Bijlage 14 - Beoordeling agrarische mogelijkheden
Tekst van het document
Beoordeling agrarische mogelijkheden perceel DDW00-D-1740 aan de Leigraafseweg in Hemmen
Beoordeling agrarische mogelijkheden perceel DDW00-D-1740 aan de Leigraafseweg in Hemmen
Opdrachtgever:
Ecochore natuurtechniek Ruiterweg 8 7152 DE EIBERGEN
Datum:
17 juni 2021
Status: Uitvoering:
Definitief Foreest Groen Consult B.V. Van Pallandtlaan 10 6998 AW Laag-Keppel T 0314 642221 E info@foreestgroenconsult.nl W www.foreestgroenconsult.nl
Inhoudsopgave 1 2
Inleiding .............................................................................................................................. 4 Algemene gegevens ........................................................................................................... 5 2.1 Ligging......................................................................................................................... 5 2.2 Kadastrale gegevens................................................................................................... 6 2.3 Watersysteem ............................................................................................................ 7 3 Bodem ................................................................................................................................ 8 3.1 Classificatie ................................................................................................................. 8 3.2 Samenstelling van de bodem ..................................................................................... 8 4 Landbouwkundig gebruik ................................................................................................. 10 5 Chemische analyse ...........................................................................................................
11 6 Conclusie .......................................................................................................................... 12 6.1 Bewerkbaarheid ....................................................................................................... 12 6.2 Vochtleverantie ........................................................................................................ 12 6.3 Organische stof......................................................................................................... 12 6.4 Samenvattend .......................................................................................................... 13 Literatuur .................................................................................................................................. 14 Bijlage 1 Chemische analyse .................................................................................................... 15
-3-
1
Inleiding
In opdracht van Ecochore Natuurtechniek is voor een toekomstige locatie van een zonnepark een beoordeling gemaakt van het landbouwkundige gebruik op het perceel waarop dit zonnepark is gepland. De gemeente wil deze beoordeling gebruiken bij de afweging over het toekomstige zonnepark. Niet het hele plangebied wordt als zonnepark ingericht. De beoordeling bestaat uit een bureaustudie naar gebruik en samenstelling van de bodem en een chemische analyse van de bodem. De chemische analyse is uitgevoerd door Agro-Eurofins conform de wet en regelgeving die hiervoor van toepassing is. De resultaten van deze analyse zijn bruikbaar voor de RVO aangifte. De rapportage en beoordeling zijn opgesteld door ir. M.W.P. Ariëns, werkzaam bij Foreest Groen Consult BV.
-4-
2
Algemene gegevens
2.1
Ligging
Het betreffende perceel ligt ten noorden van de A15 en Betuwelijn en wordt aan de noordzijde begrensd door de spoorlijn Elst-Tiel. Het perceel is aan drie zijden door wegen omsloten. Aan de noordzijde ligt het Stationspad met een parkeerplaats voor het station Hemmen-Dodewaard. Aan de westzijde ligt de Kerkstraat, ten zuiden van het perceel loopt de Leigraafseweg.
Afbeelding 1: ligging van het plangebied( bron www.topotijdreis)
Het gebied ligt in een komlandschap dat zich kenmerkt door een grootschalige openheid. Het gebied bestaat uit blijvend grasland en is doorsneden met sloten. In de eerder uitgevoerde quickscan is te lezen dat er kwelinvloed in de sloten aanwezig is.
-5-
2.2
Kadastrale gegevens
Het betreft één kadastraal perceel met het nummer DDW00-D-1740
Afbeelding 2: Kadastraal perceel ( bron: kadastralekaart.com)
-6-
2.3
Watersysteem
Op de legger van het waterschap rivierenland is de legger wateren geraadpleegd. Het merendeel van de sloten betreft C watergangen. Langs de Kerkstraat en het Stationspad betreft dit B watergangen en langs de Leigraafseweg loopt een A watergang. Deze waterlopen wateren af op een bredere A watergang die parallel aan de Betuwelijn is gegraven.
Afbeelding 3: ligging van watersysteem ter hoogte van het plangebied (bron: wsrivierenland.maps.arcgis.com/apps/View)
-7-
3
Bodem
3.1
Classificatie
De bodem is op de bodemkaart 1: 50.000 geclassificeerd als een Rn67C met grondwatertrap Vb. Dit is een kalkloze poldervaaggrond. De rivierkleigrond (R) is nat (n) en heeft hydromorfe kenmerken die ondieper dan 50 cm beginnen. De kleigrond bestaat uit zavel en of licht klei(6) en heeft ene profielverloop 3 en of 4 (7), de bodem is kalkloos (C) Grondwatertrap Vb heeft een gemiddeld hoogste grondwaterstand van 25-40 cm minus maaiveld en een gemiddeld laagste grondwaterstand van > 125 cm De grondwaterstand is sinds 1952 niet wezenlijk veranderd.
3.2
Samenstelling van de bodem
Bij de analyse van de bodem is ook de structuur en textuur van de bodem bepaald. Afbeelding 3 toont de structuurdriehoek. De potentiele structuur is matig. Afbeelding 4 toont de textuurdriehoek. Hieruit blijkt dat de grond tot de kleigronden behoort met een matige verkruimelbaarheid.
-8-
Afbeelding 4: structuur driehoek( Bron: analyse Eurofins)
Afbeelding 5: textuurdriehoek( Bron: analyse Eurofins)
De textuurdriehoek toont aan dat de bodem behoort tot de groep van zware kleigronden. De structuurdriehoek toont de onderlinge verhouding tussen calcium, magnesium en kalium. Hieruit blijkt dat de bodem een matige structuur heeft waardoor de verkruimelbaarheid gering is.
-9-
4
Landbouwkundig gebruik
Op topotijdreis is het landgebruik vanaf 1815 met topografische kaarten in beeld gebracht. Tot 1850 is het land leeg. Op de kaarten is geen gebruik aangegeven. Tussen 1850 en 1870 is een deel van het huidige perceel als griend in gebruik. Voor dit gebruik zijn kavelsloten gegraven. Vanaf 1871 is het perceel onafgebroken als grasland in gebruik geweest. Met een uitzondering , tussen 1998 en 2005 is op de kaarten weergegeven dat een deel van het perceel als akker in gebruik is geweest . De exacte periode kan echter korter zijn geweest omdat topografische kaarten niet jaarlijks worden bijgewerkt. Vanaf 2006 is ook dit perceel weer in gebruik als grasland.
Afbeelding 6: gebruik door de eeuwen heen( Bron: topotijdreis)
- 10 -
5
Chemische analyse
De meeste waarden zijn goed. Enkele waarden vallen op omdat deze laag of zeer laag zijn.
De C/N ratio De beschikbare kalk(Ca) De zuurgraad Koolzure kalk
De laatste drie onderdelen houden met elkaar verband De bodem is als kalkloos geclassificeerd en dit komt tot uiting in deze drie waarden. Dit betekent wel dat als men een ander gewas dan gras wil telen dat er veel kalk moet worden toegevoegd. De lage C/N ratio geeft aan dat er relatief veel stikstof vrijkomt bij de afbraak van organische stof. Bodemleven heeft hier problemen mee. Deze ratio is heel lastig bij te sturen Op basis van de analyse is voor een zestal gewassen een bemestingsadvies gegeven voor wat betreft de beschikbaarheid van nutriënten. Echte extremen komen hierbij niet in voor. De grootste gift is de hoeveelheid kalk die nodig is om de pH naar een optimaal niveau te tillen> Daarnaast moet ook een extreme hoeveelheid organische stof jaarlijks worden uitgereden om het organische stofgehalte op peil te houden.
- 11 -
6
Conclusie
6.1
Bewerkbaarheid
De bestaande bodem is moeilijk te bewerken. De verkruimelbaarheid is matig waardoor er geen goed zaaibed mogelijk is. Door de gemiddeld hoge grondwaterstanden is de bodem pas laat in het seizoen te bewerken. De kans dat de landbouwvoertuigen vast komen te zitten is bij een normale, tijdige bewerking groot. Dit geldt ook voor de oogst van gewassen die laat in het seizoen het veld verlaten. De veldperiode wordt hierdoor voor veel gewassen te kort om voldoende opbrengst te genereren.
6.2
Vochtleverantie
In de zomer periode zakt de grondwaterstand diep weg waardoor verdroging van de gewassen een reëel risico is. In de bodem is 41 mm water aanwezig. Op een zomerdag kan tot 9 mm water per dag verdampen waardoor deze voorraad in vijf dagen kan zijn opgebruikt. Nalevering vindt plaats via het grondwater en in mindere mate de sloten. De sloten dragen wel bij maar dit water moet goed over het perceel worden verdeeld. De bodem, een rivierkleigrond voorkomt een snelle verspreiding van dit aangevoerde water. Voor een goede opbrengst van alternatieve gewassen zal een beregening noodzakelijk zijn. Voor zetmeel- en consumptie raadrappelen geldt voor dit perceel een beregeningsverbod in verband met mogelijk bruinrot. Aardappelteelt valt hierdoor af. Door de grote verschillen in de grondwaterstand is de teelt van boomkwekerij gewassen in de volle grond niet goed mogelijk. Fruitgewassen die het jaarrond aanwezig zijn lopen een reëel gevaar op wortelrot door de grote verschillen in de grondwaterstanden. Het vochtleverende vermogen en de grote verschillen die jaarlijks in de grondwaterstand optreden maken de teelt van alternatieve gewassen lastig zo niet onmogelijk.
6.3
Organische stof
Uit de analyse blijkt dat het op peil houden van de organische stof vrijwel niet mogelijk is op het moment dat het bestaande grasland gebruikt wordt als akkerland. Door een eventuele omvorming zal de organische stof in de bodem versneld dalen. Een daling betekent dat de bodem minder makkelijk bewerkbaar is en minder vocht kan vasthouden. Hierdoor wordt de bodemvruchtbaarheid negatief beïnvloedt en vindt er een soort van roofbouw plaats op deze bodem die uiteindelijk kan leiden tot een volledig onvruchtbare bodem.
- 12 -
6.4
Samenvattend
Het perceel wordt op dit moment optimaal ingezet als grasland in de landbouwkundige mogelijkheden die er voor dit perceel zijn. Alleen bij grote ingrepen, die voor een deel jaarlijks onderhoud nodig hebben, is de teelt van andere gewassen beperkt mogelijk. De opbrengsten zullen echter zover achterblijven dat van een rendabele teelt geen sprake is. Alternatieven teelten, anders dan grasland, zijn op deze grond niet reëel.
- 13 -
Literatuur
Bodemkaart van Nederland 1: 50.000, Stichting bodemkartering Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de Bakker en Schelling, Stichting bodemkartering
www.boerenbunder.nl www.maps.bodemdata.nl/bodemdatanl/index.jsp www.kadastralekaart.com www.nvwa.nl/onderwerpen/plantenziekten-en-plagen/bruinrot/verbodsgebiedengebruik-oppervlaktewater www.kadastralekaart.com www.topotijdreis.nl
- 14 -
Bijlage 1 Chemische analyse
- 15 -
Rapport
BemestingsWijzer Akker-/tuinbouw leigraafseweg
Eurofins Agro Postbus 170 NL - 6700 AD Wageningen T monstername: Willy Teunissen: 0625694104 T klantenservice: 088 876 1010 E klantenservice.agro@eurofins.com I www.eurofins-agro.com
Uw klantnummer: 8984123 Foreest Groen Consult Maarten Ariëns Van Pallandtlaan 10 6998 AW LAAG KEPPEL
Onderzoek
Onderzoek-/ordernr: 756120/005417649
Datum monstername: 04-06-2021
Datum verslag: 11-06-2021
Resultaat
Eenheid
Resultaat
Streeftraject
Chemisch
N-totale bodemvoorraad kg N/ha C/N-ratio N-leverend vermogen kg N/ha
14380 9 285
3670 - 5820 13 - 17 95 - 145
S-plantbeschikbaar kg S/ha S-totale bodemvoorraad kg S/ha C/S-ratio S-leverend vermogen kg S/ha
28 1795 75 24
20 - 30 595 - 1010 50 - 75 20 - 30
P-plantbeschikbaar P-bodemvoorraad
kg P/ha kg P/ha
4,3 230
4,6 - 7,6 265 - 410
K-plantbeschikbaar K-bodemvoorraad
kg K/ha kg K/ha
165 705
175 - 280 665 - 840
Ca-plantbeschikbaar Ca-bodemvoorraad
kg Ca/ha kg Ca/ha
20 14405
185 - 425 14995 - 22490
Mg-plantbeschikbaar Mg-bodemvoorraad
kg Mg/ha kg Mg/ha
1150 2210
125 - 215 545 - 860
Na-plantbeschikbaar Na-bodemvoorraad
kg Na/ha kg Na/ha
140 185
90 - 125 60 - 85
Si-plantbeschikbaar Fe-plantbeschikbaar Zn-plantbeschikbaar Mn-plantbeschikbaar Cu-plantbeschikbaar Co-plantbeschikbaar B-plantbeschikbaar Mo-plantbeschikbaar Se-plantbeschikbaar
g Si/ha g Fe/ha g Zn/ha g Mn/ha g Cu/ha g Co/ha g B/ha g Mo/ha g Se/ha
94070 6070 2780 14580 170 30 1310 < 10 25
15190 - 65800 6330 - 11390 1270 - 1900 8100 - 12650 100 - 165 10 - 20 255 - 380 250 - 12650 8,9 - 11
5,6
6,4 - 6,7
5,4 10,3 0,52
0,45 - 0,55 2,0 - 3,0
laag
vrij laag
goed
vrij hoog hoog
Fysisch Zuurgraad (pH) C-organisch Organische stof C/OS-ratio
% %
Koolzure kalk
%
1,0
Klei (<2 µm) Silt (2-50 µm) Zand (>50 µm) Slib (<16 µm)
% % % %
48 30 11 57
Klei-humus (CEC) CEC-bezetting Ca-bezetting Mg-bezetting K-bezetting Na-bezetting H-bezetting Al-bezetting
mmol+/kg % % % % % % %
377 97 75 19 1,9 0,8 < 0,1 < 0,1
Pagina: 1 Totaal aantal pagina's: 8 Rapportidentificatie: 756120/005417649, 11-06-2021
> 349 > 95 80 - 90 6,0 - 10 2,0 - 5,0 1,0 - 1,5 < 1,0 < 1,0 Dit rapport is vrijgegeven onder verantwoording van Drs.Ing. J. van Benthum, Business Unit Manager. Op al onze vormen van dienstverlening zijn onze Algemene Voorwaarden van toepassing. Op verzoek worden deze en/of de specificaties van de analysemethoden toegezonden. Eurofins Agro Testing Wageningen BV stelt zich niet aansprakelijk voor eventuele schadelijke gevolgen voortvloeiend uit het gebruik van door of namens ons verstrekte onderzoeksresultaten en/of adviezen. Eurofins Agro Testing Wageningen BV is ingeschreven in het RvA-register voor testlaboratoria zoals nader omschreven in de erkenning onder nr. L122 voor uitsluitend de monsternemings- en/of de analysemethoden.
leigraafseweg
Resultaat
Verkruimelbaarheid Verslemping Stuifgevoeligheid
Eenheid
Resultaat
Streeftraject
rapportcijfer rapportcijfer rapportcijfer
4,1 7,5 9,1
6,0 - 8,0 6,0 - 8,0 6,0 - 8,0
Eenheid
Resultaat
Streeftraject
Vochthoudend vermogen mm
41
Microbiële biomassa mg C/kg Microbiële activiteit mg N/kg Schimmel/bacterie-ratio
1249 132 0,7
laag
vrij laag
goed
zeer goed
laag
vrij laag
goed
vrij hoog hoog
Biologisch 515 - 1545 60 - 80 0,6 - 0,9
Essentiële nutriënten Elk gewas heeft voedingsstoffen nodig. De essentiële nutriënten waar een gewas het meest van nodig heeft, zijn stikstof (N), zwavel (S), fosfaat (P), kalium (K), calcium (Ca) en magnesium (Mg). De andere essentiële nutriënten zijn de sporenelementen ijzer (Fe), zink (Zn), mangaan (Mn), koper (Cu), borium (B), molybdeen (Mo) en chloor (Cl). Een gewas heeft van sporenelementen relatief weinig nodig, maar een tekort kan bij ieder gewas opbrengst- en of kwaliteitsverlies veroorzaken. Een aantal andere nutriënten (natrium, silicium, kobalt, selenium) kunnen ook van belang zijn voor onder andere opbrengst, kwaliteit, weerbaarheid, stevigheid, vruchtbaarheid, smakelijkheid en (dier)gezondheid. Elementen kunnen elkaar ook beconcurreren. Als bijvoorbeeld de Mg-toestand 'goed' is maar de Ktoestand 'hoog' is, kan er alsnog een Mg-tekort ontstaan. De adviesgiften houden derhalve ook rekening met deze interacties.
Bemestingsadviezen en wetgeving De bemestingsadviezen streven een landbouwkundig optimale opbrengst en kwaliteit na. De adviezen houden geen rekening met restricties vanuit wetgeving. Wanneer u op bedrijfsniveau niet voldoende ruimte heeft, adviseren we de giften van de minst behoeftige gewassen te verminderen, overleg met uw adviseur.
Wetgeving
Lever de resultaten van grondonderzoek ieder jaar opnieuw in voor 15 mei van het betreffende jaar. Dat kunt u doen op www.rvo.nl/aangifte. Voor dit perceel kunt u de volgende waarden doorgeven: P-bodemvoorraad (P-Al) = 21 mg P2O5/100 g P-plantbeschikbaar (P-CaCl2) = 1,7 mg P/kg Pw-getal = 23 mg P2O5/l
Hoekpunten perceel: 174758 437082, 174606 437101, 174600 437071, 174516 437083, 174500 437029, 174503 437016, 174595 436885, 174618 436802, 174913 436742, 175190 436691, 174987 436922, 174867 437000, 174922 437065, 174758 437082
Vanwege ruimtegebrek is het mogelijk dat niet alle coordinaten van de vastgelegde hoekpunten van het perceel op dit verslag zijn weergegeven. Deze zijn echter wel opgeslagen in onze database.
Pagina: 2 Totaal aantal pagina's: 8 Rapportidentificatie: 756120/005417649, 11-06-2021
Rapport leigraafseweg
Advies in kg per ha per jaar
Frequentie
Gewas
Adviesgift
Stikstof (N)
per jaar
Zetmeelaardappelen Suikerbieten Snijmais Wintertarwe Zaaiuien Overige bonen
150 130 165 200 60 80
Sulfaat (SO3)
per jaar
Zetmeelaardappelen Suikerbieten Snijmais Wintertarwe Zaaiuien Overige bonen
0 30 18 35 0 0
60 100 73 50 63 30
Fosfaat (P2O5)
per jaar
Zetmeelaardappelen Suikerbieten Snijmais Wintertarwe Zaaiuien Overige bonen
185 170 185 165 185 185
40 55 80 90 35 -
Kali (K2O)
per jaar
Zetmeelaardappelen Suikerbieten Snijmais Wintertarwe Zaaiuien Overige bonen
75 150 300 130 170 75
150 300 130 90 -
Calcium (CaO)
per jaar
Zetmeelaardappelen Suikerbieten Snijmais Wintertarwe Zaaiuien Overige bonen
90 85 70 50 125 85
Magnesium (MgO)
per jaar
Zetmeelaardappelen Suikerbieten Snijmais Wintertarwe Zaaiuien Overige bonen
0 0 0 0 0 0
Zink (Zn)
per jaar
Zetmeelaardappelen Suikerbieten Snijmais Wintertarwe Zaaiuien Overige bonen
0 0 0 0 0 0
Mangaan (Mn)
Afvoer
Er is geen mangaangebrek te verwachten.
Koper (Cu)
per jaar
Zetmeelaardappelen Suikerbieten Snijmais Wintertarwe Zaaiuien Overige bonen
0 0 0 0 0 0
Borium (B)
per jaar
Zetmeelaardappelen Suikerbieten Snijmais Wintertarwe Zaaiuien Overige bonen
0 0 0 0 0 0
Kalk (nw)
eenmalig
9345 De kalkgift is gebaseerd op een optimale pH van 6,6 Bij toediening in de herfst niet meer dan 5 ton nw per ha/werkgang en in het voorjaar niet meer dan 3 ton nw per ha/werkgang. Het is raadzaam vaker (meerdere jaren) een kleinere gift te geven, dan een grote hoeveelheid ineen.
Effectieve org. stof
per jaar
Pagina: 3 Totaal aantal pagina's: 8 Rapportidentificatie: 756120/005417649, 11-06-2021
5915 Dit rapport is vrijgegeven onder verantwoording van Drs.Ing. J. van Benthum, Business Unit Manager. Op al onze vormen van dienstverlening zijn onze Algemene Voorwaarden van toepassing. Op verzoek worden deze en/of de specificaties van de analysemethoden toegezonden. Eurofins Agro Testing Wageningen BV stelt zich niet aansprakelijk voor eventuele schadelijke gevolgen voortvloeiend uit het gebruik van door of namens ons verstrekte onderzoeksresultaten en/of adviezen. Eurofins Agro Testing Wageningen BV is ingeschreven in het RvA-register voor testlaboratoria zoals nader omschreven in de erkenning onder nr. L122 voor uitsluitend de monsternemings- en/of de analysemethoden.
leigraafseweg
Advies Bodemstructuur Calcium (CaO) Magnesium (MgO)
Toelichting
eenmalig
2675
eenmalig
0
De resultaten en/of het advies van dit bemestingsonderzoek kunt u t/m 2024 gebruiken. Laat het perceel daarna opnieuw bemonsteren. Dan krijgt u een betrouwbaar bemestingsadvies gebaseerd op de actuele bodemtoestand.
Stikstof: Het N-advies betreft een gewasgericht jaargift. We adviseren deze N-gift - zo mogelijk - op te delen in meerdere giften. Of de vervolggift nodig is, kunt u tijdens het groeiseizoen laten controleren via ons BodemCheck onderzoek. In dit onderzoek wordt onder andere de plantbeschikbare (=minerale) N in de bodem gemeten. Voor aardappelen zijn de verschillen tussen rassen groot. Met BodemCheck kunt u in plaats van een gewasgericht advies, een rasgericht advies aanvragen.
Zwavel: Zwavel (S) komt vrij bij de afbraak van organische stof of mest. Deze afbraak vindt plaats door bodemleven. Bodemleven is onder koudere omstandigheden niet erg actief. Vroeg in het voorjaar komt er derhalve weinig S vrij uit de bodem. Voor veel vroege gewassen kan het dan ook verstandig zijn om S te bemesten, zelfs al is de bodemvoorraad goed of hoog (overleg met uw adviseur).
Fosfaat: De P-buffering is 12 . Het streeftraject ligt tussen de 17 - 27 De P-buffering geeft aan of de P-bodemvoorraad in staat is de Pplantbeschikbaar op het huidige peil te houden. Als de Pbuffering laag is, dan zal de P-plantbeschikbaar tijdens het groeiseizoen niet op peil blijven en zal op termijn ook de Pbodemvoorraad terug gaan lopen.
Pagina: 4 Totaal aantal pagina's: 8 Rapportidentificatie: 756120/005417649, 11-06-2021
Kali: Het K-getal is voor dit perceel 20 Let op: een hogere kaligift dan geadviseerd is niet zinvol voor een hoger zetmeelgehalte in zetmeelaardappelen. De afvoer van kali bij zetmeelaardappelen bedraagt 235 kg/ha.
Calcium: Het calciumadvies is - afhankelijk van de bodemtoestand - deels gewasgericht en deels bodemgericht. Het gewasgerichte CaO-bemestingsadvies (direct onder het kaliadvies) is voornamelijk bedoeld om de kwaliteit van gewassen te verbeteren. Het bodemgerichte advies is bedoeld om de bodemvoorraad van calcium op peil te brengen en zal daarnaast een positief effect hebben op de bodemstructuur (zie CEC-driehoek). Let op: mogelijk krijgt u ook een kalkgift geadviseerd. U hoeft niet meerdere keren calcium te geven; calcium uit stikstof-, fosfaaten kalkmeststoffen dient u hierop in mindering te brengen.
Bodemleven: De biologische bodemvruchtbaarheid wordt nu weergegeven via 3 kengetallen, te weten de microbiële biomassa, de microbiële activiteit en de schimmel/bacterie-ratio. Op basis van de huidige kennis wordt een waardering gegeven die afhankelijk is van de hoeveelheid organische stof. Er wordt nu nog geen advies gegeven. Via diverse onderzoeksprojecten zal er meer informatie beschikbaar komen.
Rapport leigraafseweg
Bontheid
BodemScout toont - gebaseerd op 9 jaar satellietbeelden - de structurele verschillen binnen een gewasperceel; waar deed het gewas het gemiddeld beter en waar slechter? Geeft de BodemScout aan dat uw perceel heel heterogeen is, dan kunt u eerst onderzoeken waardoor de verschillen veroorzaakt worden (zoals structuur, vochtbinding, (schadelijk) bodemleven, tekort aan nutriënten, pHtoestand) en vervolgens uw management aanpassen aan deze informatie.
Pagina: 5 Totaal aantal pagina's: 8 Rapportidentificatie: 756120/005417649, 11-06-2021
Dit rapport is vrijgegeven onder verantwoording van Drs.Ing. J. van Benthum, Business Unit Manager. Op al onze vormen van dienstverlening zijn onze Algemene Voorwaarden van toepassing. Op verzoek worden deze en/of de specificaties van de analysemethoden toegezonden. Eurofins Agro Testing Wageningen BV stelt zich niet aansprakelijk voor eventuele schadelijke gevolgen voortvloeiend uit het gebruik van door of namens ons verstrekte onderzoeksresultaten en/of adviezen. Eurofins Agro Testing Wageningen BV is ingeschreven in het RvA-register voor testlaboratoria zoals nader omschreven in de erkenning onder nr. L122 voor uitsluitend de monsternemings- en/of de analysemethoden.
leigraafseweg
Organische stof Figuur: Organische stofbalans 6815
253865 900 9,4 %
5915 10,3% Organische stof
Jaarlijks afbraakpercentage van de totale voorraad organische stof (%): 2,6
Voorraad organische stof die over 1 jaar in de bemonsterde laag nog aanwezig zal zijn als er geen (effectieve) organische stof wordt aangevoerd. Totaal benodigde aanvoer van effectieve organische stof als gevolg van afbraak van de organische stof. Aanvoer via gewasresten (gemiddeld binnen opgegeven bouwplan of gewassen). Nog aan te vullen via bijv. dierlijke mest, groenbemesters en/of compost.
Gewas(rest)
Aanvoer effectieve organische stof
Zetmeelaardappelen Suikerbieten Snijmais Wintertarwe Zaaiuien Overige bonen
875 1275 660 1640 300 650 ------900
Gemiddelde aanvoer/jaar
Bij granen gaan we uit van afvoer van stro.
De hoeveelheid effectieve organische stof die u moet aanvoeren om het huidige organisch stofgehalte te handhaven, is dusdanig hoog dat het in de praktijk niet haalbaar zal zijn dit volledig te compenseren via aanvoer van gewasresten, dierlijke mest en compost. Gezien de hoogte van het huidige organische stofgehalte zal dit meestal ook niet bezwaarlijk zijn. Om het organische stofgehalte met 0,1% te verhogen dient u een extra hoeveelheid effectieve organische stof aan te voeren van: 2530 kg per ha.
Figuur: Kwaliteit van de organische stof
Organische stof bestaat uit met name C, N, P, S. Wanneer de organische stof relatief veel N en of S bevat is dit aantrekkelijk voor bodemleven. Bodemleven vreet deze organische stof graag. Hierbij komt N en S vrij en het gehalte aan organische stof daalt licht (dynamische organische stof). Organische stof kan ook veel C bevatten. Dat is over het algemeen minder aantrekkelijk voor bodemleven. De organische stof wordt derhalve minder aangevreten door bodemleven; de organische stof is stabieler. Stabiele organische stof draagt onder andere bij aan de bewerkbaarheid van de bodem en aan de rulheid. Dynamische organische stof draagt bij aan met name het vrijkomen van N en S en is daarmee een bron van deze nutriënten voor het gewas. De kwaliteit van de organische stof is (geleidelijk) aan te passen door onder andere te letten op de eigenschappen van bodemverbeteraars als dierlijke mest, compost en gewasresten.
Fysisch
De beoordeling van de potentiële structuur wordt gedaan op basis van de verhouding tussen calcium, magnesium en overige kationen aan het klei-humuscomplex. Uiteraard is de werkelijke structuur ook afhankelijk van weersomstandigheden en vochttoestand van de bodem tijdens berijden en bewerken en de zwaarte van machines.
Figuur: Structuurdriehoek
optimale structuur goede structuur matige structuur zeer matige structuur slechte structuur huidige situatie van dit perceel
Pagina: 6 Totaal aantal pagina's: 8 Rapportidentificatie: 756120/005417649, 11-06-2021
Rapport leigraafseweg
Fysisch
Figuur: Textuurdriehoek
Naast klei (lutum), worden ook de silt- en zandfracties weergegeven. Klei is kleiner dan 2 micrometer (µm), siltdeeltjes zijn 2-50 µm en zanddeeltjes groter dan 50 µm. De onderlinge verdeling van bodemdeeltjes wordt onder andere gebruikt om het verslempingsrisico van een bodem in te schatten. Bij verslemping wordt de bodem dichtgesmeerd met kleinere deeltjes (klei en silt). Een heel eenzijdige verdeling (bijvoorbeeld hoofdzakelijk zand- of kleideeltjes) levert het minste risico van slemp op. Bij 10-20% klei is het risico op slemp het grootst.
De verkruimelbaarheid - onderlinge binding tussen de bodemdeeltjes - is niet optimaal. De maatregelen om de verkruimelbaarheid te verbeteren zijn divers. Overleg met uw voorlichter. Gezien het resultaat is de kans op verslemping klein.
Figuur: Waterretentiecurve De hoeveelheid plant beschikbaar water in de bemonsterde laag is 41 mm, dit is wat u maximaal zou moeten beregenen. Alles wat u meer geeft spoelt af van het perceel of zakt naar diepere lagen. Als het vochtgehalte van het perceel daalt hebben gewassen moeite om voldoende water op te nemen, de grens ligt bij pF 3,3. Wanneer u het vochtgehalte kan bepalen, begin dan met beregenen als het vochtgehalte van dit perceel op 39,2 % vocht zit en geef dan 26 mm. Het actuele vochtgehalte kan bepaald worden door een vochtsensor of verzamel grond van een tiental plekken in het perceel. Meet het gewicht van de vochtige grond en het gewicht van de grond na 24 uur drogen, het verschil tussen de twee is een indicatie van het vochtgehalte van het perceel.
Contact & info Bemonsterde laag: Grondsoort: Monster genomen door: Contactpersoon monstername: Bemonsteringsmethode: Specificatie oppervlakte:
0 - 25 cm Klei Eurofins Agro, Thijmen Schouten Willy Teunissen: 0625694104 W-patroon, min. 40 steken; volgens Eurofins Agro standaard MIN 1000 Q Groot perceel, 3-5 ha
Na verzending van dit verslag wordt, indien de aard en de onderzoeksmethode van het monster dit toelaat, het monster nog twee weken bij Eurofins Agro voor u bewaard. Binnen deze tijd kunt u eventueel reclameren en/of aanvullend onderzoek aanvragen.
Pagina: 7 Totaal aantal pagina's: 8 Rapportidentificatie: 756120/005417649, 11-06-2021
Dit rapport is vrijgegeven onder verantwoording van Drs.Ing. J. van Benthum, Business Unit Manager. Op al onze vormen van dienstverlening zijn onze Algemene Voorwaarden van toepassing. Op verzoek worden deze en/of de specificaties van de analysemethoden toegezonden. Eurofins Agro Testing Wageningen BV stelt zich niet aansprakelijk voor eventuele schadelijke gevolgen voortvloeiend uit het gebruik van door of namens ons verstrekte onderzoeksresultaten en/of adviezen. Eurofins Agro Testing Wageningen BV is ingeschreven in het RvA-register voor testlaboratoria zoals nader omschreven in de erkenning onder nr. L122 voor uitsluitend de monsternemings- en/of de analysemethoden.
leigraafseweg
Methode Analyse resultaten
Resultaat Eenheid Methode N-totale bodemvoorraad 5680 mg N/kg Em: NIRS (TSC®) S-plantbeschikbaar 11,2 mg S/kg Em: CCL3(PAE®) S-totale bodemvoorraad 710 mg S/kg Em: NIRS (TSC®) P-plantbeschikbaar 1,7 mg P/kg Em: CCL3(PAE®) P-bodemvoorraad 21 mg P2O5/100 g PAL1: Gw NEN 5793 K-plantbeschikbaar 66 mg K/kg Em: CCL3(PAE®) K-bodemvoorraad 7,1 mmol+/kg Em: NIRS (TSC®) Ca-plantbeschikbaar 0,1 mmol Ca/l Em: NIRS (TSC®) Ca-bodemvoorraad 284 mmol+/kg Em: NIRS (TSC®) Mg-plantbeschikbaar 455 mg Mg/kg Em: CCL3(PAE®) Mg-bodemvoorraad 71,9 mmol+/kg Em: NIRS (TSC®) Na-plantbeschikbaar 56 mg Na/kg Em: CCL3(PAE®) Na-bodemvoorraad 3,2 mmol+/kg Em: NIRS (TSC®) Si-plantbeschikbaar 37170 µg Si/kg Em: CCL3(PAE®) Fe-plantbeschikbaar 2400 µg Fe/kg Em: CCL3(PAE®) Zn-plantbeschikbaar 1100 µg Zn/kg Em: CCL3(PAE®) Mn-plantbeschikbaar 5760 µg Mn/kg Em: CCL3(PAE®) Cu-plantbeschikbaar 68 µg Cu/kg Em: CCL3(PAE®) Co-plantbeschikbaar 11 µg Co/kg Em: CCL3(PAE®) B-plantbeschikbaar 517 µg B/kg Em: CCL3(PAE®) Mo-plantbeschikbaar <4 µg Mo/kg Em: CCL3(PAE®) Se-plantbeschikbaar 10 µg Se/kg Em: CCL3(PAE®) Zuurgraad (pH) 5,6 Em: NIRS (TSC®) C-organisch 5,4 % Em: NIRS (TSC®) Organische stof 10,3 % Em: NIRS (TSC®) C-anorganisch 0,12 % Em: NIRS (TSC®) Koolzure kalk 1,0 % Klei (<2 µm) 48 % Em: NIRS (TSC®) Silt (2-50 µm) 30 % Em: NIRS (TSC®) Zand (>50 µm) 11 % Em: NIRS (TSC®) Klei-humus (CEC) 377 mmol+/kg Em: NIRS (TSC®)
Microbiële biomassa 1249 mg C/kg Em: NIRS (TSC®) Microbiële activiteit 132 mg N/kg Em: NIRS (TSC®) Schimmel biomassa 382 mg C/kg Em: NIRS (TSC®) Bacteriële biomassa 582 mg C/kg Em: NIRS (TSC®) De op pagina 1 en 2 bij Resultaat vermelde waarden zijn berekend uit bovenstaande analyseresultaten. Q Methode geaccrediteerd door RvA Em: Eigen methode, Gw: Gelijkwaardig aan, Cf: Conform P-bodemvoorraad Deze analyse is in duplo uitgevoerd. De resultaten zijn weergegeven in droge grond. Alle verrichtingen zijn binnen de gestelde houdbaarheidstermijn tussen monstername en analyse uitgevoerd. Het monster is geanalyseerd in het Eurofins Agro laboratorium in Wageningen, tenzij anders is vermeld. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op het in behandeling genomen materiaal op 07-06-2021
Pagina: 8 Totaal aantal pagina's: 8 Rapportidentificatie: 756120/005417649, 11-06-2021
RvA Q Q Q Q Q
Q Q
Q Q Q Q
Q Q