CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1b - Bijlage 1 bij de toelichting - Bodemonderzoek

Raadsvergadering 25 september 2025, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Kesteren, Hoofdstraat 70’29.533 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Eindrapport verkennend en nader bodemonderzoek Hoofdstraat 70/70A te Kesteren Project 23200143 27 november 2020

Opdrachtgever:

Van Santen Advies B.V. Staalweg 44 2612 KK DELFT

Opgesteld door:

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Auteur:

dhr. J. Kools

Projectleider

ing. E. Moison

Autorisatie:

dhr. H. Seffelaar Interim-manager SMA Zeeland B.V.

i.o.

2001, 2002, 2018

Inhoudsopgave SAMENVATTING ......................................................................................................................................... 1 CONCLUSIES ......................................................................................................................................... 1 TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESES ............................................................................................ 2 AANBEVELINGEN .................................................................................................................................. 2 1. INLEIDING................................................................................................................................................ 4 1.1. AANLEIDING EN DOEL ................................................................................................................... 4 1.2. REFERENTIEKADER ....................................................................................................................... 4 1.3. BETROUWBAARHEID ..................................................................................................................... 7 2. VOORONDERZOEK ................................................................................................................................ 9 2.1.

ALGEMENE BODEM- EN LOCATIEGEGEVENS ............................................................................ 9 2.2. HISTORISCHE KAARTEN, LUCHTFOTO’S EN OVERIG BEELDMATERIAAL ............................. 11 2.3. RELEVANTE BODEMDOCUMENTEN EN VERGUNNINGEN ....................................................... 11 2.4. REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .............................................................. 12 2.5. INTERPRETATIE VERWACHTE MILIEUHYGIËNISCHE BODEMKWALITEIT ............................. 13 2.6. HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................................. 15 3. VELDWERK ........................................................................................................................................... 17 3.1. VERKENNEND EN NADER BODEMONDERZOEK NAAR CHEMISCHE PARAMETERS ............ 17 3.2. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST ............................................................................. 18 4. ANALYTISCH ONDERZOEK ................................................................................................................. 20 4.1. VERKENNEND EN NADER BODEMONDERZOEK NAAR CHEMISCHE PARAMETERS ............ 20 4.2. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST ............................................................................. 26 5.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................... 27 5.1. CONCLUSIES ................................................................................................................................ 27 5.2. TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESES ................................................................................... 27 5.3. AANBEVELINGEN.......................................................................................................................... 28 ACHTERGRONDDOCUMENTEN .............................................................................................................. 29 BIJLAGE 1 OVERZICHTSKAART LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE BIJLAGE 2 SITUATIETEKENING BIJLAGE 3 BOORBESCHRIJVINGEN EN -PROFIELEN BIJLAGE 4 TOETSINGSTABELLEN BIJLAGE 5 ANALYSERESULTATEN BIJLAGE 6 BODEMINFORMATIE OMGEVINGSDIENST BIJLAGE 7 FOTO’S

23200143

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend en nader bodemonderzoek Hoofdstraat 70/70A te Kesteren

Samenvatting Door Van Santen Advies B.V. is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend en nader bodemonderzoek aan de Hoofdstraat 70/70A te Kesteren. De aanleiding voor het bodemonderzoek is een wijziging in het bestemmingsplan van de betreffende locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is inzicht te verkrijgen of het voormalige, dan wel huidige gebruik van de onderhavige locatie en zijn omgeving heeft geleid tot verontreiniging van de bodem (grond en grondwater) met chemische parameters. Het doel van het nader bodemonderzoek is het vastleggen van de omvang van de aangetoonde bodemverontreiniging met minerale olie bij een ondergrondse HBO-tank. Doel van het onderzoek naar asbest is te bepalen in hoeverre de verdenking van het voorkomen van asbest in de bodem en/of puinhoudende lagen terecht is en zo ja, een uitspraak te doen over het indicatieve gehalte asbest in deze lagen. Ten behoeve van het onderzoek is de locatie opgedeeld in twee deellocaties, te weten: een ondergrondse HBO-tank en het overig terrein. Onderstaande conclusies zijn geordend naar deellocatie. Conclusies Ondergrondse HBO-tank In de voortuin van de woning is een inwendig gereinigde, ondergrondse HBO-tank van 3.000 liter gelegen. De tank heeft een gronddekking van 0,9 m. De onderzijde van de tank bevindt zich op ca. 2,2 m-mv. 3

Uitpandig is globaal 200 m met minerale olie verontreinigde grond aanwezig. In een deel van deze grond 3

(< 25 m ) wordt de interventiewaarde voor minerale olie overschreden. Waarschijnlijk is onder de woning daarnaast ook met minerale olie verontreinigde grond aanwezig. In de kern van de grondverontreiniging is in het grondwater eveneens sprake van een overschrijding van de interventiewaarde met minerale olie. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in grond of grondwater. Overig terrein In de grond op het overig terrein zijn ten hoogste achtergrondwaarde-overschrijdingen aangetoond voor kobalt, nikkel, PAK, PCB en minerale olie. PFAS zijn niet boven de geactualiseerde tijdelijke achtergrondwaarden aangetoond. In het grondwater wordt een van nature, boven de streefwaarde verhoogde concentratie barium aangetoond. Daarnaast is een zeer gering verhoogde concentratie naftaleen aangetoond.

23200143

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend en nader bodemonderzoek Hoofdstraat 70/70A te Kesteren

1

Er is visueel en analytisch geen asbest geconstateerd in het puin van het parkeerterrein en de grond op de locatie. Nader asbestonderzoek is niet noodzakelijk. Toetsing onderzoekshypotheses In het vooronderzoek zijn onderzoekshypotheses geformuleerd op basis waarvan de gebruikte veldwerken analysestrategieën zijn opgesteld. Hieronder is aangegeven in hoeverre deze hypotheses verworpen kunnen worden op basis van de overige onderzoeksresultaten. Eventuele gevolgen voor het vervolgtraject zijn hieronder in Aanbevelingen aangegeven. Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses: Ondergrondse HBO-tank 

Grond: verdacht voor bodemverontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten te worden aangenomen.

Grondwater: verdacht voor bodemverontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten te worden aangenomen.

Overig terrein 

Bovengrond: verdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten te worden aangenomen.

Bovengrond PFAS: verdacht voor bodemverontreiniging met PFAS. Deze hypothese kan op basis van de onderzoeksresultaten worden verworpen.

Ondergrond: onverdacht voor bodemverontreiniging. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten te worden verworpen.

Grondwater: onverdacht voor bodemverontreiniging. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten te worden verworpen.

Voor het onderzoek naar asbest is uitgegaan van de hypothese(s): 

Bovengrond: verdacht voor verontreiniging met asbest. Deze hypothese kan worden verworpen.

Ondergrond: onverdacht voor verontreiniging met asbest. Er is daarom geen gericht veld- of analytisch onderzoek naar asbest in deze laag uitgevoerd.

Halfverharding: verdacht voor verontreiniging met asbest. Deze hypothese kan worden verworpen.

Aanbevelingen Aanbevolen wordt de ondergrondse HBO-tank en de bodemverontreiniging met minerale olie te verwijderen. Wanneer de grond ontgraven wordt, dient de vrijkomende grond “gecontroleerd” te worden afgevoerd. Hiertoe dient een plan van aanpak te worden opgesteld en voorgelegd aan het bevoegd gezag (gemeente). 23200143

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend en nader bodemonderzoek Hoofdstraat 70/70A te Kesteren

2

De overige aangetoonde gehalten in de grond en het grondwater geven geen aanleiding tot het uitvoeren verder aanvullend of nader bodemonderzoek. Op basis van de uit dit milieuhygiënisch onderzoek verkregen gegevens kan in geval van grondverzet c.q. herbestemmen van grond alsnog een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit nodig zijn. Dit is afhankelijk van aangetroffen gehaltes, alsook op basis van visueel aangetroffen bodemvreemde materialen. De eventuele mogelijkheden dienen in overleg met het bevoegd gezag te worden bepaald. Op de onderzoekslocatie zijn lagen met meer dan 50 % bodemvreemd materiaal aanwezig. Deze lagen zijn niet geanalyseerd omdat ze niet onder het beleid van de Wet bodembescherming vallen. Bodemvreemde lagen of bijmengingen kunnen stoffen bevatten die, bij vermenging met grond, een bodemverontreiniging kunnen veroorzaken of reeds hebben veroorzaakt. Vermenging met (bijvoorbeeld onder-, boven-, en naastgelegen) grond dient daarom voorkomen te worden..

23200143

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend en nader bodemonderzoek Hoofdstraat 70/70A te Kesteren

3

1. Inleiding 1.1. Aanleiding en doel Door Van Santen Advies B.V. is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend en nader bodemonderzoek aan de Hoofdstraat 70/70A te Kesteren. De aanleiding voor het bodemonderzoek is een wijziging in het bestemmingsplan van de betreffende locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is inzicht te verkrijgen of het voormalige, dan wel huidige gebruik van de onderhavige locatie en zijn omgeving heeft geleid tot verontreiniging van de bodem (grond en grondwater) met chemische parameters. Het doel van het nader bodemonderzoek is het vastleggen van de omvang van de aangetoonde bodemverontreiniging met minerale olie bij een ondergrondse HBO-tank. Doel van het onderzoek naar asbest is te bepalen in hoeverre de verdenking van het voorkomen van asbest in de bodem en/of puinhoudende lagen terecht is en zo ja, een uitspraak te doen over het indicatieve gehalte asbest in deze lagen. 1.2. Referentiekader Onderzoeksopzet De onderzoeksopzet is afgeleid van de NEN 5740 en de NEN 5707 cq. NEN 5897 voor het verkennend deel van het onderzoek en de NTA 5755 voor het nader onderzoek. Het onderzoek bestaat uit: vooronderzoek, veldonderzoek, chemische analyses, interpretatie en toetsing.

Toetsingskader verkennend bodemonderzoek naar chemische parameters De voor de standaardbodem (lutum 25% en organische stof 10%) gecorrigeerde analyseresultaten van de grond worden conform de Wet bodembescherming getoetst aan de achtergrondwaarden (AW2000) en interventiewaarden. De analyseresultaten van het grondwater worden getoetst aan de streefwaarden en interventiewaarden. De achtergrondwaarden hebben betrekking op achtergrondgehalten van stoffen die van nature voorkomen, of op detectiegrenzen bij stoffen die niet van nature voorkomen. In principe is sprake van een onbeïnvloede bodemkwaliteit. De streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem. De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem) verontreiniging.

23200143

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend en nader bodemonderzoek Hoofdstraat 70/70A te Kesteren

4

Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde

gemeten

concentratie

van

minimaal

25

m

3

bodemvolume

in

het

geval

van

3

grondverontreiniging, of 100 m bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. In enkele specifieke situaties kan bij gehalten onder de interventiewaarden ook sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. Dit geldt voor de zogenaamde gevoelige functies: -

moestuin/volkstuin, plaatsen waar vluchtige verbindingen aanwezig zijn in het grondwater in combinatie met hoge grondwaterstanden en/of in de onverzadigde bodem onder bebouwing.

Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld dan is sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. De achtergrond-, streef- en interventiewaarden worden in het vervolg, samenvattend, toetsingswaarden genoemd. De norm voor barium in grond is tijdelijk ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg ds (interventiewaarde barium voor een standaardbodem). Toetsingskader Besluit Bodemkwaliteit Tevens zal milieuhygiënische beoordeling van de grond plaatsvinden op basis van het toetsingskader zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De analyseresultaten worden getoetst aan de algemene generieke normwaarden voor toepassing op landbodem uit hoofdstuk 4, bijlage B, tabel 1 van de Regeling bodemkwaliteit. Dit rapport voldoet niet aan de onderzoeksvereisten voor nuttige toepassing van grond elders onder de voorwaarden van het Besluit bodemkwaliteit.

De toetsing aan deze normwaarden is daarom indicatief van aard en wordt in het huidige onderzoek gebruikt ten behoeve van het vaststellen van de contour van de terugsaneerwaarde. Geactualiseerd Tijdelijk handelingskader PFAS (GTHK PFAS) De analyseresultaten van de op PFAS geanalyseerde monsters worden aanvullend getoetst aan het op 2 juli 2020 gepubliceerde Geactualiseerd Tijdelijk Handelingskader PFAS (GTHK PFAS). Dit rapport voldoet niet aan de onderzoeksvereisten voor nuttige toepassing van grond elders onder de voorwaarden van het Besluit bodemkwaliteit in combinatie met het GTHK PFAS. De toetsing aan deze normwaarden is daarom indicatief van aard. Toetsingskader bodemonderzoek naar asbest Het beleid ten aanzien van asbest in de bodem is vermeld in de Circulaire Bodemsanering.

23200143

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend en nader bodemonderzoek Hoofdstraat 70/70A te Kesteren

5

Bij toetsing van het asbestgehalte in bodem wordt enkel een interventiewaarde gehanteerd. De interventiewaarde bodemsanering voor asbest en de restconcentratienorm voor asbesthoudende bulkmaterialen is vastgesteld op 100 mg/kg gewogen (gewogen betekent de concentratie serpentijnasbest vermeerderd met tien maal de concentratie amfiboolasbest). Deze nu geldende interventiewaarde voor asbest in bodem van 100 mg/kg ds, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen serpentijn- en amfiboolasbest, is gebaseerd op het Verwaarloosbaar Risiconiveau in lucht, zoals voorgesteld door de Gezondheidsraad in 1988 en vervolgens opgenomen als streefwaarde in de beleidsnotitie asbest in het milieu uit 1991. Op materialen met een asbestconcentratie beneden genoemde norm worden het Arbeidsomstandighedenbesluit en het Asbestverwijderingsbesluit geacht niet van toepassing te zijn (bij een gehalte van 100 mg/kg ds gewogen en lager is, bij historische asbestverontreinigingen d.w.z. verontreinigingssituaties die voor 1 juli 1993 zijn ontstaan, formeel geen sprake van een asbestverontreiniging). Tijdens verkennend onderzoek is in principe geen directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk.

Indien het indicatief vastgestelde asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Wettelijk kader Besluit asbestwegen De regelgeving voor asbest in bodem, grond en puin(granulaat) is vermeld in de beleidsbrief “Asbest in bodem, grond en puin(granulaat)” van 3 maart 2004. Tevens is de volgende regelgeving (mogelijk) op de onderhavige locatie van toepassing: 

Besluit asbestwegen milieubeheer van 8 september 2000 (gepubliceerd in Staatsblad 2000, 374) en;

Regeling nadere voorschriften asbestwegen milieubeheer (gepubliceerd in Staatcourant 2000, 190 en Staatscourant 2000, 212V, laatstelijk gewijzigd Staatscourant 2002, 175).

Het bevoegd gezag Besluit asbestwegen milieubeheer is het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M). Inspectie Leefomgeving en Transport voert, namens I&M, taken uit op het gebied van regelgeving van asbest in puin(granulaat). Het Besluit asbestwegen milieubeheer is van toepassing op alle asbest bevattende wegen (gedefinieerd als wegen, paden, erfverhardingen of gedeeltes daarvan, alsmede andere grond die bestemd is om door rij- of ander verkeer te worden gebruikt) en stroken (gedefinieerd als stroken van een halve meter aan beide zijden van en direct aansluitend op wegen), met dien verstande dat: a)

het niet verboden is een asbesthoudende weg voorhanden te hebben indien het gewogen asbestgehalte ten hoogste 100 mg/kg ds is;

23200143

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend en nader bodemonderzoek Hoofdstraat 70/70A te Kesteren

6

b)

het niet verboden is een asbesthoudende weg voorhanden te hebben indien de eigenaar heeft aangetoond dat het asbest vóór 1 juli 1993 is aangebracht én het asbest is afgeschermd door een verharding die geen asbest bevat én die voldoet aan CROW publicatie 189, uitgave januari 2005. De weg moet voldoen aan één van de volgende criteria: -

de weg heeft een duurzame afscherming van het asbest, welke bestaat uit asfalt, klinkers of beton en in een goede staat verkeert of

-

de weg heeft een duurzame afscherming van het asbest, welke afscherming bestaat uit een laag zand, grond, puingranulaat of materiaal dat een vergelijkbare afscherming biedt, waarvan de dikte ten minste 0,2 m. is.

In alle andere gevallen dient het asbest te worden verwijderd. 1.3. Betrouwbaarheid Het hier gerapporteerde bodemonderzoek is uitgevoerd op zorgvuldige wijze, in overeenstemming met de geldende richtlijnen en de gebruikelijke inzichten en methoden. SMA Zeeland B.V. beschikt over een kwaliteitsmanagementsysteem (NEN-EN-ISO 9001: 2015) en veiligheidsmanagementsysteem (VGM Checklist Aannemers) waarbinnen de kwaliteit van de werkzaamheden dusdanig wordt beheerst en gewaarborgd dat haar diensten zo goed mogelijk aan de eisen en doelstellingen van de opdrachtgever voldoen. Het veldwerk is uitgevoerd door SMA Zeeland B.V. Het milieukundige veldwerk ten behoeve van het grond- en grondwateronderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen van de BRL SIKB 2000 en conform de hierbij van toepassing zijnde protocollen. De uitvoerende partij beschikt hiertoe over het procescertificaat “Veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek” op basis van de Beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002, 2003, 2018. Dit procescertificaat is uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundige veldwerk, beginnend bij de acceptatie van het veldwerk, en eindigend bij de overdracht van de veldwerkgegevens en monsters. Eventueel onderzoek aan asfaltverharding, halfverhardingen en funderingsmaterialen valt niet onder de scope van de BRL SIKB 2000.

In het kader van de waarborging van de onafhankelijkheid verklaart de hierboven genoemde partij dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de in dit kader gestelde eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen. De laboratoriumanalyses van dit onderzoek zijn uitgevoerd door een daartoe door de Raad van Accreditatie geaccrediteerd laboratorium.

23200143

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend en nader bodemonderzoek Hoofdstraat 70/70A te Kesteren

7

Een bodemonderzoek is erop gericht met beperkte middelen vast te stellen of er bodemverontreiniging aanwezig is. Dit impliceert dat de conclusies van het bodemonderzoek slechts een beperkte reikwijdte hebben. Door beperkt aantal boringen, proefgaten, proefsleuven en analyses, betekent dit concreet dat een mogelijk aanwezige verontreiniging over het hoofd gezien kan worden. Het bodemonderzoek garandeert derhalve nooit dat de onderzochte locatie geheel schoon is of anderszins, dat met het bodemonderzoek alle eventueel aanwezige verontreinigingen worden gedetecteerd. Verder geldt dat de resultaten van het onderhavige onderzoek een momentopname vormen van de bodemkwaliteit. Na de uitvoering en rapportage van dit onderzoek zouden activiteiten kunnen plaatsvinden die de milieuhygiënische kwaliteit van grond en grondwater op de onderzoekslocatie kunnen beïnvloeden. Voorbeelden hiervan zijn het bouwrijp maken van de locatie of het aanvoeren van grond van elders. Een andere factor kan bijvoorbeeld zijn het transport van verontreinigende stoffen via het grondwater van buiten

de

onderzoekslocatie.

Gezien

deze

overwegingen,

dienen

de

hier

gerapporteerde

onderzoeksresultaten met meer voorzichtigheid gebruikt en geïnterpreteerd te worden naarmate de tijd toeneemt die verlopen is na de uitvoering van het onderzoek. Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan geen uitspraak worden gedaan over de daadwerkelijke aan- of afwezigheid van asbest en/of het gehalte aan asbest in lagen waarop geen specifiek veld- en analytisch onderzoek is verricht. Dit betreft met name als “onverdacht voor verontreiniging met asbest” aangemerkte lagen. Hiervoor kan (aanvullend) onderzoek plaatsvinden conform de NEN 5707 (Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) en/of de NEN 5897 (Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan in principe geen uitspraak gedaan worden over de toepassingsmogelijkheden van eventueel van de locatie af te voeren grond. Hiervoor dient onderzoek plaats te vinden conform het Besluit bodemkwaliteit. SMA Zeeland B.V. kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade of anderszins voor eventuele gevolgen die voortkomen uit het gebruik en de interpretatie van de in dit rapport gepresenteerde onderzoeksgegevens. Dit rapport mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd, tenzij met uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van SMA Zeeland B.V.

23200143

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend en nader bodemonderzoek Hoofdstraat 70/70A te Kesteren

8

2. Vooronderzoek In dit hoofdstuk wordt het voormalige, het huidige en het toekomstige bodemgebruik besproken. Dit zal leiden tot een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie. In NEN 5725:2017 zijn zeven mogelijke aanleidingen voor vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. In onderhavig onderzoek is of zijn de volgende generieke aanleiding(en) van toepassing: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. 2.1. Algemene bodem- en locatiegegevens De algemene locatiegegevens en algemene gegevens met betrekking tot de bodem worden als volgt samengevat: Op het zuidelijk deel van de locatie is een woning met tuin aanwezig. Achter de woning is een pand aanwezig wat wordt gebruikt als woonruimte met aangebouwde overkappingen. Op het noordelijk deel van de locatie is Het Decoratief gevestigd: een winkel voor bloemen en woon- en tuindecoratie. Tevens is hier een parkeerterrein en een weiland. Tabel 2.1. Overzicht algemene aspecten van de onderzoekslocatie Algemene onderzoeksaspecten

Bron(houder)

Locatiegegevens en ligging Adres en plaats

Hoofdstraat 70/70A te Kesteren

Burgerlijke gemeente

Neder-Betuwe

Kadaster

Kadastrale gemeente

Kesteren

Kadaster

Sectie(s)

C

Kadaster

Nummer(s)

29

Kadaster

Oppervlakte (m2)

8.680 m2

Kadaster

Gemiddelde hoogte (m t.o.v. NAP)

6,4 m

AHN

Ligging op kaart

zie bijlagen 1 en 2

Kadaster, SMA Zeeland B.V.

Rondom de woning klinkers en tegels.

Opdrachtgever

Op het terrein van Het Decoratief zijn

SMA Zeeland B.V.

1

Kadaster

Bodemopbouw Verhardingen

tegels en klinkers gelegen. Het parkeerterrein is verhard met grind met daaronder een puinverharding. Antropogene lagen

Ja, ongebonden verhardingslagen (puin

Opdrachtgever

parkeerterrein) Dempingen

Niet bekend

Omgevingsdienst Rivierenland

Geohydrologie

zie § 2.4

DINOloket

23200143

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend en nader bodemonderzoek Hoofdstraat 70/70A te Kesteren

9

Algemene onderzoeksaspecten

Bron(houder)

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit Zonering bodemkwaliteitskaart

B6/O6 Buitengebied

(BKK)

Nota bodembeheer gemeente Neder-Betuwe

BKK klasse bovengrond

Achtergrondwaarde

Nota bodembeheer

BKK klasse ondergrond

Achtergrondwaarde

Nota bodembeheer

BKK functieklasse

Wonen

Nota bodembeheer

Boomgaardenkaart (periode)

1940 tot 1960

Omgevingsdienst Rivierenland

Voormalig stortplaats bekend

Nee

Omgevingsdienst Rivierenland

Opslagtanks bekend

Ja, nl. een ondergrondse tank van 3.000

Omgevingsdienst Rivierenland

liter, die in 1993 is gesaneerd middels inwendig reinigen. Tijdens de sanering is een verontreiniging vastgesteld. Onderzoeksgegevens zijn hier niet van bekend. KIWA-certificaat is niet beschikbaar. Geval van ernstige

Nee

Omgevingsdienst Rivierenland

Wbb-beschikkingen bekend

Nee

Omgevingsdienst Rivierenland

Bodemdocumenten bekend

Ja, zie hierna

Omgevingsdienst Rivierenland

bodemverontreiniging bekend

Gebruik en beïnvloeding van de locatie Voormalig gebruik

boomgaard

Omgevingsdienst Rivierenland

Huidig gebruik

Wonen met tuin, detailhandel en weiland

Opdrachtgever SMA Zeeland B.V.

Toekomstig gebruik

Wonen

Opdrachtgever

Geplande werkzaamheden

Nieuwbouw woonwijk met 22 woningen

Opdrachtgever

Aard bebouwing

Woning, woonruimte met aangebouwde

Kadaster, BAG

overkappingen, tuinbouwkas ten

SMA Zeeland B.V.

behoeve van Het Decoratief en tweetal schuurtjes Periode bebouwing

Woning en woonruimte met

Kadaster, BAG

overkappingen in 1964 Tuinbouwkas in 1999 Schuurtjes in 2005 en 2018 Calamiteiten bekend

Nee

Bodembedreigende activiteiten

Ja, nl. diffuse belasting PFAS

bekend (anders dan bovenstaand) Relevante vergunningen

Omgevingsdienst Rivierenland Omgevingsdienst Rivierenland SMA Zeeland B.V.

Ja, zie hierna

Omgevingsdienst Rivierenland

beschikbaar

23200143

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend en nader bodemonderzoek Hoofdstraat 70/70A te Kesteren

10

Algemene onderzoeksaspecten

Bron(houder)

Toepassing asbestverdachte

Ja, intacte objecten. Betreft

materialen

aangebouwde overkapping van

Omgevingsdienst Rivierenland

woonruimte achter woning. Terreinverkenning Bijzonderheden

Een gebruiker van de locatie kon de

SMA Zeeland B.V.

globale ligging van de ondergrondse tank aangeven. Dit is ter plaatse van een grasveld voor de woning aan de straatzijde. Op meerdere plaatsen zijn op het maaiveld sporen puin en beton waargenomen.

2.2. Historische kaarten, luchtfoto’s en overig beeldmateriaal Uit historische kaarten (bronhouder: Kadaster) en luchtfoto’s (bronhouder: Rivierenland)) kan worden opgemaakt dat de locatie omstreeks 1950 en 1960 gelegen was in een fruitteelt gebied (boomgaarden). Rond 2000 was ten westen van de locatie nog een boomgaard aanwezig. Zie verder bijlage 6. Bij afwezigheid van fotomateriaal uit de jaren 80-90 wordt voor de hypothesevorming teruggevallen op de beschikbare gegevens met betrekking tot de algemene bodemkwaliteit, namelijk beeldmateriaal van eerdere en latere jaren, de bodemkwaliteitskaart en (eventuele) (voormalige) bodembedreigende activiteiten. 2.3. Relevante bodemdocumenten en vergunningen Voor de omgeving van de onderzoekslocatie zijn de onderstaande relevante bodemrapporten beschikbaar. Evaluatierapport Amovering/bodemsanering Hoofdstraat 103 te Kesteren, CSO, kenmerk: KES.B01.60, rapportnummer: 98.491, d.d. 6 januari 1999 Ten oosten van de locatie aan de overzijde van de Hoofdstraat is in 1998 een bodemsanering uitgevoerd ter plaatse van een voormalig tankstation. Bij de grondsanering zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten minerale olie en aromaten in de grond achtergebleven.

Gezien de aard en mate van deze verhogingen ten opzichte van de streefwaarden en de verwachte verdere afname van de gehalten als gevolg van natuurlijke afbraak werden aanvullende saneringsmaatregelen niet noodzakelijk geacht. De verontreiniging werd niet op de huidige onderzoekslocatie aangetoond.

23200143

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend en nader bodemonderzoek Hoofdstraat 70/70A te Kesteren

11

Milieutechnisch en verkennend bodemonderzoek Hoofdstraat 66 Kesteren, Milieutechnisch Adviesburo De Bruin, kenmerk: GHK/35/01, d.d. 30 oktober 2001 Deze locatie is ca. 15 m ten noorden van de huidige onderzoekslocatie gelegen. Analytisch werden in de grond geen overschrijdingen van de destijds geldende streefwaarden aangetoond. In het grondwater werd een licht verhoogde concentratie arseen aangetoond. Verkennend bodemonderzoek Fruitstraat te Kesteren, Verhoeven Milieutechniek B.V., kenmerk: B01.1593, d.d. 14 november 2001 Deze locatie is direct ten westen van de huidige onderzoekslocatie gelegen. Analytisch werden in de grond licht verhoogde gehaltes voor koper, lood, nikkel, zink, PAK en minerale olie aangetoond. De grond werd niet onderzocht op OCB, maar wel is van de bovengrond de triggerparameter EOX, voor de eventuele aanwezigheid van gechloreerde verbindingen, bepaald. EOX werd niet verhoogd aangetoond. In het grondwater werden licht verhoogde gehaltes voor arseen en chroom aangetoond. Verkennend bodemonderzoek en onderzoek asbest in grond Casterhoven, fase 4a te Kesteren,BK ingenieurs, kenmerk: 162500, d.d. 14 november 2016 Deze locatie is ten noordoosten van de huidige onderzoekslocatie, aan de overzijde van de Hoofdstraat, gelegen. De bovengrond van de locatie bleek licht verontreinigd te zijn met kobalt, nikkel, DDD, DDE en minerale olie.

In de ondergrond werden geen verontreinigingen aangetoond. Het grondwater bevatte een licht verhoogde concentratie barium. Op vier plaatsen werd op het maaiveld asbestverdachte fragmenten aangetroffen, welke asbesthoudend bleken te zijn. In de bovengrond werd geen asbest aangetoond. Geadviseerd werd om de asbesthoudende fragmenten middels handpicking conform de wettelijke normen en protocollen te laten verwijderen, waarna de locatie (maaiveld) door een daartoe gecertificeerde deskundige asbestvrij kan worden verklaard. Verder werden met betrekking tot de huidige onderzoekslocatie en de directe omgeving geen relevante bodemrapporten aangetroffen. Op 1 juli 1993 is door de heer M.M.J. van Riemsdijk een vergunning aangevraagd in het kader van de Wet milieubeheer ten behoeve van het richten van een hoveniersbedrijf. De werkzaamheden bestonden uit het verkopen van beplanting, tuingereedschap en bestrijdingsmiddelen en het slijpen van maaimachines. Deze activiteiten waren dermate kleinschalig dat niet wordt verwacht dat deze de kwaliteit van de bodem hebben beïnvloed. Op 11 januari 1994 is de vergunning verleend. 2.4.

Regionale bodemopbouw en geohydrologie Op basis van in de nabijheid van de onderzoekslocatie gelegen boringen en daarvan afgeleid kaartmateriaal, afkomstig van onder andere TNO en de voormalige RGD (bronhouder: DINOloket), is het in onderstaande tabel vereenvoudigde bodemmodel geformuleerd door SMA Zeeland B.V. De werkelijke bodemopbouw en grondwaterstand ter plaatse van de onderzoekslocatie kan hiervan afwijken.

23200143

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend en nader bodemonderzoek Hoofdstraat 70/70A te Kesteren

12

Tabel 2.2. Geohydrologisch overzicht ter plaatse van de onderzoekslocatie Typering

Diepte (m-mv)

Lithologie

Formatie(s)

Deklaag

0-6

Complexe eenheid, bestaande uit een

Holocene afzettingen

afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand 1e watervoerend pakket

6-?

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande

Formatie van

uit midden en grof zand, weinig zandige klei,

Kreftenheye

fijn zand en grind en een spoor klei en veen

2.5. Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit In NEN 5725:2017 zijn per generieke aanleiding zoals benoemd in het begin van dit hoofdstuk, diverse te beantwoorden onderzoeksvragen geformuleerd. Na het verkrijgen van de gegevens beschreven in voorgaande paragrafen dienen in onderhavig onderzoek nog de volgende vragen te worden beantwoord om een onderzoekshypothese te vormen: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? 

De horizontale begrenzingen van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in Bijlage 2. Het grondonderzoek beperkt zich tot een maximale diepte van 3,0 m-mv. Het grondwateronderzoek beperkt zich tot een diepte van 1,5 m- de grondwaterstand die tijdens het veldwerk zal worden aangetroffen.

Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters? 

Op de onderzoekslocatie is een ondergrondse brandstoftank à 3.000 liter aanwezig (huisbrandolie). De locatie is niet exact bekend, maar is waarschijnlijk aan de voorzijde van de woning ter plaatse van het grasveld. De risicoparameters betreffen minerale olie in de ondergrond en minerale olie en vluchtige aromaten in het grondwater.

De gebruiksperiode voor organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) (jaren 40-70 met een hoogtepunt in de jaren 50, enkele tot eind jaren 90) komt overeen de gebruiksperiode als boomgaard. Mogelijk zijn in het verleden OCB gebruikt op de locatie of in de omgeving. Deze OCB zijn persistent en kunnen in de bovengrond worden aangetroffen. Door verstuiving/wind kunnen OCB tot tientallen meters rondom de toepassingslocatie aanwezig zijn. Er vindt zelden verspreiding naar de ondergrond en zeer zelden naar het grondwater plaats.

Vermoedelijk is sprake van diffuse, antropogene bodembelasting met heterogene verdeling op schaal van monstername als gevolg van het jarenlange gebruik van de locatie. Concrete puntbronnen zijn niet aan te wijzen. De risicostoffen betreffen de parameters uit het standaardpakket voor landbodem.

23200143

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend en nader bodemonderzoek Hoofdstraat 70/70A te Kesteren

13

Is de bodem asbestverdacht? 

De puinverharding ter plaatse van het parkeerterrein is asbestverdacht. Ook de bodem op de locatie is asbestverdacht vanwege waargenomen op en in het maaiveld sporen puin en -beton van onduidelijke herkomst. Dit kan duiden op ongecontroleerde bouw of sloop van (delen van) opstallen. Niet uitgesloten kan worden dat deze bijmengingen zijn ontstaan in de asbestverdachte periode tussen de jaren 30 en 2005. Het is dus mogelijk dat er ook asbest in de bodem is geraakt.

Wat is de bodemopbouw en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? 

De bodemopbouw kan op voorhand niet met zekerheid worden bepaald. Verwacht wordt dat zand en klei in afwisselende mate en opbouw in de deklaag gevonden. Dit is sterk afhankelijk van de precieze onderzoekslocatie en historische,

natuurlijke en antropogene processen.

Vermoedelijk is er wel een verschil in milieuhygiënische kwaliteit tussen de boven- en ondergrond als gevolg van (vaak historische) antropogene activiteiten. Daarnaast is ter plaatse van het parkeerterrein sprake van een bodemvreemde laag. Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving op de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? 

Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) zijn stoffen die al vele decennia worden gebruikt in vele processen en producten. Deze stoffen behoren tot de Zeer Zorgwekkende (ZZS) en de Potentieel Zeer Zorgwekkende Stoffen (PZZS). Deze stoffen worden niet enkel lokaal bij puntbronnen (b.v. teflonproducende en -verwerkende bedrijven, galvanisatiebedrijven) aangetroffen, maar zijn inmiddels ook als diffuse verontreiniging in bodem, grondwater en oppervlaktewater aangetroffen. Voor deze stoffen is een tijdelijk handelingskader opgesteld en op 8 juli 2019 gepubliceerd en op 2 juli 2020 geactualiseerd. Er is nog geen definitieve normstelling voor deze stoffen en er is nog relatief weinig bekend over de lokale verspreiding en gehalten in de bodem. Daarom dient bij toepassing van grond uitgegaan te worden van het voorzorgbeginsel. De aanwezigheid van PFAS op de locatie kan niet zondermeer worden uitgesloten. Aangenomen wordt dat deze stoffen hoofdzakelijk voorkomen in de onverharde toplagen van het maaiveld (vanwege depositie) en mogelijk rond de grondwaterstand (vanwege de redelijke wateroplosbaarheid van deze oppervlakte-actieve stoffen).

GenX is als optioneel opgenomen in de advieslijst van Bodem+ d.d. 12 juli 2019 met te analyseren PFAS-verbindingen. De huidige locatie valt buiten invloedsfer van de landelijk bekende puntbronnen voor GenX. Daarom wordt GenX nu niet verder opgenomen in dit bodemonderzoek.

23200143

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend en nader bodemonderzoek Hoofdstraat 70/70A te Kesteren

14

Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord. 

Veld- en analytisch onderzoek is noodzakelijk. De beschikbare gegevens geven te weinig concrete informatie over de huidige milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (bovengrond, ondergrond en grondwater) op de locatie.

Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigende stoffen)? 

Zie § 2.6.

2.6. Hypothese en onderzoeksstrategie Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende (gestandaardiseerde) onderzoekshypotheses geformuleerd waarbij in voorkomende gevallen onderscheid is gemaakt tussen separaat te onderzoeken deellocaties. Er wordt tevens onderscheid gemaakt tussen de verwachte bodemverontreinigingssituatie met betrekking tot chemische parameters en de verwachte verontreinigingssituatie met betrekking tot asbest. Tabel 2.3. Hypothese en bijbehorende strategie voor vervolgonderzoek naar chemische parameters Bodemcompartiment /

Hypothese (NEN 5725)

Analyseparameters

traject

Strategie (NEN 5740)

Ondergrondse HBO-tank Grond

verdachte locatie, plaatselijke

minerale olie en btexsn

VEP-OO

minerale olie en btexsn

VEP-OO

verdachte locatie, diffuse

standaard parameters voor

VED-HE-NL

bodembelasting en heterogene

landbodem (pakket A) en OCB

bodembelasting en een duidelijke kern, ondergrondse opslagtank(s) Grondwater

verdachte locatie, plaatselijke bodembelasting en een duidelijke kern, ondergrondse opslagtank(s)

Overig terrein Bovengrond

verdeling op schaal van monsterneming Bovengrond

verdachte locatie, diffuse

(PFAS)

bodembelasting en homogene

PFAS (28+2)

VED-HO-NL

verdeling op schaal van monsterneming Ondergrond

onverdachte, kleinschalige locatie

pakket A

ONV-NL

Grondwater

onverdachte, kleinschalige locatie

standaard parameters voor

ONV-NL

grondwater (pakket B), As, Cr

23200143

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend en nader bodemonderzoek Hoofdstraat 70/70A te Kesteren

15

pakket A:

standaardpakket onderzoek landbodem: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, PCB7, PAK10 (VROM), minerale olie (GC), percentages lutum en organische stof;

Pakket B:

standaardpakket grondwater: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, vluchtige aromaten (BTEXSN), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl), minerale olie;

As, Cr:

arseen, chroom;

btexsn:

vluchtige aromaten (benzene, toluene, ethylbenzene, xylenen, styreen en naftaleen).

Nader onderzoek In de verkennende fase van het onderzoek worden ter hoogte van de ondergrondse HBO-tank zintuiglijk olie-water reacties waargenomen en worden interventiewaarde-overschrijdingen voor minerale olie in grond en grondwater aangetoond. Teneinde de omvang van deze bodemverontreiniging verder in beeld te brengen zullen afperkende boringen worden verricht en peilbuizen geplaatst. De grond zal worden geanalyseerd op minerale olie en het grondwater op minerale olie en vluchtige aromaten. Daarnaast zullen boringen worden verricht om de tank te lokaliseren.. Tabel 2.4. Hypothese en bijbehorende strategie voor vervolgonderzoek naar asbest Bodemcompartiment /

Hypothese (NEN 5725)

traject

Strategie* (NEN 5707 cq. 5897)

Gehele locatie Bovengrond

verdachte bovengrond, diffuse bodembelasting en heterogene

VED-HE

verdeling op schaal van monsterneming Ondergrond

onverdachte, kleinschalige locatie

geen

Verhardingslagen

verdachte halfverharding, diffuse belasting met heterogene

VED-HE

(parkeerterrein)

verdeling op schaal van monsterneming

*op basis van NEN 5707 is er in geval van een voor bodemverontreiniging met asbest onverdachte locatie geen verplichting tot vervolgonderzoek in de vorm van veld- en analytisch onderzoek, tenzij op basis van voortschrijdend inzicht de hypothese van een asbest-onverdachte locatie dient te worden gewijzigd. Ook een vervolgonderzoek naar asbest in niet-vormgegeven bouwstoffen volgens NEN 5897 in de vorm van veld- en analytisch onderzoek is niet van toepassing in geval van (op basis van NEN 5725) asbest-onverdachte, nietvormgegeven bouwstoffen.

Een beschrijving van de veldwerkzaamheden en de resultaten daarvan, volgt in hoofdstuk 3.

23200143

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend en nader bodemonderzoek Hoofdstraat 70/70A te Kesteren

16

3. Veldwerk In dit hoofdstuk worden de uitvoering en de resultaten van het veldwerk besproken. 3.1. Verkennend en nader bodemonderzoek naar chemische parameters Het veldwerk is op 1, 2, 29 en 30 oktober 2020 uitgevoerd door de erkende veldwerker M. Kwast met assistentie van de veldwerker in opleiding W.P. Leijten en op 20 november 2020 door de hiertoe erkende veldwerker M. Kwast conform de in paragraaf 2.6 vermelde onderzoeksstrategie. Er zijn in totaal 63 boringen geplaatst, zoals hieronder weergegeven: Ondergrondse HBO-tank Boringen 16, 17, 31 t/m 45 

12 boringen tot 3,0 à 3,5 m-mv;

5 boringen tot in het freatische grondwater afgewerkt met peilbuis.

Daarnaast is op de verwachte locatie van de ondergrondse HBO-tank ter plaatse van het grasveld op 2 oktober 202 gezocht met een tankzoeker (metaaldetector). De tank werd toen niet aangetroffen. Op basis van de waargenomen olie-water reacties zijn op 30 oktober 2020 in totaal nog 6 boringen verricht om de tank te lokaliseren. Hierbij is onder sterke begroeiing van struiken een peilbuis aangetroffen, alsmede het vulpunt van de tank. De tank bleek dus niet ter plaatse van het grasveld te zijn gelegen, maar westelijker, richting de woning, onder struiken. De tank heeft een gronddekking van 0,9 m. De onderzijde van de tank bevindt zich op ca. 2,2 m-mv. De globale locatie van de tank is weergegeven in bijlage 2. Overig terrein Boringen 01 t/m 15, 18 t/m 25 en 51 t/m 73 

23 boringen tot ca. 0,3 m-mv;

17 boringen tot ca. 0,5 m-mv;

4 boringen tot ca. 2,0 m-mv;

2 boringen tot in het freatische grondwater afgewerkt met peilbuis.

De boorlocaties zijn weergegeven in de situatietekening in Bijlage 2. De boringen zijn, behoudens de boringen bij de ondergrondse HBO-tank, gelijkmatig over de locatie verdeeld geplaatst. Van het opgeboorde bodemmateriaal is per halve meter en/of per (zintuiglijk afwijkende) bodemlaag een monster genomen. Ter plaatse van de ondergrondse tank is van de zintuiglijk meest verdachte bodemlaag een steekbusmonster genomen. Dit voorkomt het verdampen van de vluchtige analyseparameters tijdens monstername. Voor gedetailleerde informatie met betrekking tot de bodemopbouw en de eventuele aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen wordt verwezen naar de veldwerkgegevens in Bijlage 3. De algemene bevindingen zijn:

23200143

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend en nader bodemonderzoek Hoofdstraat 70/70A te Kesteren

17

Uit veldwaarnemingen blijkt dat de bodem tot 1,0 à 2,0 m-mv bestaat uit klei. In deze lagen wordt, met name in de bovenste meter, tevens zandige klei waargenomen. Hieronder wordt afwisselend zand, kleiig zand en kleiig zand waargenomen. Verspreid over de locatie worden tot maximaal 1,5 m-mv sporen en bijmengingen bodemvreemde materialen zoals puin, kolengruis en beton waargenomen. Op de locatie van de ondergrondse HBO-tank worden in enkele boringen vanaf 1,4 tot maximaal 3,0 m-mv olie-water reacties waargenomen. De grondwaterstand is tijdens het veldwerk bepaald op globaal 1,0 m-mv en ter hoogte van de ondergrondse tank rond 1,5 m-mv. Ter plaatse van de boringen 01 t/m 03 en 12 zijn lagen met meer dan 50 % bodemvreemd materiaal aangetroffen. Doordat deze lagen voor meer dan 50 % uit bodemvreemd materiaal bestaan, is er volgens de Wet bodembescherming (Wbb) geen sprake van grond en vallen deze lagen zodoende niet onder het beleid van de Wet bodembescherming. Deze lagen zijn niet als grond bemonsterd/geanalyseerd. Het grondwater is bemonsterd op 9 oktober 2020 door de hiertoe erkende veldwerker W.P. Leijten en op 6 november 2020 door de hiertoe erkende veldwerker M. Kwast. Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn geen afwijkingen geconstateerd.

De bepalingen van de grondwaterstijghoogte, zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid van het grondwater zijn weergegeven in onderstaande tabel en geven geen aanleiding de analysestrategie te wijzigen. Tabel 3.1: Metingen grondwater Monster

Filterdiepte

Grondwaterstand

pH

EC

Troebelheid

(m -mv)

(m -mv)

(-)

(µS/cm)

(NTU)

Ondergrondse HBO-tank 17-1-1

2,50 - 3,50

1,51

6,53

666

131

31-1-1

2,80 - 3,80

2,05

7,1

850

17

34-1-1

2,50 - 3,50

1,40

7,1

708

31

35-1-1

2,30 - 3,30

1,35

7,1

749

27

36-1-1

2,30 - 3,30

1,40

7,1

649

15

Overig terrein 10-1-1

2,00 - 3,00

0,81

6,5

630

134

20-1-1

2,50 - 3,50

1,22

6,6

797

7,15

3.2. Verkennend onderzoek naar asbest Het veldwerk is op 1 en 2 oktober 2020 uitgevoerd door de hiertoe erkende veldmedewerker M. Kwast met assistentie van de veldwerker in opleiding W.P. Leijten conform de in paragraaf 2.6 vermelde onderzoeksstrategie. De volgende werkzaamheden hebben plaatsgevonden:

23200143

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend en nader bodemonderzoek Hoofdstraat 70/70A te Kesteren

18

Visuele inspectie van het maaiveld Hierbij is het maaiveld van het gehele onderzoeksterrein, zowel in de lengte als daarna nogmaals in de breedte, per strook van 1,5 m breedte afgelopen en visueel onderzocht op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Deze zijn niet aangetroffen. Vanwege verharding en begroeiing was een volledige en efficiënte inspectie van het maaiveld volgens SIKB protocol 2018 niet mogelijk. Wanneer geen efficiënte visuele inspectie van het maaiveld kan worden uitgevoerd, kan geen verdere opdeling worden gemaakt in verdachte en onverdachte deellocaties en moet conform NEN 5707 de gehele locatie als asbestverdacht worden beschouwd. Visuele inspectie ontgraven en opgeboorde materiaal Ruimtelijk verdeeld over het onderzoeksterrein zijn in totaal 21 proefgaten gegraven van 0,3 x 0,3 m zoals hieronder weergegeven. De locaties van de proefgaten zijn zoveel mogelijk gecombineerd met de locaties van bovengenoemde boringen van het bodemonderzoek naar chemische parameters: Gehele locatie Proefgaten PG01 t/m PG09, PG11 t/m PG15, PG18, PG19 en PG21 t/m PG25 

17 proefgaten met een maximum van 0,5 m-mv;

4 proefgaten, vanaf 0,5 m-mv doorgezet met boring ø12 cm tot de onderzijde van de verdachte laag, met een maximum van ca. 2,0 m-mv.

Het uitgegraven materiaal uit de proefgaten is gezeefd (maaswijdte 20 mm) danwel uitgespreid in lagen van maximaal 2 cm en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van grove asbestverdachte materialen (stukken groter dan 20 mm). In het opgegraven materiaal werd geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De lagen uit de boring (ø12 cm) zijn eveneens gezeefd of uitgespreid in lagen van maximaal 2 cm en visueel geïnspecteerd op asbestverdachte materialen. In het opgeboorde materiaal werd geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Samenstelling analysemonsters Na het verwijderen van de grove delen bodemvreemde bijmengingen (delen groter dan 20 mm) zijn in het veld, van de overblijvende fijne fracties representatieve analysemonsters samengesteld en ter analyse op asbest aangeboden aan het laboratorium. Zie het volgende hoofdstuk. De veldwerkgegevens zijn opgenomen in Bijlage 3.

23200143

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend en nader bodemonderzoek Hoofdstraat 70/70A te Kesteren

19

4. Analytisch onderzoek In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de keuze van de geanalyseerde monsters en de parameters waarop deze zijn geanalyseerd. Vervolgens worden de analyseresultaten gepresenteerd evenals de eventuele overschrijdingen van de toetsingswaarden. De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in Bijlage 5. 4.1. Verkennend en nader bodemonderzoek naar chemische parameters Analysestrategie Hieronder is tabelgewijs weergegeven welke monsters ter analyse zijn ingezet. Ook is weergegeven op welke parameters is geanalyseerd. Tabel 4.1 Inzet grond(meng)monsters ter analyse (Meng)

Boring + traject

Grond

monsters

(m-mv)

soort

Reden analyse

Analyse (parameters)

Ondergrondse HBO-tank MM07

16, 17 (0,00 - 0,50)

Klei

Verticale afperking

minerale olie

MM08

16 (0,60 - 1,00)

Klei

Verticale afperking

minerale olie

17 (0,50 - 1,00) M04

16 (1,00 - 1,40)

Klei

Verticale afperking

minerale olie

M07

17 (1,00 - 1,50)

Klei

Verticale afperking

minerale olie

SB01

16 (1,40 - 1,60)

Klei

Verdachte laag

btexsn

M01

17 (1,80 - 2,00)

Zand

(matige olie-water reactie) Verdachte laag

minerale olie

(matige olie-water reactie) MM01

16 (1,80 - 2,00)

Klei

17 (1,50 - 1,80) MM09

16 (1,40 - 1,80)

Verdachte laag

minerale olie

(matige olie-water reactie) Klei

16, 17 (1,80 - 2,00)

Verdachte laag

fractie < 63 µm

(matige olie-water reactie)

17, 32 (1,50 - 1,80) 33 (1,50 - 2,00) M05

16 (2,00 - 2,50)

Zand

Verticale afperking

minerale olie

M06

17 (2,00 - 2,50)

Klei

Verticale afperking

minerale olie

M08

17 (2,50 - 3,00)

Klei

Verticale afperking

minerale olie

M09

31 (2,20 - 2,70)

Zand

Horizontale afperking

minerale olie

(zwakke olie-water reactie) M10

37 (1,70 - 2,20)

Klei

Horizontale afperking

minerale olie

(zwakke olie-water reactie) M11

35 (1,50 - 2,00)

Zand

Horizontale afperking

minerale olie

M12

36 (1,70 - 2,20)

Zand

Horizontale afperking

minerale olie

23200143

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend en nader bodemonderzoek Hoofdstraat 70/70A te Kesteren

20

(Meng)

Boring + traject

Grond

monsters

(m-mv)

soort

M13

41 (1,70 - 2,20)

Zand

Reden analyse

Analyse (parameters)

Horizontale afperking

minerale olie

(zwakke olie-water reactie) M14

38 (1,60 - 2,20)

Zand

Horizontale afperking

minerale olie

(zwakke olie-water reactie) M15

40 (1,90 - 2,40)

Zand

Horizontale afperking

minerale olie

M16

42 (1,70 - 2,20)

Zand

M17

43 (1,40 - 1,90)

Klei

Horizontale afperking

minerale olie

M18

45 (2,00 - 2,50)

Zand

Horizontale afperking

minerale olie

M19

34 (1,50 - 2,00)

Zand

Horizontale afperking

minerale olie

M20

44 (2,10 - 2,50)

Zand

Horizontale afperking

minerale olie

M21

39 (2,00 - 2,50)

Zand

Horizontale afperking

minerale olie

14 (0,06 - 0,30)

Zand

Verdachte bovengrond

pakket A

(zwakke olie-water reactie) Horizontale afperking

minerale olie

Overig terrein M02

(matig baksteenhoudend) M03

21 (0,02 - 0,25)

Klei

Verdachte bovengrond

pakket A

(matig puinhoudend) MM02

02, 03 (0,30 - 0,80)

Klei

12 (0,15 - 0,50) MM03

04, 06, 15

Bovengrond

pakket A

(sporen baksteen) Klei

(0,00 - 0,50)

Bovengrond

pakket A

(sporen baksteen en metaal)

08 (0,05 - 0,30) MM04

17, 19, 22, 25

Klei

(0,00 - 0,50)

Bovengrond

pakket A

(sporen baksteen, kooldeeltjes en hout en zwak houthoudend)

MM05

07 (0,40 - 0,90)

Klei

Ondergrond

pakket A

Ondergrond

pakket A

10, 13 (0,50 - 1,00) 16 (0,60 - 1,00) MM06

17 (1,00 - 1,50)

Klei

24 (0,50 - 1,00) MM10

51, 52, 53, 54

(sporen kooldeeltjes en hout) Klei

Verdachte laag voor OCB

OCB

Klei

Verdachte laag voor OCB

OCB

Klei

Verdachte laag voor OCB

OCB

Klei

Verdachte laag voor OCB

OCB

(0,00 - 0,30) MM11

55, 56, 57, 59

MM12

60, 63, 65, 67

MM13

61, 66, 71, 73

(0,00 - 0,30) (0,00 - 0,30) (0,00 - 0,30)

23200143

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend en nader bodemonderzoek Hoofdstraat 70/70A te Kesteren

21

(Meng)

Boring + traject

Grond

monsters

(m-mv)

soort

MMpfas01

04, 10 (0,00 - 0,50)

Klei

07 (0,00 - 0,40)

Reden analyse

Analyse (parameters)

Bovengrond

PFAS

(sporen baksteen en beton)

11 (0,00 - 0,30) MMpfas02

16, 20, 23, 24

Klei

(0,00 - 0,50)

Bovengrond

PFAS

(sporen kooldeeltjes en hout en zwak houthoudend, geen olie-water reactie

Tabel 4.2 Inzet grondwatermonsters ter analyse (Meng)

Peilbuis

monsters

Filterdiepte

Reden analyse

(m -mv)

Analyse (parameters)

Ondergrondse HBO-tank 17-1-1

17

2,50 - 3,50

Bepalen concentraties met olie

minerale olie en btexsn

gerelateerde stoffen in het grondwater in de kern van de olieverontreiniging 31-1-1

31

2,80 - 3,80

Horizontale afperking

minerale olie en btexsn

34-1-1

34

2,50 - 3,50

Horizontale afperking

minerale olie en btexsn

35-1-1

35

2,30 - 3,30

Horizontale afperking

minerale olie en btexsn

36-1-1

36

2,30 - 3,30

Horizontale afperking

minerale olie en btexsn

Overig terrein 10-1-1

10

2,00 - 3,00

Bepalen grondwaterkwaliteit

pakket B, As, Cr

20-1-1

20

2,50 - 3,50

Bepalen grondwaterkwaliteit

pakket B, As, Cr

Analyseresultaten De resultaten van de toetsing van de analyseresultaten aan het toetsingskader uit de Wet bodembescherming zijn weergegeven in de onderstaande tabel(len). Voor de ondergrondse HBO-tank is tevens de toetsing aan de Regeling Bodemkwaliteit weergegeven. Hierin wordt per stof of stofgroep een index tussen haakjes weergegeven. Wanneer in het monster geen gehalten groter dan de toetsingswaarde zijn gevonden, wordt een streepje “-“ getoond. De index tussen haakjes geeft het volgende aan: 

index (-): gehalte groter dan de generieke achtergrond-/streefwaarde, maar index ≤ 0,01;

index ≤ 0,00: gehalte onder de generieke achtergrond-/streefwaarde;

index > 0,00 en ≤ 1,00: gehalte groter dan de generieke achtergrond-/streefwaarde, maar kleiner dan de interventiewaarde;

index > 1,00: gehalte groter de interventiewaarde.

Tevens is in onderstaande tabel opgenomen de toetsing aan de algemene generieke normwaarden voor toepassing op landbodem uit hoofdstuk 4, bijlage B, tabel 1 van de Regeling bodemkwaliteit. De toetsingstabellen, waarin de getoetste analyseresultaten zijn opgenomen, zijn vermeld in Bijlage 4.

23200143

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend en nader bodemonderzoek Hoofdstraat 70/70A te Kesteren

22

Tabel 4.3 Overschrijdingstabel analyseresultaten grond(meng)monsters aan Wbb en Rbk (deellocatie: Ondergrondse HBO-tank) (Meng)

Boring + traject

> Achtergrondwaarde

> Interventiewaarde

Indicatieve bodem-

monsters

(m-mv)

(index <= 0,5)

(index > 1)

kwaliteitsklasse (Rbk)

Ondergrondse HBO-tank MM07

16, 17 (0,00 - 0,50)

-

-

Altijd toepasbaar

MM08

16 (0,60 - 1,00)

-

-

Altijd toepasbaar

17 (0,50 - 1,00) M04

16 (1,00 - 1,40)

Minerale olie (0,79)

-

Niet Toepasbaar > industrie

M07

17 (1,00 - 1,50)

Minerale olie (0,03)

-

Klasse industrie

SB01

16 (1,40 - 1,60)

-

-

Altijd toepasbaar

M01

17 (1,80 - 2,00)

-

Minerale olie (1,42)

Niet Toepasbaar > Interventiewaarde

MM01

16 (1,80 - 2,00)

-

Minerale olie (1,42)

17 (1,50 - 1,80) MM09

16 (1,40 - 1,80)

Niet Toepasbaar > Interventiewaarde

fractie < 63 µm = 62,3 %

16, 17 (1,80 - 2,00) 17, 32 (1,50 - 1,80) 33 (1,50 - 2,00) M05

16 (2,00 - 2,50)

-

-

Altijd toepasbaar

M06

17 (2,00 - 2,50)

Minerale olie (0,2)

-

Niet Toepasbaar > industrie

M08

17 (2,50 - 3,00)

-

-

Altijd toepasbaar

M09

31 (2,20 - 2,70)

Minerale olie (0,15)

-

Niet Toepasbaar > industrie

M10

37 (1,70 - 2,20)

Minerale olie (0,33)

-

Niet Toepasbaar > industrie

M11

35 (1,50 - 2,00)

-

-

Altijd toepasbaar

M12

36 (1,70 - 2,20)

-

-

Altijd toepasbaar

M13

41 (1,70 - 2,20)

Minerale olie (0,21)

-

Niet Toepasbaar > industrie

M14

38 (1,60 - 2,20)

Minerale olie (0,03)

-

Klasse industrie

M15

40 (1,90 - 2,40)

Minerale olie (0,09)

-

Niet Toepasbaar > industrie

M16

42 (1,70 - 2,20)

-

-

Altijd toepasbaar

M17

43 (1,40 - 1,90)

-

-

Altijd toepasbaar

M18

45 (2,00 - 2,50)

-

-

Altijd toepasbaar

M19

34 (1,50 - 2,00)

-

-

Altijd toepasbaar

M20

44 (2,10 - 2,50)

-

-

Altijd toepasbaar

M21

39 (2,00 - 2,50)

-

-

Altijd toepasbaar

23200143

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend en nader bodemonderzoek Hoofdstraat 70/70A te Kesteren

23

Tabel 4.3 Overschrijdingstabel analyseresultaten grond(meng)monsters aan Wbb (Overig terrein) (Meng)

Boring + traject

> Achtergrondwaarde

> Interventiewaarde

monsters

(m-mv)

(index <= 0,5)

(index > 1)

Overig terrein M02

14 (0,06 - 0,30)

-

-

M03

21 (0,02 - 0,25)

PCB (som 7) (0,04)

-

Minerale olie (0,01) PAK 10 VROM (0,25) MM02

02, 03 (0,30 - 0,80)

PCB (som 7) (0,02)

-

MM03

04, 06, 15

Kobalt (0,01)

-

(0,00 - 0,50)

Nikkel (0,09)

12 (0,15 - 0,50)

08 (0,05 - 0,30) MM04

17, 19, 22, 25

Nikkel (-)

-

PCB (som 7) (0,01)

-

Minerale olie (0,14)

-

Minerale olie (0,14)

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

(0,00 - 0,50) MM05

07 (0,40 - 0,90) 10, 13 (0,50 - 1,00) 16 (0,60 - 1,00)

MM06

17 (1,00 - 1,50) 24 (0,50 - 1,00)

MM06

17 (1,00 - 1,50) 24 (0,50 - 1,00)

MM10

51, 52, 53, 54 (0,00 - 0,30)

MM11

55, 56, 57, 59

MM12

60, 63, 65, 67

MM13

61, 66, 71, 73

(0,00 - 0,30) (0,00 - 0,30) (0,00 - 0,30) MMpfas01 04, 10 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,40) 11 (0,00 - 0,30) MMpfas02 16, 20, 23, 24 (0,00 - 0,50)

23200143

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend en nader bodemonderzoek Hoofdstraat 70/70A te Kesteren

24

Tabel 4.4 Overschrijdingstabel analyseresultaten grondwatermonsters aan Wbb Monster

Peilbuis

Filterdiepte

> Streefwaarde

> Interventiewaarde

(m -mv)

(0 < index <= 1,0)

(index > 1)

2,50 - 3,50

Xylenen (som) (-)

Minerale olie C10 - C40 (1,91)

Ondergrondse HBO-tank 17-1-1

17

Naftaleen (0,14) 31-1-1

31

2,80 - 3,80

-

-

34-1-1

34

2,50 - 3,50

Minerale olie C10 - C40 (0,2)

-

35-1-1

35

2,30 - 3,30

-

-

36-1-1

36

2,30 - 3,30

-

-

Overig terrein 10-1-1

10

2,00 - 3,00

Barium (0,04)

20-1-1

20

2,50 - 3,50

Barium (0,12)

Naftaleen (-) -

Interpretatie resultaten Ondergrondse HBO-tank Op de locatie van de ondergrondse HBO-tank wordt minerale olie in grond en grondwater boven de interventiewaarde aangetoond. De grondverontreiniging is niet afgeperkt tot onder de woning. 2

In de grond is deze verontreiniging aanwezig verspreid over een oppervlakte van ca. 30 m (ter plaatse van de boringen 16 en 17). De gemiddelde dikte van deze laag bedraagt ca. 0,55 m. De omvang van de verontreinigde grond met interventiewaarde-overschrijdingen minerale olie bedraagt op basis hiervan ca. 3

17 m . Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met minerale olie in de grond. Bij het saneren van een mobiele grondverontreiniging met minerale olie in het kader van het Besluit Uniforme Saneringen (BUS) wordt als terugsaneerwaarde de maximale waarde voor klasse Wonen gehanteerd, wat voor minerale olie overeenkomt met de Achtergrondwaarde (AW). De totale hoeveelheid 3

met minerale olie verontreinigde grond (> AW) wordt geraamd op globaal 200 m . Dit is exclusief de grond onder de woning, die waarschijnlijk ook verontreinigd is met minerale olie. In het grondwater wordt naast de interventiewaarde-overschrijding voor minerale olie ook streefwaarde overschrijdingen aangetoond voor xylenen en naftaleen. Xylenen betreft een zeer geringe overschrijding van de streefwaarde. Overig terrein In de grond op het overig terrein worden ten hoogste achtergrondwaarde-overschrijdingen aangetoond voor kobalt, nikkel, PAK, PCB en minerale olie. Deze verhoogde gehalten zijn te relateren aan het jarenlange, intensieve gebruik van de locatie en geven geen aanleiding tot verder onderzoek. In één geval (MM06) wordt het verhoogde gehalte minerale olie vermoedelijk veroorzaakt door de verontreiniging met minerale olie ter plaatse van de ondergrondse HBO-tank.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15903225/1