Bijlage 1d - Memo spuitzonering
Tekst van het document
MEMO Datum
: 16 mei 2025
Project
: Keizerstraat 8 IJzendoorn
Onderwerp
: Memo spuitzonering
Projectnummer
: 16.90.89
Bijlagen
: -
Aanleiding Aan de Keizerstraat 8 in het buitengebied van IJzendoorn is een agrarische bedrijfswoning aanwezig. Het bijbehorende agrarisch bedrijf is circa 20 jaar geleden gestopt met het uitvoeren van agrarische activiteiten. De woning is daardoor al jaren feitelijk als burgerwoning in gebruik. Het plan is de bedrijfswoning nu ook daadwerkelijk planologisch om te zetten in een burgerwoning. In het kader van deze wijziging moet o.a. worden aangetoond dat er geen bedrijven worden belemmerd ten aanzien van spuitzonering en dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Regelgeving Bij het telen van bollen-, boom- en fruit in de open lucht kan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen van belang zijn. Dit vanwege mogelijk vrijkomende drift (verwaaiing van spuitvloeistof) bij het bespuiten. Voor het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen bij het telen van gewassen in de openlucht gelden specifieke voorwaarden (Paragraaf 4.64 Bal). Hierin staan onder andere een verplichte driftreductie van 75% ten opzichte van een referentietechniek, verbod op spuiten bij een windsnelheid van > 5m/s (windkracht 3) en aan te houden teeltvrije zones langs watergangen. In de Nederlandse wetgeving zijn geen bepalingen over een minimaal aan te houden afstanden tussen het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen en voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies.
Om te bepalen wat een voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functie is gaat het om de vraag of in het betreffende object, ter plaatse van de betreffende functie, mensen langdurig (kunnen) verblijven (ECLI:NL:RVS:2019:800), dat geldt naast voor gebouwen als woningen, kantoren en scholen, ook voor tuinen (ECLI:NL:RVS:2021:276). Naar het bepalen van veilige afstanden tussen deze functies is veel onderzoek gedaan. Op dit moment is er echter geen rekensystematiek beschikbaar dat stand houdt bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (RvS). De bestendige lijn bij de Afdeling is dat een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, niet als onredelijk wordt aangemerkt (ECLI:NL:RVS:2015:1698). Een kortere afstand is mogelijk, mits daaraan een deugdelijke motivering ten grondslag wordt gelegd (vaak met behulp van een locatiespecifiek onderzoek ECLI:NL:RVS:2014:736). De 50 meter afstand is een vuistregel die door de jurisprudentie als maatgevende toets afstand is gegroeid. Kanttekening hierbij is wel dat deze nog stamt uit de periode van voor de invoering van verplichte driftreducerende maatregelen (1 januari 2018).
stedenbouw | ruimtelijke ordening | ontwikkelingsmanagement
Bestaande situatie De bedrijfswoning staat aan de voorzijde van het perceel met daarachter aangebouwde en vrijstaande bijgebouwen. Tussen het woonperceel en de Keizerstraat ligt een A-watergang. Op de oostelijke perceelsgrens staat een brede coniferenhaag van circa 3 meter hoog. Tussen het deel van het perceel dat voor de woonfunctie in gebruik is en de haag op de perceelsgrens ligt een strook grasland, dat niet voor verblijf wordt gebruikt. Tussen het daadwerkelijke voor verblijf gebruikte woonerf en het gras staat een lagere haag (circa 2 m). Op de westelijke en voorste perceelsgrens staat een lage haag (circa 1,5 m). De onderstaande afbeeldingen tonen een luchtfoto van het plangebied en de omgeving en foto’s van de hagen.
Luchtfoto met woonperceel rood omkaderd (bron: PDOK Viewer)
Foto’s: Hoge haag en grasland oostkant plangebied (links), voorzijde plangebied (rechts)
pagina 2 van 5
Foto’s: zicht op boomgaard ten westen van plangebied (links), westzijde plangebied met lage haag (rechts)
In de directe omgeving van de woning liggen agrarische gronden waarop gewassen worden geteeld of waarop de teelt van gewassen is toegestaan. Op deze gronden is daarmee (in de toekomst) ook het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen toegestaan. Op delen van deze percelen is de afstand tussen de bedrijfswoning en de percelen waar teelt is toegestaan, minder dan de richtafstand van 50 meter voor spuitzonering. Op de agrarische gronden waarop ook de woning ligt (perceel 1) worden in de huidige situatie geen gewassen geteeld en daarmee ook geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt, maar dit is planologisch wel toegestaan. Ten oosten van de woning ligt een agrarisch perceel (perceel 2) waarop gewassen worden geteeld. Op dit perceel worden appels geteeld. De dichtstbij gelegen teeltrij ligt op circa 3,5 meter afstand van het perceel met de bedrijfswoning, op circa 10 meter van het daadwerkelijke woonerf (achter de lage haag) en op circa 13 meter van de bedrijfswoning. Ten noorden van de woning ligt aan de overkant van de Keizerstraat een agrarisch perceel (perceel 3) waarop peren worden geteeld. Tussen dit perceel en de Keizerstraat liggen een haag van circa 2 meter hoog en een B-watergang. De dichtstbij gelegen gewassenrij ligt op circa 22 meter van de voortuin en op circa 31 meter van de woning.
Ten westen van de woning ligt een agrarisch perceel (perceel 4) waar een hobbymatige boomgaard aanwezig is. Hier worden geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt, maar dit is planologisch wel toegestaan. Afwijken van indicatieve richtafstand Uit het bovenstaande blijkt dat de afstand tussen de beoogde burgerwoning en een deel van de agrarische gronden minder is dan de richtafstand van 50 meter voor spuitzonering. Er zijn echter meerdere redenen waarom in dit geval gemotiveerd van deze indicatieve richtafstand kan worden afgeweken. Hieronder worden deze redenen per perceel toegelicht. Perceel 1 De gronden waar de voormalige bedrijfswoning onderdeel van was en waarop het (toekomstige) gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is toegestaan zijn in eigendom van de initiatiefnemer en onderdeel van de percelen waar het woonerf binnen ligt. De initiatiefnemer heeft het tegengaan van gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op deze gronden in eigen hand. Daarom wordt er op deze
pagina 3 van 5
gronden in de wijziging van het omgevingsplan een verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen gelegd. Perceel 2 en 3 Op perceel 2 en 3 worden in de huidige situatie gewassen geteeld en (mogelijk) gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Het betreffen hier percelen van derden, waarvoor de bestaande bedrijfswoning ook al als gevoelige functie aangemerkt moet worden (zie definitie onder regelgeving) Met de beoogde aanwijzing als burgerwoning wijzigt het gebruik van de bedrijfswoning niet. De naar burgerwoning om te zetten woning is in de huidige situatie feitelijk al in gebruik als burgerwoning. Het bedrijf is al lange tijd gestopt. Het gebruik van de woning verandert niet en qua functie verandert er ook niets. In de bedrijfswoning was de verblijfsfunctie al toegestaan. Dit blijft zo met de omzetting naar een burgerwoning. Tussen het plangebied en perceel 2 is bovendien een hoge, dichte haag aanwezig die de drift van gewasbeschermingsmiddelen flink zal beperken en ook met die reden ooit geplaatst is als drifthaag en zo ook al functioneert. Ook ligt er tussen het woonerf plaatsvindt en de hoge haag nog een strook grasland waar niet wordt verbleven en is er nog een redelijk hoge haag aanwezig die drift tegenhoudt. Dat op het grasland geen verblijf plaatsvindt kan in de wijziging van het omgevingsplan worden vastgelegd.
Ook op de grens van perceel 3 is een (weliswaar minder dichte) haag aanwezig die enige drift zal tegenhouden. Slechts een beperkt deel van perceel 3 ligt binnen 50 meter van het woonerf. Voor wat betreft deze percelen worden de telers niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden beperkt en is er voor de burgerwoning sprake van een weliswaar minder maar wel aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Perceel 4 Op dit perceel ten westen van de woning is een hobbymatige boomgaard aanwezig waar geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt zullen worden. Bedrijfsmatige teelt en daarmee het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is echter planologisch wel toegestaan. Deze gronden zijn in eigendom van de eigenaar van de burgerwoning Keizerstraat 6 en mede gezien het huidige gebruik als hobbymatige boomgaard ligt het niet voor de hand dat deze agrarische gronden voor bedrijfsmatige teelt gebruikt zullen gaan worden. Conclusie Met het omzetten van de bedrijfswoning naar burgerwoning wordt geen nieuwe gevoelige functie toegestaan. De bedrijfswoning met tuin is reeds aanwezig en in gebruik als woning waar mensen langdurig verblijven, alleen de functie wordt gewijzigd van een (agrarische) bedrijfswoning naar een burgerwoning. Er is een flinke groenblijvende windhaag aanwezig die drift van het oostelijk gelegen perceel voorkomt.
Bovendien wordt er in de regels van de wijziging van het omgevingsplan bepaald dat er binnen een zone op het oostelijk deel van het perceel (zie rode gebied op navolgende afbeelding) geen langdurig menselijk verblijf is toegestaan, zodat de afstand tussen de oostelijk gelegen teelt en de verblijfsfunctie van het woonperceel toeneemt. Op het zuidelijk gelegen perceel dat in eigendom is van de initiatiefnemer wordt een verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen gelegd. Hiermee kan gesteld worden dat er ten aanzien van spuitzonering bij de burgerwoning aan de Keizerstraat 8 in IJzendoorn sprake is van een aanvaardbaar woon– en leefklimaat en dat er met het omzetten van de bedrijfswoning naar burgerwoning geen bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt.
pagina 4 van 5
In rood: zone waarbinnen langdurig menselijk verblijf wordt uitgesloten
pagina 5 van 5