CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Toelichting

Beeldvormende avond ('Het Beeld') 14 september 2023, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Kesteren, Vicuslaan 2’14.603 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

NL.IMRO.1740.bpKEvicuslaan2-vst1

Bestemmingsplan "Kesteren, Vicuslaan 2” Vastgesteld

september 2023

Bestemmingsplan “Kesteren, Vicuslaan 2” Neder-Betuwe

2

bestemmingsplan "Kesteren, Vicuslaan 2"

bestemmingsplan “Kesteren, Vicuslaan 2”

Inhoudsopgave

Toelichting

4

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel van het plan 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldende plannen 1.4 Leeswijzer

5 5 5 5 7

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie

8 8 8

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie

10 10 11 12 14

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Verkeer & parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Bedrijven en Milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geur 4.7 Externe veiligheid 4.8 Waterhuishouding 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie & cultuurhistorie 4.11 Leidingen

15 15 17 18 19 22 23 24 28 31 35 36

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Inleidende regels 5.3 Bestemmingsregels 5.4 Algemene regels 5.5 Overgangs- en slotregels

37 37 37 37 38 39

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid

40 40

Hoofdstuk 7 Procedure 7.1 Overleg 7.2 Ontwerpfase 7.3 Vaststellingsfase

41 41 41 41

bestemmingsplan "Kesteren, Vicuslaan 2"

3

Bestemmingsplan “Kesteren, Vicuslaan 2” Neder-Betuwe

Toelichting

4

bestemmingsplan "Kesteren, Vicuslaan 2"

bestemmingsplan “Kesteren, Vicuslaan 2”

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel van het plan

Aanleiding voor het voorliggende bestemmingsplan is de uitbreiding van de westelijk van het plangebied gelegen bestaande middelbare school De Pantarijn. De school is enkele jaren geleden gerealiseerd en ziet, mede door de gerealiseerde woongebieden rondom de school reeds in een uitbreidingsbehoefte. De uitbreiding van de school is voorzien ter plaatse van het oostelijk gelegen driehoekig perceel tussen de bestaande school en de Hoofdstraat. Het doel van het voorliggende bestemmingsplan is het juridisch-planologisch mogelijk maken van de bouw van de uitbreiding van het bestaande schoolgebouw.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen aan de zuidzijde van Kesteren dat onderdeel uitmaakt van de gemeente Neder-Betuwe. Het betreft het grondstuk van de bestaande school en een oostelijk gelegen driehoekig grondstuk..

Afbeelding 1.1: globale ligging en begrenzing plangebied

1.3

Geldende plannen

Voor de in het bestemmingsplan begrepen gronden vigeren thans de volgende bestemmingsplannen: •

''Witte vlekken', dat op 12 september 2019 door de gemeenteraad van Neder-Betuwe is vastgesteld.

•

‘Parapluregeling Parkeren’. Dit plan is op 26 april 2018 door de gemeenteraad van NederBetuwe is vastgesteld.

bestemmingsplan "Kesteren, Vicuslaan 2"

5

Bestemmingsplan “Kesteren, Vicuslaan 2” Neder-Betuwe

•

‘Parapluregeling Archeologie’. Dit plan is op 27 september 2018 door de gemeenteraad van Neder-Betuwe is vastgesteld.

•

‘School Pantarijn Kesteren’. Dit plan is op 9 maart 2017 door de gemeenteraad van NederBetuwe vastgesteld.

De gronden van het plangebied die deel uitmaken van het bestemmingsplan ‘Witte vlekken’ kennen voor het plangebied de volgende bestemmingen. (zie afbeelding 1.3): •

De enkelbestemming ‘Wonen - 2’

•

De enkelbestemming ‘Bedrijf – 1’

•

De enkelbestemming ‘Water’

•

De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’

•

De dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterlopen’.

De voor ‘Wonen-2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor woondoeleinden. Woongebouwen mogen gebouwd worden binnen een bouwvlak. Binnen het plangebied ontbreekt een bouwvlak. De gronden binnen de bestemming ‘Bedrijf – 1’ kennen een aanduiding ‘tuincentrum’. Dit deel van de gronden, die een klein deel van het plangebied uitmaken, kunnen worden gebruikt voor het voeren van een tuincentrum. De gronden binnen de bestemming ‘Water’ zijn bedoeld voor waterhuishoudkundige doeleinden, voorzieningen en waterstaatkundige kunstwerken ten behoeve van de waterhuishouding. De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle archeologische informatie in de bodem. De voor ‘Waterstaat - Waterlopen' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor aanleg en onderhoud van een watergang. De volgende afbeelding toont met rood omlijnd het deel van het plangebied waar het bestemmingsplan ‘Witte Vlekken’ geldend is.

Afbeelding 1.2: uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘’Witte vlekken’

6

bestemmingsplan "Kesteren, Vicuslaan 2"

bestemmingsplan “Kesteren, Vicuslaan 2”

De beoogde uitbreiding van de school is op basis van het geldende bestemmingsplan en in het bijzonder de aan de vigerende bestemmingen verbonden gebruiksbepalingen en daaraan verbonden regels van de bestemming Wonen-2 en Bedrijf -1 niet mogelijk. Om die reden dient het bestemmingsplan te worden herzien. Het bestaande deel van de school is gelegen in het bestemmingsplan ‘School Pantarijn Kesteren’. Binnen het bestemmingsplan ‘School Pantarijn Kesteren’ gelden de volgende bestemmingen; •

De enkelbestemming ‘Maatschappelijk’ met de aanduidingen ‘bijgebouwen’ en ‘parkeerterrein’

•

De enkelbestemming ‘Groen’

•

De enkelbestemming ‘Water’

•

De dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterlopen’.

Vanwege de verschuiving van enkele functies in de buitenruimte bij de school en het verleggen van een bestaande watergang wordt ook een deel van dit bestemmingsplan herzien en is daarom onderdeel van het bestemmingsplan. De volgende afbeelding toont het vigerend bestemmingsplan ‘School Pantarijn Kesteren’ met rood omlijnd voor zover ze is gelegen in het bestemmingsplan.

Afbeelding 1.3: uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘’School Pantarijn Kesteren’

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord.

bestemmingsplan "Kesteren, Vicuslaan 2"

7

Bestemmingsplan “Kesteren, Vicuslaan 2” Neder-Betuwe

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

Het plangebied bestaat voor het grootste deel uit het schoolgebouw met daarbij een buitenruimte gebruikt voor parkeren, een sportterrein en een schoolplein. Aan de zuidzijde van het gebouw is een waterpartij gelegen die gebruikt wordt voor de opvang van regenwater. Het oostelijk deel van het plangebied was tot voor kort in gebruik voor wonen en het exploiteren van een tuincentrum. Dit deel van het plangebied ligt op dit moment braak. 2.2.1

Toekomstige situatie

Het voorliggende plan maakt het mogelijk om oostelijk van het bestaande schoolgebouw een nieuwbouw met een oppervlakte van 500 m2 te realiseren. De nieuwbouw krijgt een zelfde hoogte als het westelijk (lage) deel van de bestaande school. Aan de voorzijde van het bestaande schoolgebouw zal ook een kleine uitbreiding worden gedaan. Het sportterrein wordt verplaatste en de parkeervoorziening vergroot. De bestaande watergang die op dit moment het bestaande schoolterrein aan de oostzijde begrenst wordt verplaatst naar de oostelijke grens van het plangebied. Ze zal onderdeel worden van de waterpartij aan de zuidzijde van het schoolgebouw.

Afbeelding 2.1: situatietekening van het toekomstig terreingebruik met in rood de uitbreiding.

8

bestemmingsplan "Kesteren, Vicuslaan 2"

bestemmingsplan “Kesteren, Vicuslaan 2”

Afbeelding 2.2: vogelvluchtperspectief van de beoogde situatie gezien vanuit het zuidoosten.

Afbeelding 2.3: vogelvluchtperspectief van de beoogde nieuwbouw gezien vanuit het noordoosten.

bestemmingsplan "Kesteren, Vicuslaan 2"

9

Bestemmingsplan “Kesteren, Vicuslaan 2” Neder-Betuwe

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Nationaal beleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Per januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.

Met de komst van de NOVI komen meerdere nationale beleidsstukken te vervallen, waaronder de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Strategisch relevante delen van de SVIR en het Barro worden echter opgenomen in de NOVI en blijven daarmee ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. Dit bestemmingsplan zal daarom ook aan dit beleid worden getoetst. Gebiedsgericht De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. In het Barro waren regels opgesteld waarmee deze gebiedsbescherming juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.'

10

bestemmingsplan "Kesteren, Vicuslaan 2"

bestemmingsplan “Kesteren, Vicuslaan 2”

In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Volgens de nota van toelichting bij artikel 3.1.6, lid 2, aanhef en onder b, van het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen naar het oordeel van de Raad van State planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied.

Ingevolge artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef onder i, van het Bro wordt in het Bro de de daarop berustende bepalingen onder stedelijke ontwikkeling verstaan: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaven, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Planspecifiek Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van een noodzakelijke uitbreiding van een bestaande school binnen bestaand stedelijk gebied mogelijk. Er is een dringende behoefte aan de uitbreiding als gevolg van de realisatie van nieuwe grootschalige woongebieden in de directe omgeving van de school. De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht voor de huisvesting van onderwijs en heeft hiervoor een integraal Huisvestingsplan opgesteld. Uitgangspunt in de verordening onderwijshuisvesting van de gemeente Neder-Betuwe is dat er voor permanente uitbreiding wordt uitgegaan van het aantal leerlingen over 15 jaar. Op 11 februari 2021 is door de gemeenteraad ingestemd met de projecten in het tijdvak 2021-2025 volgens het Uitvoeringsplan iHP-financieel. Hierin is ook de uitbreiding van Pantarijn opgenomen als gevolg van een toename van het aantal leerlingen met ongeveer 150. De uitbreiding van Pantarijn is gebaseerd op een toename van ongeveer 150 leerlingen, waarvan 63%uit de gemeente Neder-Betuwe komt.

3.1.3 Conclusie In het voorliggende plan gaat het om de realisatie van een uitbreiding van een reeds bestaande school binnen bestaand stedelijk gebied. Er is sprake van een dringende behoefte aan uitbreiding als gevolg van een grote toename aan leerlingen. Er wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Algemeen

In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is op 19 december 2018 geactualiseerd op basis van de nieuwe omgevingsvisie. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. 3.2.2

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. Deze ambities worden hieronder kort samengevat:

bestemmingsplan "Kesteren, Vicuslaan 2"

11

Bestemmingsplan “Kesteren, Vicuslaan 2” Neder-Betuwe

• • • • • • •

3.2.3

Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid; Een voortvarend en innovatief circulair beleid; Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit; Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag; Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat; Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Planspecifiek Met voorliggend initiatief wordt een uitbreiding van een bestaande middelbare school gerealiseerd in bestaand stedelijk gebied in de kern Kesteren. Hiermee is sprake van inbreiding. De school zal voldoen aan de nieuwe eisen van energie en conform het Bouwbesluit worden gebouwd. Hiermee draagt het plan bij aan de ambitie uit de Omgevingsvisie voor een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat weet te anticiperen op ontwikkelingen. De Omgevingsvisie en Omgevingsverordening stellen verder geen specifieke eisen aan onderhavige locatie. 3.2.4

Conclusie

Het bestemmingsplan is passend in de Omgevingsvisie en -verordening van de provincie Gelderland.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Structuurvisie Neder-Betuwe 2018 Op 5 maart 2018 heeft de gemeenteraad van Neder-Betuwe de Structuurvisie Neder-Betuwe 2018 vastgesteld. Doel van deze structuurvisie is het bieden van een actueel en integraal ruimtelijk kader, dat voor de langere termijn als toetsingskader op hoofdlijnen dient voor alle ruimtelijke ontwikkelingen. De structuurvisie is het strategisch document in het kader van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. De structuurvisie geeft richting aan de gewenste ruimtelijke inrichting van een gebied waardoor voor een ieder in algemene zin duidelijk is of bepaalde initiatieven daarbinnen passen. Voor andere overheden kan de structuurvisie duidelijk maken hoe de gemeente het beleid van Rijk en provincie uitwerkt op gemeentelijk schaalniveau. Voor het gemeentebestuur is de structuurvisie een belangrijk kader voor de afweging van concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet daartoe van bestuurlijke uitvoeringsinstrumenten, zoals het vaststellen van bestemmingsplannen, het beschikbaar stellen van financiële middelen en het sluiten van bestuursovereenkomsten. Tevens is de visie leidraad bij de beoordeling van nieuwe plannen en initiatieven.

12

bestemmingsplan "Kesteren, Vicuslaan 2"

bestemmingsplan “Kesteren, Vicuslaan 2”

De gemeente streeft nog steeds naar het zoveel mogelijk benutten van inbreidingslocaties en daarmee een efficiënt gebruik van de (open) ruimte in de kernen, mits het landelijk karakter (lees: de kwaliteit) van de kern niet verloren gaat. De ontwikkeling en het behoud van compacte dorpskernen bespaart waar mogelijk uitbreiding aan de randen en ongewenste realisatie van bebouwing in het buitengebied. Bij eventuele toekomstige ontwikkelingen in de kernen gezocht te worden naar inbreidingsmogelijkheden. Naast de beoogde gemeentelijke ambities, is in de structuurvisie een toetsingskader voor particuliere initiatieven opgenomen. Initiatieven worden in eerste instantie getoetst aan de visie. Indien het initiatief past binnen de uitgangspunten van de visie, wordt onderzocht of het initiatief inpasbaar is in de directe omgeving. Hiermee dragen particuliere initiatieven in belangrijke mate bij aan de beoogde ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. In aanvulling op het voorgaande is in de structuurvisie per kern een ontwikkelingsrichting geschetst. Deze ontwikkelingsrichting dient als leidraad voor toekomstige ruimtelijke initiatieven. Planspecifiek In het kader van de structuurvisie Neder-Betuwe 2018 is de locatie deels onderdeel van het 'Ontwikkelingsgebied Wonen 2020’ en ‘Bestaand stedelijk gebied'. De beide gebieden grenzen aan het buitengebied van Kesteren.

Het plangebied maakt onderdeel uit van een grotere inbreidingslocatie, te weten Herenland. Navolgende afbeelding toont een uitsnede van de structuurvisiekaart waarin het plangebied is aangegeven met de rode cirkel.

Afbeelding 3.1.: Structuurvisiekaart De gemeente streeft nog steeds naar het zoveel mogelijk benutten van inbreidingslocaties en daarmee een efficiënt gebruik van de (open) ruimte in de kernen, mits het landelijk karakter (lees: de kwaliteit) van de kern niet verloren gaat. De ontwikkeling en het behoud van compacte dorpskernen bespaart waar mogelijk uitbreiding aan de randen en ongewenste realisatie van bebouwing in het buitengebied. Planspecifiek Onderhavig initiatief maakt de uitbreiding van een bestaande middelbare school mogelijk. Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied in de kern Kesteren (inbreidingslocatie). Het plan sluit aan bij de ontwikkeling en het behoud van compacte dorpskernen. Het initiatief past hiermee binnen de structuurvisie Neder-Betuwe 2018. 3.3.2

Omgevingsvisie Neder-Betuwe 'Vitale kernen in een sterke gemeente'

De Omgevingsvisie van de gemeente Neder-Betuwe laat zien wat de gemeente en haar inwoners samen belangrijk vinden voor de omgeving waarin wordt gewoond, gewerkt en waarin vrije tijd wordt

bestemmingsplan "Kesteren, Vicuslaan 2"

13

Bestemmingsplan “Kesteren, Vicuslaan 2” Neder-Betuwe

doorgebracht. Het nodigt iedereen uit om bij te dragen aan de ontwikkeling van de gemeente, van Neder-Betuwe, een gemeente in het rivierengebied. De Omgevingsvisie Neder-Betuwe heeft per deelgebied de waarden inzichtelijk gemaakt. Één van de 10 speerpunten is dat sprake moet zijn en blijven van een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Het plangebied maakt onderdeel uit van het deelgebied ‘Kesteren’. Onder de waarden van dit deelgebied; Trots van Kesteren wordt onder andere verstaan de aanwezigheid van alle basisvoorzieningen (winkels, ruimte voor ontmoeting, sport en scholen). Planspecifiek Het voorliggende plan voorziet in de bouw van de uitbreiding van een bestaande middelbare school in Kesteren. Hiermee wordt voorzien in een actuele behoefte en wordt voorzien in voldoende gelegenheid voor (behoud van) onderwijs als basisvoorziening in het dorp. Het initiatief past daarmee binnen de waarden zoals benoemd in de Omgevingsvisie.

3.5

Conclusie

Het bestemmingsplan is passend binnen de beleidskaders van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Neder-Betuwe.

14

bestemmingsplan "Kesteren, Vicuslaan 2"

bestemmingsplan “Kesteren, Vicuslaan 2”

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

4.1

Verkeer & parkeren

4.1.1

Verkeer

4.1.1.1 Regelgeving De gemeenteraad heeft op 8 maart 2018 het Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan (NBVVP) vastgesteld. Dit geeft de visie weer hoe de gemeente Neder-Betuwe nu en in de toekomst om gaat met vraagstukken op het gebied van verkeer en vervoer dan wel de mobiliteit. Het plan bestaat uit twee onderdelen: • •

Beleidsrapportage met daarin de visie van de gemeente tot 2025. Belangrijk onderdeel hierin is ook het Uitvoeringsprogramma, waarin staat welke projecten de gemeente de komende jaren wil uitvoeren en voor welke projecten geld beschikbaar is. Achtergrondrapportage met daarin achtergrondinformatie bij de beleidsrapportage. In de achtergrondrapportage zijn de resultaten van de inventarisatie en (knelpunt)analyse opgenomen.

Ruimtelijke ontwikkelingen hebben effect op de verkeersafwikkelingen en kunnen effect hebben op de leefbaarheid. De gemeente vindt het daarom belangrijk dat er sprake is van een samenhang tussen de drie pijlers van het NBVVP (leefbaarheid, bereikbaarheid en verkeersveiligheid). Deze samenhang is in het uitgangspunt ‘Verkeer op de juiste plaats’ tot uiting gebracht: een beperkt aantal doorgaande wegen zorgt voor de verwerking van het verkeer en in de overige gebieden staat de kwaliteit van de leefomgeving en verkeersveiligheid centraal. 4.1.1.2 Doorwerking bestemmingsplan De verkeersaantrekkende werking van de uitbreiding is berekend met behulp van de kengetallen uit de digitale publicatie "ASVV 2012" en de "Neder-Betuwe Nota Parkeernormen". Volgens deze nota ligt het plangebied in een stedelijke zone die typeren is als niet-stedelijk/rest bebouwde kom. Daarnaast hanteert de nota de maximale normen uit de ASVV 2012. In onderstaande tabel is de verkeersaantrekkende werking uitgewerkt. Hierbij is het uitgangspunt dat de HAVO-afdeling voorlopig niet gerealiseerd zal worden. Er wordt alleen uitgegaan van de groei van de bestaande afdelingen. onderdeel toename leerlingen kengetal verkeersgeneratie verkeersgeneratie per weekdag per weekdag middelbare school

150

19,7 per 100 leerlingen

30 mvt

Volgens de kengetallen leidt de beoogde uitbreiding tot een verkeersaantrekkende werking van 30 motorvoertuigen per weekdag. De school is goed ontsloten via de rotonde in de Hoofdstraat. De capaciteit van deze dorpsontsluitingsweg is groot waardoor moet worden geconcludeerd dat geen verkeershinder te verwachten is. 4.1.2

Parkeren

4.1.2.1 Regelgeving Het gemeentelijke parkeerbeleid is vastgelegd in "Neder-Betuwe Nota Parkeernormen" en bevat de hoofdlijnen van het beleid. In deze nota heeft de gemeente zoveel mogelijk aangesloten bij de CROW-richtlijnen. Dit document wordt gebruikt bij het opstellen van de parkeerbalans. In onderstaande tabel is de parkeerbalans uitgewerkt. Hierbij is ook de reeds bestaande school meegenomen. In de nieuwe situatie zullen er 451 leerlingen zijn. onderdeel

aantal leerlingen

parkeernorm aantal parkeerplekken

middelbare school

451

5,9 per 100 leerlingen

bestemmingsplan "Kesteren, Vicuslaan 2"

27

15

Bestemmingsplan “Kesteren, Vicuslaan 2” Neder-Betuwe

Op de inrichtingsschets zijn 40 parkeerplaatsen ingetekend. Het aantal parkeerplekken voor de school is toereikend. Het plangebied biedt voldoende ruimte om aan de gestelde parkeernormen te voldoen.

Afbeelding 4.1.: Ligging parkeerplaatsen (rood omlijnd)

4.1.3 Langzaam verkeer Het langzaam verkeer wordt vanaf de rotonde ontsloten via een breed pad langs de Hoofdstraat. Via de zuidzijde blijft de entree van het schoolterrein bereikbaar via de bestaande mogelijkheid. Fietsers gaan via de fietsenstalling aan de noordzijde het terrein op. De entree voor voetgangers wordt nieuw gepland via een voetgangersbrug aan de oostzijde van het plangebied.

16

bestemmingsplan "Kesteren, Vicuslaan 2"

bestemmingsplan “Kesteren, Vicuslaan 2”

4.2

Bodem

4.2.1

Regelgeving

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening dient voor elke individuele bouwlocatie aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.

Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). 4.2.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied diverse verkennende- en aanvullende bodemonderzoeken uitgevoerd. Deze zijn gebundeld in de rapportage van Verhoeven Milieutechniek B.V. dd 16 september 2022. Deze rapportage is als geheel aan de toelichting toegevoegd. De conclusie luidt als volgt; Middels de voorliggende onderzoeken is een indicatie verkregen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) ter plaatse van de onderzoekslocatie gelegen aan de Hoofdstraat 70 te Kesteren ten behoeve van de voorgenomen onroerend goed transactie en voorgenomen herontwikkeling (uitbreiding van het naastgelegen scholencomplex). Met de uitgevoerde onderzoeken is, ons inziens, de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) in voldoende mate onderzocht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan derhalve geen belemmeringen tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en voorgenomen hertontwikkeling van de locatie. Bij de eventuele afvoer van de grond dient rekening gehouden te worden met zowel de resultaten van voorliggende en voorgaande onderzoeken. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden.

Aanvullend wordt geadviseerd om, na verwijdering van de momenteel aanwezige vegetaties, nog aanvullend een maaiveldinspectie uit te voeren om een definitieve uitspraak te kunnen doen over de contactzone voor wat betreft asbest. De bodem is geschikt voor het beoogde gebruik.

bestemmingsplan "Kesteren, Vicuslaan 2"

17

Bestemmingsplan “Kesteren, Vicuslaan 2” Neder-Betuwe

4.3

Geluid

4.3.1

Regelgeving

Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd dient te worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten. Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen.

Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een “hogere waarde procedure” worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde "dove" gevel heeft. Een "dove gevel" is een bouwkundige constructie: • •

waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering; waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woonen leefklimaat. 4.3.2

Wegverkeerslawaai

Regelgeving In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart blijkt dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt. Bij vaststelling van een bestemmingsplan dient voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek te worden verricht (art.76 lid 1 Wgh). De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel.

Tabel 4.1: overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg) De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt.

18

bestemmingsplan "Kesteren, Vicuslaan 2"

bestemmingsplan “Kesteren, Vicuslaan 2”

Doorvertaling bestemmingsplan Het plan omvat een nieuw geluidgevoelig object in de vorm van een school. Een toetsing aan de geluidhinder ten gevolge van verkeers- en industrielawaai is derhalve nodig. Het plangebied ligt binnen de onderzoekszones van de gezoneerde wegen N233, Ommestraat, Broekdijk en Hoofdstraat alsmede van de spoorwegen aan de noordzijde en aan de zuidzijde (Betuwelijn). In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden tevens de nabijgelegen nietgezoneerde wegen (Vicuslaan en Prof. Dr. JE Bogearslaan) in het onderzoek betrokken. Om de gevelbelasting van de nieuwe school inzichtelijk te maken heeft Econsultancy een akoestisch onderzoek uitgevoerd: rapport "Rapportage onderzoek weg- en railverkeer Vicuslaan 2" (6 januari 2023). Het onderzoeksrapport is als bijlage 2 bijgevoegd. De conclusie luidt als volgt; Het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen is niet doelmatig. Vanwege de Hoofdstraat dient een hogere waarde te worden aangevraagd. Voor de woningen en het uit te breiden deel van de school dient het akoes- tisch klimaat in de woning en school (het zogenaamde binnenniveau) te worden gegarandeerd. Voor de omge- vingsvergunning ten behoeve van de bouw van de woningen en uitbreiding van de school is een nader onder- zoek naar de geluidwering van de gevels noodzakelijk.

Omdat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden dient hiervoor een hogere grenswaarde aangevraagd te worden. De gemeente Neder-Betuwe kan een ontheffing verlenen. De procedure hoger grenswaarden zal worden voorbereid. Na het verlenen van deze hogere waarde waarbij is aangetoond dat voldoende gevelwering wordt toegepast is sprake van een goed woon- en leefklimaat. 4.3.3

Industrielawaai

De nieuw te realiseren uitbreiding van de school is een gevoelig object en een geluidsbron. Daarom wordt er getoetst aan zowel de invloed van de omgeving op de school als de invloed van de school op de omgeving. Econsultancy heeft hiervoor een akoestisch onderzoek uitgevoerd: “Rapportage onderzoek industrielawaai Vicuslaan 2” dd 6 januari 2023. Het onderzoeksrapport is als bijlage 3 bijgevoegd. De conclusie luidt als volgt; Er vinden geen overschrijdingen plaats van de richtwaarden uit de VNG-publicatie en grenswaarden uit het Activiteitenbesluit voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, maximale geluidniveau en de indirecte hinder. Er gelden vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen voor de realisatie van de uitbreiding van de school. 4.3.5

Conclusie

Het aspect geluid is geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling

4.4

Bedrijven en Milieuzonering

4.4.1

Regelgeving

Regelgeving Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom dient aandacht te worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies.

bestemmingsplan "Kesteren, Vicuslaan 2"

19

Bestemmingsplan “Kesteren, Vicuslaan 2” Neder-Betuwe

Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten middels een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied. Voor het vaststellen van de genoemde minimale richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied.

Naast de omgevingstypen 'rustige woonomgeving' en 'gemengd gebied' kent de VNG-publicatie ook het type 'gebied met functiemenging'. Het begrip 'gebied met functiemenging' heeft geen betrekking op de typering van een gebied maar op de toelaatbaarheid van hinderveroorzakende functies, zoals stadscentra, dorpskernen, winkelcentra, horecaconcentratiegebieden, zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en (delen van) woongebieden met kleinschalige dan wel ambachtelijke bedrijvigheid.

Tabel 4.2: richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien niet aan de richtafstanden wordt voldaan, is een nadere beschouwing danwel onderzoek nodig. Hiertoe wordt ten aanzien van het geluidsaspect gebruik gemaakt van de beoordelingssystematiek uit de VNG-publicatie. Tijdens het inwerking zijn van inrichtingen zullen deze worden getoetst aan het Activiteitenbesluit. 4.4.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Omgevingstype In de handreiking wordt onderscheid gemaakt tussen twee omgevingstypen: rustige woonwijk en gemengd gebied. In een gemengd gebied mag een kleinere richtafstand worden aangehouden dan in een rustige woonwijk. De richtafstanden mogen dan met één 'afstandsstap' worden teruggebracht. Het omgevingstype van voorliggend plangebied is gemengd gebied. In de omgeving komen direct naast woningen ook andere functies voor, zoals horeca en een bestemd tuincentrum, boomteelt en andere bedrijven aan de zuidzijde van het plangebied. Invloed plan op de omgeving Het plan betreft de uitbreiding van een school met bijbehorende ontsluiting. De maatgevende belemmering voor de omgeving is het aspect geluid. Om de invloed van de school als bron van geluid op de omgeving te toetsen is er een onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek wordt nader toegelicht in paragraaf 4.3.3Uit het onderzoek blijkt dat er geen sprake is van hinder op de omgeving. Andere hinder en/of gevaar door milieubelastende activiteiten is niet van toepassing. Invloed omliggende inrichtingen op plan

20

bestemmingsplan "Kesteren, Vicuslaan 2"

bestemmingsplan “Kesteren, Vicuslaan 2”

Hieronder staat een overzicht van de bedrijven in de directe omgeving, de SBI-code, de milieucategorie en de bijbehorende richtafstand, alsmede de werkelijke afstand tot het dichtstbijzijnde milieugevoelige object binnen het plangebied. In het hier bovengenoemde onderzoek is ook het aspect geluidhinder van de omgeving op onderhavig plan getoetst. Uit het onderzoek blijkt dat er geen sprake is van hinder op het plangebied. Voor de andere milieuaspecten staat hieronder een overzicht met de maatgevende richtafstanden. Hierin is het aspect geluid dus niet meegenomen. bedrijf SBIcategorie richtwerkelijke code afstand afstand Bouwmarkten, tuincentra, hypermarkten

4752

2

10 m

ca. 100 m

Restaurant, e.d.

561

1

0m

ca. 50 m

Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen)

011, 012, 013

2

10 m

ca. 25 m

3.1

30 m

ca. 35 m

Bedrijventerrein (maximaal toegestane milieucategorie 3.1)

Volgens de toetsing aan de hand van "Bedrijven en milieuzonering" (VNG, Den Haag, 2009) liggen er geen milieugevoelige onderdelen van het plan binnen de richtafstanden van de omliggende bedrijven.

4.4.3

Spuithinder

De richtafstanden zoals beschreven in voorgaande paragraaf gelden bij de bedrijfscategorie Akkerbouw en fruitteelt alleen voor activiteiten in de bedrijfsbebouwing en dus niet voor activiteiten op het terrein, zoals open teelt. De gronden ten westen van het plangebied zijn in gebruik voor boomteelt. Boomkwekerijen kunnen gewasbestrijdingsmiddelen gebruiken die mogelijk een risico vormen voor het milieu en de gezondheid van mensen. Er zijn in Nederland echter geen wettelijke bepalingen voor minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en nabij gelegen gevoelige objecten, zoals woningen. Bij het bespuiten van landbouwgewassen komt 'drift' vrij: spuitvloeistof die tijdens de bespuiting buiten het te behandelen gebied terechtkomt als gevolg van wind- en luchtstromingen. Vanwege het ontbreken van wetgeving voor woningen is er een in de praktijk gegroeide vuistregel ontstaan die aangeeft dat er een afstand van 50 meter tussen agrarische gronden met open teelten en een voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelig object, zoals een school of een woning, in acht moet worden genomen (ABRvS 31 maart 2010, zaaknummer 200904633/1/R2). Bij deze afstand wordt ervan uitgegaan dat enerzijds de bedrijfsvoering van de agrariër niet wordt belemmerd en er anderzijds geen nadelige effecten optreden voor de gezondheid van omwonenden.

Voorliggend bestemmingsplan betreft de uitbreding van een schoolgebouw op ruimere afstand dan 50 meter van de teeltgronden. Gemeten vanaf de boomkwekerij (inclusief de 4 meter vrije zone ten behoeve van de watergang) tot aan het buitenterrein leerlingen bedraagt de afstand ca. 55 meter. Door het opnemen van de aanduiding 'parkeerterrein' wordt er gewaarborgd dat binnen de bestemming 'Maatschappelijk' geen gevoelige objecten worden gerealiseerd. Daarnaast geldt dat de gronden van de boomkwekerij op termijn worden bestemd als woongebied. 4.4.4

Conclusie

Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen planologische belemmering voor het plan

bestemmingsplan "Kesteren, Vicuslaan 2"

21

Bestemmingsplan “Kesteren, Vicuslaan 2” Neder-Betuwe

4.5

Luchtkwaliteit

4.5.1

Regelgeving

In het kader van een planologische procedure dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij dient het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' in beeld te worden gebracht. De Wet luchtkwaliteit van 15 november 2007, opgenomen in hoofdstuk 5, onder titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) gaat in op luchtkwaliteitseisen. In Bijlage 2 van de Wm zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd van onder andere de stoffen stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10), benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb) en koolmonoxide (CO). Projecten dienen te worden beoordeeld op basis van de 'Wet luchtkwaliteit' c.q. artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor vergunningverlening als: • er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; • een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; • een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; • een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden.

In artikel 2 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is opgenomen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de zogenaamde '3% grens' niet wordt overschreden. Na vaststelling van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) op 1 augustus 2009 is deze grens gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. In artikel 4 van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. 4.5.2

Onderzoek

Door Econsultancy is onderzoek gedaan naar de bijdrage van de uitbreiding van de school aan de luchtkwaliteit en is in het kader van een goede ruimtelijke ordening beoordeeld of sprake is van een goede luchtkwaliteit ter plaatse. De rapportage “Luchtkwaliteitsonderzoek Vicuslaan 2” dd 6 januari 2023 is als bijlage 4 aan de toelichting gevoegd. De conclusie luidt als volgt; Op basis van het onderzoek luchtkwaliteit wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen worden voorzien voor de doorgang van de initiatieven met betrekking tot de luchtkwaliteit. Het woningbouwplan zal niet in betekenende mate bijdragen aan de achteruitgang van de luchtkwaliteit. Op basis van berekeningen met de NIBM-rekentool is tevens bepaald dat bij een extra verkeersgeneratie van 30 verkeersbewegingen per etmaal de uitbreiding van de school niet in betekenende mate bij zal dragen aan de achteruitgang van de luchtkwaliteit. De concentraties van luchtverontreinigende stoffen ter plaatse van de school en het woningbouwplan zijn tevens ruim beneden de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. 4.5.3

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'luchtkwaliteit' geen belemmering vormt voor de onderhavige ontwikkeling.

22

bestemmingsplan "Kesteren, Vicuslaan 2"

bestemmingsplan “Kesteren, Vicuslaan 2”

4.6

Geur

4.6.1

Regelgeving

Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt: • voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld (in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv))) geldt een maximale geurbelasting) op een geurgevoelig object; • voor andere diercategorieën geldt een minimale afstand van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden (conform Reconstructiewet) en nietconcentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De wet beschrijft in artikel 3 de maximale norm voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig object in vier situaties, zie onderstaande tabel.

Binnen bebouwde kom

Buiten bebouwde kom

diercategorieën Rgv

Concentratiegebied

Niet-concentratiegebied

max. 3 ouE/m³

max. 2 ouE/m³

andere diercategorieën min. 100 m t.o.v. geurgevoelig object

min. 100 m t.o.v. geurgevoelig object

diercategorieën Rgv

max. 8 ouE/m³

max. 14 ouE/m³

andere diercategorieën min. 50 m t.o.v. geurgevoelig object

min. 50 m t.o.v. geurgevoelig object

Geurnormen Wgv De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid om afwijkende geurnormen vast te stellen voor (delen van) het grondgebied. Op deze wijze kan de gemeente een geurhinderbeleid vaststellen dat is afgestemd op de plaatselijke situatie. Regeling geurhinder en veehouderij In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is de wijze vastgelegd waarop: • de geurbelasting wordt bepaald; • de afstand tussen veehouderij en geurgevoelig object) wordt gemeten. Activiteitenbesluit Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee). Geurgebiedsvisie gemeente Neder-Betuwe Op 15 september 2011 heeft de gemeenteraad de geurverordening en bijbehorende geurgebiedsvisie vastgesteld.

Doelstelling van deze visie is het opstellen van een gemeentedekkend gebiedsgericht geurbeleid voor de gemeente Neder-Betuwe gebaseerd op de Wet geurhinder en veehouderij, waarin een afweging is gemaakt tussen geurbelasting en geurbeleving. De gebiedsvisie brengt de geurknelpunten in beeld en geeft de mogelijkheid om maatwerk te leveren in de (nog te bepalen) deelgebieden. Met geurknelpunten worden situaties bedoeld waarbij de geurcontouren van agrarische bedrijven rond een bouwblok over geurgevoelige objecten reiken als zijnde voor grondwaarde, of een situatie waarbij verschillende agrarische bedrijven gezamenlijk een niet acceptabel hinderpercentage leveren als zijnde achtergrondwaarde.

bestemmingsplan "Kesteren, Vicuslaan 2"

23

Bestemmingsplan “Kesteren, Vicuslaan 2” Neder-Betuwe

4.6.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Door Econsultancy is onderzoek gedaan naar de geursituatie ter plaatse. De rapportage “Onderzoek geurhinder veehouderijen Vicuslaan 2’ dd 6 januari 2023 is als bijlage 5 aan de toelichting toegevoegd. De conclusie luidt als volgt;

Op basis van het geuronderzoek wordt geconcludeerd dat voor de realisatie van het plan geen beperkingen gelden. Ter plaatse van de geurgevoelige locaties wordt voldaan aan de Wet geurhinder en veehouderijen en de gemeentelijke verordening. De bestaande veehouderijen worden door de realisatie van het plan niet beperkt en ter plaatse van het plan kan een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd worden. 4.6.3

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'geur' geen belemmering vormt voor de onderhavige ontwikkeling.

4.7

Externe veiligheid

4.7.1

Regelgeving

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid rondom externe veiligheid is vastgelegd in circulaires, regelingen, AMvB's en wetten. In Nederland worden twee maten gehanteerd voor externe veiligheidsrisico's, namelijk het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Bij het plaatsgebonden risico (PR) gaat het om de kans per jaar dat een denkbeeldig persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich onafgebroken en onbeschermd in de nabijheid van een risicovolle inrichting of transportas bevindt. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven als een contour rondom de risicovolle inrichting of de transportas. Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve kans dat een (werkelijk) aanwezige groep van 10, 100 of 1.000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen voordoen. Dit is de zogenaamde 1 %-letaliteitsgrens; de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1 % van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf (invloedsgebied).

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein, bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. Deze bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij woningen, kantoren, ziekenhuizen, scholen of winkels. Het besluit verplicht gemeenten en provincies wettelijk vanaf de inwerkingtreding van het besluit bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van ruimtelijke plannen met externe veiligheid rekening te houden. Het gaat daarbij niet alleen om het oprichten van of veranderen van inrichtingen of projecteren van nieuwe bestemmingen. Ook bij het vaststellen of herzien van een bestemmingsplan dient de externe veiligheid te worden beoordeeld. Het besluit is op 27 oktober 2004 in werking getreden. Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Daarin wordt geregeld hoe een gemeente moet omgaan met risico’s langs relevante buisleidingen. De hogedruk gasleidingen van de Gasunie zijn het meest relevant. De risico’s worden met name bepaald door de maximale druk en diameter van de leiding, maar ook door getroffen maatregelen.

24

bestemmingsplan "Kesteren, Vicuslaan 2"

bestemmingsplan “Kesteren, Vicuslaan 2”

Op 1 april 2015 is de Wet basisnet in werking getreden. De Wet basisnet voorziet in een wijziging van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (“Wvgs”) ter verankering van een landelijk basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het basisnet is een samenstel van wegen, binnenwateren en hoofdspoorwegen waaraan een bepaalde risicoruimte voor het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt toegekend. Als deze risicoruimte, de zogenaamde risicoplafonds, door een groei van het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, dient de minister maatregelen te nemen. De risicoplafonds moeten daarnaast in acht worden genomen bij het toestaan van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van basisnetroutes. Op deze manier kan de veiligheid langs de transportroutes voor gevaarlijke stoffen in toenemende mate worden gegarandeerd. Gelijktijdig met de Wet Basisnet zijn ook andere regelingen in werking getreden zoals de wijziging van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen (Bvgs), de Regeling basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is een aandachtgebied gedefinieerd waarbinnen het groepsrisico verantwoord dient te worden (200 meter). Buiten deze zone dient in het invloedsgebied alleen ingegaan te worden op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid (beperkte verantwoording).

Beleidsvisie externe veiligheid 2015-2018 Neder-Betuwe wil een aantrekkelijke gemeente zijn om te wonen en te werken. Dat stelt eisen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Externe veiligheidsrisico's zijn daar een onderdeel van. Externe veiligheid gaat over het beschermen van burgers tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. De risico's - veroorzaakt door het werken met - opslaan van of vervoer van gevaarlijke stoffen, zijn niet uit te sluiten. We kunnen ze wel beheersen door een adequate uitvoering van relevante taken en vooraf afspraken te maken hoe met de huidige en toekomstige risico's wordt omgegaan. Doel van deze beleidsvisie externe veiligheid is het bieden van een toetsingskader dat duidelijk maakt hoe om te gaan met externe veiligheidsrisico's. De ambities in deze visie zijn naast de wettelijke regels met name van toepassing bij het vaststellen van omgevingsbesluiten en de vergunningverlening voor risicobedrijven. Ook zijn in deze visie ambities met betrekking tot de organisatie van de uitvoering van de wettelijke regels opgenomen. Door toepassing van deze ambities worden ad hoc besluiten voorkomen. De gemeente past de uitgangspunten en ambities in deze visie verder toe bij andere gemeentelijke activiteiten en ontwikkelingen waarbij externe veiligheid een rol speelt. De gemeente streeft naar een beheersbare externe veiligheidssituatie, waarbij: 1.

de externe veiligheidsrisico's goed in beeld zijn gebracht; 2. de gemeentelijke organisatie zich bewust is van de aanwezige risico's; 3. een zorgvuldige afweging plaatsvindt tussen nut en noodzaak van nieuwe ontwikkelingen en hun gevolgen voor de externe veiligheid; 4. beleidsuitvoering en handhaving zorgen voor de beheersbaarheid van bestaande en nieuwe EV risico's; 5. communicatie met de burger plaatsvindt over de aanwezige risico's en de te volgen gedragsrichtlijn bij een calamiteit. 4.7.2

Doorvertaling bestemmingsplan

In en in de nabijheid van het plangebied bevinden zich enkele risicobronnen. Het gaat om: • Cuneraweg • Autosnelweg A15 • Betuwespoorlijn Bedrijven met gevaarlijke stoffen Voor de beoordeling van de veiligheidsrisico's in de nabijheid van de meest risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Daarnaast zijn in het Vuurwerkbesluit en Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. In de gemeentelijke Beleidsvisie externe veiligheid is opgenomen dat nieuwe risicovolle activiteiten niet worden toegestaan binnen een woongebied, waarbij een uitzondering kan worden gemaakt voor de vestiging van een gasdrukmeet- en regelstation, mits de relevante veiligheidsafstand hiervan niet over een bouwvlak voor een (beperkt) kwetsbaar object komt te liggen.

bestemmingsplan "Kesteren, Vicuslaan 2"

25

Bestemmingsplan “Kesteren, Vicuslaan 2” Neder-Betuwe

Het plan ligt niet in het invloedsgebied van een Bevi-inrichting. Het plan omvat voorts geen nieuwvestiging van Bevi-activiteiten en vuurwerkverkooppunten. Transport gevaarlijke stoffen over wegen en spoor Voor de beoordeling van de veiligheidsrisico's vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor en water zijn het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), de Regeling basisnet en de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) het relevante toetsingskader. Uit de gemeentelijke signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het aspect externe veiligheid relevant is vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Cunerweg, autosnelweg A15 en Betuwespoorlijn. Het plangebied ligt namelijk binnen het invloedsgebied van deze transportroutes, zoals blijkt uit onderstaande tabel. Het plangebied ligt echter buiten de meest relevante zones voor het groepsrisico (200 meter-zones). AFSTANDEN PLAATSGEBONDEN RISICO EN GROEPSRISICO PER TRANSPORTROUTE

transportroute

afstanden obv Bevt

Werkelijk afstand

PR 10-6/jr

GR invloed

- autosnelweg A15 - Cuneraweg

30 m 30 m

880 m 880 m

ca 700 m ca 300 m

- Betuwespoorlijn

30 m

4000 m

ca 590 m

Op grond van artikel 7 van het Bevt moet worden ingegaan op de mogelijkheden voor: • de bestrijdbaarheid van een zwaar ongeval op deze transportroute(s) en • de zelfredzaamheid met betrekking tot nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten binnen het plangebied. Overeenkomstig het gestelde in artikel 9 van het Bevt wordt de Veiligheidsregio in de gelegenheid gesteld om hierover een advies uit te brengen. Hieronder is ingegaan op de genoemde aspecten. Het plan omvat geen "bijzonder kwetsbare objecten", bestemd voor verminderd zelfredzame personen, binnen het invloedsgebied van de transportroute(s). Het plangebied ligt voorts geheel buiten de invloedsgebieden (1%-letaliteitsgebieden) vanwege een calamiteit met brandbare gassen, van de A15, Betuwespoorlijn en Cuneraweg. Er is daarmee sprake van een 'standaard situatie', waarvoor een eenvoudige verantwoording volstaat: • Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een calamiteit, waarbij toxische vloeistoffen of gassen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13068069/2