CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 19 bij de toelichting - Nader ecologisch onderzoek

Raadsvergadering 20 april 2023, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan5.982 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RF

Nader ecologisch onderzoek

Ontwikkeling bedrijventerrein De Bonegraaf Dodewaard

GMB Onroerend Goed B.V.

Projectnummer: 3449.02 Datum: 20-07-2022

Nader ecologisch onderzoek Ontwikkeling bedrijventerrein De Bonegraaf Dodewaard

Opdrachtgever:

GMB Onroerend Goed B.V.

Projectnummer:

3449.02

Datum:

20-07-2022

Projectleider en rapporteur:

Jur Metselaar

Autorisatie:

Jesse van Dijk

Opdrachtnemer:

Buro Ontwerp & Omgeving Velperweg 157 6824 MB Arnhem Postbus 2033 6802 CA Arnhem info@ontwerpenomgeving.nl www.ontwerpenomgeving.nl

Nader ecologisch onderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

INHOUD

Pagina

1

INLEIDING .............................................................................................................................................. 3

2

PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN ................................................................................................ 4 2.1 Beschrijving projectgebied ...................................................................................................... 4 2.2 Geplande werkzaamheden ..................................................................................................... 5

3

RESULTATEN QUICKSCAN ...................................................................................................................... 6 3.1 Vleermuizen ............................................................................................................................ 6 3.2 Kleine marterachtigen ............................................................................................................. 6 3.3 Eekhoorn ................................................................................................................................. 6 3.4 Roofvogels ............................................................................................................................... 6 3.5 Grote modderkruiper .............................................................................................................. 7 3.6 Overige strikt beschermde soorten......................................................................................... 7

4

ONDERZOEKSMETHODE ........................................................................................................................ 8 4.1 Vleermuizen ............................................................................................................................ 8 4.2 Steenmarter en boommarter .................................................................................................. 9 4.3 Kleine marterachtigen ........................................................................................................... 10 4.4 Eekhoorn ............................................................................................................................... 12 4.5 Roofvogels: Buizerd, havik, sperwer en boomvalk................................................................ 12 4.6 Ransuil ................................................................................................................................... 13 4.7 Grote modderkruiper ............................................................................................................ 13

5

RESULTATEN ........................................................................................................................................ 15 5.1 Vleermuizen .......................................................................................................................... 15 5.2 Steenmarter, boommarter en kleine marterachtigen .......................................................... 18 5.3 Eekhoorn ............................................................................................................................... 19 5.4 Roofvogels: Buizerd, havik, sperwer en boomvalk................................................................ 19 5.5 Ransuil ................................................................................................................................... 21 5.6 Grote modderkruiper ............................................................................................................ 21

6

CONCLUSIE EN ADVIES ........................................................................................................................ 22

7

LITERATUURLIJST ................................................................................................................................. 24 7.1 Referenties ............................................................................................................................ 24 7.2 Overige geraadpleegde bronnen .......................................................................................... 24

BIJLAGE I ....................................................................................................................................................... 25

De Bonegraaf te Dodewaard

2

3449.02

Nader ecologisch onderzoek

1

Buro Ontwerp & Omgeving

INLEIDING In opdracht van GMB Onroerend Goed B.V. is door Buro Ontwerp & Omgeving een nader ecologisch onderzoek uitgevoerd aan de locatie bekend als De Bonegraaf te Dodewaard. Het plan voorziet in de realisatie van een bedrijventerrein. Het nader ecologisch onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten van de quickscan natuurtoets die NLadviseurs op 4 juni 2019 in het projectgebied heeft uitgevoerd. Hieruit kwam naar voren dat de projectlocatie geschikt is als verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen, als vliegroute en foerageergebied van vleermuizen, als rust- en verblijfplaats voor de eekhoorn, bunzing, wezel en hermelijn, als nestlocatie voor roofvogels en als leefgebied van de grote modderkruiper. Er is daarom nader onderzoek gedaan om vast te stellen of er verblijfplaatsen van deze soorten aanwezig zijn. Gezien de eigenschappen van het projectgebied is ter aanvulling op de voorgenoemde soorten ook nader onderzoek uitgevoerd naar de steenmarter, boommarter en ransuil.

De volgende vragen staan centraal in het onderzoek: Zijn boombewonende vleermuizen, steenmarter, boommarter, kleine marters (bunzing, hermelijn en wezel), eekhoorn, roofvogels (buizerd, havik, sperwer, boomvalk), ransuil en grote modderkruiper in het projectgebied aanwezig? Wat is de functie van het projectgebied voor deze soorten? Moet er een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) worden aangevraagd? Moeten er mitigerende en compenserende maatregelen worden genomen? In het voorliggende rapport worden achtereenvolgens het projectgebied (hoofdstuk 2), de resultaten uit de quickscan (hoofdstuk 3), de onderzoeksmethode (hoofdstuk 4), de resultaten van het nader onderzoek (hoofdstuk 5) en de conclusie en het advies (hoofdstuk 6) beschreven.

De Bonegraaf te Dodewaard

3

3449.02

Nader ecologisch onderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

2

PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN

2.1

Beschrijving projectgebied Het projectgebied ligt aan de A15, direct ten noordoosten van de bebouwde kom van Dodewaard. Op de locatie bevindt zich een bosperceel met populieren, twee bomenrijen, twee percelen met intensief beheerd grasland en een aantal sloten. In het projectgebied is geen bebouwing aanwezig. In de directe omgeving vindt men een bedrijventerrein, een woonwijk, de rijksweg A15, een aantal sportvelden van een voetbalvereniging en een fruitboomgaard. Op de navolgende afbeelding is de globale begrenzing van het projectgebied weergegeven.

Figuur 1. Luchtfoto van het projectgebied (rood kader).

De Bonegraaf te Dodewaard

4

3449.02

Nader ecologisch onderzoek

2.2

Buro Ontwerp & Omgeving

Geplande werkzaamheden Het initiatief voorziet in de uitbreiding van bedrijventerrein De Bonegraaf. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is de initiatiefnemer voornemens om een deel van het bosperceel te kappen, de graspercelen te vergraven en de aanwezige sloten (gedeeltelijk) te dempen. Het relatief jonge gedeelte van het bosperceel zal behouden blijven en voor het deel dat verloren gaat zal op het eigen terrein worden gecompenseerd (herbeplantingsplicht) door de aanplant van inheemse bomen die goed gedijen op kleigrond.

De Bonegraaf te Dodewaard

5

3449.02

Nader ecologisch onderzoek

3

Buro Ontwerp & Omgeving

RESULTATEN QUICKSCAN Op 4 juni 2019 is in het projectgebied een quickscan natuurtoets uitgevoerd. Uit de quickscan blijkt dat er meer informatie benodigd was om de verbouwing van de panden volledig te kunnen toetsen aan de Wet natuurbescherming. Hieronder worden deze resultaten nog eens kort besproken.

3.1

Vleermuizen Tijdens de quickscan werden bomen aangetroffen die potentieel geschikt zijn als rust- of verblijfplaats van boombewonende vleermuizen. Daarnaast kunnen de bosranden, bomenrijen en watergangen deel uitmaken van een vliegroute of essentieel foerageergebied. Alle vleermuissoorten vallen onder de Habitatrichtlijn en zijn beschermd volgens artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden om de soorten opzettelijk te doden of vangen (artikel 3.5 lid 1 Wnb), opzettelijk te verstoren (artikel 3.5 lid 2 Wnb) of de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of vernielen (artikel 3.5 lid 4 Wnb). De kap van bomen met holtes en andere spleten zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als deze als rust- of verblijfplaats fungeren. Ook kan de gedeeltelijke kap van het bosperceel een negatief effect hebben op vliegroutes en essentieel foerageergebied van vleermuizen. De aanwezigheid en het terreingebruik van vleermuizen moet daarom nader worden onderzocht.

3.2

Kleine marterachtigen Ten tijde van de quickscan waren de kleine marterachtigen in provincie Gelderland vrijgesteld. Nadat de rapportage is opgesteld zijn de bunzing, hermelijn en wezel echter van de vrijstellingslijst afgehaald. Doordat het terrein mogelijk geschikt is als rust- of verblijfplaats voor deze soorten is nader onderzoek uitgevoerd. De kleine marterachtigen zijn beschermd volgens artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden om de soorten opzettelijk te vangen of doden (artikel 3.10 lid 1a) en hun vaste verblijfof rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen (artikel 3.10 lid 1b). De ontwikkeling van het terrein zou daarom kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Hieruit volgt dat onderzocht moet worden of de kleine marterachtigen gebruik maken van het projectgebied.

3.3

Eekhoorn Ten tijde van de quickscan was de eekhoorn in provincie Gelderland vrijgesteld. Nadat de rapportage is opgesteld is de soort echter van de vrijstellingslijst afgehaald. Doordat het terrein mogelijk geschikt is als rust- of verblijfplaats van de eekhoorn is nader onderzoek uitgevoerd. De eekhoorn is beschermd volgens artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden om de soort opzettelijk te vangen of doden (artikel 3.10 lid 1a) en hun vaste verblijf- of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen (artikel 3.10 lid 1b). De kap van bomen met holtes en nesten zou daarom kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Hieruit volgt dat onderzocht moet worden of de eekhoorn gebruik maakt van het projectgebied.

3.4

Roofvogels Tijdens de quickscan werden bomen met nesten aangetroffen die potentieel geschikt zijn als rust- of verblijfplaats van roofvogels. Hierdoor is besloten om nader onderzoek uit te voeren naar de buizerd, havik, sperwer en boomvalk. Deze soorten worden beschermd volgens artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden om de soort opzettelijk te doden of vangen (artikel 3.1 lid 1 Wnb), opzettelijk de nesten, rustplaatsen en eieren te beschadigen of vernielen (artikel 3.1 lid 2 Wnb) of de soort opzettelijk te

De Bonegraaf te Dodewaard

6

3449.02

Nader ecologisch onderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

storen (artikel 3.1 lid 4 Wnb). De kap van bomen met nesten zou daarom kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Hieruit volgt dat onderzocht moet worden of de buizerd, havik, sperwer en boomvalk gebruik maken van het projectgebied. 3.5

Grote modderkruiper Tijdens de quickscan werden de watergangen van het projectgebied als potentieel geschikt leefgebied van de grote modderkruiper beoordeeld. De grote modderkruiper is beschermd volgens artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden om de soorten opzettelijk te vangen of doden (artikel 3.10 lid 1a) en hun vaste verblijf- of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen (artikel 3.10 lid 1b). Het (gedeeltelijk) dempen van sloten zou daarom kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Hieruit volgt dat onderzocht moet worden of de grote modderkruiper voorkomt in de watergangen van het projectgebied.

3.6

Overige strikt beschermde soorten Ter aanvulling op de hierboven genoemde soorten is besloten om ook nader onderzoek naar de boommarter en ransuil uit te voeren. Door de aanwezigheid van boomnesten kunnen negatieve effecten op deze soorten niet op voorhand worden uitgesloten. Daarnaast kunnen negatieve effecten op de steenmarter ook niet op voorhand worden uitgesloten doordat rust- en verblijfplaatsen zich ook kunnen bevinden in dichte bosschages. Hierdoor is besloten om ook nader onderzoek naar de steenmarter uit te voeren.

De Bonegraaf te Dodewaard

7

3449.02

Nader ecologisch onderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

4

ONDERZOEKSMETHODE

4.1

Vleermuizen Het nader onderzoek naar vleermuizen werd uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2021 (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging, 2021). De onderzoeksmethodes naar de rosse vleermuis, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis werden aangehouden. Hiermee konden ook andere vleermuissoorten worden aangetoond m.b.v. vleermuisdetectors. Dit houdt in dat werd onderzocht of de volgende verblijfsfuncties aanwezig zijn (BIJ12, 2017 b): - Kraamverblijven: Twee onderzoeksrondes (15 mei - 15 juli) met een tussenperiode van minimaal tien dagen, waarbij minimaal één onderzoeksronde moet plaatsvinden in juni; - Zomerverblijven: Twee onderzoeksrondes (15 mei - 15 juli) met een tussenperiode van minimaal tien dagen; - Paarverblijven: Twee onderzoeksrondes (15 aug - 15 sep) met een tussenperiode van minimaal tien dagen, waarbij één onderzoeksronde rond middernacht werd uitgevoerd; Vliegroutes en foerageergebieden: Twee onderzoeksrondes (15 april - 1 okt) met een tussenperiode van minimaal vier weken, waarbij één bezoek in de kraamperiode werd uitgevoerd. De veldbezoeken werden uitgevoerd onder omstandigheden die gunstig zijn voor het waarnemen van vleermuizen. De temperatuur was bij alle veldbezoeken tenminste 7°C, de windsnelheid lag onder de 5 Bft. en er viel geen neerslag. Tabel 1. Gegevens vleermuisonderzoek

Type onderzoek

Datum

Tijd

Temp. (°C)

Wind (Bft.)

Weer

Inventarisanten

Paar

19-08-2021 20-08-2021

22:30 - 00:30

16 - 15

ZW1

J. Metselaar L. Tilleman

Paar Vliegroutes Foerageergebieden Zomer

14-09-2021

19:50 - 22:50

19 - 15

O2 O1

Bewolking 100 - 95% en droog Bewolking 100 - 80% en droog

19-05-2021

02:35 - 05:35

18 - 19

O2 *

Bewolking 95% en droog

Kraam Zomer

10-06-2022 11-06-2021

21:55 - 00:25

20 - 19

ZW2 ZW1

Bewolking 50 - 100% en droog

Vliegroutes Foerageergebieden

24-06-2022

22:00 - 00:00

18

Z2

Bewolking 10% en droog

De Bonegraaf te Dodewaard

8

J. Metselaar L. Tilleman L. de Bruijn E. Kaandorp J. Metselaar L. Toussaint W. Adriaens M. Hendriksen J. Metselaar M. Grishchenko L. Toussaint J. Heida J. Metselaar M. Grishchenko L. Toussaint J. Heida 3449.02

Nader ecologisch onderzoek

Kraam Zomer

04-07-2022 05-07-2022

Buro Ontwerp & Omgeving

21:55 - 00:25

19 - 17

ZW2

Bewolking 20% en droog

J. Metselaar J. van Dijk T. Werner I. Bouwknegt

* Om 05:17 plotseling harde wind, hield circa vijf minuten aan.

De onderzoeken werden uitgevoerd met behulp van vleermuisdetectors (Batlogger M, Batlogger M2 en/of Pettersson D200) waarmee ultrasone geluiden van vleermuizen geluiden van vleermuizen hoorbaar werden gemaakt voor het menselijk oor.

Figuur 2. Locaties waar zich bomen met holen bevinden (donkerblauwe stippen).

4.2

Steenmarter en boommarter Voor de steenmarter en boommarter zijn geen onderzoeksprotocollen beschikbaar. Deze soorten konden echter worden vastgesteld doordat verspreid in het gebied cameravalonderzoek werd gedaan naar de kleine marterachtigen (zie paragraaf 4.3).

De Bonegraaf te Dodewaard

9

3449.02

Nader ecologisch onderzoek

4.3

Buro Ontwerp & Omgeving

Kleine marterachtigen Het nader onderzoek naar de bunzing, hermelijn en wezel werd uitgevoerd conform de ‘Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming’ (Bouwens, 2017) en de ‘Brochure Soortenbescherming in Overijssel’ (Veldman, Troost & Klink, 2021). Om de aanwezigheid van de soorten aan te kunnen tonen zijn acht sporenbuizen geplaatst, vijf vrijstaande cameravallen en twee marterboxen met cameravallen (figuur 3 en 4 en tabel 2 en 3). Het onderzoek gebeurde niet in de periode dat ze het meest actief zijn, namelijk maart t/m augustus, waardoor de onderzoeksmaterialen tenminste twaalf weken in het veld moesten worden geplaatst i.p.v. zes weken. De onderzoeksperiode strekte zich daarom uit over veertien weken, van 14 september tot en met 22 december 2021. De materialen werden op de meest kansrijke locaties binnen het projectgebied geplaatst. Met sterk geurende lokstoffen werden potentieel in de omgeving verblijvende marters voor de cameravallen gelokt. Als lokstof werd gekozen voor een combinatie van gekookt ei en sardines. Controlerondes werden uitgevoerd op 6 oktober, 2 november, 16 november, 25 november en 8 december 2021.

Figuur 3. Locaties van de cameravallen in marterboxen (blauwe stippen), vrijstaande cameravallen (groene stippen) en sporenbuizen (oranje stippen) voor het onderzoek naar de steenmarter, boommarter en kleine marters.

De Bonegraaf te Dodewaard

10

3449.02

Nader ecologisch onderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

Tabel 2. Gegevens cameravallen voor het onderzoek naar de steenmarter, boommarter, bunzing, hermelijn en wezel.

Cameraval

Begindatum

Einddatum

Doelsoorten

Positionering

1

14-09-2021

25-11-2021

Hermelijn en wezel

In marterbox

2

14-09-2021

22-12-2021

Hermelijn en wezel

In marterbox

3

14-09-2021

25-11-2021

Vrijstaande cameraval

4

14-09-2021

22-12-2021

5

25-11-2021

22-12-2021

6

25-11-2021

22-12-2021

Steenmarter, boommarter, bunzing, hermelijn en wezel Steenmarter, boommarter, bunzing, hermelijn en wezel Steenmarter, boommarter, bunzing, hermelijn en wezel Steenmarter, boommarter, bunzing, hermelijn en wezel

Vrijstaande cameraval Vrijstaande cameraval Vrijstaande cameraval

Tabel 3. Gegevens sporenbuizen voor het onderzoek naar de hermelijn en wezel.

Sporenbuizen

Begindatum

Einddatum

Doelsoorten

7 8 9 10 11 12 13 14

14-09-2021 14-09-2021 14-09-2021 14-09-2021 14-09-2021 14-09-2021 14-09-2021 14-09-2021

25-11-2021 25-11-2021 22-12-2021 22-12-2021 22-12-2021 22-12-2021 22-12-2021 22-12-2021

Hermelijn en wezel Hermelijn en wezel Hermelijn en wezel Hermelijn en wezel Hermelijn en wezel Hermelijn en wezel Hermelijn en wezel Hermelijn en wezel

Figuur 4. Een van de in het projectgebied geplaatste marterboxen.

De Bonegraaf te Dodewaard

11

3449.02

Nader ecologisch onderzoek

4.4

Buro Ontwerp & Omgeving

Eekhoorn Voor de eekhoorn is geen kennisdocument beschikbaar. Om vast te kunnen stellen of de eekhoorn in het projectgebied aanwezig is werden drie veldbezoeken afgelegd in verschillende jaargetijden. Hiervan werd één veldbezoek uitgevoerd in de periode dat er geen blad meer aan de bomen zit, in de periode 1 december t/m 30 maart. Zo konden eventueel aanwezige boomnesten worden vastgesteld. De twee andere inventarisaties werden uitgevoerd om de fysieke aanwezigheid van de eekhoorn vast te kunnen stellen. Tabel 4. Gegevens onderzoek naar de eekhoorn.

4.5

Datum

Tijd

Temp. (°C)

Wind (Bft.)

Weer

Inventarisanten

08-12-2021 14-03-2022

08:20 - 10:00 10:35 - 11:35

5 10

Z2 ZW3

Bewolking 0% en droog Bewolking 100% en droog

14-06-2022

11:45 -12:45

17

O2

Bewolking 30% en droog

L. Tilleman J. Metselaar D. Lukkezen J. van Dijk J. van Dijk

Roofvogels: Buizerd, havik, sperwer en boomvalk Het onderzoek naar de buizerd werd uitgevoerd conform het kennisdocument van BIJ12. De aanwezigheid van een nest of van een rustplaats van een buizerd kon worden aangetoond door het uitvoeren van vier gerichte veldbezoeken. Deze vonden overdag plaats in de periode 1 maart tot en met 15 mei, met een tussenperiode van minimaal tien dagen (BIJ12, 2017a). Voor de sperwer is geen kennisdocument beschikbaar waardoor voor deze soort de telrichtlijnen van SOVON Vogelonderzoek Nederland werden aangehouden. Waarnemingen van paren in broedbiotoop, zang en/of balts kunnen worden gedaan van 1 maart t/m 15 juli en waarnemingen volwassen exemplaren in de broedbiotoop kunnen worden gedaan van 1 april t/m 15 juli (SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2022b). It totaal werden er daarom twee veldbezoeken afgelegd. Tabel 5. Gegevens onderzoek naar de buizerd, havik, sperwer en boomvalk.

Datum

Tijd

Temp. (°C)

Wind (Bft.)

Weer

Inventarisanten

03-03-2022

09:45 - 10:45

7

O2

Bewolking 0% en droog

14-03-2022

10:35 - 11:35

10

ZW3

Bewolking 100% en droog

14-04-2022

10:40 - 11:40

14 - 16

26-04-2022

11:35 - 12:35

11

ZW3 W2 NNO4

14-06-2022

11:45 -12:45

17

O2

Bewolking 70 - 5% en droog Bewolking 30% en droog Bewolking 30% en droog

J. Metselaar D. Lukkezen J. Metselaar D. Lukkezen J. van Dijk D. Lukkezen

De Bonegraaf te Dodewaard

12

D. Lukkezen J. van Dijk

3449.02

Nader ecologisch onderzoek

4.6

Buro Ontwerp & Omgeving

Ransuil Voor de ransuil is geen kennisdocument beschikbaar waardoor voor deze soort de telrichtlijnen van SOVON Vogelonderzoek Nederland werden aangehouden. Waarnemingen van baltsende exemplaren kunnen worden gedaan in de periode 20 februari t/m 20 juli en waarnemingen van volwassen exemplaren of koppels in de broedperiode kunnen worden gedaan van 15 maart t/m 20 juli (SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2022a). In totaal werden twee nachtbezoeken afgelegd en één dagbezoek afgelegd in de periode waarin de ransuil kan worden aangetroffen. Tabel 6. Gegevens onderzoek naar de ransuil.

4.7

Datum

Tijd

Temp. (°C)

Wind (Bft.)

Weer

Inventarisanten

03-03-2022

09:45 - 10:45

7

O2

Bewolking 0% en droog

24-03-2022

19:30 - 21:30

13 - 11

N3

24-06-2022

22:30 - 00:00

18

Z2

Bewolking 10% en droog Bewolking 10% en droog

J. Metselaar D. Lukkezen J. Metselaar D. Lukkezen J. Metselaar M. Grishchenko L. Toussaint J. Heida

Grote modderkruiper Het nader onderzoek naar de grote modderkruiper werd uitgevoerd conform het kennisdocument van BIJ12 (BIJ12, 2017a). Verschillende onderzoeksmethodes kunnen worden gehanteerd, waaronder eDNAonderzoek. Gezien dit in een laboratoriumonderzoek betreft heeft Buro Ontwerp & Omgeving dit onderdeel laten uitvoeren door RAVON. Het eDNA uit verzamelde monsters kan middels een kwantitatieve PCRmethode (qPCR) en met gebruikmaking van soortspecifieke primers worden geanalyseerd om de aanwezigheid van de soort vast te kunnen bepalen (Herder et al., 2014). Op 28 september 2021 heeft RAVON drie monsters genomen verdeeld over vier watergangen in het projectgebied (figuur 5). De monsters werden verzameld om soortspecifiek eDNA-onderzoek uit te voeren. Hiermee kon worden aangetoond of de grote modderkruiper voorkomt in de watergangen in het projectgebied.

De Bonegraaf te Dodewaard

13

3449.02

Nader ecologisch onderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

Figuur 5. Watergangen waar monsters zijn genomen om de grote modderkruiper vast te kunnen stellen.

De Bonegraaf te Dodewaard

14

3449.02

Nader ecologisch onderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

5

RESULTATEN

5.1

Vleermuizen Eerste vleermuisonderzoek (paarverblijven) Het eerste vleermuisonderzoek werd uitgevoerd in de avond en nacht van 19 op 20 augustus 2021. Tijdens het veldbezoek werd er veelvuldig baltsactiviteit van een ruige dwergvleermuis vastgesteld. Dit exemplaar riep stationair vanuit een boom ter hoogte van coördinaat 51.91783, 5.66034, in het midden van het gebied. De balts werd gehoord in de periode van 23:10 tot aan 23:15, tussen 23:25 en 23:27, tussen 23:30 en 00:00 en tussen 00:01 en 00:03. Er is rond de locatie van de balts gezocht, maar de precieze locatie kon door de dichte onderbegroeiing in het bosperceel niet worden vastgesteld. Omdat er binding met het projectgebied is wordt uitgegaan van een paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis. Daarnaast was aan de noordzijde van het bosperceel zeven keer balts van een (vliegende) gewone dwergvleermuis te horen, waarvan vaak verder weg en één keer dichtbij (zie figuur 6). Er wordt moet daarom ook rekening worden gehouden met de aanwezigheid van een paarverblijfplaats van deze soort. Naast de hierboven beschreven waarnemingen werden er ook regelmatig foeragerende gewone dwergvleermuizen vastgesteld en werd nog één keer een passerende ruige dwergvleermuis, vier keer een passerende gewone grootoorvleermuis en vier keer een passerende laatvlieger vastgesteld. Deze toonden echter geen binding met de projectlocatie.

Figuur 6. Gebied waarbinnen de stationair baltsende ruige dwergvleermuis zich bevond (oranje cirkel) en gebied waar balts van een vliegende gewone dwergvleermuis ten gehore werd gebracht (rode cirkel). Deze waarnemingen indiceren de aanwezigheid van een paarverblijfplaats.

De Bonegraaf te Dodewaard

15

3449.02

Nader ecologisch onderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

Tweede vleermuisonderzoek (paarverblijven, vliegroutes en foerageergebieden) Het tweede vleermuisonderzoek werd uitgevoerd in de avond van 14 september 2021. Op alle observatiepunten werden zo nu en dan foeragerende gewone dwergvleermuizen en laatvliegers waargenomen, maar tijdens dit veldbezoek was er geen sprake van een vliegroute. De ruige dwergvleermuis werd ook regelmatig aangetroffen, maar de balts werd in tegenstelling tot het vorige bezoek niet meer vastgesteld. Van de gewone dwergvleermuis is daarentegen wel balts te horen. De eerste keer dat balts van deze soort werd vastgesteld was om 20:20 in de noordoostelijke hoek van het populierenbos en om 20:21 ter hoogte van het fietspad ten zuiden van het populierenbos (twee exemplaren). Het exemplaar dat in het noordoosten baltst is ook waargenomen tijdens het eerste vleermuisonderzoek en roept ter hoogte van dezelfde locatie. Het baltsende exemplaar dat ter hoogte van het fietspad roept is vooral actief rond de woonhuizen ten zuiden van het projectgebied. Gezien de afwezigheid van boomholtes in het zuiden kan worden uitgesloten dat dit exemplaar een paarverblijf heeft in het projectgebied. Ten slotte werd ook de rosse vleermuis tenminste één keer vanaf elk observatiepunt waargenomen, maar er werd geen binding met het projectgebied vastgesteld.

Derde vleermuisonderzoek (zomerverblijven) Het derde vleermuisonderzoek vond plaats in de vroege ochtend van 19 mei 2022. Tijdens dit bezoek werden vrijwel alleen gewone dwergvleermuizen vastgesteld en praktisch het hele bosgebied wordt als foerageergebied gebruikt door deze soort. Naar verwachting gaat het om tenminste tien exemplaren. Om 05:17 plots harde wind, waarna de meeste vleermuizen verdwenen. De laatste waarneming van een gewone dwergvleermuis vond plaats om 05:30. Verder werd in de periode tussen 02:34 en 04:33 elf keer een ruige dwergvleermuis waargenomen, verspreid over het gebied. Het gaat daarmee in elk geval om één exemplaar van deze soort. Andere vleermuissoorten werden niet vastgesteld en er werden geen verblijfplaatsen geconstateerd. Vierde vleermuisonderzoek (kraam- en zomerverblijven) Het vierde vleermuisonderzoek vond plaats in de avond en nacht van 10 op 11 juni 2022. Tijdens dit bezoek werden hoofdzakelijk gewone dwergvleermuizen vastgesteld en praktisch het hele bosgebied wordt als foerageergebied gebruikt door deze soort. De eerste activiteit werd om 22:10 vastgesteld in het midden van het gebied en om 22:12 in het noorden van het gebied. Hierbij valt op dat eerst hoog rond de boomkronen wordt gefoerageerd en dat vleermuizen pas na circa 15 minuten afdalen en laag foerageren. Vanaf 22:40 wordt ook de ruige dwergvleermuis voor het eerst vastgesteld.

De ruige dwergvleermuis mengt zich tussen de gewone dwergvleermuizen en naar verwachting gaat het ook om meerdere exemplaren van deze soort. De vleermuisactiviteit houdt aan tot circa 23:00 en vervolgens een stuk rustiger, ongeveer drie kwart van de waarnemingen is rond dit tijdstip al gedaan. Vervolgens zijn er lange periodes zonder vleermuizen, maar bij vlagen nog wat foerageeractiviteit van zowel de gewone als ruige dwergvleermuis. Daarnaast werd drie keer een passerende laatvlieger vastgesteld, namelijk om 23:40, 23:53 en 00:00. Er werden bij dit veldbezoek geen verblijfplaatsen geconstateerd.

De Bonegraaf te Dodewaard

16

3449.02

Nader ecologisch onderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

Vijfde vleermuisonderzoek (vliegroutes en foerageergebieden) Het vijfde vleermuisonderzoek vond plaats in de avond van 24 juni 2022. Tijdens dit bezoek werd een vliegroute van gewone dwergvleermuizen vastgesteld. Gewone dwergvleermuizen komen vanaf 22:18 het bosperceel binnen vanuit het zuidelijk gelegen woongebied, foerageren hier al dan niet enige tijd en verlaten het gebied via de noordwestelijke hoek (figuur 7). Vervolgens vliegen veel exemplaren in door in westelijke richting langs een bomenrij tussen de sloot en de A15. Heen en weer vliegende exemplaren op- en afgeteld gaat het om 35 unieke exemplaren tussen 22:29 en 23:07. Foeragerende gewone dwergvleermuizen werden waargenomen ter hoogte van elk observatiepunt in de bospercelen. Het gaat hoogstens om enkele exemplaren tegelijk. De laatvlieger werd ook diverse keren vastgesteld op drie van de vier observatiepunten. De meeste activiteit werd opgemerkt in het zuidelijke deel van het projectgebied. De soort volgt de laanbomen langs het voetbalveld, de houtsingel langs het fietspad aan de rand van de woonwijk en de randen van het bosperceel. De ruige dwergvleermuis werd eveneens vastgesteld en foerageerde tussen 23:35 en 23:38 in het zuidelijke deel van het bosgebied.

Figuur 7. Vliegbewegingen (pijlen) en foerageerlocaties (gearceerde cirkels) van de gewone dwergvleermuis (rood), laatvlieger (paars) en ruige dwergvleermuis (oranje) ten opzichte van de onderzoekers (blauwe stippen).

De Bonegraaf te Dodewaard

17

3449.02

Nader ecologisch onderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

Zesde vleermuisonderzoek (kraam- en zomerverblijven) Het zesde vleermuisonderzoek werd uitgevoerd in de avond en nacht van 4 op 5 juli 2022. Tijdens het veldbezoek werden er geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Er is een vergelijkbaar beeld als tijdens het onderzoek van 10 op 11 juni. De eerste gewone dwergvleermuis verscheen om 22:09. Vervolgens was het een tijdje stil en vanaf 22:24 verschenen er meer exemplaren. Er wordt voornamelijk rond de boomkronen gefoerageerd en naderhand ook langs het bospad. De ruige dwergvleermuis wordt opnieuw om 22:40 voor het eerst waargenomen en mengt zich tussen de gewone dwergvleermuizen. De eerste laatvlieger van de avond passeerde om 22:52. Overige soorten werden niet vastgesteld. De vleermuisactiviteit neemt vanaf circa 22:55 af, maar er zijn nog steeds met enige regelmaat exemplaren aanwezig. 5.2

Steenmarter, boommarter en kleine marterachtigen Voor het onderzoek naar de boommarter, steenmarter en kleine marterachtigen zijn verschillende cameravallen, marterboxen en/of sporenbuizen geplaatst in het gebied (figuur 3 en 4). Er werd op cameraval 3 vijf keer een steenmarter waargenomen verdeeld over vier dagen. Dit was op 14 september, 16 september, 21 september en 1 oktober 2021. Gezien de aanwezigheid van de soort moet worden uitgegaan van een rust- of verblijfplaats van een exemplaar in het zuidelijk deel van het bosperceel.

Figuur 8. Steenmarter waargenomen met cameraval 3 in het zuiden van het bosperceel.

Net als de steenmarter konden de boommarter, bunzing, hermelijn en wezel worden vastgesteld met behulp van de cameravallen, maar deze soorten werden niet aangetroffen. Voor de wezel en hermelijn werd het onderzoek aangevuld door onderzoek te doen met sporenbuizen, maar dit heeft eveneens geen waarnemingen opgeleverd.

De Bonegraaf te Dodewaard

18

3449.02

Nader ecologisch onderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

5.3

Eekhoorn Voor het onderzoek naar de eekhoorn werden twee veldbezoeken afgelegd. Deze vonden plaats op 8 december, 14 maart en 14 juni 2022. Tijdens de veldbezoeken werden er geen waarnemingen gedaan van boomnesten van eekhoorns, door eekhoorns bezette vogelnesten, eekhoornnestkasten of door eekhoorns bezette boomholtes. Ook werden er geen fysieke waarnemingen gedaan. Op basis van de huidige onderzoeksinspanning kan daarom worden uitgesloten dat vaste rust- en verblijfplaatsen of het functioneel leefgebied van de eekhoorn zal worden aangetast door de werkzaamheden.

5.4

Roofvogels: Buizerd, havik, sperwer en boomvalk Voor het onderzoek naar de roofvogels werden vijf veldbezoeken afgelegd. Deze vonden plaats op 3 maart, 14 maar, 14 april, 26 april en 14 juni 2022. Eerste roofvogelonderzoek Het eerste roofvogelonderzoek werd uitgevoerd op 3 maart 2022. Tijdens dit bezoek werden de buizerd en havik niet waargenomen. Daarentegen werd er wel twee keer een sperwervrouwtje waargenomen. Tijdens de eerste waarneming vloog de sperwer richting de populieren, cirkelde daarboven en vloog weer weg. Bij de tweede waarneming vloog hetzelfde exemplaar in de richting van een boomnest, maar is daar niet geland. De tweede waarneming was kort en de sperwer vloog snel weer weg. Tweede roofvogelonderzoek Het tweede roofvogelonderzoek werd uitgevoerd op 14 maart 2022. Vlak na aankomt wordt om 10:39 een buizerd waargenomen die op een nest landt in het noordwesten van het bosperceel. De buizerd vliegt op om 10:40 en ging vervolgens in een boom nabij het nest zitten. Daarop verschijnt er om 10:43 een tweede buizerd. Beide buizerds roepen herhaaldelijk en de tweede buizerd wordt kort achterna gezeten door kraaien. De tweede buizerd bleef daarom niet lang op het terrein. Om 10:46 werd er een mannelijke sperwer waargenomen die noordoostelijke richting kwam aanvliegen en gaat in het noorden van het bosperceel in een boom langs het pad zitten.

Af en toe wordt de roep ten gehore gebracht. Om 10:49 verlaat ook de eerst waargenomen buizerd het bosperceel. Daarna werd om 10:54 een sperwervrouwtje waargenomen en beide sperwers verplaatsen zich vervolgens in zuidelijke richting over het terrein. Na 10:57 worden de sperwers niet meer waargenomen. Het vrouwtje werd als laatste gezien terwijl ze het bosperceel in oostelijke richting verlaat. Derde roofvogelonderzoek Het derde roofvogelonderzoek werd uitgevoerd op 14 april 2022. Om 10:49 kwam een sperwermannetje aangevlogen en ging op een boomtak in het zuidoosten van het projectgebied zitten. De sperwer vliegt dan vrij snel weer verder van boom naar boom en achtervolgde ook kort een zwarte kraai. Om 11:07 werd een buizerd waargenomen op het grote nest dat zich in het noordwesten van het bosperceel bevindt. Om 11:15 werd de roep van een tweede buizerd gehoord. Dit exemplaar cirkelde over het meest noordelijke gedeelte van het bos. De buizerd die op het nest zat verliet het nest en cirkelde daarna ook over de achterzijde van het bos. Dit bleven ze een paar minuten doen totdat ze uit zicht verdwenen. Vierde roofvogelonderzoek Het vierde roofvogelonderzoek werd uitgevoerd op 26 april 2022. Tijdens dit locatiebezoek werden geen waarnemingen gedaan van strikt beschermde roofvogels.

De Bonegraaf te Dodewaard

19

3449.02

Nader ecologisch onderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

Vijfde roofvogelonderzoek Het vijfde roofvogelonderzoek werd uitgevoerd op 14 juni 2022. Tijdens dit veldbezoek werd specifiek gekeken of de boomvalk aanwezig is, maar deze soort werd niet geconstateerd. Er werden echter opnieuw waarnemingen gedaan van de sperwer. Tussen 12:28 en 12:31 werd namelijk driemaal de roep van een sperwer gehoord in het midden van het projectgebied. Dit betreft het type roep dat vaak in de buurt van de nestlocaties ten gehore wordt gebracht. Om 12:32 werd een vrouwelijke sperwer gezien, zittend in een boom halverwege het bosperceel aan de westzijde. De sperwer zat echter niet in de buurt van een nest en vloog weg in zuidoostelijke richting. Overige waarnemingen en conclusie In de avondschemering voorafgaand aan het ransuilonderzoek van 24 maart 2022 werd een buizerd waargenomen op het nest in het noordwesten van het bosperceel. De buizerd heeft hier de nacht doorgebracht. Gezien deze en andere waarnemingen van de buizerd kan worden uitgegaan van een rust- of nestlocatie in de zesde populier ten zuiden van de A15, in de meest westelijke rij van het bosperceel. Voorafgaand aan het vleermuisonderzoek op 4 juli 2022 werd opnieuw een roepende sperwermannetje gehoord in het midden van het bosperceel, in de buurt van een nest. Gezien deze en eerdere waarnemingen van de sperwer wordt uitgegaan van een rust- of nestlocatie in de buurt van dit nest (figuur 9).

Figuur 9. Plekken waar zich rust- of nestlocaties van de buizerd (rode stip) en sperwer (paarse stip) bevinden. NB: De stippen zijn bij benadering weergegeven.

De Bonegraaf te Dodewaard

20

3449.02

Nader ecologisch onderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

5.5

Ransuil Voor het onderzoek naar de ransuil werden drie veldbezoeken afgelegd. Deze vonden plaats op 3 maart, 24 maart en 24 juni 2022. Tijdens het dagbezoek van 3 maart werd onder bomen met vogelnesten gezocht naar sporen, tijdens het bezoek van 24 maart op de aanwezigheid van volwassen exemplaren en tijdens het bezoek van 24 juni op zowel de aanwezigheid van volwassen exemplaren en roepende jongen. Tijdens de veldbezoeken werden echter geen waarnemingen gedaan van bezette nesten, territoriaal gedrag, paartjes of roepende jongen. Op basis van de huidige onderzoeksinspanning kan daarom worden uitgesloten dat vaste rust- en verblijfplaatsen of het functioneel leefgebied van ransuilen zal worden aangetast door de werkzaamheden.

5.6

Grote modderkruiper Uit het laboratoriumonderzoek kwam naar voren dat er in het eDNA-monster geen eDNA van de grote modderkruiper aanwezig is (zie bijlage I). De trefkans voor deze soort met behulp van de uitgevoerde eDNAtechniek is zeer hoog (circa 95%). Hieruit kan worden geconcludeerd dat het zeer aannemelijk is dat de grote modderkruiper niet in de bemonsterde watergangen voorkomen.

De Bonegraaf te Dodewaard

21

3449.02

Nader ecologisch onderzoek

6

Buro Ontwerp & Omgeving

CONCLUSIE EN ADVIES Buro Ontwerp & Omgeving heeft in opdracht van GMB Onroerend Goed B.V. een nader ecologisch onderzoek uitgevoerd aan de locatie bekend als De Bonegraaf te Dodewaard. Het onderzoek vond plaats naar aanleiding van de voorgenomen herontwikkeling van de locatie ten behoeve van een nieuw bedrijventerrein. In onderstaande tabel staat een samenvatting van de resultaten. Bij aanwezigheid van de soort is aangegeven waar deze soort is aangetroffen, welke artikelen van de Wet natuurbescherming (mogelijk) worden overtreden en welke vervolgstappen ondernomen moeten worden. Tabel 7. Samenvatting van de resultaten en vervolgstappen.

Soort Vleermuizen

Boommarter Steenmarter

Aanwezigheid Twee paarverblijven (gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis) + foerageergebied en vliegroute Eén rust- of verblijfplaats

Bunzing Hermelijn Wezel Eekhoorn Buizerd

Eén rustplaats of nestlocatie

Havik Sperwer

Eén rustplaats of nestlocatie -

Boomvalk Ransuil Grote modderkruiper

Locatie Bomen met holtes

Wnb-artikel Artikel 3.5 lid 2 en 4

Vervolgstap • Activiteitenplan • Ontheffing Wnb

Onderbegroeiing zuidzijde bosperceel Horst aan de noordwestzijde van het bosperceel Nest in het midden van het bosperceel -

Artikel 3.10 lid 1b

• Activiteitenplan • Ontheffing Wnb

Artikel 3.1 lid 2 en 4

• Activiteitenplan • Ontheffing Wnb

Artikel 3.1 lid 2 en 4 -

• Activiteitenplan • Ontheffing Wnb -

Voor het overtreden van de verbodsbepalingen uit artikel 3.1 lid 2 en 4 (buizerd en sperwer), artikel 3.5 lid 2 en 4 (vleermuizen) en artikel 3.10 lid 1b is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Deze artikelen hebben betrekking op het vernietigen van rust- of verblijfplaatsen en het verstoren van soorten. Ten behoeve van de ontheffingsaanvraag dient een activiteitenplan te worden opgesteld.

De Bonegraaf te Dodewaard

22

3449.02

Nader ecologisch onderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

Daarnaast zijn ook Wnb-artikel 3.1 lid 1 en artikel 3.5 lid 1 relevant voor deze soorten. Deze artikelen hebben betrekking op het doden en vangen van soorten. Er is echter geen ontheffing in het kader van de Wnb noodzakelijk indien mitigerende maatregelen worden getroffen en zorgvuldig wordt gehandeld. Dit dient opgenomen te worden in het activiteitenplan. Algemene diersoorten Het kan zijn dat er tijdens de werkzaamheden algemene diersoorten in het projectgebied voorkomen. Hierbij dient te allen tijde de algemene zorgplicht in acht te worden genomen (artikel 1.11 Wnb). Daarnaast dient de gedeeltelijke kap van het bosperceel plaats te vinden buiten het vogelbroedseizoen omwille van de aanwezigheid van algemene broedvogelsoorten.

De Bonegraaf te Dodewaard

23

3449.02

Nader ecologisch onderzoek

7

LITERATUURLIJST

7.1

Referenties

Buro Ontwerp & Omgeving

BIJ12 (2017ᵃ). Kennisdocument Buizerd, Buteo buteo, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12. BIJ12 (2017b). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12. Bouwens, S. (2017). Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. Zoogdiervereniging Nederland en Provincie Noord-Brabant: ’s-Hertogenbosch, Nederland. Herder, J.E., Valentini, A., Bellemain, E., Dejean, T., van Delft, J.J.C.W., Thomsen, P.F. & Taberlet, P. (2014). Environmental DNA - Toepassingsmogelijkheden voor het opsporen van (invasieve) soorten. Stichting RAVON: Nijmegen, Nederland. Veldman, J. & Troost, C. (2019). Brochure Soortenbescherming in Overijssel: Bunzing, egel, hermelijn en wezel. Provincie Overijssel: Zwolle, Nederland. SOVON Vogelonderzoek Nederland (2022a). https://stats.sovon.nl/stats/soort/7670

Ransuil.

Geraadpleegd

op

7

juni

2022

via

SOVON Vogelonderzoek Nederland (2022b). https://stats.sovon.nl/stats/soort/2690

Sperwer.

Geraadpleegd

op

7

juni

2022

via

Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2021) Vleermuisprotocol 2021, januari 2021. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl 7.2

Overige geraadpleegde bronnen Dietz, C. & Kiefer, A. (2016). Bats of Britain and Europe. Londen, Verenigd Koninkrijk: Bloomsbury Publishing. Vogelbescherming Nederland & Stichting Veldonderzoek Flora en Fauna (2007). Topografische atlas voor flora en fauna van Nederland (1e ed.). Papendrecht, Nederland: Mouthaan Grafisch Bedrijf.

De Bonegraaf te Dodewaard

24

3449.02

Nader ecologisch onderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

BIJLAGE I

De Bonegraaf te Dodewaard

25

3449.02

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12537377/1