat dit nauwelijks voorkomt.
20
Kesteren, Pottemsche Veld
Regionale woningbouwafspraken In 2020 is de meest recente regionale woonagenda voor Rivierenland vastgesteld. Afgesproken is dat tussen 2020-2030 minimaal 7.900 en maximaal 15.500 woningen aan de regionale woningvoorraad toegevoegd worden. In het regionale woningbouwprogramma is een indicatieve verdeling van de woningbehoefte naar gemeenten opgenomen. Voor Neder-Betuwe gaat het om minimaal 950 en maximaal 1.400 woningen tot 2030. Er is voldoende plancapaciteit beschikbaar voor deze nieuwbouwontwikkeling. Regionaal Woningbehoefte Onderzoek In 2019 is er een Regionaal Woningbehoefte Onderzoek uitgevoerd, waarna in 2020 de Regionale Woonagenda met bouwprogramma 2020-2030 is vastgesteld. Nieuwbouw van woningen moet bijdragen aan de visie en ambities van de gemeente Neder-Betuwe en aansluiten bij de lokale behoefte. Vergrijzing blijft ook de komende jaren nog een belangrijk thema. Daarnaast is er meer aandacht nodig om ook voor jongeren en (jonge) gezinnen voldoende passende woningen en woonmilieus te realiseren. In de nieuwbouw vraagt dit om meer levensloopbestendige, betaalbare en duurzame woningen. Dit kan enerzijds door het bouwen van passende woningen voor deze doelgroepen en anderzijds door het zorgen van doorstroming op de woningmarkt, waardoor uiteindelijk starters meer kans krijgen.
Huishoudensontwikkeling in de periode 2020-2030 volgens verschillende prognosemodellen. Per gemeente worden verschillende varianten van zowel de PBL prognose als de Primos prognose getoond. Voor de Primos prognose is ook een variant opgenomen die rekening houdt met het inlopen van het huidige woningtekort.
Het woningbouwprogramma van Neder-Betuwe wordt jaarlijsk geactualiseerd. De planvoorraad bestaat per 2021 uit 544 woningen in ‘harde’ plannen. Tot de harde plancapaciteit behoren de woningbouwplannen waar een overeenkomst en/of bestemmingsplan aan ten grondslag ligt. Naast harde plancapaciteit zijn er ook circa 881 woningen die tot de zachte plancapaciteit behoren. In totaal is dus 102% van het woningbouwprogramma 'geprogrammeerd'. Op basis van de beschikbare harde plancapaciteit is er tot 2030 voldoende ruimte in de programmering om met dit plan in de kwantitatieve woningbehoefte van Neder-Betuwe te kunnen voorzien. Het is niet aannemelijk dat alle geprogrammeerde zachte plancapaciteit omgezet wordt naar harde plancapaciteit of gepland wordt voor 2030.
Kesteren, Pottemsche Veld
21
De regionale woningbouwafspraken gaan uit van de gegevens van Primos 2019. De hiervoor gepresenteerde informatie laat zien dat er verschillende huishoudensprognoses zijn, die zorgen voor een andere kwantitatieve behoefte aan nieuwbouwwoningen in Neder-Betuwe. De woningen uit voorliggend plan, Pottemsche Veld, geven hieraan invullen. Er is behoefte om de woningen nu te ontwikkelingen. Kwalitatieve behoefte Naast de kwantitatieve behoefte, bepaalt ook de kwalitatieve behoefte de woningvraag. De kwalitatieve behoefte richt zich op doelgroepen, woningtypen, prijsklassen en dergelijke. Deze behoefte is sterk afhankelijk van de huishoudenssopbouw qua samenstelling en leeftijd.
(Bron: Prognose Provincie Gelderland 2017, Bestemmingsplan Casterhoven fase 7)
De huishoudensprognose van de Provincie Gelderland laat zien dat in de komende 20 jaar het aantal alleenstaanden met een kleine 60% toeneemt. Van de alleenstaande jongeren (<34 jaar) geeft 60-70% de voorkeur aan een appartement of nultredenwoning. Voor senioren (>55 jaar) ligt deze voorkeur op 70-80%. Van de overige doelgroepen (stellen, gezinnen, 35-55 jaar) wenst 70-90% een grondgebonden woning. De voorkeur van jongeren wordt voornamelijk bepaalt door betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen. Senioren kijken meer naar woningtype en ligging. Bij de kwalitatieve behoefte speelt ook de leefstijl van mensen een rol. Het woningaanbod in de gemeente Neder-Betuwe en Kesteren in het bijzonder is traditioneel gericht op gezinnen. Het aanbod bestaat veelal uit grondgebonden woningen. Ook deelgebied Casterhoven fase 7 (GEM) bestaat enkel uit grondgebonden woningbouw. Programma Wonen 2022-2030: wonen voor iedereen In paragraaf 3.4.2 is het gemeentelijk woonbeleid beschreven. Met voorliggend plan worden circa 224 woningen mogelijk gemaakt, waarbij het woningtype bestaat uit vrijstaande woningen, twee-onder-één-kap woningen, rijwoningen, beneden-bovenwoningen en gestapelde woningen. Hiermee wordt o.a. voldaan aan de behoefte voor de 1 tot 2 persoonshuishoudens en senioren met voornamelijk betaalbare woningen.
Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat er zowel kwantitatief als kwalitatief behoefte is aan de woningen uit onderhavig plan.
22
Kesteren, Pottemsche Veld
Locatie Daarnaast dient in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking te worden ingegaan op de locatie van het initiatief. In de rapportage van Stec Groep (2018) wordt geadviseerd om vooral woningen toe te voegen in de grotere kernen (Kesteren, Opheusden en Ochten), vanwege het voorzieningenniveau en de goede bereikbaarheid. In de kern Kesteren is het merendeel van de inbreidingslocaties reeds ingevuld en kan het benodigde aantal woningen niet worden gerealiseerd zonder dat het karakter van het dorp verloren gaat. Aangezien de geconstateerde kwantitatieve en kwalitatieve behoefte niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd, is het gerechtvaardigd dat de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Er is gemeentebreed een afweging gemaakt met betrekking tot uitleglocaties. Hieruit is naar voren gekomen dat het hierbij logisch is dat de uitbreidingswijk Casterhoven wordt afgerond. De ladder voor duurzame verstedelijking is hiermee succesvol doorlopen. 3.1.5 Conclusie In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Algemeen In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. De visie integreert een vijftal beleidsterreinen: ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is op 19 december 2018 geactualiseerd op basis van de nieuwe omgevingsvisie. Op 5 juli 2022 is het meeste recente actualisatieplan vastgesteld. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. 3.2.2 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving.
Deze ambities worden hieronder kort samengevat: Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid; Een voortvarend en innovatief circulair beleid; Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit; Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag; Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat; Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. 3.2.3 Omgevingsverordening De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen.
Kesteren, Pottemsche Veld
23
Planspecifiek Ter plaatse van het plangebied zijn de volgende relevante artikelen uit de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening van toepassing: Romeinse Limes Een deel van het plangebied is aangeduid als 'Romeinse Limes'. De kernkwaliteiten van de Romeinse Limes zijn forten (castella), burgerlijke nederzettingen, kampdorpen (vici) grafvelden, de militaire infrastructuur, bestaande uit wegen, waterwerken en wachttorens en scheepswrakken. Binnen het plangebied zijn geen van deze kernkwaliteiten van de Romeinse Limes aanwezig die met onderhavig plan aangetast zouden kunnen worden (zie ook paragraaf 4.10 Archeologie & cultuurhistorie). Plussenbeleid Het Plussenbeleid stelt regels voor de uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf of nietgrondgebonden veehouderijtak. Dit is in voorliggend plan niet van toepassing. Intrekgebied De planlocatie ligt binnen een door de provincie aangewezen 'intrekgebied'. Bestemmingsplannen die ingaan op ontwikkelingen binnen dit gebied, dienen geen bestemmingen op te nemen die de winning van fossiele energie, zoals aardgas, aardolie, schaliegas en steenkoolgas, mogelijk maakt. Voorliggend plan maakt zulke bestemmingen niet mogelijk. Glastuinbouw: verbod nieuwvestiging / uitbreiding / hervestiging De provincie zet in op de herstructurering van de glastuinbouw sector.
Voorliggend plan betreft de realisatie van een woonwijk op agrarische gronden. Regels met betrekking tot glastuinbouw zijn in dit plan niet van toepassing. Woonlocaties In de Omgevingsverordening is in een artikel opgenomen (artikel 2.2) dat een bestemmingsplan nieuwe woningen alleen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Op 30 mei 2016 zijn er afspraken gemaakt tussen regio en provincie over het de kwantitatieve opgave wonen voor de periode 2015-2024. Deze afspraken zijn op 13 juli 2016 door Gedeputeerde Staten formeel bekrachtigd. Op dit moment werkt de regio Rivierenland, waarvan NederBetuwe deel uitmaakt, aan het opstellen van de regionale Woonagenda. Belangrijk onderdeel hierin is het opstellen van een kwantitatief en kwalitatief regionaal woningbouwprogramma (zie paragraaf 3.3.1). De woningen uit voorliggend plan zullen voldoen aan de nieuwe eisen van energie en conform het Bouwbesluit gasloos worden gebouwd. Hiermee draagt het plan bij aan de ambitie uit de Omgevingsvisie voor een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat weet te anticiperen op ontwikkelingen. 3.2.4 Conclusie Het bestemmingsplan is passend in de Omgevingsvisie en -verordening van de provincie Gelderland.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Regionaal woningbouwprogramma Rivierenland Het Woningbouwprogramma voor de periode 2020-2030 is vastgesteld door de Provincie Gelderland. Voor de gemeente Neder-Betuwe gaat het om minimaal 950 en maximaal 1.400 woningen tot 2030.
24
Kesteren, Pottemsche Veld
De Omgevingsverordening stelt ten aanzien van nieuwe woonlocaties (artikel 2.2.1.1) dat “in een bestemmingsplan nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts worden toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio.” De gemeenten in de regio Rivierenland werken al jarenlang samen op het gebied van wonen. De regio heeft een methodiek van kwalitatief programmeren ontwikkeld, die de instemming van de provincie heeft. Om de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte inzichtelijk te krijgen hebben de gemeenten van de regio Rivierenland afspraken gemaakt voor het opstellen en monitoren - actueel houden - van een regionaal woningbouwprogramma. Het regionale woningbouwprogramma is een dynamische lijst en wordt jaarlijks geactualiseerd. Alle projecten worden getoetst op vier punten: 1. Woonmilieu, prijs en woningtype 2. Hardheid 3. Ruimtelijke kwaliteit en meerwaarde voor de omgeving 4. Prioritering Planspecifiek 1. Woonmilieu, prijs en woningtype In het regionaal woningbehoefteonderzoek rivierenland 2019 wordt gekeken naar de vraagontwikkeling. Het gaat om de kwaliteit van het plan en niet alleen om de aantal te bouwen woningen.
Het voorliggende plan omvat verschillende woningtypen én in verschillende prijsklassen. Met specifiek aandacht voor het goedkope en betaalbare segment in huur en koop is er aandacht voor starters, eenpersoonshuishoudens en wonen met zorg of begeleiding. Voor senioren is er specifiek aandacht in het bouwen om langer zelfstandig thuis te wonen. Hierdoor is de score: kansrijk programma (groen). Dat betekent plannen in uitvoering of gewenst woningbouwprogramma zoals zorg geschikte woningen én bij grote projecten (meer dan 5 woningen): evenwichtige mix van koop en huur, betaalbaar, middelduur en duur. 2. Hardheid Het plan Pottemsche Veld is nog niet opgenomen in de regionale woningbouwmonitor. Het plan is nog zachte plancapaciteit. Na vaststelling van voorliggend bestemmingsplan wordt de status: juridisch hard (groen). NB. Als er wel een bestuurlijk besluit is genomen om deze woningen te ontwikkelen, dan is het status: bestuurlijk hard (oranje). Dit was bij de update woningbouwprogramma 2021 nog niet het geval en daarom is het plan niet opgevoerd. 3. Ruimtelijke kwaliteit en meerwaarde voor de omgeving In de woningbouwmonitor worden plannen tegen het licht gehouden van het woonbeleid dat er lokaal en regionaal is vastgesteld.
Belangrijke speerpunten uit dit woonbeleid zijn: betaalbaar en beschikbaarheid van woningen én specifiek aandacht voor senioren, starters en kwetsbare doelgroepen. De score is: gemiddeld (oranje). Dat betekent dat het plan passend is in het lokale en regionale woonbeleid, passend in ruimtelijk beleid, maar ook geen meerwaarde voor locatie en omgeving waarbij bedoeld wordt dat bij 'niets doen' het gewoon 'weiland' blijft. Er is hier geen sprake van een herstructurering of verbetering van de locatie. 4. Prioritering Het plan sluit goed aan het de woningbehoefte en het woonbeleid. hiermee valt in categorie 1: kansrijke plannen (groen). Daarin vallen plannen die goed aansluiten bij de actuele markt, waarvoor tenminste een bestuurlijk besluit is genomen en die gerealiseerd worden binnen vijf jaar.
Kesteren, Pottemsche Veld
25
3.3.2 Conclusie Het bestemmingsplan is passend binnen het regionale beleid.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie Neder-Betuwe De raad van de gemeente Neder-Betuwe heeft op 24 februari 2022 de 'Omgevingsvisie Neder-Betuwe' vastgesteld. De Omgevingsvisie schetst een toekomstbeeld met belangrijke waarden, die Neder-Betuwe kenmerken en wil behouden en versterken voor toekomstige ontwikkelingen. Daarnaast schetst de Omgevingsvisie ook een beeld waar de gemeente de komende jaren aan wil werken. Er zit geen einddatum aan de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie wordt (indien nodig) om de 4 jaar geactualiseerd. Als daar aanleiding toe is kan de Omgevingsvisie ook tussentijds aangepast worden. De Omgevingsvisie bestaat uit tien speerpunten, een richtinggevende kaart en een waardenkaart. De tien speerpunten zijn: Een omgeving waarin inwoners een leven lang gezond en veilig kunnen leven, wonen en werken Een goed ondernemers- en vestigingsklimaat, diversiteit in werk voor onze inwoners en een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt Wonen voor iedereen Een goede bereikbaarheid voor gebruikers van het OV, de auto, de fiets en voor de wandelaar Doorontwikkelen en beleefbaar maken van onze identiteit Doorontwikkeling van de gemeente als centrum voor laanboomteelt en andere agrarische sectoren Opwekking en gebruik van energie op een duurzame manier Voorbereid zijn op de veranderingen in klimaat Een gezonde, groene en biodiverse omgeving.
Behoud en ontwikkeling van sterke dorpen in een nieuwe en nauwe samenwerking met de gemeente
Richtgevende kaart Omgevingsvisie Neder-Betuwe
In de Omgevingsvisie worden voor de kern Kesteren de volgende waarden benoemd: Mooi dorp, met onder meer karakteristiek station
26
Kesteren, Pottemsche Veld
Veel woningbouw Aanwezigheid van alle basisvoorzieningen (winkels voor dagelijkse boodschap, ruimte voor ontmoeting, sport en beweging, basisscholen Centrale ligging, goede bereikbaarheid (OV, auto en fiets) Groene omgeving en goede verbindingen hiermee Saamhorigheid en betrokkenheid
Voor de kern Kesteren wil de gemeente rekeningen houden met: De zichtbaarheid en waarde van karakteristieke gebouwen en elementen zoals het station Levendigheid in het centrum en rust in de woonwijken Aanwezigheid en zichtbaarheid van groen in de kern De zichtbaarheid en toegankelijkheid van het omringende landschap met waardevolle cultuurhistorische elementen Het belang van saamhorigheid en betrokkenheid Planspecifiek Op de bovenstaande uitsnede van de richtgevende kaart van de Omgevingsvisie Neder-Betuwe is het plangebied aangeduid als 'gepland wonen'. Het structuurplan Casterhoven gold hier eerder als kader. In september 2020 is het structuurplan ingetrokken. Hierdoor blijft enkel overeind dat de locatie aangewezen is als uitbreidingslocatie en dat de kaders worden losgelaten. Wel is in fase 7 Casterhoven rekening gehouden met de ontwikkeling van Pottemsche Veld. De gemeenteraad is tevens op de hoogte van de ontwikkeling van Pottemsche Veld. De gemeente Neder-Betuwe bouwt voor de eigen woningbehoefte. Algemeen uitgangspunt daarbij is 'inbreiding gaat voor uitbreiding'. Het aantal inbreidingslocaties in de kern Kesteren biedt op korte termijn onvoldoende ruimte om in de benodigde woningaantallen te voorzien. Een uitbreiding van de kern is noodzakelijk en de uitbreidingswijk Casterhoven, met Pottemsche Veld als afronding, voorziet hierin.
De locatie wordt specifiek benoemd in de Omgevingsvisie als 'gepland wonen'. Bovendien past het plan binnen de waarden van Kesteren met betrekking tot woningbouw. Het initiatief past daarmee binnen de Omgevingsvisie Neder-Betuwe. 3.4.2 Programma Wonen 2020-2030: wonen voor iedereen Op 27 januari 2022 is het Programma Wonen 2020-2030: wonen voor iedereen, vastgesteld door de raad van de gemeente Neder-Betuwe. Dit is een verdiepend programma van de (concept) Omgevingsvisie NederBetuwe. In het Programma wonen is het beleid met betrekking tot de woningmarkt, het aanbod en de behoefte opgenomen. Om richting te geven aan de ontwikkeling van de gemeente, biedt het Programma Wonen belangrijke handvatten voor de gemeente zelf, maar ook de partners met wie zij op het brede speelveld van het wonen samenwerkt. Het geeft een kwalitatieve inkleuring aan de woningbouwontwikkeling van zowel nieuwbouw als bestaande bouw en alle facetten die hiermee samenhangen. Dit borgt de gemeente door randvoorwaarden te stellen voor de realisatie van sociale huur en sociale koop. Om wonen voor iedereen te realiseren ziet de gemeente de volgende aandachtspunten die gebaseerd zijn op onderzoek, bestaande beleidskaders en discussie met inwoners, professionals en de raad: 1. Betaalbaar voor iedereen Midden 2021 staat de woningmarkt in heel Nederland onder spanning, ook in Neder-Betuwe.
In de koopsector is dit bijvoorbeeld te zien aan de steeds hoger wordende prijzen van koopwoningen en een afname van het aantal beschikbare woningen. In de huursector is de spanning te zien aan de lange wachtlijsten voor sociale huurwoningen. Door het grote tekort aan woningen en de groei van huishoudens wordt het steeds moeilijker om aan een woning te komen. Vooral voor de lagere inkomens, starters en kwetsbare groepen is de situatie nijpend. Maar ook spoedzoekers en middeninkomens hebben moeite met het vinden van een betaalbare woning. Dit geldt voor zowel de koop- als de huursector.
Kesteren, Pottemsche Veld
27
2. Beschikbaar voor iedereen We zetten in op gevarieerde woningbouw in elke kern, zowel qua woningtype als prijsklasse. Dit doen we voor onze lokale inwoners en om aan de autonome inwonersgroei van de gemeente te voldoen. Uit onderzoek van de verhuisstromen blijkt dat we, ondanks gunstige ligging aan de A15, geen grote toestroom hebben vanuit de Randstad. De woningbouwprogrammering is afhankelijk van de bestaande woningen, de behoefte en nieuwbouwmogelijkheden per kern. 3. Vindbaar voor iedereen Het vinden van een woning is op dit moment geen vanzelfsprekendheid. Het is fijn om te weten welk actueel aanbod er is in de gemeente is. Ook is het handig om te weten bij wie u moet zijn of hoe u kunt reageren om een woning te huren of kopen. Elke verhuurder en verkoper mag zelf bepalen hoe zij dit doen. De gemeente aan de slag om dit voor inwoners beter inzichtelijk te maken. 4. Lagere inkomens In de dorpen van Neder-Betuwe wordt al jaren gemixt gebouwd. Daarmee bedoelen we dat er verschillende woningtypen en prijsklassen gerealiseerd worden: van sociale huur tot luxe villa's. De keuze wat er gebouwd wordt moet aansluiten bij wat nodig is.
De bevolking verandert en dat betekent ook dat het bouwprogramma moet veranderen: meer eenpersoonshuishoudens en zorg aan huis, waarbij het merendeel van deze inwoners een inkomen heeft waarmee ze alleen kans maken op een woning in de sociale huur of lage koop. 5. Starters Het begrip starter wordt vaak gebruikt, maar wie is nou die starter? De groep starters wordt door iedereen op een andere manier gedefinieerd. Toch worden starters op de woningmarkt vaak wel gezien als 'jonge mensen'. Hierbij denkt men al snel aan de groep 25-35 jaar, vooral bij koopstarters. De groep tot 25 jaar wordt vaak niet meegenomen als starter op de woningmarkt. Je kan huurstarters en koopstarters onderscheiden. Huurstarters starten óf in de sociale huur óf in de particuliere huur. Voor koopstarters gaat het veelal om het bemachtigen van een sociale of goedkope koopwoning, waarbij ze zelf geen zelfstandige koopwoning achter laten. Het kan daarbij wel zijn dat deze koopstarter al een stukje wooncarrière in de (sociale) huur heeft doorlopen en daardoor een huurwoning achterlaat. 6. Senioren Vanaf 65 jaar val je onder de noemer senior. Neder-Betuwe telt 2.500 inwoners van 65 tot 75 jaar (ruim 10% van de bevolking) en 1.650 inwoners van 75 jaar of ouder (bijna 7% van de bevolking). Onze gemeente is daarmee iets minder vergrijsd dan het landelijk gemiddelde.
De komende jaren zal de vergrijzing in NederBetuwe verder toenemen. Dat betekent ook een toenemende zorgvraag en een toenemende vraag naar passend wonen. Het belangrijkste is dat 55-plussers, die nog geen senior zijn, zich ervan bewust moeten worden dat ze tijdig kiezen voor een passende woning. Nadenken over verhuizen of verbouwen als de zorgvraag er is, betekent dat er weinig keuze en/of tijd is voor het vinden van een gewenste woning of verbouwen van de bestaande woning. Als er niet op tijd verhuisd is, moet de huidige woning via de WMO aangepast worden op de hulpvraag.
28
Kesteren, Pottemsche Veld
Planspecifiek In de woonvisie 2016-2021 is benoemd dat de nadruk in de woonvisie daarvoor (2011-2016) lag op plancapaciteit in Kesteren, met de ontwikkeling van Casterhoven. In deze eerdere woonvisies wordt beschreven dat het aandeel van de kern Kesteren in het totale woningbouwprogramma groter zal zijn dan de andere kernen van de gemeente. Was in het verleden één sterke kern met voldoende draagvlak voor een groot voorzieningenpakket hiervoor de belangrijkste reden, nu is dat met name het komen tot een volwaardige afronding van de grootste uitleglocatie van de gemeente; Casterhoven. Voorliggend plan is die afronding van de wijk Casterhoven. Hiermee sluit het plan op het Programma Wonen 2020-2030. 3.4.3 Intergemeentelijke strategische visie voor de laanboomteelt In juli 2015 is door de Gemeenten Neder-Betuwe, Overbetuwe en Buren een intergemeentelijke strategische visie voor de laanboomteelt in de Betuwe opgesteld. Het integrale karakter van de visie wordt primair gezocht in een samenhangende benadering van de aspecten laanboomteelt, infrastructuur, landschap, natuur, recreatie, cultuurhistorie, wonen en werken. De visie dient als input voor de structuurvisie van de deelnemende gemeenten en voor activiteiten gericht op de versterking van de laanboomteelt. De visie doet een uitspraak over waar de sector op ruimtelijke aspecten gefaciliteerd dient te worden en op welke wijze.
Daarnaast gaat de visie in op hoe de sector een bijdrage kan leveren aan landschappelijke, ruimtelijke en milieukwaliteiten. De laanboomteeltsector is een belangrijk fundament voor de economie van het gebied en heeft een intensieve samenwerking op regionaal en landelijk niveau. Het Laanboomcentrum Betuwe is een groen, gezond en gerespecteerd cluster. Hierbij heeft het Laanboomcentrum Betuwe een sterke internationale marktpositie en een ketenregiefunctie in de laanboomteelt gekregen. Het gebied herbergt diverse gecertificeerde laanboomteeltbedrijven van de toekomst aangevuld met ondersteunende bedrijven, waardoor een optimalisatie van de hele keten van bedrijven plaatsvindt. Tevens heeft het Laanboomcentrum Betuwe een toonaangevende positie in kennis, innovatie en hoogwaardige arbeid. De gemeente wil dat de sector zich verder kan ontplooien en geeft boomkwekerijen de ruimte te groeien en zich verder te ontwikkelen met ruimte voor innovatie. Dit betekent dat het gehele buitengebied, met uitzondering van de uiterwaarden en het weidevogel- en ganzengebied, kan worden ingezet om groei van deze sector mogelijk te maken en heeft het de prioriteit ten opzichte van andere functies, zoals recreatie en toerisme en wonen. Als vanzelfsprekend zal rekening moeten worden gehouden met landschappelijke inpassing van de laanboomteeltbedrijven en de groene dooradering met boomteeltproducten.
Indien dit vanuit de kwaliteiten van het landschap nodig en mogelijk is, zullen randvoorwaarden worden gesteld aan de inpassing van nieuwe agrarische bouwpercelen, niet grondgebonden teelten (containerteelt) en teeltondersteunende voorzieningen. De randvoorwaarden zijn afhankelijk van de aard en de locatie van de voorzieningen. Planspecifiek Voorliggend plan betreft de realisatie van een nieuwe woonwijk, conform het ingezette gemeentelijke beleid. Bij de ontwikkeling is rekening gehouden met de spuitzones van aangrenzende agrarische gronden. Hiermee leidt het plan niet tot belemmeringen voor het agrarische gebruik van de gronden, ook niet voor de laanboomteelt. Het plan is hiermee niet strijdig met de strategische visie voor de laanboomteelt.
3.5
Conclusie
Het bestemmingsplan is passend binnen de beleidskaders van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Neder-Betuwe.
Kesteren, Pottemsche Veld
29
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsaspecten
Verkeer & parkeren
4.1.1 Verkeer 4.1.1.1 Regelgeving De gemeenteraad stelde op 8 maart 2018 het Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan (NBVVP) vast. Dit geeft de visie tot 2025 weer hoe de gemeente Neder-Betuwe nu en in de toekomst om gaat met vraagstukken op het gebied van verkeer en vervoer dan wel de mobiliteit. Het plan bestaat uit twee onderdelen: Beleidsrapportage met daarin de visie van de gemeente tot 2025. Belangrijk onderdeel hierin is ook het Uitvoeringsprogramma, waarin staat welke projecten de gemeente de komende jaren wil uitvoeren en voor welke projecten geld beschikbaar is. Achtergrondrapportage met daarin achtergrondinformatie bij de beleidsrapportage. In de achtergrondrapportage zijn de resultaten van de inventarisatie en (knelpunt)analyse opgenomen. 4.1.1.2 Doorwerking bestemmingsplan Om inzicht te bieden in de mate van verkeerstoename als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, is de verkeersaantrekkendewerking bepaald. Daarvoor is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van een gemiddelde weekdag (aantal vervoersbewegingen per weekdag: vvb/wd). Hierbij is voor de woningen uitgegaan van het maximaal aantal van 224 woningen. Voor het aantal verkeersbewegingen is een gemiddelde genomen van 8 verkeersbewegingen per woning per dag.
Er is gekozen voor een gemiddelde van 8, omdat het plan verschillende woningtypen mogelijk maakt waarbij de verkeersgeneratie varieert. Voor appartementen geeft de CROW het laagste kengetal, namelijk 6 verkeersbewegingen per dag. En voor vrijstaande woningen het hoogste kengetal, namelijk 8,6 verkeersbeweginen per dag. Het totaal aantal vervoersbewegingen per dag komt hiermee op 1.792 vvb/wd (8 x 224).
30
Kesteren, Pottemsche Veld
Verkeersstructuur
Kesteren, Pottemsche Veld
31
Het plangebied krijgt een ontsluiting via de Viscuslaan. De Viscuslaan komt aan de oostzijde uit op de rotonde aan de Hoofdstraat en Broekdijk. Dit zijn beide gebiedsontsluitingswegen. De Hoofdstraat is de belangrijkste weg die het centrum van Kesteren en meerdere woongebieden ontsluit en loopt aan de zuidzijde over in de Cuneraweg. Voor het jaar 2032 is het verwachtte aantal verkeersbewegingen over de Cuneraweg 26.794 per werkdag en het verwachtte aantal verkeersbewegingen over de Hoofdstraat 11.286 per werkdag (zie akoestisch onderzoek in bijlage 7). Conform publicatie 381 van het CROW kan het aantal extra verkeersbewegingen per weekdag vanwege het plan (circa 1.800) naar een werkdag omgerekend worden met een omrekenfactor 1,11. Dit zorgt voor een toename van 1.998 verkeersbewegingen per werkdag. De rotonde aan de Hoofdstraat ontsluit het plangebied. Deze is aangelegd ten behoeve van de uitbreiding van Casterhoven. Over de Cuneraweg zal in 2032 met de ontwikkeling van Pottemsche Veld sprake zijn in een worstcase-situatie 28.792 verkeersbewegingen per werkdag en over de Hoofdstraat zal sprake zijn van ca. 13.284 verkeersbewegingen per werkdag.
De richtlijn van het CROW (conform ASVV2004, publicatie 216 en Handboek Wegontwerp) voor gebiedsontsluitingswegen binnen de bebouwde kom is dat er een capaciteit is van 1.600 tot 3.200 verkeersbewegingen per uur en voor gebiedsontsluitingswegen buiten de bebouwde kom een capaciteit van 2.800 tot 3.200 verkeersbewegingen per uur. Op basis van deze richtlijnen kunnen de toekomstige verkeersintensiteiten door deze wegen zonder problemen opgevangen worden. De gerealiseerde rotonde aan de Hoofdstraat is bovendien gedimensioneerd op de bovengenoemde verkeersgeneratie van het plan. Er is in het plan rekening gehouden met diverse langzaam verkeersroutes waarbij aan de noordoostzijde een verbinding is voorzien naar 'fase 7' over de watergang heen. Ook is er een verbinding naar het losliggend fietspad langs de Hoofdstraat. Met de noordelijke verbinding ontstaat de mogelijkheid om sneller en veiliger richting het centrum te kunnen. De zuidelijke verbinding takt aan op het bovenlokale netwerk. De zuidelijke verbinding is de calamiteitenuitgang van de wijk. De noordelijke verbinding is tevens een ontsluiting voor hulpdiensten. In de wijk is overal een gescheiden voetpad en/of een struinpad langs de centrale watergang waardoor op een veilige manier de mogelijkheid voor een ommetje kan worden gemaakt door de wijken.
Door aan te sluiten op de bestaande rotonde ontstaan er geen nieuwe drukke kruisingen en zal er sprake zijn van een veilige aansluiting en goede verkeersafwikkeling en geen oponthoud op de Hoofdstraat. 4.1.2 Parkeren 4.1.2.1 Regelgeving In mei 2017 heeft de gemeenteraad de beleidsnota Nota Parkeernormen vastgesteld. Deze nota beoogt het vastleggen van de parkeernormen in de gemeente Neder-Betuwe en het bepalen van een transparant en eenduidig toepassingskader. Aan de hand van de parkeernormen kan de parkeerbehoefte van toekomstige ruimtelijke plannen en -ontwikkelingen berekend worden. Het parkeerbeleid heeft tot doel de bereikbaarheid en leefbaarheid in de gemeente Neder-Betuwe te waarborgen. Op basis van de Woningwet en het Besluit ruimtelijke ordening dienen parkeernormen in bestemmingsplannen te worden verankerd. 4.1.2.2 Doorwerking bestemmingsplan De gemeente Neder-Betuwe heeft de parkeernormen uit de Nota parkeernormen ontleend aan de landelijke kencijfers van CROW. In bijlage 1 bij deze toelichting is het plangebied opgedeeld in 10 parkeerzones en is een parkeerberekening opgenomen voor onderhavig plan met een realistisch programma qua woningtypen en aantallen, waarin per parkeerzone het aantal benodigde parkeerplaatsen en het aantal aanwezige / te realiseren parkeerplaatsen wordt weergegeven.
In de regels van dit plan is met een voorwaardelijke verplichting geborgd dat binnen het plangebied wordt voldaan aan de geldende parkeernormen (artikel 11.5). Indien het programma wijzigt biedt het plan voldoende ruimte om het aantal parkeerplaatsen anders te organiseren: wanneer de openbare ruimte niet voldoende ruimte biedt zal er een extra parkeervoorziening (bijv. een parkeerkoffer) in een woongebied worden gerealiseerd om te voldoen aan de norm. Dit is in de regels geborgd met een voorwaarde dat voldoende parkeerplaatsen voor extra woningen binnen de bestemming Wonen moeten worden gerealiseerd en binnen de openbare groenruimtes geen extra parkeerplaatsen gerealiseerd mogen worden.
32
Kesteren, Pottemsche Veld
4.2
Bodem
4.2.1 Regelgeving Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening dient voor elke individuele bouwlocatie aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.
Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). 4.2.2 Doorvertaling bestemmingsplan In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De belangrijkste resultaten zijn hieronder weergegeven, de volledige rapportage is als bijlage 3 bij de toelichting opgenomen. Hierin wordt geconcludeerd dat bij alle boringen zintuiglijk geen waarnemingen (olie, afwijkende geur, puin) zijn gedaan welke wijzen op de aanwezigheid van mogelijke vervuiling. Asbest is op het maaiveld en in de opgeboorde grond niet waargenomen. In het grondwater ligt enkel het bariumgehalte boven de streefwaarde. Een verhoogd bariumgehalte heeft vaak een natuurlijke oorsprong en behoeft geen verdere aandacht. Het grondwater op de onderzoekslocatie kan als schoon worden beschouwd. Met uitzondering van een oostelijk perceeldeel met verhoogde DDE- en DDT-gehaltes kan de onderzoekslocatie als schoon worden beschouwd. Aangezien in het oostelijk perceeldeel enkel verhoogde gehaltes DDE en DDT boven de achtergrondwaarde zijn aangetoond, behoeft dit aspect geen verdere aandacht en levert het geen belemmering op voor de herontwikkeling tot woningbouw.
Er is een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van (voormalige) sloten en een verharde zuidpunt. Het ondezoeksrapport is toegevoegd als bijlage 4. Hierin wordt geconcludeerd dat ter plaatse van het voormalig sloottracé en de bovengrond, ter plaatse van het noordelijk deel van de voormalige boomgaard, matig verhoogde gehalten aan DDE aangetoond. Op basis daarvan is aanvullend onderzoek nodig, dat in een later stadium aan het bestemmingsplan zal worden toegevoegd. Op het overige terrein zijn in de vaste bodem maximaal licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en OCB’s aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan barium aangetoond. De licht verhoogd aangetoonde gehalten geven geen aanleiding tot nader onderzoek. Voor het zuidoostelijk deel van het plangebied is een apart verkennend onderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is toegevoegd als bijlage 5. Hierin wordt geconcludeerd dat in de vaste bodem en het grondwater, ter plaatse van de bovengrondse dieseltanks en olieopslag, geen oliecomponenten zijn aangetroffen. Zintuiglijk zijn in de vaste bodem geen noemenswaardige bijmengingen met bodemvreemd materiaal waargenomen. In de vaste bodem zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PCB’s en OCB’s aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan barium aangetoond.
De licht verhoogd aangetoonde gehalten geven geen aanleiding tot nader onderzoek.
Kesteren, Pottemsche Veld
33
Voor de zuidelijke punt van het plangebied grenzend aan de Hoofdstraat is tevens een apart verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is toegevoegd als bijlage 6 bij de toelichting. Hierin wordt geconcludeerd dat in de vaste bodem maximaal licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en minerale olie zijn aangetoond. In de bovengrond zijn geen verhoogde gehalten aan OCB’s aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan barium aangetoond. De licht verhoogd aangetoonde gehalten geven geen aanleiding tot nader onderzoek. 4.2.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'bodem' geen belemmering lijkt te vormen voor de onderhavige ontwikkeling. Aanvullend onderzoek ter plaatse van het voormalig sloottracé en de bovengrond zal nog worden uitgevoerd en zal dit moeten bevestigen.
4.3
Geluid
4.3.1 Regelgeving Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd dient te worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten. Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen.