Bijlage 1a - Toelichting
Tekst van het document
NL.IMRO.1740.bpKEHoofdstraat70-vst1
Bestemmingsplan "Kesteren, Hoofdstraat 70” Vastgesteld
21 juli 2025
Bestemmingsplan “Kesteren, Hoofdstraat 70”
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel van het plan 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldende plannen 1.4 Leeswijzer
4 4 4 4 5
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie
6 6 6
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie
8 8 9 12 15
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Verkeer & parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Bedrijven en Milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geur 4.7 Externe veiligheid 4.8 Waterhuishouding 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie & cultuurhistorie 4.11 Leidingen 4.12 Bezonning
16 16 19 19 21 23 24 26 30 32 35 36
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Inleidende regels 5.3 Bestemmingsregels 5.4 Algemene regels 5.5 Overgangs- en slotregels
38 38 38 38 39 39
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid
41 41
Hoofdstuk 7 Procedure 7.1 Overleg 7.2 Ontwerpfase 7.3 Vaststellingsfase
42 42 42 42
2
bestemmingsplan "Kesteren, Hoofdstraat 70" (vastgesteld)
bestemmingsplan “Kesteren, Hoofdstraat 70”
Toelichting
bestemmingsplan "Kesteren, Hoofdstraat 70" (vastgesteld)
3
Bestemmingsplan “Kesteren, Hoofdstraat 70”
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel van het plan
Aanleiding voor het voorliggende bestemmingsplan is de realisatie van een woningbouwplan aan Hoofdstraat 70 te Kesteren. Het grondstuk is gelegen tussen bestaande woningen direct noordelijk van het plangebied, de in aanbouw zijnde woonwijk Casterhoven direct westelijk van het plangebied en de geplande uitbreiding van de school Pantarijn zuidelijk van het plangebied. Het doel van het voorliggende bestemmingsplan is het juridisch-planologisch mogelijk maken van de bouw van 18 nieuwe woningen.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de zuidzijde van Kesteren dat onderdeel uitmaakt van de gemeente Neder-Betuwe. Het betreft het grondstuk van een voormalig tuincentrum.
Afbeelding 1.1: globale ligging en begrenzing plangebied
1.3
Geldende plannen
Voor de in het bestemmingsplan begrepen gronden vigeren thans de volgende bestemmingsplannen:
4
•
''Witte vlekken', dat op 12 september 2019 door de gemeenteraad van Neder-Betuwe is vastgesteld.
•
‘Parapluregeling Parkeren’. Dit plan is op 26 april 2018 door de gemeenteraad van NederBetuwe is vastgesteld.
•
‘Parapluregeling Archeologie’. Dit plan is op 27 september 2018 door de gemeenteraad van Neder-Betuwe is vastgesteld.
bestemmingsplan "Kesteren, Hoofdstraat 70" (vastgesteld)
bestemmingsplan “Kesteren, Hoofdstraat 70”
De gronden van het plangebied die deel uitmaken van het bestemmingsplan ‘Witte vlekken’ kennen voor het plangebied de volgende bestemmingen. (zie afbeelding 1.3): •
De enkelbestemming ‘Wonen - 2’
•
De enkelbestemming ‘Bedrijf – 1’
•
De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’
De voor ‘Wonen-2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor woondoeleinden. Woongebouwen mogen gebouwd worden binnen een bouwvlak. Binnen het plangebied ontbreekt een bouwvlak. De gronden binnen de bestemming ‘Bedrijf – 1’ kennen een aanduiding ‘tuincentrum’. Dit deel van de gronden, die een klein deel van het plangebied uitmaken, kunnen worden gebruikt voor het voeren van een tuincentrum. De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle archeologische informatie in de bodem. De volgende afbeelding toont met rood omlijnd het deel van het plangebied waar het bestemmingsplan ‘Witte Vlekken’ geldend is.
Afbeelding 1.2: uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘’Witte vlekken’ De beoogde woningbouw is op basis van het geldende bestemmingsplan en in het bijzonder de aan de vigerende bestemmingen verbonden gebruiksbepalingen en daaraan verbonden regels van de bestemming Wonen-2 en Bedrijf -1 niet mogelijk. Om die reden dient het bestemmingsplan te worden herzien.
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord.
bestemmingsplan "Kesteren, Hoofdstraat 70" (vastgesteld)
5
Bestemmingsplan “Kesteren, Hoofdstraat 70”
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
Het plangebied bestaat voor het grootste deel uit een bedrijfsbestemming ten behoeve van een tuincentrum. De bedrijfsvoering is beëindigd en het terrein ligt op dit moment braak. Een restant van de opstallen is nog aanwezig maar wordt niet meer gebruikt. 2.2.1
Toekomstige situatie
Het voorliggende plan maakt het mogelijk om 18 nieuwe woningen te realiseren. Direct aan de Hoofdstraat worden zes half vrijstaande en één vrijstaande woning gerealiseerd. Deze woningen worden direct ontsloten op de Hoofdstraat. Middels een nieuw te realiseren inrit worden nog eens 11 rijwoningen gerealiseerd die zijn gelegen aan een woonhof. Alle woningen bestaan uit twee volledige woonlagen en een kap. De woningen aan de Hoofdstraat hebben allen een parkeervoorziening op het eigen terrein. Voor de rijwoningen aan het woonhof wordt een gezamenlijke parkeervoorziening aangelegd. De volgende afbeeldingen geven een goed beeld van de beoogde ontwikkeling.
Afbeelding 2.1: top-view van de ontwikkeling met aan de onderzijde de Hoofdstraat.
6
bestemmingsplan "Kesteren, Hoofdstraat 70" (vastgesteld)
bestemmingsplan “Kesteren, Hoofdstraat 70”
Afbeelding 2.2: vogelvluchtperspectief van de beoogde situatie gezien vanuit het zuidoosten.
Afbeelding 2.3: afbeelding van het woonhof met zicht op de beoogde nieuwe rijwoningen.
bestemmingsplan "Kesteren, Hoofdstraat 70" (vastgesteld)
7
Bestemmingsplan “Kesteren, Hoofdstraat 70”
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Per januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.
Met de komst van de NOVI komen meerdere nationale beleidsstukken te vervallen, waaronder de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Strategisch relevante delen van de SVIR en het Barro worden echter opgenomen in de NOVI en blijven daarmee ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. Dit bestemmingsplan zal daarom ook aan dit beleid worden getoetst. Gebiedsgericht De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. In het Barro waren regels opgesteld waarmee deze gebiedsbescherming juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.'
8
bestemmingsplan "Kesteren, Hoofdstraat 70" (vastgesteld)
bestemmingsplan “Kesteren, Hoofdstraat 70”
In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Volgens de nota van toelichting bij artikel 3.1.6, lid 2, aanhef en onder b, van het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen naar het oordeel van de Raad van State planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Ingevolge artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef onder i, van het Bro wordt in het Bro de de daarop berustende bepalingen onder stedelijke ontwikkeling verstaan: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaven, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Planspecifiek Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van nieuwe woningen mogelijk.
Er is sprake van een plan dat voorziet in de woningbehoefte voor verschillende doelgroepen. Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van 18 nieuwe woningen mogelijk. Het betreft het een stedelijke ontwikkeling. Het plangebied is binnen bestaand stedelijk gebied gelegen. Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ houdt een antwoord op maximaal vier opeenvolgende rechtsvragen in. Vraag 1. Is er sprake van een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling? Ja, de ontwikkeling van 18 woningen is een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Vraag 2. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Er is een hoge vraag naar woningen in de gemeente Neder-Betuwe, vooral in de groeikernen waaronder Kesteren. In de afgelopen 20 jaar is er met nieuwbouw gemixt gebouwd. Gemengd bouwen in woningtypen zoals met het plan is beoogd, geeft ook hier de kans om te bouwen voor diverse doelgroepen. Qua huishoudens en inkomen is circa 34% van de huidige huishoudens van Kesteren afhankelijk van lage segment in huur en koop. Er zal daarmee meer doorstroming binnen het dorp op gang komen. De behoefte is concreet en de ontwikkeling is voorzien in het woningbouwprogramma. Vraag 3. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Ja, Het plangebied is gelegen in bestaand stedelijk gebied. Vraag 4.
Waarom kan de ontwikkeling niet in bestaand stedelijk gebied plaatsvinden? Deze vraag is niet relevant aan gezien sprake is van een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Aan de vereisten van de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt voldaan. 3.1.3 Conclusie In het voorliggende plan gaat het om de realisatie van nieuwe woningen voor meerdere doelgroepen. Er wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Algemeen
In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is op 19 december 2018 geactualiseerd op
bestemmingsplan "Kesteren, Hoofdstraat 70" (vastgesteld)
9
Bestemmingsplan “Kesteren, Hoofdstraat 70”
basis van de nieuwe omgevingsvisie. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. 3.2.2
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
De provincie kiest er in deze Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn: 1. een duurzame economische structuur; 2. het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Ruimte in kleinere kernen en vrijgekomen bebouwing in het landelijk gebied kan worden benut voor wonen en nieuwe economische dragers en als versterking van de vitaliteit van het landelijk gebied. Bij de nadere invulling van de uitgangspunten wordt ruimte gelaten voor lokale of regionale initiatieven door gemeenten of regionale samenwerkingsverbanden. Bouwprogramma's voor nieuwe woningen zijn daarbij in regionaal verband afgestemd. Waar mogelijk kan lokaal maatwerk worden geleverd. De strategie van de provincie om de doelen van 'duurzame economische structuurversterking' en 'een gezonde en veilige leefomgeving' te bereiken wordt gevoed door het besef dat stad en land elkaar nodig hebben.
De provincie gaat voor: • sterke steden, van belang voor toekomstige aantrekkingskracht, waar kennis zich samenbalt en waar veel jongeren naar toe trekken, waar ook nu al de meeste mensen wonen en werken; • een vitaal platteland, waar mensen inspelen op grote veranderingen, waar inwoners zich actief inzetten voor hun gezamenlijke toekomst, een platteland met een eigen economische kracht en een grote natuurlijke en landschappelijke waarde, waar kwaliteit en vitaliteit samen op gaan. Als leidend principe hanteert de provincie de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik. Dit houdt in dat in bestemmingsplannen die voorzien in een stedelijke ontwikkeling moet worden aangegeven hoe met de ladder is omgegaan, zie ook 3.1.3. De provincie hanteert voor de bepaling van bestaand stedelijk gebied de definitie uit het Bro. 3.2.3
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Planspecifiek De omgevingsvisie en verordening benoemen geen voor het initiatief relevante beleidsaspecten.
Met betrekking tot de woningbouwafspraken en klimaatadaptatie geldt het volgende; 3.2.4 Woningbouwafspraken De Omgevingsverordening stelt ten aanzien van nieuwe woonlocaties (artikel 2.2.1.1) dat “in een bestemmingsplan nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts worden toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio.” In de Regionale Woondeal Rivierenland 2022-2030 is met de provincie Gelderland afgesproken dat de gemeente Neder-Betuwe 1.396 woningen bouwt, waarvan 30% in de sociale huursector en 40% in de betaalbare koop- en midden huursector. Voor de koopsector gaat het om woningen met stichtingskosten tot € 355.000, bij midden huurwoningen om woningen met huren tot circa € 1.000 per maand.
10
bestemmingsplan "Kesteren, Hoofdstraat 70" (vastgesteld)
bestemmingsplan “Kesteren, Hoofdstraat 70”
In afwijking van de Regionale Woondeal Rivierenland en de gemeentelijke woonvisie omvat het plan geen sociale woningbouw. In plaats daarvan is het terrein direct zuidelijk van het plangebied door ontwikkelaar aan de gemeente Neder-Betuwe verkocht voor de uitbreiding van de school Pantarijn. 3.2.5
Klimaatadaptatie
Ons klimaat verandert merkbaar en raakt alle facetten van onze leefomgeving. Wij streven ernaar om in 2050 in Gelderland goed voorbereid en toegerust te zijn op de gevolgen van klimaatverandering. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen vragen wij daarom om een toelichting op de maatregelen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Het gaat hierbij om risico's als waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Met betrekking tot waterveiligheid en wateroverlast zijn normen vastgesteld in de waterverordeningen. Ruimtelijke ontwikkelingen en weersextremen zijn hierop van grote invloed. Het is daarom ook belangrijk dat het waterschap betrokken wordt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeente heeft de uitgangspunten voor de wijze waarop wordt omgegaan met het veranderende klimaat beschreven in de Lokale Adaptieve Strategie (LAS). Deze uitgangspunten gelden voor de gehele gemeente. Een aantal daarvan heeft betrekking op de beoogde ontwikkeling; a. Per nieuwe woning wordt minimaal 75m2 groen ontwikkeld conform uit te werken voorwaarden, eventueel in combinatie met waterbergende maatregelen of speelfuncties. b. Bestaande groenstructuren (indien van kwaliteit aangemerkt als bepalend groen) worden beschermd en ingepast bij nieuwbouwontwikkelingen. c.
Fietsroutes en wandelpaden (hoofdroutes) worden bij ontwikkelingen voorzien en ontworpen met >30% beschaduwing in volgroeide toestand. d. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt regenwater van woningen wordt niet op het gemengde riool aangesloten, maar afgekoppeld. Op termijn wordt dit bij alle bestaande bouw ook toegepast. e. Bij nieuwbouw moet minimaal 20 mm van de neerslag op eigen terrein geborgen worden. De berging moet binnen 24 uur weer beschikbaar zijn. f. Grote daken (>200 m2 en ongedeeld perceel) van nieuwe ontwikkelingen worden groenblauw vormgegeven met ruimte voor energieopwekking. De netbeheerder wordt hierbij vroegtijdig betrokken. g. Bij pottenteelt in ons gebied sturen we op waterbuffers op eigen terrein. Bij voorkeur worden waterbuffers landschappelijk ingepast met ecologische meerwaarde om de teloorgang van biodiversiteit te compenseren. Bij de ontwikkeling van het plan worden de volgende uitgangspunten genomen bij de inrichting van het openbaar gebied en de percelen.
In het op te stellen inrichtingsplan worden deze uitgangspunte verder uitgewerkt; Uitgangspunten ten aanzien van klimaat adaptatie; • Toepassing van halfverharding voor parkeerplaatsen • Bovengronds water afvoer naar en bergen in watergangen • Diverse bomen plaatsen • Groenplek in de wijk • Stimuleren groene tuinen Uitgangspunten ten aanzien van energiezuinig en circulair bouwen; • Energiezuinige woningen • Duurzame energieopwekking • Stimuleren deelenergie, deel auto’s, laadpalen • Duurzaam materiaal gebruik Uitgangspunten ten aanzien van natuurinclusief inrichten en bouwen • Bloemenrijke bergen • Biodiversiteit in groengebieden • Hagen als erfafscheiding • Ingebouwde nestgelegenheden voor oa mussen en vleermuizen • Groene daken op bijgebouwen stimuleren
bestemmingsplan "Kesteren, Hoofdstraat 70" (vastgesteld)
11
Bestemmingsplan “Kesteren, Hoofdstraat 70”
3.2.6
Conclusie
Het bestemmingsplan is, mede door toepassing van de gemeentelijke uitgangspunten zoals benoemd in het LAS, passend in de Omgevingsvisie en -verordening van de provincie Gelderland en is binnen de regionale woningbouwafspraken in het totaal aan woningbouwplannen binnen de gemeente ingepast. Het plan voldoet aan de uitgangspunten in het kader van klimaatadaptatie.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Neder-Betuwe De raad van de gemeente Neder-Betuwe heeft op 24 februari 2022 de 'Omgevingsvisie NederBetuwe' vastgesteld. De Omgevingsvisie schetst een toekomstbeeld met belangrijke waarden, die Neder-Betuwe kenmerken en wil behouden en versterken voor toekomstige ontwikkelingen. Daarnaast schetst de Omgevingsvisie ook een beeld waar de gemeente de komende jaren aan wil werken. Er zit geen einddatum aan de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie wordt (indien nodig) om de 4 jaar geactualiseerd. Als daar aanleiding toe is kan de Omgevingsvisie ook tussentijds aangepast worden. De Omgevingsvisie bestaat uit tien speerpunten, een richtinggevende kaart en een waardenkaart. De tien speerpunten zijn:
• • • • • • • • • •
12
Een omgeving waarin inwoners een leven lang gezond en veilig kunnen leven, wonen en werken Een goed ondernemers- en vestigingsklimaat, diversiteit in werk voor onze inwoners en een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt Wonen voor iedereen Een goede bereikbaarheid voor gebruikers van het OV,de auto,de fiets en voor de wandelaar Doorontwikkelen en beleefbaar maken van onze identiteit Doorontwikkeling van de gemeente als centrum voor laanboomteelt en andere agrarische sectoren Opwekking en gebruik van energie op een duurzame manier Voorbereid zijn op de veranderingen in klimaat Een gezonde, groene en biodiverse omgeving. Behoud en ontwikkeling van sterke dorpen in een nieuwe en nauwe samenwerking met de gemeente
bestemmingsplan "Kesteren, Hoofdstraat 70" (vastgesteld)
bestemmingsplan “Kesteren, Hoofdstraat 70”
Afbeelding 3.1.: Richtinggevende kaart Omgevingsvisie Neder-Betuwe Planspecifiek Op de bovenstaande uitsnede van de richtgevende kaart van de Omgevingsvisie Neder-Betuwe is het plangebied aangeduid als onderdeel van de zone ‘kernen’. De gemeente Neder-Betuwe bouwt voor de eigen woningbehoefte. Algemeen uitgangspunt daarbij is 'inbreiding gaat voor uitbreiding'. Met de beoogde ontwikkeling wordt aan dit uitgangspunt voldaan. Bovendien past het plan binnen de waarden van Kesteren met betrekking tot woningbouw. Het initiatief past daarmee binnen de Omgevingsvisie Neder-Betuwe. 3.3.2
Programma Wonen 2020-2030: Wonen voor iedereen
Op 1 februari 2016 heeft de gemeenteraad van Neder-Betuwe de woonvisie vastgesteld. In deze visie is het beleid met betrekking tot de woningmarkt, kansen, aanbod en behoefte opgenomen. Om richting te geven aan de ontwikkeling van de gemeente, biedt deze visie belangrijke handvatten voor de gemeente zelf, maar ook de partners met wie zij op het brede speelveld van het wonen samenwerkt. Binnen het Regionale Woningmarktonderzoek en de Regionale Woonagenda worden de kaders van de nieuwbouwopgave met de regiogemeenten en Provincie Gelderland afgestemd. Hiermee wordt gezorgd dat de nieuwbouwproductie past binnen de regionale behoefte. In 2019 is er een Regionaal Woningbehoefte Onderzoek uitgevoerd, waarna in 2020 de Regionale Woonagenda met bouwprogramma 2020-2030 is vastgesteld. Op 27 januari 2022 is het Programma Wonen 2020-2030: wonen voor iedereen, vastgesteld door de raad van de gemeente Neder-Betuwe. Dit is een verdiepend programma van de (concept) Omgevingsvisie Neder- Betuwe. In het Programma wonen is het beleid met betrekking tot de woningmarkt, het aanbod en de behoefte opgenomen. Om richting te geven aan de ontwikkeling van de gemeente, biedt het Programma Wonen belangrijke handvatten voor de gemeente zelf, maar ook de partners met wie zij op het brede speelveld van het wonen samenwerkt.
Het geeft een kwalitatieve inkleuring aan de woningbouwontwikkeling van zowel nieuwbouw als bestaande bouw en alle facetten die hiermee samenhangen. Dit borgt de gemeente door randvoorwaarden te stellen voor de realisatie van sociale huur en sociale koop. Om wonen voor iedereen te realiseren ziet de gemeente de volgende aandachtspunten die gebaseerd zijn op onderzoek, bestaande beleidskaders en discussie met inwoners, professionals en de raad:
bestemmingsplan "Kesteren, Hoofdstraat 70" (vastgesteld)
13
Bestemmingsplan “Kesteren, Hoofdstraat 70”
1. Betaalbaar voor iedereen Midden 2021 staat de woningmarkt in heel Nederland onder spanning, ook in Neder-Betuwe. In de koopsector is dit bijvoorbeeld te zien aan de steeds hoger wordende prijzen van koopwoningen en een afname van het aantal beschikbare woningen. In de huursector is de spanning te zien aan de lange wachtlijsten voor sociale huurwoningen. Door het grote tekort aan woningen en de groei van huishoudens wordt het steeds moeilijker om aan een woning te komen. Vooral voor de lagere inkomens, starters en kwetsbare groepen is de situatie nijpend. Maar ook spoedzoekers en middeninkomens hebben moeite met het vinden van een betaalbare woning. Dit geldt voor zowel de koop- als de huursector. 2. Beschikbaar voor iedereen We zetten in op gevarieerde woningbouw in elke kern, zowel qua woningtype als prijsklasse. Dit doen we voor onze lokale inwoners en om aan de autonome inwonersgroei van de gemeente te voldoen. Uit onderzoek van de verhuisstromen blijkt dat we, ondanks gunstige ligging aan de A15, geen grote toestroom hebben vanuit de Randstad. De woningbouwprogrammering is afhankelijk van de bestaande woningen, de behoefte en nieuwbouwmogelijkheden per kern. 3. Vindbaar voor iedereen Het vinden van een woning is op dit moment geen vanzelfsprekendheid. Het is fijn om te weten welk actueel aanbod er is in de gemeente is.
Ook is het handig om te weten bij wie u moet zijn of hoe u kunt reageren om een woning te huren of kopen. Elke verhuurder en verkoper mag zelf bepalen hoe zij dit doen. De gemeente aan de slag om dit voor inwoners beter inzichtelijk te maken. 4. Lagere inkomens In de dorpen van Neder-Betuwe wordt al jaren gemixt gebouwd. Daarmee bedoelen we dat er verschillende woningtypen en prijsklassen gerealiseerd worden: van sociale huur tot luxe villa's. De keuze wat er gebouwd wordt moet aansluiten bij wat nodig is. De bevolking verandert en dat betekent ook dat het bouwprogramma moet veranderen: meer eenpersoonshuishoudens en zorg aan huis, waarbij het merendeel van deze inwoners een inkomen heeft waarmee ze alleen kans maken op een woning in de sociale huur of lage koop. 5. Starters Het begrip starter wordt vaak gebruikt, maar wie is nou die starter? De groep starters wordt door iedereen op een andere manier gedefinieerd. Toch worden starters op de woningmarkt vaak wel gezien als 'jonge mensen'. Hierbij denkt men al snel aan de groep 25-35 jaar, vooral bij koopstarters. De groep tot 25 jaar wordt vaak niet meegenomen als starter op de woningmarkt. Je kan huurstarters en koopstarters onderscheiden. Huurstarters starten óf in de sociale huur óf in de particuliere huur.
Voor koopstarters gaat het veelal om het bemachtigen van een sociale of goedkope koopwoning, waarbij ze zelf geen zelfstandige koopwoning achter laten. Het kan daarbij wel zijn dat deze koopstarter al een stukje wooncarrière in de (sociale) huur heeft doorlopen en daardoor een huurwoning achterlaat. 6. Senioren Vanaf 65 jaar val je onder de noemer senior. Neder-Betuwe telt 2.500 inwoners van 65 tot 75 jaar (ruim 10% van de bevolking) en 1.650 inwoners van 75 jaar of ouder (bijna 7% van de bevolking). Onze gemeente is daarmee iets minder vergrijsd dan het landelijk gemiddelde. De komende jaren zal de vergrijzing in Neder- Betuwe verder toenemen. Dat betekent ook een toenemende zorgvraag en een toenemende vraag naar passend wonen. Het belangrijkste is dat 55-plussers, die nog geen senior zijn, zich ervan bewust moeten worden dat ze tijdig kiezen voor een passende woning. Nadenken over verhuizen of verbouwen als de zorgvraag er is, betekent dat er weinig keuze en/of tijd is voor het vinden van een gewenste woning of verbouwen van de bestaande woning. Als er niet op tijd verhuisd is, moet de huidige woning via de WMO aangepast worden op de hulpvraag. De gemeente wil het woonklimaat de komende jaren verder versterken en verbeteren zodat NederBetuwe een sterke gemeente met vitale kernen blijft.
Dit wil de gemeente bereiken door actief woonbeleid te voeren op de volgende aandachtspunten: 1. Toevoegen van duurzaam aantrekkelijke woningen Landelijk zijn er drie trends die van invloed zijn op de woningmarkt en het gewenste woningaanbod: • Vergrijzing in combinatie met het langer zelfstandig thuis wonen.
14
bestemmingsplan "Kesteren, Hoofdstraat 70" (vastgesteld)
bestemmingsplan “Kesteren, Hoofdstraat 70”
• •
Diverse doelgroepen die zich gaan beroepen op de reguliere woningmarkt: statushouders, arbeidsmigranten, zorgvragers. Meer kleinere huishoudens bestaande uit 1 a 2 personen.
Net als de landelijke ontwikkeling zet ook in Neder-Betuwe de vergrijzing zich voort, maar zit rond 2035 op haar hoogtepunt. Daarnaast kent Neder-Betuwe, in tegenstelling tot andere regiogemeenten, zich door het hoge aandeel grote gezinnen en een langer stijgende demografische ontwikkeling. De ambitie is om tot een meer gevarieerde woningvoorraad te komen. 2. Inzetten op een realistische nieuwbouwambitie Het hanteren van een realistische woningbouwambitie is belangrijk om ervoor te waken dat het woningaanbod in kwaliteit en kwantiteit goed aansluit bij de woningbehoefte. Op basis van de Regionale woonagenda en bouwprogramma 2020-2030 wordt uitgegaan van minimaal 950 en maximaal 1400 nieuwbouwwoningen voor gemeente Neder-Betuwe. De ontwikkeling in het plangebied zorgt voor een groei van het woningaanbod en past binnen de jaarlijks gewenste productie. 3. Woningbouw in elke kern, volwaardige afronding van huidige plannen Om de kernen vitaal te houden is het belangrijk dat elke kern de mogelijkheid behoudt om nieuwe woningen aan de voorraad toe te voegen, als hier voldoende behoefte aan is. De woningbehoefte wordt regelmatig onderzocht en het woningbouwprogramma wordt hieraan getoetst. Nieuwe initiatieven worden beoordeeld op hun bijdrage aan het invullen van de vraag.
Het is belangrijk dat de plannen die in de afgelopen jaren zijn voorbereid -en waarvan de behoefte is bewezen- nu ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. De woningen in het plangebied passen qua locatie, kwaliteit en kwantiteit in het woningbouwprogramma. De regeling in dit bestemmingsplan maakt het bovendien mogelijk om, mits haalbaar in te spelen op actuele volkshuisvestelijke opgaven. 4. Verder verduurzamen van de woningvoorraad De komende jaren wil de gemeente verder met het energiezuiniger en levensloopgeschikter maken van de bestaande woningvoorraad. In de nieuwbouw houden we vast aan de energieprestatienorm uit het Bouwbesluit. 5. Betaalbare woningen voor kwetsbare doelgroepen Kwetsbare doelgroepen zijn doelgroepen die niet zonder extra maatregelen aan passende woonruimte kunnen komen. Hierbij richt men op huishoudens met lage inkomens en lage middeninkomens. Circa 30% van de woningen in gemeente Neder-Betuwe is een sociale huurwoning. In afwijking van de Regionale Woondeal Rivierenland en de gemeentelijke woonvisie omvat het plan geen sociale woningbouw. In plaats daarvan is het terrein zuidelijk van het plangebied aan de gemeente Neder-Betuwe verkocht voor de bouw van de uitbreiding van de school Pantarijn. Op deze manier is voorzien in een andere maatschappelijke bijdrage (onderwijs).
Planspecifiek Het plan geeft in kwantitatieve zin invulling aan de vraag naar woningen en de ontwikkeling van de kern Kesteren. Kwalitatief sluit het plan aan op realisatie van een gemengde woonwijk qua woningtypen en doelgroepen. Het plan geeft invulling aan op realisatie van woningen voor kwetsbare doelgroepen en levensloopbestendig bouwen. Hiermee sluit het plan op het Programma Wonen 2020-2030.
3.4
Conclusie
Het bestemmingsplan is passend binnen de beleidskaders van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Neder-Betuwe.
bestemmingsplan "Kesteren, Hoofdstraat 70" (vastgesteld)
15
Bestemmingsplan “Kesteren, Hoofdstraat 70”
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
4.1
Verkeer & parkeren
4.1.1
Verkeer
4.1.1.1 Regelgeving De gemeenteraad heeft op 8 maart 2018 het Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan (NBVVP) vastgesteld. Dit geeft de visie weer hoe de gemeente Neder-Betuwe nu en in de toekomst om gaat met vraagstukken op het gebied van verkeer en vervoer dan wel de mobiliteit. Het plan bestaat uit twee onderdelen: • Beleidsrapportage met daarin de visie van de gemeente tot 2025. Belangrijk onderdeel hierin is ook het Uitvoeringsprogramma, waarin staat welke projecten de gemeente de komende jaren wil uitvoeren en voor welke projecten geld beschikbaar is. • Achtergrondrapportage met daarin achtergrondinformatie bij de beleidsrapportage. In de achtergrondrapportage zijn de resultaten van de inventarisatie en (knelpunt)analyse opgenomen. Ruimtelijke ontwikkelingen hebben effect op de verkeersafwikkelingen en kunnen effect hebben op de leefbaarheid. De gemeente vindt het daarom belangrijk dat er sprake is van een samenhang tussen de drie pijlers van het NBVVP (leefbaarheid, bereikbaarheid en verkeersveiligheid). Deze samenhang is in het uitgangspunt ‘Verkeer op de juiste plaats’ tot uiting gebracht: een beperkt aantal doorgaande wegen zorgt voor de verwerking van het verkeer en in de overige gebieden staat de kwaliteit van de leefomgeving en verkeersveiligheid centraal.
4.1.1.2 Doorwerking bestemmingsplan De verkeersaantrekkende werking van de uitbreiding is berekend met behulp van de kengetallen uit de digitale publicatie "ASVV 2012" en de "Neder-Betuwe Nota Parkeernormen". Volgens deze nota ligt het plangebied in een stedelijke zone die typeren is als niet-stedelijk/rest bebouwde kom. Daarnaast hanteert de nota de maximale normen uit de ASVV 2012. In onderstaande tabel is de verkeersaantrekkende werking uitgewerkt. Hierbij is het uitgangspunt genomen de verkeersgeneratie voor een vrijstaande koopwoning. Hiermee is sprake van een worst-case scenario. onderdeel Aanta woningen Maximaal kengetal verkeersgeneratie verkeersgeneratie per weekdag per woning per weekdag Koop, vrijstaand
18
8,6
154,8 mvt
Volgens de kengetallen leidt de beoogde uitbreiding tot een verkeersaantrekkende werking van maximaal 154,8 motorvoertuigen per weekdag. De ontwikkeling is goed ontsloten direct en middels een nieuwe insteek op de Hoofdstraat. De capaciteit van deze dorpsontsluitingsweg is bepaald op 10.000 tot 12.000 motorvoertuigen per etmaal. De geprognotiseerde capaciteit in 2035 is 5.678 motorvoertuigen per etmaal. De extra generatie als gevolg van het bouwplan past gemakkelijk binnen de beschikbare capaciteit waardoor moet worden geconcludeerd dat geen verkeershinder te verwachten is.
16
bestemmingsplan "Kesteren, Hoofdstraat 70" (vastgesteld)
bestemmingsplan “Kesteren, Hoofdstraat 70”
Afbeelding 4.1.: Inrichtingstekening met daarop de nieuwe inrit van het bouwplan op de Hoofdstraat.
4.1.2
Parkeren
4.1.2.1 Regelgeving Het gemeentelijke parkeerbeleid is vastgelegd in "Neder-Betuwe Nota Parkeernormen" en bevat de hoofdlijnen van het beleid. In deze nota heeft de gemeente zoveel mogelijk aangesloten bij de CROW-richtlijnen. Dit document wordt gebruikt bij het opstellen van de parkeerbalans. In onderstaande tabel is de parkeerbalans uitgewerkt. woningtype
aantal
parkeernorm aantal parkeerplekken benodigd
vrijstaand
1
2,7
2,7
Half vrijstaand
6
2,6
15,6
Hoek-/ tussenwoning 11
2,4
26,4
In totaal zijn er 44,7 (afgerond 45) parkeerplaatsen nodig. Bij de vrijstaande, half vrijstaande woningen en twee hoekwoningen van de rijwoningen aan het woonhof is het mogelijk om een lange oprit te realiseren. Een dergelijke oplossing mag gerekend worden als 1,3 parkeerplaatsen. Dit betekent dat het plan ruimte biedt aan (9 x 1,3) 11,7 parkeerplaatsen op eigen terrein. Daarnaast wordt in het openbaar gebied nog eens 34 parkeerplaatsen aangelegd. Dit betekent dat in het plan (11,7 + 34) 45,7 (afgerond 46) plaatsen beschikbaar zijn. Hierdoor wordt voldaan aan de parkeernormen. Er is voldoende parkeergelegenheid voor de beoogde ontwikkeling beschikbaar. De volgende afbeelding toont de ligging van de openbare parkeerplaatsen in het plan.
bestemmingsplan "Kesteren, Hoofdstraat 70" (vastgesteld)
17
Bestemmingsplan “Kesteren, Hoofdstraat 70”
Afbeelding 4.2.: Ligging parkeerplaatsen
4.1.3 Langzaam verkeer Het langzaam verkeer wordt vanaf het woonhof via de nieuwe ontsluiting direct aangesloten op het vrij-liggend fietspad aan de Hoofdstraat. De nieuwe woningen aan de Hoofdstraat worden via de eigen inrit direct ontsloten op dit fietspad.
18
bestemmingsplan "Kesteren, Hoofdstraat 70" (vastgesteld)
bestemmingsplan “Kesteren, Hoofdstraat 70”
4.2
Bodem
4.2.1
Regelgeving
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening dient voor elke individuele bouwlocatie aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.
Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). 4.2.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied is een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd. Deze zijn gebundeld in de rapportage van SMA dd 27 november 2020. Deze rapportage is als geheel aan de toelichting toegevoegd. De conclusie luidt als volgt; Ondergrondse HBO-tank In de voortuin van de woning is een inwendig gereinigde, ondergrondse HBO-tank van 3.000 liter gelegen. De tank heeft een gronddekking van 0,9 m. De onderzijde van de tank bevindt zich op ca.2,2 m-mv. Uitpandig is globaal 200 m3 met minerale olie verontreinigde grond aanwezig. In een deel van deze grond (< 25 m3) wordt de interventiewaarde voor minerale olie overschreden. Waarschijnlijk is onder de woning daarnaast ook met minerale olie verontreinigde grond aanwezig. In de kern van de grondverontreiniging is in het grondwater eveneens sprake van een overschrijding van de interventiewaarde met minerale olie. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in grond of grondwater. Overig terrein In de grond op het overig terrein zijn ten hoogste achtergrondwaarde-overschrijdingen aangetoond voor kobalt, nikkel, PAK, PCB en minerale olie. PFAS zijn niet boven de geactualiseerde tijdelijke achtergrondwaarden aangetoond. In het grondwater wordt een van nature, boven de streefwaarde verhoogde concentratie barium aangetoond. Daarnaast is een zeer gering verhoogde concentratie naftaleen aangetoond.
Er is visueel en analytisch geen asbest geconstateerd in het puin van het parkeerterrein en de grond op de locatie. Nader asbestonderzoek is niet noodzakelijk. Aanbevolen wordt de ondergrondse HBO-tank en de bodemverontreiniging met minerale olie te verwijderen. Wanneer de grond ontgraven wordt, dient de vrijkomende grond “gecontroleerd” te worden afgevoerd. Hiertoe dient een plan van aanpak te worden opgesteld en voorgelegd aan het bevoegd gezag (gemeente). De overige aangetoonde gehalten in de grond en het grondwater geven geen aanleiding tot het uitvoeren verder aanvullend of nader bodemonderzoek. De aanbevolen sanering zal ter hand worden genomen. Na sanering is het terrein geschikt voor de woonfunctie en is het aspect bodem geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
bestemmingsplan "Kesteren, Hoofdstraat 70" (vastgesteld)
19
Bestemmingsplan “Kesteren, Hoofdstraat 70”
4.3
Geluid
4.3.1
Regelgeving
Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd dient te worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten. Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen.
Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een “hogere waarde procedure” worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde "dove" gevel heeft. Een "dove gevel" is een bouwkundige constructie: • •
waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering; waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woonen leefklimaat. 4.3.2
Wegverkeerslawaai
Regelgeving In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart blijkt dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt. Bij vaststelling van een bestemmingsplan dient voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek te worden verricht (art.76 lid 1 Wgh). De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel.
Tabel 4.1: overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg) De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt.
20
bestemmingsplan "Kesteren, Hoofdstraat 70" (vastgesteld)
bestemmingsplan “Kesteren, Hoofdstraat 70”
Doorvertaling bestemmingsplan Het plan omvat nieuw geluidgevoelige objecten in de vorm van woningen. Een toetsing aan de geluidhinder ten gevolge van verkeers- en industrielawaai is derhalve nodig. Het plangebied ligt binnen de onderzoekszones van de gezoneerde wegen N233, Ommestraat, Broekdijk en Hoofdstraat alsmede van de spoorwegen aan de noordzijde en aan de zuidzijde (Betuwelijn). In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden tevens de nabijgelegen nietgezoneerde wegen (Vicuslaan en Prof. Dr. JE Bogearslaan) in het onderzoek betrokken. Om de gevelbelasting van de nieuwe woningen inzichtelijk te maken heeft Econsultancy een akoestisch onderzoek uitgevoerd: rapport "Rapportage onderzoek weg- en railverkeer Vicuslaan 2" (6 januari 2023). Het onderzoeksrapport is als bijlage 2 bijgevoegd. De conclusie luidt als volgt; Het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen is niet doelmatig. Vanwege de Hoofdstraat dient een hogere waarde te worden aangevraagd. Voor de woningen en het uit te breiden deel van de school dient het akoestisch klimaat in de woning en school (het zogenaamde binnenniveau) te worden gegarandeerd. Voor de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van de woningen en uitbreiding van de school is een nader onder- zoek naar de geluidwering van de gevels noodzakelijk.
Omdat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden dient hiervoor een hogere grenswaarde aangevraagd te worden. De gemeente Neder-Betuwe kan een ontheffing verlenen. De procedure hoger grenswaarden zal worden voorbereid. Na het verlenen van deze hogere waarde waarbij is aangetoond dat voldoende gevelwering wordt toegepast is sprake van een goed woon- en leefklimaat. 4.3.3
Industrielawaai
De nieuw te realiseren woningen zijn gevoelige object. Als gevolg van de bestaande en geplande uitbreiding van de school direct ten zuiden van het plangebied wordt er getoetst aan de invloed van de school op de nieuwe woningen. Econsultancy heeft hiervoor een akoestisch onderzoek uitgevoerd: “Rapportage onderzoek industrielawaai Vicuslaan 2” dd 6 januari 2023. Het onderzoeksrapport is als bijlage 3 bijgevoegd. De conclusie luidt als volgt; Er vinden geen overschrijdingen plaats van de richtwaarden uit de VNG-publicatie en grenswaarden uit het Activiteitenbesluit voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, maximale geluidniveau en de indirecte hinder. 4.3.5
Conclusie
Het aspect geluid is geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling
4.4
Bedrijven en Milieuzonering
4.4.1
Regelgeving
Regelgeving Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom dient aandacht te worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies.
bestemmingsplan "Kesteren, Hoofdstraat 70" (vastgesteld)
21
Bestemmingsplan “Kesteren, Hoofdstraat 70”
Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten middels een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied. Voor het vaststellen van de genoemde minimale richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied.
Naast de omgevingstypen 'rustige woonomgeving' en 'gemengd gebied' kent de VNG-publicatie ook het type 'gebied met functiemenging'. Het begrip 'gebied met functiemenging' heeft geen betrekking op de typering van een gebied maar op de toelaatbaarheid van hinderveroorzakende functies, zoals stadscentra, dorpskernen, winkelcentra, horecaconcentratiegebieden, zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en (delen van) woongebieden met kleinschalige dan wel ambachtelijke bedrijvigheid.
Tabel 4.2: richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien niet aan de richtafstanden wordt voldaan, is een nadere beschouwing danwel onderzoek nodig. Hiertoe wordt ten aanzien van het geluidsaspect gebruik gemaakt van de beoordelingssystematiek uit de VNG-publicatie. Tijdens het inwerking zijn van inrichtingen zullen deze worden getoetst aan het Activiteitenbesluit. 4.4.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Omgevingstype In de handreiking wordt onderscheid gemaakt tussen twee omgevingstypen: rustige woonwijk en gemengd gebied. In een gemengd gebied mag een kleinere richtafstand worden aangehouden dan in een rustige woonwijk. De richtafstanden mogen dan met één 'afstandsstap' worden teruggebracht. Het omgevingstype van voorliggend plangebied is gemengd gebied. In de omgeving komen direct naast woningen ook andere functies voor, zoals horeca, de (uitbreiding van) een school, een kantoor ten noorden van het plangebied en andere bedrijven aan de zuidzijde van het plangebied. Invloed plan op de omgeving Het plan betreft de bouw van nieuwe woningen met bijbehorende ontsluiting. De maatgevende belemmering voor de omgeving is het aspect geluid. Om de invloed van de (uitbreiding van de) school als bron van geluid op de nieuwe woningen te toetsen is er een onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek wordt nader toegelicht in paragraaf 4.3.3. Uit het onderzoek blijkt dat er geen sprake is van hinder op de nieuwe woningen. Andere hinder en/of gevaar door milieubelastende activiteiten is niet van toepassing.
22
bestemmingsplan "Kesteren, Hoofdstraat 70" (vastgesteld)
bestemmingsplan “Kesteren, Hoofdstraat 70”
Invloed overige omliggende inrichtingen op plan Hieronder staat een overzicht van de bedrijven in de directe omgeving, de SBI-code, de milieucategorie en de bijbehorende richtafstand, alsmede de werkelijke afstand tot het dichtstbijzijnde milieugevoelige object (woning) binnen het plangebied. In het hier bovengenoemde onderzoek is ook het aspect geluidhinder van de omgeving op onderhavig plan getoetst en is rekening gehouden met het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Voor de overige milieuaspecten anders dan de (uitbreiding van de) school staat hieronder een overzicht met de maatgevende richtafstanden. bedrijf SBIcategorie richtwerkelijke code afstand afstand Kantoor Restaurant, e.d. Bedrijventerrein (maximaal toegestane milieucategorie 3.1)
561
1
0m
ca. 10 m
1
0m
ca. 30 m
3.1
30 m
ca. 130 m
Volgens de toetsing aan de hand van "Bedrijven en milieuzonering" (VNG, Den Haag, 2009) liggen er geen milieugevoelige onderdelen van het plan binnen de richtafstanden van de omliggende bedrijven.
4.4.3
Spuithinder
De richtafstanden zoals beschreven in voorgaande paragraaf gelden bij de bedrijfscategorie Akkerbouw en fruitteelt alleen voor activiteiten in de bedrijfsbebouwing en dus niet voor activiteiten op het terrein, zoals open teelt. De gronden westelijk van het plangebied zijn in gebruik voor boomteelt. Boomkwekerijen kunnen gewasbestrijdingsmiddelen gebruiken die mogelijk een risico vormen voor het milieu en de gezondheid van mensen. Er zijn in Nederland echter geen wettelijke bepalingen voor minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en nabij gelegen gevoelige objecten, zoals woningen. Bij het bespuiten van landbouwgewassen komt 'drift' vrij: spuitvloeistof die tijdens de bespuiting buiten het te behandelen gebied terechtkomt als gevolg van wind- en luchtstromingen. Vanwege het ontbreken van wetgeving voor woningen is er een in de praktijk gegroeide vuistregel ontstaan die aangeeft dat er een afstand van 50 meter tussen agrarische gronden met open teelten en een voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelig object, zoals een woning, in acht moet worden genomen (ABRvS 31 maart 2010, zaaknummer 200904633/1/R2). Bij deze afstand wordt ervan uitgegaan dat enerzijds de bedrijfsvoering van de agrariër niet wordt belemmerd en er anderzijds geen nadelige effecten optreden voor de gezondheid van omwonenden.
Voorliggend bestemmingsplan betreft de nieuwe woningen op ruimere afstand dan 50 meter van de teeltgronden. Daarnaast geldt dat de gronden van de boomkwekerij op termijn worden bestemd als woongebied. 4.4.4
Conclusie
Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen planologische belemmering voor het plan
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Regelgeving
In het kader van een planologische procedure dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij dient het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' in beeld te worden gebracht.
bestemmingsplan "Kesteren, Hoofdstraat 70" (vastgesteld)
23
Bestemmingsplan “Kesteren, Hoofdstraat 70”
De Wet luchtkwaliteit van 15 november 2007, opgenomen in hoofdstuk 5, onder titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) gaat in op luchtkwaliteitseisen. In Bijlage 2 van de Wm zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd van onder andere de stoffen stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10), benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb) en koolmonoxide (CO). Projecten dienen te worden beoordeeld op basis van de 'Wet luchtkwaliteit' c.q. artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor vergunningverlening als: • • • •
er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden. In artikel 2 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is opgenomen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de zogenaamde '3% grens' niet wordt overschreden. Na vaststelling van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) op 1 augustus 2009 is deze grens gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. In artikel 4 van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. 4.5.2
Onderzoek
Door Econsultancy is onderzoek gedaan naar de bijdrage van de uitbreiding van de school aan de luchtkwaliteit en is in het kader van een goede ruimtelijke ordening beoordeeld of sprake is van een goede luchtkwaliteit ter plaatse. De rapportage “Luchtkwaliteitsonderzoek Vicuslaan 2” dd 6 januari 2023 is als bijlage 4 aan de toelichting gevoegd. De conclusie luidt als volgt; Op basis van het onderzoek luchtkwaliteit wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen worden voorzien voor de doorgang van de initiatieven met betrekking tot de luchtkwaliteit. Het woningbouwplan zal niet in betekenende mate bijdragen aan de achteruitgang van de luchtkwaliteit. Op basis van berekeningen met de NIBM-rekentool is tevens bepaald dat bij een extra verkeersgeneratie van 30 verkeersbewegingen per etmaal de uitbreiding van de school niet in betekenende mate bij zal dragen aan de achteruitgang van de luchtkwaliteit. De concentraties van luchtverontreinigende stoffen ter plaatse van de school en het woningbouwplan zijn tevens ruim beneden de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. 4.5.3
Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'luchtkwaliteit' geen belemmering vormt voor de onderhavige ontwikkeling.
4.6
Geur
4.6.1
Regelgeving
Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt:
24
bestemmingsplan "Kesteren, Hoofdstraat 70" (vastgesteld)
bestemmingsplan “Kesteren, Hoofdstraat 70”
•
voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld (in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv))) geldt een maximale geurbelasting) op een geurgevoelig object; • voor andere diercategorieën geldt een minimale afstand van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden (conform Reconstructiewet) en nietconcentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De wet beschrijft in artikel 3 de maximale norm voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig object in vier situaties, zie onderstaande tabel.
Binnen bebouwde kom
Buiten bebouwde kom
diercategorieën Rgv
Concentratiegebied
Niet-concentratiegebied
max. 3 ouE/m³
max. 2 ouE/m³
andere diercategorieën min. 100 m t.o.v. geurgevoelig object
min. 100 m t.o.v. geurgevoelig object
diercategorieën Rgv
max. 8 ouE/m³
max. 14 ouE/m³
andere diercategorieën min. 50 m t.o.v. geurgevoelig object
min. 50 m t.o.v. geurgevoelig object
Geurnormen Wgv De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid om afwijkende geurnormen vast te stellen voor (delen van) het grondgebied. Op deze wijze kan de gemeente een geurhinderbeleid vaststellen dat is afgestemd op de plaatselijke situatie. Regeling geurhinder en veehouderij In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is de wijze vastgelegd waarop: • de geurbelasting wordt bepaald; • de afstand tussen veehouderij en geurgevoelig object) wordt gemeten. Activiteitenbesluit Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee). Geurgebiedsvisie gemeente Neder-Betuwe Op 15 september 2011 heeft de gemeenteraad de geurverordening en bijbehorende geurgebiedsvisie vastgesteld.