CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Conclusies omgevingsonderzoeken

Raadsvergadering 11 februari 2021, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Dijkversterking Wolferen-Sprok’1.556 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage Raadsvoorstel Z/20/069617/RAAD/20/02824 (bij argument 2.2.) Korte samenvatting van diverse omgevingsonderzoeken De omgevingsonderzoeken laten zien dat de ontwikkeling planologisch inpasbaar is In de plantoelichting zijn de diverse onderzoeken uit fase 2 van het MER benoemd. De algehele conclusie is dat het plan uitvoerbaar is. Hierna zijn de diverse deelconclusies uit het MER opgenomen. Water Vanuit het aspect hoogwaterveiligheid en rivierkunde zijn er geen bezwaren welke de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg staan. De effecten op het grondwater zijn klein en leiden niet tot effecten op de gebruiksfuncties. Ook vanuit het aspect grondwater zijn er geen bezwaren welke de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg staan. Het gebruik (gebruiksfunctie) na de dijkversterking is niet anders dan in de referentiesituatie. De wijzigingen in het ontwerp in de uiterwaard hebben naar verwachting geen effect op uitspoeling van prioritaire stoffen. De dijkversterking leidt daarmee niet tot een andere chemische toestand van het KRW-waterlichaam 'Bovenrijn, Waal' (KRW = Kaderrichtlijn water). Vanuit het aspect oppervlaktewater zijn er geen bezwaren welke de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg staan.

Natuur, stikstof Uit de AERIUS-berekeningen blijkt dat door de uitvoeringswerkzaamheden in negen Natura 2000gebieden een tijdelijke stikstofbelasting optreedt. De hoogste bijdragen vinden plaats in de twee meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden, Rijntakken en de Veluwe. Per gebied en per habitattype/leefgebied is een ecologische beoordeling van deze depositie uitgevoerd. Een gedetailleerde beschrijving hiervan staat in de Passende beoordeling. Samengevat blijkt dat de tijdelijke depositie (de maximale stikstofdepositie per jaar voor een duur van maximaal 4 jaar) op alle relevante gebieden en habitattypen/leefgebieden daarin geen negatieve effecten veroorzaakt. Globaal gezien komt dit doordat de bijdrage:  te tijdelijk is om een verandering in vegetatiesamenstelling of structuur;  voor de typische- en habitatsoorten de voedselbeschikbaarheid en/of de voortplantingsmogelijkheden niet negatief beïnvloedt;  ruim binnen de meteorologische fluctuaties in stikstofdepositie valt;  zeer gering is ten opzichte van aanwezige (natuurlijke) bronnen als ganzenpopulaties of aanspoeling via omgevingswater;  en in bijna alle gebieden wordt weggenomen binnen het huidige beheer, zonder dat hiervoor additionele maatregelen of intensivering van het beheer dient plaats te vinden. De instandhouding van de beschermde waarden in alle relevante Natura 2000-gebieden komt niet in gevaar.

Negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie zijn daarmee uit te sluiten. NB: T.a.v. de conclusies over stikstof heeft de commissie Mer het volgende opgemerkt: De effecten van stikstofdepositie op natuur zijn neutraal beoordeeld. De Commissie merkt op dat op dit moment al sprake is van een normoverschrijding en dat de stikstofdepositie veroorzaakt door de vier jaar durende aanlegfase hier bovenop komt. Bovendien is het argument dat de extra stikstof wegvalt tegen natuurlijke variatie niet juist, omdat de natuurlijke systeemkenmerken van het rivier(dal)ecosysteem al verwerkt zijn in diezelfde stikstofnorm (de kritische depositie-waarde). Deze argumenten kunnen dus niet worden aangemerkt als omstandigheden die natuuraantasting voorkomen. In een nadere ecologische onderbouwing kan wellicht aangetoond worden dat het beëindigen van het legale gebruik van gronden voor landbouwdoeleinden leidt tot een afname van stikstofdepositie die gelijk is aan, of groter is dan, de toename in de aanlegfase. De Commissie adviseert daarom om in een aanvulling op het MER, voorafgaand aan de besluitvorming, het voornemen nader uit te werken. Doe dit zodanig dat de effecten van de stikstofdepositie per saldo worden weggenomen. Een andere mogelijkheid is om een ADC-toets te doorlopen.

Vanuit het projectteam is het daar het volgende voorstel uit gekomen: Uit ecologische beoordeling is gebleken dat er geen aantasting van de natuurlijke kenmerken plaatsvindt. Hierbij zijn factoren meegewogen die niet in de KDW (kritsiche depositiewaarden) ‘verwerkt’ zitten, waaronder maaibeheer en overstroming. Dat het instrument ecologisch beoordelen tot de mogelijkheden voor toestemmingverlening behoort, ook in een situatie met een overbelaste KDW, is juridisch mogelijk. Dit instrument (de ecologische beoordeling) is een recent geaccepteerde werkwijze en wordt/is in

meerdere projecten toegepast. Het instrument ecologische beoordeling is ook door de Raad van State goedgekeurd (o.a. Overnachtingshaven Lobith, Net op Zee). Het extern salderen of de ADC-toets zijn dus niet de enige uitwerkingen voor toestemmingverlening meer. Met de ecologische toets waaruit blijkt dat de natuurlijke kenmerken door deze tijdelijke depositie niet worden aangetast zijn wij van mening dat er geen extern salderen of ADC-toets noodzakelijk is. In het definitieve projectplan Waterwet nemen we een geactualiseerde Passende Beoordeling op vanwege kleine ontwerpwijzigingen en het beschikbaar komen van een nieuw model voor de stikstofberekeningen/. Bij het projectplan Waterwet zullen we een aparte aanvulling opnemen over afnemen van stikstofdepositie vanwege het beëindigen van het legale gebruik van gronden voor landbouwdoeleinden. Natuur, overig De dijkversterking leidt mogelijk tot mortaliteit bij kamsalamander tijdens het verwijderen van niet essentieel leefgebied, dit is een significant negatief effect. Door mitigatie wordt een negatief effect volledig voorkomen. Er is geen sprake van andere effecten op andere habitatsoorten. Er is geen effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Vanuit het aspect Natura 2000 - habitatsoorten zijn er dus geen bezwaren welke de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg staan.

De dijkversterking leidt tot verlies van leefgebied voor de vogelsoorten kolgans, grauwe gans en brandgans. Er treden negatieve effecten op die niet significant zijn. Deze soorten zitten (ruim) boven de Instandhoudingsdoelstelling, er hoeven geen mitigerende maatregelen te worden genomen. Vanuit het aspect Natura 2000 - vogelsoorten zijn er geen bezwaren welke de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg staan. De dijkversterking leidt tot ruimtebeslag op natuurtypen (GNN, GO) en leefgebied van bever en gewone dwergvleermuis, en op beschermde soorten. Door compensatie is het effect op vleermuizen volledig weggenomen, voor bever hoeft niet gecompenseerd te worden. Er is wel sprake van negatieve effecten, maar er is geen aantasting van de kernkwaliteiten. Vanuit het aspect Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone zijn er geen bezwaren welke de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg staan. Luchtkwaliteit De dijkversterking zorgt niet voor een verslechtering van de luchtkwaliteit. Hiermee wordt voldaan aan de eisen die gesteld worden in de Wet milieubeheer. Vanuit het aspect luchtkwaliteit zijn er geen bezwaren welke de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg staan.

Bodem De werkzaamheden leiden tot een verbetering van de bodemkwaliteit op delen waar grondroerende werkzaamheden zullen plaatsvinden en waar de grond door verontreiniging moet worden afgevoerd/gesaneerd vanwege PFAS. Bij het inslaan van damwanden is de invloed op de (water)bodemkwaliteit verwaarloosbaar. Mocht er hier wel een sleuf worden gegraven, dan heeft dat wel positieve invloed op de bodemkwaliteit. Het is aannemelijk dat (diffuse) bodemkwaliteit door de dijkversterking zal verbeteren. Het aspect bodem staat de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan niet in de weg. De PFAS-houdende grond zal worden gesaneerd. Archeologie De mogelijke doorsnijding van middelhoge tot hoge (verwachtings)waarden bedraagt meer dan 1 ha. In het MER wordt dit grote ruimtebeslag beoordeeld als 'zeer negatief'. Na het toepassen van de compenserende maatregel om eventuele waarden op te graven en sporen te documenteren, is in ieder geval behoud ex situ (buiten de vindplaats) gegarandeerd. Omdat behoud in situ (op locatie zelf) naar verwachting niet mogelijk blijkt, blijft er een negatief effect. In dit bestemmingsplan is/zijn geen archeologische dubbelbestemming(en) opgenomen. Dat heeft ermee te maken dat dit bestemmingsplan enkel de bescherming van het waterstaatswerk regelt.

Onderhavig bestemmingsplan vervangt niet de andere bestemmingsplannen die op locatie gelden, maar geldt dus als een partiële herziening van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Dodewaard-Echteld’. Dat betekent dat de archeologische dubbelbestemmingen die zijn opgenomen in het geldend bestemmingsplannen, blijven gelden. De bescherming van de aanwezige archeologische waarden is daarmee (reeds) planologisch geregeld.

Vanuit het aspect archeologie en erfgoed zijn er geen bezwaren welke de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg staan. Landschap De dijkverbetering is zorgvuldig landschappelijk ingepast en heeft daardoor geen negatief effect op de belevingswaarde van de dijk. Er zijn geen bezwaren welke de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg staan. Kabels en leidingen Binnen het plangebied van dit bestemmingsplan zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Vanuit het aspect planologische kabels en leidingen zijn er geen bezwaren welke de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg staan. Externe veiligheid Onderhavig bestemmingsplan maakt geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk. De dijk is daarnaast zelf geen risicobron. De dijkversterking leidt niet tot een toename in het plaatsgebonden risico of het groepsrisico. Hiermee treedt er geen wijziging op wat betreft externe veiligheid. Vanuit het aspect externe veiligheid zijn er geen bezwaren welke de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg staan. Verkeer De as-verlegging van de dijk heeft geen verkeersaantrekkende werking. Vanuit het aspect verkeer zijn er geen bezwaren welke de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg staan. Geluid Dit bestemmingsplan maakt geen geluidgevoelige bestemmingen mogelijk.

Daarnaast worden geen inrichtingen mogelijk gemaakt die moeten voldoen aan de Wet milieubeheer. Uit de akoestische beoordeling blijkt dat er geen sprake is van een reconstructie van een weg en dat er daarom geen verdere onderzoeksplicht in het kader van de Wet geluidhinder nodig is. Daarnaast wordt voldaan aan een 'goede ruimtelijke ordening' omdat van significante geluidstoename geen sprake is. Vanuit het aspect geluid zijn er geen bezwaren welke de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg staan. Milieuzonering In dit bestemmingsplan worden geen milieugevoelige bestemmingsplannen mogelijk gemaakt. Daarnaast worden geen nieuwe bedrijven opgericht of uitgebreid die hun weerslag hebben op milieugevoelige functies. Het aspect bedrijven en milieuzonering is niet van toepassing op dit bestemmingsplan. Er zijn geen bezwaren welke de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg staan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9698770/1