Bijlage 1c - Quickscan flora en fauna
Tekst van het document
Datum: Onderwerp: Ons projectnummer: Uw kenmerk: Locatie:
26 mei 2025 ecologische QuickScan P2500435
J. (Joost) Huibers Keizerstraat 8 4053 HJ IJzendoorn
Keizerstraat 8 IJzendoorn
Geachte heer Huibers, Hierbij ontvangt u de rapportage van het door ons bureau uitgevoerde ecologische QuickScan op de locatie aan Keizerstraat 8 IJzendoorn. INLEIDING Door dhr. Huibers is aan Hopman en Peters opdracht verleend voor het uitvoeren van een ecologische QuickScan aan Keizerstraat 8 IJzendoorn. Aanleiding In verband met de voorgenomen werkzaamheden dient in het kader van de omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) een ecologische QuickScan te worden uitgevoerd. De werkzaamheden betreffen de sloop van de twee schuren achter het woonhuis. Achtergrond Initiatiefnemers zijn wettelijk verplicht om voorgaand aan het uitvoeren van een ingreep onderzoek te laten doen naar de (mogelijke) effecten op beschermde flora en fauna en beschermde gebieden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen: EHS)). Bovendien is het in sommige gevallen verplicht melding te doen van het kappen van houtopstanden. Daarnaast dient er mogelijk een ontheffing of vergunning aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag via de Omgevingsvergunning of rechtstreeks bij de provincie (bevoegd gezag). Doelstelling Deze briefrapportage geeft een eerste inschatting van (mogelijke) effecten op gebieden en op (potentieel) aanwezige beschermde flora en fauna zijn.
Indien (negatieve) effecten op beschermde gebieden en beschermde soorten aanwezig zijn en/of de aanwezigheid van beschermde flora en fauna niet afdoende kan worden aangetoond of uitgesloten, is nader onderzoek noodzakelijk. Het doel van de ecologische quickscan is het in kaart brengen van de te verwachten effecten op beschermde gebieden en soorten in en in de directe omgeving van het plangebied. De quickscan betreft geen gerichte inventarisatie naar soorten. De volgende vragen dienen beantwoord te worden: ➢ Welke beschermde natuurwaarden en flora en fauna zijn in het plangebied aanwezig of te verwachten? ➢ Heeft de ingreep mogelijk effecten op de potentieel aanwezige natuurwaarden? Zo ja, welke effecten zijn dit? ➢ Houden deze effecten mogelijk een overtreding van de verbodsbepalingen van de omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) in? ➢ Welke mogelijkheden zijn er om deze negatieve effecten te minimaliseren of te voorkomen? ➢ Is nader onderzoek noodzakelijk? ➢ Is een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit vereist?
WERKWIJZE De werkwijze is op te delen in een bureauonderzoek en een veldbezoek. Hierbij is het volgende stappenplan uitgevoerd: ➢ De ligging van het plangebied is opgezocht. ➢ M.b.v. bureauonderzoek is onderzocht welke beschermde flora en fauna in het plangebied, en in de directe omgeving daarvan, recentelijk zijn waargenomen. Hierbij is gebruik gemaakt van diverse verspreidingsatlassen, NDFF en verslagen van Particuliere Gegevens-beherende Organisaties (PGO’s). ➢ Op 19-5-2025 is het plangebied bezocht door R. (Roan) van Hattem. Tijdens het veldbezoek is het plangebied, en de directe omgeving daarvan, geïnventariseerd op de aanwezigheid van ruimtelijk structuren en habitatten. Hierbij is gebruik gemaakt van een verrekijker, camera en zaklamp. ➢ Op basis van het bureauonderzoek en veldbezoek is het plangebied beoordeeld op de (mogelijke) aan- of afwezigheid van beschermde flora en fauna. Op grond van de voorgenomen ingreep is bepaald: ➢ Welke negatieve effecten te verwachten zijn op de (potentieel) aanwezig beschermde natuurwaarden. ➢ Of negatieve effecten op voorhand zijn uit te sluiten of dat hiervoor nader onderzoek noodzakelijk is. ➢ Of ontheffing en/of vergunning aangevraagd dient te worden.
PLANGEBIED Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Neder-Betuwe, sectie K, perceel 546. Zie figuur 1.
1
2
Figuur 1 weergave perceel en directe omgeving met in het rood de te slopen schuren
Beschrijving plangebied Het plangebied bestaat uit twee oude schuren achter een woonhuis. Schuur 1 wordt hedendaags gebruikt als een opslagruimte en schuur 2 is een oud duivenhok. Deze schuur staat nu leeg. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich de Waalbandijk met verder ten zuiden de Waal. Verder wordt het plangebied omringd door andere vrijstaande huizen en vooral veel weilanden. BUREAUONDERZOEK Met behulp van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is een inschatting gemaakt van beschermde soorten die (mogelijk) aanwezig kunnen zijn in en rondom het plangebied. Voor zover bekend zijn andere bronnen afwezig. Tijdens de QuickScan dient beoordeeld worden of deze soorten ook daadwerkelijk (in potentie) aanwezig zijn binnen het plangebied.
RESULTATEN ECOLOGISCHE QUICKSCAN Beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied t.o.v. het plangebied is ‘Waal’. Dit Natura 2000-gebied ligt op ca. 180 m afstand ten zuiden van het plangebied.
Figuur 2 weergave beschermd Natura 2000-gebied
Beschermd NNN-gebied ligt op ca. 250 m afstand van het plangebied vandaan.
Figuur 3 weergave beschermd NNN-gebied
Beschermde soorten De resultaten van het bureauonderzoek en veldbezoek worden onderstaand per groep toegelicht. Per soortgroep is aangegeven welke beschermde soorten en functies mogelijk aanwezig kunnen zijn in het plangebied en de directe omgeving daarvan. Bespreking per soortgroep Tijdens het veldbezoek is gelet of het plangebied (potentiële) verblijfs- en/of foerageermogelijkheden kan bieden voor bovengenoemde soorten. Daarnaast is het direct omliggende gebied ook meegenomen in de beoordeling. De resultaten worden kort per soortgroep beschreven.
Vaatplanten Volgens gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) worden binnen een straal van 0 tot 1 kilometer van het plangebied geen beschermde vaatplanten verwacht. Tijdens het veldbezoek is hier desondanks aandacht aan besteed, om te beoordelen of er zich mogelijk toch incidenteel beschermde soorten binnen het plangebied bevinden en of de voorgenomen werkzaamheden hier invloed op zouden kunnen hebben. Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde vaatplanten waargenomen. Gezien het ontbreken van dergelijke soorten en het karakter van de werkzaamheden, worden negatieve effecten op beschermde vaatplanten uitgesloten. Broedvogels Gebouwbewonende broedvogels zijn soorten die gebouwen gebruiken om in te broeden. In Nederland gaat het dan vaak om de huismus (Passer domesticus) en de gierzwaluw (Apus apus). Ze maken hun nest meestal onder dakpannen of in kleine openingen en kieren van gevels en daken. De nestlocaties van deze soorten zijn jaarrond beschermd, dus ook buiten het broedseizoen moet hier rekening mee worden gehouden. Tijdens het veldbezoek is specifiek gekeken naar mogelijke nestplaatsen in de aanwezige bebouwing, met name in schuur 1 en schuur 2. Schuur 2 heeft een dak van golfplaten zonder tussenlaag of andere beschutte plekken waar vogels zouden kunnen nestelen.
Er zijn hier geen sporen gevonden van huidige of vroegere nestactiviteiten, zoals nestmateriaal of uitwerpselen. Ook in schuur 1 is gekeken naar openingen en andere geschikte plekken, maar ook daar zijn geen nesten of duidelijke nestmogelijkheden aangetroffen. Omdat in beide schuren geen geschikte nestplekken aanwezig zijn en er ook geen gebruik door vogels is vastgesteld, wordt verwacht dat de geplande werkzaamheden geen negatieve invloed hebben op gebouwbewonende broedvogels. Wel blijft de zorgplicht van kracht: als er tijdens de werkzaamheden toch onverwacht een nest wordt gevonden, moet er zorgvuldig mee worden omgegaan en zo nodig actie worden ondernomen. Vleermuizen Volgens gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is binnen een straal van 0 tot 5 kilometer van het plangebied alleen de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) te verwachten als gebouwbewonende soort. Deze vleermuis maakt gebruik van kleine openingen in gebouwen om toegang te krijgen tot verblijfplaatsen, zoals spouwmuren of ruimtes onder dakconstructies. Tijdens het veldbezoek is specifiek gekeken naar mogelijke ingangen en geschikte structuren in de twee aanwezige schuren. Daarbij is vastgesteld dat er geen open stootvoegen aanwezig zijn en dat beide gebouwen niet beschikken over spouwmuren.
Op basis van het ontbreken van deze typische toegangsmogelijkheden wordt geconcludeerd dat er binnen de schuren geen sprake is van geschikte verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen. De voorgenomen werkzaamheden zullen daarom geen negatieve effecten hebben op deze soortgroep. Overige zoogdieren
Binnen een straal van 0 tot 5 kilometer van het plangebied worden volgens de NDFF enkele algemene zoogdieren verwacht, waaronder de haas (Lepus europaeus), bever (Castor fiber), egel (Erinaceus europaeus) en het konijn (Oryctolagus cuniculus). De bever is sterk gebonden aan water en heeft geschikte oevers nodig om te graven of een burcht te bouwen. Aangezien er binnen het plangebied geen oppervlaktewater aanwezig is, wordt het gebied uitgesloten als leefgebied voor deze soort. De haas en het konijn geven de voorkeur aan open gebieden met ruigte of dekking, zoals kruidenrijke graslanden, akkerranden of zandige delen met beschutting. In het plangebied is het grasland vrij eenvormig en ontbreken deze structuurelementen. Ook voor de egel zijn beschutte plekken belangrijk, zoals struiken, houtstapels of randen met dichtbegroeiing. Zulke schuilplekken zijn hier niet aanwezig, waardoor ook deze soort niet snel wordt verwacht. De werkzaamheden vinden plaats binnen het bestaande grasland en hebben geen invloed op omliggende leefgebieden. Er worden daarom geen negatieve effecten verwacht op deze soorten. Wel geldt altijd de zorgplicht volgens artikel 1.6 van de Omgevingswet. Dit houdt in dat er bij werkzaamheden zorgvuldig moet worden omgegaan met eventueel aanwezige dieren, en dat onnodige verstoring zoveel mogelijk moet worden voorkomen.
Mocht er toch een dier worden aangetroffen, dan moet er op een zorgvuldige manier worden gehandeld. Vissen Binnen het plangebied ontbreekt het aan watergebieden. De werkzaamheden zullen daarom ook geen negatieve effecten hebben op de vissen. Amfibieën en reptielen Volgens de NDFF kunnen binnen een straal van 0 tot 1 kilometer van het plangebied verschillende amfibieën voorkomen, zoals de groene kikker, gewone pad, kleine watersalamander, bruine kikker, bastaardkikker, heikikker en poelkikker. Reptielen worden in het plangebied niet verwacht. Deze soorten zijn afhankelijk van stilstaand water voor voortplanting en vochtige, beschutte plekken voor rust en overwintering. Binnen het plangebied zijn geen waterpartijen of geschikte schuilplaatsen aanwezig. Het gebied bestaat uit eenvoudig grasland zonder structuren die aantrekkelijk zijn voor deze soorten. De werkzaamheden vinden binnen dit bestaande grasland plaats en hebben geen effect op omliggende natuur. Negatieve effecten op amfibieën of reptielen worden daarom niet verwacht. Wel geldt de zorgplicht: als er toch dieren worden aangetroffen, moet daar zorgvuldig mee worden omgegaan. Ongewervelden Binnen het plangebied zijn geen waardplanten aanwezig voor beschermde soorten ongewervelden. Tijdens het veldbezoek zijn ook geen individuen van bijzondere of beschermde soorten waargenomen.
De werkzaamheden zullen daarom geen negatieve effecten hebben op deze soortgroep. TOETSING EN EFFECTBEOORDELING Beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) Het beschermde gebied dat het dichtst bij het plangebied ligt is: ‘Waal’.
Er zijn menselijke invloeden aanwezig in de vorm van agrarisch gebied en wegen tussen het plangebied en de beschermde gebieden. Hierdoor zijn negatieve effecten op de beschermde gebieden zoals geluids- en visuele verstoringen t.g.v. de werkzaamheden uit te sluiten. Overtreding van de Omgevingswet t.a.v. Natura 2000 en NNN is niet aan de orde. Beschermingsregime Vogelrichtlijnsoorten Binnen het plangebied zijn geen beschermde vogelsoorten waargenomen of te verwachten. Werkzaamheden zullen daarom niet in overtreding zijn met het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) art. 11.37 (1,2,3,4)*. *
1=opzettelijk vogels doden of vangen 2=opzettelijk nesten, rustplaatsen, eieren vernielen/beschadigen/wegnemen 3=eieren rapen 4=opzettelijk storen
Beschermingsregime Habitatrichtlijnsoorten Binnen het plangebied zijn geen beschermde soortgroepen binnen habitatrichtlijnen waargenomen of te verwachten. Werkzaamheden zullen daarom niet in overtreding zijn met het Bal art. 11.46 (1,2,3,4,5)* *
1=opzettelijk doden of vangen 2=opzettelijk verstoren 3=eieren vernielen of rapen 4=voortplantings-/rustplaatsen beschadigen of vernielen 5=planten plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen
Beschermingsregime Andere Soorten Binnen het plangebied zijn geen beschermde ‘andere soorten’ waargenomen of te verwachten. Werkzaamheden zullen daarom niet in overtreding zijn met het Bal art. 11.54 (1,2,3)* *
1=opzettelijk dieren doden of vangen 2=voortplantings/rustplaatsen beschadigen of vernielen 3= planten plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen
CONCLUSIES EN ADVIES Conclusies ➢ Er worden geen beschermde soorten verwacht binnen het plangebied. ➢ Er is geen naderonderzoek vereist. ➢ De werkzaamheden zullen geen negatief invloed hebben op de beschermde gebieden. Advies ➢ Tijdens de werkzaamheden dient te allen tijde de zorgplicht in acht te worden genomen. (aanwezige natuurwaarden zo min mogelijk verstoren)/ art. 11.27 (Bal) ➢ Bij broedgevallen: buiten broedseizoen OF door deskundige laten vaststellen dat deze niet verstoord kunnen worden → ecologisch werkprotocol
➢ Verstorende werkzaamheden zo beperkt mogelijk houden Indien u naar aanleiding van dit rapport vragen heeft kunt u contact opnemen met ondergetekende.
Met vriendelijke groet, Hopman en Peters R. (Roan) van Hattem Gecontroleerd door: B. (Barbara) Achterberg Contactpersoon/ projectleider: B. (Barbara) Achterberg
BIJLAGEN 1 2 3 4
FOTO’S VOGELSOORTEN MET JAARRROND BESCHERMDE NESTEN VRIJSTELLING PER PROVINCIE WET- EN REGELGEVING
BIJLAGE 1 FOTO’S
BIJLAGE 2 VOGELSOORTEN MET JAARROND BESCHERMDE NESTEN Soort Steenuil Athene noctua Gierzwaluw Apus apus Huismus Passer domesticus Roek Corvus frugilegus Grote gele kwikstaart Motacilla cinerea
Categorie 1 2 2 2 3
Uitleg categorie Nesten die buiten het broedseizoen ook als vaste rust- en verblijfplaats dienen Nesten van koloniebroeders die op dezelfde plaats broeden en daarin honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing
Soort Kerkuil Tyto alba Oehoe Bubo bubo Ooievaar Ciconia ciconia Slechtvalk Falco peregrinus Boomvalk Falco subbuteo Buizerd Buteo buteo Havik Accipiter gentilis Ransuil Asio otus Sperwer Accipiter nisus Wespendief Pernis apivorus Zwarte wouw Milvus migrans Blauwe reiger Ardea cinerea Boerenzwaluw Hirundo rustica Bonte vliegenvanger Ficedula hypoleuca Boomklever Sitta europaea Boomkruiper Certhia brachydactyla Bosuil Strix aluco Brilduiker Bucephala clangula Draaihals Jynx torquilla Eidereend Somateria mollissima Ekster Pica pica Gekraagde roodstaart Phoenicurus phoenicurus Glanskop Parus palustris Grauwe vliegenvanger Muscicapa striata Groene specht Picus viridis Grote bonte specht Dendrocopos major Hop Upupa epops Huiszwaluw Delichon urbicum IJsvogel Alcedo atthis Kleine bonte specht Dendrocopos minor Kleine vliegenvanger Ficedula parva Koolmees Parus major Kortsnavelboomkruiper Certhia familiaris macrodactyla Oeverzwaluw Riparia riparia Pimpelmees Parus caeruleus Raaf Corvus corax Ruigpootuil Aegolius funereus Spreeuw Sturnus vulgaris Tapuit Oenanthe oenanthe Torenvalk Falco tinnunculus Zeearend Haliaeetus albicilla Zwarte kraai Corvus corone Zwarte mees Periparus ater Zwarte roodstaart Phoenicurus ochruros Zwarte specht Dryocopus martius
Categorie 3 3 3 3 4 4 4 4 4 4 4 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
Uitleg categorie Nesten van vogels die ieder jaar op dezelfde plaats broeden en daarin honkvast zijn of afhankelijk zijn bebouwing
Vogels die ieder jaar gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een nest te bouwen
Nesten zijn alleen beschermd in het broedseizoen, wel is een inventarisatie gewenst
BIJLAGE 3 VRIJSTELLING PER PROVINCIE
BIJLAGE 4 WET- EN REGELGEVING Omgevingswet Sinds 1 januari 2024 geldt de omgevingswet en omvat zowel soort- als gebiedsbescherming. Deze wet vervangt de Wet natuurbescherming (Wnb). Gebiedsbescherming Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn lidstaten verplicht speciale beschermingszones (Natura 2000-gebieden) aan te wijzen. Elk Natura 2000-gebied heeft instandhoudingsdoelstellingen t.a.v.: ➢ Leefgebieden voor vogelsoorten (Vogelrichtlijn) ➢ Natuurlijke habitatten en de habitatten van soorten (Habitatrichtlijn) Gebiedsbescherming Artikel 5.1, lid 1,2 en 3 Omgevingswet: Het is verboden om activiteiten binnen en buiten een Natura 2000-gebied uit te voeren die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen: 1.
de kwaliteit van de natuurlijke habitatten of de habitatten van soorten in dat gebied kan verslechteren, of
2.
een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.
De activiteit kan alleen uitgevoerd worden als de provincie (Bevoegd Gezag) waarin de activiteit plaatsvindt een vergunning verleend. Voor werkzaamheden die uitgevoerd worden in nationaal belang is de minister van Economische Zaken bevoegd gezag. Soortbescherming In de Omgevingswet wordt onderscheid gemaakt tussen drie beschermingsregimes: ➢ Vogelrichtlijnsoorten, ➢ Habitatrichtlijnsoorten, ➢ Andere soorten (nationale soorten). Per beschermingsregime zijn aparte verbodsbepalingen opgesteld, zie onderstaande tekstvak. Deze verbodsbepalingen gelden overal in Nederland en kunnen daarom van invloed zijn op ruimtelijke ingrepen en/of het herzien/opstellen van bestemmingsplannen. Deze activiteiten dienen getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming. De toetsing omvat: ➢ Inventarisatie van het (mogelijk) voorkomen van wettelijk beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied en de directe omgeving daarvan,
➢ Inventarisatie en beoordeling van (significant) nadelige effecten t.g.v. de activiteit op beschermde soorten die binnen het plangebied en/of de directe omgeving daarvan aanwezig zijn, ➢ Indien nodig, een opname van maatregelen die de (significant) negatieve effecten op de beschermde soorten en diens habitatten mitigeren en/of compenseren.
Soortbescherming Vogelrichtlijnsoorten: Hieronder vallen alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels. 1. 2. 3. 4.
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.
Habitatrichtlijnsoorten: Hieronder vallen alle dieren uit de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel a, het Verdrag van Bern, bijlage II en het Verdrag van Bonn, bijlage I, en alle planten uit de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel b en het Verdrag van Bern, bijlage I. 1. 2. 3. 4. 5.
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van de dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn of bijdrage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen of af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Andere soorten: Hieronder vallen nationaal beschermde soorten. a)
In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten genoemd in de bijlage, onderdeel A bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b) De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen; c) Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Ontheffing en vrijstellingen
Wanneer ten minste 1 verbodsbepaling uit bovenstaande artikelen overtreden wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie (Bevoegd gezag) waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffing geeft de initiatiefnemer de mogelijkheid om onder voorwaarden de wet te overtreden. Vrijstellingen beschrijven handelingen en situaties waarin de wet niet van toepassing is. Deze kunnen verkregen worden wanneer er: ➢ Geen andere bevredigende oplossing bestaat, ➢ Geen negatief effect is op de staat van intandhouding van de soort, ➢ Er voldaan is aan de in de wet genoemde belangen Voor vogels kan echter geen beroep gedaan worden op belang “Dwingende reden van groot openbaar belang”. Wanneer overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden door het treffen van mitigerende maatregelen, is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Wel kan in dergelijke gevallen toch ontheffing aangevraagd worden om de te treffen maatregelen goed te laten keuren. Indien het bevoegd gezag de maatregelen goedkeurt, wordt door hen een “positieve afwijzing” afgegeven. Bij de aanvraag van een ontheffing zijn een activiteitenplan en/of een compensatieplan noodzakelijk.
Hierin staan de bevindingen uit de ecologische quickscan vermeld en worden maatregelen beschreven die uitgevoerd dienen te worden om ervoor te zorgen dat de nadelige effecten op beschermde plant- en diersoorten zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel te beperken. Voor de soorten uit beschermingsregime “Andere soorten” geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen, mits een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit. Indien aantoonbaar gewerkt kan worden volgens een dergelijke gedragscode, hoeft geen vergunning aangevraagd te worden voor overtreding van één of meerdere verbodsbepalingen. Indien er geen goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit of het niet mogelijk is om volgens een dergelijke gedragscode te werken, dient bij overtreding van verbodsbepalingen wel een vergunning aangevraagd te worden. Zorgplicht (artikel 1.6 Omgevingswet) Voor alle plant- en diersoorten (inclusief onbeschermde soorten) geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat (mogelijke) nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover mogelijk, zoveel mogelijk vermeden dienen te worden. De Zorgplicht dient hiermee als vangnet voor de onbeschermde soorten in Nederland.
NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS), omvat beschermde gebieden die zijn aangewezen t.b.v. ecologische verbindingen tussen natuurgebieden. Deze gebieden vormen hiermee een ecologisch netwerk waarvan de natuurwaarden niet mogen worden aangetast. De (mogelijke) effecten dienen daarom ook
getoetst te worden op deze natuurwaarden. De provincie waarbinnen het plangebied valt is tevens Bevoegd Gezag.