Bijlage 1j - Bijlage 8 bij de toelichting - Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
Laagland Archeologie Rapport 890
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase
Keizerstraat 24, IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe (GD).
juni 2022 Versie 1.1 (concept)
In opdracht van: Buro SRO
7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 890
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe (GD) Auteur: Jeroen Wijnen, Anne Ponten
In opdracht van: Buro SRO
Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie
Status rapport: concept
Controle: E. W. Brouwer Autorisatie: E. W. Brouwer
ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo
E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 60294418
© Laagland Archeologie BV, Almelo, juni 2022 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
v3
Samenvatting Laagland Archeologie heeft in mei/juni 2022 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase uitgevoerd aan de Keizerstraat 24 te IJzendoorn. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de geplande bouw van nieuwe woningen. Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Op basis van het bureauonderzoek ligt het plangebied landschappelijk in een zone met een stroomrug of stroomruggordel. Specifiek ligt het plangebied op de Bommel stroomgordel. Deze stroomgordel is actief geweest vanaf ongeveer 1000 v.Chr. tot ongeveer 500 v.Chr. Bodemkundig ligt het gebied in een zone met kalkloze ooivaaggronden; zwarte zavel en lichte klei. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit de Romeinse Tijd en de Middeleeuwen bekend. In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als boomgaard en staat er een boerderij met erf aangegeven. Rond 1933 worden in het plangebied twee gebouwen bijgebouwd.
Deze gebouwen staan momenteel nog steeds in het plangebied. Als gevolg van deze bebouwing is er rekening te houden met eventuele bodemverstoring. Het uitgevoerde karterende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zo nodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied karterende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans groot dat het plangebied archeologische sporen bevat. Er zijn oude woongronden aangetroffen in het plangebied, daaronder zijn een mogelijk spoor en diep spoor uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd aangetroffen. Verder zijn er archeologische indicatoren direct in de daaronder liggende oeverafzettingen aangetroffen. Het archeologisch niveau begint op 80 tot 120 cm -mv (4,65 à 5,23 m +NAP) in de oeverafzettingen en de bovenzijde van de aangetroffen sporen. Het is gebruikelijk dat een bufferzone van minimaal 30 cm tussen diepte verstoring en top archeologische niveau wordt aangehouden ten behoeve van een behoud in-situ van eventuele vindplaatsen. Om die reden wordt geadviseerd van een archeologisch vervolgonderzoek af te zien als bodemingrepen beperkt blijven tot 5,53 m +NAP (32 à 70 cm diepte t.o.v. huidig maaiveld).
Als de bodemingrepen dieper dan het niveau van 5,53 m +NAP zijn wordt op basis van de onderzoeksresultaten nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems). Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit
vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Neder-Betuwe. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, Omgevingsdienst Rivierengebied Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).
Samenvatting ___________________________________________________ 3 1 Inleiding ____________________________________________________ 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7
Aanleiding onderzoek______________________________________________ 6 Afbakening plan- en onderzoeksgebied ________________________________ 6 Administratieve gegevens __________________________________________ 7 Huidige situatie en toekomstig gebruik ________________________________ 8 Geplande verstoring _____________________________________________ 10 Gemeentelijk beleid ______________________________________________ 10 Onderzoeksdoel _________________________________________________ 10
2 Inventarisatie ________________________________________________ 12 2.1 2.2 2.3
Inleiding_______________________________________________________ 12 Landschappelijke ontwikkeling _____________________________________ 12 Archeologie ____________________________________________________ 16
2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.4
Bekende archeologische waarden _________________________________ 16 Vondstmeldingen _____________________________________________ 17 AMK-terreinen ________________________________________________ 18 Gemeentelijke verwachtingskaart _________________________________ 18 Eerder archeologisch onderzoek __________________________________ 19
Historie _______________________________________________________ 20
3 Conclusie en verwachtingsmodel _________________________________ 24 3.1 3.2 3.3
Conclusie ______________________________________________________ 24 aanvullende vragen bureauonderzoek ________________________________ 24 Verwachtingsmodel ______________________________________________ 26
4 Veldonderzoek _______________________________________________ 27 4.1 4.2 4.3
Beschrijving onderzoeksmethodiek __________________________________ 27 Resultaten: lithologie, lithogenese en bodemontwikkeling ________________ 27 Resultaten: archeologie ___________________________________________ 28
5 Conclusie en verwachting ______________________________________ 30 6 Selectieadvies _______________________________________________ 31 literatuur _____________________________________________________ 32 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus __________________________________________ 34 BIJLAGE 2 Archeologische perioden________________________________ 35 BIJLAGE 3 Niet-toegankelijke delen voor veldonderzoek _______________ 36 BIJLAGE 4 Geomorfologische kaart ________________________________ 37 BIJLAGE 5 Actueel Hoogtebestand Nederland ________________________ 38 BIJLAGE 6 Boorstaten DINO-loket _________________________________ 39 BIJLAGE 7 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart ____________ 45 BIJLAGE 8 Bodemkaart _________________________________________ 48 BIJLAGE 9 Waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen ______ 49 BIJLAGE 10 Boorpuntenkaart veldonderzoek ________________________ 50 BIJLAGE 11 Boorstaten veldonderzoek _____________________________ 51 BIJLAGE 12 Verklarende woordenlijst ______________________________ 55
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
1I
NLEIDING
1.1 AANLEIDING ONDERZOEK
De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande bouw van nieuwe woningen aan de Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe (GD). Hiertoe is een bestemmingsplanwijziging vereist. De gemeente Neder-Betuwe heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.
1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED
Het plangebied betreft de Keizerstraat 24 in IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe (GD), zie onderstaande afbeelding.
Afbeelding 1. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied. Bron: pdok.nl 6
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
Het plangebied heeft een omvang van ca. 4900 m2. Voor een beter begrip van de bodemkundige omstandigheden en de archeologie van de planlocatie is een groter gebied bestudeerd. Een zone van 500 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’.
1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie
Gelderland
Gemeente
Neder-Betuwe
Plaats
IJzendoorn
Beheerder/eigenaar grond
De heer C. van Engelenhoven
Toponiem
Keizerstraat 24
Kadastrale perceelnummer(s)1
1287
Laagland Archeologie projectnummer
IJKE221
Datum conceptrapportage
03-06-2022
Datum definitief rapport XY-coördinaten
164905/435502 164906/435430 164855/435425 164826/435489
Kaartblad2
39G
Oppervlakte/lengte Plangebied Datering
ca. 4900 m2
Complextype
Bewoning (inclusief verdediging)
Onderzoeksmeldingsnr
5264063100
AMK-terrein
n.v.t.
Vondstmeldingsnr.
n.v.t.
Type onderzoek Datum begin veldonderzoek
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek karterende fase 18-5-2022
Datum eind veldonderzoek
18-5-2022
Opdrachtgever
Buro SRO
Goedkeuring bevoegde overheid
Nog niet beoordeeld
Bevoegde overheid
Gemeente Neder-Betuwe
IJzertijd – Nieuwe Tijd
1
kadastralekaart.com
2
www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm 7
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
Adviseur namens bevoegde overheid Beheer documentatie
Uitvoerder
Projectleider/opsteller onderzoek
Omgevingsdienst Rivierengebied Provinciaal Depot voor Bodemvondsten van Gelderland E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo 06 40 61 85 50 Jeroen Wijnen jeroen.wijnen@laaglandarcheologie.nl
Tabel 1. Objectgegevens.
1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK Het plangebied is momenteel in gebruik als boerderij met erf. Het terrein bevat voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse kunstwerken en er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.3 In dit stadium is de exacte invulling van de plannen nog niet bekend. Gebaseerd op het schetsontwerp kan worden aangenomen dat het gebouw in het midden van het plangebied wordt gesloopt en dat twee andere gebouwen nieuw worden gebouwd. De milieutechnische condities, huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium evenmin bekend. Onderstaande afbeelding toont de huidige en de gewenste nieuwe situatie.
3
bron: gemeentelijke monumentenlijst 8
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
Afbeelding 2. Huidige situatie (boven) en nieuwe situatie (onder). Bron: pdok.nl
9
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
1.5 GEPLANDE VERSTORING
De ingrepen vinden plaats binnen het plangebied. Volgens Jasper Willems van Huibers bureau voor architecten kan het bouwpeil worden ingeschat op 6,30 à 6,40 m +NAP. Deze voorlopige inschatting is gemaakt op basis van de situatie ter plaatse. De aanlegdiepte van de funderingsbalken wordt 93 à 100 cm -mv. Het aanlegniveau zal op z’n minst 5,37 à 5,47 m +NAP worden. Het niveau van de grootste aanlegdiepte is voorlopig op 5,30 à 5,40 m +NAP ingeschat.
1.6 GEMEENTELIJK BELEID
Op grond van het gemeentelijk beleid dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Dit beleid is vertaald in het bestemmingsplan Kernen Neder – Betuwe Artikel 26 en 27 Waarde Archeologie 1 en 2. Het overgrote deel van het plangebied ligt in de zone met Waarde Archeologie 1. Het noordwestelijke deel van het plangebied valt in de zone met Waarde Archeologie 2. In artikel 26 (Waarde Archeologie 1) staat dat archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden bij verstoringen dieper dan 30 cm -mv en/of een oppervlakte groter dan 100 m2. In artikel 27 (Waarde Archeologie 2) staat dat archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden bij verstoringen dieper dan 30 cm -mv en/of een oppervlakte groter dan 1000 m2. De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende gemeentelijk archeologiebeleid zijn aangegeven.
1.7 ONDERZOEKSDOEL
Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt getoetst en zo nodig aangevuld door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen. De Omgevingsdienst Rivierenland stelt aan het uitvoeren van een bureauonderzoek aanvullend specifieke onderzoeksvragen.4 De aanvullende onderzoeksvragen staan hieronder aangegeven en worden beantwoord in hoofdstuk 3.2 aanvullende vragen bureauonderzoek.
4
Stiller en Oort, 2018 10
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
➢
Wat is de ontstaansgeschiedenis, genese en diepteligging van de bodem en individuele bodemlagen? In hoeverre kan er sprake zijn van erosie of juist afdekking door sedimentatie binnen het plangebied?
➢
Welke (sub)recente (door de mens veroorzaakte) verstoringen hebben de bodem en tot welke diepte verstoord?
➢
Wat is de bewoningsgeschiedenis van het plangebied en omgeving? Welke neerslag heeft dit in de bodem gehad? Is er mogelijk sprake van spoor- en vondstniveaus, ophogings- of leeflagen? Wat is de stratigrafie en diepteligging in of op de bodem?
➢
Indien sprake is van een (potentieel) bouwhistorisch component: welke ondergrondse bouwhistorische waarden kunnen aanwezig zijn en op welke wijze kunnen deze zich manifesteren (denk hierbij ook aan bijvoorbeeld na sloop achter gebleven uitbraaksleuven)?
➢
Op basis van bodem-, bewoningsgeschiedenis, stratigrafie en verstoringen: wat is per periode de verwachting met betrekking tot het aantreffen van archeologische resten? Worden deze resten door de ontwikkeling bedreigd?
➢
Indien een verkennende onderzoeksfase geadviseerd wordt: Welke doelstelling heeft een verkennend onderzoek en welke methode en strategie is geschikt om de doelstelling te verwezenlijken.
➢
Welke onderzoeksmethoden zijn geschikt om eventuele te verwachten archeologische vindplaatsen en resten te inventariseren bij een karterende fase?
11
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
2I
NVENTARISATIE
2.1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2.
2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING
Het onderzoeksgebied bevindt zich in het Midden-Nederlandse Rivierengebied. Dit gebied is opgebouwd uit afzettingen van Rijn en Maas uit het Laat-Weichselien (115.00 – 8.000 jaar geleden) en het Holoceen (10.150 jaar geleden – heden). Deze afzettingen van holocene rivieren worden gerekend tot de Formatie van Echteld. Dit pakket bestaat uit zand en klei. Het ligt op grofzandige pleistocene (370.000 – 10.150 jaar geleden) afzettingen behorend tot de Formatie van Kreftenheye.5 Het Rivierengebied wordt gedurende het Holoceen van nature gekenmerkt door meanderende rivieren. Kenmerkend voor een meanderende rivier in een natuurlijke omgeving is de verplaatsing van haar meanders: aan de buitenbochten stroomt het water het snelst en vindt erosie van de oevers plaats; aan de binnenkant stroomt het water langzamer en vindt netto sedimentatie plaats. Bij overstromingen wordt buiten de rivierbeddingen sediment meegevoerd door het water. Het grofste en zwaarste sediment (zand, zandige klei, zeer siltige klei) bezinkt het eerst en het dichtst bij de rivierbedding en vormt oeverwallen. Het fijnere en lichtere sediment (siltarme klei) bezinkt verder van de waterloop en vormt de komgronden. De komgebieden waren meestal relatief laaggelegen, drassig en vaak niet geschikt voor bewoning. Vanwege het drassig milieu kon naast de sedimentatie van siltarme klei ook veengroei optreden.
De oeverwallen lagen hoger en werden vaak intensief bewoond.6 Na de bedijking van de rivieren in circa 1200 na Chr., werd de rivierloop grotendeels vastgelegd. Wel kwamen geregeld dijkdoorbraken voor.
5
Berendsen en Stouthamer 2001
6
Berendsen 1997 12
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
Afbeelding 3. Zandbanenkaart provincie Gelderland Bron: gelderland.maps.arcgis.com Volgens de zandbanenkaart (zie Afbeelding 3) van de Provincie Gelderland ligt het plangebied in een zone met beddingzand van onbedijkte rivieren op 1 tot 1,5 m -mv. Op de paleogeografische kaart van de Rijn-Maas delta (zie onderstaande afbeelding) ligt het plangebied op de Bommel stroomgordel (nr. 25). Deze stroomgordel is actief geweest vanaf ongeveer 1000 v.Chr. (tussen 2936 en 3124 BP) tot ongeveer 500 v.Chr. (2480 BP). Ten noorden van het plangebied bevindt zich de Veedijk stroomgordel (nr. 372). Deze stroomgordel is actief geweest van het begin van het Holoceen tot ongeveer 250 v.Chr. Ten zuiden van het plangebied ligt de Waal stroomgordel (upstream from Tiel, nr. 304). Deze stroomgordel is actief geworden tussen 210 en 300 jaar v.Chr. Deze stroomgordel is nog steeds actief.7
7
Cohen, Stouthamer, Pierik en Geurts 2012. 13
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
Afbeelding 4. Rhine‐Meuse Delta Studies’ Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography. Dept. Physical Geography. Utrecht University. In het DINO-loket is in eerste instantie boring B39G2560 geraadpleegd (zie voor boorstaten DINO-loket). Deze boring bevindt zich tegen de noordwestelijke rand van het plangebied. De bovenste meter bestaat uit matig fijn, sterk grindig, zwak humeus, zwak tot matig siltig zand. Van 1 m -mv tot 2 m -mv (5,15 – 4,15 m +NAP) is dit zandpakket niet meer humeus. Vanaf 2 m -mv (4,15 m +NAP) gaat het zandpakket over in een zwak zandig grindpakket. Al deze afzettingen maken deel uit van de Formatie van Echteld.
14
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
Afbeelding 5. Boringen Dinoloket. Bron: Dinoloket.nl Op basis van de Zandbanenkaart werd duidelijk dat het profiel van boring B39G2560 niet helemaal overeenkwam met de te verwachten profielopbouw. De te verwachten profielopbouw is oever-op-beddingafzettingen, terwijl bij boring B39G2560 in wezen alleen beddingafzettingen aanwezig zijn. Verder is in boring B39G2562 matig humeus, zeer fijn, zwak grindig zand aangetroffen tot 110 cm -mv op sterk zandige, sterk siltige klei op 110 tot 190 cm -mv. Deze oeverafzettingen liggen vanaf 190 cm -mv weer op beddingafzettingen bestaande uit zwak siltig, matig fijn zand. In wezen zou de bovenste 110 cm uit opgebracht materiaal kunnen bestaan. Deze zou vanwege de humeusheid een cultuurlaag (oude woongrond) kunnen representeren. Vooruitlopend op de behandeling van bekende archeologische waarden zijn bij een proefsleuvenonderzoek op ongeveer 50 m ten zuidwesten van het plangebied mogelijke overslaggronden vastgesteld in de bovenste 70 cm (Zaakidentificatie 2350152100). In de omgeving van het plangebied zijn verder alleen oever-opbeddingafzettingen vastgesteld met oeverafzettingen tot 100 à 140 cm, bovenop beddingafzettingen (de boringen B39G1767, B39G1768, B39G1797 en B39G1804). Op het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), zie bijlage 5 is te zien dat de bebouwing in het plangebied op een lichte verhoging in het plangebied ligt.
Dit betreft een ophooglaag. Ook veel van de overige bebouwing in het plangebied is aangelegd op opgebrachte grond. Ten zuiden van het plangebied bevinden zich de bedijkingen en ten noorden van het plangebied bevinden zich lichte verlagingen in het landschap. Op onderstaande detailopname van de AHN is te zien dat de bebouwing in de noordoostelijke hoek van het plangebied op een verhoging is gebouwd. De hoogte verschillen in en rondom het plangebied zijn overigens klein (minder dan een halve meter).
15
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
Afbeelding 6. Detailopname van het plangebied op het AHN (AHN2). Bodemkundig (bijlage 8) ligt het gebied in een zone met kalkloze ooivaaggronden; zwarte zavel en lichte klei (Rd90A). Ooivaaggronden hebben een bovengrond met een homogene donkere bruine of grijsbruine kleur. Vanaf 50 cm -mv kunnen grijze vlekken of roestvlekken voorkomen. Indien veen of slappe klei in de ondergrond aanwezig is, ligt dit op grotere diepte. De homogenisatie is veroorzaakt door een hoge biologische activiteit, die geruime tijd heeft geduurd. Dit is alleen mogelijk, wanneer geen blijvende of tijdelijke wateroverlast hoog in het profiel optreedt, het leven in de grond niet regelmatig wordt verstoord (bijv. door ploegen) en het sediment niet zo jong meer is. Bovenvermelde omstandigheden zijn in de oeverwallen der grote rivieren echter wel aanwezig.8
2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 9 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied.
8
Bakker, 1966. 16
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
Na het raadplegen van de ACR-AWN afdeling 15 heeft Andre van Ingen ons bureau het volgende medegedeeld op 30 mei 2022: “In de afgelopen jaren heeft de ACR-AWN veel terreinen onderzocht gelegen aan de Keizerstraat. Dit is een relatief lange straat, waaraan nogal wat nederzettingsterreinen liggen. In sommige interpretaties lijkt het erop dat deze straat zeer oud is en mogelijk een vertakking is geweest van de Limes. Startend bij de Woerd(opgraving) in het kader van de aanleg van de Betuwelijn, via de Pottumsestraat, naar de Keizersstraat. Op het perceel Keizerstraat 24 heeft de AWN nooit gezocht, maar wel in de omgeving. Op de Molensteeg zijn een groot aantal Romeinse munten uit de laat-Romeinse tijd gevonden (dit is op 300 meter afstand van nr. 24), maar ook op het terrein de Hoge Woerd. Daar is een doorlopende bewoning gevonden vanaf de Vroege IJzertijd tot aan de 12de eeuw na Christus.Bij de Hoge woerd gaat het zeker om een nederzettingsterrein. Vondsten daar betreft, fibula's, beslag voor paarden, Latèneglas en aardewerk uit de aangegeven periode. Doordat er bijna een strook is van bewoning aan de Keizerstraat is de kans groot dat er ook op perceel Keizerstraat 24, vondsten gedaan kunnen worden vanaf de IJzertijd tot aan de 12de eeuw.”
2.3.2 VONDSTMELDINGEN In het onderzoeksgebied zijn diverse waarnemingen bekend: Binnen het AMK-terrein met monumentnummer 12645 (zie 2.3.3) bevinden zich tien vondstmeldingen. Deze vondstmeldingen betreffen vondsten uit de Late IJzertijd en/of Romeinse tijd, de Vroege en de Late Middeleeuwen. Het AMK-terrein bevindt zich op ongeveer 50 m ten noorden van het plangebied. De vondsten binnen het plangebied bevinden zich ongeveer tussen 150 en 350 ten noorden en noordoosten van het plangebied. Zaakidentificatie 2822878100 betreft vier metaalvondsten waarvan drie vondsten (twee munten en een draadfibula) worden gedateerd in de Romeinse tijd; één vondst (metalen gesp) wordt gedateerd in de Vroege Middeleeuwen. De vondstlocatie bevindt zich ongeveer 240 m ten noordwesten van het plangebied. Zaakidentificatie 2838405100 betreft een restant van een bakstenen fundering die in de Late Middeleeuwen wordt gedateerd. De vondstlocatie bevindt zich ongeveer 130 m ten noordwesten van het plangebied. Zaakidentificatie 3139652100 betreft meerdere fragmenten dakpan, aardewerk bot en steen uit de IJzertijd en Romeinse Tijd. De vondstlocatie bevindt zich ongeveer 110 m ten noordwesten van het plangebied. Zaakidentificatie 2791409100 betreft vier fragmenten ondetermineerbaar aardewerk en twee fragmenten vaatwerk uit de Romeinse Tijd.
De vondstlocatie bevindt zich ongeveer 220 m ten westen van het plangebied. Zaakidentificatie 3094268100 betreft grote hoeveelheden aardewerk uit de Romeinse Tijd en de Middeleeuwen. De vondstlocatie bevindt zich ongeveer 140 m ten oosten van het plangebied. Zaakidentificatie 3147039100 betreft enkele metaalvondsten die worden gedateerd tussen de Romeinse tijd en de Vroege Middeleeuwen. De vondstlocatie bevindt zich ongeveer 210 m ten oosten van het plangebied. Zaakidentificatie 3139474100 betreft een bronzen staaf uit de Laat Romeinse Tijd – Vroege Middeleeuwen. De vondstlocatie bevindt zich ongeveer 260 m ten oosten van het plangebied.
17
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
Zaakidentificatie 2694858100 betreft een slijpsteen die niet concreet kon worden gedateerd. De vondstlocatie bevindt zich ongeveer 410 m ten oosten van het plangebied. Zaakidentificatie 4707350100 betreft een fragment steengoed dat wordt gedateerd tussen de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd Vroeg. De vondstlocatie bevindt zich ongeveer 100 m ten zuiden van het plangebied. Zaakidentificatie 3108159100 betreft Enkele fragmenten steengoed uit de Late Middeleeuwen. De vondstlocatie bevindt zich ongeveer 160 m ten zuidoosten van het plangebied. Zaakidentificatie 2838649100 betreft drie fragmenten grijsbakkend aardewerk en meerdere fragmenten IJzerslak en baksteen die allemaal worden gedateerd in de Late Middeleeuwen. De vondstlocatie bevindt zich ongeveer 210 m ten zuidoosten van het plangebied. Zaakidentificatie 2695302100 betreft meerdere fragmenten steengoed en gedraaid aardewerk uit de Late Middeleeuwen. De vondstlocatie bevindt zich ongeveer 360 m ten zuidoosten van het plangebied. Zaakidentificatie 2924062100 betreft een bronzen fibula uit de Romeinse Tijd. De vondstlocatie bevindt zich ongeveer 470 m ten zuidoosten van het plangebied.
2.3.3 AMK-TERREINEN AMK-terreinen (= Archeologische Monumentenkaart) zijn terreinen waarvan bekend is dat zich archeologische resten in de grond bevinden. Het archeologisch belang daarvan is bovendien gewaardeerd. Zo zijn er AMK-terreinen van archeologische waarde en van hoog, zeer hoog archeologisch belang en wettelijk beschermde AMKterreinen van zeer hoog archeologisch belang). Binnen het onderzoeksgebied is onderstaand AMK-terrein geregistreerd: Monumentnummer 12645 betreft een terrein met sporen van een uitgestrekt nederzettingsterrein uit de Late IJzertijd/Romeinse tijd/Late Middeleeuwen. Op het terrein zijn vondsten gedaan uit de Late IJzertijd en/of Romeinse tijd, de Vroege en de Late Middeleeuwen. Door amateurs zijn hier veel metaalvondsten gedaan, waaronder uit de Laat Romeinse tijd en de Vroege Middeleeuwen. Op luchtfoto's zijn duidelijk twee 'vlekken' waar te nemen; twee afzonderlijke woerdgronden.9 Het terrein bevindt zich op ongeveer 50 m ten noorden van het plangebied.
2.3.4 GEMEENTELIJKE VERWACHTINGSKAART Op de gemeentelijke verwachtingskaart (bijlage 6) ligt het plangebied in een zone met een hoge verwachting voor vondsten uit de IJzertijd tot en met de Middeleeuwen.
9
archis.nl 18
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
2.3.5 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 9. Zaakidentificatie 2350152100, betreft een archeologisch proefsleuven onderzoek dat is uitgevoerd door RAAP in 2011. 10 Hier is in 2009 een booronderzoek aan voorafgegaan (zaakidentificatie 2237214100). Het onderzoek bevindt zich op ongeveer 50 m ten zuidwesten van het plangebied. Bij het eerder uitgevoerde booronderzoek is vastgesteld dat de bodem van het plangebied is opgebouwd uit een dik oeverpakket bestaande uit afwisselend sterk tot uiterst siltige klei met een dikte van circa 70-230 cm. Tot ongeveer 30 cm -mv is een humeuze bouwvoor aanwezig. In de bovenste 70 cm van het oeverpakket komt grind voor dat vermoedelijk als gevolg van dijkdoorbraken is afgezet (overslaggronden). In de bovengrond bevindt zich veel recent puin met hiertussen ook archeologische indicatoren. Archeologische indicatoren betreffen onder andere fragmenten middeleeuws aardewerk, houtskool en fosfaat. Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek is vastgesteld dat binnen het plangebied perifere sporen uit de Romeinse tijd liggen, en nederzettings- en verkavelingssporen uit de Vroege, Volle en Late Middeleeuwen en het begin van de Nieuwe tijd. De sporen maken deel uit van de historische dorpskern van IJzendoorn.
De oudste middeleeuwse sporen liggen aan de zuidkant en waren waarschijnlijk onderdeel van de oorspronkelijke, Karolingische nederzetting. De bewoning lijkt hier onafgebroken door te lopen tot ten minste het laatste kwart van de 16e eeuw. In het noorden van plangebied zijn laatmiddeleeuwse bewoningssporen gevonden, waaronder de plattegrond van een schuur. Vondsten wijzen erop dat de bewoning ook hier tot in de Nieuwe tijd voortduurde. In het midden van het terrein liggen kavelgreppels uit de Volle en Late Middeleeuwen. De grotere hoeveelheid vondsten uit de volmiddeleeuwse greppels toont dat in het noordoosten van het plangebied ook bewoningssporen uit die periode verwacht mogen worden. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt vervolgonderzoek aanbevolen in de vorm van een archeologische opgraving. Zaakidentificatie 2453030100 betreft een archeologisch booronderzoek dat is uitgevoerd door Aeres Milieu in 2014.11 Het onderzoek bevindt zich op ongeveer 350 m ten zuiden van het plangebied. Op basis van het bureauonderzoek geldt een middelhoge verwachting voor alle archeologische perioden. Bij het booronderzoek zijn geen verstoringen aangetroffen in het plangebied. Er zijn ook geen archeologische indicatoren aangetroffen. Vindplaatsen worden in het boorprofiel vaak herkend als een ‘vuile laag’. Een dergelijke laag is niet aangetroffen in het plangebied.
Daarom wordt vervolgonderzoek in dit gebied niet noodzakelijk geacht. Zaakidentificatie 4904237100 betreft een archeologisch booronderzoek dat is uitgevoerd door ADC ArcheoProjecten in 2020.12 Het onderzoek bevindt zich op ongeveer 360 m ten zuiden van het plangebied. Voor dit onderzoek is met name het deel ter hoogte van de historische kern van IJzendoorn relevant. In dit gedeelte van het plangebied zijn geen aanwijzingen voor archeologische resten aangetroffen. Op basis van het karterend booronderzoek wordt geconcludeerd dat de dorpskern zich niet zover zuidelijk richting de rivier heeft uitgestrekt. In dit deel van het plangebied is geen vervolgonderzoek geadviseerd.
10
Verhelst 2013
11
van der Feest en Hagens 2014
12
Jansen 2021 19
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
2.4 HISTORIE
De naam IJzendoorn wordt voor het eerst vermeld rond 850/865 als Isaandra. De naam houdt mogelijk verband met een plaatselijke waterloop.13 Op 160 m ten zuiden van het plangebied staat een kerk. Deze kerk moet al voor 1384 gebouwd zijn want in dit jaar wordt de kerk verheven tot zelfstandige parochie.14 Op de eerste kadastrale kaart (circa 1832)15 maak het plangebied en haar omgeving onderdeel uit van de historische kern van IJzendoorn (zie onderstaande afbeelding). Het terrein is op de OAT (Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel) aangeduid als boomgaard. In de noordwestelijke hoek van het plangebied bevindt zich een erf met boerderij en een zone met bos/opgaand hout. De percelen tussen de dijk en de achterweg zijn overwegend klein. Dit type kleine percelen heeft vaak een hoge ouderdom (Romeinse Tijd – Middeleeuwen).
13
Regionaalarchiefrivierenland.nl
14
Hervormdijzendoorn.nl
15
bron: hisgis.nl 20
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
Afbeelding 7. Uitsnede uit de eerste kadastrale kaart, circa 1832. De locatie van het plangebied is blauw omlijnd. Bleek lichtgroen: hooiland, bruin: bouwland, lichtgroen: weideland, groen: boomgaard, donkergroen: bos/opgaand hout, paars: heide, Geel: onverharde weg. Oranje: Dijk, lichtpaars: tuin; rood met grijs: bebouwing met erf. Bron: hisgis.nl. Op de topografische kaart van 1900 (zie Afbeelding 8) is ten westen van het plangebied iets meer bebouwing zichtbaar. Rond 1933 worden in het plangebied twee gebouwen bijgebouwd.16 Deze zijn op de topografische kaart van 1962 zichtbaar (Afbeelding 9). De gebouwen staan momenteel nog steeds in het plangebied. Rondom het plangebied wordt in de jaren ‘60 en ‘70 van de vorige eeuw ook steeds meer gebouwd (Afbeelding 10).
16
Bagviewer.nl 21
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
Afbeelding 8. Uitsnede uit de topografische kaart van 1900. Bron: topotijdreis.nl.
Afbeelding 9. Uitsnede uit de topografische kaart van 1962. Bron: topotijdreis.nl.
22
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
Afbeelding 10. Uitsnede uit de topografische kaart van 1970. Bron: topotijdreis.nl.
23
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
3C
ONCLUSIE EN
VERWACHTINGSMODEL 3.1 CONCLUSIE
Op basis van de inventarisatie kan het volgende geconcludeerd worden. Landschappelijk gezien ligt het plangebied in een zone met een stroomrug of stroomruggordel. Specifiek ligt het plangebied op de Bommel stroomgordel. Deze stroomgordel is actief geweest vanaf ongeveer 1000 v.Chr. tot ongeveer 500 v.Chr. Bodemkundig ligt het gebied in een zone met kalkloze ooivaaggronden; zwarte zavel en lichte klei. Op basis van boringen uit het DINO-loket en de resultaten van een proefsleuvenonderzoek worden oever-op-beddingafzettingen afgedekt met overslaggronden of liggen deze direct op beddingafzettingen. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit de Romeinse Tijd en de Middeleeuwen bekend. In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als boomgaard. In de noordwestelijke hoek van het plangebied bevindt zich een erf met boerderij en een zone met bos/opgaand hout. Rond 1933 worden in het plangebied twee gebouwen bijgebouwd. Deze gebouwen staan momenteel nog steeds in het plangebied. Als gevolg van deze bebouwing is er rekening te houden met eventuele bodemverstoring.
3.2 AANVULLENDE VRAGEN BUREAUONDERZOEK ➢
Wat is de ontstaansgeschiedenis, genese en diepteligging van de bodem en individuele bodemlagen? In hoeverre kan er sprake zijn van erosie of juist afdekking door sedimentatie binnen het plangebied? Het plangebied ligt op de Bommel stroomgordel. De beddingafzettingen van deze stroomgordel moeten zich op ongeveer 1 tot 1,5 m -mv bevinden. Het oorspronkelijke bodemtype was waarschijnlijk ooivaaggronden. In het plangebied liggen waarschijnlijk oever-op-beddingafzettingen. Op 50 m ten zuiden van het plangebied zijn bij een proefsleuvenonderzoek mogelijk overslaggronden aangetroffen in de bovenste 70 cm. Deze zijn waarschijnlijk ook in een boring binnen het plangebied aangetroffen. Om die reden zijn deze mogelijk ook bovenin het profiel binnen het plangebied te verwachten.
24
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
➢
Welke (sub)recente (door de mens veroorzaakte) verstoringen hebben de bodem en tot welke diepte verstoord? Het is niet bekend welke door de mens veroorzaakte verstoring de bodem hebben aangetast. Wel zijn er voor 1832 en 1933 meerdere gebouwen gebouwd in het plangebied. Het terrein ter hoogte van het gebouw in het noordoosten van het plangebied lijkt te zijn opgehoogd maar de ophoging is niet heel prominent (minder dan 0,5 m). Mogelijk is hier sprake van een opgehoogde huisplaats.
➢
Wat is de bewoningsgeschiedenis van het plangebied en omgeving? Welke neerslag heeft dit in de bodem gehad? Is er mogelijk sprake van spoor- en vondstniveaus, ophogings- of leeflagen? Wat is de stratigrafie en diepteligging in of op de bodem? De Bommel stroomgordel, waarop het plangebied gelegen is, kent een hoge archeologische verwachting voor de Late IJzertijd, Romeinse Tijd en Vroege Middeleeuwen. Het gebied kent ook een hoge verwachting voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd. In het plangebied staat een boerderij uit 1933. Deze boerderij heeft mogelijk een of meerdere voorgangers gehad. Vanwege een gestapeld landschap kunnen meerdere archeologische niveaus aanwezig zijn in oeverafzettingen.
➢
Indien sprake is van een (potentieel) bouwhistorisch component: welke ondergrondse bouwhistorische waarden kunnen aanwezig zijn en op welke wijze kunnen deze zich manifesteren (denk hierbij ook aan bijvoorbeeld na sloop achter gebleven uitbraaksleuven)? Het plangebied ligt in de historische kern van IJzendoorn. Het plangebied was deels bebouwd op de kadastrale minuut van rond 1832. Mogelijk heeft er in het plangebied een voorganger gestaan van deze boerderij. Resten van een mogelijke voorganger zouden zich kunnen manifesteren in de vorm van funderingen, bouwpuin en uitbraaksleuven.
➢
Op basis van bodem-, bewoningsgeschiedenis, stratigrafie en verstoringen: wat is per periode de verwachting met betrekking tot het aantreffen van archeologische resten? Worden deze resten door de ontwikkeling bedreigd? De Bommel stroomgordel was actief vanaf de Late IJzertijd. Vanaf die periode kunnen archeologische resten verwacht worden. Mogelijk worden archeologische waarden bedreigd. Omdat het waarschijnlijk om een gestapeld landschap gaat, is de diepte waarop eventuele archeologische resten zich bevinden bepalend of deze daadwerkelijk worden bedreigd.
➢
Indien een verkennende onderzoeksfase geadviseerd wordt: Welke doelstelling heeft een verkennend onderzoek en welke methode en strategie is geschikt om de doelstelling te verwezenlijken. Gezien de grootte van de locatie (< 0,5 ha) is een karterend booronderzoek het meest efficiënt mits er sprake is van een onverstoorde bodemopbouw. Om dit vast te stellen is een verkennend booronderzoek de meest kostenefficiënte onderzoeksmethode. Bij een locatie van deze grootteorde wordt het onderzoek wordt opgestart als verkennend maar dat op basis van resultaten in het veld kan worden bepaald dat een karterend booronderzoek aan de orde is. In dat geval zal een doorstart worden gemaakt naar een karterend booronderzoek.
25
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
➢
Welke onderzoeksmethoden zijn geschikt om eventuele te verwachten archeologische vindplaatsen en resten te inventariseren bij een karterende fase? Als bij het verkennend booronderzoek een onverstoorde bodemopbouw wordt aangetroffen is een karterend booronderzoek een kostenefficiënte methode voor een eventueel vervolgonderzoek omdat het ook geen heel groot plangebied is. Afhankelijk of op basis van het verkennend booronderzoek duidelijk is of er vindplaatsen aanwezig zijn kan als daarvoor indicaties voor zijn gevonden ook meteen een proefsleuvenonderzoek worden aanbevolen. Een proefsleuvenonderzoek is wat betreft het opsporen en eventueel al waarderen van eventueel aanwezige vindplaatsen wel de beste onderzoeksmethode.
3.3 VERWACHTINGSMODEL
Op basis van het bureauonderzoek geldt een hoge verwachting voor archeologische resten vanaf de Late IJzertijd tot en met de Nieuwe tijd. Dit hangt samen met geregistreerde archeologische resten binnen het onderzoeksgebied en de aanwezigheid van de stroomgordel Bommel en dat het plangebied begin 19e eeuw al bebouwing had. Mogelijk zijn bovenin overslaggronden aanwezig. Het Plangebied ligt in de historische kern van IJzendoorn. Het gebouw dat op de kadastrale kaart van 1832 is weergegeven heeft er in het plangebied een voorganger gestaan van deze boerderij. Deze resten liggen in de top van de natuurlijke ondergrond, mogelijk dicht onder het maaiveld onder een bouwvoor of eventuele ophogingslaag of onder overslaggronden tot grotere een diepte in de oeverafzettingen. Vanwege het afzettingsmilieu waaronder de te verwachten oeverafzettingen zijn afgezet, is een gestapeld landschap te verwachten. Om die reden kunnen meerdere archeologische niveaus worden aangetroffen. Waarschijnlijk is de diepte waarop de beddingafzettingen kunnen worden verwacht, de maximale diepte waarop je archeologische resten kunnen worden verwacht. Het beddingzand wordt ongeveer op een diepte van 1 tot 1,5 m -mv verwacht.
26
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
4V
ELDONDERZOEK
4.1 BESCHRIJVING ONDERZOEKSMETHODIEK
Het veldonderzoek heeft tot doel om meer inzicht te verkrijgen in de fysische situatie in het plangebied. Het dient de in het plangebied aanwezige bodems, de mate van verstoring en de aanwezigheid van potentiële archeologische niveaus in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan er voor het plangebied een gespecificeerd verwachtingsmodel worden opgesteld dat gedetailleerder en nauwkeuriger is dan een verwachtingsmodel dat louter gebaseerd is op bronnen en globalere bodem- en geomorfologische kaarten. Voor het booronderzoek niet-toegankelijke en/of verstoorde delen zijn aangegeven op de kaart in bijlage 3. Voor aanvang van het veldonderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld17 en gedeponeerd in Archis3. Het veldonderzoek bestond uit het zetten van een van karterende boringen, omdat al gauw duidelijk werd dat de bodemopbouw onverstoord was en een dikke A-horizont had met daarin verschillende archeologische indicatoren. De karterende boringen hebben tot doel vindplaatsen op te sporen. Op basis van het verwachtingsmodel is karterend booronderzoek een effectieve onderzoeksmethode om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Conform de Leidraad Karterend Booronderzoek18 is uitgegaan van een boorgrid van 20 boringen per ha en zijn de boringen uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 15 cm.
Relevante lagen van de boorkernen zijn op archeologische indicatoren gezeefd over een maaswijdte van 4 mm. De boringen zijn gemeten met GPS met een nauwkeurigheid van 3 m. Het bodemprofiel is beschreven volgens de norm NEN 5104 en ASB. De NAPmaaiveldhoogtes van de boringen zijn bepaald aan de hand van het AHN. De profielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 11. De boorpuntenkaart met de posities van de boringen is opgenomen in bijlage 10.
4.2 RESULTATEN: LITHOLOGIE, LITHOGENESE EN BODEMONTWIKKELING
Boring 1 is gestuit op 120 cm -mv in of onder een dikke A-horizont, mogelijk in een spoor. Verder is onder een dikke A-horizont een diepe spoorvulling in boring 2
17
Wijnen, 2022.
18
Tol e.a., 2012. 27
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
aangetroffen. Verder zijn onder een dikke A-horizont oeverafzettingen (boring 3) en oever-op-beddingafzettingen (boring 4 en 5) aangetroffen. In boring 3 is vanaf 120 cm -mv (4,66 m +NAP) tot de maximaal verkende diepte van 200 cm -mv (3,86 m +NAP) een doorlopend pakket grijze, zwak humeuze, sterk siltige, matig roesthoudende klei, dat oeverafzettingen representeert. In boring 4 en 5 is respectievelijk op 90 en 110 cm -mv (5,11 à 5,13 m +NAP) lichtgeel, zwak siltig, matig grof, al dan niet matig roesthoudend zand aangetroffen. Deze zijn representatief voor beddingafzettingen. In deze beddingafzettingen zijn enkele dunne kleibandjes aanwezig ,indicatief voor een restgeul. De beddingafzettingen zijn vanaf 80 à 100 cm -mv (5,21 à 5,23 m +NAP) afgedekt met lichtgele of gele sterk zandige klei, die representatief zijn voor oeverafzettingen. In boring 4 zijn fosfaatvlekken en humusvlekken aanwezig in de oeverafzettingen. Deze moeten zijn ingespoeld vanuit de 100 cm dikke A-horizont die de oeverafzettingen afdekt. De A-horizont bestaat uit donker grijsbruin, zwak humeus, sterk kleiig zand of donker grijsbruine, grijsbruine of bruine, zwak humeuze, zwak tot matig zandige, al dan niet zwak grindige, al dan niet matig roesthoudende klei. In de dikke A-horizont konden twee tot vijf subhorizonten worden onderscheiden.
In boring 2 bestaat de bovenste subhorizont in wezen uit een opgebrachte grondlaag, die visueel niet als Ahorizont kan doorgaan. Het gaat om geelbruin, zwak humeuze, zwak zandige klei. Voor de rest hebben de subhorizonten visueel gezien de eigenschappen van een Ahorizont. De subhorizonten kunnen van elkaar onderscheiden worden op basis van kleur, textuur en bijmengingen/ archeologische indicatoren. . Vooruitlopend op de beschrijving in paragraaf 4.3 gaat het voor een deel om lagen die in verschillende fasen moeten zijn opgebracht. In de bovenste 40 tot 90 cm is een bijmenging van kolengruis aanwezig, waaruit kan worden afgeleid dat de bovenste horizont(en) uit vrij recent opgebracht materiaal moeten bestaan. Terwijl de onderste subhorizonten qua archeologische indicatoren niet persé heel recent zijn (houtskool en baksteen), maar voor een deel duidelijk uit de Nieuwe tijd (roodbakkend oranje of – groenbruin geglazuurd en wit met blauw geglazuurd aardewerk en een pijpensteeltje in boring 4) dateren. De aangetroffen bodemopbouw is overwegend onverstoord. Alleen de opgebrachte laag in de bovenste 40 cm van boring 2 is visueel als vrij recent geroerde laag te herkennen. Vanwege de dikke A-horizont kan het bodemtype binnen het plangebied als tuineerdgronden worden geclassificeerd.
Met de vele archeologische indicatoren in een dikke A-horizont in kleigronden in het Nederlandse rivierengebied zijn deze karakteristiek voor oude woongronden.
4.3 RESULTATEN: ARCHEOLOGIE
In de verschillende subhorizonten van de A-horizont zijn veel bijmengingen (kolengruis) en archeologische indicatoren (baksteen, houtskool en aardewerkfragmentjes) aangetroffen. Met name in boring 4 in de tuin ter hoogte van het huidige woonhuis zijn aardwerkfragmenten en een pijpensteeltje in de verschillende subhorizonten van de A-horizont aangetroffen. Voor een deel naast wat steenkolengruis in de bovenste 60 cm. De aangetroffen aardewerkfragmenten hebben een datering uit de Nieuwe tijd (18e tot 19e/20ste eeuw). De aardewerkfragmentjes staan uit boring 4 staan in tabel 2.
28
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
Diepte (cm -mv)
Beschrijving
Datering
20 – 40 20 – 40
Pijpensteeltje Wit met blauw (gestreept) geglazuurd aardewerk Groenbruin geglazuurd, roodbakkend aardewerk Oranje geglazuurd, roodbakkend aardewerk
17e – 19e eeuw 19e – 20ste eeuw
40 – 60 60 – 80
18e – 19e eeuw 18e eeuw
Tabel 2. Aardewerkfragmentjes boring 4. In vrijwel alle subhorizonten van de A-horizont zijn wat baksteenfragmentjes aangetroffen. Er is voornamelijk wat houtskool in de onderste een of twee subhorizonten aangetroffen. In de onderste subhorizont van boring 2 en 4 zijn fosfaatvlekken aangetroffen. Ook in de dunne laag oeverafzettingen van boring 4, direct onder de A-horizont zijn wat fosfaatvlekken aangetroffen. In het mogelijke spoor van boring 1 is wat houtskool en wat baksteen aangetroffen, terwijl in de diepe spoorvulling van boring 2 een enkele houtskool -en baksteenspikkel is aangetroffen. Om die reden gaat het waarschijnlijk om een spoor uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd. Verder zijn in de oeverafzettingen van boring 4 en 5 respectievelijk wat houtskool en een enkele houtskoolspikkel aangetroffen. Al is dat voor boring 1 moeilijk met zekerheid te zeggen omdat deze boring is gestuit, is de bovenzijde van het archeologisch niveau vastgesteld op 4,65 à 5,23 m +NAP. Het archeologisch niveau is afgedekt met een dikke A-horizont met veel archeologische indicatoren en voldoet aan de karakteristieken van een oude woongrond.
29
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
5C
ONCLUSIE EN
VERWACHTING Algemeen is een onverstoorde bodemopbouw aangetroffen bestaande uit een dikke A-horizont met daaronder (waarschijnlijk) een spoor in boring 1, een diep spoor in boring 2, oeverafzettingen (boring 3) en oever-op-beddingafzettingen (boring 4 en 5) aangetroffen. Vanwege de dikke A-horizont - opgebouwd uit twee à vijf subhorizonten waarin meerdere archeologische indicatoren zijn aangetroffen voldoen deze gronden aan de karakterisering van oude woongronden. Verder zijn er in boring 4 en 5 in de oeverafzettingen respectievelijk wat houtskoolspikkels en een enkele houtskoolspikkel aangetroffen als archeologische indicator. In boring 4 zijn ook nog fosfaatvlekken aangetroffen als archeologische indicator. Om die reden kan de hoge archeologische verwachting voor alle perioden vanaf de IJzertijd worden gehandhaafd. Het archeologische niveau begint op 80 tot 120 cm -mv (4,65 à 5,23 m +NAP) in de oeverafzettingen en de bovenzijde van de aangetroffen sporen.
30
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
6S
ELECTIEADVIES
Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans groot dat het plangebied archeologische sporen bevat. Er zijn oude woongronden aangetroffen in het plangebied, daaronder zijn een mogelijk spoor en diep spoor uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd aangetroffen. Verder zijn er archeologische indicatoren direct in de daaronder liggende oeverafzettingen aangetroffen. Dat archeologisch niveau begint op 80 tot 120 cm -mv (4,65 à 5,23 m +NAP) in de oeverafzettingen en de bovenzijde van de aangetroffen sporen. Het is gebruikelijk dat een bufferzone van minimaal 30 cm tussen diepte verstoring en top archeologische niveau wordt aangehouden ten behoeve van een behoud insitu van eventuele vindplaatsen. Om die reden wordt geadviseerd van een archeologisch vervolgonderzoek af te zien als bodemingrepen beperkt blijven tot 5,53 m +NAP (32 à 70 cm diepte t.o.v. huidig maaiveld). Als de bodemingrepen dieper dan het niveau van 5,53 m +NAP zijn wordt op basis van de onderzoeksresultaten nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems).
Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVOP).19 De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Neder-Betuwe, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, mevrouw M. Stronkhorst (Omgevingsdienst Rivierenland). Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.
19
Borsboom e.a., 2012 31
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
literatuur
Bakker, H. 1966. De subgroepen van het systeem van bodemclassificatie voor Nederland. Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische regio’s. Assen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land. Assen. Borsboom, A.J. en J.W.H.P. Verhagen, 2012. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. Bosch, J.H.A.,2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Cohen, K.M., Stouthamer, E., Pierik, H.J. en Geurts, A.H., 2012. Rhine‐Meuse Delta Studies’ Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography. Dept. Physical Geography. Utrecht University. Feest, van der N. en Hagens D., 2014. archeologisch bureau en verkennend veld onderzoek d.m.v. boringen Waardweg (ong.) te IJzendoorn. Roermond. Jansen, B., 2021. Herinrichting Willemspolder fase 1. Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend en deels karterend booronderzoek. Amersfoort. Mulder, E.F.J. de., 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Stiller, D.R. en H. J. van Oort, 2018: Handboek Archeologie Regio Rivierenland.
Richtlijnen voor bedrijven. Tiel. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB. Wijnen, J.J.A., 2022: Laagland Archeologie. Plan van Aanpak IVO karterende fase Plangebied: Keizerstraat 24, IJzendoorn, Neder-Betuwe. Eindhoven Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www.boorstaten.nl www.topotijdreis.nl www.hisgis.nl www.grondwatertools.nl www.kadastralekaart.com
Gebruikte kaarten Historische kaarten vanaf 1890 tot en met 2015. Bron: www.topotijdreis.nl. Geraadpleegd op 20-4-2022 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2), nauwkeurigheid Z-waarde <= 5 cm. Bron: www.ahn.nl. Geraadpleegd op 20-4-2022 32
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Keizerstraat 24 te IJzendoorn, gemeente Neder-Betuwe, Gelderland
Kaart waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen. Bron: www.zoeken.cultureelerfgoed.nl. Geraadpleegd op 20-4-2022 Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 20-4-2022 gemeentelijke waarden en verwachtingskaart. Bron: gemeente Neder-Betuwe. Geraadpleegd op 20-4-2022 Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 20-4-2022 Topografische kaart, schaal 1:10.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 20-42022
33
BIJLAGE 1 AMZ-CYCLUS
34
BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN
35
BIJLAGE 3 NIET-TOEGANKELIJKE DELEN VOOR VELDONDERZOEK
36
BIJLAGE 4 GEOMORFOLOGISCHE KAART
geomkaart
37
BIJLAGE 5 ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND
AHNkaart
38
BIJLAGE 6 BOORSTATEN DINO-LOKET
39
40
41
42
43
44
BIJLAGE 7 GEMEENTELIJKE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTINGSKAART
gwk
45
46
47
BIJLAGE 8 BODEMKAART
bodem
48
BIJLAGE 9 WAARNEMINGEN, AMKTERREINEN EN ONDERZOEKSMELDINGEN
archis
49
BIJLAGE 10 BOORPUNTENKAART VELDONDERZOEK
50
BIJLAGE 11 BOORSTATEN VELDONDERZOEK Boring 1
RD-coördinaten: 164845/435480
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 5,87 0
0,25
5,62
zand, matig fijn, sterk kleiig, matig gesorteerd, zwak humeus, donkergrijs/ bruin, matig koolgruishoudend, matig baksteenhoudend, A-horizont
Boring 2
RD-coördinaten: 164859/435445
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 5,85 0
0,25
5,6
klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak grindig, geel/ bruin, matig koolgruishoudend, matig baksteenhoudend, A-horizont, bouwvoor, opgebracht
40
0,5
5,37
0,5
5,35
0,75
5,12
0,75
5,1
90
1
1,25
4,87
4,62
klei, matig zandig, zwak humeus, grijs/ bruin, matig roesthoudend, matig baksteenhoudend, A-horizont 120 matig houtskool zand, matig fijn, sterk kleiig, matig gesorteerd, 140 zwak humeus, donkergrijs/ bruin, matig baksteenhoudend, spoor? gestuit matig houtskool
klei, zwak zandig, matig humeus, donkergrijs/ bruin, matig baksteenhoudend, A-horizont matig houtskool
90
1
4,85
120
1,25
4,6
1,5
4,35
1,75
4,1
2
3,85
klei, zwak zandig, matig humeus, donkergrijs/ bruin, matig baksteenhoudend, A-horizont, fosfaatvlekken matig houtskool klei, zwak zandig, matig humeus, donkergrijs/ bruin, zwak baksteenhoudend, spoor? weinig houtskool
200
51
Boring 3
RD-coördinaten: 164890/435445
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 5,86 0
0,25
5,61 40
0,5
5,36 60 70
0,75
1
1,25
5,11
4,86
4,61
1,5
4,36
1,75
4,11
2
3,86
klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak grindig, bruin, matig koolgruishoudend, matig baksteenhoudend, A-horizont klei, sterk siltig, zwak humeus, bruin, matig koolgruishoudend, matig baksteenhoudend, A-horizont matig houtskool klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak grindig, bruin, matig koolgruishoudend, matig baksteenhoudend, A-horizont
klei, sterk siltig, zwak humeus, grijs/ bruin, matig roesthoudend, 120 A-horizont matig houtskool klei, sterk siltig, zwak humeus, grijs, matig roesthoudend, C-horizont, oeverafzettingen
200
Boring 4
RD-coördinaten: 164869/435483
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 6,23 0
20
0,25
5,98
zand, matig fijn, zwak siltig, matig gesorteerd, zwak humeus, donkergrijs/ bruin, matig koolgruishoudend, matig baksteenhoudend, A-horizont, bouwvoor
40
0,5
5,73 60
0,75
5,48
80
zand, matig fijn, sterk kleiig, matig gesorteerd, zwak humeus, donkergrijs/ bruin, matig koolgruishoudend, matig baksteenhoudend, A-horizont, wit en blauw, pijpensteeltje matig aardewerk
1
5,23
1,25
4,98
1,5
4,73
klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak grindig, donkergrijs/ bruin, matig 110 koolgruishoudend, matig baksteenhoudend, A-horizont, roodbakkend, groenbruin geglazuurd 100
matig houtskool, weinig aardewerk 150
klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak grindig, grijs/ bruin, matig baksteenhoudend, A-horizont, oranje geglazuurd, roodbakkend matig houtskool, weinig aardewerk klei, sterk zandig, zwak humeus, grijs/ bruin, matig baksteenhoudend, A-horizont, fosfaat vlekken matig houtskool
klei, sterk zandig, lichtgeel, C-horizont, oeverafzettingen, fosfaat -en humusvlekken matig houtskool zand, matig grof, zwak siltig, matig gesorteerd, lichtgeel, C-horizont, bedding afzettingen
52
Met opmerkingen [G1]: Je kunt de boorstaten in het programma ook wat uitrekken door bijv. een factor van 1,5 te gebruiken. Dan komt de legenda wat dichter bij de laag te liggen. Zo is het wat lastig na te volgen bij welke laag de beschrijving hoort.
Boring 5
RD-coördinaten: 164901/435493
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 6,01 0
0,25
5,76
0,5
5,51
30
50 60
0,75
5,26
80 90
1
5,01
120
zand, matig fijn, sterk kleiig, matig gesorteerd, zwak humeus, donkergrijs/ bruin, matig koolgruishoudend, matig baksteenhoudend, A-horizont klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak grindig, bruin, matig koolgruishoudend, matig baksteenhoudend, A-horizont klei, sterk zandig, zwak humeus, bruin, matig koolgruishoudend, matig baksteenhoudend, A-horizont matig houtskool klei, sterk zandig, zwak humeus, grijs/ bruin, zwak koolgruishoudend, A-horizont matig houtskool klei, sterk zandig, geel, C-horizont, oeverafzettingen weinig houtskool zand, matig grof, zwak siltig, matig gesorteerd, lichtgeel, enkele dunne kleibandjes, matig roesthoudend, C-horizont, bedding afzettingen