Bijlage 2 - Begroting 2024 toelichting alle scenarios
Tekst van het document
Begroting 2024 groenonderhoud Avri Toelichting op de verschillende scenario’s Belangrijke aandachtspunten om te overwegen zijn als volgt: Onze eigen buitendienst, Avri, is verantwoordelijk voor het organiseren van ons groenonderhoud. Een aantal onderhoudstaken wordt uitgevoerd door onze interne buitendienst. Externe aannemers worden ingeschakeld voor een uitgebreider scala aan werkzaamheden. We dienen flexibel te zijn in reactie op een veranderende arbeidsmarkt. De vergrijzing en krapte op de arbeidsmarkt zorgen voor uitdagingen bij het opstellen van personeelsplanning. Het klimaat ondergaat veranderingen en we moeten rekening houden met steeds extremere weersomstandigheden. Dit omvat frequente hevige regenval en toenemend warmere temperaturen. Deze weersomstandigheden kunnen zeer gunstige groeiomstandigheden creëren gedurende korte perioden binnen het groeiseizoen. Elk jaar kent twee groeiperiodes, namelijk het voorjaar en het najaar. De groeisnelheid van planten, inclusief bomen, struiken en gras, wordt beïnvloed door de weersomstandigheden. Het is onmogelijk om het weer te voorspellen, daarom moeten we reageren op basis van de feitelijke situatie.
Er is extra nadruk nodig op het monitoren van nieuwe beheerstrategieën en het toezicht op de uitgevoerde werkzaamheden, om ervoor te zorgen dat veranderingen op een passende manier worden geïntegreerd en binnen de bestaande werktijden worden uitgevoerd. Uit een onafhankelijke evaluatie en locatiebezoeken is gebleken dat herijking van de digitale grenzen van centrumgebieden noodzakelijk is. Dit geldt ook voor zichtlijnen en obstakels vanwege recente nieuwbouw en andere ontwikkelingen in de openbare ruimte. Hoewel het opnieuw inventariseren en digitaal in kaart brengen tijd en financiële middelen vergt, is dit essentieel om ons beheergebied goed te organiseren. Moeten we ons afvragen of weersomstandigheden invloed hebben op de financiële positie van de gemeente? Scenario 1: Op beeld werken – 2.905.000,00 Het budget voor groenonderhoud schommelt fors afhankelijk van de weersomstandigheden die de invloed bepalen op het toe te wijzen bedrag. CROW Beeldmeetlatten: Classificatie van centrumgebieden als A-kwaliteit, komgebieden als B-kwaliteit en buitengebied als C-kwaliteit. Gras wordt op een vastgestelde hoogte gehouden en overhangend groen hebben een maximaal toegestane lengte. Bewaking van graslengte en takkenregulatie is essentieel. Groeisnelheid van het groen wordt beïnvloed door weersomstandigheden. Maaien en snoeien wanneer gras en takken te lang worden.
Flexibele aanpassingen aan weersomstandigheden zijn noodzakelijk. Kosten variëren afhankelijk van de weersomstandigheden. Begroting is opgesteld met gemiddelde, minimum- en maximumbedragen, wat gevolgen heeft voor de financiële positie van de gemeente.
Overweging: Aannemers schrijven hoger in om eigen risico te beperken, wat resulteert in hogere kosten. Flexibel werken vormt een uitdaging voor personeelsplanning binnen onze buitendienst; extra inzet van aannemers is nodig tijdens het groeiseizoen. Het inhuren van aannemers tijdens het groeiseizoen brengt extra kosten met zich mee. Schommelingen van € 800.000,- per jaar zijn mogelijk door variabele weersomstandigheden. Onderhoudskosten voor een ronde bedragen ongeveer € 200.000,-. De begroting is gebaseerd op een gemiddeld jaar, waarbij de onderhoudskosten ongeveer € 1.928.000,bedragen. In zeer groeizame jaren, met behoefte aan twee extra onderhoudsrondes, kan er een tekort van ongeveer € 400.000,- ontstaan. In jaren met belemmerende weersomstandigheden kunnen mogelijk twee onderhoudsrondes worden overgeslagen, waardoor er ongeveer € 400.000,- wordt bespaard. Scenario 2: Op frequentie werken - € 3.057.000,00 Centrumgebieden worden op een hoog niveau onderhouden, komgebieden op een basisniveau en het buitengebied op een lager niveau. Een vastgesteld aantal onderhoudsbeurten wordt gehanteerd om te voldoen aan de beeldkwaliteitseisen. Voorspelbare groeiperiodes worden beheerst door een doordachte planning van onderhoudsbeurten.
Tijdens zeer groeizame weersomstandigheden mag het gras, tussen de onderhoudsbeurten door, iets hoger staan en zijn de takken iets langer. Kosten zijn gebonden aan het vooraf bepaalde aantal onderhoudsbeurten. De begroting is vastgesteld op een vast bedrag. Overweging: Afwijkingen van het Neder-Betuwe IBOR-beleid. Er wordt geaccepteerd dat het groen af en toe niet volledig aan de beeldnormen voldoet. Werkzaamheden kunnen beter gepland en geprijsd worden. Veranderingen in het grondgebied moeten nog worden bijgewerkt. Scenario 3 : Een combinatie van op beeld en frequentie werken. (Meest passende keuze van de vakspecialisten Avri/gemeente) - € 2.918.000,00 Flexibiliteit om per element te beslissen wat constant binnen de gestelde normen moet blijven ('op beeld') en wat incidenteel van mindere kwaliteit mag zijn ('buiten beeld'). Classificatie van gebieden: Centrumgebieden zijn van hoge kwaliteit (A), komgebieden van basisniveau (B), en buitengebieden van lage kwaliteit (C). Voorstel: Onderhoud op beeldkwaliteit A voor centrumgebieden; andere gebieden onderhouden volgens vooraf bepaalde frequenties: komgebieden op basisniveau en buitengebieden op laag niveau. Tijdens zeer groeizame weersomstandigheden mag het onkruid en gras, tussen de onderhoudsbeurten door, iets hoger staan en zijn de takken iets langer (van toepassing op de frequente posten).
Overweging: In het kader van het IBOR staat: "De groenstructuur is herkenbaar en vormt de verbindende schakel tussen de kernen en het buitengebied. Daarbij is er extra aandacht voor de dijkopgangen, dorpscentra, entrees, monumenten, ecologische dorpsranden en historische objecten als belangrijke onderdelen in de groenstructuur." Moeten we dit koppelen aan het onderhoudsniveau, dus deze locaties mogelijk op A-kwaliteit/niveau brengen? Op dit moment zijn ze verspreid over A, B en C locaties. Een toekomstig overleg zal het onderhoudsniveau bepalen wat hier op aan sluit. Let op: Voor deze stap moeten we mogelijk 'extra A-locaties' in ons beheersysteem integreren.
In het IBOR beleidsplan Neder-Betuwe staat: "Alle beplantingsranden worden gesnoeid op basis van beeldkwaliteit om overlast te voorkomen." Dit is gebaseerd op het principe dat "Het openbaar groen functioneel, overzichtelijk en (sociaal) veilig moet zijn." Moeten we dit interpreteren als: 'we snoeien in komgebieden en buitengebieden met een frequentie die verkeers- en sociale veiligheid ondersteunt'? Let op: Voor deze stap moeten we mogelijk ons areaal splitsen en opnieuw labelen in het beheersysteem. Bovendien moeten we kritisch naar uitzichthoeken kijken. Belangrijke Overwegingen: Afwijkingen van het IBOR-beleidsplan Neder-Betuwe. Het volledige areaal is nog niet volledig in kaart gebracht, wat momenteel uitdagingen oplevert bij locatiegerichte aanpassingen. Het toevoegen van extra categorieën aan bestaande beheergroepen biedt tevens mogelijkheden voor specifieke wensen vanuit andere beleidsgebieden (zoals verkeersveiligheid). Dit vergemakkelijkt gerichte besparingsmaatregelen in de toekomst. Afwijkende keuzes maken van het beleid is mogelijk, maar het muteren en overdragen van aanpassingen vergt extra inspanning. Het vastleggen van 'afwijkingen' in de DVO (Dienstverleningsovereenkomst) moet degelijk worden geregeld en breed worden gedragen.
Er is extra inzet nodig voor de overdracht van voltooide projecten in de openbare ruimte, evenals mutaties in bestaande situaties. Na onafhankelijke inspecties en locatiebezoeken is gebleken dat de digitale grenzen van centrumgebieden, evenals uitzichthoeken en obstakels, opnieuw moeten worden geëvalueerd vanwege nieuwbouw en andere ontwikkelingen. Het her-inventariseren en (digitaal) in kaart brengen hiervan vergt tijd en geld, maar is essentieel voor een accurate inventaris. Mogelijkheid om het aantal onderhoudsbeurten per locatie aan te passen. Dit vereist het opsplitsen van het bestaande areaal in meerdere 'beheer-eenheden'. Hier is tijd en geld voor nodig. Er is extra aandacht vereist voor communicatie tussen verschillende beleidsgebieden en betrokken partijen, inclusief bewoners en de buitendienst. Toezicht en monitoring van de nieuwe beheerstrategie en uitvoering van werkzaamheden vergen extra inspanning om ervoor te zorgen dat veranderingen zoals bedoeld worden geïmplementeerd en gehandhaafd. Aannemers schrijven mogelijk hoger in om eigen risico te minimaliseren, wat resulteert in hogere kosten. Flexibel werken vormt een uitdaging voor personeelsplanning binnen de buitendienst, waardoor extra inzet van aannemers in het groeiseizoen noodzakelijk is. Extra inzet van aannemers tijdens het groeiseizoen brengt hogere kosten met zich mee.
IBOR beleid: Wijzigingen en ontwikkelingen
Onderhoud Het onderhoud van het groen vindt plaats op beeldkwaliteit. Binnen het onderhoud wordt er onderscheid gemaakt in het dagelijks onderhoud (schoffelen, maaien) en het technisch onderhoud (snoeien, terugzetten, inboet).
Het groenonderhoud heeft een maatschappelijke meerwaarde en wordt zo efficiënt mogelijk uitgevoerd. Het onderhoud richt zich op de kenmerken schoon, heel en veilig.
Vanaf 2023 wordt er bij de aanplant van nieuwe bomen gesnoeid volgens de TCO richtlijn: 3040% van de aanwezige knoppen wegsnoeien. Begeleiding snoei in eerste twee jaar is dan niet nodig.
Essen die zijn aangetast door de essentaksterfte worden gekapt en vervangen door andere soorten.
Vanaf 2024 meer inzet op ecologisch beheer, onderhoudswerkzaamheden worden aangepast met meer aandacht voor biodiversiteitsherstel.
Het snoeien van de bomen is gericht op veiligheid, begeleiding en instandhouding. Dit betekent voldoen aan de zorgplicht, het garanderen van veilige doorrijhoogtes en het onderhoud en begeleiding geven aan bomen in alle leeftijdsfasen. Het achterstallig onderhoud aan bomen wordt in de komende jaren opgepakt.
Het voorstel om deels op beeld en deels op frequentie te gaan werken sluit hier op aan. Onderhoud op frequentie vereist minder flexibiliteit, werkzaamheden en personeel zijn makkelijker in te plannen. De communicatie naar onze inwoners wordt ook helderder en simpeler.
Het onderhoud is chemievrij en bevordert de biodiversiteit. Dit met uitzondering van onveilige/invasieve soorten.
Vanaf 2024 het voorstel om centrumgebieden op beeldkwaliteit te onderhouden, overige gebieden op een vooraf vastgesteld aantal onderhoudsbeurten.
Dit geldt ook voor iepen die zijn aangetast door de Iepenziekte.
Bermen en bermsloten worden 1 keer per jaar gemaaid met behulp van een zogenoemde klepelmaaier. Rondom obstakels en bij uitzichthoeken (kruispunten, uitritten) vinden de maaiwerkzaamheden 2 à 3 keer per jaar plaats. De meterstroken langs doorgaande wegen en de wegen met beperkt zicht worden vanwege de verkeersveiligheid 2 keer per jaar gemaaid. Daar waar mogelijk worden ecologische beheermethoden toegepast.
Vanaf 2023 zijn er ontwikkelingen op het gebied van bermbeheer, zoals een uitbreiding van de locaties waarop ecologische beheermethoden worden toegepast. We streven naar het beheer volgens Kleurkeur in brede bermen. De meterstroken zijn niet geschikt voor ecologisch beheer en vallen hier buiten. Er zijn geen wijzigingen in het beheer van de meterstroken.
Als onderdeel van het ecologisch bermbeheer, de inzet van een schotelmaaier daar waar dit toegevoegde waarde voor de biodiversiteit heeft.
Komende periode worden de uitzichthoeken herijkt vanwege nieuwbouw en andere ontwikkelingen in de openbare ruimte. Obstakels opnieuw laten inventariseren om het areaal op orde te krijgen.
De B- en C watergangen worden 1 keer per jaar ontdaan van alle begroeiing. Het slootvuil wordt nu nog op de kant verwerkt, maar het heeft de voorkeur om het slootvuil af te voeren. Deze wens wordt meegenomen bij het uitwerken van de baggeropgave in 2022.
In het baggerplan zijn alleen middelen opgenomen voor het afvoeren van de baggerspecie.
Gazons worden periodiek gemaaid op basis van het afgesproken kwaliteitsbeeld.
Vanaf 2024 het voorstel om centrumgebieden op beeldkwaliteit te onderhouden, overige gebieden op een vooraf vastgesteld aantal onderhoudsbeurten.
Bij toekomstige ontwikkelingen, zowel bij nieuwbouwprojecten en rehabilitatieprojecten, gaan we inzetten op de realisatie van bloemrijke gazons. Dit door het toepassen van een ander grasmengel, namelijk M5 nectar onder het maaiveld. Dit grasmengsel vereist ander beheer wat neerkomt op 8x per jaar maaien (frequentie).
Bosplantsoen wordt onderhouden met een beheerstrategie die is afgestemd op de samenstelling en situering van de beplanting.
In de DVO staat opgenomen: Onkruidbestrijding in de eerste meter en de randen worden op B-kwaliteit/niveau gesnoeid. Daarnaast gaan we vanaf 2024 het dunnen weer oppakken, jaarlijks 25% van het totale areaal. We moeten rekening houden met een mogelijke overschrijding in de eerste jaren, vanwege een achterstand in het onderhoud. Wanneer nodig kan dit budget voor 2025 worden bijgesteld.
In juni 2023 is een breed gedragen verzoek binnen gekomen om het bosplantsoen langs Sportpark Den Eng te Dodewaard te snoeien tot 80cm hoogte. Dit komt de sociale veiligheid ten goede en maakt de locatie waarschijnlijk minder aantrekkelijk voor jongeren. Mogelijk zijn niet alle planten in het bosplantsoen geschikt om op langer termijn als haag te beheren, omvorming van dit bosplantsoen kan in de toekomst nodig zijn.
Heesters worden om de 3 jaar gesnoeid, tenzij op basis van soort en standplaats een andere frequentie nodig is.
Deze uitvraag zal in het DVO voor 2024 opgenomen moeten worden om hier aan te kunnen voldoen.
Hagen worden op beeld geschoren. Afhankelijk van de soort worden de hagen 1 à 2 keer per jaar geknipt.
Het maaien en afvoeren van het plantmateriaal moet worden doorontwikkeld binnen het biodiversiteitsplan met ecologisch maaibeheer. Ecologisch maaibeheer zal komende jaren ook worden doorontwikkeld in relatie tot het maaien van de B- en C watergangen. Hier zijn oriënterende gesprekken over gevoerd met het Waterschap. Het maaibeleid van het waterschap zal (gedeeltelijk) worden overgenomen op de hiervoor geschikte locaties.
Vanaf 2024 het voorstel om centrumgebieden op beeldkwaliteit te onderhouden, overige gebieden op een vooraf vastgesteld aantal onderhoudsbeurten.
Alle beplantingsranden worden gesnoeid op basis van beeldkwaliteit om overlast te voorkomen.
Vanaf 2024 het voorstel om centrumgebieden op beeldkwaliteit te onderhouden, overige gebieden op een vooraf vastgesteld aantal onderhoudsbeurten.
Er zal gekeken moeten worden of de A-locatie goed in het beheersysteem staan of dat er meerdere gebieden anders gelabeld moeten worden.
Bij uitval van beplanting worden de gaten in de plantsoenen opgevuld op basis van beeldkwaliteit. Bij uitval van straat- en laanbomen worden nieuwe bomen her-plant.
In het najaar 2023 start de uitvoering met de plant vak renovaties.
Bomen worden in het najaar of vroege voorjaar her-plant, mits er voldoende ondergrondse groeiplaats beschikbaar is. In sommige gevallen zal dit betekenen dat de herplanting op een andere locatie zal plaatsvinden.
Aandachtspunt: Bij het her-planten van straatbomen die in verharding stonden, dient rekening gehouden te worden met gewijzigde groeiplaatsvereisten. Deze aanpassingen brengen aanzienlijke kosten met zich mee. Indien de oorspronkelijke groeiplaats niet meer aan de huidige eisen voldoet, wordt er omwille van de hoge kosten geen nieuwe boom op dezelfde locatie geplant. Dit kan soms tot onbegrip leiden bij onze inwoners.
Alle beplantingen en bomen in verharding worden (deels) onkruidvrij gehouden. De gemeente NederBetuwe verwijdert geen onkruid in bosplantsoen, maar maait hier incidenteel wel de randen uit.
Vanaf 2024 het voorstel om centrumgebieden op beeldkwaliteit te onderhouden, overige gebieden op een vooraf vastgesteld aantal onderhoudsbeurten.
Aandachtspunt is onkruid in boomspiegels. Er zijn pilotprojecten waarbij de nieuwe boomspiegels worden ingeplant met vaste planten. Andere mogelijkheden, ook voor bestaande boomspiegels met oudere bomen, worden onderzocht. Niet alle boomspiegels zijn geschikt voor vaste planten.
In de DVO staat voor bosplantsoen opgenomen: Onkruidbestrijding in de eerste meter en de randen worden op B-kwaliteit/niveau gesnoeid.
Ziekten en plaagsoorten (zoals de Japanse duizendknoop, eikenprocessierups en essentaksterfte) worden bestreden en waar dit niet kan beheerst. Bij dodelijke ziekte worden de bomen en beplantingen zo nodig gerooid.
In 2023 is er een situatie met Japanse Duizendknoop ontstaan op een terrein van een projectontwikkelaar.
Vanaf 2024 zal de eikenprocessierups onderdeel worden van het ecologische bermbeheerplan. We zetten in het herstellen van de biodiversiteit en verminderen de locaties waarop we preventief spuiten. Hierbij worden de ontwikkelingen van gemeenten in de regio gevolgd en laten we ons adviseren over de meeste passende aanpak.
Inspectie en monitoring
De boomveiligheidscontrole vindt 1 keer per 3 jaar plaats. Bomen met een groter risicoprofiel jaarlijks.
Geen wijzigingen.
Op dit moment voert de gemeente Neder-Betuwe geen groeninspectie uit. Alleen de afkeurlocaties zijn inzichtelijk gemaakt door Avri. De wens is om in de toekomst weer zelf te gaan inspecteren of hiervoor een externe partij in te huren. Er is behoefte aan meer inzicht in de totale kwaliteit van het groen en de vervangingsopgave.
Sinds begin 2023 voert adviesbureau BeheerAccent een onafhankelijke schouw uit. Deze resultaten worden met de Avri gedeeld. De schouwresultaten van de eerste maanden waren aanleiding tot het maken van nieuwe werkafspraken met de Avri en hebben geresulteerd in een wijziging in Avri’s werkbegroting voor 2024.
Het voorstel voor 2024 is om de onafhankelijke schouw te blijven uitvoeren.
Er is een QuickScan biodiversiteit uitgevoerd om kansrijke bermen, dijken en grotere groengebieden in beeld te brengen. Op basis van deze QuickScan zijn voorstellen gedaan voor beheerwijzigingen, afgestemd op de aanwezige doelsoorten. Alle wijzigingen worden zoveel mogelijk kostenneutraal doorgevoerd.
De resultaten van de QuickScan worden meegenomen bij het opstellen van het Ecologisch maaibeheerplan.