CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Regels inclusief bijlage

Raadsvergadering 9 februari 2023, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Kerk Cuneraweg Ochten'8.769 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

afbeelding bij dit plan

Bestemmingsplan Kerk Cuneraweg Ochten Gemeente Neder-Betuwe REGELS

Bestemmingsplan Kerk Cuneraweg Ochten Gemeente Neder-Betuwe REGELS

GEGEVENS VAN DE AANVRAGER Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu

PLANGEGEVENS: IDN: Projectnummer: Titel:

NL.IMRO.1740.bpOCkerkcuneraweg-vst1 Kerk Cuneraweg Ochten

Status Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

Datum

Projectleider: Auteur:

Gerrita Jansen Nadine Versluis

16 september 2022 18 oktober 2022

Inhoudsopgave

REGELS

4

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

4

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

4 7

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

8

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Groen Maatschappelijk Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2

8 9 11 14

Algemene regels

17

Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

17 18 19 20 21 22

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

23

Overgangsrecht Slotregel

23 24

Hoofdstuk 3

Artikel 13 Artikel 14

Bijlagen bij regels Bijlage 1

Landschappelijk inpassingsplan

Kerk Cuneraweg Ochten

24 24

3

REGELS behorende bij het bestemmingsplan Kerk Cuneraweg Ochten

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan

het bestemmingsplan Kerk Cuneraweg Ochten met identificatienummer NL.IMRO.1740.bpOCkerkcuneraweg-vst1 van de gemeente Neder-Betuwe. 1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1740.bpOCkerkcuneraweg-vst1 met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5

archeologische verwachting

de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten; 1.6

archeologische waarde

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten; 1.7

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.8

bestaand

a. bij bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van dit plan bestonden of in uitvoering waren, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen; b. bij gebruik: gebruik dat op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan bestond. 1.9

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak; 1.10

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

Kerk Cuneraweg Ochten

4

1.11

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.12

bouwgrens

de grens van een bouwvlak; 1.13

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd; zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van kelder (ruimte onder peil) en zolder (ruimten onder de kap). De bouwhoogte van een bouwlaag bedraagt niet meer dan 4 m; 1.14

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.15

bouwperceelgrens

een grens van een bouwperceel; 1.16

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.17

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.18

bouwwijze

de wijze van bouwen van een hoofdgebouw, waarbij wordt verstaan onder: a. aaneengebouwd: bebouwing die wordt gekenmerkt door een rij van minimaal drie aan elkaar gebouwde hoofdgebouwen, niet zijnde gestapelde woningen; b. geschakeld: bebouwing, waarvan het hoofdgebouw door middel van een bijbehorend bouwwerk verbonden is aan een ander hoofdgebouw en waarbij één zijgevel van het hoofdgebouw in de zijdelingse perceelsgrens mag worden gebouwd; c. gestapeld: bebouwing bestaande uit zich in één hoofdgebouw boven en naast elkaar bevindende zelfstandige woningen en/of bijzondere woonruimten; d. twee-aan-een: bebouwing waarvan het hoofdgebouw aan maximaal één zijde grenst aan een ander hoofdgebouw en daardoor aan die zijde in de zijdelingse perceelsgrens is gebouwd; e. vrijstaand: bebouwing waarbij het hoofdgebouw aan beide zijden niet in de perceelsgrens is gebouwd; f. rug-aan-rug: een woning waarbij de achtergevel gedeeld wordt met een andere woning; 1.19

cultuurhistorische waarde

de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan en door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of gebied heeft gemaakt; 1.20

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

Kerk Cuneraweg Ochten

5

1.21

gebruiken

gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven; 1.22

hoofdgebouw

een gebouw, dat op een bouwperceel, door zijn bestemming, constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.23

maatschappelijk

voorzieningen en/of activiteiten ten behoeve van openbaar bestuur, openbare dienstverlening, religie, verenigingsleven, onderwijs met bijbehorende sport- en gymnastieklokalen, (kinder)dagopvang, naschoolse opvang, opvoeding, bibliotheek, lichamelijke en/of geestelijke gezondheid van mens en dier; 1.24

ondergronds

onder peil; 1.25

peil

Het peil is vastgesteld op 7,06 m + NAP. 1.26

uitvoeren

uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven; 1.27

verblijfsrecreatie

een vorm van recreatie waarbij de recreant voor een bepaalde tijd, maar ten minste één nacht in het recreatiegebied verblijft, met dien verstande dat geen sprake mag zijn van permanente bewoning; 1.28

voorgevel

de naar architectuur, indeling en/of uitstraling meest gezichtsbepalende gevel(s) van een hoofdgebouw, (doorgaans) gekeerd naar de weg of het openbaar gebied; 1.29

woning

een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden;

Kerk Cuneraweg Ochten

6

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: a. de afstand van een gebouw tot de perceelgrens: het buitenwerks meten van de kortste afstand van een gevel van het gebouw tot de perceelsgrens; b. de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; c. de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; d. de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; e. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonder-delen; f. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouw-terrein ter plaatse van het bouwwerk; g. beschermingszones van hoogspanningsleidingen: vanuit de lijn door het hart van de hoogspanningsmasten.

Kerk Cuneraweg Ochten

7

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Groen

3.1

Bestemmingsomschrijving

3.1.1

Algemeen

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. speelvoorzieningen; c. hondenuitlaatplaatsen; d. het weiden van kleinvee; e. evenementen conform het bepaalde in 9.2; f. voet- en fietspaden; g. parkeervoorzieningen; h. beeldende kunstwerken; i. geluidwerende voorzieningen; j. in- en uitritten; k. nutsvoorzieningen; l. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; een en ander met de bijbehorende voorzieningen. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

Op de gronden binnen deze bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. 3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt het bepaalde in 8.4 en in aanvulling daarop de volgende regel: de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de verkeersgeleiding en wegverlichting mag niet meer bedragen dan 8 m. 3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1

Parkeervoorzieningen en in- en uitritten

Op de gronden binnen deze bestemming zijn uitsluitend bestaande parkeervoorzieningen en bestaande in- en uitritten toegestaan. 3.4

Afwijken van de gebruiksregels

3.4.1

Nieuwe parkeervoorzieningen en in- en uitritten

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.3.1 om binnen deze bestemming nieuwe parkeervoorzieningen en nieuwe in- en uitritten toe te staan. Aan deze afwijkingsbevoegdheid wordt uitsluitend toepassing gegeven, indien geen onevenredige aantasting van de groenstructuur plaatsvindt.

Kerk Cuneraweg Ochten

8

Artikel 4

Maatschappelijk

4.1

Bestemmingsomschrijving

4.1.1

Algemeen

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke doeleinden; b. ondersteunende horeca; c. speelvoorzieningen; d. evenementen conform het bepaalde in 9.2; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. duurzame energieopwekking door middel van zonnepanelen op het dakvlak van gebouwen; g. nutsvoorzieningen; h. parkeervoorzieningen; i. voet- en fietspaden; een en ander met de bijbehorende voorzieningen. 4.1.2

Specifiek

Ter plaatse van de aanduiding: religie

zijn de gronden uitsluitend bestemd voor religie

4.2

Bouwregels

4.2.1

Gebouwen

a. Gebouwen t.b.v. maatschappelijke functies Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van maatschappelijke functies gelden de volgende regels: 1. gebouwen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' worden gebouwd; 2. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven. 3. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' is aangegeven; indien deze aanduiding ontbreekt mag de aanduiding 'bouwvlak' volledig bebouwd worden; 4. in afwijking van het bepaalde onder a zijn aan-, uit- en bijgebouwen buiten het bouwvlak toegestaan tot ten hoogste 50 m2, mits: de goot- en bouwhoogte niet meer bedraagt dan respectievelijk 3,5 m en 5 m; het bebouwingspercentage van de gronden buiten het bouwvlak niet meer bedraagt dan 50%; aan-, uit- en bijgebouwen ten minste 1 m achter de voorgevel worden gebouwd. 4.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt het bepaalde in 8.4. 4.2.3

Voorwaardelijke verplichting dakisolatie

De omgevingsvergunning voor bouwen wordt slechts verleend indien is aangetoond dat er extra dakisolatie wordt aangebracht om geluidbelasting te verminderen. 4.3

Afwijken van de regels

4.3.1

Bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen buiten het bouwvlak

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.4 onder c, teneinde voor erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel een bouwhoogte toe te staan van maximaal 2 m, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de verhoging is uit veiligheidsoogpunt noodzakelijk;

Kerk Cuneraweg Ochten

9

b. tenminste het deel van de erf-/ terreinafscheiding tussen 1 m en 2 m een open constructie heeft; c. de grotere hoogte niet leidt tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving; d. het uitzicht niet dusdanig wordt belemmerd dat daardoor de verkeersveiligheid in gevaar wordt gebracht. 4.4

Specifieke gebruiksregels

4.4.1

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en/of bouwwerken binnen deze bestemming ten behoeve van: a. asielzoekerscentrum, crematorium, opvang van dieren, justitiële inrichting of militaire zaken; b. buitenpandige opslag. 4.4.2

Ondersteunende horeca

Ondersteunende horeca is toegestaan onder de volgende voorwaarde: a. het bedrijfsvloeroppervlak van ondersteunende horeca mag niet meer bedragen dan 20% van het totale bedrijfsvloeroppervlak tot een maximum van 35 m2 van het bedrijfsvloeroppervlak; 4.4.3

Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing

Het in gebruik nemen van de kerk als bedoeld in artikel 4.1, is uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat de landschappelijke inpassing overeenkomstig het in Bijlage 1 opgenomen inpassingsplan binnen 2 jaar na het verlenen van de omgevingsvergunning is aangelegd. De landschappelijke inpassing dient na realisatie in stand te worden gehouden.

Kerk Cuneraweg Ochten

10

Artikel 5 5.1

Waarde - Archeologie 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle archeologische informatie in de bodem. 5.2

Bouwregels

Op de binnen deze bestemming bedoelde gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht ten dienste van de in de bestemmingsomschrijving omschreven doeleinden, alsmede ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemmingen, mits: a. het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; of b. gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden opgericht; of c. het nieuw te bebouwen oppervlak niet groter is dan 100 m²; met dien verstande dat het bepaalde in a, b en c niet geldt voor zover het bouwen in de bodem betreft tot een diepte van 30 cm onder het bestaande maaiveld. 5.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden. 5.4

Afwijken van de bouwregels

5.4.1

Afwijken

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2 teneinde het oprichten van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en) toe te staan, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. 5.4.2

Voorwaarden

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4.1 wordt niet verleend voordat de aanvrager een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 5.4.3

Advies

Alvorens burgemeester en wethouders beslissen over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4.1 winnen zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 5.4.4

Voorwaarden omgevingsvergunning

Burgemeester en wethouders kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag

Kerk Cuneraweg Ochten

11

of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; of, c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 5.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

5.5.1

Verbod

Het is het verboden, behoudens het bepaalde in artikel 5.5.2, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren: a. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; b. bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden waarvoor geen ontgrondings-vergunning is vereist; c. het verlagen van het waterpeil; d. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; e. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; f. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; g. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of fietspaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; h. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 5.5.2

Uitzonderingen

Het onder artikel 5.5.1 vervatte verbod geldt niet: a. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 30 cm onder het bestaande maaiveld; b. voor de gronden met de gebiedsaanduiding 'overige zone - aangetast' voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 50 cm onder het bestaande maaiveld; c. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft die te maken hebben met het plant- en zaaiklaar maken en oogsten, overeenkomstig het huidig gebruik ten behoeve van de laanboomteelt; d. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft over een maximale oppervlakte van 100 m2; e. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; f. voor het plaatsen van palen om bomen of hagelnetten vast te zetten; g. indien de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen, het rooien van bestaande boomgaarden en vervanging door nieuwe bomen; h. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning in dit kader is verleend; i.

voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft die direct samenhangen met een verleende omgevingsvergunning op grond van het bepaalde in artikel 5.4.1. 5.5.3

Voorwaarden

Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.5.1, wordt niet verleend voordat de aanvrager een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld

Kerk Cuneraweg Ochten

12

5.5.4

Advies

Alvorens een besluit te nemen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning winnen burgemeester en wethouders advies in van een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 5.5.5

Voorwaarden omgevingsvergunning

Burgemeester en wethouders kunnen aan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.5.1 in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; of, c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 5.6

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, na advies te hebben ingewonnen van een archeologisch deskundige, het plan zodanig te wijzigen dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' naar ligging wordt verschoven, naar omvang wordt verkleind of vergroot of in het voorkomende geval uit het plan wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft.

Kerk Cuneraweg Ochten

13

Artikel 6 6.1

Waarde - Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle archeologische informatie in de bodem. 6.2

Bouwregels

Op de binnen deze bestemming bedoelde gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht ten dienste van de in de bestemmingsomschrijving omschreven doeleinden, alsmede ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemmingen, mits: a. het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; of, b. gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden opgericht; of, c. het nieuw te bebouwen oppervlak niet groter is dan 1.000 m²; met dien verstande dat het bepaalde in a, b en c niet geldt voor zover het bouwen in de bodem betreft tot een diepte van 30 cm onder het bestaande maaiveld. 6.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden. 6.4

Afwijken van de bouwregels

6.4.1

Afwijken

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6.2 teneinde het oprichten van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en) toe te staan, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. 6.4.2

Voorwaarden

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.1 wordt niet verleend voordat de aanvrager een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 6.4.3

Advies

Alvorens burgemeester en wethouders beslissen over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.1 winnen zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 6.4.4

Voorwaarden omgevingsvergunning

Burgemeester en wethouders kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag

Kerk Cuneraweg Ochten

14

of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; of, c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 6.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

6.5.1

Verbod

Het is het verboden, behoudens het bepaalde in artikel 6.5.2, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren: a. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; b. bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden waarvoor geen ontgrondings-vergunning is vereist; c. het verlagen van het waterpeil; d. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; e. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; f. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; g. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of fietspaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; h. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 6.5.2

Uitzonderingen

Het onder lid 6.5.1 vervatte verbod geldt niet: a. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 30 cm onder het bestaande maaiveld; b. voor de gronden met de gebiedsaanduiding 'overige zone - aangetast' voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 50 cm onder het bestaande maaiveld; c. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft die te maken hebben met het plant- en zaaiklaar maken en oogsten, overeenkomstig het huidig gebruik ten behoeve van de laanboomteelt; d. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft over een maximale oppervlakte van 1.000 m2; e. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; f. voor het plaatsen van palen om bomen of hagelnetten vast te zetten; g. indien de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen, het rooien van bestaande boomgaarden en vervanging door nieuwe bomen; h. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning in dit kader is verleend; i.

voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft die direct samenhangen met een verleende omgevingsvergunning op grond van het bepaalde in artikel 6.4.1. 6.5.3

Voorwaarden

Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in artikel 6.5.1, wordt niet verleend voordat de aanvrager een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.

Kerk Cuneraweg Ochten

15

6.5.4

Advies

Alvorens een besluit te nemen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in artikel 6.5.1, winnen burgemeester en wethouders advies in van een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 6.5.5

Voorwaarden omgevingsvergunning

Burgemeester en wethouders kunnen aan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in artikel 6.5.1 in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; of, c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 6.6

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, na advies te hebben ingewonnen van een archeologisch deskundige, het plan zodanig te wijzigen dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' naar ligging wordt verschoven, naar omvang wordt verkleind of vergroot of in het voorkomende geval uit het plan wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft.

Kerk Cuneraweg Ochten

16

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Kerk Cuneraweg Ochten

17

Artikel 8 8.1

Algemene bouwregels

Bestaande situatie

Ongeacht het in deze regels bepaalde ten aanzien van de situering en de maximale maten van bebouwing, geldt voor bestaande legale bebouwing dat, indien de bestaande situering en/of maten afwijken van de ingevolge deze regels toegestane situering en/of maten, de bestaande situering tevens en/of bestaande maten als maximaal toegestaan worden beschouwd. 8.2

Ondergronds bouwen

Voor het bouwen van ondergrondse gebouwen gelden de volgende regels: a. ondergrondse gebouwen (kelders) zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag. 8.3

Ondergeschikte bouwdelen

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwgrenzen en bestemmingsgrenzen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen of bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. 8.4

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen voor zover gelegen voor de voorgevelrooilijn van het dichtst bij de weg gesitueerde gebouw op het bouwperceel mag niet meer bedragen dan 1 m.

Kerk Cuneraweg Ochten

18

Artikel 9 9.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en/of bouwwerken ten behoeve van: a. de uitoefening van een publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit in een (bedrijfs)woning en/of bijbehorende bouwwerken; b. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van wonen; c. kamerbewoning, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'kamerverhuur'; d. seksinrichtingen; e. internetverkoop, waarbij de te koop aangeboden goederen worden opgeslagen, tentoongesteld en/of kunnen worden afgehaald anders dan op gronden en in bouwwerken waar detailhandel, niet zijnde ondergeschikte detailhandel, is toegestaan; f. de verkoop van motorbrandstoffen, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg' en 'specifieke vorm van bedrijf - 6'; g. twee of meer bedrijven op één bouwperceel. 9.2

Evenementen

Voor het gebruik van gronden binnen de bestemmingen 'Groen', 'Maatschappelijk', 'Sport' en 'Verkeer Verblijfsgebied' voor evenementen gelden de volgende regels: a. evenementen zijn uitsluitend in de vorm van medegebruik toegestaan. b. er dient sprake te zijn van een evenement in de vorm van een voor publiek bestemde uitvoering/ verrichting van vermaak, op het gebied van sport, muziek of op sociaal-cultureel vlak. c. het evenement duurt maximaal 7 (aaneengesloten) dagen, met dien verstande dat hiervan met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken zoals bepaald in 11.1.

Kerk Cuneraweg Ochten

19

Artikel 10 10.1

Algemene aanduidingsregels

Milieuzone - spuitzone

10.1.1 Algemeen De gronden ter plaatse van de aanduiding “milieuzone – spuitzone” dienen tevens voor de bescherming van het woon- en leefmilieu in de aangrenzende woongebieden. 10.1.2 Strijdig gebruik Als gebruik in strijd met de aanduiding “milieuzone - spuitzone" wordt in ieder geval begrepen het aanleggen en het in exploitatie nemen van een productieboomgaard, zacht-fruitopstand of (boom)kwekerij, niet zijnde herplant. 10.2

Vrijwaringszone - weg

10.2.1 Algemeen Ter plaatse van de aanduiding "vrijwaringszone - weg", voor zover niet behorend tot gronden met de bestemming 'Verkeer', mogen geen bouwwerken worden gebouwd. 10.2.2 Verlenen omgevingsvergunning Tot het verlenen van een omgevingsvergunning volgens het bepaalde in lid 10.2.1 wordt eerst overgegaan, indien hierdoor: a. de functies en waarden die in het plan aan de desbetreffende en aan de omliggende gronden zijn toegekend, niet blijvend onevenredig worden geschaad; b. gehoord de betrokken wegbeheerder, is gebleken dat hierdoor de belangen van de bescherming van de besbetreffende verkeerswegen, of de veiligheid van mensen, dieren en goederen, niet blijvend onevenredig worden geschaad. 10.2.3 Bouwwerken Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.2.1 voor de bouw van bouwwerken, indien en voor zover deze zijn toegestaan voor de voor deze gronden aangegeven bestemmingen.

Kerk Cuneraweg Ochten

20

Artikel 11 11.1

Algemene afwijkingsregels

Afwijking evenementen

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.2 om het tijdelijk gebruik van gronden voor langduriger evenementen toe te kunnen staan. Hierbij dient te worden voldaan aan het volgende voorwaarden: a. er dienen voldoende parkeerplaatsen al dan niet op eigen terrein beschikbaar te zijn; b. de aan te brengen voorzieningen dienen tijdelijk te zijn. Dit betekent dat het houden van een evenement niet mag leiden tot onomkeerbare voorzieningen en/of ingrepen; c. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de binnen het gebied aanwezige waarden. 11.2

Afwijking jongerenontmoetingsplaats (JOP)

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.1 en 4.2.1 om binnen de bestemming 'Groen' en 'Maatschappelijk' de bouw van een bouwwerk ten behoeve van een jongerenontmoetingsplaats (JOP) toe te staan. Hierbij dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan: a. de bouwhoogte van het bouwwerk mag niet meer bedragen dan 4 m; b. de bebouwde oppervlakte mag niet meer bedragen van 16 m2; c. de situering van het bouwwerk mag niet leiden tot een aantasting van de verkeers- en/of parkeersituatie.

Kerk Cuneraweg Ochten

21

Artikel 12 12.1

Overige regels

Parkeren, voorwaardelijke verplichting

a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen binnen de bestemming wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein en veilig gesteld is dat deze parkeergelegenheid in stand wordt gehouden. b. Van voldoende parkeergelegenheid is sprake, indien wordt voldaan aan de Nota Parkeernormen of de nadien gewijzigde beleidsregels met betrekking tot parkeren, zoals die gelden ten tijde van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen.

Kerk Cuneraweg Ochten

22

Hoofdstuk 4 Artikel 13 13.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

13.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 13.1.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 13.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 13.1.1 met maximaal 10%. 13.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 13.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2

Overgangsrecht gebruik

13.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 13.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 13.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 13.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 13.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 13.2.4 Uitzondering Het bepaalde in 13.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Kerk Cuneraweg Ochten

23

Artikel 14

Slotregel

Deze regels kunnen worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Kerk Cuneraweg Ochten.

Bijlagen bij regels

Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan

Kerk Cuneraweg Ochten

24

LANDSCHAPPELIJKE INPASSING KERK OGGIN OCHTEN 8-12-2022

AANLEIDING De Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland te Echteld-Ochten is voornemens een nieuw kerkgebouw te bouwen. Aan de rand van het dorp is aan de Cuneraweg een perceel grond aangekocht om dit te realiseren. Door de architect, bouwkundig bureau Laban B.V. uit Kapelle, is een klassiek ogend, ingetogen kerkgebouw ontworpen passend bij het landelijke karakter van de omgeving. Gezien de situering van het kerkgebouw aan de rand van het dorp in de overgangszone naar het landschap hecht de gemeente Neder-Betuwe aan een goede inpassing van het gebouw in de omgeving. De kerkelijke gemeente onderschrijft dit en heeft Buro Ruimte & Groen uit Borssele gevraagd om te komen met een landschappelijk inpassings- en inrichtingsplan. Dit document beschrijft en verbeeldt hoe een en ander gestalte zou kunnen krijgen. Allereerst is een beknopte analyse van het plangebied opgenomen. Deze vormt de basis voor het plan en biedt aanknopingspunten voor de inpassing van het terrein. Vanuit de analyse is een visie uitgewerkt die uitmondt in een ontwerp op hoofdlijnen. Vervolgens is aangegeven aan welke beplanting en materialisering wordt gedacht.

2

LANDSCHAPSINTWIKKELINGSPLAN NEDER-BETUWE

LANDSCHAPSANALYSE Landschapsstructuur De planlocatie is gelegen ten westen van Ochten op de overgang van dorp naar buitengebied in het rivierenlandschap. Het landschap kenmerkt zich door de hoger gelegen oeverwallen naast de rivier en de lager gelegen komgronden die daar wat verder vanaf liggen. Op de oeverwallen zijn van oudsher de dorpen ontstaan, zoals Ochten. De oeverwallen kenmerken zich door kleinschalig landschap met slingerende wegen en afwisseling van bebouwing, beplanting en landbouwgrond. Beplanting bestaat uit hier en daar laanbeplanting, fruitboomgaarden en erfbeplanting. Fruitteelt en bomenteelt zijn belangrijke grondgebruikers in het gebied. Landschapsontwikkelingsplan Door de gemeente Neder-Betuwe is een LandschapsOntwikkelingsPlan (LOP) opgesteld waarin een integraal ontwikkelingsperspectief voor het buitengebied van de gehele gemeente wordt beschreven. Het plangebied wordt in dit document gerangschikt onder de ‘boomteeltrijke oeverwallen’. Behouden en versterken van het kleinschalig landschapsmozaïek van laanboomteelt, dorpen en ander grondgebruik en het versterken van het half-open agrarisch landschap door het toevoegen van erf- en wegbeplanting wordt hier voorgestaan. Ten aanzien van de overgangen van het dorp Ochten naar het landelijk gebied wordt opgemerkt dat de overgang van stedelijk naar landelijk gebied continu aandacht verdient.

Harde overgangen, waarbij de rand van het stedelijk gebied vanaf grote afstand nadrukkelijk in het landschap aanwezig is, dienen te worden voorkomen. Voor de westrand van Ochten wordt het volgende aangegeven: ‘Het westen van de kern vormt met de Cuneraweg een harde overgang naar het landelijk gebied. Door langs de Cuneraweg enkele bijzondere gebouwen in een groene setting te ontwikkelen wordt een goede overgang met het landelijk gebied gerealiseerd. Het is landschappelijk zeer gewenst om het gebied tussen de Cuneraweg en de Heuning groen te houden, als een landschappelijke buffer’. Dit vormt een belangrijke basis voor de landschappelijke inpassing van het kerkgebouw in de omgeving.

Boomteeltrijke oeverwallen Ontstaan • Rijke oude bewoningsgeschiedenis van Romeinse Tijd tot en met Middeleeuwen; bewoning sinds de Bronstijd. • Dorpskernen ontstaan en gegroeid op oeverwallen. • Oeverwallen basis van ontginning rivierengebied. • Uitstekende landbouwgronden en goede bodem en waterhuishouding voor boomteelt. Ruimtelijke kwaliteiten • Licht glooiend landschap • Van oorsprong onregelmatige en kleinschalige verkaveling • Opstrekkende strokenverkaveling van oeverwal naar kom • Boomteelt visitekaartje en economische drager NederBetuwe • Tamelijk besloten landschap in contrast met open kommen • Hoge archeologische verwachtingswaarde vanwege Romeinse vindplaatsen Opgaven en aandachtspunten voor visievorming • Heldere zonering uiterwaarden-oeverwal-komoeverwaluiterwaarden door versterking eigen identiteit • Geleiding van uitbreidingsdruk boomteelt • Landschappelijke inpassing (nieuwe) dorpsranden • Groene geleding tussen Ochten en De Heuning • Nieuwe Landgoederen mogelijk • Lokale waterbergingsopgaven Kesteren, Ochten en Dodewaard • Ontwikkeling waterfront Ochten • Weinig beplanting in openbaar gebied, op kavelgrenzen en op erven • Profilering Neder-Betuwe als laanboomcentrum in openbare ruimte doorzetten

Uit: Landschapsontwikkelingsplan Neder-Betuwe landschapsanalyse blz. 32, Brons & partners, september 2009.

De Heuning

Ochten

planlocatie fragment landschapsontwikkelingsvisie

3

LANDSCHAPSANALYSE

1850

Cultuurhistorie en landschapsstructuur

beplante erven

boomkwekerijen

Ochten

1910

Bedrijventerrein De Heuning

beplante erven

1950

Waalbandijk

uiterwaarden

Waal

historische ontwikkeling

2020

landschapsstructuurkaart

4

LANDSCHAPSBEELDEN BEPLANTINGSELEMENTEN OMGEVING

Hoogstamfruitbomen

wegbeplanting, laagstamfruit en boomkwekerijen

bron: Landschapsontwikkelingsplan Neder-Betuwe.

Boomgroepen en solitaire bomen

Open uiterwaarden (buitendijks) en (besloten) oeverwallen binnendijks

5 (knot) bomenrij

Besloten oeverwallen met erfbeplanting en open komgronden

locatie kerk OGGIN

LANDSCHAPSANALYSE zichtbaarheidsanalyse In het kader van de analyse is gekeken in hoeverre de nieuwe ontwikkeling zichtbaar is vanuit de omgeving. Het kerkgebouw is 14m hoog (kerkzaal) met een toren van 17m en een spits tot 20m. Dit is voor een kerkgebouw relatief laag. Ter vergelijk: de kerk van de GGIN te Ochten is 24m+NAP met een toren van 33m+NAP. De hervormde dorpskerk meet 22m+NAP met een toren van 36m+NAP. De nieuwe kerk van de OGG wordt dus beduidend kleiner dan de 2 andere gebouwen die vanuit de omgeving/het landschap goed te zien zijn. De nokhoogte van Cuneraweg 3 ligt op 16,5m+NAP, die van nr 1 op 17m+NAP, dit wordt de hoogte van de toren van de kerk, de hoogte van de kerk zelf ligt dus nog iets lager dan de belendende bebouwing. De kleurstelling van het gebouw is sober en gedekt met aardbruine bakstenen muren en een donker pannendak. Vanuit alle zijden is gekeken naar het mogelijke zicht op de kerk vanaf de openbare weg. Komend vanuit noordelijke richting ligt het kerkgebouw achter de bestaande woonbebouwing van Cuneraweg 1 en 3. Dit zijn vrij dicht beplante percelen met hoge bomen (tot 20m NAP) en bebouwing (tot 15m NAP) waarachter de kerk naar verwachting vrijwel geheel wegvalt. Pas na Cuneraweg nr 1 zal het gebouw duidelijk in beeld komen en zichtbaar zijn vanaf de weg en de westelijke randbebouwing van Ochten.

Ook vanaf de Heuningstraat zal de kerk slechts beperkt zichtbaar zijn door de bebouwing (tot 15m NAP) met tuinen langs deze weg en het met groen verdichte gebied van de boomgaarden en boomkwekerijen die hierachter gelegen zijn. Af en toe zal een glimp van het gebouw opgevangen worden daar waar het bebouwinglint langs de weg even stopt. Aan de westzijde liggen tussen Ochten en bedrijventerrein de Heuning geen openbare wegen waarvandaan zicht op de kerk mogelijk is. Van het bedrijventerrein zal de kerk aan de einder wel zichtbaar zijn en onderdeel vormen van het met groen omlijste panorama van Ochten met drie kerken/torens, waarbij de kerk van de OGGIN zelf nauwelijks boven de groene massa uitstijgt gezien de relatief beperkte hoogte. Aan de zuidzijde van de planlocatie ligt een doodlopend weggetje, de Weilerstraat. Van hieraf zal de kerk goed zichtbaar zijn. Ook vanaf de Waalbandijk is de kerk zichtbaar. In de zomersituatie zal dit minder zijn dan in de wintersituatie, maar door de hogere kijkhoogte (de dijk ligt op 12,8m+NAP) kijkt men op een aantal stukken wat verder door het landschap in. Ook van hieraf gezien zal de kerk onderdeel vormen van het panorama Ochten. Het kerkgebouw is nauwelijks hoger dan de boerenschuren in dit gebied, slechts de toren torent hier bovenuit. Conclusie is dat het kerkgebouw vooral vanuit het zuiden/zuidwesten zichtbaar zal zijn.

Door de relatief geringe hoogte van de kerk zal deze zich voegen in de groene bebouwingsrand van Ochten: een groene band met af en toe een groter gebouw (kerk, grotere woning, boerenschuur) daarin.

Schematische weergave groene westrand Ochten met kerkgebouw OGGIN

Zicht vanuit noordelijke richting Cuneraweg (kruising Ri-straat): geen zicht op kerk

locatie kerk OGGIN

Zicht vanuit noordelijke richting Heuningstraat: af en toe een glimp van de kerk

locatie kerk OGGIN

Zicht vanaf bedrijventerrein de Heuning met links de kerk van de GGIN en rechts de hervormde dorpskerk : zicht op de kerk mogelijk, voegt zich in panorama Ochten

locatie kerk OGGIN

Zicht vanaf de Waalbandijk op de planlocatie: de kerk zal redelijk tot goed te zien zijn en zich voegen in het panorama Ochten met 3 kerkgebouwen/torens in een groene setting.

7

LANDSCHAPSVISIE De gewenste ontwikkeling kan niet volgens een goede ruimtelijke ordening binnen bestaand stedelijk gebied plaatsvinden. Hierdoor is het wenselijk om de kerk met parkeerplaats en fietsenstalling buiten de kern te bouwen. Uiteindelijk is om diverse redenen gekozen voor deze locatie aan de Cuneraweg. Omdat dit een gegeven is wordt in het kader van deze landschappelijke studie geen uitspraak gedaan over de wenselijkheid van een kerk op die plek. Ook de locatie en richting van de kerk op het perceel is in onderling overleg met gemeente en omwonenden tot stand gekomen en derhalve een vast uitgangspunt. Gezien de landschappelijke ligging is een gedegen landschappelijke inpassing van de nieuwe kerk wel van groot belang. uitgangspunten • Landschappelijke onderlegger als basis gebruiken voor landschappelijke inpassing; • Betuws landschap is inspiratiebron voor de inrichting; streekeigen materialisering en beplantingskeuze waarbij aangesloten wordt op karakteristieke groenelementen uit de omgeving; • Kerk zodanig positionering in groene setting dat een goede overgang tussen Ochten-west en het landelijk gebied ontstaat. Het beeld is een groene, parkachtige zone als landschappelijke buffer met oude en nieuwe gebouwen (waaronder de kerk) als incidentele, vooruitgeschoven posten in het groen.

Hierbij aansluiten op de uitgangspunten van het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) van de gemeente Neder-Betuwe; • Inrichting van het terrein zo groen mogelijk met een minimum oppervlak aan verharding, toepassing van halfverharding/doorgroeistenen, etc.; • Rekening houden met thema’s als klimaatadaptie (wadi/waterdoorlatende verharding) en biodiversiteit (streekeigen beplanting, natuurlijke inrichting en beheer, insecten aantrekkende beplanting, etc.). inrichtingsvisie Het terrein krijgt een landschappelijk, parkachtig karakter als onderdeel van de groene buitenrand van Ochten. Ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de nieuwe kerk zijn een aantal ontwerpmiddelen voorhanden als beplantingen (bomen, hagen, beplantingsingels), water en oevers en hoogteverschil/reliëf. Ontwerpmiddelen dienen aan te sluiten bij het karakter, de streekeigenheid van het gebied. De landschappelijke onderlegger is de basis voor de inrichting. Uitgangspunt bij de landschappelijke inpassing is niet alleen het aanbrengen van een groen kader rondom, maar ook het creëren van een groene dooradering van het plangebied. Door de relatief geringe hoogte van het beoogde gebouw zal dit door het reeds aanwezige groen in de omgeving en de nieuw aan te brengen beplantingen voor een groot deel aan het zicht vanuit het landschap onttrokken worden. Het geheel aan het zicht onttrekken is niet wenselijk.

Het kerkgebouw is architectonisch vormgegeven en van hoge ruimtelijke kwaliteit. Afplanten zou deze kwaliteit te niet doen. Streven is om een parkachtige zone, aansluitend op de bestaande groene rand van Ochten te ontwikkelen waar ook de omgeving van de kerk onderdeel van uitmaakt. Hiertoe wordt aangesloten bij de karakteristieke groenelementen uit de omgeving: streekeigen geschoren hagen, losgroeiende natuurlijke hagen en struwelen, boomgroepen, hoogstam)boomweides, (knot)bomenrijen, etc. De parkzone, waarin de kerk staat, vormt de nieuwe overgang van het dorp naar het landschap. Aan te brengen beplantingen bestaan voornamelijk uit streekeigen soorten, passend in de omgeving. De vormgeving van het kerkplein is enerzijds strak en refereert aan de strakheid van fruitboomgaarden en boomkwekerijen, anderzijds wordt dit patroon ‘aangetast’ door natuurlijke, vloeiende lijnen die refereren aan het rivierenlandschap met oeverwallen, kommen, kronkelige rivierdijken etc. De vloeiende lijnen trekken de bezoeker a.h.w. de kerk in en geven een uitnodigend, vriendelijk beeld.

``

8

groene randen en dooradering Het kerkgebouw wordt in de nieuwe situatie omgeven door groen en met groen dooraderd. Deels is dit bestaand groen. Zo vormt de bestaande bomenrij (eik) langs de Cuneraweg een groen inpassingsvenster. Onder de bomen door is (beperkt) zicht mogelijk op de kerk. De terreintoegangen (auto, fiets en voetganger separaat i.v.m. veiligheid) worden zodanig gesitueerd dat deze bomen zoveel mogelijk kunnen blijven staan. Door de omlegging van het fietspad i.v.m. een verkeersveiliger situatie zal één boom moeten wijken. Onderzocht is of verplanten mogelijk is, maar experts geven aan dat de risico’s zodanig groot zijn dat verplanten afgeraden wordt. Deze boom wordt wel gecompenseerd door een nieuwe eik in een grotere plantmaat op het terrein. Onder de eikenrij loopt de bermvegetatie door en ontstaat een natuurlijk beeld met kruidenrijk gras wat enkele keren per jaar gemaaid wordt. Aan de noordzijde grenst het terrein aan een bestaande woning (Cuneraweg nr 1). Op verzoek van deze buren heeft de voorste hoek een opener karakter in verband met het vrije zicht op de omgeving. Meer naar achteren toe is wel een groene afscherming gewenst. Deze wordt verkregen door het aanplanten van een 5m brede struweelbeplanting (o.a. hazelaar, kornoelje, veldesdoorn, liguster, Gelderse roos) met enkele bomen (o.a. eik, iep, haagbeuk).

Hierin wordt een lage grondwal geïntegreerd op verzoek van de buren. De westelijke rand wordt gevormd door een haagbeplanting (veldesdoorn of beuk) als referentie naar de geschoren hagen die ook toegepast worden bij erven in de omgeving. In deze haag worden (sier)peren geplaatst als link naar de omringende boomgaarden. Deze worden zodanig uit elkaar geplaatst dat het slootonderhoud vanaf het eigen terrein kan plaats vinden. Aan de zuidkant bepalen diverse verspreide bomen en boomgroepen het beeld. Hier wordt gedacht aan streekeigen soorten als kers, noot, kastanje, plataan en linde. Niet alleen de randen van het plangebied krijgen een groen karakter, maar heel het terrein wordt met groen dooraderd. Hiermee ontstaat niet alleen een aantrekkelijke groene omgeving, deze beplantingen doen ook in de groene, parkachtige uitstraling van de omgeving en vormen samen met de groene randen een onlosmakelijk geheel in de totale landschappelijke inpassing. Het groen op het terrein bestaat voornamelijk uit verspreide bomen, beplantingsvakken en hagen. ecologie, klimaatadaptie, duurzaamheid De hoeveelheid verharding op het terrein wordt zoveel mogelijk beperkt en alleen daar waar nodig vanuit het gebruik toegepast.

Het parkeren (norm: 130,4 st, nu 135 opgenomen) wordt volledig in halfverharding middels doorgroeitegels uitgevoerd wat niet alleen zorgt voor een stuk infiltratie in de bodem maar wat ook een groen beeld oplevert. Ten opzichte van de huidige situatie is er sprake van een toename van het bebouwd en verhard oppervlak. Om te voorkomen dat hierdoor wateroverlast ontstaat, stelt het waterschap de eis tot aanleg van extra waterberging. Zo wordt het verlies van berging in de bodem gecompenseerd. De totale toename van de oppervlakte verhard en bebouwd terrein bedraagt ca 3000 m2 + 1000 m2 grastegels (2000m2 x 50%) = 4000 m2. Dit moet gerealiseerd worden middels wadi’s, ondiepe terreinlaagtes (max 40cm diep) waarin water tijdelijk wordt opgevangen en waar dit kan infiltreren in de bodem. Voor 4000 m2 verharding moet een bergend volume van 265,6 m3 wadi worden gerealiseerd. In een wadi kan maximaal 40 cm water geborgen worden. Dat houdt in dat minimaal ca 664 m2 oppervlak gereserveerd moet worden voor waterberging via een wadi. In het plan zijn een tweetal wadi’s opgenomen, zowel aan de noordzijde als de zuidzijde van de kerk met een gezamenlijk oppervlak van 700m2 waarmee aan deze eis voldaan wordt. Deze wadi’s hebben ook een belangrijke ecologische waarde en worden ingezaaid met een kruidenrijk wadi-mengsel.

In en rond de wadi’s wordt een aantal streekeigen bomen en struiken aangebracht die geschikt zijn voor tijdelijk vochtige omstandigheden. In het sortiment is niet alleen rekening gehouden met streekeigenheid, ook biodiversiteit speelt een rol. Zo zijn insecten aantrekkende beplantingssoorten toegevoegd en worden kruidenrijke vegetaties ontwikkeld die extensief beheerd worden. Om te voldoen aan de eigen energiebehoefte wordt ingezet op duurzame energieopwekking middels zonnecollectoren. Vanuit visueel-ruimtelijk oogpunt worden deze niet toegepast op de hoge dakvlakken. Voornemen is om deze te situeren op de zuidgeoriënteerde daken van de kerk op het dak van de consistorie en het platte dak van de zaal. Hier kunnen in totaal ca 100 zonnecollectoren een plaats krijgen.

P

P F

P = parkeren F = fietsen

9

LANDSCHAPSPLAN

LEGENDA 1.

2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12.

13.

14.

15. 16. 17. 18.

19. 20.

Terreintoegang auto’s, verleggen fietspad naar binnen en maken opstelplaats tussen fietspad en weg i.v.m. verkeersveiligheid (incl. verwijderen 1 eik); Bestaande eikenrij handhaven en in een zo groot mogelijk groenvak zetten, beschermingsmaatregelen tijdens bouw; Doorzetten kruidenrijke (berm)vegetatie bloemrijk grasland; Voetgangersoversteekplek en terreintoegang voetgangers; Terreintoegang fietsers; Fietsparkeren met enkele nietjes, groen dooraderd met hagen; Wadi zuidzijde, ca 40cm diep, flauwe taluds. Inzaaien met speciaal kruidenrijk wadi-mengsel; Enkele verspreide bomen (els, berk, plataan, vleugelnoot, etc) die enigszins bestand zijn tegen natte voeten; Struweel langs zuidelijke rand: wilgensoorten, kardinaalsmuts, etc.; 15 parkeerplaatsen (waaronder 3 mindervaliden) op grastegels; Afscheidende haag (beuk) met bomenrij (sier)peer; Beplantingsvakken rondom kerk: uitbundig bloeiende vaste planten met sierwaarde en ecologische meerwaarde, enkele meerstammige struiken/boom; Hoofdparkeerterrein met ruimte voor 120 auto’s (totaal 130 parkeerplaatsen) op grastegels vanwege groen karakter en klimaatadaptie (infiltratie), ‘file’parkeren, regeling met parkeerwachters. Looppaden verhard en middenpad verhard en breder (3,5m) i.v.m.

looppad en toegang brandweer; Inpassingzone noordzijde: beplantingssingel 5m breed met streekeigen struweel en enkele verspreide bomen met geïntegreerde grondwal (1,5m hoog); Wadi noordzijde: 40cm diep en ingezaaid met speciaal kruidenmengsel, enkele verspreide bomen; Hoofdtoegang kerk met voorliggend bordes en trappenpartij (ca 40cm hoogteverschil); Neventoegang kerk voorzien van hellingbaan ivm rolstoelers etc. Verharding rondom kerk in één type baksteenverharding, afgestemd op steenkeuze kerk in sobere aardetint (bruin, grijs); Te verkopen perceel, groene inrichting. Bestemming groen (uitsluiten bebouwing/ wel hobbymatig kleinvee houden); Enkele verspreide notenbomen op zuidelijk perceel.

10

IMPRESSIE KERKGEBOUW EN TERREIN

11

BEPLANTINGSINDICATIE

12

BIJLAGE: Inpassing- en inrichtingsplan A1

13

Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12304858/1