CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Cultuurhistorische waardenkaart

Beeldvormende avond ('Het Beeld') 12 januari 2022, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Erfgoedbeleidsnota31.616 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021

[82]

'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe

kom op. Alleen de zone waar de kom het grootst was, achter Dodewaard, bleef (goeddeels) onbebouwd. Dodewaard zelf ontwikkelde zich in een dusdanige mate, dat een bedrijventerrein in het komgebied werd gebouwd.

Figuur 40. Ondanks de ruilverkaveling en de doorsnijd ing door de A15 is vooral het komgebied nabij Dodewaard nog heel groot en open. Op de achtergrond zien we de Grebbeberg bij Rhenen (foto: RAAP, 29 november 2019).

Die ontwikkeling heeft ook met de infrastructurele ontwikkeling te maken. In de gemeente Nede rBetuwe speelt namelijk ook de aanleg van de A15 en later ook de Betuweroute. Die ontwikkeling heeft het karakter van de komgebieden, zelfs van die welke relatief leeg bleven, ingrijpend veranderd. De A15 tussen Meteren en Valburg werd op 30 augustus 1972 opengesteld. Daarvan was het gedeelte Meteren-Ochten het eerst klaar; het gedeelte vanuit Ochten naar het oosten werd kort voor 1972 aangelegd. De aanleg van bedrijventerrein De Maten in Dodewaard dateert uit dezelfde periode. Ook bij Ochten ligt een bedrijventerrein in de kom tegen de A15. Op de infrastructuur komen we hierna nog terug.

4.2.3

Nederzettingen

Gestrekt esdorp (rs3a) Het meest voorkomende dorpstype in het rivierengebied is dat van het gestrekte esdorp. De gangbare theorie daarover is dat deze langgerekte dorpen, soms in een gebogen vorm waarbij het onderliggende reliëf werd gevolgd, in de Karolingische tijd hun basis vinden. IJzendoorn, Ochten , Dodewaard,

RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021

[83]

'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe

Kesteren, Opheusden en Hien rekenen we tot deze groep. 125 Een soortgelijke structuur vinden we ook in Echteld, alhoewel dat verder van de dijk vandaan ligt.

Figuur 41. De wederopbouwkern van Ochten volgt in haar structuur nog het oude gestrekte esdorp, dat overigens in zijn totaal ook als een rond esdorp gezien kan worden (f oto: RAAP, 29 november 2019).

Kenmerkend voor deze dorpen zijn doorgaans een hoofdstraat onder een hoek op de dijk, soms vergezeld van een achterstraat. De bebouwing ligt als een lint langs deze weg of wegen. De grotere dorpen kennen bovendien in aanleg een (laat)middeleeuwse kerk, die soms door waterstaatkundige of militaire omstandigheden later geheel of gedeeltelijk afgebroken is, met daaromheen een kerkhof. Belangrijk voor de oude dorpskernen is ook de ‘lucht’ tussen of achter de erven. Bij elk huis in een dorp hoorde vroeger een moestuin, en soms ook een boomgaard of een weitje. In de huidige dorpen is dat door uitbreiding en herbouw na oorlogsschade soms wel, soms niet meer zichtbaar. Defensief werk (rs3m) De Grebbelinie werd in de jaren 1799-1800 naar toen reeds decennia eerder gemaakte plannen verlengd door de Betuwe, van De Spees tussen Opheusden en Kesteren tot Ochten aan de Waalbandijk. De hele linie loopt derhalve door ons onderzoeksgebied. In het zuiden bevond zich een hoornwerk, vergelijkbaar met het deels nog bewaard gebleven hoornwerk De Spees in het noorden.

125

Den Uyl, 1958, Henderikx, 1987; Van Bavel, 1999.

RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021

[84]

'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe

Vanuit de batterij, zoals dit zuidelijke hoornwerk werd genoemd, liep een liniedijk in noordelijke richting. Deze dijk brak bij de doorbraak van 1827, zoals hiervoor reeds beschreven, bij Ochten door.

Figuur 42. De batterij bij Ochten is in de vroege 20e eeuw volledig geslecht (foto: RAAP, 29 november 2019).

In de eerste decennia van de 20e eeuw werd de batterij bij Ochten grotendeels geslecht. Uiteindelijk koos men er, door de situatie gedwongen, toch weer voor de Betuwestelling te reactiveren tijdens de mobilisatie. In mei 1940 werd er rondom Ochten flink gevochten. Nadat de linie tussen oktober 1944 en mei 1945 voor de Duitse bezetter weer een functie vervulde, is deze in 1950 formeel als vestingwerk opgeheven. De liniedijk is in 1951 grotendeels afgegraven, en bij Ochten niet meer herkenbaar.

4.2.4

Secundaire functies

Infrastructuur (rs4a) Moderne infrastructuur heeft een betrekkelijk groot ruimtebeslag en vormt als het ware een landschap op zichzelf, met de eigenlijke weg met bermen, verzorgingsplaatsen en soms als een bundel met de naastgelegen spoorlijn. Neder-Betuwe wordt uitgebreid door de grotere infrastructuur doorsneden. Geïdentificeerd hebben we de A15, de Betuweroute, de oude Betuwespoorlijn, de N233 richting Rhenen/Veenendaal en de N323 richting Beneden-Leeuwen.

RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021

[85]

'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe

De oudste van deze structuren is de zogenaamde Betuwelijn, aangelegd volgens de wet van 10 november 1875 en formeel Merwe- en Waalspoorweg geheten. De spoorlijn werd op 1 november 1882 in gebruik genomen. Dit gedeelte van de lijn is nooit geëlektrificeerd.

Figuur 43. Alhoewel aangelegd op maaiveldniveau hebben de A15 en de naastgelegen Betuweroute een sterke invloed op de landschapsstructuur van Neder-Betuwe (foto: RAAP, 29 november 2019).

De N233 heeft een bijzondere voorgeschiedenis. De brug en de oude weg Rhenen – Kesteren, via de Hoofdstraat en Spoorstraat, zijn in essentie aangelegd als onderdeel van de spoorlijn Kester en – Amersfoort, die in 1886 geopend werd. De spoorlijn was een schakel in de verbinding Amsterdam – Amersfoort – Veenendaal – Nijmegen – Kleve, door een aansluiting bij Kesteren op de Betuwespoorlijn die enkele jaren eerder was aangelegd. Oorlogshandelingen zorgden voor verwoesting van de brug. Na de Tweede Wereldoorlog werd de spoorverbinding niet hersteld; het zou tot 1981 duren voor het gedeelte vanuit Rhenen naar het noorden wel weer voor regulier vervoer werd opengesteld. Parallel aan het spoor werd vanuit Veenendaal naar het zuiden een weg aangelegd. Op de oude pijlers werd een nieuwe verkeersbrug gebouwd, en de weg sloot bij de vroegere samenkomst van beide sporen op het lokale wegennet aan. Het gedeelte van de A15 ten oosten van Tiel werd op 30 aug ustus 1972 geopend, als onderdeel van het traject tussen Meteren en Valburg. Het was een onderdeel van een openstellingsgeschiedenis tussen Ridderkerk en Nijmegen die over de periode 1964-1992 liep. Zoals hiervoor al vermeld werd het gedeelte westelijk van Ochten eerder aangelegd dan het oostelijke. Enige jaren na de opening van de

RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021

[86]

'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe

A15 werd ook een nieuwe weg rond Kesteren aangelegd, om de verbinding tussen Veenendaal en de A15 te verbeteren. De opening van de rondweg rond Kesteren vond mogelijk vóór 1985 p laats. Van de genoemde grote infrastructuur ontstond de N323 als voorlaatste. De aanleg hiervan werd in 1972 gestart, om het Land van Maas en Waal te verbinden met de pas geopende A15. De Prins Willem Alexanderbrug werd als cruciaal onderdeel van deze weg in 1974 geopend. De laatste grootschalige infrastructuur die werd aangelegd is de Betuweroute, de spoorlijn voor goederentransport van de Rotterdamse haven naar de Duitse grens bij Zevenaar. De lijn werd op 16 juni 2007 geopend en loopt hier over de volledige lengte van de gemeente parallel aan de Betuwelijn en de A15. Alleen ter hoogte van de verzorgingsplaats Varakker bestaat er een smalle zone tussen beide structuren. Zandwinplas (rs4z) Binnendijks liggen op meerdere plekken zandwinplassen in de gemeente Neder-Betuwe. De buitendijkse zijn in het rivierengebied het bekendst; daar komen we nog op terug. Hier vinden we echter ook binnendijks zandwingaten. Hun ontstaan hangt in belangrijke mate samen met de aanleg van de A15, waarvoor lokaal zand werd gewonnen. Vier vinden we er dan ook op regelmatige afstanden langs de autosnelweg.

Figuur 44. Deze foto is vanaf dezelfde locatie gemaakt als figuur 43, maar dan 180 graden de andere kant op. Het toont de ruimtelijke relatie tussen snelwegen en zandwinningsplassen (foto: RAAP, 29 november 2019).

RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021

[87]

'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe

Daarnaast liggen er ook enkele buiten de snelwegbundel, zoals één tussen Echteld en IJzendoorn, de grote afgraving van Lingemeer, een kleine ten westen van Echteld en één nabij De Spees. Ook Lingemeer heeft de basis van zijn bestaan in de aanleg van de A15, maar in tegenstelling tot de andere, kleinschalige locaties is hier de winning verder gegaan. 126 Ook voor de meeste andere kleinschalige is een oorsprong in de aanleg van de A15 aannemelijk. Alleen die westelijk van Echteld is ouder, van vóór 1957, evenals die bij De Spees, van vóór 1958.

4.3 Uiterwaarden 4.3.1

Agrarisch landschap

Uiterwaard, in agrarisch gebruik (ru1a) De uiterwaarden in het onderzoeksgebied hebben een lange geschiedenis als agrarisch cultuurland. Door de buitendijkse ligging was alleen gebruik als grasland voor het weiden van vee mogelijk, en deze functie heeft het gehad eeuwenlang gehad.

Figuur 45. De uiterwaard bij Eldik is nog in agrarisch gebruik (foto: RAAP, 29 november 2019).

126

http://www.lingemeer.nu/lingemeer/geschiedenis

RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021

[88]

'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe

De uiterwaarden kenden veelal een bijzonder onregelmatige verkaveling, waarbij restanten van oude strangen en nieuwe kavelsloten de scheidingen tussen percelen vormden. Vaak st ond hierlangs beplanting, maar niet overal: soms volstonden ook sloten. Beplanting en kavelgrenzen van de uiterwaarden gaan soms ver terug: op een kaart van de Ochtense Buitenwaard uit 1778 herkennen we nog de nodige kavelgrenzen die nu nog aanwezig zijn, ondanks de ingrijpende dijkdoorbraken van 1784 en 1827. Kenmerkend in de uiterwaarden is een aantal fenomenen, dat we als afzonderlijke landschappen hebben onderscheiden en waarop we nog terugkomen. Aan het microreliëf in uiterwaarden is soms de morfologische genese te herkennen. Floristisch en daarmee historisch -ecologisch van belang zijn de laagdynamische gebieden, een conclusie die haaks staat op het hoogdynamische karakter van veel natuurontwikkelingsprojecten. 127 Of dergelijke gebieden in de huidige uiterwaarden voorkomen is niet bekend. Van belang is daarnaast het opgaand groen dat voorkomt als kleine bosjes of hagen, en die samen de morfologie-volgende verkaveling visualiseert. Een deel van de uiterwaarden is nog relatief jong. Het zuidelijke deel van de uiterwaard van Ochten lijkt pas kort voor 1778 te zijn aangewassen. Een aanzienlijk deel van deze waard is in de laatste decennia door zandwinning weer verdwenen.

Een groot deel van de uiterwaarden in het onderzoeksgebied wordt nog agrarisch gebruikt o f als grasland beheerd, zowel langs de Waal als de Rijn. 128 Aangezien de buitendijkse gebieden in het Nederlands rivierengebied in toenemende mate de functie van natuur krijgen, is het agrarisch karakter een aantal uiterwaarden – vaak in combinatie met relatief natuurlijke strangen - in toenemende mate bijzonder te noemen. De aanwezigheid van zandwinlocaties in de meeste uiterwaarden werkt daarop echter in verschillende mate negatief uit. Oud nat bos (ru1b) Door allerlei ontwikkelingen zijn oude bossen in de uiterwaarden een zeldzaam gegeven geworden. Weliswaar komen er door natuurontwikkeling hier en daar wel weer houtige opstanden tot stand, maar vaak is dat op plekken waar al heel lang geen bos meer stond. Het enige bosje in de uiterwaarden dat continuïteit kent, bevindt zich in de Ochtense Buitenpolder. Het is in het veld niet op historischecologische waarden gecheckt. Dijkonderhoudszone (ru1d) Om de dijk te kunnen bouwen en onderhouden werd er in het verleden materiaal – specie genaamd – uit een buitendijkse zone direct aan de voet van de dijk gehaald. Vaak waren deze gronden ook eigendom van de dorpspolder. Door het graafwerk ontstonden vaak zones die enigszins lager in het landschap lagen, en ook natter waren.

Om de gronden later toch weer te kunnen gebr uiken werden er rabatten aangelegd, waarop grienden of ander opgaand hout kon gedijen. Aan die hoogteligging herkennen we ze soms nog in het terrein, waarbij ze niet verward moeten worden met de vroegere loop van killen/strangen. Ook zijn ze soms te herkennen aan de kavelvorm, en zijn ze dus zichtbaar aan de

127

Mondelinge mededeling prof. dr. K.V. Sykora, W ageningen UR. Langs de Rijn hebben we te maken met het feit dat een deel van de buitendijkse gronden niet tot de gemeente Neder -Betuwe behoort, zoals de Maneswaard (Wageningen) en De Mars (Buren). 128

RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021

[89]

'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe

smalle kavelvorm in de lengterichting van de dijk. We vinden dijkonderhoudszones langs de Waaldijk op verschillende locaties, voor zover daar geen sprake was van een strang. Ze zijn, ondanks een aangepaste verkaveling, vaak nog wel aan het reliëf herkenbaar.

Figuur 46. Het geploegde perceel langs de dijk links op de foto is een oude dijkonderhoudszone, niet ver van Dodewaard (foto: RAAP, 29 november 2019).

Zone van gedempte kil / strang (ru1v) en kil / strang (ru1w) Op enkele plaatsen vinden we oude geulen in de uiterwaarden: relicten van oude rivierarmen. In veel gevallen vormen ze fossielen uit een periode dat de Waal nog een andere loop volgde. Kenmerkend voor killen of strangen zijn de langgerekte, gebogen structuur, zonder aanvullende vergravingen, en de landschappelijke positie ervan in het dynamisch rivierenlandschap. Vaak vinden we rond deze killen nog (relicten van) oude (ooi)bossen. Van oost naar west herkennen we strangen voor de Waalbandijk ten oosten van Dodewaard, voor de Waalbandijk tussen Ochten en Eldik en – sterk verland – voor de dijk bij Medel. In de eerste twee gevallen is nog sprake van een krachtige structuur die duidelijk laat zien dat de rivier hier ooit, nog slechts enkele eeuwen gelegen, dicht bij de dijk lag, terwijl in de Willemspolder bij Medel en Ooij slechts sprake is van een kleiner relict dat zijn verhaal niet meer heel krachtig kan vertellen. Ook langs de Rijnbandijk bij Opheusden vinden we een smalle strang, die doorloopt in de Maneswaard.

RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021

[90]

'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe

Figuur 47. De strang bij Ochten (foto: RAAP, 29 november 2019).

Kasteelterrein (ru1q) Alleen bij IJzendoorn is een kasteelterrein door dijkverlegging buitendijks komen te liggen. Bovengronds is hiervan niets meer te herkennen; de bebouwing van de overnachtingshaven staat aan de rand van het kasteelterrein.

4.3.2

Secundaire functies

Elektriciteitscentrale (ru2e) Bij Dodewaard ligt misschien wel de landelijk bekendste locatie in de uiterwaarden van de Waal, namelijk de kerncentrale van Dodewaard. Het is samen met de steenfabrieken de enige bedrijfslocatie in de uiterwaarden van Neder-Betuwe. De centrale was gepland aan een strang van de Waal, en de bouw ervan begon in 1965. De gekozen locatie had te maken van een onderstation van het electriciteitsnet en de nabijheid van Arnhem, waar betrokken partijen zaten. Op 26 maart 1969 werd de centrale geopend, vooral om ervaring op te doen met het genereren van kernenergie. De centrale werd zo gebouwd dat hoogwater geen veiligheidsrisico betekende. In maart 1997 vond de uitbedrijfname van de centrale plaats, om verschillende redenen. Een deel van de gebouwen kon in de periode daarna worden afgebroken, maar voor de definitieve ontmanteling van het hoofdgebouw moet nog tot 2045 worden gewacht. Bij de centrale ligt een haven, die aanvoer van grondstoffen via de Waal mogelijk maakte.

RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021

[91]

'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe

Figuur 48. Van de bebouwing van de kerncentrale resteert nog een deel (foto: RAAP, 29 november 2019).

Haven (ru2h) Onder het begrip ‘haven’ verstaan we zowel het waterbekken dat verbonden was met de Waal als de bebouwing die bedoeld was om het havenbekken te kunnen laten functioneren. Deze definitie konden we niet in alle gevallen ‘zuiver’ in de kaart gebruiken. Zo is het havenbekken van de kerncentrale van Dodewaard onder deze legendaeenheid geplaatst, maar vonden we het gebouw van de kerncentrale zelf toch van een andere orde, en heeft die een eigen legenda -eenheid gekregen. Daarom kan aan de definitie worden toegevoegd dat de havenbebouwing qua karakter ondergeschikt aan het havenbekken moest zijn. Een tweede haven bevindt zich langs de Waalbandijk bij het voormalig kasteelterrein De Snor. Het betreft geen haven in de eigenlijke zin, maar het hart van een scheepswerf. Vóór 1900 bevindt zich hier, aan het begin van de strang, een voetveer. Vlak daarbij werd in 1880 door Cornelis Hendriks een eigen scheepswerf gestart, die nog altijd bestaat. 129 Geleidelijk werd de strang verwijd om als een haven bij de werf te kunnen functioneren. Kort vóór 1977 vond de grootste uitbreiding van dat havenbekken plaats. De overnachtingshaven bij IJzendoorn is van een bijzondere categorie. De haven is namelijk niet als haven, maar als zandwinplas aangelegd. Derhalve hebben we all een de fenomenen direct rond de

129

Regionaal Archief Rivierenland, archief van de Scheepswerf Dodewaard, inleiding inventaris

RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021

[92]

'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe

waterplas, die duidelijk een relatie met de functie van haven hebben, onder deze legenda -eenheid gevoegd. Het water zelf is als ‘zandwinplas’ getypeerd.

Figuur 49. De scheepswerf met de bijbehorende haven (foto: RAAP, 29 november 2019).

Infrastructuur (ru2i) Naast binnendijkse grootschalige infrastructuur kennen we ook buitendijkse. Het Amsterdam -Rijnkanaal als ‘natte infrastructuur’ hebben we daarbij in een andere legenda -eenheid geplaatst. Waar we hier op doelen is de Prins Willem-Alexanderbrug in de N323, de enige betonnen tuibrug van Nederland. Als onderdeel van de N323, waarvan de aanleg in 1972 startte, werd de brug in 1970 aanbesteed en vanaf 1972 aangelegd. De brug, oorspronkelijk een tolbrug, werd op 1 juni 1974 voor het wegverkeer opengesteld. De brug overspant op de noordoever de volledige uiterwaarden en is op pijlers gebouwd.

RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021

[93]

'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe

Figuur 50. De ‘aanbrug’ van de Prins Willem-Alexanderbrug (foto: RAAP, 29 november 2019 ).

Complex van kleiputten (ru2k) Plaatselijk vinden we in het Gelders rivierengebied complexen van kleiputten, die werden gegraven om de vaak dichtbij gelegen steenfabrieken van grondstoffen te kunnen voorzien. Dikwijls liggen ze nog relatief goed herkenbaar in het landschap, plaatselijk van groen voorzien en soms ook geïsoleerd. Ze zijn echter nadrukkelijk een onderdeel van een breder landschap: het landschap van de steenindustrie. Doorgaans grenzen ze direct aan de steenfabrieksterreinen. De meeste kleiputten zijn al lang niet meer in gebruik en zijn voor natuurdoeleinden bestemd. Dat heeft doorgaans tot landschappelijke ontwikkelingen geleid (zie hierna). Alleen de betrekkelijk jonge kleiput in de Wolfswaard, nabij de steenfabriek, ligt nog open in het la ndschap. De plas wordt slechts omgeven door een smalle groenstrook, een teken dat ook deze kleiput niet meer in gebruik is. Complex van kleiputten, met natuurontwikkeling (ru2l) Onder invloed van de groeiende natuurbeweging nam in de late 20e eeuw de wens toe om een deel van de kleiputten een ‘natuurlijker karakter’ te geven, hetgeen vaak neerkomt op een ruiger beeld. Karakteristiek is de grillige vorm van de waterpartijen, de kleinschaligheid ervan en de afticheling van de gronden eromheen.

Door de bestemming van natuurgebied zijn de afgetichelde gronden doorgaans sterk verruigd en niet (meer) in agrarisch gebruik, zoals soms wel geldt voor afgetichelde gronden die geen natuurbestemming gekregen hebben. In de gemeente Neder-Betuwe vinden we drie duidelijke voorbeelden, namelijk in de Willemspolder nabij Echteld, in de Ochtense Buitenpolder en in de

RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021

[94]

'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe

uiterwaarden bij Opheusden, direct oostelijk van de Veerweg. In alle gevallen is de dubbele betekenis – afticheling en natuurontwikkeling – nog waarneembaar.

Figuur 51. Bij een lage zonstand zijn de kleiputten als blinkende vlekken in het uiterwaardenlandschap te herkennen (foto: RAAP, 29 november 2019).

Uiterwaard, met natuurontwikkeling (ru2n) In de meeste gevallen is natuurontwikkeling duidelijk gekoppeld aan de situering van de oude kleiputten. Slechts op twee plekken is dat niet het geval, namelijk een klein gebiedje westelijk van de Veerweg in Opheusden en een zone voor de dijk bij Kesteren, westelijk van Fort De Spees. Het zijn enigszins verruigde gebieden die niet meer in regulier agrarisch gebruik zijn. Er liggen wel enkele waterplassen, in het westen een klei- of zandwinningsput en in het oosten een oude doorbraakkolk. In tegenstelling tot de hiervoor genoemde gebieden zijn deze p lassen echter niet actief in het natuurontwikkelingsproject betrokken. De mate van ‘vernatuurlijking’ is in deze uiterwaarden derhalve beperkt.

RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021

[95]

'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe

Figuur 52. Natuurontwikkeling in de uiterwaard bij De Spees, met rechts de Grebbeberg (foto: RAAP, 29 november 2019).

Amsterdam-Rijnkanaal (ru2r) Anders dan de naam doet vermoeden loopt het Amsterdam -Rijnkanaal van het IJ bij Amsterdam naar de Waal bij Tiel. Het zuidelijke deel van dit kanaal, tussen de Lek en de Waal, wordt wel als Betuwepand aangeduid. Uit de verschillende tracévarianten, die in 1930 werden gepresenteerd, werd dat van de toenmalige hoofdingenieur van de Utrechtse waterstaat, Anton Mussert (1894 -1946), uitgekozen. Na de vaststelling van de wet die de aanleg mogelijk moest maken, in 1931, bleef het door de crisis lang stil. Weliswaar kon op 5 augustus 1938 het gedeelte tussen Utrecht en het Lekkanaal in gebruik worden genomen, maar het duurde tot mei 1952 voor het gehele kanaal werd geopend. Soms werden daarbij bestaande waterlopen verbreed, maar tussen Rijswijk aan de Lek en Tiel aan de Waal werd een volledig nieuw kanaal gegraven. Daarvoor moest langs de westzijde van het kanaal bij Tiel onder meer de oude boerderij Latenstein wijken. Bij Tiel werden, om voor het verval te compenseren, de Prins Bernhardsluizen aangelegd, die binnen het onderzoeksgebied valt. De bouw ervan vond in 1952 plaats, en in 1974 werd er een tweede kolk aan toegevoegd. In diezelfde periode, tussen 1965 en 1981, werd het kanaal aanzienlijk verbreed. De ze verbreding vond in het onderzoeksgebied aan de oostzijde plaats.

Op de plek waar de strang langs de Waalbandijk, hier niet meer dan een brede sloot, het kanaal kruist, is bij de aanleg een elektrisch gemaal geplaatst. Sluis en gemaal vallen onder de gemeente Tiel; binnen de gemeente Neder-Betuwe vallen nog wel de oostelijke dijken in het gebied westelijk van de buurtschap Den Akker.

RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021

[96]

'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe

Figuur 53. Zicht op het Amsterdam-Rijnkanaal, net buiten de gemeente Neder-Betuwe gelegen. De oeverzone van het kanaal op de achtergrond ligt wel nog in de gemeente (foto: RAAP, 29 november 2019).

Steenfabrieksterrein, hoogwatervrij (ru2s) Al eeuwen geleden begon men langs de grote rivieren met het bakken van stenen. Dit gebeurde doorgaans in kleine veldovens. Vooral sinds de late middeleeuwen, toen de steden van hout - naar steenbouw overgingen om stadsbranden te voorkomen, nam de vraag naar baksteen exponentieel toe. Naarmate de tijd verstreek werd de productie steeds meer een industriële bezigheid. Op kunstmatig opgehoogde terreinen verrezen sinds de late 19e eeuw steenfabrieken, die een aanzienlijk deel van de 20e eeuw het aanzicht van het rivierenlandschap bepaalden en velen een bestaan gaven. Fabrieksterreinen hebben we aangegeven in de Willemspolder (bebouwing aanwezig, grotendeels recent), ten zuidwesten van IJzendoorn (bebouwing grotendeels verdwenen), bij de Snor in de Ochtense Buitenpolder (bebouwing verdwenen), in de Hiense Uiterwaarden (bebouwing aanwezig) en in de Wolfswaard (bebouwing aanwezig, grotendeels recent). De verhoogd gelegen terrein vormen, mits passend in hun context, een belangrijke herinnering aan de sociale geschiedenis van de dorpen langs de Waal. Door de ruimtelijke veranderingen als gevolg van de sluiting van veel steenfabr ieken en sloop van de oude gebouwen staat de herkenbaarheid van het verleden echter onder druk.

RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021

[97]

'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe

Figuur 54. Het hoogwatervrije terrein bij Ochten, grotendeels van zijn bebouwing ontdaan (foto: RAAP, 29 november 2019).

Veer (ru2v) Over de Waal liggen en lagen meerdere veren. Twee ervan hebben we tot een afzonderlijke legendaeenheid gemaakt, omdat het ruimtebeslag daarvan aanzienlijk is. Het gaat allereerst om het voormalig veer ten zuidwesten van Ochten, waar we naast een haven oo k horecabebouwing aan de bandijk (Eethuisje de Veerstoep) herkennen. Naast het restaurant ligt een trapveldje. Het veer bestaat uit een kort kanaal met twee daarop uitkomende veerstoepen, evenals aan de overzijde bij Druten. Deze constructie werd niet lang vóór 1957 aangelegd, en vóór 1990 verrees hierbij ook het restaurant. Het veer Druten-Ochten, dat al vóór 1850 werd ingesteld, was een provinciaal veer. Toen de Prins Willem-Alexanderbrug in 1974 geopend werd, dreigde de provincie het veer op te heffen. Protest van onder meer het Comité tot behoud veer Ochten-Druten hielp niet, en het veer werd opgeheven. 130 Pas in 1999 werd een nieuw veer ingesteld, maar nu oostelijker, tussen Druten en Dodewaard. Het tweede veer onder dit type is het Opheusdens Veer, tusse n Opheusden en Wageningen. De bijzondere kwaliteit is hier de intacte veerdam, het zeer bijzondere veerhuis (vroege 19e eeuw, opvolger van een veerhuis van vóór 1754 dat aan de bandijk stond 131) met oude interieur en de

130 131

http://www.digibron.nl/search/detail/012ea5e86b87c476fa9cca19/veer -druten-ochten-moet-blijven Mulder & Franzen 2006: 26-27

RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021

[98]

'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe

enigszins verstilde sfeer. Het Opheusdens Veer heeft naar verluid een middeleeuwse ouderdom. In de 19e eeuw gingen er een gierpont en zeilpont naar de overkant; het overzetten van arbeiders was zoals op andere plekken in het rivierengebied lange tijd een belangrijke functie.

Figuur 55. De veerstoep van het Opheusdens Veer, dat Neder-Betuwe met Wageningen en Rhenen verbindt (foto: RAAP, 29 november 2019).

Zandwinplas (ru2z) Resultaten van een heel andere industrie zijn de zandwinningsplassen, die werden gegraven om grondstoffen voor de bouw en de infrastructuur te verkrijgen. Doordat de toepassing vaak niet lokaal was, was aantakking op een transportsysteem wenselijk. Daardoor hebben de meeste buitendijkse zandwinningsplassen een open toegang tot de rivier. Vanwege de betrekkelijk geringe lokale betekenis is de cultuurhistorische waarde veel lager dan die van de kleiputten, waar een verhaal omheen hangt. In de gemeente Neder-Betuwe is een groot aantal buitendijkse zandwinningsplassen aanwezig. In enkele gevallen, zoals bij Dodewaard, zijn zij rond steenfabrieken op vermoedelijk reeds afgetichelde percelen aangelegd. Zo gaf men percelen die geen functie voor de steenbakkerij en wellicht ook relatief beperkt voor de landbouw, een nieuwe functie.

RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021

[99]

'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe

Figuur 56. Een grote zandwinningsplas in de uiterwaarden bij IJzendoorn werd omgevormd tot overnachtingshaven (foto: RAAP, 29 november 2019).

4.3.3

Water

Rivierloop (W) De Waal en Rijn zijn de hoofdaders van het rivierengebied, en vormen alleen al door hun ruimt ebeslag een landschap op zichzelf. Wat nu als relatief statisch en eenvormig mag verschijnen, vormde tot in de 19e eeuw een hoogdynamisch landschap van zich verleggende rivierlopen, zandplaten, etc. Pas met de bekribbing en riviervastlegging in de 19e eeuw, het gevolg van meerdere internationale afspraken over de bevaarbaarheid van de grote rivieren, kregen de rivier en zijn oevers de huidige vorm. Relevant in dat kader zijn het Rijnvaartverdrag (1831) en de Herziene Rijnvaartakte (1868). Daarin was onder m eer de verplichting opgenomen om de rivier te verbeteren en te onderhouden. De Lek en de Waal maakten volgens de verdragen deel uit van het Rijnsysteem.

RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021

[100]

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10965277/3