CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Participatiebeleid Neder-Betuwe 2025

Raadsvergadering 11 december 2025, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Participatieverordening 20264.289 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................................. 3 2. Doelen ............................................................................................................................... 5 3. Afspraken en uitgangspunten ............................................................................................ 6 4. Werkwijze inwonersparticipatie op hoofdlijnen ................................................................... 9 5. Overheidsparticipatie ........................................................................................................10 6. Uitvoeringsagenda ...........................................................................................................14

2

1. Inleiding 1.1 Oorsprong Dit participatiebeleid bouwt verder op de visie op communicatie en participatie uit 2021. De visie bevat goede uitgangspunten. Deze visie wordt niet vervangen, maar verder uitgewerkt. Om verschillende redenen was er een uitwerking nodig van deze visie. Nieuwe wetgeving dwingt ons om meer aandacht te schenken aan participatie. Daarnaast helpt het concretiseren van de visie met het uitvoeren van de uitgangspunten die we eerder hebben geformuleerd. Wetgeving Op 1 januari 2025 is de Wet versterking participatie op decentraal niveau ingegaan. Met deze wet wordt de betrokkenheid van inwoners bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op decentraal niveau versterkt. De nieuwe wet betekent voor gemeenten dat ze een participatieverordening moeten opstellen. De participatieverordening vervangt de huidige inspraakverordening en stelt duidelijkere kaders voor participatie. Ook wordt het uitdaagrecht wettelijk verankerd. Met het uitdaagrecht kunnen inwoners een verzoek indienen om een taak van de overheid over te nemen. We zullen dus een nieuwe participatieverordening moeten opstellen die voldoet aan de nieuwe eisen. Om participatie te versterken en te stimuleren, is er echter meer nodig dan alleen maar een participatieverordening opstellen.

Bij dit onderwerp gaat het immers over een gedragsverandering en die bewerkstellig je niet alleen door een papieren participatieverordening. Daarom volgt eerst een beleidsstuk waarin we ook concrete afspraken maken en een uitvoeringsagenda richting de toekomst presenteren. Concretiseringsslag De VNG adviseert gemeenten in een handreiking voor de participatieverordening om een proces te doorlopen waarbij de participatieverordening het juridische sluitstuk is van alle gemaakte afspraken over participatie. Deze afspraken staan in een participatiebeleid. De participatieverordening is op zijn beurt de juridische vertaling van de landelijke spelregels op het gebiedd van participatie, met het hogere ambitieniveau en de afspraken die daarbij horen. Dit alles is passend gemaakt voor de context en lokale situatie in Neder-Betuwe. Ook Neder-Betuwe heeft dringend behoefte aan duidelijk en realistisch participatiebeleid, dat dient als voorbereiding op de verordening. Op het ogenblik heeft de gemeente alleen een visie op participatie waarin een visie en ambities zijn opgenomen. De huidige opgeschreven ambities komen nog niet overeen met de werkelijke situatie aangaande participatie. We zouden vanzelfsprekend moeten participeren, maar nog niet overal gebeurt dat. Dat komt omdat het ontbeert aan concrete afspraken over de omgang met participatie.

Dat wil niet zeggen dat we nu niet participeren, maar het kan vanzelfsprekender en eenduidiger. Participatie wordt nu vaak nog verward met communicatie, terwijl dit twee verschillende dingen zijn die overigens wel nauw samenhangen. Om in de toekomst op een eenduidige en daadkrachtige manier met participatie om te gaan, zullen we moeten nadenken over hoe we als gemeente omgaan met participatie. Daarvoor stellen we dit beleid op dat ingaat op vragen als: wanneer doen we wel en niet aan participatie? Hoe gaan we om met initiatieven uit de samenleving? Wie is verantwoordelijk voor een participatieproces? De antwoorden op dit soort concrete vragen zullen helpen om toe te werken naar het ambitieniveau van een participatieve gemeente. Het helpt ook om de verwachtingen naar elkaar toe duidelijk te kunnen maken. Ook een concreet uitvoeringsprogramma dient onderdeel te zijn van het participatiebeleid. Hierin staat welke concrete doelen resultaten en/of activiteiten we gaan ondernemen, zodat 3

de visie en het beleid ook echt tot wasdom kunnen komen. Vervolgens verankeren we de afspraken die we met onszelf en de samenleving maken in de nieuwe participatieverordening.

1.2 Werkwijze Dit beleidsdocument is tot stand gekomen door informatie op te halen bij verschillende belanghebbenden. Eerst heeft de gemeenteraad kaders meegegeven voor het nieuwe beleid. Aan de hand van deze kaders heeft het college verdere invulling gegeven aan het beleid. Ook in de organisatie en de samenleving is er meegedacht. Zo heeft de adviesraad Sociaal Domein meegedacht en hebben ook inwoners hun mening en wensen over participatie kenbaar gemaakt door het invullen van een vragenlijst. Dat hebben uiteindelijk 49 inwoners gedaan. De resultaten van deze vragenlijst zijn te vinden in Bijlage 1. De resultaten van de gesprekken met de gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie staan in Bijlage 2.

1.3 Definities We onderscheiden twee varianten van participatie, namelijk inwonersparticipatie en overheidsparticipatie. •

Inwonersparticipatie: wanneer de gemeente werkt aan een plan, project of beleid, en daar inwoners bij betrekt.

•

Overheidsparticipatie: wanneer een groep inwoners een initiatief heeft en daar de gemeente bij betrekt. Bijvoorbeeld voor ondersteuning of goedkeuring. Een voorbeeld: een buurt wil een buurtmoestuin realiseren en vraagt daarvoor ondersteuning van de gemeente. Dit is een inwonersinitiatief. Bij inwonersinitiatieven gaat het om kleinschalige initiatieven om de leefbaarheid van de wijken te bevorderen, niet om grote initiatieven zoals die in de intaketafel worden besproken. Ook het uitdaagrecht is onderdeel van overheidsparticipatie. Hier gaat het om een wettelijke taak die een groep inwoners van de gemeente wil overnemen. Hoofdstuk 5 van dit beleid gaat over overheidsparticipatie.

4

2. Doelen Elk afzonderlijk participatietraject is uniek. Ieder project heeft namelijk andere kenmerken en doelen. In Neder-Betuwe zien we een participatietraject dan ook telkens als maatwerk. Per project wordt bekeken welke participatiemethode het meest passend is. We proberen hierbij wel steeds dezelfde stappen te doorlopen. Het doel van participatie houden we daarbij steeds in het achterhoofd. In het algemeen zijn er namelijk enkele doelen te identificeren die gelden voor het gehele concept participatie in Neder-Betuwe. Deze doelen beschrijven wat we in Neder-Betuwe willen bereiken met participatie en vanuit welke waarden we werken. •

Kwaliteit van plannen, projecten en beleid verbeteren We kunnen betere plannen maken door gebruik te maken van participatie. Participatie levert namelijk waardevolle informatie op. Inwoners weten het beste wat er speelt in de wijk en de samenleving. Zij zijn als het ware experts op het gebied van hun wijk. Door te participeren kunnen wij gebruik maken van deze kennis en onze eigen plannen kwalitatief verbeteren. Ook kunnen we een betere afweging maken door de extra informatie en zo onze besluitvorming versterken.

•

Beter gedragen beleidsresultaten, met minder vertragingen of conflicten Inwoners geven ons informatie over waar hun wensen en behoeften liggen. Door daarnaar te luisteren, zullen onze eigen plannen breder gedragen worden. We maken plannen waar inwoners op zitten te wachten. Daardoor kunnen we vertragingen door bezwaarprocedures reduceren.

•

Werken aan de relatie tussen inwoner en de gemeente Inwoners geven aan dat ze het belangrijk vinden dat zij bij nieuwe plannen worden betrokken. Aan de andere kant zien we ook dat een deel van de inwoners weinig vertrouwen heeft in de overheid. In het kader van behoorlijk bestuur, is het vanzelfsprekend dat inwoners betrokken worden bij plannen die impact hebben op hun leven of leefomgeving. Participatie biedt een mogelijkheid om te werken aan wederzijds vertrouwen en een betere samenwerking met inwoners. Door inwoners te betrekken voelen zij zich gehoord en krijgen ze inzicht in de soms lastige keuzes die een gemeente moet maken. Op die manier kan er begrip ontstaan, ook al is een inwoner het wellicht niet eens met het inhoudelijke besluit.

5

3. Afspraken en uitgangspunten In de visie op communicatie en participatie staat een aantal uitgangspunten geformuleerd. Deze uitgangspunten vormen de basis voor dit hoofdstuk waarin concreet is uitgewerkt wat een bepaald uitgangspunt betekent voor gemeente Neder-Betuwe. Participatie is vanzelfsprekend Vanzelfsprekende participatie was de kernboodschap uit de visie op communicatie en participatie uit 2021. Participatie zou een vanzelfsprekendheid moeten zijn in het kader van behoorlijk bestuur. Een gemeente maakt plannen voor bewoners, over bewoners, in de straat of het dorp van de bewoners. Het is behoorlijk om bij het maken van dit soort plannen diegene die het aangaat erbij te betrekken. We betrekken inwoners bij onze plannen en proberen zodoende onze plannen te verbeteren. De Wet versterking participatie op decentraal niveau veronderstelt dat gemeenten nog meer aan de slag gaan met participatie. “Vanzelfsprekende participatie” is dan ook de stip op de horizon, een overkoepelend uitgangspunt. De andere afspraken, uitgangspunten en maatregelen zijn middelen om ons op een realistische en geleidelijke manier te ontwikkelen naar een gemeente waar participatie als iets vanzelfsprekends wordt gezien. Vanzelfsprekende participatie betekent dat de participatieafweging altijd vanzelfsprekend gemaakt wordt, en de voordelen van participatie daarbij worden erkend.

Duidelijke kaders Een participatietraject valt of staat bij het managen van de verwachtingen. Daarom stellen we duidelijke kaders aan het begin van een participatietraject. Bijvoorbeeld: waar gaat de participatie wel en niet over? (Wat staat al vast of waar hebben we geen invloed op?). Maar ook: wie mogen er meedenken en welk budget hebben we over voor een participatietraject? Door participatie bij een project zo vroeg mogelijk op te starten, weten we als gemeente beter welke kant we op willen. Inwoners weten dan beter waar ze in het vervolg aan toe zijn. Zo voorkomen we dat we telkens ad-hoc participatie moeten organiseren en inwoners niet weten waar ze aan toe zijn. Om duidelijke kaders te kunnen stelen, zullen we dus vroegtijdig moeten beginnen met het bedenken van een participatieplan voor een project. Informeren Informeren zien we in Neder-Betuwe niet als participeren. Informeren is een standaard stap die we altijd zetten. Als we participeren, dan zenden we niet allen, maar dan vragen we ook iets aan inwoners. Per project wordt bekeken of, en op welke manier we participeren. Inspraak ≠ participatie Inspraakprocedures tijdens de eindfase van een proces is ook geen participatie. Participatie vindt plaats in de beginfase van een project, als inwoners nog invloed kunnen hebben op de plannen. Dat past bij het uitgangspunt dat we participatie zo vroeg mogelijk doen.

Representativiteit Ons uitgangspunt is: representativiteit is geen vereiste/voorwaarde voor een succesvol participatietraject. Representativiteit is een lastig te bereiken ideaal. Een participatietraject is een kwalitatief proces waarin meningen, ideeën en expertise bij inwoners wordt opgehaald. Met behulp van deze input, kunnen we ons eigen plan of beleid verbeteren en beter aansluiten bij de behoeften van inwoners. Inwoners beschikken immers over veel expertise; zij wonen in de wijken en weten als geen ander wat er speelt in de samenleving. We doen ons voordeel met al deze inzichten. Verder proberen we in Neder-Betuwe altijd zo veel mogelijk betrokkenen te bereiken, en niet slechts een beperkte groep inwoners die zich altijd melden. Daarom stoppen we per 1 6

januari 2026 met het inwonerspanel en zetten we in op het centraliseren van participatie op het participatieplatform. Participatie en communicatie Participatie hangt nauw samen met communicatie. Het is belangrijk om duidelijk te communiceren met participanten. Inwoners geven aan dat dit cruciaal is voor een succesvol participatietraject. In Neder-Betuwe zijn we dan ook eerlijk over de doelen en de randvoorwaarden die bij een participatietraject gelden. Door eerlijk, duidelijk en open te communiceren, managen we de verwachtingen en weten inwoners beter waar ze aan toe zijn. Verder doen we er alles aan om zo veel mogelijk inwoners op de hoogte te stellen dat ze mogen meedenken bij een project. Via de verschillende communicatiekanalen (brieven, social media, krant etc.) bereiken we inwoners. Inwoners worden nog niet altijd voldoende op de hoogte gesteld van de mogelijkheid tot participeren. In de toekomst voegen we daarom de volgende benaderingsmethoden toe aan de bestaande communicatiemiddelen: 1) het benaderen van sleutelfiguren uit een wijk en 2) de persoonlijke benadering (inwoners aanspreken, langs de deuren, zichtbaarheid gemeente vergroten). Uit ervaring blijkt dat dit helpt om andere groepen inwoners te bereiken. Verder gebruiken we het nieuwe digitale participatieplatform om jongvolwassenen en dertigers te bereiken.

Zij geven aan graag op die manier betrokken te willen worden. Op deze manier trachten we zo veel mogelijk inwoners bij onze plannen te betrekken. Uiteindelijk is het dan de verantwoordelijkheid van iedere individuele inwoner om ook daadwerkelijk mee te doen. We zijn ons ervan bewust dat niet iedereen behoefte heeft om mee te denken. Efficiënt participeren Participatie kost tijd en geld. Dat is een gegeven. Bij het ontstaan van een gemeentelijk initiatief maken we de afweging of participatie verplicht of zinvol is. ‘Vanzelfsprekende participatie’ is daarbij het startpunt. Bij ieder participatietraject dienen de inspanningen in balans te zijn met de opbrengsten. Daarom maken we zo vroeg mogelijk de afweging of, en op welke manier we participatie vormgeven. Met participatie besparen we echter ook tijd en geld. Door beter aan te sluiten bij de behoeften van inwoners kunnen onze plannen op meer draagvlak rekenen. Daardoor reduceren we het aantal bezwaren en de vertraging die deze met zich meebrengen. Verder proberen we participatie zo gemakkelijk mogelijk te organiseren zodat een traject niet meer tijd kost dan nodig is. Zo zorgt het nieuwe digitale participatieplatform voor een efficiëntere manier van participeren die minder tijdsintensief is voor zowel de gemeente als de inwoner.

Verder werken we in 2026 aan meerdere hulpmiddelen voor de organisatie zoals een afwegingskader participatie, een participatietoolbox en een werkgroep participatie (zie uitvoeringsagenda). De kosten van een participatietraject worden meegenomen in het projectbudget. Er is en komt geen apart budget voor inwonersparticipatie. Participatieplatform Het digitale participatieplatform is dé centrale plek voor inwoners om op de hoogte te blijven van de participatiemomenten. Alle projecten waar participatie aan de orde is, worden op het platform geplaatst. Zo blijven geïnteresseerde inwoners via één centrale plek op de hoogte over ontwikkelingen en de mogelijkheden om te participeren. Naast deze digitale mogelijkheid, blijven we ook fysieke bijenkomsten organiseren. 7

Algemeen belang leidend Gemeente Neder-Betuwe neemt de meningen en ideeën van inwoners altijd serieus. We treden deze met een open houding tegemoet. De gemeente staat echter altijd voor het algemeen belang. Het kan dus zo zijn dat een besluit tegen de wensen van (een groep) inwoners ingaat. Participatie heeft er dan voor gezorgd dat de gemeente een beter afgewogen besluit kon nemen en inwoners gehoord zijn. Als er een afwijkend besluit wordt genomen op basis van het algemeen belang, is het wel belangrijk om met argumenten uit te leggen aan inwoners waarom hiervoor wordt gekozen. Omgevingsdialoog In het kader van de Omgevingswet, zijn externe initiatiefnemers verantwoordelijk voor de participatie bij ruimtelijke ontwikkelingen. Dit heet de omgevingsdialoog. Voor de omgevingsdialoog is bij de intreding van de Omgevingswet een apart beleid opgesteld. Dat beleid wordt nu niet herzien en de uitgangspunten van dat beleid blijven gelden. De participatie blijft de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer, maar de gemeente kan wel ondersteunen. Veel initiatiefnemers weten nog onvoldoende over het inrichten van een goed participatieproces. De gemeente kan dan helpen met een gesprek, handleidingen en formats.

8

4. Werkwijze inwonersparticipatie op hoofdlijnen Om alles wat we vastleggen in de eerdere hoofdstukken ook daadwerkelijk uit te voeren, is er een duidelijke werkwijze nodig aangaande participatie. Participatie is telkens maatwerk. Maar het is belangrijk om in ieder proces dezelfde vragen te stellen en dezelfde stappen te doorlopen, ook al is de uitkomst steeds anders. Onderstaande werkwijze is een stappenplan om tot een goed afgewogen participatieplan te komen. Het uitgangspunt is dat participatie iets van de gehele organisatie is. We werken toe naar een communicatief en participatief vaardige organisatie. Dat is het uitgangspunt uit de visie op communicatie en participatie. Hieronder volgt de hoofdstructuur van de werkwijze in Neder-Betuwe. Deze werkwijze wordt het komende jaar verder uitgewerkt. Zie daarvoor de uitvoeringsagenda. 1. Afweging participatie a. Wettelijk verplicht? b. Opbrengsten vs inspanningen: wat gaat een participatietraject ons opleveren en wat gaat het ons kosten aan inspanningen? In samenspraak met een communicatie- of participatieadviseur wordt deze afweging voor participatie gemaakt. Vanzelfsprekende participatie is daarbij altijd het uitgangspunt. 2. Participatieplan a. Doel: wat wil je bereiken met participatie? Wat is de participatievraag? De doelen van participatie zijn uitgewerkt in hoofdstuk 2 van dit beleid. b.

Betrokkenen: wie zijn er extern betrokken bij het project? Wie worden er geraakt? c. Afbakening en mate van invloed: waarover mag men meepraten of -doen? En hoeveel invloed krijgt men? d. Rollen: wie betrekken we intern? Wat is de rol van de gemeenteraad? e. Methode: welke vorm(en) van participatie kiezen we? f. Planning: We maken een planning. De afweging voor participatie, en het mogelijke participatieplan zijn onderdeel van een college- of raadsvoorstel. Op die manier is het bestuur op voorhand geïnformeerd over de participatiestrategie bij een project. 3. Uitvoering a. Het participatietraject wordt altijd op het participatieplatform gepubliceerd. Daar kunnen inwoners participeren of uitgenodigd worden voor fysieke participatiemomenten. b. Ook andere vormen van communicatie worden ingezet om inwoners op de hoogte te stelen van de mogelijkheid om mee te denken of doen, in afstemming met een communicatieadviseur. c. Participatie wordt uitgevoerd; betrokkenen participeren. 4. Participatieverslag en terugkoppeling a. In het participatieverslag wordt teruggeblikt op het participatietraject en worden de resultaten besproken. b. Inwoners worden via het participatieplatform op de hoogte gesteld van de resultaten en hoe hun inbreng in de uiteindelijke plannen, het beleid wordt verwerkt. Participanten worden betrokken bij de evaluatie van een participatietraject.

9

5. Overheidsparticipatie Overheidsparticipatie is een apart onderdeel van participatie. Hier zijn de rollen omgedraaid. De samenleving komt met een initiatief of idee en gaat dat zelf realiseren. De overheid ondersteunt deze initiatieven, maar neemt ze niet over. Inwoners blijven zelf verantwoordelijk. De overheid participeert dus bij het initiatief van de samenleving. Dit type participatie sluit aan bij de nieuwe rol die steeds meer van overheden wordt verwacht en die we vanuit de Toekomstvisie Neder-Betuwe 2050 zelf ook willen vervullen. Dit gaat om een faciliterende overheid die meer aansluit bij initiatieven uit de samenleving. Ook gemeente Neder-Betuwe wil zich in die richting ontwikkelen. Daarom zetten we nu de eerste stappen op het gebied van overheidsparticipatie. Overheidsparticipatie kent een aantal doelen. Zo zorgt deze variant van participatie ervoor dat inwoners zich meer verantwoordelijk voelen voor hun eigen leefomgeving (eigenaarschap). Het zelf realiseren van ideeën (met hulp van de gemeente) vergroot de zelfredzaamheid van inwoners, maar ook de sociale cohesie tussen inwoners. Inwoners werken namelijk aan een gezamenlijk doel. De uiteindelijke resultaten sluiten zodoende ook beter aan bij de wensen en behoeften van inwoners. Daarnaast zorgt het ervoor dat de gemeente efficiënter kan omgaan met verzoeken vanuit de samenleving.

Waar we nu nog veel naar onszelf toetrekken en inwoners daardoor soms een “nee” moeten geven, is de houding nu dat ze het zelf mogen proberen. Daardoor trekken we als gemeente niet alles naar onszelf toe, wat resulteert in besparingen. Overheidsparticipatie valt onder te verdelen in twee componenten, namelijk het uitdaagrecht en inwonersinitiatieven. Beide vormen van overheidsparticipatie zijn nog redelijk nieuw in Neder-Betuwe. Het past daarom niet om nu al met grote, vastgeketende plannen te komen. Daarom starten we wat betreft overheidsparticipatie met een pilot van twee jaar. Gedurende deze twee jaar start gemeente Neder-Betuwe met het ondersteunen van inwonersinitiatieven. Na het eerste jaar evalueren we in welke mate de samenleving gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om zelf initiatief te nemen en daarbij ondersteund te worden. Ook evalueren we het succes ervan, zowel de maatschappelijke als de financiële impact. Dan bekijken we ook of we de voorgestelde werkwijze continueren, uitbreiden of afzwakken.

5.1 Uitdaagrecht Het uitdaagrecht is een nieuw en verplicht onderdeel van het nieuwe participatiebeleid en de -verordening. Iedere gemeente moet beschrijven hoe zij omgaat met een uitdaging vanuit de samenleving. Dat heeft de landelijke overheid bepaald. Bij het uitdaagrecht mogen initiatiefnemers de gemeente uitdagen om een wettelijke taak van de gemeente over te nemen. Het gaat om de volgende actoren: • Lokale verenigingen of stichtingen • Buurtcomités • Woongroepen • Vrijwilligersorganisaties • Maatschappelijke organisaties • Sociale bedrijven zonder winstoogmerk • Een georganiseerd collectief van inwoners dat geen formele rechtsvorm heeft. Een wettelijke taak is niet voor niets een wettelijke taak. Vaak zijn er kwaliteitseisen waaraan voldaan moet worden of de verantwoordelijkheid die bij de taak komt kijken is groot. Daarom starten we in Neder-Betuwe klein met de mogelijkheden voor het uitdaagrecht en nemen we geen stimulerende rol aan. We bereiden ons wel voor op mogelijke uitdagingen. We sluiten 10

op voorhand geen onderwerpen uit, maar bekijken kritisch of een uitdaging realistisch is. Daarnaast stellen we de volgende eisen aan een uitdager: • Uitleg waarom of hoe de initiatiefnemers deze taak beter en goedkoper kunnen uitvoeren. • Wat is de maatschappelijke meerwaarde? • Er wordt een minimale deskundigheid gevraagd van de uitdager. De gemeente beoordeelt dit. • Draagvlak onder belanghebbenden en/of omgeving. • Kwaliteit van de taak moet gegarandeerd zijn, ook op langere termijn. • Inzicht in de kosten die aan de uitvoering van de taak verbonden zijn. • Inzicht in de manier waarop de initiatiefnemer met de gemeente wil samenwerken of ondersteuning nodig heeft. Om een goed verloop te waarborgen maken we afspraken met een uitdager in de vorm van een overeenkomst. De kosten die de uitvoering van de taak met zich meebrengt, zullen uit het bestaande budget moeten worden bekostigd. Voorbeelden uitdaagrecht: • Mindervalidenvervoer Klaartje en Sowbrik • Adopteren van rotondes (afbeelding) • Speeltuintjes • Groenonderhoud (afbeelding)

5.2 Inwonersinitiatieven Inwonersinitiatieven zijn initiatieven vanuit de samenleving die van een straat, wijk of dorp een leukere plek maken. De leefbaarheid of saamhorigheid wordt vergoot door middel van deze initiatieven. In tegenstelling tot het uitdaagrecht, gaat het hier niet noodzakelijkerwijs om wettelijke taken. Het gaat vaak om kleinschalige ideeën. Daarom brengt dit onderdeel minder risico’s met zich mee dan het uitdaagrecht. Gemeente Neder-Betuwe staat open voor goede initiatieven. De grondhouding is dat we initiatieven met een open vizier ontvangen. Daarom proberen we dit soort initiatieven te ondersteunen, zonder ze over te nemen. Ondersteuning kan financieel 11

zijn, maar ook meer praktisch door mee te denken of iets juridisch mogelijk te maken. Als we een initiatief ondersteunen, maken we duidelijke afspraken met de initiatiefnemer. Inwoners kunnen hun initiatief kenbaar maken via het participatieplatform, of via een aanspreekpunt van de gemeente. Om betrouwbaar, eerlijk en rechtvaardig te kunnen zijn, zijn er een aantal kaders en randvoorwaarden opgesteld waarbinnen een initiatief zal moeten blijven om in aanmerking te komen voor ondersteuning vanuit de gemeente: • Een initiatief moet bijdragen aan de leefbaarheid, sociale cohesie of inrichting van een straat, wijk of kern. • Een initiatief is nooit van één iemand; er is draagvlak bij anderen. De bedoeling is altijd om van de leefomgeving een leukere plek te maken. Draagvlak kunnen we toetsen door middel van handtekeningen of stemmen op het participatieplatform. • Een initiatief is niet in strijd met beleid van gemeente Neder-Betuwe. • Er is altijd sprake van cofinanciering; inwoners dragen minimaal 50% van de kosten voor het initiatief zelf bij. Bijvoorbeeld via crowdfunding, subsidies van andere overheden of non-profitorganisaties. De gemeente draagt maximaal 50% van de kosten, tot een maximum van 5000 euro.

• Een initiatief is er altijd voor en door inwoners; inwoners zijn zelf verantwoordelijk voor de realisatie en uitvoering van een idee, het gaat hier niet om “verzoeken” aan de gemeente om iets te gaan doen. In principe beoordeelt een werkgroep binnen de organisatie of een initiatief voldoet aan bovenstaande kaders en dus in aanmerking komt voor ondersteuning. Dit gaat enkel om kleine initiatieven. In de Kadernota 2026-2029 is een budget opgenomen om kleinschalige initiatieven te ondersteunen. De gemeente beschikt in 2026 en 2027 over een jaarlijks budget van 25.000 euro om initiatieven te ondersteunen. Dit is bestemd voor de laagdrempelige ondersteuning van kleinschalige initiatieven. Het gaat hier om kleine initiatieven van maximaal 10.000 euro (dus maximaal 5000 euro kosten voor de gemeente). De verwachting is dat het budget van 25.000 euro voor kleinschalige initiatieven voldoende is voor de pilotfase. In principe geldt het uitgangspunt: first come first serve. Als het budget voor een bepaald jaar op is, is er het volgende jaar opnieuw een kans. We evalueren het gebruik van het budget en of het toereikend is na het eerste jaar. Als een initiatief om meer dan 5.000 euro vraagt, dan zal het college een besluit nemen en budget moeten vrijmaken voor de realisatie van het initiatief. Als een initiatief meer dan 25.000 euro verlangt, neemt de gemeenteraad een besluit.

Vaak blijken de praktische zaken crucialer bij het samenwerken met inwoners, dan de financiën. Soms is er geen financiële ondersteuning nodig, maar is het juist het meedenken en praktisch mogelijk maken van een initiatief wat benodigd is. Een interne werkgroep gaat hier uitvoering aan geven (zie uitvoeringsagenda). Het samenwerken verlangt een open en dienstbare 12

houding waarbij de gemeente een zogenaamde “ja, tenzij” houding aanneemt. Het opwerpen van onnodige barrières is funest voor dit soort initiatieven. Als gemeente ontwikkelen we ons dus in de richting van de faciliterende overheid, waarin we initiatieven waarderen en proberen te ondersteunen. Aan de andere kant is het belangrijk dat initiatiefnemers betrokken zijn en zich ook daadwerkelijk eigenaar voelen van hun eigen initiatief. Daarom bekijken we tijdens de bespreking van een initiatief, of het initiatief haalbaar is. Voorbeelden inwonersinitiatieven: • Realiseren van een buurtmoestuin/ontmoetingsplek • Organiseren wijkactiviteit (afbeelding) • Schoonmaakactie (afbeelding) • Ontwikkelen beweegroute

13

6. Uitvoeringsagenda 2025: • Opstellen participatieverordening o Na de vaststelling van het beleid, verankeren we alle afspraken in een nieuwe participatieverordening. In december leggen we dit voor aan de gemeenteraad. 2026: • Uitwerken werkwijze inwonersparticipatie o Afwegingskader inwonersparticipatie ontwikkelen o Format participatieplan ontwikkelen o Participatietoolbox met participatiemethoden voor Neder-Betuwe ontwikkelen •

Werkgroep participatie Om uitbreiding van formatie als gevolg van dit beleid te beperken, richten we een werkgroep participatie op. Deze interdisciplinaire werkgroep is verantwoordelijk voor de volgende taken: o Overzicht houden over projecten en nieuwe projecten kenbaar maken. o Uitdragen van de werkwijze participatie. o Het toetsen van voorwaarden, adviseren en uitvoeren van initiatieven in het kader van overheidsparticipatie. o Als klankbordgroep fungeren bij ontwikkelingen omtrent participatie. o Monitoren voortgang participatieplatform.

•

Participatieparagraaf Participatie wordt een verplicht onderdeel van het kopje “communicatie” in college- en raadsvoorstellen, zoals in de visie op communicatie en participatie uit 2021 al was besloten. Dit wordt in de toekomst “communicatie en participatie”. Daarin wordt onderbouwd aangegeven of en zo ja hoe er sprake is van participatie, wat de kaders zijn en hoe de resultaten worden gemeten en teruggekoppeld naar de raad en betrokkenen, eventueel met tussentijds de stand van zaken communicatie en participatie.

•

Starten met de pilot overheidsparticipatie In 2026 starten we met de pilot overheidsparticipatie zoals beschreven in hoofdstuk 5. We stimuleren vooral kleinschalig initiatiefnemerschap.

2027: • Evaluatie pilot overheidsparticipatie

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16239016/1