Bijlage 1e - P04361 Bijlagenboek BP Dalwagen ong. Dodewaard 20230331
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Dalwagen ong. Dodewaard’ Gemeente Neder-Betuwe Bijlagenboek
Bestemmingsplan Dalwagen ong. Dodewaard Gemeente Neder-Betuwe Bijlagenboek
Rapportnummer:
P04361_bijlagen
IMRO-identificatienummer:
NL.IMRO.bpDOdalwagenong-ont1
Datum:
31 maart 2023
Opdrachtgever:
Van Kessel Architectuur en Projectmanagement BV
Projectteam BRO:
CVe, JvA, JEr
BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl
Dalwagen ong. Dodewaard
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
3
Bijlage 1
Landschappelijke inpassing
4
Bijlage 2
Waternotitie
7
Bijlage 3
Natuurtoets
45
Bijlage 4
Ladderonderbouwing
61
Bijlage 5
Verkennend en aanvullend bodem- en puinonderzoeken
79
Bijlage 6
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek verkennende fase archeologie
117
Bijlage 7
Stikstofonderzoek
149
Bijlage 8
Aanmeldingsnotitie m.e.r.
168
Bijlage 9
Eindverslag Inspraak en vooroverleg
180
2
Bestemmingsplan "Dalwagen ong. Dodewaard" (ontwerp)
Bijlagen bij toelichting
Bestemmingsplan "Dalwagen ong. Dodewaard" (ontwerp)
3
Bijlage 1 Landschappelijke inpassing
4
Bestemmingsplan "Dalwagen ong. Dodewaard" (ontwerp)
gemengde haag
As VERHUUR-UNIT 1 100 M2 BEBOUWD OPP.
VERHUUR-UNIT 3 100 M2 BEBOUWD OPP.
VERHUUR-UNIT 2 100 M2 BEBOUWD OPP.
VERHUUR-UNIT 7 100 M2 BEBOUWD OPP.
VERHUUR-UNIT 6 100 M2 BEBOUWD OPP.
VERHUUR-UNIT 5 100 M2 BEBOUWD OPP.
VERHUUR-UNIT 4 100 M2 BEBOUWD OPP.
As
As R=8,00
Lo
ArB BRUG
*
Lm1
ArB
ArB
*
Lm1
ArB
ArB
*
Lm1
ArB
ArB
Ag
R=4,00
Lo
LsW
Ca
*
Lm2
DDW00 1793 D
Ca
Fs VERHUUR-UNIT 10
VERHUUR-UNIT 9
VERHUUR-UNIT 8
*
DALWAGEN
Ag
Lm1
DDW00 2100 D
Ag PRINCIPE DOORSNEDE
OVERKAPPING TERREIN
*
BEDRIJFSHAL
Lm2
KANTOOR
Vo
Vo Vo Ca
Pa
R=8,00
Ca Ca Ag
BRUG
Pa R=4,00
Ag
Vo
*
Lm2
Ag
Ag
Vo
Ag
*
Ag
Ca
Lm2
0 1 2 3 4 5
10
1:200
en wijder
nde
bestaa
R WIL GIESE
DDW00 1648 D
er uiker v d t e dam m
DDW00 2051 D
Tielerweg 19 4191 NE GELDERMALSEN tel +31 (0)345-589420 www.jcvankessel.nl architectuur@jcvankessel.nl
N DEMA
LINDELOOF TUIN- EN LANDSCHAPSARCHITECTEN BV 015 2133 444
Marlotlaan 1G 2614 GV DELFT
info@josvandelindeloof.nl
Bijlage 2 Waternotitie
Bestemmingsplan "Dalwagen ong. Dodewaard" (ontwerp)
7
Dalwagen Dodewaard Waterhuishoudkundige notitie 78433 BRO
Projectnaam Titel Projectnummer Opdrachtgever Auteur(s) Kwaliteitscontrole Ons kenmerk Status Versienummer Datum
De heer K. Busstra De heer A. van der Horst
Paraaf
Datum 08-02-2023
Paraaf
Datum 08-02-2023
R01-78433-KBU-d01 Definitief 1 8-2-2023
Waterhuishoudkundige notitie Dalwagen Dodewaard
Ingenieursbureau Land Postbus 303 6710 BH EDE T: 0318 - 437 639 F: 0318 - 438 710
Inhoudsopgave 1
INLEIDING .............................................................................................................. 3
1.1
Aanleiding en doel ................................................................................................................ 3
1.2
Situatie.................................................................................................................................. 3
1.3
Beleid en regelgeving ............................................................................................................ 4
1.4
Wijzigingen ........................................................................................................................... 4
2
VERHARD OPPERVLAK ......................................................................................... 5
2.1
Toename verhard oppervlak ................................................................................................ 5
3
WATERHUISHOUDING ........................................................................................ 6
3.1
Berging ................................................................................................................................. 6
3.2
Afwatering ............................................................................................................................ 7
4
CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ..................................................................... 8
Bijlagen: Bijlage 1: Boorprofielen Bijlage 2: Regionale ligging Bijlage 3: Watertoets Milon (20211589-1) Bijlage 4: Situatietekening
Projectnaam
Dalwagen Dodewaard
Kenmerk
R01-78433-KBU-d01
Datum
8 februari 2023
Pagina 2 van 8
1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doel
1.2
Situatie
Op het perceel dat grenst aan de Dalwagen en de Gieser Wildeman te Dodewaard (gemeente Neder-Betuwe) is men voornemens een kantoorpand met verhuurunits te ontwikkelen. Om op het bovengenoemde perceel te mogen bouwen/ontwikkelen is er een bestemmingsplanwijziging benodigd. In voorliggend document heeft ingenieursbureau Land de waterhuishoudkundige notitie opgesteld die vereist is om de bestemmingsplanwijziging uit te kunnen voeren. Deze waterhuishoudkundige notitie bouwt voort op de eerder uitgevoerde watertoets (Milon, kenmerk: 20211589-1). In deze notitie is rekening gehouden met het nieuwe ontwerp van de terreininrichting en zijn de opmerkingen van de gemeente Neder-Betuwe en waterschap Rivierenland verwerkt. Met name de oplossingsrichting van de verhardingscompensatie is in meer detail uitgewerkt.
Het plangebied ligt in het noorden van Dodewaard en grenst aan de kruising van de wegen Dalwagen en Gieser Wildeman (figuur 1.1). Het perceel staat kadastraal geregistreerd met kenmerk/nummer Dodewaard D 1793. Er is een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd door PJ milieu bv (20057501A). De maaiveldhoogte varieert tussen 6,4 m +NAP en 6,8 m +NAP. Deze maaiveldhoogtes zijn vergelijkbaar met de maaiveldhoogtes van de omliggende terreinen (AHN-viewer, januari 2022). De bovenste 4 à 5 meter bestaat uit klei. Daaronder bevinden zich tot een diepte van circa 8 m-mv grof zandige afzettingen (Dinoloket, boorprofiel B39H0170 en B39H3487). In de boringen die gezet zijn tijdens het k-waarde onderzoek (Ingenieursbureau Land, 24 dec 2022), werd tot een diepte van 3 m-mv klei aangetroffen (bijlage 1). De gemiddelde k-waarde is bepaald op 0,23 m/d. Dit houdt in dat de bodem slecht doorlatend is en niet geschikt voor infiltratie.
Figuur 1.1: Regionale ligging projectgebied (zie ook bijlage 2) Projectnaam
Dalwagen Dodewaard
Kenmerk
R01-78433-KBU-d01
Datum
8 februari 2023
Pagina 3 van 8
De grondwaterstand varieert van 4,4 m +NAP tot 6,2 m +NAP (Dinoloket, grondwaterput B39H3487). De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) bevindt zich op 6,0 m +NAP, de Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) bevindt zich op 4,9 m +NAP. In voorliggende rapportage is uitgegaan van een maaiveldhoogte van 6,8 m +NAP, omdat er voor de aanleg van de nieuwe ontwikkeling een egaal oppervlak nodig is en gezien de maaiveldhoogtes van de omliggende percelen het niet te verwachten valt dat het huidige terrein verlaagd/ontgraven wordt.
1.3
Beleid en regelgeving
1.4
Wijzigingen
De Waterwet verplicht waterschappen als beheerder van de regionale wateren een waterbeheerplan op te stellen voor hun beheergebied. Hierin concretiseert het waterschap het provinciale waterbeleid. In het waterbeheerplan staan de maatregelen om de gestelde beleidsdoelen te halen. Om die reden dienen plannen voor ruimtelijke ontwikkelingen door het waterschap beoordeeld en goedgekeurd te worden. Het indienen van ruimtelijke ontwikkelingen wordt gedaan door middel van een watertoets. De watertoets is een samenwerkingsproces van gemeente en waterschap. Het doel is om elkaar vroegtijdig te informeren en waterhuishoudkundige aspecten vanaf de start van ruimtelijke ontwikkelingen mee te nemen. De watertoets is uitgevoerd door Milon (kenmerk: 20211589-1) en is terug te vinden in bijlage 3. De nieuwe ontwikkeling aan de Dalwagen te Dodewaard ligt binnen het beheergebied van waterschap Rivierenland. Op deze ontwikkeling zijn daarom de beleidsregels en keur van waterschap Rivierenland (WSRL) van toepassing.
Ten opzichte van de watertoets die opgesteld is door Milon zijn er enkele zaken/uitgangspunten aangepast die van invloed zijn op de waterhuishoudkundige invulling van de nieuwe ontwikkeling. Het plan voorziet 5.121 m2 verhard oppervlak, terwijl de watertoets uitging van 5.480 m2. Dit verschil wordt veroorzaakt doordat in de watertoets de terreinverharding onder een geplande overkapping is meegenomen in de bergingsopgave. Het verhard oppervlak is hierdoor op deze plek dubbel geteld. Daarnaast is op aangeven van de gemeente de inrit van het terrein enkele vierkante meters kleiner geworden.
Projectnaam
Dalwagen Dodewaard
Kenmerk
R01-78433-KBU-d01
Datum
8 februari 2023
Pagina 4 van 8
2 Verhard oppervlak Het perceel aan de Dalwagen te Dodewaard is in de huidige situatie onbebouwd. De aanleg van het kantoorpand met de verhuurunits wordt daarom voor 100% als toename verhard oppervlak beschouwd. Toename in verhard oppervlak zorgt voor een versnelde afvoer van hemelwater naar het watersysteem. Hierdoor zijn er mogelijk aanpassingen nodig in de bergings- en afvoercapaciteit van het watersysteem. Op grond van de keur van waterschap Rivierenland is het verboden om zonder watervergunning neerslag versneld af te voeren naar het watersysteem.
2.1
Toename verhard oppervlak
In tabel 1 zijn per type verhard oppervlak de vierkante meters verharding weergegeven. In bijlage 4 zijn deze waardes weergegeven in de ontwerptekening. Tabel 2.1 Verhard oppervlak per type verharding Type Hoofgebouw + 3 verhuurunits 7 verhuurunits Parkeerplaatsen Terreinverharding Totaal
Oppervlak (m2) 1.350 700 295 2.481 4.826
Het hoofdgebouw op het terrein bestaat uit een kantoor, bedrijfshal, 3 verhuurunits en een overkapping. Aan de noordzijde van het plangebied worden nog eens 7 verhuurunits ontwikkeld. Er zijn 57 parkeervakken voorzien. Deze worden uitgevoerd in waterpasserende verharding op een zandbed van 0,5 m en worden daarom voor 50% meegenomen in de verhardingsopgave. De in- en uitrit van het terrein bevinden zich aan de westzijde en liggen over een A-watergang van waterschap Rivierenland. Om afname van open water en extra compensatie te voorkomen worden deze uitgevoerd als bruggen. Er zijn maximaal twee inritten toegestaan voor dit terrein (eis gemeente Neder-Betuwe). De verharding onder de overkapping aan het hoofdgebouw wordt niet meegerekend als verhard oppervlak. In totaal neemt het verhard oppervlak toe met 4.826 m2. Om de bergingsopgave te bepalen die bij deze nieuwe ontwikkeling hoort is er gerekend volgens de uitgangspunten van waterschap Rivierenland. Bij berging in open water dient gerekend te worden met 436 m3/ha compensatie. Uitgaande van berging in open water resulteert dit in een bergingsopgave van 210,4 m3 (4.826*0,0436). Bij berging in technische voorzieningen dient gerekend te worden met 664 m3/. Uitgaande van berging in technische voorzieningen resulteert dit in een bergingsopgave van 320,4 m3 (4.826*0,0664).
Een verdeling van de bergingsopgave tussen open water en technische voorzieningen behoort ook tot de mogelijkheden. In deze waterhuishoudkundige notitie wordt er voor gekozen om de berging volledig te realiseren door aanleg van nieuw open water. Dit wordt verder uitgewerkt in het volgende hoofdstuk.
Projectnaam
Dalwagen Dodewaard
Kenmerk
R01-78433-KBU-d01
Datum
8 februari 2023
Pagina 5 van 8
3 Waterhuishouding Ten westen en ten zuiden van het plangebied loopt een A-watergang en ten oosten een B-watergang. De watergangen zijn onderling verbonden. Bij een A-watergang dient aan een beschermingszone van 4 m in acht genomen te worden, B-watergangen dienen 1 m beschermingszone te hebben. Het is niet toegestaan om objecten in deze beschermingszone te plaatsen die het beheer en onderhoud van het waterschap aan de watergang belemmeren (keur WSRL).
3.1
Berging
3.1.1 Oppervlaktewater Aan de west- en zuidzijde van het plangebied is 445 m2 nieuw open water voorzien (zie bijlage 4). Per vierkante meter nieuw open water is er 0,3 m berging beschikbaar (keur WSRL). Tabel 3.1: Berging in open water Onderdeel: Bergingseis (m3/ha) Bergingsopgave (m3) Oppervlak (m2) Beschikbare berging (m3) Beschikbare berging (%) Resterende berging (%)
Open water: 436 210,4 445 133,5 63,4 36,6
In bovenstaande berekening is ervoor gekozen om voor de in- en uitrit van het terrein over de A-watergang aan de westzijde van het plangebied uit te gaan van twee bruggen. Bij gebruik van duikers dient er A-watergang gedempt te worden. Hiervoor dient directe compensatie plaats te vinden in de vorm van nieuw open water. Het onderhoud aan de A-watergangen in de zuid- en westzijde wordt uitgevoerd vanaf de wegzijde. Dit houdt in dat er nog een 1 meter onderhoudszone benodigd is aan de zijde van het plangebied. Voorwaarde is dat de watergang maximaal 8 meter breed wordt, een bredere watergang kan niet door middel van eenzijdig onderhoud worden onderhouden. Aan de oostkant van het plangebied dient het schouw- en onderhoudspad van de B-watergang minimaal 1 meter breed te zijn. De B-watergang aan de oostzijde valt onder het eigen onderhoud en is geen verantwoordelijkheid van het waterschap. In de 1 meter brede onderhoudszone zijn bomen toegestaan mits deze 0,5 m uit de insteek worden geplaatst en een minimale afstand van 10 meter tot elkaar en andere obstakels (duiker, brug of uitrit) hebben. 3.1.2 Restopgave Binnen het plangebied is er niet genoeg ruimte om te voorzien in de volledige bergingsopgave. De resterende bergingsopgave bedraagt nog 76,9 m3, dit staat gelijk aan een oppervlak van circa 260 m2 open water.
Deze resterende bergingsopgave wordt elders in het peilgebied van waterschap Rivierenland gerealiseerd. In overleg met gemeente Neder-Betuwe wordt vastgesteld op welk kadastraal perceel de aanvullende waterberging gerealiseerd dient te worden (D1992 of C1649/C1667). Voorkeur van gemeente Neder-Betuwe gaat uit naar perceel D1992, indien alle ruimte op dit perceel al vergeven is wordt perceel C1649 of C1667 aangewezen voor realisatie van de waterberging. De grond blijft eigendom van gemeente Neder-
Projectnaam
Dalwagen Dodewaard
Kenmerk
R01-78433-KBU-d01
Datum
8 februari 2023
Pagina 6 van 8
Betuwe. Het exacte ontwerp van de waterberging zal verder worden afgestemd met de gemeente.
3.2
Afwatering
3.2.1 Hemelwaterafvoer Het centrale gebouw (kantoor + bedrijfshal) en de verhuurunits wateren direct af op het open water. Hemelwater dat op de terreinverharding terecht komt wordt via molgoten naar een verzamelput getransporteerd. Vanaf daar wordt het ondergronds afgevoerd naar het open water. De terreinverharding wordt onder een helling van 2% aangebracht richting de molgoten. Dit zorgt er mede voor dat bij een extremere bui dan waar nu op gedimensioneerd is er geen water tegen de bebouwing aan komt te staan. 3.2.2 Vuilwaterafvoer De vuilwaterafvoer dient aangesloten te worden op de riolering ten westen van het plangebied. Hiervoor wordt een A-watergang van het waterschap gekruist en is een watervergunning benodigd. Indien er wasplaatsen worden ingericht dienen deze op het vuilwater aangesloten te worden.
Projectnaam
Dalwagen Dodewaard
Kenmerk
R01-78433-KBU-d01
Datum
8 februari 2023
Pagina 7 van 8
4 Conclusie en aanbevelingen Aan de Dalwagen te Dodewaard wordt een kantoorpand en bedrijfshal ontwikkeld, op hetzelfde terrein worden ook 10 verhuurunits aangelegd. Ingenieursbureau Land heeft voor deze nieuwe ontwikkeling de wateropgave uitgewerkt. De toename van verhard oppervlak bedraagt 4.826 m2. De bijbehorende bergingsopgave bedraagt 210,4 m3 en wordt gerealiseerd in open water. Door middel van de aanleg van 445 m2 open water op eigen terrein en 260 m2 open water binnen het peilgebied wordt er voorzien in de vereiste berging voor de nieuwe ontwikkeling. Onderhoud aan de A-watergangen wordt vanaf de wegzijde door waterschap Rivierenland uitgevoerd, onderhoud aan de B-watergang aan de oostzijde van het plangebied is verantwoordelijkheid van de terreineigenaar. Aan de zijde van het plangebied dient een onderhoudsstrook van 1 meter vrijgehouden te worden Het centrale gebouw en de verhuurunits wateren direct af op open water. De terreinverharding watert via molgoten af naar een verzamelput en wordt vanaf daar ondergronds naar het open water getransporteerd. De vuilwaterafvoer wordt aangesloten op de bestaande riolering ten westen van het plangebied.
Projectnaam
Dalwagen Dodewaard
Kenmerk
R01-78433-KBU-d01
Datum
8 februari 2023
Pagina 8 van 8
Bijlage 1 Boorprofielen
Projectcode:
78433
Projectnaam: Getekend volgens:
Dalwagen Dodewaard NEN 5104
Meetpunt:
01
Meetpunt:
02
Datum:
24-12-2021
Datum:
24-12-2021
Boormeester:
Martijn Tiemens
Boormeester:
Martijn Tiemens
0
0
braak
0
0
Klei, matig humeus, donker roestbruin, Edelmanboor
braak Klei, matig humeus, donker roestbruin, Edelmanboor
30
30
Klei, weinig roest, licht roestgrijs
Klei, weinig roest, licht roestgrijs
50
50
100
100 120 130
130
Klei, licht grijsblauw, Edelmanboor 150
150
Klei, licht grijsblauw, Edelmanboor Veen, sterk kleiïg, weinig hout, donker zwartbruin, Edelmanboor
150 Veen, sterk kleiïg, donker zwartbruin, Edelmanboor
200
200
250
250 260
Klei, licht grijsblauw, Edelmanboor
270
Klei, licht grijsblauw, Edelmanboor
300
300
300
300
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis
blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
Bijlage 2 Regionale ligging
Esri Nederland, Community Map Contributors
Legenda
Projectgebied Coördinaten X = 173.604 Y = 436.478
¯
Esri Nederland, Community Map Contributors Opdrachtgever Project Omschrijving Get.
BRO Waterhuishoudkundige notitie Dalwagen Dodewaard Regionale ligging
Datum
BRO 21-1-2022
Akk.
KBU
Schaal Status
1:10.000
DEFINITIEF
Formaat
Tekeningnummer
A4
Besteknummer Bladnummer
78433-03
-
Projectnummer 78433
Ingenieursbureau Land M orsestraat 15 Postbus 303 6710 BH Ede
Tel: 0318-437639
Bijlage 3 Watertoets Dalwagen
Watertoets ter plaatse van de Dalwagen te Dodewaard
Pagina 3 van 21
Titel Opdrachtgever Adviesbureau
Watertoets ter plaatse van de Dalwagen te Dodewaard
BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel
MILON bv Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel
Pagina 4 van 21
Titel:
Watertoets ter plaatse van de Dalwagen te Dodewaard
Status:
Concept
Datum:
1 oktober 2021
Opdrachtgever:
BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel
Contactpersoon: Telefoonnummer: E-mail:
Corianne Verberne + 31 (0)6 341 356 72 corianne.verberne@bro.nl
Projectnummer:
20211589-1
Auteur: Projectleider: Telefoonnummer: E-mail: Website:
Job Tijssen Job Tijssen 073-5477253 info@milon.nl/ job@milon.nl www.milon.nl
Handtekening Projectleider:
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of MILON bv. Op al onze leveringen en diensten zijn de RVOI-2001 en de algemene aanvullende voorwaarden van MILON bv van toepassing. Beide sets algemene voorwaarden zijn te raadplegen en te downloaden via www.milon.nl/algemenevoorwaarden. MILON bv is gecertificeerd conform ISO 9001 en VCA**, voldoet aan niveau 3 op de CO2 prestatieladder en is erkend door het ministerie van IenW voor: ▪ BRL SIKB 1000 “Monsterneming voor partijkeuringen”, protocol 1001, 1002 en 1003; ▪ BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”, protocol 2001, 2002, 2003 en 2018; ▪ BRL SIKB 6000 “Milieukundige begeleiding van (water)bodemsaneringen, ingrepen in de waterbodem en nazorg” en protocol 6001 (processturing en verificatie).
Pagina 5 van 21
Inhoudsopgave 1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 2. 2.1. 3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 4. 4.1. 4.2 5. 5.1 5.2 6. 7.
Inleiding Opdrachtverlening Aanleiding Doel Betrouwbaarheid Onderzoekslocatie Locatiegegevens Beleid watertoets Rijksoverheid Provinciaal beleid Beleid Hoogheemraadschap Gemeentelijk beleid Waterhuishouding Geohydrologie Overige aspecten Wateradvies Bevoegd gezag Dimensionering infiltratie of bergingsvoorziening Uitgangspunten en randvoorwaarden Samenvatting en conclusies
Bijlage 1. Ontwerpplan
Pagina 6 van 21
7 7 7 7 7 8 9 10 10 11 12 14 15 15 17 18 18 18 19 21
1.
Inleiding
1.1.
Opdrachtverlening
Op 10 juni 2021 heeft MILON bv te Veghel schriftelijk opdracht gekregen van Corianne Verberne, namens BRO te Boxtel, voor het uitvoeren van een watertoets. De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van de Dalwagen te Dodewaard. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden.
1.2.
Aanleiding
De aanleiding voor het uitvoeren van de watertoets wordt gevormd door de voorgenomen bouw van een bedrijfshal met kantoor en 10 verhuur-units.
1.3.
Doel
De watertoets heeft als doel om water als ordenend principe een rol te laten spelen bij ruimtelijke plannen en besluiten, door alle relevante waterhuishoudkundige aspecten vroegtijdig te betrekken bij de planvorming.
1.4.
Betrouwbaarheid
Het onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd. MILON bv is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. MILON bv acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.
Pagina 7 van 21
2.
Onderzoekslocatie
2.1.
Locatiegegevens
De onderzoekslocatie bevindt zich aan de oostzijde van het industrieterrein De Bonegraaf. De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Dodewaard sectie D met nummer 1793. De oppervlakte van de gehele locatie bedraagt circa 6.480 m2. De locatie is in de huidige situatie in gebruik als grasland. In onderstaande afbeelding wordt een luchtfoto van de onderzoekslocatie getoond.
Figuur 1. Ligging onderzoekslocatie (Bron: Google Maps)
Overig terrein en omgeving De onderzoekslocatie is gelegen op de hoek van de Dalwagen en de Gieser Wildeman. De omgeving wordt rondom gekenmerkt door met name het industrieterrein, graslanden en de nabijgelegen woonwijk. Voormalig gebruik De eerste bedrijvigheid op het industrieterrein is ontstaan in de jaren 60’. Het terrein is door de jaren heen gestaag gegroeid in omvang. De woonwijk ten westen van de onderzoekslocatie is eind jaren 90’ gebouwd. De locatie zelf is volgens historisch kaartmateriaal nooit bebouwd geweest. Op het perceel hebben, voor zover bekend, geen calamiteiten plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd is geraakt. De locatie kent een lage archeologische trefkans.
Pagina 8 van 21
2.2. Ruimtelijk plan of voornemen De aanleiding voor het uitvoeren van de watertoets wordt gevormd door de voorgenomen bouw van een bedrijfshal met kantoor 10 verhuur-units. Een ontwerpschets van het plan is toegevoegd als figuur 2.
Figuur 2. Onderzoekslocatie met schets bouwplan (bron: Huibers bureau voor architectuur)
In onderstaande tabel is weergegeven hoe de verhardingssituatie er in de huidige en toekomstige situatie uitziet. Tabel 1. verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie Huidige m2 (circa)
Toekomstig m2 (circa)
Bebouwing
0
1.750
Verhard (klinkers/tegels)
0
3.035
Parkeerplaatsen
0
700
6.480
995
0
5.485
Groen Totaal verhard perceel
De ontwikkeling op de onderzoekslocatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak toeneemt met 5.485 m2.
Pagina 9 van 21
3.
Beleid watertoets
De wetgeving en het beleidskader spelen een belangrijke rol in het doorlopen van de watertoetsprocedure. Uit de beleidsstukken van de overheden blijkt welke eisen en wensen ze hebben en welk belang ze hebben bij een goed beheersbaar watersysteem.
3.1.
Rijksoverheid
Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden, waarmee een achttal wetten is samengevoegd tot één wet. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet richt zich op de zorg voor waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterfuncties (zoals de drinkwatervoorziening). De wet biedt de basis voor het stellen van normen ten aanzien van deze onderwerpen. Verder bevat de wet regelingen voor het beheer van water. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning. Minstens zo belangrijk is dat zoveel mogelijk activiteiten onder algemene regels vallen. In de regel komt dit neer op een meldingsplicht in plaats van een vergunningenprocedure. Niet alles is in algemene regels vast te leggen en voor deze activiteiten in, op, onder of over watersystemen is er de watervergunning. De Wet gemeentelijke watertaken is onderdeel van de Waterwet.
In deze Wet heeft de gemeente de zorgplicht gekregen voor: • Het doelmatig inzamelen en verwerken van overtollig afvloeiend hemelwater; • Het doelmatig nemen van maatregelen in openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Wet milieubeheer is de derde zorgplicht voor de gemeente opgenomen. De gemeente dient zorg te dragen voor het inzamelen transporteren van stedelijk afvalwater. Wet ruimtelijke ordening en de watertoets De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht (en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening). De watertoets betekent dat ruimtelijke plannen (waaronder bestemmingsplannen) die vanaf deze datum ter inzage worden gelegd, voorzien moeten zijn van een waterparagraaf. Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer (bijv. gemeente of projectontwikkelaar) worden overlegd met de waterbeheerder. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant.
In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies.
Pagina 10 van 21
Nationaal Waterplan 2016-2021 In 2015 is het Nationaal Waterplan vastgesteld. Het plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Belangrijke punten uit het nationaal waterplan zijn: • Eerst vasthouden, dan bergen en dan pas afvoeren; • Hemelwater zo veel mogelijk afkoppelen, mits schoon (anders eerst zuiveren); • Uitbreiding van verhard oppervlak zo veel mogelijk compenseren met hectares oppervlaktewater. Met deze punten zal rekening gehouden worden bij de uitvoering van de plannen. Nationaal Bestuursakkoord Water Met het NBW-Actueel (2008) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Een actualisatie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) uit 2003 komt voort uit de invoering van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de noodzaak tot de aanscherping van een aantal begrippen en het beschikbaar komen van nieuwe klimaatscenario's.
Ook is een nieuwe fase aangebroken in het samenwerkingsproces, waarbij het zwaartepunt verschuift van planvorming naar uitvoering. Het NBW is een uitwerking van de uitvoering van waterbeleid 21e eeuw (WB21) en de KRW. De belangrijkste doelen en taken zijn: • het teveel (overlast) of tekort (onderlast) aan water aanpakken; • verbetering van de waterkwaliteit.
3.2.
Provinciaal beleid
Regionaal waterprogramma Gelderland Het Regionaal waterprogramma Gelderland is de strategische basis voor het Gelderse waterbeleid en -beheer voor de korte en de lange termijn, rekening houdend met Europese, landelijke, provinciale en regionale doelen, duurzaamheid en klimaatveranderingen. Het zet de nieuwe koers uit voor de provinciale inzet met betrekking tot waterhuishouding, waterveiligheid, natuurbehoud en de bescherming van kwantiteit en kwaliteit van het water. Het is een breed gedragen, integraal beleidsplan, omdat het tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met talloze belanghebbende (water)partijen in Gelderland. Omgevingsvisie Gelderland In de omgevingsvisie wordt de ambitie en de rol van de provincie voor het aspect water aangegeven. De provincie stuurt op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Dit bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater. Een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem helpt mee aan een optimale en duurzame driedimensionale inrichting van Gelderland. Een systeem is veerkrachtig als het onder normale omstandigheden alle functies goed kan uitvoeren, (tijdelijke) over- en onderbelasting goed op kan vangen zonder dat maatschappelijke overlast of ecologische schade optreedt en hiervan snel kan herstellen zonder blijvende negatieve effecten.
Een systeem is duurzaam als het ook in de toekomst kan blijven functioneren en in stand kan worden gehouden tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Om de veerkracht van het water- en bodemsysteem te vergroten is het belangrijk om meer ruimte te maken
Pagina 11 van 21
voor beken, te zorgen voor stedelijk waterbeheer en voor goed bodembeheer. Dat betekent bijvoorbeeld dat de bodem zodanig wordt beheerd en gebruikt dat de bodem meer water kan opnemen in perioden van regen en dus ook weer water kan afgeven in perioden van droogte. Zowel bewoonde gebieden, natuurgebieden als landbouwgronden zullen hieraan een bijdrage moeten leveren. Daarnaast is het van belang om ervoor te zorgen dat het water- en bodemsysteem duurzaam is en ook in de toekomst kan blijven functioneren tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. De provincie streeft naar een duurzaam gebruik van de ondergrond. Zij zoekt naar een balans tussen het benutten van de kansen die de ondergrond biedt en het behouden van de waarde van de ondergrond voor toekomstige generaties. Doel is te komen tot een integrale, efficiënte en duurzame benutting zonder onomkeerbare gevolgen voor de ondergrond. Dit betekent dat de provincie moet afwegen wat op een bepaalde plek in de ondergrond of bovengronds wel of niet mag.
3.3.
Waterschapsbeleid
Waterbeheerprogramma 2016-2021 Het waterbeheerplan 'koers houden, kansen benutten beschrijft de doelen van Waterschap Rivierenland voor de periode 2016-2021. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Nationaal Waterplan, het Regionaal Waterprogramma Gelderland en het Stroomgebiedsbeheerplan. Meer dan voorheen wil het waterschap inspelen op initiatieven van derden en kansen die zich voordoen in het gebied. Ten aanzien van de doelen is een indeling gemaakt in de volgende waterthema’s: − waterveiligheid: voorkomen van wateroverlast in het beheergebied (onder meer door het aanleggen van waterbergingsgebieden en het op orde brengen van regionale keringen); − watersysteem: zowel voor de natuur als de landbouw is het belangrijk dat er niet te veel en niet te weinig water is. Daarvoor reguleert het waterschap het grond- en oppervlaktewater; − Schoon water: zuiveren van afvalwater en vervuiling van oppervlaktewater aanpakken en voorkomen; Het waterschap staat voor een aantal complexe uitdagingen, die zij in veel gevallen niet alleen kan realiseren. Deze uitdagingen geven invulling aan de verbinding van water met de maatschappelijke ontwikkelingen. Daarom zet het waterschap sterk in op samenwerking.
In dit Waterbeheerplan nodigt het waterschap waterpartners, stakeholders, boeren, burgers en bedrijven nadrukkelijk uit om gezamenlijk te werken aan slimme, innovatieve oplossingen voor de complexe wateropgaven. Dit betekent onder meer dat het waterschap de bestaande samenwerking met alle partners in het gebied wil uitbreiden en ‘grenzeloos’ organiseren vanuit de kracht van ieders rol en verantwoordelijkheid. Keur Rivierenland 2014 De Keur kent gebods- en verbodsbepalingen die erop gericht zijn watergangen te beschermen. Zo is het in bepaalde gevallen verboden om zonder vergunning water te lozen of te onttrekken aan oppervlaktewater. Ook legt de Keur in sommige gevallen aan burgers een onderhoudsverplichting op. Daarnaast mag men zonder Keurontheffing geen activiteiten ontplooien of bouwwerken plaatsen die het onderhoud aan watergangen kunnen belemmeren. Dit betekent dat voor bepaalde activiteiten nabij watergangen of met mogelijke invloed op watergangen een ontheffing bij het waterschap moet worden gevraagd. De Keur van het waterschap is enkel van toepassing wanneer direct wordt geloosd naar een oppervlaktelichaam in beheer en eigendom van het waterschap.
Pagina 12 van 21
De Keur is een verordening waarin staat wat wel en niet mag rond watergangen, dijken en grondwater. Voor veel zaken hoeven burgers en bedrijven geen vergunning meer aan te vragen. Een melding aan het waterschap volstaat. Alle ingrepen welke een grote impact hebben op belangrijke watergangen en keringen blijven vergunningsplichtig. Het doel van de regels is om de wateraanvoer en waterafvoer te waarborgen, Gelderland te beschermen tegen overstromingen en de gevolgen van droogte te beperken. Vanwege het extra lozen van hemelwater door de toename aan verhard oppervlak en de voorgenomen werkzaamheden aan watergangen is een watervergunning vereist voor dit plan.
3.4.
Gemeentelijk beleid
Voor het water heeft de gemeente binnen de bebouwde omgeving de zorgplicht voor overtollig hemelwater, afvalwater en grondwater. Daarnaast is zij verantwoordelijk voor het beheer van de overige, niet-primaire watergangen welke tot haar eigendom behoren. De gemeente Neder-Betuwe heeft het Gemeentelijk Rioleringsplan opgesteld (GRP). Dit is een functioneel beleidsdocument, waarin de regionale visie wordt beschreven en relevante ontwikkelingen op korte en lange termijn in worden gesignaleerd. Voor de komende periode wordt hieronder per zorgplicht aangegeven hoe de gemeente invulling geeft geven aan haar wettelijke zorgtaken.
A Doelmatig inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater Vrijverval stelsels Er is onderzoek nodig naar de bouwkundige en elektrotechnische kwaliteit van de hoofdgemalen en randvoorzieningen. De elektrotechnische en mechanische onderdelen zijn aan groot onderhoud toe en worden de komende jaren gerenoveerd. Op kwetsbare locaties voor chemische aantasting van het riool worden in de planperiode maatregelen getroffen. Afvalwater Buiten de bebouwde kom Drukriolering Een behoorlijk deel van de minigemalen is momenteel rond de 35 jaar oud. Met name de elektrotechnische installaties zijn achterhaald. Door te die gemalen te renoveren wordt ingezet op het verbeteren van de betrouwbaarheid van de minigemalen. Niet aangesloten percelen Afvalwater bij In- en uitbreidingen voor nieuwbouw heeft de gemeente een voortdurende ambitie om de afvoer van het afvalwater en hemelwater te ontvlechten. In principe wordt voor het afvalwater een ondergronds leidingstelsel aangelegd. Op dit afvalwaterstelsel wordt geen hemelwater of grondwater geloosd. Afvalwater bij in- en uitbreidingen Voor nieuwbouw heeft de gemeente een voortdurende ambitie om de afvoer van het afvalwater en hemelwater te ontvlechten. In principe wordt voor het afvalwater een ondergronds leidingstelsel aangelegd. Op dit afvalwaterstelsel wordt geen hemelwater of grondwater geloosd.
Pagina 13 van 21
H Inzameling en verwerking van hemelwater Afkoppelen hemelwater in bestaand gebied De ambitie van de gemeente Neder-Betuwe voor de komende planperiode is om de hoeveelheid hemelwater dat op de bestaande gemengde rioolstelsels wordt geloosd verder te beperken. Het afkoppelen van hemelwater en met name het oppervlakkig afvoeren zijn belangrijke adaptatie maatregelen. In combinatie met overige gemeentelijke werkzaamheden worden de adaptatie maatregelen en dus afkoppelkansen altijd meegenomen. Ambitie Hemelwater bij in- en uitbreidingen De volgende voorkeursvolgorde wordt voor het verwerken van hemelwater gehanteerd: 1. infiltratie in de bodem 2. vertraagde afvoer naar oppervlaktewater 3. directe afvoer naar oppervlaktewater met aanvullende maatregelen in het oppervlakte watersysteem 4. afvoer en transport via riolering naar rioolwaterzuivering In het vorige GRP werd aan bovengronds afvoeren van hemelwater van percelen altijd de voorkeur gegeven. Hoewel bovengrondse hemelwater afvoer in eenvoudige situaties met geringe omvang nog steeds de voorkeur heeft van de gemeente sturen zij in alle andere gevallen aan op ondergronds afvoeren. In praktijk leidt ondergrondse afvoer tot een kleiner risico op fouten in de uitvoering en is het beter inzichtelijk en handhaafbaar.
Voor hemelwater afkomstig van de openbare verharding wordt ook een afweging gemaakt waarbij een combinatie tussen de oppervlakkige afvoermogelijkheid in combinatie met ondergronds leidingwerk de voorkeur heeft van de gemeente.
G Voor zover mogelijk voorkomen dat grondwater de bestemming van een gebied belemmer en het voorkomen/beperken van grondwateroverlast. Omgaan met grondwater De gemeente Neder-Betuwe is verantwoordelijk voor het grondwaterbeheer van het openbaar terrein. Afvoer van overtollig grondwater van particulier terrein wordt mogelijk gemaakt mits dit doelmatig plaats kan vinden binnen de gemeentelijke ambitie. Aangezien van nature hoge grondwaterstanden in het beheergebied van de gemeente voorkomen worden geen separate grondwaterprojecten opgezet om in te grijpen in het natuurlijk grondwatersysteem. Inzicht in het grondwatersysteem De gemeente Neder-Betuwe beschikt sinds 2012 over een voor het stedelijk gebied dekkend grondwatermeetnet met 30 peilbuislocaties waar de grondwaterstand structureel gemeten wordt. Hierdoor is het mogelijk om meldingen en klachten zorgvuldig en adequaat af te handelen. Grondwater bij in- en uitbreidingen Structurele grondwaterproblemen op nieuwbouwlocaties worden voorkomen door in de wijze van bouwen en bouwrijp maken rekening te houden met de bestaande geohydrologische situatie.
Pagina 14 van 21
4.
Waterhuishouding
Om de waterbelangen in een zo vroeg mogelijk stadium in beeld te hebben heeft het waterschap de Watertoets ontwikkeld. In het kader van het watertoetsproces worden hierbij de relevante en beschikbare wateraspecten bekeken.
4.1.
Geohydrologie
Regionale bodemopbouw De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van 6,55 m+NAP. Op figuur 3 is te zien dat de zuidzijde van de onderzoekslocatie in de huidige situatie ietwat hoger is gelegen.
6,4 m
6,7 m
Figuur 3. Hoogteverschil onderzoekslocatie (bron: Ahn)
De gegevens van de bodemsamenstelling en de hydrologische gegevens zijn verkregen uit DINOloket. Vanaf maaiveld tot circa 5 m-mv is een complexe kleiige eenheid aanwezig, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand. Onder de deklaag tot circa 14 m-mv bevindt zich eveneens een zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen. (formatie van Kreftenheye). Daaronder bevindt zich tot circa 20m-mv een kleiige eenheid hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, met weinig veen, fijn en grof zand en een spoor grind (Formatie van Waalre).
Pagina 15 van 21
Geohydrologie Naar opgave van de provincie Gelderland ligt het onderzoeksgebied niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Op de onderzoekslocatie wordt voor zover bekend geen grondwater onttrokken. Het aanwezig zijn van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend en wordt derhalve niet uitgesloten. Kwel en infiltratie In de klimaateffectatlas is te herleiden dat de locatie zich in een infiltratiegebied bevindt. Oppervlaktewater in de omgeving Uit de waterkaart van waterschap Rivierenland is gebleken dat nabij de onderzoekslocatie A- en B watergangen zijn gelegen.
Figuur 4: watergangen nabij onderzoekslocatie
Regenwater en overige neerslag Hemelwater infiltreert in de bodem gezien er in de huidige situatie nog geen verharding aanwezig is. Zover bekend is er doorgaans geen sprake van wateroverlast in de omgeving van de onderzoekslocatie. Gemiddelde grondwaterstand In de Arcgis kaart van provincie Gelderland is de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) aangegeven. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) geeft een GHG aan van 0,7 m-mv. De Gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) is dieper gelegen dan 1,7 m-mv.
Pagina 16 van 21
4.2
Overige aspecten
Afvalwater Binnen het plangebied komt in de huidige situatie geen afvalwater vrij. Voor het kantoor en de bedrijfshal zal nieuwe riolering aangelegd moeten worden. Watervergunning Voor het plaatsen van duikers onder de inritten zal een watervergunning aangevraagd moeten worden.
Pagina 17 van 21
5.
Wateradvies
5.1
Bevoegd gezag
Volgens het beleid van waterschap Rivierenland dient, in bepaalde gevallen, de benodigde compensatie te worden berekend.
5.2
Dimensionering infiltratie of bergingsvoorziening
De aanleiding voor het uitvoeren van de watertoets wordt gevormd door de voorgenomen bouw van een bedrijfshal met kantoor en 10 verhuur-units. In de toekomstige situatie zal de verhardingssituatie veranderen. De hemelwatervoorziening dient dan ook aangepast te worden aan de nieuwe inrichting. In de hemelwatervoorziening wordt het hemelwater afkomstig van het terrein geborgen. Tabel 2. verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie Huidige m2 (circa)
Toekomstig m2 (circa)
Bebouwing
0
1.750
Verhard (klinkers/tegels)
0
3.035
Parkeerplaatsen
0
700
6.480
995
0
5.485
Groen Totaal verhard perceel
De ontwikkeling op de onderzoekslocatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak toeneemt met 5.485 m2. In dat geval dient er 800 m2 nieuw wateroppervlak gerealiseerd te worden, uitgaande van een T=10 bui (436 m³/ha) met een maximale peilstijging van 0.3 m (5.485 x 0,0436 / 0,3 = 800 m2). Aan de wateropgave wordt voldaan door de watergangen rondom de onderzoekslocatie te verbreden en infiltatiekratten aan te brengen onder de parkeerplaatsen.
Pagina 18 van 21
6.
Uitgangspunten en randvoorwaarden
Hierna worden de overige uitgangspunten aangegeven voor de infiltratie- of bergingsvoorziening. Wateroverlast Om wateroverlast op de locatie en de omgeving te voorkomen moet men rekening houden met: ▪ het afstromende hemelwater wordt zoveel mogelijk oppervlakkig (bovengronds) naar de infiltratie- of bergingsvoorziening afgevoerd; ▪ wateroverlast ter plaatse van de toekomstige bebouwing wordt mede voorkomen door een drempelhoogte van enkele decimeters boven maaiveld. Hemelwater zal zo in geen geval de panden instromen; ▪ indien wenselijk dient een overstortvoorziening naar het riool of oppervlaktewater opgenomen te worden om overlast te voorkomen tijdens extreem weer. Milieuhygiënische voorwaarden Om neerslag die van de daken en overige verharde oppervlakken afstroomt te mogen infiltreren/bergen, dient onder meer aan de volgende voorwaarden te worden voldaan: ▪ vereist is de toepassing van niet-uitloogbare bouwmaterialen als kunststoffen en geen zink, lood, koper of asfalt. Staal, aluminium en zink voorzien van een duurzame coating kan wel worden toegepast. Hierbij ontstaan geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen); ▪ neerslag van (afgekoppelde) verhardingen zoals opritten en/of terrassen bij woningen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.
Bij de communicatie met de toekomstige bewoners van het plangebied moet duidelijk worden gewezen op de risico’s van het toepassen van chemicaliën en dergelijke, en de gevolgen van het niet naleven van deze regels; ▪ het is nooit toegestaan afvalwater in de bodem te infiltreren of via infiltratievoorzieningen in de bodem te lozen. Onderhoud en vervuiling Om de werking van de infiltratie- of bergingsvoorziening in stand te houden dient men rekening te houden met: ▪ regelmatig onderhoud van de aanvoer- en afvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren; ▪ het is onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Het is niet wenselijk tijdens gladheid door bevriezing of sneeuwval zout en dergelijke gladheidbestrijdingsmiddelen op de bestrating en parkeerplaatsen e.d. toe te passen. Een alternatief kan zand zijn; ▪ Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat bv.
het reinigen van voertuigen of het schoonmaken van onderdelen, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming). Dit betekent dat het vrijkomende afvalwater al dan niet via een olie/benzine-afscheider of andere noodzakelijke (reiniging)voorziening naar het afvalwaterriool(DWA-riool) moet worden getransporteerd of geloosd, en niet in de bodem mag worden geïnfiltreerd of op oppervlaktewater worden geloosd.
Pagina 19 van 21
▪ het is aan te bevelen de kwaliteit van de te lozen neerslag (in de loop van de tijd) te monitoren. Communicatie Het is belangrijk om een grote betrokkenheid van de (aanstaande) gebruikers/eigenaren op te bouwen ten aanzien van de waterhuishouding en het milieu. Zo zal uitgelegd moeten worden waarom geen auto’s mogen worden gewassen op de parkeerplaatsen (ook privé plaatsen), geen chemische onkruidbestrijdingsmiddelen mogen worden toegepast en geen zout gebruikt wordt bij gladheidbestrijding etc.. Ook het in stand houden en onderhoud van de voorzieningen zijn essentiële aandachtspunten, in het bijzonder voor de eigenaren/gebruikers van het plangebied. Een en ander zal in een zo vroeg mogelijk stadium met de eigenaren/gebruikers moeten worden besproken. Ook de juridische aspecten van afkoppelen en wat erbij komt kijken, moeten helder naar eigenaren en gebruikers worden gecommuniceerd en op schrift worden gesteld. Verantwoordelijkheden moeten vooraf worden vastgelegd.
Pagina 20 van 21
7.
Samenvatting en conclusies
Op 10 juni 2021 heeft MILON bv te Veghel schriftelijk opdracht gekregen van Corianne Verberne, namens BRO te Boxtel, voor het uitvoeren van een watertoets. De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van de Dalwagen te Dodewaard. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Onderzoekslocatie De onderzoekslocatie bevindt zich aan de oostzijde van het industrieterrein De Bonegraaf. De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Dodewaard sectie D met nummer 1793. De oppervlakte van de gehele locatie bedraagt circa 6.480 m2. De locatie is in de huidige situatie in gebruik als grasland. Watertoets De aanleiding voor het uitvoeren van de watertoets wordt gevormd door de voorgenomen bouw van een bedrijfshal met kantoor en 10 verhuur-units. In de toekomstige situatie zal de verhardingssituatie veranderen. De hemelwatervoorziening dient dan ook aangepast te worden aan de nieuwe inrichting. In de hemelwatervoorziening wordt het hemelwater afkomstig van het terrein geborgen. Tabel 3. verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie Huidige m2 (circa)
Toekomstig m2 (circa)
Bebouwing
0
1.750
Verhard (klinkers/tegels)
0
3.035
Parkeerplaatsen
0
700
6.480
995
0
5.485
Groen Totaal verhard perceel
De ontwikkeling op de onderzoekslocatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak toeneemt met 5.485 m2. In dat geval dient er 800 m2 nieuw wateroppervlak gerealiseerd te worden, uitgaande van een T=10 bui (436 m³/ha) met een maximale peilstijging van 0.3 m (5.485 x 0,0436 / 0,3 = 800 m2). Aan de wateropgave wordt voldaan door de watergangen rondom de onderzoekslocatie te verbreden en infiltatiekratten aan te brengen onder de parkeerplaatsen.
Pagina 21 van 21
Bijlage 1
Bijlage 4 Situatietekening
DDW00 1796 D DDW00 1635 D 96 DDW00 1766 D
DDW00 1666 D DDW00 1633 D
2 DDW00 1637 D
DDW00 1631 D
DDW00 1636 D
DDW00 1649 C
DDW00 1585 D
DDW00 2103 D
DDW00 2189 D
DD W 00
22 41
D
1
DDW00 451 D
DDW00 2102 D
DDW00 2242 D
DDW00 2191 D DDW00 2192 D
DDW00 1931 D
700
524 202
2.481 DDW00 1410 D DDW00 1793 D
DDW00 2100 D
243 1.350
DDW00 47 D
66
202
DDW00 2051 D
DDW00 1648 D
90
88 DDW00 1652 D
DDW00 1824 D
Schaal: 1:1000 Opdrachtgever
0m
50m Project
BRO Dalwagen Dodewaard
Omschrijving
Situatietekening toekomstige situatie
Get.
RGE
Schaal
Datum
7-2-2023
Status
Versie
5
Akk.
KBU
1 : 1000
DEFINITIEF
Formaat
A3
Besteknummer
-
Bladnummer
-
Projectnummer
78433
Tekeningnummer
78433-01
ingenieursbureau Land Morsestraat 15 Postbus 303 6710 BH Ede Tel: 0318 - 437639
Bijlage 3 Natuurtoets
Bestemmingsplan "Dalwagen ong. Dodewaard" (ontwerp)
45
Natuurtoets perceel aan De Dalwagen te Dodewaard In het kader van de Wet Natuurbescherming
In opdracht van: Van Haalen Sloop- en Saneringcoördinatie B.V. t.a.v. Henk van Haalen Friezenweg 18 E 5349 AW Oss
Natuurtoets perceel aan De Dalwagen te Dodewaard
Colofon Tekst Foto’s en samenstelling: Ronald van Os Versie:
0.2
Status rapport:
Definitief
Datum rapport:
2 februari 2022
Aantal pagina’s:
15
Hal 11 5296 PZ Esch Mobiel: 06-51213344 ronald@vosnatuurbeheer.nl www.vosnatuurbeheer.nl 2
Natuurtoets perceel aan De Dalwagen te Dodewaard
3
Natuurtoets perceel aan De Dalwagen te Dodewaard
Inhoud
1. Inleiding
6
1.1 Doel
6
1.2 Ingreep
6
1.3 Onderzoek aanpak
6
2. Plangebied
7
3. Wettelijk kader
9
3.1 De Wet Natuurbescherming
9
3.1.1 Zorgplicht en verbodsbepalingen
9
3.1.2 Beschermingsregimes
9
3.1.3 Ontheffingen
10
4 Toetsing Wet Natuurbescherming 4.1 Gebiedenbescherming
11 11
4.1.1 Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszonde
11
4.1.2 Natura 2000-gebied Rijntakken
11
4.2 Soortenbescherming
11
4.2.3 Broedvogels
11
4.2.4 Flora
12
4.2.5 Amfibieën, reptielen en vissen
12
4.2.6 Libellen en dagvlinders
12
4.2.7 Overige ongewervelden
12
4.3 Effecten voorgenomen ingreep gebiedsbescherming
12
4.3.1 Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszonde
12
4.3.2 Natura 2000-gebied Rijntakken
12
4.4 Effecten voorgenomen ingreep soortenbescherming
12
4.4.1 Grondgebonden zoogdieren
12
4.4.2 Vleermuizen
12
4.4.3 Broedvogels
12
4.4.4 Flora
13
4.4.5 Amfibieën, reptielen en vissen
13
4.4.6 Libellen en dagvlinders
13
4.4.7 Overige ongewervelden
13
5 Conclusie en aanbevelingen
14 4
Natuurtoets perceel aan De Dalwagen te Dodewaard 5.1 Conclusie
14
5
Natuurtoets perceel aan De Dalwagen te Dodewaard
1. Inleiding De eigenaar is voornemens om het perceel herin te richten met een bedrijfshal met bijbehorende parkeerplaats. Van Haalen Sloop- en Saneringscoördinatie B.V. is de bemiddelende partij in deze. In het kader van de Wet Natuurbescherming is het van belang om inzicht te krijgen in het voorkomen van beschermde planten en/of diersoorten. Derhalve is er een natuurtoets uitgevoerd door Vos Natuurbeheer in de persoon van Ronald van Os.
1.1 Doel Het doel van deze natuurtoets is om inzichtelijk te krijgen of de ingreep mogelijk negatieve gevolgen heeft voor de beschermde natuurwaarden. De volgende vragen zullen dan ook beantwoord worden: - Komen er binnen het plangebied beschermde soorten voor? - Op welke wijze kunnen eventuele negatieve gevolgen beperkt of voorkomen worden? - Wordt met de ingreep de wet overtreden en is een ontheffing noodzakelijk?
1.2 Ingreep De werkzaamheden houden in hoofdzaak het volgende in: Herinrichting terrein met industrie bestemming.
1.3 Onderzoek aanpak Het onderzoeksgebied is op woensdag 16 juni 2021 bezocht door Ronald van Os van Vos Natuurbeheer. Tijdens dit bezoek is er gekeken naar het mogelijk voorkomen van beschermde soorten. Om e.e.a. te verduidelijken zijn er foto’s gemaakt tijdens het bezoek. Daarnaast heeft er een bureaustudie plaats gevonden via de Quickscanhulp.
6
Natuurtoets perceel aan De Dalwagen te Dodewaard
2. Plangebied Het perceel aan de Dalwagen te Dodewaard is momenteel een hooiland omringd door sloten en op de hoeken staan wat struiken. De directe omgeving bestaat uit industrie terrein. Langs de zijweg Gieser Wildeman staan bomen. In afbeelding 1 staat het plangebied in het rode vierkant. In afbeelding 2 wordt een impressie gegeven van het huidige perceel.
afbeelding 1
7
Natuurtoets perceel aan De Dalwagen te Dodewaard
afbeelding 2
8
Natuurtoets perceel aan De Dalwagen te Dodewaard
3. Wettelijk kader In Nederland hebben we te maken met nationale en internationale regelgeving die bedreigde flora en fauna en hun leefomgeving beschermen.
3.1 De Wet Natuurbescherming Doelstelling van de Wet natuurbescherming in het kader van soortbescherming is het beschermen en ontwikkelen van natuur, mede vanwege de intrinsieke waarden, en het behouden en herstellen van biologische diversiteit. Het uitgangspunt van de wet is ‘nee, tenzij’. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van het verbod op schadelijke handelingen (‘nee’) kan onder voorwaarden (‘tenzij’) worden afgeweken, met een ontheffing of vrijstelling. Het verlenen hiervan valt onder de bevoegdheid van de provincie. Daarnaast erkent de wet dat ook dieren die geen direct nut opleveren voor de mens van onvervangbare waarde zijn; de erkenning van de intrinsieke waarde van het in het wild levende dier. Deze erkenning is terug te vinden in de zorgplicht. 3.1.1 Zorgplicht en verbodsbepalingen Voor alle flora en fauna die in het wild voorkomen geldt een algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen met betrekking tot in het wild levende flora en fauna en het leefgebied van deze flora en fauna. Voor de uitvoer van handelingen (bijvoorbeeld ruimtelijke ontwikkelingen) betekent dit dat voorafgaand aan de uitvoer er inzicht moet zijn in de aanwezige flora en fauna en wat het effect van de handelingen is op de aanwezige flora en fauna.
Negatieve effecten op de aanwezige flora en fauna moeten in alle gevallen tot het minimale worden beperkt, ook als er een vrijstelling is voor bepaalde soorten, of als een ontheffing is verleend.
3.1.2 Beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent verschillende beschermingsregimes. Er is een apart beschermingsregime voor soorten die vallen onder de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten die vallen onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bonn en het Verdrag van Bern. Daarnaast is er een apart beschermingsregime voor soorten die vanuit een nationaal belang beschermd worden. Elk beschermingsregime kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten aan ontheffingen of vrijstellingen. De verschillende beschermingsregimes zijn in de Wet natuurbescherming vertaald naar de volgende categorieën: 1. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels zijn beschermd onder het beschermingsregime van de Europese Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1); 2. Soorten, niet vogels zijnde, van de Europese Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt (paragraaf 3.2); 3. ‘Andere soorten’, waaronder soorten die vanuit nationaal belang bescherming behoeven (paragraaf 3.3).
9
Natuurtoets perceel aan De Dalwagen te Dodewaard Categorie 1 (§ 3.1) Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Categorie 2 (§ 3.2) Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Categorie 3 (§ 3.3) Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
3.1.3 Ontheffingen Het is mogelijk om in bepaalde gevallen verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming middels een ontheffing of vrijstelling te ontwijken. Om in aanmerking te komen voor een ontheffing of vrijstelling moet aan drie eisen/criteria worden voldaan: • Er is geen andere bevredigende oplossing voorhanden om overtreding van een verbodsartikel te voorkomen; • De handelingen worden uitgevoerd in het kader van een wettelijk belang. Voorbeelden van dergelijke belangen zijn ruimtelijke ontwikkeling, bestendig beheer en volksgezondheid; • De handelingen als geheel mogen geen afbreuk doen aan de gunstige staat van instandhouding van een soort.
10
Natuurtoets perceel aan De Dalwagen te Dodewaard
4 Toetsing Wet Natuurbescherming 4.1 Gebiedenbescherming 4.1.1 Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszonde Uit de kaarten van de provincie Gelderland blijkt dat het plangebied buiten het Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone ligt. 4.1.2 Natura 2000-gebied Rijntakken Uit de kaarten van de provincie Gelderland blijkt dat het dichtstbijzijnde N2000 gebied op een kilometer afstand van het plangebied ligt. Het betreft het Natura 2000-gebied Rijntakken.
4.2 Soortenbescherming 4.2.1 Grondgebonden zoogdieren Volgens de QuickScan hulp komen er binnen een straal van 1 km van het plangebied streng beschermde soorten voor als de bever. Echter is het plangebied niet geschikt als biotoop voor de bever vanwege het ontbreken van water met begroeiing. Tijdens het veldbezoek zijn er geen sporen of andere aanwijzingen gevonden waaruit blijkt dat er verblijfplaatsen van beschermde soorten als steenmarter of andere kleine marterachtigen binnen het plangebied voorkomen. Het plangebied bevind zich in een gecultiveerde agrarische omgeving. Bunzing hermelijn en wezel komen alleen voor in ruigtes als bosranden, hagen met greppels en sloten. Deze soorten leven graag in een omgeving waar veel dekking in de vorm van vegetatie aanwezig is. Maar ook voor de hermelijn en de bunzing in vochtige of zelfs moerasachtige omgevingen. 4.2.2 Vleermuizen Volgens de QuickScan hulp komt er binnen een straal van 1 km alleen de gewone/kleine/ruige dwergvleermuis voor. Binnen de straal van 1 – 5 km komt de baardvleermuis, gewone- en de grijze grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis en de rosse vleermuis voor. Het plangebied waar de ingreep plaats gaat vinden is alleen mogelijk geschikt als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen. Verblijfplaatsen Het plangebied is niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen.
Er staan geen bomen of gebouwen binnen het plangebied waar vleermuizen in kunnen verblijven. Foerageergebieden Het plangebied is alleen geschikt als mogelijk foerageergebied voor de gewone/kleine/ruige dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis. Het gaat om een weiland zonder begroeiing. Alleen aan de randen staat op sommige plaatsen begroeiing en aan de weg naast het plangebied staan bomen Vliegroute Het plangebied is niet geschikt als essentiële vliegroute. Er zijn geen lijnvormige elementen aanwezig die vleermuizen nodig hebben om zich te kunnen oriënteren. 4.2.3 Broedvogels Het plangebied is alleen geschikt voor algemene broedvogels. Er staan geen bomen die geschikt zijn als broedplaats voor vogels met jaarrond beschermde nesten. In de bomenrij die langs de Gieser Wildeman staan zijn ook geen nesten van broedvogels met jaarrond beschermde nesten aangetroffen.