CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.7 - BP Bijlage 4 - Quickscan flora en fauna

Beeldvormende avond ('Het Beeld') 14 september 2023, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Echteld, Spoorstraat 3a’6.180 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Spoorstraat 3a te Echteld - Quickscan flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming –

Opdrachtgever

VanWestreenen B.V.

Datum veldbezoek

30 maart 2022

Kenmerk rapport

Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld

Datum rapport

19 januari 2023

Versie

V3.0

Auteur

ing. W. Egging

Controle

ing. J.M. de Wever

EcoTierra-ecologisch adviesbureau Postadres: Abraham Teerlinkstraat 10, 7424 DM Deventer Bezoekadres: Keulenstraat 10, 7418 ET Deventer www.ecotierra.nl info@ecotierra.nl 0570-597418

Draagvlak voor natuur is de basis voor natuurbescherming

Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven. EcoTierra- ecologisch adviesbureau is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van EcoTierra- ecologisch adviesbureau; opdrachtgever vrijwaart EcoTierra- ecologisch adviesbureau voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 2

INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING 1.2 DOELSTELLING 1.3 VOLLEDIGHEID ONDERZOEK 1.4 GELDIGHEIDSDUUR RAPPORT

4 4 4 4 4

2 ONDERZOEKSOPZET

5

2.1 BRONNENONDERZOEK 2.2 VELDBEZOEK

5 5

3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN 3.1 PLANGEBIED 3.2 GEWENSTE TOEKOMSTIGE SITUATIE EN VOORGENOMEN INGREPEN 4 BEVINDINGEN BRONNENONDERZOEK EN TOETSING 4.1 BEVINDINGEN EN TOETSING BESCHERMDE GEBIEDEN/ HOUTOPSTANDEN 4.2 BEVINDINGEN BRONNENONDERZOEK, VELDONDERZOEK EN TOETSING SOORTEN

6 6 8 10 10 11

5 CONCLUSIE

15

6 VRIJBLIJVEND ADVIES

16

BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5.

Waarnemingen NDFF Wettelijk kader Lijst beschermde soorten Jaarrond beschermde nesten Bronnen

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 3

1 INLEIDING In opdracht van VanWestreenen B.V. heeft EcoTierra- ecologisch adviesbureau aan de Spoorstraat 3a te Echteld (gemeente Neder-Betuwe) een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Echteld en betreft een bedrijfsperceel met overkapping, opslagterrein, demonstratievelden en de directe omgeving hiervan. 1.1 Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens twee bedrijfshallen te realiseren. In dit kader wordt een overkapping afgebroken. Binnen het plangebied worden geen bomen gekapt en/of oppervlaktewateren gedempt. In verband met de Wet natuurbescherming (Wnb) is het noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden. 1.2 Doelstelling Het doel van onderhavige quickscan is inzicht geven of de voorgenomen activiteiten een overtreding van de vigerende natuurwetgeving tot gevolg hebben.

Om dit inzicht te verkrijgen worden de volgende vragen beantwoord; • zijn er binnen het plangebied beschermde dier- en plantsoorten aangetroffen en/of worden deze verwacht? • wat is de juridische status van deze soorten? • hebben de voorgenomen activiteiten een (significant) negatief effect op deze soorten? • ligt het plangebied in of nabij beschermde natuurgebieden, zoals het GNN of Natura2000-gebieden? • wat zijn de gevolgen en dienen er (mitigerende) maatregelen genomen te worden? • dient er een nader onderzoek uitgevoerd te worden? • dient er een ontheffing aangevraagd te worden? 1.3 Volledigheid onderzoek Een quickscan is een momentopname en kan slechts in beperkte mate uitsluitsel geven over de aan- of afwezigheid van soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek. Aan de hand van expert-judgement en bekende ecologische principes zal een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die volgens standaardmethoden worden uitgevoerd. 1.4 Geldigheidsduur rapport Afhankelijk van de aangetroffen soorten is de rapportage drie of vijf jaar geldig.

Voor Habitatrichtlijnsoorten en vogels met een jaarrond beschermd nest dient maximaal drie jaar als geldigheidsduur te worden gehanteerd met als voorwaarde dat er weinig (fysieke) veranderingen hebben plaatsgevonden in het plangebied.

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 4

2 ONDERZOEKSOPZET In onderhavige quickscan is de locatie gescreend op de aanwezigheid van beschermde planten diersoorten. Er is gestart met een bronnenonderzoek en vervolgens is de locatie bezocht. 2.1 Bronnenonderzoek Voor het bronnenonderzoek zijn diverse (digitale) verspreidingsatlassen (waaronder de NDFF) geraadpleegd. Hierdoor is indicatief een beeld verkregen of er relevante soorten voorkomen binnen of in de omgeving van het plangebied. De NDFF is op 30 maart 2022 geraadpleegd. Diverse kaarten (waaronder GNN, GO, Natura2000 en natuurbeheerplan) van de provinciale site gelderland.nl zijn geraadpleegd in maart 2022. Op internet is gezocht naar openbare rapportages van ecologische onderzoeken die in de directe omgeving van onderhavig plangebied zijn uitgevoerd. 2.2 Veldbezoek Het plangebied is op 30 maart 2022 overdag bezocht. Ten tijde van het veldbezoek was het zonnig bij een temperatuur van rond de 20°C. Het plangebied was ten tijde van het veldbezoek volledig toegankelijk. De directe omgeving van het plangebied is eveneens bekeken. Gedurende het onderzoek is de initiatiefnemer geïnterviewd. Er is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten (zicht- en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, graafsporen, nesten, holen, uitwerpselen, haren en dergelijke).

Het onderzoek is uitgevoerd door ecoloog ing. W. Egging. De ecologen van EcoTierraecologisch adviesbureau hebben een relevante HBO-studie gevolgd. Tevens worden diverse relevante cursussen gevolgd, symposia en congressen bezocht en diverse vakbladen en nieuwsbrieven gelezen om de laatste ontwikkelingen te volgen. De onderzoekers zijn in het bezit van diverse certificaten, waaronder ‘Zorgvuldig handelen Wet natuurbescherming, ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, niveau 4, IPC Groene Ruimte (door Stadswerk erkend certificaat)’.

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 5

3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN In dit hoofdstuk zijn de onderzoekslocatie en de voorgenomen activiteiten beschreven. 3.1 Plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Echteld en betreft een bedrijfsperceel van een machinehandel met een overkapping, opslagterrein en demonstratievelden. De overkapping heeft een kunststoffen dak zonder dakbeschot/ dakisolatie. Het opslagterrein en demonstratieveld worden gebruikt voor stalling en showen van de tuin- en parkmachines. Daarnaast zijn er meerdere fruitbomen en een wadi aanwezig. De huidige bedrijfsruimte, bedrijfswoning en omliggende tuin behoren niet tot het plangebied. De directe omgeving bestaat verder uit agrarische bedrijven, weiland, groenstructuren en infrastructuur.

Afbeelding 1: Situering plangebied (bron: PDOK).

Foto’s: Indrukken plangebied. De af te breken overkapping. Buiten- en binnenzijde.

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 6

Foto’s: Indrukken plangebied. Opslagterrein en demonstratievelden.

Foto’s: Indrukken plangebied. Nieuwbouwlocaties.

Foto’s: Indrukken plangebied. Fruitboomgaard (recent aangeplant) en de te behouden (droogstaande) wadi.

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 7

Foto’s: Indrukken directe omgeving. Omliggende bedrijfsruimte en bedrijfswoning.

Foto’s: Indrukken directe omgeving. Omliggende watergangen en infrastructuur.

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 8

3.2 Gewenste toekomstige situatie en voorgenomen ingrepen De initiatiefnemer is voornemens twee bedrijfshallen te realiseren. In dit kader wordt de overkapping afgebroken. Binnen het plangebied worden geen bomen gekapt en/ of oppervlaktewateren gedempt. Mogelijk worden enkele (recent aangeplante) fruitbomen verplaatst ten behoeve van de nieuwbouw. Het plangebied wordt landschappelijk ingepast met hoogstamboomgaarden, bosplantsoenen, laanbeplantingen, knotwilgen en hagen. De wadi ten noordwesten van de bedrijfsruimte blijft behouden en wordt verder uitgebreid met natuurvriendelijke oevers. Daarnaast worden de natuurvriendelijke oevers aan de zuidwestzijde verder uitgebreid zodat het meer water kan bergen en er een grotere plas/draszone ontstaat. De ingrepen vinden plaats in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden.

Afbeelding 2: Gewenste situatie (bron: Buro Ruiter).

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 9

4 BEVINDINGEN BRONNENONDERZOEK EN TOETSING Hieronder worden de bevindingen van het onderzoek weergegeven. Tevens vindt er een toetsing aan de Wet natuurbescherming plaats en zal er gekeken worden of er gevolgen kunnen zijn voor het Gelders Natuurnetwerk of overige beschermde natuurgebieden. 4.1 Bevindingen en toetsing beschermde gebieden/ houtopstanden In de database van de provincie Gelderland is af te lezen dat het plangebied niet is gelegen in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en/ of de Groene Ontwikkelingszone (GO).

Afbeelding 3: Ligging plangebied t.o.v. het Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone (bron: PDOK).

- In Gelderland is aangaande het GNN geen externe werking van toepassing. Vervolgstappen, zoals een Nee, tenzij-toets, zijn dus niet aan de orde. Op circa 650 meter is het Natura2000-vogelrichtlijngebied “Rijntakken” aanwezig.

Afbeelding 4: Ligging plangebied t.o.v. het Natura2000-gebied (bron: PDOK).

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 10

Door de onderlinge afstand en bufferende werking van tussenliggende woningen en bedrijven is er geen rechtstreekse aantasting (door bijvoorbeeld licht, trillingen, geluid of menselijke aanwezigheid) of indirecte aantasting (door bijvoorbeeld verdroging) te verwachten op soorten die voor Natura2000-gebieden zijn aangewezen. - Verdere toetsing aan Natura2000 (soorten) is niet noodzakelijk. Thema’s als vermesting/ verzuring (stikstof) vallen niet onder de reikwijdte van onderhavige quickscan flora en fauna. De sinds 1 juli 2021 aangenomen wet Stikstofreductie en Natuurverbetering is sinds de uitspraak van de RvS komen te vervallen. Door de bouwwerkzaamheden en verder ingebruikname van het perceel (bedrijfsbestemming) zal er een toename zijn van stikstof. - De verwachting is dat er een AERIUS-berekening uitgevoerd dient te worden. Er worden in het kader van de voorgenomen ingrepen geen bomen gekapt. Mogelijk worden enkele net aangeplante fruitbomen verplaatst. - Het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming is derhalve niet van toepassing. 4.2 Bevindingen bronnenonderzoek, veldonderzoek en toetsing soorten NDFF Voor het bronnenonderzoek is gebruik gemaakt van de gegevens van NDFF (tot 5 jaar terug, geraadpleegd op 30 maart 2022).

Er is met name gekeken naar jaarrond beschermde nesten, Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten (niet vrijgestelde soorten Gelderland). Bijlage 1 geeft de resultaten weer van het NDFF-onderzoek. Het betreft hier ook waarnemingen van bijvoorbeeld foeragerende en overvliegende exemplaren. - Binnen het plangebied zijn waarnemingen van buizerd en roek aangetroffen. In de directe omgeving zijn waarnemingen van steenuil aangetroffen. Openbare rapportages Er zijn geen relevante (openbare) rapportages gevonden van het plangebied of van planlocaties in de directe omgeving. Interview in het veld De initiatiefnemer had geen relevante soortinformatie over het plangebied. Wel gaf men aan dat de wadi behouden blijft en dat er mogelijk wat recent aangeplante fruitbomen verplaatst worden i.v.m. de nieuwbouwlocaties. Flora Tijdens het veldbezoek zijn er binnen het plangebied geen beschermde wilde vaatplanten aangetroffen. Er zijn slechts algemene soorten aanwezig die zijn te vinden op verstoorde en voedselrijke bodems. Tevens zijn er tijdens het bronnenonderzoek geen waarnemingen van beschermde soorten aangetroffen. - Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroep.

Vogels Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied en in de omgeving enkele vogelsoorten waargenomen, zoals ekster, huismus, merel, blauwe reiger, waterhoen, koolmees en roodborst.

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 11

Het plangebied is onderzocht op sporen en geschiktheid voor soorten met een jaarrond beschermd nest. Jaarrond beschermde nesten van huismus en gierzwaluw zijn uit te sluiten gezien het ontbreken van geschikte bebouwing. De te amoveren bebouwing bestaat uit een overkapping en is daarmee niet geschikt voor holtebewoners. Bij de te behouden bedrijfsruimte en bedrijfswoning waren huismussen actief, hier zijn vermoedelijk nestlocaties aanwezig. Het leefgebied van de huismussen bestaat met name uit de tuin en groenbeplanting rondom de bedrijfswoning, dit blijft onaangetast. Er zijn geen nesten (of resten van nesten) van huis- en/ of boerenzwaluw waargenomen in de overkapping. De aanwezigheid van nesten/ roestplekken van roofvogels of uilen is uitgesloten. Het ontbreekt het plangebied aan geschikte bomen en opstallen. Binnen het plangebied zijn dan ook geen sporen (veren, braakballen, plukplekken, fecaliën) aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van uilen en/ of roofvogels. Voor de in het bronnenonderzoek aangetroffen buizerd, roek en steenuil (omgeving) zijn binnen het plangebied geen nestmogelijkheden aanwezig. De steenuil broedt waarschijnlijk in de boerderij ten westen van het plangebied. Mogelijk wordt het plangebied door deze soort gebruikt om te foerageren.

De gewenste ingrepen hebben geen significant negatief effect op eventueel aanwezig foerageergebied, de landschappelijke inpassing (met hoogstamfruitboomgaarden) zal naar verwachting zelfs het plangebied geschikter maken voor deze soort. Mogelijk broeden vogelsoorten zonder een jaarrond beschermd nest in de groenstructuren in het plangebied. De ingrepen dienen buiten het broedseizoen plaats te vinden of te starten (broedseizoen loopt globaal van maart tot en met augustus, afhankelijk van soort en weersomstandigheden). Het gaat erom of een broedgeval wordt verstoord/ vernietigd of niet. Indien dit niet mogelijk is, dient er voorafgaande aan de werkzaamheden vastgesteld te zijn dat er geen broedgevallen aanwezig zijn binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Wanneer er broedgevallen aanwezig zijn dient gewacht te worden met de verstorende werkzaamheden totdat de jongen zijn uitgevlogen. Nesten van vogels zonder jaarrond beschermd nest, zoals van houtduiven, mogen geweerd worden. Grondgebonden zoogdieren Er zijn binnen het plangebied geen sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van een steenmarter. In de overkapping en het overig terrein zijn geen geschikte plekken aangetroffen waarin de soort kan schuilen/ verblijven. Het ontbreekt het plangebied aan bosschages, struwelen en dergelijke.

Aanwezigheid van verblijfplaatsen of significant leefgebied van overige marterachtigen (das, wezel, hermelijn, bunzing en boommarter) is derhalve eveneens uit te sluiten op de locatie. Binnen het plangebied zijn geen nesten/ verblijfplaatsen van eekhoorn te verwachten, er zijn alleen kleine dunne fruitbomen aanwezig. Door de provincie vrijgestelde soorten zoals konijn, haas, egel en veldmuis kunnen worden verwacht binnen en nabij het plangebied. Dergelijke soorten zijn vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel is de zorgplicht van toepassing. - Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande grondgebonden zoogdieren. Nader onderzoek naar grondgebonden zoogdieren wordt niet noodzakelijk geacht. Vleermuizen De aanwezige overkapping is niet geschikt voor vleermuizen. Er zijn geen geschikte elementen (spouwmuur, dak met dakpannen/ dakbeschot, gevelbetimmering en dergelijke) aanwezig waarvan vleermuizen gebruik kunnen maken. - Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen zijn derhalve uitgesloten.

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 12

Er zijn binnen het plangebied geen geschikte bomen (bomen met naar boven ingerotte holtes, loszittende schors en/ of scheuren) aangetroffen waarvan boombewonende soorten gebruik kunnen maken. - Verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen zijn derhalve uitgesloten. Er zal door vleermuizen gefoerageerd worden in en nabij het plangebied en met name boven de watergangen. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. In onderhavige situatie zal dit niet aan de orde zijn. Daarnaast worden de watergangen ook niet aangetast. - Er gaat geen significant foerageergebied verloren door de ingreep. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een vliegroute. - Er gaan geen significante vliegroutes verloren in het kader van onderhavig project. Tijdens de werkzaamheden en in de toekomstige situatie dient onnodige verstoring door licht op de omgeving (en met name de watergangen) voorkomen te worden. Amfibieën, reptielen en vissen Er is geen oppervlaktewater aanwezig binnen het daadwerkelijke plangebied. De aanwezigheid van vissen en voortplantingswater van amfibieën kan derhalve worden uitgesloten. Er is eveneens geen significant landhabitat te verwachten voor amfibieën. Nietvrijgestelde soorten worden niet verwacht door het ontbreken van oppervlaktewater en geschikt leefgebied.

Vissen zijn uitgesloten in de wadi omdat deze het merendeel van het jaar droog staat. Door de verlanding en de aanwezigheid van hoge vegetatie in de wadi betreft het ook geen geschikt habitat voor strikt beschermde amfibieën. Strikt beschermde amfibieën zoals poel- en heikikker hebben daarnaast specifieke habitatseisen. De poelkikker leeft vooral in gebieden met zwak zure, oligotrofe, schone, stilstaande wateren (vennen en hoogveenputten) in de landschapstypen bos, heide en hoogveen (Kennisdocument Poelkikker, BIJ12, versie 1.0, juli 2017). De heikikker komt veel voor in relatief voedselarme, vaak zwak zure wateren (pH = 5.0-6.0). Waterhabitat is vaak relatief voedselarm en bestaat uit ondiep, zon beschenen water. Heidevennen en wateren op hoog- en laagveen zijn de belangrijkste voortplantingswateren (Kennisdocument Heikikker, BIJ12, versie 1.0, juli 2017). Het water is geen geschikt habitat voor beide soorten daarnaast is het water te diep en snelstromend. De grote modderkruiper prefereert ondiepe wateren met een dikke modderlaag en veel waterplanten. De habitats van de grote modderkruiper zijn gebieden met in het algemeen een rijke oever- en onderwatervegetatie in of nabij snel opwarmende wateren. Daarnaast prefereert deze soort ondiepe wateren met een dikke modderlaag (Kennisdocument Grote modderkruiper, BIJ12, versie 2.0, oktober 2021).

Het ontbreekt het oppervlaktewater aan een rijke oever- en onderwatervegetatie en een dikke modderlaag. Daarnaast beperken de ingrepen zich slechts tot een uitbreiding van de natuurvriendelijke oevers, de watergangen blijven onaangetast. In het bronnenonderzoek zijn eveneens geen waarnemingen van niet-vrijgestelde soorten aangetroffen. Bij de verschillende ingrepen nabij het oppervlaktewater dient wel aandacht te zijn voor (vrijgestelde) soorten die gebruik kunnen maken van de oevers. In/ op de oevers kunnen vrijgestelde amfibiesoorten (algemene soorten met minder specifieke habitateisen) aanwezig zijn. Voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen. De zorgplicht (zie pagina 14) is van toepassing voor deze soorten. Dit houdt in dat er alles aan gedaan moet worden (in alle redelijkheid) om te voorkomen dat er individuen gedood of geschaad worden. Door te werken buiten de kwetsbare periodes van mogelijk aanwezige exemplaren kan voorkomen worden dat er schade aan deze exemplaren gaat plaatsvinden. Voor het voortplantingsseizoen kan de periode van maart tot augustus aangehouden worden afhankelijk van de weersomstandigheden.

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 13

Voor de winterrustperiode kan de periode november tot februari aangehouden worden. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de meest geschikte periode voor ingrepen aan de natuurvriendelijke oevers de periode september-oktober is. Voor aanvang van de ingrepen dient er een schouw plaats te vinden om vast te stellen of er exemplaren aanwezig zijn in de oever. Indien er exemplaren aanwezig zijn mogen deze verplaatst worden naar het oppervlaktewater. Het plangebied is vanwege het ontbreken van broeihopen, takkenrillen, heide, bosschages en dergelijke niet geschikt bevonden voor reptielen. - Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroepen, mits er aan de genoemde voorwaarden wordt voldaan. Ongewervelden/ overige soorten Het ontbreken van specifieke habitats zoals heide en (laag)veen, grote rivieren en oude, rottende eiken maakt dat de veelal veeleisende Habitatrichtlijnsoorten en exemplaren van de nationaal beschermde soorten van ongewervelden en overige soorten niet te verwachten zijn. In het bronnenonderzoek zijn deze soorten dan ook niet aangetroffen. - Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande ongewervelden of overige soorten. De zorgplicht (art 1.11 Wnb) Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.

Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten.

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 14

5 CONCLUSIE Onderdeel

Overtreding Wnb/ overige wetgeving Nee

Nader onderzoek naar/ vervolg actie

Periode

Mitigatie

Nee

N.v.t.

N.v.t.

GO Natura2000

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Soorten

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Stikstof

Waarschijnlijk AERIUS berekening N.v.t.

N.v.t.

Niet aan getoetst

Houtopstanden

Niet aan getoetst N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Flora

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Jaarrond beschermd nest

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Functioneel leefgebied

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Niet jaarrond beschermd nest

Nee

Zorgplicht

Broedseizoen loopt globaal van maart tot en met augustus

Ingrepen buiten broedseizoen uitvoeren of starten, anders check broedgevallen

Verblijfplaatsen

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Functioneel leefgebied Vleermuizen

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Vaste verblijfplaatsen - Opstallen

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

- Bomen

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Essentieel foerageergebied

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Essentiële vliegroute

Nee

Nee

N.v.t.

Tijdens de werkzaamheden en in de toekomstige situatie dient onnodige verstoring door licht voorkomen te worden.

Amfibieën/ reptielen/vissen (niet vrijgestelde soorten) Ongewervelden/ overige soorten (streng en strikt beschermde soorten) Vrijgestelde soorten en alle overige dieren en planten

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t

Nee

Zorgplicht

Altijd

Zoveel mogelijk werken buiten kwetsbare periodes

GNN

Vogels § 3.1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn

Grondgebonden zoogdieren Habitatrichtlijn en Nationaal

§ 3.2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 15

6 VRIJBLIJVEND ADVIES Bij de nieuw te bouwen bedrijfshallen en de inrichting van het terrein kan rekening worden gehouden met soorten door kasten voor vogels en vleermuizen in te bouwen of aan te brengen. Over dit zogenaamde natuurinclusief bouwen is tegenwoordig veel te vinden op internet. Een goede site om informatie en inspiratie op te doen is www.bouwnatuurinclusief.nl. Het is raadzaam om een ecoloog/ ter zake kundige bij aanschaf en plaatsing te betrekken.

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 16

BIJLAGE 1 NDFF

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 17

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 18

BIJLAGE 2 WETTELIJK KADER

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 19

Wet natuurbescherming (Wnb) De Flora- en faunawet is op 1 januari 2017 overgaan in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet dient ter vervanging van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet en heeft als doel te komen tot één integrale en vereenvoudigde regeling van de natuurbescherming. Hierbij is de Europese regelgeving als uitgangspunt genomen. In de wet is nog steeds een deling van bescherming van soorten en gebieden (Natura2000). Soortenbescherming De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn beschermd (Vogelrichtlijn). Sommige soorten genieten een extra bescherming onder het verdrag van Bern of is het nest ervan jaarrond beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. - Verbodsbepalingen Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden.

Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 20

De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Verstoring van vogels is niet verboden indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (artikel 3.1 lid 4 en lid 5). Het is aan de initiatiefnemer om zich ervan te vergewissen – en waar nodig aan te kunnen tonen - dat de op zich verstorende activiteit geen bedreiging vormt voor de vogelsoort en aldus niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de betreffende soort. Het verbod om dieren opzettelijk te doden of te vangen en het verbod om vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen, is níet van toepassing op de bosmuis, huisspitsmuis of veldmuis, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3).

- Ontheffing of vrijstelling Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: → Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. → Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn. → Ten slot mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. De drie criteria op grond waarvan van de verbodsbepalingen afgeweken kan worden, zijn eveneens uit deze twee richtlijnen overgenomen. Dat betekent dat de verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden, tenzij men een ontheffing kan krijgen (het zogenoemde ‘nee, tenzij-principe’).

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 21

Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingenmogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Vrijstellingen kunnen in principe gelden voor alle drie de beschermingsregimes. Vrijstellingen van verbodsbepalingen zoals die gelden voor Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijnsoorten, kunnen alleen verleend worden voor in de Europese Vogelrichtlijn of Europese Habitatrichtlijn genoemde belangen. Om soorten vrij te stellen, zal altijd voldaan moeten zijn aan de vereisten van de wet, met name de afweging dat de vrijstelling geen afbreuk mag doen aan het streven de populatie van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (voor Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten) dan wel dat de vrijstelling niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van vogelsoorten.

Belangen voor ontheffingsverlening of vrijstelling onder de Wet natuurbescherming Voor vogels beschermd onder de Vogelrichtlijn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; • in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; • ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; • ter bescherming van flora of fauna; • voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, • om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.

Voor soorten beschermd onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; • ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; • in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; • voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of • om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 22

Voor andere, 'nationaal' beschermde soorten kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • de belangen die gelden voor soorten van de Habitatrichtlijn zoals hierboven genoemd; • in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; • ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; • ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; • ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, • in het algemeen belang van de betreffende soort.

Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. In de verordening of regeling staat aangegeven voor welke verbodsbepalingen, voor welke handelingen en voor welke soorten de vrijstelling geldt. Onder meer op basis van regionale verschillen in de staat van instandhouding van soorten kunnen de vrijgestelde soorten per provincie verschillen.

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 23

(Bron: Natuurinclusief, januari 2022).

- Gedragscode Voor regulier voorkomende werkzaamheden en ruimtelijke ontwikkeling kan een vrijstelling van de verbodsbepalingen mogelijk zijn als u handelt conform een goedgekeurde gedragscode. Het kan gaan om handelingen in het kader van bestendig beheer of onderhoud, bestendig gebruik en ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Zo is het onder de Wet natuurbescherming mogelijk om via een gedragscode Europees beschermde vogel- en

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 24

andere dier- en plantensoorten vrij te stellen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, míts er sprake is van een bij respectievelijk Vogelrichtlijn of Habitatrichtlijn genoemd belang. In een gedragscode is beschreven hoe zorgvuldig gewerkt wordt opdat schade aan beschermde dieren en planten wordt voorkomen of tot een minimum beperkt. Gedragscodes zijn bedoeld voor organisaties die in hun reguliere taken of activiteiten regelmatig met de wet te maken hebben. Elke sector kan een gedragscode opstellen en laten goedkeuren. Wanneer een gedragscode is goedgekeurd, kan eenieder die aantoonbaar in overeenstemming met de betreffende gedragscode handelt, zonder ontheffing de handelingen verrichten. Er kan gecontroleerd worden of er gehandeld wordt volgens de gedragscode. Dat dient aangetoond te worden; de bewijslast dat er correct wordt gehandeld ligt bij de initiatiefnemer. Gedragscodes worden goedgekeurd door de Minister van EZ, in overleg met de provincies. De goedkeuring geldt voor een periode van maximaal vijf jaar. - Ecologisch onderzoek laten uitvoeren Voordat de beoogde ingreep kan plaatsvinden dient inzichtelijk gemaakt te zijn dat er door de ingreep geen overtreding zal plaatsvinden van de Wet natuurbescherming. Meestal wordt eerst een zogenaamde quickscan (natuurtoets) flora en fauna uitgevoerd.

Uit dit onderzoek dient naar voren te komen of er vervolgstappen genomen dienen te worden. De vervolgstappen kunnen bestaan uit een nader onderzoek, het nemen van mitigerende maatregelen en/ of het aanvragen van een ontheffing. De bepalingen van de Wet natuurbescherming zijn alleen van toepassing als op of rondom de locatie waar de werkzaamheden gaan plaatsvinden beschermde planten en/of dieren voorkomen of als zich daar hun nesten, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen bevinden. Het plangebied is het gebied waar de daadwerkelijke handeling wordt uitgevoerd. Afhankelijk van de kenmerken van de activiteit kunnen storende factoren ook optreden buiten het plangebied. Denk aan verstoring door geluid, waardoor bijvoorbeeld het verbod om soorten opzettelijk te verstoren wordt overtreden. Hoe groot het onderzoeksgebied is hangt dan ook af van de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het onderzoeksgebied is vaak groter dan het plangebied. Andere leefgebieden van een diersoort, zoals foerageergebieden of vaste vliegroutes, worden volgens de uitleg van het Guidance document niet beschermd, tenzij deze samenvallen met de voortplantings- of rustplaatsen.

Jurisprudentie maakt echter duidelijk dat in het geval van Habitatrichtlijnsoorten het zodanig verstoren van vaste vliegroutes en/of beschadigen van foerageergebied dat de soort om die reden deze vaste voortplantings- of rustplaatsen (die buiten het plangebied zijn gelegen) zal verlaten, wel onder het verbod van de Habitatrichtlijn valt).

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 25

De redenering hierbij is dat bij een dergelijke verstoring de ecologische functionaliteit van de voortplantings- of rustplaatsen niet meer gegarandeerd is. In deze gevallen is dan ook artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming van toepassing. Het ministerie van Economische Zaken heeft een stappenschema opgesteld die door initiatiefnemers doorlopen dient te worden.

Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 26

Natura2000 (gebiedsbescherming) Gebieden die bescherming genieten zijn Natura2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Handelingen binnen beschermde gebieden die de wezenlijke kenmerken van het gebied aantasten, zijn in principe verboden en worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Bij ruimtelijke ingrepen in de nabije omgeving van de beschermde gebieden moet worden bepaald in hoeverre de externe werking van de ingreep een effect heeft op het beschermde gebied. Indien er negatieve effecten te verwachten zijn, bijvoorbeeld door een toename van stikstofdepositie, dient er een vervolgonderzoek plaats te vinden. Mogelijk dient er een vergunning Wnb aangevraagd te worden. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden.

De regels zijn niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen, op fruitbomen, op windschermen om boomgaarden, op naaldbomen bedoeld om te dienen als kerstbomen, op kweekgoed, op bepaalde beplantingen van wilgen of populieren, op bepaalde beplantingen bedoeld voor de productie van houtige biomassa en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet. De provincie kan regels stellen ten aanzien van de meldingsplicht en de plicht tot herbeplanting. Ook kan de provincie een ontheffing verlenen ten behoeve van herbeplanting op andere grond. Verder kan de provincie ontheffing verlenen en kan de provincie bij verordening vrijstelling verlenen van zowel de meldingsplicht als de plicht tot herbeplanting. Nationaal Natuur Netwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN) De bescherming van het Nationaal Natuurnetwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige EHS) komt voort uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Het netwerk kan in verschillende provincie andere benamingen hebben, zo heet de NNN in provincie Gelderland het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en in Noord-Brabant het Natuurnetwerk Brabant. Dit NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.

Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. In het NNN liggen: bestaande natuurgebieden (waaronder Natura2000, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden (beheerd volgens agrarisch natuurbeheer) en ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee. In het netwerk geldt voor nieuwe ontwikkelingen het 'nee, tenzij'-principe. Ruimtelijke ingrepen zijn niet toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn. Ook moeten de

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 27

ontwikkelingen een groot openbaar belang hebben. De schadelijke effecten van de activiteit op de natuur moeten bovendien worden gemitigeerd. De kernkwaliteiten en omgevingscondities vormen het toetsingskader. De initiatiefnemer dient onderzoek te doen naar eventuele significant negatieve effecten die een activiteit kan hebben op het NNN. Overige natuurgebieden Buiten de bescherming van de Wet natuurbescherming en het NNN bevinden zich ook natuurgebieden beschermd middels provinciaal beleid, veelal beschreven in Omgevingsplannen of Streekplannen. In dit provinciale beleid is de bescherming van bijvoorbeeld ganzenfoerageergebied en weidevogelgebied uitgewerkt. Rode Lijst Rode Lijst soorten zijn soorten die zijn opgenomen op officiële, door het parlement bekrachtigde en in de Staatscourant gepubliceerde, lijsten van soorten die gevoelig of kwetsbaar zijn of zelfs direct in hun voortbestaan bedreigd worden. De bedreigde dier- en plantensoorten op de Rode Lijsten hebben geen juridische status, tenzij ze ook in de wet zijn opgenomen. De aanwijzing van nationale soorten is mede gebaseerd op de status die de soorten in de rode lijsten hadden ten tijde van het opstellen van de Wnb.

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 28

BIJLAGE 3 LIJSTEN BESCHERMDE SOORTEN

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 29

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 30

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 31

BIJLAGE 4 JAARROND BESCHERMDE NESTEN (CATEGORIE 1-4) Mogelijk dat in de loop der tijd per provincie de lijst met jaarrond beschermde nesten wordt aangepast. Voor een actuele stand van zaken dient altijd de stand van zaken in de desbetreffende provincie bekeken te worden.

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 32

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 33

BIJLAGE 5 BRONNEN

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 34

www.gelderland.nl www.natura2000.nl www.NDFF.nl www.nederlandsesoorten.nl www.ravon.nl www.synbiosys.alterra.nl www.sovon.nl www.vleermuizenindestad.nl www.vogelbescherming.nl www.vogelvisie.nl www.zoogdiervereniging.nl

- Q2022-WE-2011 - Quickscan flora en fauna Spoorstraat 3a te Echteld -

Pagina | 35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13067770/1