CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 bij de regels - Parkeernota

Raadsvergadering 20 april 2023, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan14.333 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Zijn er andere (parkeer)mogelijkheden? Bij het beoordelen van de vraag of aanpassing van het plan middels realisatie door meer parkeerplaatsen of minder bouwvolume mogelijk is, is de inschatting van de financiële consequenties daarvan in veel gevallen het grote knelpunt. Indien hier twijfel over bestaat, dient de initiatiefnemer aan te tonen dat het realiseren van de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein onevenredige kosten met zich meebrengt. Het is dan mogelijk dat het college – onder strikte voorwaarden – af kan wijken van de parkeernorm. Dit komt in het volgende hoofdstuk aan de orde.

Nota Parkeernormen, versie 26 februari 2013

20

Hoofdstuk 6 Voorwaarden voor afwijken parkeernormen 6.1. Mogelijkheden afwijken Als er sprake is van een onbalans, kan het college besluiten af te wijken van de parkeernormen. Van de parkeernormen kan geheel of gedeeltelijk worden afgeweken, indien de realisering van het initiatief belangrijker is dan de nadelige gevolgen op het gebied van parkeren en verkeer. Aan het afwijken van de parkeernormen kan een financiële consequentie gekoppeld worden. Aan deze afdracht, de afkoopregeling, wordt in hoofdstuk 7 aandacht besteed. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de voorwaarden waaronder van de parkeernormen kan worden afgeweken. • Meer parkeerplaatsen dan parkeernorm (overschot) Het college kan toestemming verlenen om van de parkeernorm af te wijken wanneer de initiatiefnemer meer parkeerplaatsen op eigen terrein wil realiseren dan de parkeernorm voorschrijft. Zoals in een eerder hoofdstuk is aangegeven, moet dit verkeerskundig acceptabel zijn, mag andere weten regelgeving hieraan niet in de weg staan en mag het ook ruimtelijk niet tot problemen leiden.

• Minder parkeerplaatsen dan parkeernorm (tekort) Wanneer niet alle parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd, kan het college in de volgende gevallen afwijken van het aantal op eigen terrein te realiseren parkeerplaatsen: a) realisatie in openbare ruimte De initiatiefnemer realiseert in de openbare ruimte extra parkeercapaciteit op acceptabele loopafstand (binnen de loopafstand die verkeerskundig gezien passend is bij de functie). De kosten voor het ontwerp en de aanleg van deze parkeerplaatsen zijn voor rekening van de ontwikkelaar. De parkeerplaatsen worden uiteindelijk in opdracht of onder toezicht van de gemeente aangelegd, volgens de normen die gemeente hiervoor hanteert. Uiteraard moet de aanleg van de parkeerplaatsen ook in overeenstemming zijn met het gemeentelijk verkeersbeleid, verkeerskundig acceptabel zijn en ook passen in het bestemmingsplan.

b) capaciteit op acceptabele loopafstand De initiatiefnemer beschikt over voldoende parkeercapaciteit op acceptabele loopafstand (binnen de loopafstand die verkeerskundig gezien passend is bij de functie): • parkeerplaatsen die de initiatiefnemer zelf in de nabijheid op particulier terrein realiseert; • parkeerplaatsen van derden die worden gehuurd en/of gebruikt, waarbij de initiatiefnemer dient aan te tonen (door middel van contracten) dat deze parkeerplaatsen tenminste voor onbepaalde tijd onbeperkt, zonder wederopzegging, voor zijn functie beschikbaar zijn. Indien deze contracten onverhoopt wordt beëindigd, dan ontstaat een nieuwe situatie waardoor niet langer aan de parkeernormen is voldaan; in geval parkeerplaatsen worden gerealiseerd op grond die in eigendom is van een ander, zal de gemeente met de initiatiefnemer een aanvullende afspraak maken inhoudende dat gemeente en initiatiefnemer met elkaar in gesprek gaan over de als dan ontstane situatie en over een oplossing. Een oplossing kan bestaan uit het elders alsnog realiseren van de verloren gegane parkeerplaatsen of uit het alsnog doen van een bijdrage aan het parkeerfonds. Om dit te borgen is het noodzakelijk dat de gemeente de contracten meeondertekent en dient in het contract te worden vermeld dat bij beëindiging van het contract, mededeling van de beëindiging aan de gemeente vereist is. c)

opvangen in bestaand openbaar aanbod Parkeerplaatsen kunnen worden opgevangen in het openbaar aanbod. Vereist is dat middels een parkeerdrukmeting aangetoond dient te worden of er binnen een acceptabele loopafstand, passend bij de functie van de ontwikkeling, voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn (de parkeerdruk mag inclusief het tekort van de initiatiefnemer niet boven de 80%3 bezettingsgraad komen). De bovenvermelde parkeerdrukmeting wordt gehouden op het moment dat de bezettingsgraad van de te realiseren functie het hoogst is. Bijvoorbeeld in het geval dat het bouwplan voorziet in de realisatie

3 Een algemeen acceptabele parkeerdruk is maximaal 85%. Het percentage van 80 wordt aangehouden om nog enige groei in de toekomst op te kunnen vangen.

Nota Parkeernormen, versie 26 februari 2013

21

van een woning wordt het onderzoek in de nachtelijke uren verricht (bewonersparkeren) en bij de realisatie van een winkel in de dagsituatie tijdens een piekmoment (winkelpubliek). De parkeerdruk moet in dat geval op kosten van de ontwikkelende partij door een extern verkeerskundig adviesbureau aangetoond worden. De verkeerskundig adviseur en diens onderzoeksopzet moeten door de gemeente geaccordeerd worden. d) toekomstige parkeerplaatsen De gemeente ziet binnen een acceptabele loopafstand mogelijkheden, die tevens planologisch haalbaar zijn, om binnen een termijn van 10 jaar extra parkeerplaatsen aan te leggen. 6.2. Financiële bijdrage Wanneer bij een omgevingsvergunning wordt besloten om minder parkeerplaatsen dan de parkeernorm voorschrijft te laten realiseren, dan kan het college de initiatiefnemer verplichten een financiële bijdrage in een gemeentelijke parkeervoorziening te storten. Op deze wijze wordt bereikt dat iedereen geconfronteerd wordt met de kosten die gemoeid zijn met de aanleg van parkeergelegenheid. Men moet of op eigen terrein voorzieningen treffen, óf als dit niet mogelijk is, een bijdrage storten in een Parkeervoorziening. Het bedrag wordt bepaald door het verschil tussen het aantal parkeerplaatsen dat conform de parkeernorm gerealiseerd zou moeten worden en het aantal parkeerplaatsen dat wordt gerealiseerd.

Deze storting dient als compensatie voor het afwentelen van het eigen parkeervraagstuk op het openbare parkeeraanbod. Dit is nader uitgewerkt in hoofdstuk 7. Wanneer de aanvrager niet bereid is een bijdrage in de parkeervoorziening te storten, wordt niet voorzien in een andere wijze van realisatie van parkeerruimte. Het college besluit dan om niet af te wijken van de parkeernorm en de omgevingsvergunning wordt geweigerd. In het geval sprake is van een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1. van het Besluit op de ruimtelijke ordening, waarvoor volgens de Grondexploitatiewet een plicht bestaat een exploitatieplan op te stellen, wordt de systematiek van het kostenverhaal op grond van de grondexploitatiewet gevolgd. Dit houdt in dat de locatie van de benodigde parkeergelegenheid aan het exploitatieplangebied wordt toegerekend. Als de gemeente in zo’n geval kosten maakt of moet maken voor de aanleg van parkeergelegenheid worden deze door de gemeente verhaald op de exploitant. De afspraken daarover worden in beginsel vastgelegd in een privaatrechtelijke overeenkomst (zgn. anterieure overeenkomst) of zo nodig in een publiekrechtelijk Exploitatieplan. De parkeernota van de gemeente Neder-Betuwe is hierbij richtinggevend.

Nota Parkeernormen, versie 26 februari 2013

22

Hoofdstuk 7 Afkoopregeling 7.1. Inleiding In het vorige hoofdstuk is aangegeven dat het college – als afgeweken wordt van de parkeernormen – de initiatiefnemer kan verplichten een financiële bijdrage in een gemeentelijke parkeervoorziening te storten. In dit hoofdstuk wordt deze mogelijkheid verder uitgewerkt. 7.2. Wanneer afkoopregeling? afkoopregeling? De afkoopregeling is aan de orde bij: 1. Het realiseren van minder parkeerplaatsen op eigen terrein dan de parkeernorm voorschrijft, waarbij de extra parkeervraag kan worden opgevangen op bestaande openbare parkeerplaatsen in de directe omgeving (op acceptabele loopafstand) van het plan. Deze storting dient als compensatie voor de extra belasting van de openbare parkeergelegenheden. 2. Het realiseren van minder parkeerplaatsen op eigen terrein waarbij de extra parkeerplaatsen op termijn door de gemeente worden aangelegd binnen acceptabele afstand van het plan. De storting dient overeen te komen met de werkelijke investeringskosten van een parkeerplaats.

7.3. Tarieven voor de stortingen In tabel 7.1 zijn de tarieven voor de stortingen in de gemeentelijke Parkeervoorziening opgenomen. De tarieven kunnen jaarlijks worden geïndexeerd. De hoogte van de storting is onafhankelijk van de soort ontwikkeling. situatie realisatie van minder parkeerplaatsen op eigen terrein dan de parkeerplaatsverplichting, maar gebruik van restcapaciteit langs de openbare weg is mogelijk (op eigen terrein onvoldoende parkeerruimte) realisatie van minder parkeerplaatsen op eigen terrein dan de parkeerplaatsverplichting (op eigen terrein en in de omgeving onvoldoende parkeerruimte) Tabel 7.1. Tarieven voor stortingen in de Parkeervoorziening

storting afkoopregeling

€ 15.000,- per parkeerplaats

De hoogte van het te storten bedrag bij realisatie van minder parkeerplaatsen dan de parkeerplaatsverplichting voorschrijft, is afgeleid van de reële aanleg- of stichtingskosten (inclusief de kosten voor grondverwerving). Zie hiervoor tabel 4.2. Een voordeel van een tarief overeenkomstig de reële aanleg- of stichtingskosten is dat met de gelden uit de afkoopregeling daadwerkelijk parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden. Een mogelijk nadeel is dat de tarieven hoger kunnen zijn dan in omliggende gemeenten, waardoor er eventueel een nadelige concurrentiepositie ontstaat of ruimtelijke ontwikkelingen binnen het bestaande bebouwde gebied bemoeilijkt worden. Een lager tarief betekent weliswaar dat deze nadelen (gedeeltelijk) worden opgeheven, maar de kans bestaat dan dat ondernemers eerder (in)direct zullen kiezen voor een storting in de Parkeervoorziening in plaats van voor de realisatie van parkeerplaatsen. De parkeerplaatsen die in het kader van de Parkeervoorziening worden gerealiseerd zijn openbaar toegankelijk. parkeerkencijfers VNGVNGWOZWOZ-datacenter

stichtingskosten incl. grondaankoop (€) (€)

prijspeil 11-0101-2005 parkeerterreinen 700 parkeergarages 1.100 parkeerkelders 1.500 Tabel 7.2. Kosten parkeervoorzieningen

kosten/p exploitatiekosten osten/p-plaats (23m2/p(23m2/p-plaats) plaats) (€) 16.100 zie navolgende opmerking 25.300 zie navolgende opmerking 34.500 zie navolgende opmerking

Nota Parkeernormen, versie 26 februari 2013

23

In bovenstaande kosten is niet inbegrepen de kosten voor aanpassing van de infrastructuur, aanleg van retentie, exploitatiekosten beheer en onderhoud. Daaronder vallen naast kosten voor onderhoud, reiniging, energiekosten ook de loonkosten voor een beheerder. Ook niet inbegrepen zijn de afschrijftermijnen van de voorziening. Bovenstaande kengetallen gaan van een normale situatie uit. Speciale voorzieningen zoals zware funderingen, damwanden en diepwandconstructies zijn niet inbegrepen.

7.4. Parkeerovereenkomst Ten behoeve van de afkoopregeling wordt een parkeerovereenkomst opgesteld. De parkeerplaatsverplichting, het aantal aan te leggen parkeerplaatsen en het afwijkingsbesluit worden vastgelegd in een parkeerovereenkomst, evenals de hoogte van de storting en de verplichting voor de gemeente Neder-Betuwe. De verplichting voor de gemeente Neder-Betuwe houdt in dat zij binnen een periode van 10 jaar en binnen een acceptabele loopafstand van het initiatief dient te voorzien in het aantal parkeerplaatsen dat niet op het eigen terrein gerealiseerd kon worden. Indien de gemeente Neder-Betuwe niet binnen de gestelde periode aan haar verplichting heeft voldaan, volgt restitutie (inclusief interest) van de storting in de gemeentelijke Parkeervoorziening aan de oorspronkelijke betaler. De regie bij het opstellen van de parkeerovereenkomst ligt bij de afdeling Vergunning en Handhaving van de gemeente Neder-Betuwe. De afkoopregeling en de bijbehorende Parkeervoorziening vallen onder de verantwoordelijkheid van de portefeuillehouder die is belast met parkeren. In bijlage 2 is de Verordening Parkeervoorziening opgenomen, in bijlage 3 en 4 zijn voorbeelden opgenomen van de parkeerovereenkomst.

Nota Parkeernormen, versie 26 februari 2013

24

Hoofdstuk 8 Organisatie beleid parkeernormen 8.1. Integrale afstemming Bij het toepassen van de parkeernormen zullen de relevante afdelingen binnen de gemeente nauw moeten samenwerken. Uitgangspunt is een uniforme en effectieve toepassing van de normen zodat de gemeente richting initiatiefnemers een eenduidig en helder kader naar voren kan brengen. Het toepassen van de parkeernormen vraagt dan ook om een integrale benadering. Elke vakafdeling toetst het initiatief op het relevante gemeentelijke beleid en regelgeving. Het grote voordeel van deze manier van werken is de onderlinge afstemming en informatie –uitwisseling tussen de verschillende afdelingen op alle relevante thema’s. Bovenal wordt door deze werkwijze een uniforme toetsing gewaarborgd. 8.2. Evaluatie en periodieke herziening van de normen en beleidsregels De uitgangspunten van deze nota dienen iedere vijf jaar onderzocht te worden. Het gaat dan met name om de ontwikkelingen in het autobezit, die de hoogte van de parkeernormen voor woningen grotendeels bepalen. Zolang de parkeernormen blijven aansluiten bij de werkelijke situatie, is er geen herziening noodzakelijk. Een landelijke herziening van de CROW-parkeerkencijfers kan aanleiding zijn de normen te actualiseren. Nieuwe inzichten bij het gebruik van de parkeernormen kunnen via een aanpassing van de Beleidsregels geregeld worden.

Jaarlijks zal door het college worden bezien of de beleidsregels aangepast of aangevuld moeten worden. Twee jaar na de vaststelling van de nota worden de wijzigingen in het beleid geëvalueerd, en dan met name op de beleidsregels en de effecten die deze regels hebben in de dagelijkse praktijk. 8.3. Financiële consequenties De financiële consequenties voor het oplossen van de parkeereis liggen primair bij de aanvrager; deze moet immers de parkeereis op eigen terrein zien op te lossen. Pas wanneer dit niet mogelijk is, zijn er financiële consequenties, zoals de financiële vergoeding aan de gemeente bij een afwijkingsbesluit, en gemeentelijke uitgaven voor de aanleg van plaatsen door de gemeente. Daarnaast is te stellen dat de financiële haalbaarheid van projecten afhankelijk is van meerdere aspecten, waaronder de kosten van het parkeren en allerlei andere kwalitatieve en functionele aspecten. In het verleden is gebleken dat bij een aantal projecten de discussie zich met name toespitste op de op te lossen parkeereis. Het uitgangspunt is dat de parkeereis zoveel mogelijk overeenkomt met de te verwachten parkeerdruk. Dit om te voorkomen dat een toekomstig parkeerprobleem veroorzaakt door een te lage parkeereis een probleem van de gemeente wordt. Deze insteek zal de (financiële) haalbaarheid van projecten uiteraard verder kunnen bemoeilijken.

De consequentie van het voorgestelde uitgangspunt is mogelijk dat andere beleidsdoelen minder haalbaar worden, dan wel er een extra financiële bijdrage nodig is om projecten te kunnen realiseren.

Nota Parkeernormen, versie 26 februari 2013

25

Bijlage 1 Parkeernormen 1. Algemeen • Uitgangspunten parkeernormen De hoogte van de parkeernormen is afhankelijk van een aantal uitgangspunten die door het CROW in de publicatie ASVV 2012 zijn vastgelegd. Het gaat hierbij om de stedelijkheidsgraad, gebiedskenmerken en dubbelgebruik van parkeerplaatsen. Daarnaast is het belangrijk om rekening te houden met de loopafstanden die de verschillende doelgroepen acceptabel vinden. Deze uitgangspunten zijn elders in deze nota al aan de orde gekomen. • Norm per functie In het onderstaande overzicht zijn de normen per functie opgenomen. Het gaat hierbij niet om een volledige opsomming van alle mogelijke functies. Voor het totaal van functies wordt verwezen naar de ASVV 2012. Hierbij wordt dan gekozen voor de maximale norm, voor een niet-stedelijke omgeving en rest binnen de bebouwde kom of buiten de bebouwde kom. Een verdere omschrijving van de functies is te vinden in CROW-publicatie 272 (verkeersgeneratie voorzieningen). • Overig Het is mogelijk dat bepaalde functies hierboven niet genoemd worden en/of niet inpasbaar zijn binnen bovengenoemde functies. In dat geval zal (juridisch houdbaar) maatwerk geleverd moeten worden. Op het moment dat er na de vaststelling van de nota wel een CROW-kencijfer voor de ontbrekende functie beschikbaar is gekomen, dan wordt het maximum van dit kencijfer gehanteerd.

2. Winkels en boodschappen parkeren per

per

bouwmarkt

100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo

tuincentrum groencentrum bruin- en witgoedzaken woonwarenhuis (zeer groot)

kringloopwinkel woonwarenhuis/ woonwinkel meubelboulevard/ woonboulevard buurtsupermarkt discountsupermarkt fullservice supermarkt (laag en middellaag prijsniveau) fullservice supermarkten (middelhoog en hoog prijsniveau)

100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo

binnen de bebouwde kom 2,6

buiten de bebouwde kom 2,7

aandeel bezoekers

2,9

3,1

89%

incl. buitenruimte

2,9

3,1

89%

incl. buitenruimte

8,9

10

92%

5,9

5,9

95%

2,2

2,5

89%

2,2

2,2

91%

2,7

n.v.t.

93%

5,3

n.v.t.

89%

8,8

n.v.t.

96%

7,5

n.v.t.

93%

6,8

n.v.t.

93%

Nota Parkeernormen, versie 26 februari 2013

opmerkingen

87%

kengetallen gebaseerd op vestiging van ca. 25.000 m2 bvo

26

parkeren per

per

grote supermarkt

100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo m1 kraam

groothandel in levensmiddelen buurt- en dorpscentrum wijkcentrum (klein) wijkcentrum (gemiddeld) wijkcentrum (groot)

binnen de bebouwde kom 9,8

buiten de bebouwde kom n.v.t.

aandeel bezoekers

8,4

n.v.t.

80%

5,1

n.v.t.

72%

6,0

n.v.t.

76%

6,6

n.v.t.

79%

7,2

n.v.t.

81%

opmerkingen

84%

weekmarkt (wijkcentra 0,27 n.v.t. 85% 1) gemiddeld en klein en buurt en dorpscentra) 1) Van deze functie kunnen alleen globale parkeernormen gegeven worden. Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen.1 m1 kraam = 6 m2 bvo (indien geen parkeren achter kraam dan + 1,0 pp per standhouder)

3. Sport, cultuur en ontspanning parkeren per

per

fitnessstudio/sportschool

100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo

fitnesscentrum sporthal sportzaal indoorspeeltuin (kinderspeelhal), gemiddeld en kleiner indoorspeeltuin (kinderspeelhal), groot indoorspeeltuin (kinderspeelhal), zeer groot tennishal squashhal sauna, hammam bibliotheek volkstuin manege (paardenhouderij)

100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 10 tuinen box

binnen de bebouwde kom 5,3

buiten de bebouwde kom 7

aandeel bezoekers

6,8

7,9

90%

3,1

3,7

96%

3,1

3,8

94%

7,2

7,6

97%

8,1

8,6

98%

7,4

7,9

98%

0,6

0,6

87%

2,8

3,3

84%

7,2

7,8

99%

1,4

1,6

97%

1,5 n.v.t.

1,6 0,5

100% 90%

opmerkingen

87%

Let op bij grotere aantallen bezoekers Let op bij grotere aantallen bezoekers

1)

1) Van deze functie kunnen alleen globale parkeernormen gegeven worden. Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen.

Nota Parkeernormen, versie 26 februari 2013

27

parkeren per

per

binnen de bebouwde kom 27

buiten de bebouwde kom n.v.t.

aandeel bezoekers

binnen de bebouwde kom bungalow 1,8

buiten de bebouwde kom 2,2

aandeel bezoekers

sportveld

opmerkingen

ha. netto 95% 1) terrein 1) Opmerkingen: Van deze functie kunnen alleen globale parkeernormen gegeven worden. Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen. Parkeernormen zijn exclusief kantine, kleedruimte, oefenveldje en toiletten.

4. Horeca en (verblijfs)recreatie parkeren per

bungalowpark (huisjescomplex) camping (kampeerterrein)

per

opmerkingen

91%

standn.v.t. 1,3 90% exclusief 10% voor plaats gasten van bezoekers 1* hotel 10 2,6 4,6 77% kamers 2* hotel 10 4,5 6,5 80% kamers 3* hotel 10 5,7 7,3 77% kamers 4* hotel 10 8 9,5 73% kamers 5* hotel 10 11,8 13,8 65% kamers café/bar/cafetaria 100 m2 8 n.v.t. 90% 1) bvo restaurant 100 m2 16 n.v.t. 80% 1) bvo 1) Van deze functie kunnen alleen globale parkeernormen gegeven worden. Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen. 5. Gezondheid en (sociale) voorzieningen parkeren per

huisartsenpraktijk (centrum) fysiotherapiepraktijk (centrum) consultatiebureau gezondheidscentrum consultatiebureau voor ouderen tandartsenpraktijk (-centrum) apotheek

per

binnen de bebouwde kom behandel3,5 kamer behandel2,2 kamer behandel2,4 kamer behandel2,7 kamer behandel2,1 kamer behandel2,8 kamer apotheek 3,6

buiten de bebouwde kom 3,5

aandeel bezoekers

2,2

57%

2,4

50%

2,7

55%

2,3

38%

2,9

47%

n.v.t.

45%

Nota Parkeernormen, versie 26 februari 2013

opmerkingen

57%

28

parkeren per

per

begraafplaats

binnen de bebouwde kom 36,6

buiten de bebouwde kom 36,6

aandeel bezoekers

binnen de bebouwde kom 1,5

buiten de bebouwde kom 1,6

aandeel bezoekers bezoekers

1 5,9

1 5,9

buiten de bebouwde kom 2,8

opmerkingen

(deels) 97% gelijktijdige plechtigheid religiegebouw zitplaats 0,2 n.v.t. 1) verpleeg- en wooneen 0,7 n.v.t. 60% verzorgingstehuis heid 1) Van deze functie kunnen alleen globale parkeernormen gegeven worden. Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen. 6. Onderwijs parkeren per

per

kinderdagverblijf (crèche)

100 m2 bvo leslokaal 100 leerlingen

basisschool middelbare school

opmerkingen

0%

exclusief kiss and ride

11%

exclusief kiss and ride bezoekers zijn leerlingen

7. Wonen parkeren per

per

koop, vrijstaand

woning

binnen de bebouwde bebouwde kom 2,7

koop, twee-onder-een-kap

woning

2,6

2,6

koop, tussen/hoek

woning

2,4

2,4

huur/koop, etage, eenpersoonshuishouden (max. ca. 50 m2) koop, etage, goedkoop

woning

1,5

1,5

woning

2

2

koop, etage, midden

woning

2,3

2,3

koop, etage, duur

woning

2,5

2,5

huur, etage, midden/goedkoop huur, etage, duur

woning

1,8

1,8

woning

2,3

2,3

huurhuis, sociale huur

woning

2

2

huurhuis, vrije sector

woning

2,4

2,4

kamerverhuur

kamer

0,8

0

aandeel bezoekers

Nota Parkeernormen, versie 26 februari 2013

opmerkingen

0,3 pp per woning 0,3 pp per woning 0,3 pp per woning 0,3 pp per eigen differentiatie woning CROW-kencijfer 0,3 pp per woning 0,3 pp per woning 0,3 pp per woning 0,3 pp per woning 0,3 pp per woning 0,3 pp per woning 0,3 pp per woning 0,2 pp per woning

29

parkeren per

per

kamer

binnen de bebouwde kom 0,3

buiten de bebouwde kom 0

kamerverhuur, studenten, niet-zelfstandig aanleunwoning en serviceflat

aandeel opmerkingen bezoekers

woning

1,4

1,4

binnen de bebouwde kom 2,8

buiten de bebouwde kom 2,8

aandeel bezoekers

3,8

3,8

20%

100 m2 bvo

2,6

2,6

5%

exclusief vrachtwagenparkeren

100 m2 bvo

1,3

1,3

5%

exclusief vrachtwagenparkeren

0,2 pp per woning 0,3 pp per woning

8. Werken parkeren per

per

kantoor (zonder baliefunctie) commerciële dienst-verlening (kantoor met baliefunctie) arbeidsintensief/bezoekers extensief (industrie, laboratorium, werkplaats) arbeidsextensief/bezoekers extensief (loods, opslag, transportbedrijf) bedrijfsverzamelgebouw

100 m2 bvo 100 m2 bvo

opmerkingen

5%

100 m2 2,2 2,2 1) bvo 1) Gelijkwaardige mix van kantoren (zonder baliefunctie), arbeidsextensieve en arbeidsintensieve bedrijven 9. Berekening Kiss and Ride (scholen, dagverblijven, crèches e.d.) De parkeerbehoefte voor Kiss and Ride wordt als volgt berekend: • Groep 1 t/m 3: Aantal leerlingen x % leerlingen met auto x 0,5 x 0,75 + • Groep 4 t/m 8: Aantal leerlingen x % leerlingen met auto x 0,25 x 0,85 + • Kinderdagverblijf: Aantal leerlingen x % leerlingen met auto x 0,25 x 075 = totaal aantal parkeerplaatsen voor halen en brengen. (In deze formule is een reductiefactor m.b.t. de parkeerduur ingebouwd. Groepen 1 t/m 3 parkeren gemiddeld 10 minuten in een periode van 20 minuten = 0,5, groepen 4 t/m 8 gemiddeld 2,5 minuten in een periode van 10 minuten = 0,25, kinderdagverblijf gemiddeld 15 minuten in de periode van 60 minuten = 0,25). Daarnaast is een reductiefactor ingebouwd m.b.t. het aantal kinderen in één auto: groep 1 t/m 3 30 – 60%, groepen 4 t/m 8 0,85 en kinderdagverblijf 0,75). Het percentage leerlingen dat met auto wordt gebracht en gehaald ligt tussen de 1% en 60%, dit is onder meer afhankelijk van stedelijkheidsgraad, stedelijke zone, (streek)functie van de school en de gemiddelde afstand naar school. Dit zal in overleg met de school bepaald worden, waarbij de school gevraagd zal worden om e.e.a. overtuigend aan te tonen.

Gemiddeld ligt het percentage op: groepen 1 t/m 3: 30 – 60% groepen 4 t/m 8: 5 – 40% kinderdagverblijf: 50 – 80% Bij gescheiden aanvang -en eindtijd van de groepen 1 t/m 3 en 4 t/m 8 mag het aantal parkeerplaatsen met maximaal 40% worden gereduceerd.

Nota Parkeernormen, versie 26 februari 2013

30

Bijlage 2 Verordening Parkeervoorziening 2013 Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Verordening Parkeervoorziening gemeente Neder-Betuwe 2012 De raad van de gemeente Neder-Betuwe; gelezen het voorstel van het college van Neder-Betuwe, gelet op artikel 147 en 149 van de Gemeentewet, artikel 2.5.30 van de Bouwverordening; overwegende dat: 1. bij bouwplannen of wijzigingen van de bestemming voldoende parkeerplaatsen ingevolge de Bouwverordening dienen te worden aangelegd op eigen terrein. Indien hieraan niet voldaan kan worden, kan het college afwijken van de in artikel 2.5.30 lid 1 van de Bouwverordening gestelde verplichting. Voorwaarde is dat op andere wijze in het parkeren wordt voorzien: door gebruikmaking van restcapaciteit op of langs de openbare weg of, als er niet voldoende vrije parkeerplaatsen in de omgeving zijn, doordat de gemeente de parkeerplaatsen die niet op eigen terrein kunnen worden aangelegd in de nabijheid van het plan realiseert. De initiatiefnemer dient hiervoor een storting te doen in de Parkeervoorziening. 2. als de Bouwverordening niet van toepassing is, maar de stedenbouwkundige voorschriften uit het bestemmingsplan, voor het bepalen van de benodigde parkeerplaatsen de normen uit onderhavige Verordening Parkeervoorziening gemeente Neder-Betuwe 2012 analoog worden toegepast. besluit vast te stellen de volgende Verordening Parkeervoorziening 2013.

Artikel 1 Algemeen Door de gemeente Neder-Betuwe wordt een voorziening geadministreerd onder de naam Parkeervoorziening. De Parkeervoorziening heeft tot doel het realiseren van voldoende parkeerplaatsen, ook als dit niet binnen een bouwplan past, mogelijk te maken, door het aanwenden van financiële bijdragen voor het aanleggen en in stand houden van parkeerplaatsen in de gemeente. Artikel 2 Toepassingsbereik Parkeervoorziening De Parkeervoorziening geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente Neder-Betuwe. Artikel 3 Beheer van van de Parkeervoorziening 1. De gelden van de Parkeervoorziening worden door het college beheerd. 2. Het college is bevoegd besluiten te nemen over het doen van uitgaven uit de Parkeervoorziening. 3. Het college neemt bij de te nemen beslissingen de in de volgende artikelen geformuleerde regels in acht. Artikel 4 Inkomsten van de Parkeervoorziening De Parkeervoorziening bevat de volgende gelden en inkomsten: 1. Gelden die zijn betaald op grond van een met de gemeente Neder-Betuwe gesloten overeenkomst met betrekking tot het voorzien in parkeergelegenheid zoals bedoeld in artikel 2.5.30 lid 4 van de Bouwverordening gemeente Neder-Betuwe. 2. Overige gelden die bij besluit van het college uitdrukkelijk zijn of worden bestemd voor storting in de Parkeervoorziening. Artikel 5 Uitgaven ten laste van de Parkeervoorziening 1.

Ten laste van de Parkeervoorziening worden uitgaven gedaan ten behoeve van de nakoming van de op de gemeente Neder-Betuwe rustende verplichtingen die voortvloeien uit de onder artikel 7, lid 3 bedoelde overeenkomsten.

Nota Parkeernormen, versie 26 februari 2013

31

2. Ten laste van de Parkeervoorziening worden uitgaven gedaan die bijdragen aan het optimaliseren van de benutting van de openbare parkeercapaciteit en/of aan de uitbreiding van de openbare parkeercapaciteit. Artikel 6 Hoogte bijdrage aan de Parkeervoorziening Parkeervoorziening 1. Het aantal parkeerplaatsen waarvoor een storting in de Parkeervoorziening verschuldigd is zal worden vastgesteld door het aantal op eigen terrein gerealiseerde of nog te realiseren parkeerplaatsen in mindering te brengen op de totale hoeveelheid voor het bouwplan te realiseren parkeerplaatsen (de parkeerplaatsverplichting). 2. Voor het bepalen van de te realiseren parkeercapaciteit worden de parkeernormen en de bijbehorende berekeningssystematiek van de gemeente Neder-Betuwe gehanteerd, zoals deze is opgenomen in de vigerende Nota Parkeernormen. 3. Voor de storting in de Parkeervoorziening kan ontheffing worden verleend indien naar oordeel van het college het belang van realisatie van het bouwplan zwaarder weegt dan het voldoen van de storting in de Parkeervoorziening. 4. In de navolgende tabel zijn de tarieven voor de stortingen in de Parkeervoorziening opgenomen (prijspeil 2013). situatie

storting Parkeervoorziening

1. realisatie van minder parkeerplaatsen op eigen terrein dan de parkeerplaatsverplichting, gebruik van restcapaciteit op of langs de openbare weg is mogelijk

€ 15.000,- per parkeerplaats

2. realisatie van minder parkeerplaatsen op eigen terrein dan de parkeerplaatsverplichting, gebruik van restcapaciteit op of langs de openbare weg is niet mogelijk

€ 15.000,- per parkeerplaats

5. Het college draagt zorg voor de jaarlijkse indexering van de onder artikel 6, lid 4 opgenomen tarieven. Artikel 7 Verplichtingen initiatiefnemer en gemeente 1. De initiatiefnemer van het bouwplan, verplicht zich door ondertekening van een “overeenkomst tot storting in de Parkeervoorziening” om een bedrag, te berekenen op grond van het bepaalde in artikel 6 van deze verordening, te storten in de Parkeervoorziening. 2. Het college zal na ontvangst van een door beide partijen ondertekende overeenkomst overgaan tot de besluitvorming inzake het bouwplan. 3. a. De gemeente Neder-Betuwe gebruikt de storting in de Parkeervoorziening voor het optimaliseren van de benutting van de openbare parkeercapaciteit en/of voor het onderhoud en/of uitbreiding van de openbare parkeercapaciteit (situatie 1). b. De gemeente Neder-Betuwe verplicht zich binnen 10 jaar na gereedkomen van het bouwplan het aantal parkeerplaatsen aan te leggen dat niet gerealiseerd kan worden op of langs de openbare weg (situatie 2). 4. Indien de gemeente Neder-Betuwe binnen 10 jaar niet aan de verplichting conform artikel 7, lid 3b heeft voldaan, heeft initiatiefnemer van het bouwplan, het recht tot restitutie van het gestorte bedrag inclusief wettelijke rente en indexering. Initiatiefnemer dient hiertoe een schriftelijk verzoek in bij het college.

Artikel 8 Opheffen van de Parkeervoorziening Indien na het opheffen van de parkeervoorziening en de afwikkeling van met initiatiefnemers van bouwplannen gesloten overeenkomsten nog enig batig saldo mocht resteren, zal dit worden overgeboekt naar de algemene middelen van de gemeente Neder-Betuwe. Artikel 9 Inwerkingtreding De Verordening Parkeervoorziening gemeente Neder-Betuwe 2013 treedt in werking met ingang van <datum 2013>.

Nota Parkeernormen, versie 26 februari 2013

32

Artikel 10 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: "Verordening Parkeervoorziening gemeente Neder-Betuwe 2013". Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van <Datum> 2013. de griffier, de burgemeester,

Nota Parkeernormen, versie 26 februari 2013

33

Bijlage 3 Parkeerovereenkomst – ruimte in omgeving Overeenkomst tot storting in de Parkeervoorziening: gebruik restcapaciteit in het openbaar gebied is mogelijk

De ondergetekenden: 1a.(bij natuurlijk persoon): de heer/mevrouw (voorletters, achternaam, adres, geboortedatum) - hierna te noemen: initiatiefnemer 1b.(bij rechtspersoon): rechtspersoonlijkheid, naam, plaats statutaire vestiging, plaats feitelijke vestiging, namen bevoegde vertegenwoordigers - hierna te noemen: initiatiefnemer 2. de gemeente Neder-Betuwe, ten deze in gevolge van artikel 171 van de Gemeentewet vertegenwoordigd door de burgemeester, ir. C.W. Veerhoek 2. - hierna te noemen: de gemeente Nemen het volgende in aanmerking: •

I. Dat initiatiefnemer een aanvraag voor het verlenen van een vergunning voor het verbouwen en uitbreiden van ___ , plaatselijk bekend ___ , kadastraal bekend kern ___ , sectie ___ , nr. ___ heeft ingediend;

•

II. dat op grond van het bepaalde in artikel 2.5.30, lid 1 van de Bouwverordening -hierna te noemen Bouwverordening - in voldoende mate aan de te verwachten behoefte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen op meer dan twee wielen - indien de omvang of de bestemming van een gebouw daar toe aanleiding geeft - moet zijn voorzien in, op of onder dat gebouw, dan wel op of onder het daarbij behorende onbebouwd blijvende terrein;

•

III. dat toepassing van de gehanteerde parkeernorm op het door initiatiefnemer ingediende bouwplan leidt tot de eis van een te scheppen parkeergelegenheid ter grootte van ___ parkeerplaatsen;

•

IV. dat door het ontbreken aan mogelijkheden initiatiefnemer niet aan die eis kan voldoen;

•

V. dat het college op grond van het bepaalde in artikel 2.5.30, lid 4, van de Bouwverordening echter van de in lid 1 gestelde verplichting af kan wijken;

•

VI. dat het college bereid is af te wijken van de in lid 1 gesteld verplichting, mits er omstandigheden worden geschapen waaronder die vrijstelling zonder schade aan de door de gemeente te behartigen belangen kan worden verleend;

•

VII. dat van die omstandigheden sprake is als op andere wijze in het parkeren wordt voorzien: door gebruikmaking van restcapaciteit op of langs de openbare weg of, als er niet voldoende vrije parkeerplaatsen in de omgeving zijn, doordat de gemeente de parkeerplaatsen die niet op eigen terrein kunnen worden aangelegd in de nabijheid van het plan realiseert. Dat de initiatiefnemer hiervoor een storting dient te doen in de Parkeervoorziening.

Nota Parkeernormen, versie 26 februari 2013

34

Komen overeen als volgt: Artikel 1 Initiatiefnemer verplicht zich in verband met het bouwplan, plaatselijk bekend ___ , kadastraal bekend kern ___ , sectie ___ , nr. ___ een bedrag te storten in de Parkeervoorziening ter grootte van ___ zijnde het verschuldigde bedrag voor de afkoop van ___ parkeerplaatsen. Artikel 2 De gemeente aanvaardt de in artikel 1 genoemde geldsom en verplicht zich om deze geldsom te storten in de Parkeervoorziening. Dit bedrag geldt als bijdrage in de aanleg en het onderhoud van openbare parkeerplaatsen. Artikel 3 Door de betaling van de in artikel 1 vermelde geldsom door initiatiefnemer en aanvaarding van dat bedrag door de gemeente met het oogmerk deze geldsom te besteden op de wijze als in artikel 2 omschreven, zijn de omstandigheden geschapen waaronder het college medewerking kan verlenen aan het bouwplan, plaatselijk bekend ___ , kadastraal bekend kern ___ , sectie ___ , nr. ___. Artikel 4 Initiatiefnemer doet voor nu en voor de toekomst afstand van iedere aanspraak op het uitsluitend gebruik van de door de gemeente uit hoofde van deze overeenkomst aangelegde of aan te leggen en onderhouden parkeerplaatsen. Artikel 5 De in artikel 1 genoemde geldsom moet door initiatiefnemer binnen 30 dagen na de datum van onder tekening van deze overeenkomst worden gestort op bankrekeningnummer ___ ten name van de gemeente Neder-Betuwe.

Artikel 6 Deze overeenkomst wordt als ontbonden beschouwd indien de in artikel 3 bedoelde medewerking om wat voor reden dan ook door het college niet wordt verleend. In dat geval zal het reeds ontvangen bedrag, als bedoeld in artikel 1 van deze overeenkomst, aan initiatiefnemer worden gerestitueerd inclusief wettelijke rente. Aldus overeengekomen en in 2-voud opgemaakt te Neder-Betuwe de initiatiefnemer: <datum> <naam> de gemeente, <datum><naam> burgemeester ir. C.W. Veerhoek

Nota Parkeernormen, versie 26 februari 2013

35

Bijlage 4 Parkeerovereenkomst – geen ruimte in omgeving omgeving Overeenkomst tot storting in de Parkeervoorziening: gebruik restcapaciteit in het openbaar gebied is niet mogelijk

De ondergetekenden: 1a.(bij natuurlijk persoon) : de heer/mevrouw (voorletters, achternaam, adres, geboortedatum) - hierna te noemen: initiatiefnemer 1b.(bij rechtspersoon) : rechtspersoonlijkheid, naam, plaats statutaire vestiging, plaats feitelijke vestiging, namen bevoegde vertegenwoordigers - hierna te noemen: initiatiefnemer 2. de gemeente Neder-Betuwe, ten deze in gevolge van artikel 171 van de Gemeentewet vertegenwoordigd door de burgemeester, ir. C.W. Veerhoek 2. - hierna te noemen: de gemeente –

Nemen het volgende in aanmerking: •

I. Dat initiatiefnemer een aanvraag voor het verlenen van een vergunning voor het verbouwen en uitbreiden van ___ , plaatselijk bekend ___ , kadastraal bekend kern ___ , sectie ___ , nr. ___ heeft ingediend;

•

II. dat op grond van het bepaalde in artikel 2.5.30, lid 1 van de Bouwverordening -hierna te noemen Bouwverordening - in voldoende mate aan de te verwachten behoefte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen op meer dan twee wielen - indien de omvang of de bestemming van een gebouw daar toe aanleiding geeft - moet zijn voorzien in, op of onder dat gebouw, dan wel op of onder het daarbij behorende onbebouwd blijvende terrein;

•

III. dat toepassing van de gehanteerde parkeernorm op het door initiatiefnemer ingediende bouwplan leidt tot de eis van een te scheppen parkeergelegenheid ter grootte van ___ parkeerplaatsen;

•

IV. dat door het ontbreken aan mogelijkheden initiatiefnemer niet aan die eis kan voldoen;

•

V. dat het college op grond van het bepaalde in artikel 2.5.30, lid 4, van de Bouwverordening kan afwijken van de in lid 1 gestelde verplichting;

•

VI. dat het college bereid af te wijken van de in lid 1 gestelde verplichting, mits er omstandigheden worden geschapen waaronder die afwijking zonder schade aan de door de gemeente te behartigen belangen kan worden verleend;

•

VII. dat van die omstandigheden sprake is als op andere wijze in het parkeren wordt voorzien: door gebruikmaking van restcapaciteit op of langs de openbare weg of, als er niet voldoende vrije parkeerplaatsen in de omgeving zijn, doordat de gemeente de parkeerplaatsen die niet op eigen terrein kunnen worden aangelegd in de nabijheid van het plan realiseert. Dat de initiatiefnemer hiervoor een storting dient te doen in de Parkeervoorziening.

Nota Parkeernormen, versie 26 februari 2013

36

Komen overeen als volgt: Artikel 1 Initiatiefnemer verplicht zich in verband met het bouwplan, plaatselijk bekend ___ , kadastraal bekend kern ___ , sectie ___ , nr. ___ een bedrag te storten in de Parkeervoorziening ter grootte van ___ zijnde het verschuldigde bedrag voor de afkoop van ___ parkeerplaatsen. Artikel 2 • a. De gemeente aanvaardt de in artikel 1 genoemde geldsom en verplicht zich om deze geldsom te storten in de Parkeervoorziening. • b. De gemeente verplicht zich het in artikel 1 genoemde aantal parkeerplaatsen binnen tien jaar na gereedkomen van het bouwplan aan te leggen. • c. Indien de gemeente deze openbare parkeerplaatsen niet binnen twee jaar heeft aangelegd, is de initiatiefnemer gerechtigd een evenredig deel van de betaalde geldsom terug te vorderen met verrekening van de wettelijke rente en indexering per jaar over het terug te vorderen bedrag. • Artikel 3 Door de betaling van de in artikel 1 vermelde geldsom door initiatiefnemer en aanvaarding van dat bedrag door de gemeente met het oogmerk deze geldsom te besteden op de wijze als in artikel 2 omschreven, zijn de omstandigheden geschapen waaronder het college medewerking kan verlenen aan het bouwplan, plaatselijk bekend ___ , kadastraal bekend kern ___ , sectie ___ , nr. ___.

Artikel 4 Initiatiefnemer doet voor nu en voor de toekomst afstand van iedere aanspraak op het uitsluitend gebruik van de door de gemeente uit hoofde van deze overeenkomst aangelegde of aan te leggen en onderhouden parkeerplaatsen. Artikel 5 De in artikel 1 genoemde geldsom moet door initiatiefnemer binnen 30 dagen na de datum van onder tekening van deze overeenkomst worden gestort op bankrekeningnummer ___ ten name van de gemeente Neder-Betuwe. Artikel 6 Deze overeenkomst wordt als ontbonden beschouwd indien de in artikel 3 bedoelde medewerking om wat voor reden dan ook door de gemeente niet wordt verleend. In dat geval zal het reeds ontvangen bedrag, als bedoeld in artikel 1 van deze overeenkomst, aan initiatiefnemer worden gerestitueerd inclusief wettelijke rente. Aldus overeengekomen en in 2-voud opgemaakt te Neder-Betuwe de initiatiefnemer: <datum> <naam> de gemeente, <datum><naam> burgemeester ir. C.W. Veerhoek

Nota Parkeernormen, versie 26 februari 2013

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12537360/1