Bijlage 1a - Bijlage 1 bij de regels - Ecologisch werkprotocol grote modderkruiper
Tekst van het document
Ecologisch werkprotocol grote modderkruiper Pottemscheveld te Kesteren Uitvoering in kader van de Wet natuurbescherming
Colofon
Status:
Definitief
Project:
2020-835
Datum:
16 januari 2023
Samensteller:
ing. G. Fairhurst
Collegiale toets:
ir. T.W.D. Schrader
Opdrachtgever:
Buro SRO B.V.
Contactpersoon:
A. van der Mispel
Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.
Inhoud 1 Inleiding
4
1.1
Aanleiding
4
1.2
Doel
5
1.3
Verplichtingen uitvoerende partij
5
2 Uitganspunten
6
2.1
Huidige situatie
6
2.2
Beoogde situatie
6
2.3
Effecten beoogde ontwikkeling
7
2.4
Kader Wet natuurbescherming
8
3 Maatregelen
9
3.1
Algemene zorgplicht
9
3.2
Aanpassen inrichting
10
3.3
Fasering werkzaamheden
11
3.4
Kansen voortplantingshabitat
13
4 Calamiteiten
14
4.1
Melding van een calamiteit
14
4.2
Herkenning van calamiteiten
14
1 Inleiding 1.1
Aanleiding Tussen de Cuneraweg, Hoofdstraat en het spoor is een voormalig agrarisch perceel gelegen. De initiatiefnemer is voornemens hier een nieuwbouwwijk ‘Pottemscheveld’ te realiseren aansluitend op de nieuwbouwwijk ‘Casterhoven’ (reeds in aanleg) ten oosten.
Figuur 1.1
De planlocatie is gelegen tussen de Cuneraweg, de Hoofdstraat en de spoorlijn.
Rondom de planlocatie zijn enkele watergangen aanwezig, waarvan de watergang ten westen, parallel langs de Cuneraweg, vergraven wordt en een natuurvriendelijke oever krijgt. Uit ecologische onderzoek uitgevoerd door Blom Ecologie is in deze watergang de aanwezigheid van de grote modderkruiper aangetoond (Fairhurst, 2020). De grote modderkruiper is een nationaal beschermde soort onder de Wet natuurbescherming (Wnb. art 3.10), wat inhoudt dat het leefgebied van de soort beschermd is en niet mag verdwijnen of van kwaliteit mag verslechteren. Derhalve is voorliggend ecologisch werkprotocol opgesteld om negatieve effecten op de grote modderkruiper alsmede, overtreding Wet natuurbescherming te voorkomen. Als het werkprotocol opgevolgd wordt is ontheffing Wet natuurbescherming niet benodigd. Daarnaast is in de omgeving van de planlocatie de aanwezigheid van de poelkikker bekend. De te vergraven watergang maakt echter geen onderdeel uit van het functioneel leefgebied van de poelkikker (ongeschikt als voortplantingswater). Met de aanpassingen van de inrichting van de te vergraven watergang kan de watergang tevens functioneren als geschikt voortplantingswater voor de poelkikker en kan de soort hiervan meeprofiteren.
4
1.2
Doel Deze rapportage is opgesteld om negatieve effecten ten aanzien van grote modderkruiper, naar aanleiding van de voorgenomen graafactiviteiten, te voorkomen. Waarbij er maatregelen getroffen worden om de kwaliteit van het huidig leefgebied van de grote modderkruiper te waarborgen en verslechtering te voorkomen en het voorkomen van het doden of verwonden van individuen. Als de voorwaarden in dit ecologisch werkprotocol opgevolgd kunnen worden is een ontheffing Wnb. niet benodigd. Naast het voorkomen van negatieve effecten dient deze rapportage als middel voor een goed verloop en vlotte doorstroming van de werkzaamheden.
1.3
Verplichtingen uitvoerende partij De aannemer heeft een nalevings- en instructieplicht ten aanzien van de maatregelen. Tevens dienen werkuitvoerders onder verantwoordelijkheid van de aannemer zich te conformeren aan de bepalingen van deze rapportage. Kort samengevat bestaan de verplichtingen van de aannemer uit de volgende aspecten: • • • • •
Naleving maatregelen; Voorkomen calamiteiten; Beschermen van de aanwezige wettelijk beschermde dieren; Schade aan planten, dieren en landschap tot het minimum beperken; Goede instructie van personeel en onderaannemers.
5
2 Uitganspunten 2.1
Huidige situatie De watergang ten westen van de planlocatie ligt parallel aan de Cuneraweg met daartussen een groenstrook bestaande uit bomen en struiken (figuur 2.1). De watergang is 410 m lang heeft een relatief steil (talud 1:1,5), maar begroeide oevers. De oeverbegroeiing bestaat voornamelijk uit grassen, kruiden en op enkele plaatsen helofyten als gele lis en kleine egelskop. De watergang is circa 1,5-2,0 m breed en 0,90-1,0 m diep met daarin een aanwezige baggerlaag. Hierdoor is er ten tijde van extreme droogte altijd water aanwezig in de watergang en zijn er in de winter vorstvrije plaatsen aanwezig. De watergang staat in verbinding met de watergang parallel aan het spoor. Middels e-DNA is in 2020 de aanwezigheid van de grote modderkruiper vastgesteld in de watergang. Functie grote modderkruiper Binnen het leefgebied van de grote modderkruiper zijn verschillende functies aanwezig. Hieronder vallen het voortplantingshabitat, leefgebied voor volwassen individuen en het winterhabitat. Op basis van de habitateisen van de grote modderkruiper kan aangenomen worden dat de watergang een functie heeft als leefgebied voor volwassen individuen en een overwinteringsfunctie (bijlage 1).
Figuur 2.1 Weergave van de westelijke watergang met daarin de aanwezigheid van grote modderkruiper.
2.2 Beoogde situatie Binnen de beoogde situatie zal de watergang verbreed (circa 19 m breed) en verdiept (circa 1,50 m diep) worden (figuur 2.2 en 2.3). Door de aanleg van een zeer flauw talud (1:6) aan de westkant krijgt de watergang een circa 6 m brede natuurvriendelijke oever. De huidige watergang zal onderdeel worden van deze natuurvriendelijke oever.
6
Figuur 2.2 Schematische weergave van de beoogde ontwikkeling.
Figuur 2.3 Dwarsprofiel van de beoogde situatie van de watergang.
2.3 Effecten beoogde ontwikkeling Door de beoogde graafwerkzaamheden zal de bestaande watergang veranderen. Indien er geen maatregelen getroffen worden zal de huidige functie van de watergang voor de grote modderkruiper (functioneel leefgebied voor volwassen individuen en overwinteringshabitat) tijdelijk ongeschikt raken gedurende de graafwerkzaamheden. Dit zal leiden tot tijdelijke aantasting van het leefgebied van de grote modderkruiper. Op langer termijn zal de watergang echter weer in de aanwezige functies voorzien en mogelijk een extra functie als voortplantingshabitat krijgen. Door voorliggend ecologisch werkprotocol te volgen kan het overtreden van Wet natuurbescherming art. 3.10 lid 1a en 1b voorkomen worden. 7
2.4 Kader Wet natuurbescherming De soortenbescherming van de Wet natuurbescherming valt op grond van internationale verdragen en nationaal beschermde soorten uiteen in drie verschillende beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes betreffen de Vogelrichtlijn (art. 3.1), Habitatrichtlijn (art. 3.5) en de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). De bescherming van de grote modderkruiper valt onder de Nationaal beschermde soorten: Wnb, art 3.10 (nationaal beschermde soorten). Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: Lid 1a:
in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel a, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen;
Lid 1b:
de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen;
Voorliggend ecologisch werkprotocol is opgesteld in het kader van de Wet natuurbescherming. Mogelijk zal per 1 juli 2023 zal de Omgevingswet in werking treden. Binnen de Omgevingswet blijven de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn onverminderd van kracht. Uitvoeringskaders, termijnen en processen vinden binnen de Omgevingswet op andere wijze plaats. Implementatie en wijze van uitvoering zijn vooralsnog niet vastgesteld.
8
3 Maatregelen Het vangen, verwonden en doden van individuen van de grote modderkruiper dient voorkomen te worden. Tevens is het verwijderen of aantasten van het leefgebied, waarbij het kwaliteit van het leefgebied achteruitgaat van de soort verboden. Ten aanzien van de grote modderkruiper dienen specifieke maatregelen getroffen te worden om negatieve effecten, alsmede overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Daarnaast geldt ten alle tijden onverminderd de Algemene zorgplicht. Hiervoor dienen tevens maatregelen getroffen te worden.
3.1
Algemene zorgplicht De uitvoerende partij is verantwoordelijk voor een correcte uitvoering van werkzaamheden in het kader van de Wet natuurbescherming. Om dit in de praktijk te realiseren zijn hiervoor per werkzaamheid zowel maatregelen in het kader van de Algemene zorgplicht als schade beperkende maatregelen beschreven (tabel 3.1). In het kader van de Algemene zorgplicht gelden een aantal maatregelen die over het gehele werk toepasbaar zijn. In de Algemene zorgplicht (art. 1.11) wordt voorgeschreven dat nadelige gevolgen voor flora en fauna voorkomen moeten worden. Een ieder die redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kan hebben voor in het wild levende dieren en planten, dient deze handelingen achterwege te laten of maatregelen te treffen om nadelige effecten te voorkomen. Het volledige artikel is onderstaand beschreven. Artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a.
Dergelijk handelen achterwege laat, dan wel, b. Indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. Voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde.
Ten aanzien van de Algemene zorgplicht worden geen specifieke maatregelen voorgeschreven. De invulling hiervan ligt bij de uitvoerder. De Algemene zorgplicht kan als het volgt worden gedefinieerd (stowa.nl): • Het in redelijkheid vermijden van activiteiten waarvan kan worden vermoed dat deze nadelig zijn voor in het wild levende dieren en planten; • Het zorgen dat op hoofdlijnen bekend is waar in het beheergebied actuele natuurwaarden en bijzondere potenties aanwezig zijn; • Zorg besteden aan de instandhouding van soorten en hun leefgebieden (biodiversiteit). Voor een aantal beschermde soorten vraagt de wet extra waarborging. De gedragscode moet gezien worden als de concretisering van de Algemene zorgplicht voor die soorten. Tabel 3.1
Maatregelen Algemene zorgplicht.
Type
Omschrijving
Toepassing
Alle graafwerkzaamheden
De werkzaamheden dienen uitgevoerd te worden tussen zonsopkomst en zonsondergang.
Alle fauna, m.n. grote modderkruiper, vleermuizen en overige schemer- en nachtactive fauna
Alle graafwerkzaamheden
Ter plaatse van de groenstrook ten westen en op de oevers kunnen zich (jonge) vogels, amfibieën
Alle fauna
9
en zoogdieren ophouden. De uitvoerders dienen alert te zijn op plots passerende dieren of dieren die zich verschansen in de directe omgeving hiervan. Indien de dieren zich ophouden op de planlocatie of binnen 5 meter hiervan dienen de werkzaamheden onderbroken te worden totdat de dieren zich buiten deze zone bevinden. Alle graafwerkzaamheden
Een werkrichting hanteren en werkzaamheden zo min mogelijk onderbreken (continuïteit).
Alle fauna
Alle graafwerkzaamheden
Er wordt gewerkt vanuit een afgesloten eind naar een open eind (in dit geval van zuid naar noord). Het verwijderen van de damwanden zal echter uitgevoerd worden vanuit een open eind naar een gesloten eind (van noord naar zuid) zie hiervoor paragraaf 3.3.
Alle fauna, m.n. grote modderkruiper
Alle graafwerkzaamheden
De graafwerkzaamheden vinden plaats onder begeleiding van een ecologisch deskundige
Alle fauna, m.n. grote modderkruiper
3.2 Aanpassen inrichting De huidige watergang is circa 1,5-2,0 m breed en 0,90-1,0 m diep met daarin een aanwezige baggerlaag. Hierdoor is er ten tijde van extreme droogte altijd water aanwezig in de watergang en zijn er in de winter vorstvrije plaatsen aanwezig. Hiermee heeft de watergang een functie voor de grote modderkruiper als winterhabitat en door de aanwezigheid van enkele oeverplanten als gele lis en kleine egelskop is er ook sprake van functioneel leefgebied voor volwassen individuen. Winterhabitat De nieuwe watergang wordt circa 19 m breed, waarvan 6 m een natuurlijkvriendelijke oever wordt en het diepste punt van de watergang circa 1,50 wordt. Doordat de watergang dieper wordt uitgegraven zijn er kansen om meer vorstvrije delen te creëren die de grote modderkruiper kan gebruiken tijdens de overwintering. Om deze te vorstvrije delen te maken dienen er enkele diepere putten gegraven worden, welke gevuld worden met bagger en modder (zie figuur 3.1). De putten dienen een omvang te krijgen van 3x3m met een diepte van 0,30 cm. In de watergang dienen in totaal 6 putten gegraven te worden. Deze worden gevuld met bagger en modder (±16,2m3). Leefgebied volwassen individuen Om de nieuwe watergang snel geschikt te maken als functioneel leefgebied is er stimulering nodig om de uitgegraven oostoever snel te laten herstellen.
Dit dient gerealiseerd te worden middels het aanplanten van enkele oeverplanten waaronder gele lis, kleine egelskop en kalmoes. Dit kan in kleine clusters, in totaal 40 clusters van circa 10 planten (afhankelijk van het formaat van de planten). Doordat in de laatste fase een natuurvriendelijke oever wordt gerealiseerd, mag deze aanplant op langer termijn verdwijnen.
Figuur 3.1 Dwarsdoorsnede met de baggerputten en oevervegetatie clusters.
10
3.3 Fasering werkzaamheden De graafwerkzaamheden dienen door tijd en ruimte gefaseerd uitgevoerd te worden. Hiervoor worden er drie werkfases ingezet over een periode van circa 2 jaar. Hierbij wordt rekening gehouden met de minst kwetsbare periode van de grote modderkruiper. Werken buiten kwetsbare periode De kwetsbare perioden van de grote modderkruiper betreffen de winterperiode (tijdens de vorst) en de voortplantingsperiode (BIJ12, 2021). De kwetsbare periode van de voortplanting loopt van 1 april t/m 30 augustus. De kwetsbare periode van de winterrust loopt van 1 november t/m 30 maart. De juiste temperaturen spelen hierbij een belangrijke rol. Doordat de te vergraven watergang niet geschikt is als voortplantingsplaats dient hier enkel rekening gehouden te worden met de kritisch momenten wanneer de luchttemperatuur onder het vriespunt ligt, als er ijs aanwezig is in de watergang of in de zomerperiode een periode dat de watertemperatuur boven de 25 graden Celsius komt en/of verdroging plaatsvindt. Derhalve dienen de werkzaamheden aan de watergang waarin de grote modderkruiper zich bevindt plaats te vinden buiten periodes van verdroging of vorst. Fasering De eerste fase van de graafwerkzaamheden betreft het uitgraven van een deel van de nieuwe watergang. Tegen de oostoever van de huidige watergang wordt een dam (bestaande uit bijvoorbeeld damwandplaten) geplaatst.
Daarna wordt de nieuwe watergang gerealiseerd volgens figuur 3.2. Hierbij worden tevens op 6 punten de putten uitgegraven en gevuld met modder en bagger volgens figuur 3.1.
Figuur 3.2 Dwarsprofiel van de te graven delen in fase 1. De graafwerkzaamheden hebben geen invloed op het leefgebied van de grote modderkruiper dus er hoeft geen rekening gehouden te worden met de kwetsbare perioden. Wel dient er rekening gehouden te worden met het algemene broedseizoen (15 maart t/m 15 juli). Soorten als wilde eend en meerkoet kunnen in en langs de watergang broeden. Indien er in deze periode gewerkt wordt dient er of voorafgaand een broedvogelinspectie plaats te vinden of er dienen maatregelen getroffen te worden om de watergang ongeschikt te houden voor broedende vogels. Dit kan gedaan worden door regelmatig de oevers kort te maaien, hierbij dienen wortelstokken van helofyten ontzien worden (niet klepelen). Tevens kunnen er afschrikmaterialen als vliegers en afschrikstrippen gebruikt worden. Daarna, na minimaal één groeiseizoen worden de damwanden verwijderd, waarmee de bestaande watergang in verbinding komt met de nieuw uitgegraven watergang. Een groeiseizoen betreft een periode van 6 maanden in de periode maart-oktober. Het verwijderen van de damwanden zal gebeuren in de werkrichting van noord naar zuid, en buiten de kwetsbare periodes van de grote modderkruiper (figuur3.3). Als laatste, na een periode van 6 maanden kan in de periode april-september de natuurvriendelijke oever worden gerealiseerd en de graafwerkzaamheden worden afgerond.
11
Figuur 3.3 Visualisatie van de locatie van de damwand, nieuw uitgegraven watergang en de werkrichting bij verwijdering hiervan (fase 2). Werkwijze dam Het nieuw te realiseren gedeelte van de watergang wordt eerst gegraven na het plaatsen van een dam (figuur 3.3). Door een smalle dam (damwand) aangrenzend aan de bestaande watergang in stand te houden wordt voorkomen dat de graafwerkzaamheden invloed hebben op de huidige watergang. De dam kan eventueel middels een damwand versterkt worden. Nadat het nieuwe gedeelte van de watergang gerealiseerd is kan de dam ook worden weggegraven.
Figuur 3.4 Werkwijze middels het gebruik van een dam.
12
3.4 Kansen voortplantingshabitat Doordat de watergang een natuurvriendelijke oever krijgt zijn er kansen om geschikt paai(voortplantings)habitat voor de grote modderkruiper te realiseren. Dit kan door het extra uitgraven van een smalle ondiepe geul (figuur 3.5). Deze geul kan dan samen met de rest van de natuurvriendelijke oever begroeit raken met oevervegetatie en helofyten. Doordat de geul ondiep is, kan de watertemperatuur hier snelle opwarmen en de aanwezige vegetatie biedt geschikte eiafzet plaatsten.
Figuur 3.5 Dwarsdoorsnede met daarin de smalle geul in de natuurvriendelijke oever.
13
4 Calamiteiten 4.1
Melding van een calamiteit Ondanks de zorgvuldige samenstelling en uitvoering van het werkplan kan er een calamiteit ten aanzien van beschermde flora en fauna plaats vinden. Wanneer een calamiteit plaatsvindt is het van groot belang dat de aanleiding, gebeurtenis en de gevolgen adequaat geregistreerd worden door betrokkenen en/of leidinggevende op het meldingsformulier calamiteiten (Bijlage I). Door de ter zake deskundige wordt beoordeeld hoe ernstig de calamiteit is. Indien nodig wordt er een melding gedaan bij de handhavende partij (Provincie Gelderland). Na de melding zal een ter zake deskundige (ecoloog) beoordelen welke maatregelen getroffen dienen te worden om de ontstane situatie op te heffen en gedurende het vervolg van de werkzaamheden een herhaling wordt voorkomen.
4.2 Herkenning van calamiteiten Een calamiteit is een onverwachte situatie gedurende de werkzaamheden die leidt tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Iedere afwijking van het werkplan kan leiden tot een calamiteit. Algemene voorbeelden van calamiteiten: • Onvoorziene aanwezigheid van beschermde soorten binnen de te graven delen; • Een gewond individu binnen de planlocatie; • Massale vissterfte.
14
Bronvermelding Fairhurst, G., 2020. Quickscan Wet natuurbescherming Casterhoven West te Kesteren. Oriënterend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming. Blom Ecologie, Waardenburg. Fairhurst, G., 2020. Aanvullend onderzoek naar grote modderkruiper, poelkikker en rugstreeppad Casterhoven West te Kesteren. Blom Ecologie, Waardenburg.
Geraadpleegde documenten (BIJ12, 2017) Kennisdocument Grote modderkruiper (Misgurnus fossilis) (2021) Geraadpleegde websites www.arcgis.com www.bij12.nl www.ravon.nl
15
Bijlage I
Ecologie soorten
Grote modderkruiper De grote modderkruiper (figuur 1) is schemer- en nachtactief en is overdag in de modder en tussen de vegetatie te vinden. Voornamelijk komt de soort voor in ondiepe stilstaande tot langzaam stromende wateren, welke rijkelijk begroeid zijn met onderwater- en oevervegetatie. Een hoge voedsel dichtheid van macrofauna is van hoog belang. Op de bodem moet een dikke modderlaag van zo’n 10-30 cm aanwezig zijn. In een (te) dikke laag bagger is de soort vaak niet te vinden. Voor de aanwezigheid van de grote modderkruiper dienen verschillende functionaliteiten binnen het leefgebied aanwezig te zijn, namelijk: i) de plekken waar gebaltst of gepaard wordt en de plekken waar eitjes afgezet worden en de juveniele opgroeien, ii) de plekken die door de juveniele en volwassen individuen worden gebruikt en iii) de plaatsen die gebruikt worden in de droge- en overwinteringsperiode (figuur 2). Zo rond maart-april wanneer het water de juiste temperatuur bereik (10-12 °C) begint de voortplanting. De eitjes worden met voorkeur in ondiepe wateren (<30 cm) afgezet waar de ontwikkelingssnelheid van de eieren en larven afhankelijk is van de watertemperatuur.
De zomer is afhankelijk van de droogte een rustperiode, waarna ze tegen de winter aan (augustus-september) actief opzoek gaan naar een geschikt winterverblijfplaats als vorstvrije delen met een dikkere modderlaag (BIJ12 kennisdocument Grote modderkruiper, 2021; Ravon, 2020).
Figuur 1 De grote modderkruiper op de bodem (bron: Jelger Herder ©).
Figuur 2
Schematische weergave van het functioneel leefgebied van de grote modderkruiper. 16
Bijlage II
Calamiteitenformulier
Denk rustig na, neem elke calamiteit serieus en voorkom meer schade. Datum: Locatie:
Zaaknummer:
Naam melder: Functiemelder: Telefoonnummer: Calamiteit betreft: Nadere omschrijving calamiteit: Benoem zoveel mogelijk details. Zijn er beschermde soorten doodgegaan/vernietigd? Zo ja hoeveel en welke soorten. Welke vervolgmaatregelen zijn getroffen?
Melder heeft contact opgenomen met: Betrokken ecoloog (c.q. ter zake deskundige): Maatregelen:
Goedgekeurd op:
Paraaf:
17
Bijlage III Logboek Logboek Werkzaamheden Project Projectleider
Contact
Betrokken ecoloog
Contact
Uitvoerder
Contact
Naam
Datum
Omschrijving werkzaamheden
18
Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg 0418 820 288
blomecologie.nl 19