Bijlage 2 - Cultuurhistorische waardenkaart
Tekst van het document
De onderverdeling in subtypen is gemaakt op bas is van een aantal criteria: 1.
verschil in vorm, regelmaat en positionering;
2.
verschil in historisch en hedendaags grondgebruik;
3.
verschil in genese;
4.
verschil in natte/droge omgeving;
5.
verschil in openheid/geslotenheid voor wat betreft opgaand groen.
3.2.2
Waardering
De waardering van het historisch cultuurlandschap heeft plaatsgevonden door elk gekarteerd deelgebied op drie criteria te beoordelen: 1. de gaafheid van de huidige topografie ten opzichte van de situatie omstreeks 1850 c.q. de situatie ten tijde van de aanleg, d.w.z. type grondgebruik, verkaveling, percelering etc.; 2. de gaafheid van de huidige verticale dimensie in het landschap (fysiognomie) ten opzichte van de situatie omstreeks 1850 c.q. de situatie ten tijde van de aanleg, d.w.z. de openheid of geslotenhei d van het landschap (aan- of afwezigheid van opgaand groen), de aanwezigheid van bebouwing, etc.; 3. de aanwezigheid van bijzondere kenmerken, waardoor het gebied een hogere waardering moet krijgen dan het op basis van andere twee criteria krijgt, zoals bijvo orbeeld een hoge ouderdom. Op elk criterium is een score van 0 tot 5 genoteerd. Voor de eerste twee criteria is dat op basis van een strakke definitie gebeurd (tabellen 4.1 en 4.2), voor de laatste op basis van expert judgement (beoordeling op basis van algemene kennis van de vakspecialist). Voor het derde criterium hebben we
116
Baas & Brand, 2011. W ageningen is één van de fundamenten van de historische geografie in Nederland, achtereenvolgens onder leiding van dr. A.W . Edelman-Vlam (1909-1999), A.D.M. Veldhorst, prof. drs. J.A.J. Vervloet en hun medewerkers aan de Stichting voor Bodemkartering, DLO-Staring Centrum, Alterra en de Wageningen Universiteit. Toepassing van kennis in beleidsvorming is altijd een peiler geweest binnen de W ageningse instituten. Daarom wordt er wel gesproken over W ageningse tradities binnen de historische geografie. 117 De kartering voor de TMK heeft plaatsgevonden tussen 1844 en 1852, waarna tussen 1850 en 1864 alle kaartbladen verschenen. Veldtekeningen en daarop gebaseerde nettekeningen vormden de basis van de TMK, die in zijn eindversie als zwart witte steendruk is verschenen.
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[54]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
geen exacte omschrijving gegeven wat er onder welke score verstaan wordt, omdat dit per deelgebied kan verschillen en het afhangt van de bijzonderheid die in dat specifieke deelgebied aan de orde is. Van deze waarderingssystematiek kon op heel specifieke gronden worden afgeweken. Die zijn in de achterliggende database verwoord.
score
omschrijving
0
volledig gewijzigd
1
overbouwd
2
verkaveling sterk gewijzigd, grondgebruik sterk gewijzigd
3
hoofdstructuur verkaveling grotendeels intact, grondgebruik sterk gewijzigd óf hoofdstructuur in belangrijke mate gewijzigd, maar grondgebruik grotendeels intact
4
hoofdstructuur verkaveling grotendeels intact, grondgebruik merendeels intact
5
verkaveling grotendeels intact, grondgebruik grotendeels intact
Tabel 1. Waardering gaafheid van de historische situatie in de huidige topografie cq. de aanlegperiode.
score
omschrijving
0
volledig gewijzigd
1
overbouwd
2
openheid/geslotenheid sterk gewijzigd, bebouwing grotendeels verplaatst
3
openheid/geslotenheid half intact, bebouwing deels origineel, deels gewijzigd
4
openheid/geslotenheid grotendeels intact, bebouwing merendeels origineel gesitueerd
5
openheid/geslotenheid grotendeels intact, bebouwing als origineel gesitueerd
Tabel 2. Waardering gaafheid van de fysiognomie ten opzichte van de historische situatie omstreeks 1850 cq. de aanlegperiode.
Een totaalwaardering werd uiteindelijk berekend door de drie scores op te tellen en door drie te delen. Daardoor telt elk criterium even zwaar. De scores die uit deze berekening kwamen, zijn in zes waarderingscategorieën (van zeer laag tot zeer hoog) verdeeld (tabel 3). De waardering wordt inhoudelijk gemotiveerd in de GIS-tabellen.
gemiddelde score
waardering
0
niet gewaardeerd
1,0 - 2,5
laag
2,6 - 3,5
gemiddeld
3,6 - 4,5
hoog
4,6 - 5,0
zeer hoog
Tabel 3. Classificatie van de eindscores.
Hoewel op basis van bovenstaande criteria een vrij objectieve score berekend kan worden, blijft de waardering toch een bepaalde mate van subjectiviteit houden. Dat komt niet alleen door de nadruk op het criterium ‘gaafheid’ en de keuze voor het derde crite rium (‘bijzondere kenmerken’), maar ook door de schaal van het te beoordelen gebied en de begrenzing ervan. Voor de waardering zijn de grotere
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[55]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
gebieden, zoals gekarteerd bij de inventarisatie, slechts in zeer uitzonderlijke gevallen verder opgeknipt om willekeur te voorkomen. Een lage waardering voor een gebied betekent daarmee niet dat er in het gebied geen enkele bijzondere individuele waarde kan voorkomen!
3.3 Landschapselementen 3.3.1
Inventarisatie
De landschapselementen zijn geïnventariseerd aan de hand van his torisch kaartmateriaal, historische en recente luchtfoto's, het AHN2/3, bestaande inventarisaties, veldwerk en opmerkingen van streekkenners en historische verenigingen. Specifiek zijn onder andere de volgende schriftelijke bronnen geraadpleegd: - Diverse manuscriptkaarten, Gelders Archief; - Kadastrale minuutplans uit ca. 1832 (via gevectoriseerd bestand HisGIS Gelderland); - Veldminuten van de TMK uit 1850; - Rivierkaarten 1e druk serie 1 en 2, 1e herziening serie 1 en 2, 2e herziening serie 1 en 2; - Bonnebladen late 19e eeuw en begin 20e eeuw; - Na-oorlogse topografische kaarten schaal 1:25.000; - RAF-luchtfoto's via Geoportaal WUR; - Actueel Hoogtebestand Nederland 2/3; - Heerlijkheid op moderne leest: cultuurhistorische rapportage voor de herinrichting van de Oostelij ke Willemspolder: achtergronden, analyses en kansen. RAAP-rapport 1485 (Van Hemmen & Heunks, 2007); - Archeologische verwachtings- en beleidskaart van Neder-Betuwe (Schuurman & De Roode, 2008; Sueur & Van der Kant, 2016) - Kader Ruimtelijke Kwaliteit en Conditionerende onderzoeken (RKC) Dijkverbetering Neder-Betuwe (NeBe): onderdeel aardkunde, archeologie en cultuurhistorie. RAAP -rapport 3289 (Boshoven e.a., 2018); - Een schatkist met toekomstwaarde.
Het erfgoed van de gemeente Neder -Betuwe als bouwsteen voor een duurzame leefomgeving (Bolder & Van Hemmen, z.j.).
De geïnventariseerde elementen zijn ondergebracht in een aantal categorieën. Elk element is kort getypeerd en gewaardeerd. Verdwenen elementen zijn in principe niet opgenomen, tenzij daarvoor een bijzondere reden bestond.
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[56]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
3.3.2
Waardering
laag
waarde 1
waarde 2
waarde 3
infrastructuur_lijn, infrastructuur_vlak
materialisering:
lijn: profiel:
1: materialisering verdwenen
1: 4-baansweg
historisch gezien wel/niet opgaand groen:
2: sterk verbreed / vrijliggend fietspad / landelijke weg > woonwijk
1: volledig verdwenen
4: halfverhard / passende klinkerbestrating
3: verbreed
3: niet beplant, nu wel beplant
5: onverhard / ongewijzigd
5: ongewijzigd
2: geasfalteerd / moderne bestrating
4: licht verbreed
vlak: herkenbaarheid: 3: niet goed herkenbaar als dorpsplein
2: sterk gewijzigd / meer dan de helft verdwenen
4: licht gewijzigd / minder dan de helft verdwenen / niet beplant, nu licht beplant 5: ongewijzigd / beplanting verdicht
5: herkenbaar als dorpsplein
waterstaat_lijn
profilering: 1: gekanaliseerd
historisch gezien wel/niet opgaand groen 118:
2: sterk gewijzigd
1: volledig verdwenen
3: geen structurerend karakter
3: gewijzigd
2: sterk gewijzigd / meer dan de helft verdwenen
5: wel structurerend karakter
4: licht gewijzigd 5: ongewijzigd
structurerende karakter:
3: niet beplant, nu wel beplant 4: licht gewijzigd / minder dan de helft verdwenen / niet beplant, nu licht beplant 5: ongewijzigd / beplanting verdicht
waterstaat_punt
ouderdom:
-
materialisering / omgeving:
3: niet aanwezig op historische locatie
3: geen origineel / omgeving sterk gewijzigd
5: aanwezig op historische locatie
4: geen origineel / omgeving gewijzigd 5: origineel / omgeving weinig gewijzigd
opgaandgroen_lijn
landschappelijke hiërarchie van de beplanting:
intactheid van de laan, wel/niet onderdeel van groter geheel :
1: niet herkenbaar als landschappelijke lijn
3: niet-aaneengesloten restant van een ooit langere lijn / bestaand uit jonge bomen / geen onderdeel van een groter geheel
3: herkenbaar als lijn, maar geen structurerend element 5: structurerend element
2: onduidelijk restant van een ooit langere lijn
4: goeddeels aanwezige lijn, bestaande uit meerdere beeldbepalende/monumentale bomen of onderdeel van een groter geheel 5: lange aanwezige lijn, bestaande uit meerdere beeldbepalende/monumentale bomen of onderdeel van een groter geheel
Deels is groen dat de beek markeert nu wel in de laag ‘opgaand groen’ opgenomen, ook al is het niet historisch. Heeft te maken met de benadrukking van de lineaire structuur, hetgeen in stedelijk gebied naar onze mening relevant is. 118
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[57]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
laag
waarde 1
waarde 2
opgaandgroen_vlak
gaafheid van de historische landschappelijke context:
bijzonderheden / zeldzaamheid:
1: context verdwenen
1:niet bijzonder
3: context deels aanwezig
3:vrij bijzonder
5: context aanwezig
5: bijzonder
waterstaat_vlak
waarde 3
woerden: zichtbaarheid: 1: nauwelijks zichtbaar
woerden: ouderdom:
woerden: bebouwing:
3: matig zichtbaar
3: in 1832 geen bebouwing
2: nu geen bebouwing
4: goed zichtbaar
5: in 1832 wel bebouwing
4: nu wel bebouwing
5: zeer goed zichtbaar
nederzetting_vlak
herkenbaarheid:
lokale zeldzaamheid:
ouderdom:
nijverheidindustrie_vlak reliëf_vlak
1: nauwelijks herkenbaar
3: algemeen voorkomend
3: na 1900
3: vaag herkenbaar
4: weinig voorkomend
4: voor 1900 / onbekend
5: goed herkenbaar
5: zeer weinig voorkomend
5: voor 1832
ouderdom: 1: na 1950
ensemblewaarde (som):
herkenbaarheid:
-kerk/kapel: 1
3: tussen 1832 en 1950
-kenmerkend groen (grote bomen): 1
1: terrein herkenbaar, graven verdwenen
funerair_vlak
5: voor 1832
-muur: 1
3: geen nieuwe begravingen 5: in gebruik
-oude of bijzondere graven (weinig / veel): 1 / 2
oorlogdefensie_punt oorlogdefensie_lijn oorlogdefensie_vlak
ouderdom: 2: na 1900 3: voor 1900 4: voor 1800 5: voor 1600
gaafheid van het element (bebouwing / profiel / opgaand groen / …):
gaafheid van de historische landschappelijke context:
3: omtrek intact, oppervlak gewijzigd / ernstig beschadigd
4: context deels aanwezig
4: deels intact, deels gewijzigd/beschadigd
3: context verdwenen 5: context grotendeels aanwezig
5: intact / licht gewijzigd
Tabel 4. Waarderingscriteria voor landschapselementen.
Een totaalwaardering werd uiteindelijk berekend door de drie scores op te tellen en door drie te delen. Daardoor telt elk criterium even zwaar. De scores die uit deze berekening kwamen, zijn in vijf waarderingscategorieën (van niet gewaardeerd tot zeer hoog) verdeeld. De waardering van de hoog en zeer hoog gewaardeerde elementen wordt inhoudelijk gemotiveerd in de GIS-tabellen.
gemiddelde score
waardering
0
niet gewaardeerd
1,0 - 2,5
laag
2,6 - 3,5
gemiddeld
3,6 - 4,5
hoog
4,6 - 5,0
zeer hoog
Tabel 5. Classificatie van de eindscores.
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[58]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
3.4 Historische bouwkunst en stedenbouw 3.4.1
Inventarisatie
Onder de historisch-bouwkundige en stedenbouwkundige waarden wordt het beschermde en onbeschermde 'bovengrondse' gebouwde erfgoed verstaan: gebouwen (objecten, complexen en ensembles), stedenbouwkundige structuren, maar ook historisch straatmeubilair, grenspalen, herinneringsmonumenten, monumentale kunst in de openbare ruimte (dat wil zeggen: wandkunst, nagelvast verbonden met architectuur), etc. Tevens vallen beschermde stads - en dorpsgezichten, voor zover aanwezig, onder dit begrip, evenals andere bijzondere gezichten/ensembles, historische buitenplaatsen en gebieden. Voor het onderdeel (historisch-)bouwkundige waarden zijn zowel beschermde als onbeschermde objecten en ensembles geïnventariseerd, gewaardeerd en geselecteerd ten behoeve van de inventarisatiekaart (kaartbijlage 3). De onderlinge samenhang, de ruimtelijke context en de historische gebiedskarakteristiek, speerpunten in het ruimtelijk erfgoedbeleid, kunnen zo optimaal worden vergeleken en gewogen. Ook alle rijksmonumenten en de gemeentelijke monumenten van de gemeente Neder-Betuwe (stand van zaken: januari 2020) zijn in de inventarisatie opgenomen. De inventarisatie en de selectie zijn er op gericht een zo compleet mogelijk beeld te verkrijgen van het waardevolle bouwkundige erfgoed, op gemeentelijk monumentniveau, gerelateerd aan voor de gemeente Neder-Betuwe kenmerkende thema’s, gebieden en ensembles.
Herijking gemeentelijke monumentenlijst Naast de selectie van waardevolle objecten en ensembles ten behoeve van de cultuurhistorische waardenkaart dient de inventarisatie een tweede doel: de onderbouwing van en aanzet tot de herijking van de bestaande gemeentelijke monumentenlijst van de gemeente Inventarisatieperiode In de inventarisatie is in principe de tijdsperiode tot circa 1980 onderzocht, dus inclusief de periode van de wederopbouw (1945-1965). Incidenteel zijn nog wat jongere objecten en ensembles in de inventarisatie opgenomen vanwege hun grote (architectuur)historische of ruimtelijke betekenis. Met de toevoeging van de wederopbouwperiode tot 1965 is een verdiepingsslag gemaakt ten opzichte van de rijks- en de gemeentelijke monumentenlijst van de gemeente Neder-Betuwe, die op enkele uitzonderingen na vooral objecten van vóór 1940 bevatten én reeds eerder uitgevoerde inventarisatie s in de gemeente. Bureauonderzoek en veldwerk De inventarisatie is opgesplitst in een bureauonderzoeksfase en een veldwerkfase.
In de bureauonderzoeksfase is kennis genomen van alle bestaande inventarisatielijsten, de redengevende beschrijvingen van de rijksmonumenten en de gemeentelijke monumenten, MIP-inventarisaties, eerdere monumenteninventarisatie en de verschillende objectgerichte overzichten zoals lijsten met oorlogsmonumenten, industrieel erfgoed, wederopbouwboerderijen, objecten en structuren in de Linie Ochten-De Spees, kunst in de openbare ruimte, etc. Tevens is relevante literatuur bestudeerd (zie literatuurlijst), alsmede via internet beschikbare inventarisaties en overzichten van bijvoorbeeld
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[59]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
oorlogsmonumenten, naoorlogs erfgoed, gevelstenen en de database van het Nie uwe Instituut (BONAS-archiwijzer). Ook de verschillende beeldbanken zijn geraadpleegd. Een belangrijke inspiratiebron voor de inventarisatie is het project “De Schatkist van Neder -Betuwe”, waarvan de uitkomsten zijn verzameld in de publicatie Een schatkist met toekomstwaarde. Het erfgoed van de gemeente Neder-Betuwe als bouwsteen voor een duurzame leefomgeving (2019). Inwoners en kenners van de gemeente hebben talloze suggesties aangedragen voor wat hun betreft waardevol erfgoed, dat doorgegeven zou moeten worden aan volgende generaties. Het is het erfgoed dat volgens hen het verhaal vertelt over het vroegere leven van de Neder -Betuwenaren. De suggesties zijn verzameld in het bovengenoemde boek. Naast verhalen, plekken en structuren worden in het boek ook tal van gebouwde objecten, ensembles en ruimtelijke thema’s genoemd als onderdeel van de “schatkist”, die relevant zijn voor het thema “historische bouwkunst en stedenbouw” op de cultuurhistorische waardenkaart. Deze zijn – net als voor landschap - meegenomen in de inventarisatie en, indien van voldoende monumentwaarde, meegenomen in de selectie. Het tweede deel van het inventarisatiewerk bestaat uit een veldbezoek. Het veldwerk is uitgevoerd in de periode november 2019 – januari 2020.
De objecten en ensembles zijn vanaf de openbare weg geïnventariseerd. Er is niet alleen gekeken naar de individuele objecten en complexen, maar ook naar de ensembles, met name die binnen de samenhangende historische structuren (oude kernen, voor - en naoorlogse uitbreidingswijken, landgoederen en buitenplaatsen, boerderijensembles, linten). Ook de reeds beschermde monumenten zijn opnieuw geïnventariseerd. De inventarisatie biedt immers een goede gelegenheid om de huidige staat van overlevering te beoordelen en eventueel niet -beschermde erfbebouwing alsnog onder de aandacht te brengen. Van de meeste objecten, voor zover zichtbaar vanaf de openbare weg, is een actuele foto gemaakt. Wanneer opgenomen in de inventarisatie? In de opdracht lag besloten om naast de beschermde monumenten in het bijzonder objecten aan de cultuurhistorische waardenkaart toe te voegen met op zijn minst een erfgoedwaarde op gemeentelijk monumentniveau. De geïnventariseerde objecten en complexen hebben dan ook gemeen, dat ze alle een positieve of hoge cultuurhistorische en/of ruimtelijke waarde bezitten binnen de (steden)bouwkundige geschiedenis van Neder-Betuwe en de in deze gemeente aanwezige karakteristieke gebieden.
Ze zijn in eerste instantie geselecteerd aan de hand van algemeen gangbare architectuurhist orische, cultuurhistorische en historisch-ruimtelijke (ensemble) waarderingscriteria, zoals herkenbaarheid (ten aanzien van de oorspronkelijke functie), een redelijke mate van gaafheid, authenticiteit en/of zeldzaamheidswaarde, zichtbaarheid (beeldbepalend) en ensemblewaarde. De uit deze eerste schifting geselecteerde objecten zijn uiteindelijk ten behoeve van de cultuurhistorische waardenkaart opnieuw gewaardeerd. Alle in eerdere inventarisaties opgenomen objecten zijn, voor zover nog bestaand, voor de waardenkaart opnieuw beoordeeld en indien relevant genoeg aan de selectie toegevoegd. Zoals eerder vermeld is de selectie uitgebreid met een aantal nooit eerder geïnventariseerde objecten en ensembles, in het bijzonder uit het tijdperk van het interbellum ( 1918-1940) en de naoorlogse periode (tot 1965). In totaal gaat het, inclusief de beschermde monumenten, om ruim 250 objecten. Zie verder de paragraaf over de waardering.
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[60]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
3.4.2
De database / legenda
Database met variabelen De via bovenstaande methodiek geïnventariseerde en geselecteerde historische bouwkunst is samengebracht in een uitgebreide database met een aantal variabelen. Deze database is gekoppeld aan de cultuurhistorische waardenkaart. De variabelen zijn: objectnummer adres huisnummer plaats naam thema / subthema klasse 1 (categorie) klasse 2 (tweede classificatie, als uitsplitsing van klasse 1, subcategorie) klasse 3 (derde classificatie, als uitsplitsing van klasse 2) klasse 4 (vierde classificatie, aanvulling op de eerdere klassen) bijzonderheden ensembleonderdeel ontstaan periode datering exacte datering architect-ontwerper bouwstijl korte beschrijving en toelichting waardering status bescherming (gemeentelijk monument, rijksmonument of geen) monumentnummer (indien beschermd rijks- of gemeentelijk monument) bouwhistorische verwachtingswaarde, pre 1850 waardering (waardetoekenning en zes criteria) bron Toelichting op de variabelen Adres en huisnummer Actuele adres op basis van de vermelding in de online bagviewer. Voor objecten en complexen met adressen in verschillende straten zijn extra velden beschikbaar.
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[61]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
Plaats Betreft de naam van het dorp, zoals dat ook vermeld is in het officiële adres. Thema In de inventarisatie wordt een aantal bouwcategorieën en thema’s onderscheiden (zie het onderstaande lijstje). Binnen de bouwcategorieën (thema’s) bestaan verschillende subthema’s en bouwtypen (klassen), als verfijning van het hoofdthema. Deze “bouwtypen” zijn in een aparte kolom van de bijbehorende database vermeld. In het thema “agrarisch cultuurlandschap” wordt bijvoorbeeld onderscheid gemaakt in de gebouwtypen “boerderij” en “schuur”, waarna een verdere verfijning plaats vindt naar type (hallenhuisboerderij/T-boerderij/etc.) . De categorieën zijn:
Agrarisch cultuurlandschap
Bestuur en rechtspraak
Gezondheidszorg
Handel en bankwezen
Herdenken (funerair erfgoed, herinneringsmonumenten)
Industrie, ambacht en bedrijf (ook delfstoffenwinning)
Infrastructuur (land- en waterwegen, spoor)
Kastelen en buitenplaatsen
Onderwijs
Oorlog en defensie
Religie
Sport en recreatie
Waterbeheer
Wooncultuur
De verschillende thema’s/subthema’s zijn in de aan de kaart gekoppelde database vermeld en ook met verschillende kleuren inzichtelijk gemaakt in de legenda. Bijzonderheden Onder bijzonderheden wordt, indien noodzakelijk, aanvullende relevante informatie verstrekt, bijvoorbeeld over bijzondere details, opdrachtgevers of functies. Ensemble De naam van het ensemble (bijvoorbeeld een beschermd dorpsgezicht), waarvan het object deel uitmaakt. Ontstaan
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[62]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
In dit veld kan, wanneer bekend, de volledige periode van de bouw worden vermeld, bijvoorbeeld 1960 1962. Ook kan het veld worden gebruikt wanneer het object in zijn huidige verschijningsvorm het resultaat is van twee of meer ingrijpende transformaties. Een voorbeeld zijn de omstr eeks 1920-1930 met een volledige verdieping verhoogde laat-19e-eeuwse arbeiderswoningen, die oorspronkelijk één bouwlaag met kap bezaten. In dit geval kan de vermelding in het veld zijn: 1893 -1930. Datum periode Dit veld bevat een vermelding van het tijdvak, waarin het object in zijn oorspronkelijke vorm is ontstaan. Hiertoe wordt een vaste tijdvakindeling aangehouden, zodat via deze informatie interessante kaartbeelden kunnen worden getoond. De tijdvakindeling is als volgt: 1200 -1600, 1600-1700, 17001800, 1800-1850, 1850-1875, 1875-1900, 1900-1910, 1910-1920, 1920-1930, 1940-1955, 1955-1965, 1965-1975, 1975-1990, 1990-2000, 2000-2020. Datum exact De exacte datering (oorspronkelijk bouwjaar) wordt hier alleen ingevuld als deze op basis van een duidelijke en plausibele vermelding in geraadpleegde bronnen of via opschriften/gevelstenen bekend is. Die bronnen kunnen zijn: literatuur, eerdere inventarisatielijsten, gebiedsanalyses, bouwhistorische verkenningen, bouwdossierinformatie of, wanneer deze heel plausib el lijkt, het in de bag vermelde jaar van ontstaan.
Architect-ontwerper Informatie op basis van de beschikbare literatuur, eerdere onderzoeken en analyses en de redengevende beschrijvingen. Bouwstijl Zoveel mogelijk uitgaande van de stijlen-thesaurus van de RCE. Korte beschrijving en toelichting waardering Dit veld is bedoeld voor een aanvullende toelichting bij in andere velden aangeboden informatie en aandachtspunten bij de waardering. NB: het betreft dus geen officiële waardenstelling. Status Bevat informatie over de huidige status van bescherming (rijksmonument R, gemeentelijk monument G). Wanneer er geen status is wordt volstaan met ‘geen’. Monumentnummers Twee kolommen beschikbaar voor de actuele registratienummers van de rijksmonumenten en de gemeentelijke monumenten. Oudere kern Dit veld vermeldt de (vermoede) aanwezigheid van een oudere bouwsubstantie dan de voorgevel (of zichtgevels) doet vermoeden.
Bouwhistorische verwachtingswaarde
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[63]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
Dit veld geeft aan of een object wel of niet bouwrestan ten bezit van voor 1850 (ja/nee) of wanneer dit niet bekend is. Waarde cultuurhistorische waardenkaart In dit veld wordt, uitgedrukt in een kwalificatie, de eindscore van de toetsing aan de hand van de zes criteria vermeld:
Z (zeer hoge erfgoedwaarde)
H (hoge erfgoedwaarde)
P (positieve erfgoedwaarde)
B (beeldondersteunende erfgoedwaarde)
X (geen waardering)
Criterium 1 t/m criterium 6 Deze kolommen bevatten de scores, behaald na weging van de verschillende criteria (zie § 3.4.4). Bron 1 – Bron 2 Deze velden bevatte de belangrijkste geraadpleegde informatiebron, op basis waarvan informatie is verkregen over functie, opdrachtgever, datering en architect -ontwerper, etc. Ook is het hier vermeld als een object expliciet is vermeld in Een schatkist met toekomstwaarde. Toelichting kartering Bij uit verschillende gebouwen samengestelde ensembles, bijvoorbeeld buitenplaatsen, is er naar gestreefd de complexonderdelen (bijvoorbeeld hoofdhuis, koetshuis, tuinhuis, toegangspoort) afzonderlijk in de inventarisatie op te nemen. Ieder object is gedefinieerd met een eigen set data en een waardering. Ook de aan reeds beschermde ensembles toegevoegde nieuwe items zijn apart in de database opgenomen. Indien relevant zijn ook losse onderdelen in tuinen en op erven in d e inventarisatie meegenomen en in database en kaart afzonderlijk vermeld (bijvoorbeeld bruggen met toegangshekken, baarhuizen op begraafplaatsen). Historische begraafplaatsen zijn als vlak opgenomen. Historische tuinhekken bij particuliere woningen zijn alleen in uitzonderingsgevallen op de kaart gezet: daar waar deze expliciet onderdeel zijn van de bescherming en waar het gaat om wat betreft de vormgeving zeer bijzondere exemplaren.
3.4.3
Ensembles en stedenbouwkundige kenmerken en elementen
Er is niet alleen gekeken naar de individuele objecten en complexen, maar ook naar de ensembles, in het bijzonder die binnen de samenhangende historische structuren (de historische kernen, uitbreidingswijken van voor en na de Tweede Wereldoorlog, de buitenplaatsen en landgoe deren, de boerderijlocaties). De selectie van de “nieuwe” objecten en ensembles heeft plaats gevonden op basis van de ruimtelijke en cultuurhistorische selectiecriteria: stedenbouwkundige/landschappelijke en ensemblewaarden, lokaalhistorische waarden, architectuur- en bouwhistorische waarden, herkenbaarheid, gaafheid/authenticiteit en zeldzaamheidswaarde. Zowel de beschermde als de niet -beschermde objecten en ensembles zijn meegenomen.
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[64]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
3.4.4
Waardering historische bouwkunst en stedenbouw
Inleiding: waardering in schaalniveaus Bij de waardering van de objecten wordt uitgegaan van verschillende schaalniveaus, waaraan, naast regulier beschermingsbeleid via Monumentenwet of erf -goedverordening, specifiek beleid via het bestemmingsplan gekoppeld kan worden. De waardenkaart is daarmee ontwikkelingsgericht en geeft informatie over hoe om te gaan met de beschermde en onbeschermde waarden, wanneer ontwikkelingen plaats vinden of moeten worden getoetst (behoud, onderzoek, ontwikkelingsmogelijkheden, randvoorwaarden en aanbevelingen). De kaart kan als onderlegger worden gebruikt voor nieuwe bestemmingsplannen, maar ook als basis dienen voor de selectie van nieuwe gemeentelijke monumenten. In een separaat beleidsadviesdocument gaan we nader op deze materie in. De selectie van bijzondere (steden)bouwkundige ensembles geeft een overzicht van die gebieden, waarbinnen ruimtelijke ontwikkelingen vanuit cultuurhistorisch perspectief om speciale aandacht vragen. Waarderingscriteria gebouwen en objecten De waardering van de geselecteerde objecten en de uiteindelijke klassering in verschillende erfgoedwaarden heeft plaatsgevonden via een toetsing aan de hand van zes ruimtelijke en cultuurhistorische waarderingscriteria.
Deze criteria zijn speciaal voor dit doel geformuleerd op basis van bovengenoemde algemeen, gangbare criteria en zijn eerder ook in andere gemeenten toegepast: - Stedenbouwkundige en ensemblewaarde: het belang van het object als onderdeel van de ontwikkelingsgeschiedenis van het gebied of een bijzondere stedenbouwkundige ontwikkeling of planvorming; en/of als onderdeel van cultuurhistorische gebiedskarakteristiek en/of ensemblewaarde, bijvoorbeeld in relatie tot een beschermd stads - of dorpsgezicht, een waardevol gebied en beschermde monumenten; - Beeldbepalende waarde: het belang van het object vanwege de bijzondere betekenis voor het beeld van zijn omgeving (bijvoorbeeld: markant onderdeel lintbebouwing, opmerkelijke (hoek)ligging, zichtlijn, landmark); - Herkenbaarheid en bijzondere functie (historische waarde): het belang v an het object vanwege de herkenbaarheid van het oorspronkelijke concept en de oorspronkelijke (bijzondere) functie, in relatie tot de ontwikkelingsgeschiedenis en de historische gelaagdheid van het gebied; relatie met voor de gemeente Neder-Betuwe belangrijke personen, gebeurtenissen en activiteiten; - Gaafheid: het belang van het object wegens de authenticiteit van hoofdvorm, gevelindeling en/of detaillering; - Architectuur- en bouwhistorische waarde: het belang van het object vanwege een kenmerkende / bijzondere bouwstijl, typologie, vorm,
materiaalgebruik en constructie; het belang binnen het oeuvre van een architect; - Zeldzaamheidswaarde: in architectuur- en/of bouwhistorisch, stedenbouwkundig, typologisch, functioneel of historische opzicht.
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[65]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
Het gaat dus om een aantal cultuurhistorische en architectuurhistorische, maar ook contextuele, historisch-ruimtelijke criteria, die het object duiden als onderdeel van een specifieke lokale cultuurhistorische gebiedskarakteristiek, bijvoorbeeld delen van de dorpskern en en het buitengebied. Overigens zijn ook de rijksmonumenten en de gemeentelijke monumenten nog eens aan deze criteria getoetst. Zoals blijkt uit de inventarisatie vallen de al beschermde monumenten meestal binnen de hoogst gewaardeerde categorie (hoge cultuurhistorische waarde). Met de ruimtelijke insteek van deze toetsing wordt geanticipeerd op de veranderende benadering van erfgoed, zoals die in het nieuwe rijksbeleid is geformuleerd. Hierin wordt aangedrongen op een grotere rol voor cultuurhistorie in het ruimtelijk beleid. De directe omgeving van historische objecten, complexen en ensembles is immers zeer bepalend voor de wijze waarop de cultuurhistorische kwaliteit tot zijn recht komt. Ook de gebieden zelf kunnen cultuurhistorische kwaliteiten bezitten. Alle in de inventarisatie opgenomen objecten zijn met behulp van bovenstaande criteria en met in achtneming van de verschillende gebiedskarakteristieken getoetst. Per criterium kunnen de volgende scores worden gehaald: - Hoge waarde: ++ - Positieve waarde: + - Neutrale waarde: 0 - Negatieve waarde: gemiddelde score
Waardering
Minimaal 5x ++ en 1x +
Zeer hoge erfgoedwaarde of monumentwaarde (Z)
Minimaal 3x ++ en 3x +
Hoge erfgoedwaarde of (potentiële) monumentwaarde (H)
Minimaal 5x + en 1x 0
Positieve (middelhoge) of beeldbepalende erfgoedwaarde (P)
Minimaal 3x + en 3x 0
Lage erfgoedwaarde of beeldondersteunende waarde (B)
Tabel 6. Scores en klassen van de waardering.
De zes criteria worden in deze indicatieve beoordeling als gelijkwaardige eenheden gewogen. Bij het toekennen van de hoge, positieve, neutrale of negatieve waarden (met plussen en minnen) wordt de aanwezige waarde genuanceerd en blijkt welke waarden het meest uitgesproken aanwezig zijn. Ingegeven door de opdrachtwens zijn in Neder-Betuwe voornamelijk objecten met een hoge erfgoedwaarde (erfgoedwaarde op gemeentelijk monumentniveau) geselecteerd. Gebouwen met bouwhistorische kwaliteiten van voor 1850 In de waarderingskaart zijn de gebouwen met een bouwhistorische v erwachtingswaarde gemarkeerd. Het gaat om beschermde en niet-beschermde gebouwen, waarvan op basis van beschikbare informatie uit bouwhistorische rapportages, redengevende beschrijvingen en inventarisatiegegevens bekend is of verwacht wordt dat er (intern) historische bouwconstructies en bouwsporen van belang en daterend uit de periode voor circa 1850 bewaard zijn gebleven. Ook via waarnemingen vanaf de openbare weg kunnen bouwhistorische kwaliteiten worden verondersteld, bijvoorbeeld zichtbaar in de aanwez igheid van gevels met oude bouwsporen, specifieke dakhellingen, etc. In veel gevallen gaan deze oude waarden echter verscholen achter veel jongere gevels, zodat ze weinig zichtbaar zijn en bij herstel en transformatie van gebouwen niet goed op het netvlies staan.
Het gaat om gebouwen, die tot de oudste bouwsubstantie in de gemeente Neder-Betuwe behoren.
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[66]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
In het buitengebied betreft het vooral de oudere boerderijen en de bebouwing op historische landgoederen en buitenplaatsen. In de kernen bezitten eveneens de oudere boerderijen vaak een bouwhistorische verwachtingswaarde, alsmede de voor 1850 tot stand gekomen historische kerkgebouwen en pastorieën. De gebouwen met een bouwhistorische verwachting zijn alle ook getoetst aan de hand van de waarderingscriteria. Het betreft dus de signalering van een extra gewaardeerde kwaliteit binnen de totale inventarisatie.
3.4.5
Waardering historische stedenbouw/ensembles
Ensembles Op de waardenkaart zijn de belangrijke historische (steden)bouwkundige ensembles weergegeven. De ensembles zijn gewaardeerd in de volgende drie categorieën: 1.
zeer hoge waarde;
2.
hoge waarde;
3.
middenwaarde;
Deze schaalverdeling en de waardering sluiten aan bij de systematiek van de landschappelijke waardering (§ 3.2.2). De criteria/waarden (op gemeentelijk niveau) waaraan deze gebieden en ensembles zijn getoetst zijn: 1.
het belang van het gebied of ensemble als voorbeeld of onderdeel van de cultuurhistorische gebiedskarakteristiek en de ontwikkelingsgeschiedenis/historische gelaagdheid;
2.
het belang van het gebied vanwege de bijzondere betekenis voor het beeld van de omgeving, vanwege opmerkelijke ligging, zichtlijnen, aanwezigheid van landmarks, etc.
3.
de structurele gaafheid en herkenbaarheid van het gebied;
4.
de zeldzaamheid van het gebied (stedenbouwkundig/structuur), op gemeentelijk / regionaal niveau;
5.
de dichtheid en kwaliteit van de aanwezige beschermde en/of karakteristieke bebouwing, waarbij gelet is op herkenbaarheid, gaafheid en (in mindere mate) zeldzaamheid.
Per criterium kunnen de volgende scores worden gegeven: xx (hoge waarde), x (positieve waarde), 0 (neutrale waarde). De eindscore bepaald de waardengradatie:
gemiddelde score
waardering
Minimaal 4x ++ en 1x +
Gebied / ensemble met zeer hoge waarde (1)
Minimaal 2x ++, 2x + en 1x 0
Gebied / ensemble met hoge waarde (2)
Minimaal 4x + en 1x 0
Gebied / ensemble met middenwaarde (3)
Minimaal 2x + en 3x 0
Lage waarde (4; niet in de inventarisatie opgenomen)
Tabel 7. Scores en klassen van de waardering.
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[67]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[68]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
4 Cultuurlandschappen 4.1 Inleiding Het historisch cultuurlandschap van de gemeente Neder-Betuwe vormt de schakel tussen de aardkundige ondergrond en de fysieke landschapselementen boven het maaiveld. De kaartlaag is een vlakdekkende weergave van landschapskarakteristieken in het verleden met een doorkijk naar de huidige situatie.
Figuur 27. Hoofdlandschappen in de gemeente Neder -Betuwe.
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[69]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
Het historisch cultuurlandschap binnen het onderzoeksgebied is onderverdeeld in twee onderdelen, te weten het binnendijks rivierenlandschap en het buitendijks rivierenlandschap. Daarbinnen volgen nadere onderverdelingen. Per landschapstype zullen we de historische en hedendaagse karakteristieken hieronder nader toelichten. De GIS-database bevat drie typeringsniveau’s, namelijk het niveau van bin nendijks of buitendijks landschap, dat van het hoofdtype (zie figuur 27) en dat van het subtype (zie kaartbijlage 1). Daardoor is de kaartlaag op meerdere toepassingsniveau’s bruikbaar.
4.2 Binnendijks rivierenlandschap 4.2.1
Stroomruggen
Regelmatig ingedeeld, met bewoning (rs1a) De bewoonde oeverwallen met een regelmatige structuur vinden we over het algemeen dicht achter de dijk, uitgezonderd de plekken waar een onregelmatige verkavelingsstructuur voorkomt (zie hierna). Hierin vinden we niet alleen lintbebouwing tegen de binnenkruin van de dijk, maar ook grotere nederzettingen, veelal in de vorm van bebouwing langs een doorlopende weg, in de lengterichting over de oeverwal. Kenmerkend voor de 19e- en vroeg-20e-eeuwse situatie was de plaatselijke aanwezigheid van hoogstamboomgaarden, waarbij ook tussen de individuele percelen wel randbeplanting te vinden was. Het Gelders rivierengebied vormde in deze periode immers samen met Zuid -Limburg vanwege de gunstige bodems de ‘fruitschuur’ van Nederland. Veel van de percelen waren d aarnaast als akkerland in gebruik. De dijkbebouwing, vaak kleine boerderijtjes op erven die in het zuidelijk deel van een kavel haaks op de dijk lagen, waren ontsloten vanaf kleine afwegen vanaf de dijk. De regelmatigheid van dit deelgebied is gerelateerd aan de opstrekkende kavels vanaf de dijk of vanaf een weg of watergang parallel aan de dijk. Niet zelden vinden we de erven in de vorm van korte linten, soms als uitloper van een dorp zoals in Kesteren, maar soms ook als kleine buurtschap, zoals te Eldik. Het karakter van deze gebieden is in uiteenlopende mate veranderd.
De fruitteelt is niet meer exclusief aan de oude nederzettingen verbonden; deze komt nu ook daarbuiten voor. Het verdwijnen van de kavelrandbeplanting heeft bijgedragen aan een opener lands chap. Tegelijk hebben hoogstamboomgaarden plaatsgemaakt voor laagstamboomgaarden, hetgeen een ander landschapsbeeld oplevert. Evenzeer van invloed op het landschap is de laanboomteelt. Dat geldt enerzijds voor het landgebruik, maar anderzijds ook voor de s chaalvergroting die met de laanboomteelt gepaard gaat. De effecten daarvan wisselen sterk per deelgebied. De omvang van de erven in het landschap is in veel gevallen fors toegenomen, vooral door het plaatsen van grote bedrijfsgebouwen en de komst van bedri jventerreinen zoals De Heuning bij IJzendoorn.
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[70]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
Figuur 28. Een duidelijk herkenbare strokenverkaveling op de stroomrug ten oosten van Eldik (foto: RAAP, 29 november 2019).
Regelmatig ingedeeld, zonder bewoning (rs1b) Zuidelijk van Kesteren en Opheusden vinden we, aansluitend op voorgaand landschapstype, de regelmatig ingedeelde stroomruggen waar vanouds geen bewoning voorkwam. Feitelijk gaat het hier vooral om de landschappelijke voortzetting van hetzelfde patroon, maar dan verder in de richting van de komgebieden. Incidenteel kwam aan wegen door of langs het gebied in de 19e eeuw wel bewoning voor, zoals langs de Oude Broekdijk, maar dan waren uitzonderingen. Het gebied kenmerkte zich door het gebruik van de lange, opstrekkende per celen als akkerland, vergelijkbaar met de zone noordelijk ervan. Plaatselijk kwam kavelrandbeplanting voor, die nu overigens goeddeels verdwenen is. Boomgaarden lagen vanouds ook al in deze zone. De aanleg van de spoorlijn zorgde met enige vertraging voor een belangrijke verandering in het gebied. De agrarische transformaties uit het midden van de 20e eeuw leidden tot vervanging van de hoog - door laagstamboomgaarden, de uitbreiding van de laanboomteelt en de verdichting van het woning - en bedrijvenlint langs de parallelwegen van de spoorweg. Het vanouds onbebouwde gebied kreeg daarmee een karakter dat veel meer vergelijkbaar werd met dat van de regelmatig ingedeelde, bewoonde stroomruggen zoals we hiervoor besproken hebben.
Er ontstond als het ware een nieuw bewoningslint parallel aan de oude linten verder noordelijk, zowel langs de Oude Broekdijk en Broekdijk als langs de parallelwegen van de spoorweg.
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[71]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
Figuur 29. Kleine gebieden, zoals hier in de huidige oksel van spoor en provinci aleweg bij Kesteren, kennen vanouds betrekkelijk weinig bebouwing (foto: RAAP, 29 november 2019).
Minder regelmatig ingedeeld, met bewoning (rs1c) Waarschijnlijk vroeger tot stand gekomen dat de hierboven beschreven regelmatige stroomrugontginningen zijn de onregelmatig ingedeelde stroomrugontginningen. We vinden ze vooral buiten de Nederbetuwse Bandijk bij Kesteren, in het gebied van Lede en Oudewaard, waar ook de Oude Rijn doorheen stroomt. Ook komen ze in mindere mate voor langs de Waaldijk, zoals bij Ec hteld en ten westen van Dodewaard. Er is vaak een duidelijke correlatie met de ondergrond, zoals de gebogen ontginning bij Dodewaard. Dat voedt de veronderstelling dat de oudste ontginningen in de gemeente Neder-Betuwe die van Lede en Oudewaard zijn, maar bewijzen kunnen we dat vooralsnog niet. De hogere delen van de stroomrugontginningen waren onregelmatig blokvormig verkaveld en landschappelijk heel open, terwijl het lagere deel waar de Oude Rijn doorheen stroomde kavelrandbeplanting kende. In tegenstelling tot de hogere delen, waar akkerland overheerste, was in deze lagere delen tegen de Nederbetuwse Bandijk sprake van grasland. Ook op de oude stroomgordels van Veedijk-Wuustegraaf tussen Hien en Hemmen was en is nog altijd sprake van een onregelmatige verkaveling. Ook dit gebied kenmerkte zich door gebruik als akkerland, en opvallend is dat er over deze smalle stroomrug nog altijd een oude weg loopt waarlangs historische erven liggen.
Het komgebied tussen de oeverwallen van de Rijn en de Waal wordt hier nog altijd zichtbaar door een noord-zuidlopende structuur in de ondergrond onderbroken. Er zijn overigens meer
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[72]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
landschappelijke verwijzingen naar de zandige structuur van de stroomrug in de onde rgrond dan alleen de verkaveling: ten zuiden van het spoor vinden we nog de boerderij Het Zand, en zowel ten noorden als ten zuiden van de bundel A15/Betuweroute liggen doorbraakkolken die aangeven dat het water vanuit de Over-Betuwe hier ooit, in 1595 en 1602, naar de Neder-Betuwe door de Spanjaardsdijk brak. Hetzelfde geldt voor een uitloper in westelijke richting, waarvan we ten zuiden van de Tolsestraat nog een doorbraakkolk vinden. 119
Figuur 30. In de onregelmatiger stroomrugontginningen liggen de rven niet per sé strak langs één doorgaande weg (foto: RAAP, 29 november 2019).
Bewoning in dit landschap was niet, zoals in de regelmatige ‘broer’, in linten, maar verspreid over het gebied. Ook hier kwam wel dijkbebouwing voor. De percelen achter de erven waren, inherent aan de onregelmatigheid, vaak relatief ondiep. Regelmatig ingedeeld – boomkwekerijen (rs1g) Van een zeer bijzondere aard is de stroomrugontginning rond Opheusden. Qua structuur is dez e nagenoeg vergelijkbaar met de regelmatig ingedeelde stroomrugontginningen met bewoning (rs1a) die aan weerszijden van deze eenheid op de stroomrug liggen. Wat dit gebied daarvan echter onderscheidt is het historisch landgebruik, namelijk dat van de boomk wekerijen. In § 2.8.2 zijn we dieper ingegaan op de ontwikkeling van dit bijzondere landgebruik.
119
Van Rossum 2008
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[73]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
Voor het historisch cultuurlandschap is van belang dat de verspreidin g van het gebied waar de kern van de boomteelt lag, lange tijd vrij constant was. De boomteelt zoals wij die nu kennen ontstond door een uitbreiding in de periode 1878-1883, mogelijk als gevolg van de landbouwcrisis van 1878. De laat19e-eeuwse contour zoals deze als basis voor de landschapstypering heeft gediend, wijkt in de kern niet zo veel af van de spreiding van het gebied met boomteelt in 1948, zij het dat de boomteelt daar wat verspreider lijkt te liggen. 120 Het gaat in de eerste plaats om het gebied ten westen van het dorp Opheusden, waar de huizen van de kwekerijen in dichte linten langs de Hamsestraat, Tielsestraat en Rijnbandijk lagen. Smalle kavels met boomteelt, percelen met akkerbouw en boomgaarden wisselden elkaar steeds af. Ten oosten van het dorp lag een groter aaneengesloten terrein met boomteelt, aan de Koningsstraat.
Figuur 31. De boomteeltsector is ook nu nog alom tegenwoordig in de oude kern van het teeltgebied, rondom Opheusden (foto: RAAP, 29 november 2019).
De essentie van de gebieden is nog hetzelfde – de boomteelt is nog allesoverheersend in dit gebied. Veel ervan is echter gemoderniseerd. De bebouwing is in de afgelopen decennia vervangen, bijgebouwen zijn fors gegroeid en de wijze van het opkweken van bomen is sterk veranderd. Het historische karakter van het gebied heeft als het ware een modern jasje gekregen, maar het verhaal is nog steeds goed afleesbaar. De grootste wijzigingen bevinden zich buiten deze eenheid, aangezien de laanboomteelt zich in de afgelopen decennia tot ver buiten het oorspronkelijke kerngebied heeft
120
Doorenbos 1950
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[74]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
uitgebreid. Ook daar zien we een parallel met Boskoop, waarmee Opheusden qua historische ontwikkeling veel gemeen heeft. Alleen de uitgangssituatie van het landschap – veenontginning versus stroomrugontginning – is volstrekt anders. Kwelkom (rs1k) Op plekken waar de dijk op een zandige ondergrond lag, was het risico op kwel door het zandige pakket het grootst. Daardoor kon de dijk verzwakken en had het binnendijkse land last van water. Om dat te beteugelen werden kades om deze kwelplekken gelegd, waarbij het water dat in dit gebied kwam te staan, een tegendruk voor de kweldruk gaf. Dergelijke kwelkommen vinden we hoofdzakelijk op plekken waar de dijk ondanks het gevaar nooit is doorgebroken. Brak de dijk wel door, dan ontstond een nieuwe situatie, met een kolk en de noodzaak om de dijk te herstellen. Soms ook leidde die situatie tot een nieuwe kwelkom, maar daar komen we hierna nog op terug.
Figuur 32. Aan de opslag aan de binnenzijde van de dijk is deze kwelkom in Wely te herkennen (foto: RAAP, 29 november 2019).
Vanwege de natte omstandigheden werden kwelkommen vaak bebost, bijvoorbeeld met elzen of populieren, die vochtige standplaatsen goed verdragen. In de gemeente Neder-Betuwe vinden we dergelijke kwelkommen nog terug in Wely en ten oosten van Ochten. Daar doet zich de bijzondere situatie voor dat de kwelkom achter een herstelde dijk ligt, die zelf alweer is teruggelegd na een doorbraak. Met name de kwelkom van W ely is door zijn beplanting en gave kavelstructuur nog goed herkenbaar.
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[75]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
Binnengedijkte doorbraakkolk (rs1l) De omgeving van Eldik was één van de zwaarst getroffen hoeken van het onderzoeksgebied als het gaat om dijkdoorbraken in het verleden. Op een zeer fraaie manuscriptkaart van Cornelis van Berck en Evert van Schaik Jansz van de zandbanken in de Waal voor Ochten uit augustus 1571 herkennen we nog dat de dijk bij Ochten een schaardijk was; de Waal kwam vanuit het oosten langs de dijk aan en liet pas ter hoogte van het dorp Ochten ruimte voor een uiterwaard. Verder oostelijk, ter hoogte van Eldik, waren in 1778 dergelijke uiterwaarden wel aanwezig, maar doorsneden door geulen en met een zeer bochtige dijk, relicten van een tumultueus verleden. 121
Figuur 33. Rechtsboven herkennen we de schaardijk bij Ochten (bron: Gelders Archief, archief Hof van Gelre en Zutphen, inventarisnr. 4986, d.d. 24-08-1571).
Aan de hand van kaarten en reeds uitgevoerd onderzoek kunnen we de ontwikkeling van dit gebied betrekkelijk goed reconstrueren. Zoals we al aangeven brak de dijk bij Eldik al vóór 1778 meerdere malen door. De Kolk van Van Soest, achter Oude Dijk 25, kan al uit het midden van de 17e eeuw dateren. 122 De Grote Kolk, bij Oude Dijk 4, zou al in 1726 zijn vermeld. De kaart van de buitendijkse landen uit 1778 laat hier inderdaad al een uitlaagdijk zien. Nadere bestudering l aat echter geen andere conclusie dan dat de kolk na 1778, maar vóór 1809, nog in oostelijke richting moet zijn vergroot en de uitlaagdijk daarna is verlengd. Om de binnenzijde van de kolk moet een kwelkom zijn aangelegd om de kwel letterlijk in te dammen.
121 122
Gelders Archief, archief Staten van het Kwartier van Nijmegen en hun Gedeputeerden, inventarisnr. 477, d.d. 1778 www.mijngelderland.nl
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[76]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
Figuur 34. Kaart van de zogenaamde ‘buitenlanden’ van het ambt Nederbetuwe, 1778. Geheel links herkennen we binnendijks het kerktorentje van Ochten. De meeste noordelijke bochten zijn de uitlaagdijken om de kolken, dus de dijken die zorgden dat de kolken buitendijks werden gelegd (bron: Gelders Archief, archief Staten van het Kwartier van Nijmegen en hun Gedeputeerden, inventarisnr. 478, d.d. 1778).
Figuur 35. Eén van de kolken van Eldik (foto: RAAP, 29 november 2019).
Zeer waarschijnlijk heeft de vergroting van de Grote Kolk plaatsgevonden in 1784, toen ook de Kolk van Ligtelijn, voor Lagecampseweg 6, ontstond. Ook voor de Kolk van Augustinus, ook wel de Broese -
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[77]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
of Boersekolk genoemd, wordt wel het jaar 1784 genoemd. Dat is echter niet aannemelijk, omdat de uitlaagdijk reeds op de kaart van de uiterwaarden uit 1778 wordt weergegeven. Die kolk is dus vrijwel zeker ouder dan 1784. Een nieuwe slag voor Eldik kwam in de nacht van 2 op 3 maart 1827. Door een verstopping door drijfijs werd de normale doorvoer van water gestremd en liep het waterpeil in de uiterwaarden snel op. Tussen kasteel Appelenburg en de Batterij bij Ochten brak de dijk op drie plaatsen door, met meerdere doden tot gevolg. Naar aanleiding van deze gebeurtenis besloot men de uitlaagdijk rond de Grote Kolk in oostelijke richting door te trekken. Voor de aanleg van de nieuwe dijk mocht men de oude dijk afgraven, maar niet geheel. De oude dijk bleef daarna als een kwelkade ligge n, en de ruimte tussen beide dijken ging als een kwelkom functioneren. Daarmee werd de kolk dus aanvankelijk buitengedijkt, maar na de overstromingen van 1827 alsnog binnengedijkt, waardoor de oude dijk als kwelkade ging functioneren. De kolken van Eldik zijn niet de enige binnengedijkte kolken die tegelijk als kwelkom zijn gaan dienen.
Dergelijke situaties vinden we ook in het uiterste zuidoosten van de gemeente, tussen Eldik en Ochten Binnengedijkt land (rs1n) In Eldik doet zich de bijzondere situatie voor, dat er na de overstromingen van 1827 op een zo grote schaal werd binnengedijkt, dat naast de kolken ook het tussenliggende land werd binnengedijkt. Waar eerder bij dijkherstel juist bochtige dijken ontstonden, zoals ook na de eerdere herstelfase (vóór 1 778), waren de werkwijzen in de vroege 19e eeuw zo gevorderd, dat de dijkreparatie door middel van lange rechte dijktracés plaatsvond. We zien iets soortgelijks langs de Waal bij Oosterhout (gem. Nijmegen). Het binnengedijkte land is na de bedijking als regulier land op de stroomrug gebruikt; lange tijd hebben er hoogstamboomgaarden gestaan. Sinds de 19e eeuw stonden er ook huizen in het gebied, waardoor het steeds meer een ‘binnendijks karakter’ kreeg. Op dit moment is het gebied een afwisseling van boomgaarden, boomteelt en grasland, en staan die woningen er nog altijd.
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[78]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
Figuur 36. Een boomgaard in het binnengedijkte land van Eldik, gefotografeerd vanaf de oude dijk (foto: RAAP, 29 november 2019).
Buitenplaats, met parkaanleg (rs1p) Onder buitenplaatsen verstaan we oudere adellijke of elitaire woonlocaties, waarvan nu in het terrein nog iets herkenbaar is en die van een duidelijke parkaanleg voorzien zijn. Deze laag bevat daarmee dus niet eventueel voorkomende relatief jonge villabebouwing met tuinen daaromheen, zoals bijvoorbeeld binnen Dodewaard op het adres Pluimenburgsestraat 19 voorkomt. Het aantal buitenplaatsen in de gemeente Neder-Betuwe is vanouds heel beperkt. Er zijn weinig kastelen tot buitenplaats uitgegroeid, soms is het kasteel op een zeker moment alsnog verdwenen, en de afstand tot de meest florerende steden was in de 17e en 18e eeuw te groot om de ontwikkeling van een buitenplaatsenzone tot stand te brengen. De enige buitenplaatsen die in het gebied wel ontstonden zijn het huis Pluimenburg in Dodewaard (met een heel beperkte parkaanleg), Boelenham ten zuidoosten van Opheusden en de Wijenburg in Echteld. De laatste is eigenlijk de enige echte nog bestaande buitenplaats in de gemeente Neder-Betuwe, en mogelijk niet toevalligerwijs het dichtst bij een stad – Tiel – gelegen. Het kasteel ligt in een bescheiden park van 1,1 hectare. 123
123
Jas e.a. 2013: 347
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[79]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
Figuur 37. Een tuin- en parkaanleg rond het kasteel in Echteld (foto: RAAP, 29 november 2019).
Kasteelterrein (rs1q) Zo beperkt als de betekenis van het gebied voor de nieuwetijdse elite was om te verblijven, zo betekenisvol was het in de late middeleeuwen, zowel vanuit strategisch oogpunt langs de rivieren gelegen als vanuit het opzicht van prestige. De kastelen die sinds de late middeleeuwen in het gebied zijn verrezen, zijn Dodewaard, Hof d’Ooy, Appelenburg, Heusden, Hof te IJzendoorn, IJzendoorn, Ter Lede, De Snor, d e Toren van Wely en uiteraard de tot buitenplaats uitgegroeide Wijenburg, Boelenham en Pluimenburg. Herkenbaar in het landschap zijn alleen nog Dodewaard (sporen van de grachten, boerderij), Hof d’Ooy (boerderij), Wijenburg (kasteel), Boelenham (grachten) en Hof te IJzendoorn (herenhuis). Daarnaast zijn van IJzendoorn en Hof d’Ooy funderingsresten bekend. 124 In een aantal gevallen is in de inrichting van het terrein niets meer van het kasteel te zien; in veel gevallen is het kasteel al vele eeuwen weg. Vooral de eerste helft van de 19e eeuw was om verschillende redenen een periode waarin (resten van) kastelen werden gesloopt.
124
Jas e.a. 2013: 342-349; Tornga 1994: 27 e.v.
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[80]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
Figuur 38. Van de Appelenburg tussen Ochten en Dodewaard is bovengronds niets meer te herkennen , met uitzondering van een lichte welving als overblijfsel van de vroegere grachten (foto: RAAP, 29 november 2019).
4.2.2
Kommen
Overgang van kom naar oeverwal (rs2a) Door de geringe afstand tussen Waal en Rijn in de Nederbetuwe is het gebied waar komkleien werden afgezet erg beperkt. Bovendien lopen er op veel plekken oude stroomgordels van vroegere rivierlopen in de ondergrond. Daardoor is het aantal gebieden dat zich als klassiek komgebied manifesteert, heel beperkt. Waar nog enkele van die kenmerken aanwezig zijn, zoals op enheid, grasland als grondgebruik en een beperkte hoeveelheid bewoning, hebben we het gebied als overgang van kom naar oeverwal aangemerkt. In de gemeente Neder-Betuwe gaat het hierbij hoofdzakelijk om het gebied ten westen van Echteld. Het landschap werd hier gekenmerkt door een afwisseling van bouw- en weiland, maar was in de kern vrij open, zonder kavelrandbeplanting. Elk ‘ontginningsblok’ kende zijn eigen karakteristieke structuur. De weinige bebouwing, zoals de boerderijen De Vaalt en De Bisschop, lag verspreid door het landschap. Het gebied ligt in het westelijke verlengde van de ‘echte’ komgebieden en wordt daardoor doorsneden door de A15.
Het zuidelijke gebied sluit landschappelijk nog aan op de smalle stroomrugontginningen langs de Waalbandijk, terwijl er in het noorden sprake is van andere verstoringen: het industrieterrein Medel (dat binnen de gemeente Tiel nog in de richting van Echteld zal uitbreiden), de recreatieplas en –woningen van Lingemeer en een enkele zandafgraving. Het gebied als geheel is dus zeer versnipperd
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[81]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
geraakt. Afgezien daarvan sluit het grondgebruik nog wel aan bij de vroegere situatie, met akkerland en grasland. Boomteelt en/of fruitteelt komt in betrekkelijk geringe mate voor.
Figuur 39. Boerderij ‘De Bisschop’ is een markante plek, op een woonheuvel, in het landschap van Medel (foto: RAAP, 29 november 2019).
Regelmatig verkavelde rivierkom (rs2b) Verder naar het oosten heeft het centrale gebied tussen de oeverwallen van Rijn en Waal nog wel meer het karakter van een rivierkom. Er lopen minder fossiele stroomruggen in de ondergrond en er is sprake van zwaardere kleien – ontstaan doordat de kleinste kleideeltjes het verst van de rivier zelf neersloegen. Het komgebied was lange tijd een zeer extensief, woest gebied. Pas in de late middeleeuwen had men een aanleiding en de techniek om het gebied open te leggen en te verdelen. Resultaat van die actie was een regelmatig verdeeld gebied, met overwegend blokvormige ontginningsblokken, die in de v orm van strookkavels werden onderverdeeld – dat alles voor zover de omvang van de betreffende kom dat toeliet. Het grondgebruik was eeuwenlang grasland, het enige waarvoor het natte gebied geschikt was. Bebouwing lag bij de beakkerbare gronden en ontbrak d aardoor in het komgebied. Pas door de ruilverkavelingen na de Tweede Wereldoorlog werden de komgebieden ontsloten en geschikter gemaakt voor ander gebruik. Tevens werd er in het gebied ook gebouwd – bedrijven werden soms naar de komgebieden uitgeplaatst. Deze werden aan de noord- en zuidrand geplaatst, op de overgang naar de aangrenzende landschapstypen. Hun percelen strekten zich naar achter toe in de