Bijlage 13 - Ontwerp-watervergunning RWS
Tekst van het document
Rijkswaterstaat OostNederland
RWS INFORMATIE
Eusebiusbuitensingel 66 6828 HZ Arnhem Postbus 2232 3500 GE Utrecht T 088 797 49 00 Datum Nummer Onderwerp
7 mei 2024 RWS-2024/ONTWERP RWSZ2023-00016781, watervergunning aan SoliNoor B.V. voor een drijvend zonnepanelenpark en inrichtingselementen aan de rechteroever van de Waal nabij kmr 905.000 in de gemeente Neder-Betuwe
www.rijkswaterstaat.nl
Inhoudsopgave 1.
Aanhef…………………………………………………………………………………..3
2.
Besluit……………………………………………………………………………………6
3.
Voorschriften………………………………………………………………………….7
3.1
Algemene voorschriften ...................................................................... 7 3.1.1 Plaatsbepaling werken ............................................................... 7 3.1.2 Ongewoon voorval .................................................................... 7 3.1.3 Aanvang en voltooiing van de werkzaamheden ............................. 8 3.1.4 Aanwezigheid vergunning op het werk ......................................... 8 3.1.5 Contactpersoon ......................................................................... 8 Voorschriften voor het gebruik maken van een rijkswaterstaatswerk en/of een bijbehorende beschermingszone .................................................... 9 3.2.1 Beheer en Onderhoud .............................................................. 9 3.2.2 Technische voorschriften ........................................................... 9 3.2.3 Monitoring waterkwaliteit ........................................................... 9 Voorschriften activiteiten in en tegen de zomerkade en de beschermingszone van de primaire waterkring .................................... 10 3.3.1 Algemene voorschriften specifiek voor waterkeringen .................. 10 3.3.2 Het maken van een aanberming tegen het binnen talud van de zomerkade en tegen het buitentalud van de primaire waterkering.
10 3.3.3 het plaatsen van een vogelscherm in de waterkering ................... 11 3.3.4 Het aanbrengen van afrastering op een waterkering .................... 11
3.2
3.3
4.
Aanvraag ............................................................................................................. 12
4.1 4.2 4.3
Algemeen ....................................................................................... 12 Handelingen waarvoor vergunning wordt aangevraagd ......................... 12 Beschrijving van het oppervlaktewaterlichaam waarin de handelingen plaatsvinden ................................................................................... 13
5
Toetsing van de aanvraag aan de doelstellingen van het waterbeheer ........................................................................................................ 14
RWS INFORMATIE
Pagina 1 van 27
RWS INFORMATIE
5.1
5.2
Beoordeling voor wat betreft het gebruik maken van een rijkswaterstaatswerk en/of bijbehorende beschermingszone ................. 15 5.1.1 Regelgeving en beleid ............................................................. 15 5.1.2 Overwegingen t.a.v. de beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste (veiligheid en waterkwantiteit) ....................... 17 5.1.3 Overwegingen t.a.v. de bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen (waterkwaliteit) ...................................................................... 21 5.1.4 Overwegingen t.a.v. de maatschappelijke functievervulling door watersystemen ....................................................................... 22 Beoordeling het gebruik maken van een zomerkade en beschermingszone van de primaire waterkering ............................................................. 22
Rijkswaterstaat Oost Nederland Datum 7 mei 2024 Nummer RWS-2024/ONTWERP
6
Procedure ............................................................................................................ 23
6.1 6.2
Algemeen ....................................................................................... 23 Voorbereiding in verband met samenloop van bevoegdheden................ 24
7.
Conclusie ............................................................................................................. 24
8.
Ondertekening..................................................................................................... 24
9.
Mededelingen ...................................................................................................... 25
Bijlage 1, Begripsbepalingen ....................................................................................... 26 Bijlage 2, Tekeningen .................................................................................................. 27 Bijlage 3, Notitie .......................................................................................................... 27
RWS INFORMATIE
Pagina 2 van 27
RWS INFORMATIE
Rijkswaterstaat Oost Nederland
1. Aanhef
Datum 7 mei 2024
De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft op 8 november 2023 een aanvraag ontvangen van SoliNoor B.V. om een vergunning als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Waterwet (Wtw) voor het verrichten van handelingen in een watersysteem.
Nummer RWS-2024/ONTWERP
De aanvraag betreft: 1.1 het gebruik maken van het rijkswaterstaatswerk de Waal of de daartoe behorende beschermingszone door, anders dan in overeenstemming met de functie, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder werkzaamheden te verrichten, werken te maken of te behouden, dan wel vaste substanties of voorwerpen te storten, te plaatsen of neer te leggen, of deze te laten staan of liggen, te weten 1. beheren van een gebied als kruiden & faunarijk grasland; 2. behouden van een natuurlijke oever; 3. het aanbrengen en behouden van drijvende zonnepanelen met daaronder biohutten; 4. het aanbrengen van rasters ten behoeve van toegang tot de zandige oever; 5. behouden van een strandje 6. behouden van oever t.b.v. vissers; 7. een vogelkijkwand op een aanberming; 8. een bankje; 9. speeltoestellen; 10. afrastering t.b.v. een hondenlosloopveld; 11. opruimacties; 12.
trappen; op de diverse percelen aan de rechteroever van de Waal nabij kmr 905.000 in de gemeente Neder-Betuwe; en/of 1.2 het ter plaatse van de Waalbandijk en de Oude Veerweg in Ochten aanbrengen van grond tegen de zomerkade 430492/01 (maatregel 7) en de primaire waterkering, nabij dijkbaal DT111; het plaatsen en hebben van een vogelscherm en een afrastering (maatregel 7) in de zomerkade 430492/01 en in de beschermingszone van de primaire waterkering, nabij dijkpaal DT111; het plaatsen en hebben van een afrastering met toegangspoort voor een honden uitlaatplaats (maatregel 10-12) in de beschermingszone van de primaire waterkering, nabij dijkpaal DT116; het plaatsen en hebben van een raster (maatregel 4) in de beschermingszone van de zomerkader 430492/01. De aanvraag heeft betrekking op (een) handeling(en) ten aanzien waarvan meer dan één bestuursorgaan bevoegd is. Waterschap Rivierenland is bevoegd gezag voor handelingen in en tegen de zomerkade en in de beschermingszone van de primaire waterkering.
RWS INFORMATIE
Pagina 3 van 27
RWS INFORMATIE
De minister van Infrastructuur en Waterstaat is bevoegd gezag voor werken in het rijkswaterstaatswerk de Waal. Conform artikel 6.17 Wtw wordt de aanvraag in behandeling genomen door de minister van Infrastructuur en Waterstaat, die in dit geval het hoogste bevoegd gezag is. Het mede betrokken bestuursorgaan is in de gelegenheid gesteld advies te geven met betrekking tot de aanvraag van de vergunning, voor zover deze betrekking heeft op handelingen in en tegen de zomerkade en in de beschermingszone van de primaire waterkering.
Rijkswaterstaat Oost Nederland Datum 7 mei 2024 Nummer RWS-2024/ONTWERP
De aanvraag is geregistreerd onder zaaknummer RWSZ2023-00016781. De aanvrager is bij brief van 8 januari 2024, nummer RWS-2024/766 schriftelijk op de hoogte gebracht van het feit dat de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) nog onvoldoende gegevens of bescheiden bevat om deze in behandeling te kunnen nemen en is in de gelegenheid gesteld om de ontbrekende gegevens of bescheiden voor 5 februari 2024 aan de aanvraag toe te voegen. De ontbrekende gegevens zijn op 5 februari 2024 ontvangen. De aanvrager is bij brief van 8 maart 2024, nummer RWS-2024/12147 schriftelijk op de hoogte gebracht van het feit dat de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) nog onvoldoende gegevens of bescheiden bevat om deze in behandeling te kunnen nemen en is in de gelegenheid gesteld om de ontbrekende gegevens of bescheiden voor 28 maart 2024 aan de aanvraag toe te voegen. De ontbrekende gegevens zijn op 29 maart 2024 ontvangen. Bij deze aanvulling zijn de aangevraagde trappen (maatregel 12) uit de aanvraag gehaald. De aanvraag omvat na aanvulling de volgende stukken: aanvraagformulier, OLO aanvraagnummer 8183123, d.d.
08-11-2023; bijlage 1 Visieboek, Zonnewaal Ochten; bijlage 2 Uitwerking Groene Ontwikkelingszone Gouveneurspolder, Ochten; bijlage 3, Natuurtoets zonne-eiland Gouveneurspolder Ochten, Sovonrapport 2023/86; bijlage 4 Aerius calculator, projectberekening, d.d. 07 november 2023; bijlage 4.1 memo berekening stikstofdepositie drijvend zonnepark ZonneWaal, d.d. 31 januari 2024; bijlage 5, digitale watertoets, d.d. 14-09-2023; bijlage 6, eindverslag participatie & communicatie drijvend zonne-eiland Zonnewaal Ochten; bijlage 7, Zonne-Eiland Zonnewaal, technische uitwerking, d.d. 28 maart 2023; bijlage 7.1, Ochten, legplan, d.d. 26-03-2024;
RWS INFORMATIE
Pagina 4 van 27
RWS INFORMATIE
-
-
-
-
-
bijlage 8, Rapport uitgangspunten rapportage verankering drijvende zonnepanelen park Ochten, rapportnummer SB01-2023-037-v1, d.d. 30-102023; bijlage 9, memo brandveiligheid, Uitgangspunten brandveiligheid drijvend zonnepark Zonnewaal, Ochten, referentie brandveiligheid231017, d.d. 31 januari 2024; bijlage 9.1, datasheet Zimmermann; bijlage 9.2, datasheet Sungrow; bijlage 9.3, datasheet FEAG; bijlage 9.4, datasheet DMEGC; bijlage 9.5, luchtfoto locatie brandweer bijlage 9.6, overzichtskaart uitschakeling spanningvoerende delen; bijlage 10, rapport V&G-Plan Ontwerpfase Drijvend Zonnepark Zonnewaal, Ochten, d.d. 23-10-2023; bijlage 11, melding activiteitenbesluit, 18-10-2023; bijlage 12, notitie drijvend zonnepark Zonnewaal Ochten, riverkundig expert judgement, d.d. 6 november 2023; bijlage 13, memo Toets Waterkwaliteit Zonnepark Gouveneurspolder Ochten, versie 3, referentie TWK301122, d.d. 28 maart 2024; bijlage 13a, Effecten op waterkwaliteit zonne-eiland Hetersche Waarden, Toepassing Stowa rapport 2018-73 Handreiking voor vergunningverlening drijvende zonneparken op water, versie 3- 28 maart 2024; bijlage 14, brief Excluton, initiatief drijvend zonnepark voor eigen verbruik duurzame elektriciteit; bijlage 14.1, intentieovereenkomst voor de ontwikkeling van duurzame energieprojecten, SoliNoor B.V.
en Excluton B.V.; bijlage 16 Notitie nadere duiding scope aanvraag vergunning, projectnummer 230201, d.d. 28 maart 2024; bijlage 16.1,Maatregel 7, inpassingsmaatregelen, tek. nr. 1554 012 0 blad 1, d.d. 02-02-2024; bijlage 16.2, Maatregel 7 , inpassingsmaatregelen, tek. nr. 1554 012 0 blad 1a, d.d. 02-02-2024; bijlage 16.3, Maatregel 10 en 12, Zonnewaal Ochten, inpassingsmaatregelen, tek. nr. 1554 012 0 blad 2, wijz. 1 d.d. 01-032024; bijlage 16.4, Maatregel 8, inpassingmaatregelen, tek. nr. 1554 012 0 blad 3, d.d. 02-02-2024; bijlage 16.5, Maatregel 8 en 9, Zonnewaal Ochten, inpassingsmaatregelen, tek.nr. 1544 012 0 blad 4, wijz. 1 d.d. 22-03-2024; bijlage 16.6, Maatregel 4, inpassingamaatregelen, tek. nr. 1554 012 0 blad 5, d.d. 02-02-2024; Zonne-eiland Zonnewaal Gouvenreurspolder Ochten, Ruimtelijke onderbouwing, versie 28-3-2024. Reactienota Aanvullende vragen waterwetvergunning RWSZ202300016781, d.d. 5 februari 2024
RWS INFORMATIE
Rijkswaterstaat Oost Nederland Datum 7 mei 2024 Nummer RWS-2024/ONTWERP
Pagina 5 van 27
RWS INFORMATIE
-
Reactienota Aanvullende vragen waterwetvergunning RWSZ202300016781, d.d. 28 maart 2024.
De aanvraag heeft mede betrekking op activiteiten die niet vergunningplichtig zijn te weten: 1 beheren van een gebied als kruiden & faunarijk grasland; 2 behouden van een natuurlijke oever; 5 behouden van een strandje 6 behouden van oever t.b.v. vissers; 8 een bankje; 9 speeltoestellen; 11 opruimacties De aanvraag is voor dat deel buiten behandeling gelaten.
Rijkswaterstaat Oost Nederland Datum 7 mei 2024 Nummer RWS-2024/ONTWERP
2. Besluit Gelet op de bepalingen van de Waterwet, het Waterbesluit, de Waterregeling, keur van Waterschap Rivierenland 2014, de Algemene wet bestuursrecht en de hieronder vermelde overwegingen besluit de minister van Infrastructuur en Waterstaat als volgt: I.
De gevraagde vergunning als bedoeld in artikel 6.5 van de Waterwet, juncto artikel 6.12, eerste lid van het Waterbesluit en artikel 3.2 van de Keur van Waterschap Rivierenland 2014 aan SoliNoor B.V. te verlenen voor: 1.1 het gebruikmaken van het rijkswaterstaatswerk de Waal of de daartoe behorende beschermingszone door, anders dan in overeenstemming met de functie, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder werkzaamheden te verrichten, werken te maken of te behouden, dan wel vaste substanties of voorwerpen te storten, te plaatsen of neer te leggen, of deze te laten staan of liggen te weten - het aanbrengen en behouden van drijvende zonnepanelen met daaronder biohutten; op de diverse percelen aan de rechteroever van de Waal nabij kmr 905.000 in de gemeente Neder-Betuwe; 1.2 het ter plaatse van de Waalbandijk en de Oude Veerweg in Ochten - aanbrengen van grond tegen de zomerkade 430492/01 (maatregel 7) en de primaire waterkering, nabij dijkbaal DT111; - het plaatsen en hebben van een vogelscherm en een afrastering (maatregel 7) in de zomerkade 430492/01 en in de beschermingszone van de primaire waterkering, nabij dijkpaal DT111; - het plaatsen en hebben van een afrastering met toegangspoort voor een honden uitlaatplaats (maatregel 10-12) in de beschermingszone van de primaire waterkering, nabij dijkpaal DT116;
RWS INFORMATIE
Pagina 6 van 27
RWS INFORMATIE
-
II.
het plaatsen en hebben van een raster (maatregel 4) in de beschermingszone van de zomerkade 430492/01.
Rijkswaterstaat Oost Nederland Datum 7 mei 2024 Nummer RWS-2024/ONTWERP
De vergunning, voor de drijvende zonnepanelen met daaronder biohutten te verlenen voor een periode van 25 jaar, gerekend vanaf het moment dat begonnen wordt met de aanleg van de werken.
III. Aan de vergunning de volgende voorschriften te verbinden met het oog op de in artikel 2.1 van de Waterwet genoemde doelstellingen. Voor een toelichting op de in deze vergunning vermelde begrippen wordt verwezen naar bijlage 1 van deze vergunning. 3. Voorschriften 3.1 Algemene voorschriften 3.1.1 Plaatsbepaling werken De werken dienen te worden gemaakt en behouden ter plaatse zoals is aangegeven op de bij deze beschikking behorende tekeningen: bijlage 7.1, Ochten, legplan, d.d. 26-03-2024; bijlage 16.1,Maatregel 7, inpassingsmaatregelen, tek. nr. 1554 012 0 blad 1, d.d. 02-02-2024; bijlage 16.2, Maatregel 7 , inpassingsmaatregelen, tek. nr. 1554 012 0 blad 1a, d.d. 02-02-2024; bijlage 16.3, Maatregel 10 en 12, Zonnewaal Ochten, inpassingsmaatregelen, tek. nr. 1554 012 0 blad 2, wijz. 1 d.d. 01-03-2024. 3.1.2
Ongewoon voorval
1.
Indien zich een ongewoon voorval voordoet of heeft voorgedaan, dienen onmiddellijk maatregelen te worden getroffen die redelijkerwijs kunnen worden verlangd, om nadelige gevolgen zoveel mogelijk te beperken en ongedaan te maken ten aanzien van: het veilig en doelmatig gebruik van het oppervlaktewaterlichaam of bijbehorende kunstwerken overeenkomstig de daaraan toegekende functies, de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam. 2. De vergunninghouder meldt een dergelijk ongewoon voorval zo spoedig mogelijk aan de waterbeheerder via het alarmnummer van Rijkswaterstaat Oost-Nederland. Het alarmnummer is 24 uur per dag bereikbaar onder telefoonnummer 088-7985001. 3. De vergunninghouder verstrekt aan de waterbeheerder tevens, zodra zij bekend zijn, de gegevens met betrekking tot: De oorza(a)k(en) van het voorval en de omstandigheden waaronder het voorval zich heeft voorgedaan; Andere gegevens die van belang zijn om de aard en ernst van de gevolgen voor het waterstaatswerk van het voorval te kunnen beoordelen;
RWS INFORMATIE
Pagina 7 van 27
RWS INFORMATIE
4.
De maatregelen die zijn genomen of worden overwogen om de gevolgen van het voorval te voorkomen, te beperken en/of ongedaan te maken. Zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen 1 maand na een dergelijk ongewoon voorval, moet de vergunninghouder aan de waterbeheerder informatie verstrekken over de maatregelen die worden overwogen om te voorkomen dat een zodanig voorval zich nogmaals kan voordoen.
Rijkswaterstaat Oost Nederland Datum 7 mei 2024 Nummer RWS-2024/ONTWERP
3.1.3 Aanvang en voltooiing van de werkzaamheden 1.
2.
3.
4.
5. 6.
Ten minste 5 werkdagen voordat met de werkzaamheden wordt begonnen moet de vergunninghouder dit melden bij de waterbeheerder en de toezichthouder van de waterkeringbeheerder. Als de uitvoering van de werken waarvoor deze vergunning is verleend niet uiterlijk drie jaar na dagtekening van deze watervergunning is gestart, kan deze vergunning geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken. De vergunninghouder is verplicht de redelijkerwijs mogelijke maatregelen te nemen om schade aan eigendommen van het waterschap en/of derden, als gevolg van het gebruik van deze vergunning, te voorkomen. De vergunninghouder moet de werkzaamheden binnen de beschermingszone van de waterkering zonder onderbreking uitvoeren. Daarbij moeten alle aanwijzingen, gegeven door de toezichthouder van de waterkeringbeheerder, onmiddellijk worden opgevolgd. Indien het werk gereed is, moet dit uiterlijk binnen 5 werkdagen gemeld worden aan de waterbeheerder en de waterkeringbeheerder. De meldingen, genoemd in lid 1 en 5, kunnen per email gericht worden aan: Waterbeheerder: on-handhaving@rws.nl, onder vermelding van het zaaknummer RWSZ2023-00016781 Waterkeringbeheerder:
3.1.4 Aanwezigheid vergunning op het werk Als de vergunninghouder, of degene die deze werkzaamheden uitvoert, met het werk bezig is, moet de vergunning (of een kopie) ervan, op het werk aanwezig zijn. De vergunninghouder moet ervoor zorgen dat degene die de werkzaamheden uitvoert, op de hoogte is van de voorschriften uit de vergunning. 3.1.5 Contactpersoon 1
2
3
De vergunninghouder is verplicht één of meer personen aan te wijzen die in het bijzonder belast is (zijn) met de naleving van het bij deze vergunning bepaalde, waarmee door of namens de waterbeheerder in spoedgevallen overleg kan worden gevoerd. De vergunninghouder deelt schriftelijk binnen veertien dagen nadat deze vergunning in werking is getreden aan de waterbeheerder mee, wat de contactgegevens zijn (naam, adres telefoonnummer en e-mailadres) van degene(n) die door of vanwege hem is (zijn) aangewezen. Wijzigingen moeten binnen 14 dagen schriftelijk aan de waterbeheerder worden gemeld.
RWS INFORMATIE
Pagina 8 van 27
RWS INFORMATIE
3.2
3.2.1
Voorschriften voor het gebruik maken van een rijkswaterstaatswerk en/of een bijbehorende beschermingszone
Rijkswaterstaat Oost Nederland Datum 7 mei 2024 Nummer RWS-2024/ONTWERP
Beheer en Onderhoud
De op grond van deze vergunning aanwezige werken moeten in goede staat worden onderhouden. 3.2.2 Technische voorschriften 1. De werken moeten zodanig worden geconstrueerd/uitgevoerd dat de bestaande waterbouwkundige constructies / oevers ter plaatse niet worden verzwakt. 2. De vergunninghouder moet er voor zorgdragen dat de drijvende zonnepanelen deugdelijk vastgelegd worden zodat deze bij alle te verwachten waterstanden ter plaatse blijven liggen, danwel tijdig worden verwijderd. 3.2.3 Monitoring waterkwaliteit 1. Tenminste 6 weken voor aanleg van de drijvende zonnepanelen dient een monitoringsplan ter goedkeuring worden voorgelegd aan de waterbeheerder, onder kenmerk RWSZ2023-00016781 via e-mail on-vergunningen@rws.nl. 2. Voordat de drijvende zonnepanelen worden aangelegd dient de vergunninghouder te beschikken over een door de waterbeheerder goedgekeurd monitoringsplan. 3.
Het onder lid 1 genoemde monitoringsplan dient tenminste te bevatten: een beschrijving van de wijze en de frequentie waarop de effecten gedurende het gebruik van de vergunning worden gemeten en vastgelegd; een beschrijving van de wijze en frequentie waarop/waarin deze gegevens met het bevoegd gezag worden gedeeld; de meting heeft tenminste betrekking op de waterkwaliteitsparameters: o onderwaterlicht o troebelheid o watertemperatuur o opgeloste zuurstof o chlorofyl-a o lokale metreologie: luchttemperatuur, windsnelheid, globale straling, bewoningsgraad, relatieve luchtvochtigheid op basis van de gegevens van het KNMI weerstation Herwijnen. 4. De vergunninghouder is gehouden aan het monitoren conform het onder lid 1 en 2 bedoelde monitoringsplan gedurende de periode waarin de vergunning gebruikt wordt. Na 5 jaar zal een evaluatie van de monitoringsresultaten plaatsvinden. Indien de monitoringsresultaten daartoe aanleiding geven kan het monitoringsplan, in overleg met de waterbeheerder, tussentijds worden gewijzigd.
RWS INFORMATIE
Pagina 9 van 27
RWS INFORMATIE
Rijkswaterstaat Oost Nederland
5.
Datum 7 mei 2024
De vergunninghouder is gehouden aan het delen van de monitoringsgegevens met de waterbeheerder gedurende de periode waarin de vergunning gebruikt wordt. De monitoringsgegevens kunnen via e-mail worden gestuurd naar onvergunningen@rws.nl onder kenmerk RWSZ2023-00016781.
Nummer RWS-2024/ONTWERP
3.3 Voorschriften activiteiten in en tegen de zomerkade en de beschermingszone van de primaire waterkring 3.3.1 Algemene voorschriften specifiek voor waterkeringen 1. Tussen 15 oktober en 1 april mogen in en op de waterkering en/of bijbehorende beschermingszones geen werkzaamheden worden uitgevoerd. 2. Bij hoge rivierwaterstanden kan het nodig zijn dat de werkzaamheden tussentijds worden stilgelegd. De toezichthouder van de waterkeringbeheerder zal de vergunninghouder in dat geval daarvan op de hoogte stellen. Ook kan hij de vergunninghouder voorschrijven extra maatregelen te nemen om de waterkering te beschermen. 3. De vergunninghouder mag de kruin en/of het talud van de waterkering niet gebruiken als opslagplaats of stallingsplaats. 3.3.2 Het maken van een aanberming tegen het binnen talud van de zomerkade en tegen het buitentalud van de primaire waterkering 1. Voordat de aanberming wordt aangebracht, moet de bovenliggende grasmat worden verwijderd. 2. Aan een grastalud worden de volgende eisen gesteld: de klei op het buitentalud moet erosiebestendigheid categorie 1 klei zijn, met een lutum percentage tussen 25%-37%; het talud moet worden ingezaaid met een graszaadmengsel, type D1, in een hoeveelheid van 40-70 kg/ha. 3. De verharding (grasbeton en stelconplaten) die op de aanberming wordt gemaakt, mag de afwatering van het wegdek op de waterkering niet hinderen. 4.
De afwerking van de dijk moet uiterlijk voor 15 oktober van het jaar van de uitvoering volledig klaar zijn. Als de grasmat of taludbescherming op 15 oktober nog niet hersteld is, moet het profiel van de dijk tegen hoogwater worden beschermd. Het nog niet herstelde dijktalud moet worden voorzien van een winterkrammat of een PE80 kunststofdoek. Deze doek/mat moet reiken tot minimaal 5 meter links en rechts van het nog niet herstelde gedeelte. Aan de onder zijde moet de mat/doek reiken tot minstens 4,0 meter uit de buitenteen van de dijk. De mat/doek moet tot 1 april van het daaropvolgende jaar blijven liggen. 5. Vergunninghouder is verplicht om de aanberming te onderhouden. Bij een grastalud moet het talud minimaal tweemaal per jaar worden gemaaid. De eerste keer in de tweede helft van juni en de tweede keer de eerste helft van september. De toezichthouder van de waterkeringbeheerder kan hierover andere aan wijzingen geven. Het maaisel moet worden afgevoerd.
RWS INFORMATIE
Pagina 10 van 27
RWS INFORMATIE
3.3.3 het plaatsen van een vogelscherm in de waterkering 1. Het vogelscherm inclusief fundering moet op de aanberming worden geplaatst. Voor het plaatsen van de fundering van het vogelscherm mag dus geen grond worden ontgraven of worden losgemaakt. 2. Het vogelscherm mag niet op het talud van de waterkering worden aangebracht. 3. Het vogelscherm moet zodanig worden geplaatst dat de bekleding van het talud niet wordt aangetast door bijvoorbeeld schaduwwerking. 4. Als het nodig is voor de uitvoering van de dijkverbetering of andere werkzaamheden aan de dijk, moet de vergunninghouder voor eigen rekening voor het verplaatsen of verwijderen van het vogelscherm en alles wat erbij hoort, zorgen. 5. Het is niet toegestaan om zonder schriftelijke toestemming van de waterkeringbeheerder het vogelscherm zodanig te veranderen dat het moeilijker wordt om het te verplaatsen. 6. De vergunninghouder is verplicht de grasmat één meter rondom en onder het vogelscherm in goede staat te onderhouden. Dit betekent in ieder geval dat de grasmat van het dijktalud 1,00 meter rondom en onder het vogelscherm minimaal tweemaal per jaar moet worden gemaaid en het maaisel moet worden opgeruimd. De eerste keer in de tweede helft van juni en de tweede keer in de eerste helft van september, tenzij door de toezichthouder van de waterkeringbeheerder anders wordt bepaald. 7.
De vergunninghouder moet het vogelscherm in goede staat onderhouden. Dit betekent in ieder geval dat eventuele beschadigingen aan en/of verzakkingen van het object met bijbehorende werken die leiden tot beschadigingen van de waterkering direct moeten worden hersteld. Vooraf moet contact worden opgenomen met de toezichthouder van de waterkeringbeheerder. Zijn aanwijzingen moeten onmiddellijk worden opgevolgd. 8. Als het vogelscherm naar het oordeel van de waterkeringbeheerder geen functie meer vervult, dan moet het vogelscherm worden verwijderd. Het profiel van de waterkering moet dan worden hersteld en ingezaaid. Vooraf moet contact worden opgenomen met de toezichthouder van de waterkeringbeheerder. Zijn aanwijzingen moeten onmiddellijk worden opgevolgd.
Rijkswaterstaat Oost Nederland Datum 7 mei 2024 Nummer RWS-2024/ONTWERP
3.3.4 Het aanbrengen van afrastering op een waterkering 1. De afrasteringen moeten worden geplaatst op minimaal 1,00 meter (horizontaal gemeten) uit de kant van de verharding. 2. De palen mogen maximaal 1,00 meter boven maaiveld komen en mogen maximaal 0,60 meter verticaal en grondverdringend worden aangebracht. 3. Het is niet toegestaan de afrasteringen te voorzien van (loop)hekken op de kruin en het talud van de waterkering.
RWS INFORMATIE
Pagina 11 van 27
RWS INFORMATIE
Rijkswaterstaat Oost Nederland
4.
Datum 7 mei 2024
5.
6.
7
De vergunninghouder is verplicht de grasmat één meter aan weerszijden en onder de afrastering in goede staat te onderhouden. Dit betekent in ieder geval dat de grasmat van het dijktalud 1,00 meter aan weerszijden en onder de afrastering minimaal tweemaal per jaar moet worden gemaaid en het maaisel moet worden opgeruimd. De eerste keer in de tweede helft van juni en de tweede keer in de eerste helft van september, tenzij door de toezichthouder van de waterkeringbeheerder anders wordt bepaald. Beschadigingen en/of verzakkingen van de waterkering moeten direct worden hersteld. Vooraf moet contact worden opgenomen met de toezichthouder van de waterkeringbeheerder. Zijn aanwijzingen moeten onmiddellijk worden opgevolgd. De vergunninghouder moet de afrastering in goede staat onderhouden. Dit betekent in ieder geval dat eventuele beschadigingen aan en/of verzakkingen van de afrastering met bijbehorende werken direct moeten worden hersteld. Vooraf moet contact worden opgenomen met de toezichthouder van de waterkeringbeheerder. Zijn aanwijzingen moeten onmiddellijk worden opgevolgd. Als de afrastering naar het oordeel van de waterkeringbeheerder geen functie meer vervult, dan moet de afrastering worden verwijderd. Het profiel van de waterkering moet dan worden hersteld en ingezaaid. Vooraf moet contact worden opgenomen met de toezichthouder van de waterkeringbeheerder.
Zijn aanwijzingen moeten onmiddellijk worden opgevolgd.
Nummer RWS-2024/ONTWERP
4. Aanvraag 4.1 Algemeen Het bedrijf Excluton is een samenwerking aangegaan met Solinoor om de mogelijkheden voor verduurzaming van het energieverbruik van hun bedrijf te onderzoeken. De samenwerking tussen Excluton en de aanvrager (Solinoor) heeft geleid tot een idee om een drijvend zonnepark in de Gouverneurspolder te realiseren. De aanvrager heeft een ontwikkelrecht op een plas langs de Waal bij Ochten (gouverneurspolder) welke gelegen is direct tegenover het bedrijf Excluton. 4.2 Handelingen waarvoor vergunning wordt aangevraagd De aanvraag betreft de volgende activiteiten: 1. beheren van een gebied als kruiden & faunarijk grasland; 2. behouden van een natuurlijke oever; 3. het aanbrengen en behouden van drijvende zonnepanelen met daaronder biohutten; 4. het aanbrengen van rasters ten behoeve van toegang tot de zandige oever; 5. behouden van een strandje 6. behouden van oever t.b.v. vissers; 7. een vogelkijkwand op een aanberming; 8. een bankje;
RWS INFORMATIE
Pagina 12 van 27
RWS INFORMATIE
9. speeltoestellen; 10. afrastering t.b.v. een hondenlosloopveld; 11. opruimacties; op de diverse percelen aan de rechteroever van de Waal nabij kmr 905.000 in de gemeente Neder-Betuwe.
Rijkswaterstaat Oost Nederland Datum 7 mei 2024 Nummer RWS-2024/ONTWERP
Niet vergunningplichtig Bij de activiteit onder 1 wordt het beheer gewijzigd maar er wijzigt niets ten opzichte van de huidige vegetatielegger, om deze reden is er geen sprake van een vergunningplicht. Bij de activiteiten zoals bedoeld onder 2,5,6 en 11 wordt e.e.a. behouden conform de huidige situatie en worden er geen fysieke werken gemaakt, derhalve is er geen sprake van een vergunningplicht. Onder algemene regels Het plaatsen van bankjes en speeltoestellen (maatregelen 8 en 9) zijn op grond van artikel 6.11 lid 1 sub e van de Waterregeling uitgezonderd van de vergunningplicht.. De aanvraag is voor deze activiteiten buiten behandeling gelaten. 4.3
Beschrijving van het oppervlaktewaterlichaam waarin de handelingen plaatsvinden
De activiteit vindt plaats in de Bovenrijn Waal, aan de rechteroever van de Waal nabij kmr 905.000. Het waterlichaam Bovenrijn Waal behoort tot de categorie rivieren van het watertype ‘langzaam stromende rivier/nevengeul op zand/klei’ en wordt aangemerkt als een sterk veranderend KRW-waterlichaam. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) kent gebruiksfuncties toe aan de Rijkswateren. Het NWP maakt onderscheid tussen wettelijk aangewezen gebruiksfuncties en overige gebruiksfunties. Voor de wettelijk aangewezen gebruiksfuncties (cultureel erfgoed, drinkwater, zwemwater en schelpdierwater) gaat het om specifieke eisen die gesteld worden aan het beheer of gebruik van het betreffende Rijkswater. Voor de kerntaken (waterveiligheid, voldoende, schoon en (ecologisch) gezond water) is het uitgangspunt om te voldoen aan de wettelijk vastgestelde eisen en doelstellingen. Daarmee ontstaan ook gunstige condities voor de gebruiksfuncties. Voor de functies drinkwater, natuur, schelpdierwater en zwemwater gelden aanvullend op de basiskwaliteit wettelijke eisen voor de waterkwaliteit en/of het gebruik van de betreffende gebieden die voortvloeien uit Europese verplichtingen. Binnen het oppervlaktewaterlichaam Bovenrijn Waal zijn de navolgende functies en beschermde gebieden aangewezen:
RWS INFORMATIE
Pagina 13 van 27
RWS INFORMATIE
Drinkwater In het waterlichaam Bovenrijn Waal liggen geen innamepunten voor directe winning van drinkwater.
Rijkswaterstaat Oost Nederland Datum 7 mei 2024 Nummer RWS-2024/ONTWERP
Scheepvaart In het waterlichaam Bovenrijn Waal vindt scheepvaartverkeer plaats. Vis en Schelpdierwater De Bovenrijn Waal heeft geen functie als schelpdierwater. Zwemwater Binnen het waterlichaam Bovenrijn Waal liggen de volgende 5 officiële zwemlocaties: De Bijland (gemeente Rijnwaarden); Bisonbaai midden(Gemeente Groesbeek); Bisonbaai Oost (Gemeente Groesbeek); Bemmelse Waard (Gemeente Lingewaard); Spiegelwaal (gemeente Nijmegen). Natura 2000 In het waterlichaam de Waal zijn op grond van de Wet Natuurbescherming de uiterwaarden grotendeels aangewezen als vogelrichtlijngebied en deels habitatrichtlijngebied. In het Natura 2000 beheerplan zullen doelen en maatregelen worden vastgesteld. Ecologische toestand De belangrijkste knelpunten voor de goede ecologische toestand (GET) van de Waal doen zich voor ten aanzien van de vissen.
5
Toetsing van de aanvraag aan de doelstellingen van het waterbeheer
De Waterwet omschrijft in artikel 6.21 in samenhang met 2.1 het toetsingskader voor de beslissing op de aanvraag. In artikel 2.1 Wtw zijn de algemene doelstellingen aangegeven die richtinggevend zijn bij de uitvoering van het waterbeheer: a) voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; b) in samenhang met de bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en c) de vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Deze doelstellingen vormen in onderlinge samenhang het toetsingskader bij vergunningverlening.
RWS INFORMATIE
Pagina 14 van 27
RWS INFORMATIE
Een vergunning wordt geweigerd indien de doelstellingen van het waterbeheer zich tegen vergunningverlening verzetten en het niet mogelijk is om de belangen van het waterbeheer door het verbinden van voorschriften of beperkingen voldoende te beschermen.
Rijkswaterstaat Oost Nederland Datum 7 mei 2024 Nummer RWS-2024/ONTWERP
De doelstellingen zijn geconcretiseerd via normen en beleid ten aanzien van veiligheid, waterkwantiteit, waterkwaliteit en maatschappelijke functievervulling door watersystemen. De uitwerking hiervan vindt plaats in de Waterwet, in aanvullende regelgeving, in water- en beheerplannen op grond van hoofdstuk 4 van de Waterwet en in beleidsregels. De vastgestelde normen en het beleid zijn richtinggevend bij de toetsing of een aangevraagde handeling verenigbaar is met de doelstellingen voor het waterbeheer. Hieronder volgt een beschrijving van het beleid waarmee bij het beoordelen van de vergunningaanvraag rekening is gehouden. Bij de beoordeling van de vergunningaanvraag richt het bevoegd gezag zich volgens het toetsingskader op de effecten van uw initiatief op voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; in samenhang met de bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en de vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Aan de hand van het in dit hoofdstuk beschreven toetsingskader volgt hieronder de toetsing van de aanvraag aan de doelstellingen van het waterbeheer.
5.1 Beoordeling voor wat betreft het gebruik maken van een rijkswaterstaatswerk en/of bijbehorende beschermingszone 5.1.1 Regelgeving en beleid Artikel 6.5 onder c Waterwet Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan voor Rijkswateren en, met het oog op internationale verplichtingen of bovenregionale belangen, voor regionale wateren worden bepaald dat het verboden is zonder vergunning van Onze Minister, onderscheidenlijk het bestuur van het waterschap gebruik te maken van een waterstaatswerk of een daartoe behorende beschermingszone door, anders dan in overeenstemming met de functie, daarin, daarop, daarboven of daaronder werkzaamheden te verrichten, werken te maken of te behouden, dan wel vaste substanties of voorwerpen te storten, te plaatsen of neer te leggen, of deze te laten staan of liggen.
RWS INFORMATIE
Pagina 15 van 27
RWS INFORMATIE
Artikel 6.12, eerste lid Waterbesluit Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister als bedoeld in artikel 6.5 van de wet gebruik te maken van een oppervlaktewaterlichaam of een bijbehorend kunstwerk in beheer bij het Rijk, niet zijnde de Noordzee, door, anders dan in overeenstemming met de functie, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder: a. werken te maken of te behouden b. vaste substanties of voorwerpen te storten, te plaatsen of neer te leggen, of deze te laten staan of liggen.
Rijkswaterstaat Oost Nederland Datum 7 mei 2024 Nummer RWS-2024/ONTWERP
De hoofdlijnen van het nationale waterbeleid ten aanzien van veiligheid en het doelmatig gebruik van waterstaatswerken en de manier waarop daarbij rekening moet worden gehouden met de ecologische doelstellingen die gelden voor KRWwaterlichamen zijn vastgelegd in het Nationaal Water Programma (NWP), planperiode 2022-2027. De Beleidslijn grote rivieren (hierna: Bgr) biedt een concreet afwegingskader op basis waarvan kan worden beoordeeld of een activiteit toelaatbaar is. Het Deltaplan Waterveiligheid beschrijft de Voortgang, programmering, planning en fasering van projecten voor waterveiligheid. De Deltabeslissing IJsselmeergebied geeft richting aan de maatregelen die zorgen voor het behouden en versterken van de functies voor de Nederlandse waterveiligheid en waterhuishouding. In de Beleidsregel toetsingskader waterkwaliteit is vastgelegd op welke manier aanvragen op grond van de Waterwet getoetst worden aan de ecologische doelstellingen die gelden voor KRW-waterlichamen. Om overstromingen in het rivierengebied te voorkomen is behalve een netwerk van functionerende keringen ook een goede afvoer van water, sediment en ijs via de rivieren naar zee nodig. Obstakels en natuurlijke begroeiing in het rivierbed vertragen de afvoer en veroorzaken een verhoging van de waterstand. Actief beheer van het winterbed is nodig om deze opstuwing te beperken.
Daarnaast worden activiteiten in en gebruik van het winterbed gereguleerd. De toelaatbaarheid van activiteiten in het rivierbed van de grote rivieren is beoordeeld aan de hand van het afwegingskader dat is opgenomen in de Bgr en de bijbehorende Beleidsregels grote rivieren (de Beleidsregels). Doelstelling van de Bgr en de beleidsregels uit de Bgr is het behouden van de veiligheid van het gebied dat kan overstromen vanuit de grote rivieren. Aangezien ruimte in het riviersysteem schaars is, gelden – ter uitwerking van dat doel - de volgende randvoorwaarden voor activiteiten in het rivierbed: het behouden van de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit van het rivierbed onder normale en onder maatgevende hoogwaterstanden; het verhinderen van ontwikkelingen die de mogelijkheid tot rivierverruiming door verbreding en verlaging nu en in de toekomst feitelijk onmogelijk maken.
RWS INFORMATIE
Pagina 16 van 27
RWS INFORMATIE
Voor ruimtelijke ontwikkelingen betekent dit dat binnen de bovengenoemde randvoorwaarden vanuit waterveiligheid de Bgr eraan bijdraagt riviergebonden functies mogelijk te maken (uitgewerkt in een ‘ja, mits’-methodiek). Overige ruimtelijke ontwikkelingen zijn alleen in beperkte mate mogelijk binnen de bovengenoemde randvoorwaarden vanuit veiligheid (uitgewerkt in ‘nee, tenzij’).
Rijkswaterstaat Oost Nederland Datum 7 mei 2024 Nummer RWS-2024/ONTWERP
De Beleidsregels zijn van toepassing op alle nieuwe activiteiten (waaronder wijziging van bestaande activiteiten) in het rivierbed van de Waal. De Beleidsregels berusten op artikel 6.12 van het Waterbesluit. 5.1.2
Overwegingen t.a.v. de beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste (veiligheid en waterkwantiteit) Bij de behandeling van voorliggende aanvraag wordt getoetst aan de doelstellingen uit artikel 2.1 van de Waterwet die verder zijn uitgewerkt in het Nationaal Water Programma 2022-2027 en bijbehorende documenten. De invulling van de kerntaken een duurzame leefomgeving, waterveiligheid en voldoende water dienen ter voorkoming van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste. Om overstromingen in het rivierengebied te voorkomen is behalve een netwerk van functionerende keringen ook een goede afvoer van water, sediment en ijs via de rivieren naar zee nodig. Het dynamisch handhaven van de basiskustlijn en op peil houden van het zandvolume van het kustfundament met zandsuppleties voorkomen erosie van de kust en dragen bij aan het voorkomen van overstromingen vanuit de Noordzee. De Bgr biedt een concreet afwegingskader op basis waarvan kan worden beoordeeld of een activiteit toelaatbaar is. Het Deltaplan Waterveiligheid beschrijft de Voortgang, programmering, planning en fasering van projecten voor waterveiligheid. De Deltabeslissing IJsselmeergebied geeft richting aan de maatregelen die zorgen voor het behouden en versterken van de functies voor de Nederlandse waterveiligheid en waterhuishouding.
Voldoende water, niet te veel én niet te weinig, is cruciaal voor het goed functioneren van Nederland. De grote rivieren en het IJsselmeer staan daarbij centraal. Het waterbeheer is erop gericht om wateroverlast, watertekort, droogte en verzilting te voorkomen en nadelige gevolgen te beperken. Wateroverlast, waarmee de persoonlijke veiligheid van mensen in gevaar komt, wordt aangepakt binnen het waterveiligheidsbeleid. De Bgr biedt een systematische aanpak om stap voor stap de afwegingsgronden en de rivierkundige voorwaarden voor ruimtelijke initiatieven in het rivierbed te kunnen bepalen ten behoeve van de beoordeling van activiteiten/ingrepen. De systematische aanpak kan worden onderverdeeld in drie afwegingskaders, te weten:
RWS INFORMATIE
Pagina 17 van 27
RWS INFORMATIE
1. eenmalige uitbreiding, sloop en vervanging, tijdelijke activiteiten of overige activiteiten van rivierkundig ondergeschikt belang (artikel 3 van de Beleidsregels uit de Bgr); 2. activiteiten in het gedeelte van het rivierbed waarop het bergend regime (artikel 4 van de Beleidsregels uit de Bgr) van toepassing is; 3. activiteiten in het gedeelte van het rivierbed, waarop het stroomvoerend regime van toepassing is (artikelen 5 en 6 van de Beleidsregels uit de Bgr).
Rijkswaterstaat Oost Nederland Datum 7 mei 2024 Nummer RWS-2024/ONTWERP
Ad 1. Artikel 3 van de Beleidsregels uit de Bgr.: In het rivierbed wordt, onverminderd algemene rivierkundige voorwaarden (artikel 7 Beleidsregels), vergunning verleend voor: a. een éénmalige uitbreiding van ten hoogste tien procent van de bestaande bebouwing; b. het slopen en vervangen van bebouwing door bebouwing van gelijke omvang; c. tijdelijke activiteiten, anders dan bedoeld in artikel 6.11, eerste lid, onderdeel b, van de Waterregeling; en d. overige activiteiten die naar aard en omvang vergelijkbaar zijn met activiteiten van ondergeschikt belang als bedoeld in artikel 6.11, eerste lid, van de Waterregeling. De activiteiten waarvoor vergunning wordt aangevraagd, betreffen geen activiteiten zoals bedoeld in artikel 3 van de Beleidsregels uit de Bgr. Uit de bij de Bgr behorende detailkaarten blijkt dat op het gedeelte van het rivierbed waarvoor vergunning wordt aangevraagd, het stroomvoerend regime van toepassing is. Artikel 4 van de Beleidsregels uit de Bgr is derhalve niet van toepassing. In verband daarmee is het afwegingskader met betrekking tot het stroomvoerend regime van toepassing. Ad 3. Stroomvoerend regime. Riviergebonden activiteiten stroomvoerend regime (artikel 5 van de Beleidsregels uit de Bgr).
Voor de navolgende riviergebonden activiteiten in het gedeelte van het rivierbed, waarop het stroomvoerend regime van toepassing is, wordt, onverminderd algemene rivierkundige voorwaarden (artikel 7 van de Beleidsregels uit de Bgr), vergunning verleend voor: a. de aanleg of wijziging van waterstaatkundige kunstwerken; b. de realisatie van voorzieningen voor betere en veilige afwikkeling van de beroeps- en recreatievaart; c. de bouw of wijziging van waterkrachtcentrales; d. de vestiging of uitbreiding van overslagbedrijven of het realiseren van overslagfaciliteiten, uitsluitend voor zover de activiteit gekoppeld is aan het vervoer over de rivier; e. de aanleg of wijziging van scheepswerven en specifiek daaraan verbonden bedrijfsactiviteiten;
RWS INFORMATIE
Pagina 18 van 27
RWS INFORMATIE
f. g. h. i.
de realisatie of verbetering van natuur; de verbetering van de waterkwaliteit; de uitbreiding of wijziging van bestaande steenfabrieken; de realisatie van voorzieningen die onlosmakelijk met de waterrecreatie of extensieve uiterwaardrecreatie zijn verbonden; j. de winning van oppervlaktedelfstoffen; k. de realisatie van voorzieningen die noodzakelijk zijn voor het agrarisch, landschappelijk of daarmee vergelijkbaar beheer van het rivierbed; l. het behoud of herstel van cultuurhistorische landschapselementen; of m. de realisatie van voorzieningen die noodzakelijk zijn voor het behoud van bekende of te verwachten archeologische monumenten.
Rijkswaterstaat Oost Nederland Datum 7 mei 2024 Nummer RWS-2024/ONTWERP
De activiteiten waarvoor vergunning wordt aangevraagd, betreffen geen activiteiten zoals bedoeld in artikel 5 van de Beleidsregels uit de Bgr. Voor niet-riviergebonden activiteiten in het gedeelte van het rivierbed, waarop het stroomvoerend regime van toepassing is (artikel 6 van de Beleidsregels), wordt geen vergunning verleend, tenzij, onverminderd algemene rivierkundige voorwaarden (artikel 7 Beleidsregels), sprake is van: a. een groot openbaar belang en de activiteit niet redelijkerwijs buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd; b. een zwaarwegend bedrijfseconomisch belang voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijven en de activiteit niet redelijkerwijs buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd; c. verduurzaming van de energievoorziening van bestaande activiteiten in het rivierbed; d. opwekking van zonne- of windenergie en de activiteit niet redelijkerwijs buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd; e. activiteiten die per saldo meer ruimte voor de rivier opleveren op een rivierkundig bezien aanvaardbare locatie. De vergunningplichtige activiteiten van de aanvraag betreffen: a) het aanbrengen en behouden van drijvende zonnepanelen met daaronder biohutten (maatregel 3); b) het aanbrengen van rasters ten behoeve van toegang tot de zandige oever (maatregel 4); c) een vogelkijkwand op een aanberming (maatregel 7); d) afrastering t.b.v.
een hondenlosloopveld (maatregel 10). De onder a genoemde activiteiten worden geplaatst ten behoeve van de verduurzaming van de energievoorziening van het bedrijf Excluton B.V.. Excluton B.V. is gelegen in de uiterwaard van de Waal tegenover de locatie waar de drijvende zonnepanelen worden gerealiseerd.
RWS INFORMATIE
Pagina 19 van 27
RWS INFORMATIE
Er is een intentieovereenkomst gesloten tussen de aanvrager en Excluton B.V. waarin o.a. is afgesproken dat Excluton de intentie heeft om een deel van de door het drijvende zonnepark geproduceerde elektriciteit af te gaan nemen voor eigen gebruik. Gezien het vorenstaande kunnen de aangevraagde drijvende zonnepanelen worden geschaard onder ‘verduurzaming van de energievoorziening van bestaande activiteiten in het rivierbed’ zoals bedoeld in artikel 6 onder c van de Beleidsregels.
Rijkswaterstaat Oost Nederland Datum 7 mei 2024 Nummer RWS-2024/ONTWERP
De onder b, c en d genoemde activiteiten zijn bij Rijkswaterstaat onder de algemene regels toegelaten en hoeven om deze reden niet getoetst te worden aan de Beleidsregels. De toestemming voor activiteiten op grond van artikel 6 c van de Beleidsregels uit de Bgr is altijd gekoppeld aan een aantal rivierkundige voorwaarden. Een activiteit moet ten minste voldoen aan de voorwaarde dat: a) er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk gewaarborgd blijft; b) er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteiten en c) er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is. d) de resterende waterstandseffecten of de afname van het bergend vermogen duurzaam worden gecompenseerd waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen verzekerd zijn. Ter zake van de bescherming van het belang van het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste wordt het volgende overwogen. 1.
2. 3.
4.
De onderhavige vergunningaanvraag betreft het plaatsen en behouden van drijvende zonnepanelen. Er is sprake van een dusdanige situering en uitvoering van de werken dat het veilig functioneren van het rijkswaterstaatswerk gewaarborgd blijft. Er is geen sprake van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit. De zonnepanelen zijn drijvend en uit de kwantitatieve beoordeling van de aanvraag blijkt de waterstandverhoging en de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is. Nu onder 3. is overwogen dat het initiatief nagenoeg geen gevolgen heeft voor de waterstand, is het niet noodzakelijk te compenseren.
De aangevraagde werken zijn dan ook niet in strijd met het uitgangspunt van de Beleidsregels en deze werken kunnen, voor zover het deze Beleidsregels betreft, worden toegestaan.
RWS INFORMATIE
Pagina 20 van 27
RWS INFORMATIE
5.1.3 Overwegingen t.a.v. de bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen (waterkwaliteit)
Rijkswaterstaat Oost Nederland Datum 7 mei 2024 Nummer RWS-2024/ONTWERP
Voor zover de aanvraag gevolgen heeft voor de chemische kwaliteit van watersystemen, zijn die gevolgen getoetst in het onderdeel van deze vergunningen dat over de bij de activiteit vrijkomende emissies gaat, of in het kader van de toetsing aan algemene regels zoals het Besluit bodemkwaliteit. In dit gedeelte van de vergunning wordt daarom alleen getoetst aan de ecologische doelstellingen van het relevante waterlichaam. Hierbij is gebruik gemaakt van de ‘Beleidsregel toetsingskader waterkwaliteit’ (staatscourant 2022, 6470). Kaderrichtlijn Water (KRW) De activiteit vindt plaats in het KRW-waterlichaam “Boven-Rijn, Waal”. Dit waterlichaam behoort tot de categorie rivieren en wordt aangemerkt als een sterk veranderend waterlichaam. In de stroomgebiedbeheerplannen Rijn, Maas, Schelde en Eems 2022-2027 zijn de kenmerken van het waterlichaam als volgt beschreven: Naam oppervlaktewater: ‘Bovenrijn, Waal’, Uniek nummer (OWMIDENT) NL93_8, Oppervlakte waterlichaam: 8000ha, Watertype: langzaam stromende rivier/nevengeul op zand/klei (R7), Status: sterk veranderend. De nu aangevraagde werken worden niet beschouwd als een maatregel ten behoeve van de KRW en worden daarom apart getoetst. Toetsingskader waterkwaliteit In de Beleidsregel toetsingskader waterkwaliteit is een algemeen en een watertype afhankelijk toetsingskader geformuleerd.
De ingreep vindt plaats in het waterlichaam, heeft geen invloed op een geplande of uitgevoerde KRW-maatregel en staat niet op de lijst van ingrepen die in beginsel altijd zijn toegestaan. De drijvende zonnepanelen worden vrijwel geheel boven het gedeelte wat bij normale waterstand (mediane waterstand) meer dan 5 m diep is. Er is sprake van een dermate geringe overlap met de ondiepere oeverzone dat het negatieve effect daarop verwaarloosbaar zal zijn. Bovendien worden enkele aanvullende maatregelen (20 biohutten onder en rond de zonnepanelen) genomen om dit te compenseren. Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat er geen bezwaar bestaat tegen het verlenen van de gevraagde vergunning, voor zover het de bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van het watersysteem betreft.
RWS INFORMATIE
Pagina 21 van 27
RWS INFORMATIE
Rijkswaterstaat Oost Nederland
5.1.4
Datum 7 mei 2024
Overwegingen t.a.v. de maatschappelijke functievervulling door watersystemen
Nummer RWS-2024/ONTWERP
Beleid voor de vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen Het Nationaal Water Programma 2022-2027 kent aan de Rijkswateren verschillende gebruiksfuncties toe die specifieke eisen stellen aan het beheer of gebruik van het betreffende rijkswater. Voor de Bovenrijn Waal gelden de volgende functies: Wettelijk aangewezen gebruiksfuncties: Cultureel erfgoed Drinkwater Zwemwater Overige gebruiksfuncties: Landbouw Koel- en proceswater Energieproductie Waterrecreatie Visserij Bouwgrondstoffen Kabels en leidingen Uitgangspunt is dat in beginsel aan de eisen van de gebruiksfuncties wordt voldaan wanneer de kerntaken, een duurzame leefomgeving (overkoepelend), waterveiligheid, voldoende water, schoon en gezond water, vlot en veilig verkeer over water op orde zijn. Dit is in de onderhavige situatie het geval. 5.2
Beoordeling het gebruik maken van een zomerkade en beschermingszone van de primaire waterkering
De aanvraag is getoetst aan de doelstellingen van de Waterwet en de Keur Waterschap Rivierenland 2014. Deze doelstellingen en belangen vormen de basis voor vergunningverlening en zijn vastgelegd in wettelijk vastgestelde normen en aanvullend beleid. Overwegingen Aanbermingen De aanvraag is getoetst aan de algemene toetsingscriteria van de Beleidsregels behorende bij de Keur Waterschap Rivierenland 2014 en aan waterhuishoudkundige uitgangspunten. De aanvraag is ook getoetst aan beleidsregel 5.21: ’Wegen, parkeerplaatsen en perceelsontsluitingen (op- en afritten, trappen en aanbermingen) binnen de waterkering en/of bijbehorende beschermingszone’. Uit de toetsing blijkt dat de aanvraag voldoet aan de toetsingscriteria.
RWS INFORMATIE
Pagina 22 van 27
RWS INFORMATIE
Vogelscherm De aanvraag is getoetst aan de algemene toetsingscriteria van de Beleidsregels behorende bij de Keur Waterschap Rivierenland 2014 en aan waterhuishoudkundige uitgangspunten. De aanvraag is ook getoetst aan beleidsregel 5.18a: 'Bouwwerken in en op een primaire waterkering en bijbehorende beschermingszone' criteria onder E en aan beleidsregel 5.18b: 'Bouwwerken in en op een regionale waterkering en bijbehorende beschermingszone' Het betreft in dit specifieke geval een bouwwerk met een eenvoudige lichte fundering. Het vogelscherm komt op een grondophoging en wordt daarmee buiten het leggerprofiel en PVVR geplaatst. Het vogelscherm komt buiten de zone waar dijkversterking NeBe werkzaamheden heeft voorzien. Als bij de uitvoering van dijkverbetering verplaatsing of verwijdering van het object nodig is, zal dit door en voor rekening van de vergunninghouder gebeuren. Uit de toetsing blijkt dat de aanvraag voldoet aan de toetsingscriteria.
Rijkswaterstaat Oost Nederland Datum 7 mei 2024 Nummer RWS-2024/ONTWERP
Afrastering De aanvraag is getoetst aan de algemene toetsingscriteria van de Beleidsregels behorende bij de Keur Waterschap Rivierenland 2014 en aan waterhuishoudkundige uitgangspunten. De afrastering kan als semi-permanent worden beschouwd. Als bij de uitvoering van dijkverbetering, verplaatsing of verwijdering van de afrastering nodig is, zal dit door en voor rekening van de vergunninghouder gebeuren. Uit de toetsing blijkt dat de aanvraag voldoet aan de toetsingscriteria. Conclusie De in de vergunning opgenomen voorschriften waarborgen dat de doelstellingen van het waterkeringbeheer voldoende worden beschermd. Op grond van de overwegingen kan de gevraagde vergunning, onder het stellen van de in hoofdstuk 3.3 genoemde voorschriften, worden verleend.
6
Procedure
6.1 Algemeen Uit artikel 3:10 van de Awb volgt dat afdeling 3.4 van toepassing is indien d it bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan is bepaald. Wanneer de wet niet voorschrijft dat afdeling 3.4 van de Awb van toepassing is, bestaat er dus op basis van artikel 3:10 Awb een keuzevrijheid voor het bestuursorgaan. De volgende zaken kunnen meespelen bij de afweging door het bestuursorgaan voor de keuze welke procedure er zal worden gevolgd:
RWS INFORMATIE
Pagina 23 van 27
RWS INFORMATIE
Belanghebbenden zijn niet bekend Activiteit ligt gevoelig Activiteit is ingrijpend Activiteit is complex
Rijkswaterstaat Oost Nederland Datum 7 mei 2024 Nummer RWS-2024/ONTWERP
Omdat niet alle belanghebbende bekend zijn en het een ingrijpende activiteit is wordt in dit geval voor een uitgebreide procedure volgens afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gekozen. 6.2
Voorbereiding in verband met samenloop van bevoegdheden.
Adviesrecht De vergunningaanvraag heeft betrekking op handelingen in en tegen de zomerkade en in de beschermingszone van de primaire waterkering en het rijkswaterstaatswerk de Waal ten aanzien waarvan Waterschap Rivierenland en Rijkswaterstaat Oost-Nederland bevoegd zijn. Het mede betrokken bestuursorgaan is conform artikel 6.17, derde lid, van de Waterwet in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over de aanvraag. Het advies is ontvangen op 8 april 2024. Op 16 april 2024 is een aangepast advies ontvangen en dit is onverkort overgenomen. Ingevolge het advies zijn voorschriften met betrekking tot activiteiten in de beschermingszone van de primaire waterkering en in en tegen de zomerkade aan de vergunning verbonden.
7. Conclusie De in de vergunning opgenomen voorschriften waarborgen dat de doelstellingen van het waterbeheer voldoende worden beschermd. Op grond van de overwegingen bestaan er daarom geen bezwaren tegen het verlenen van de gevraagde vergunning.
8. Ondertekening
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT, namens deze, Afdelingshoofd Vergunningverlening Rijkswaterstaat Oost-Nederland,
RWS INFORMATIE
Pagina 24 van 27
RWS INFORMATIE
Rijkswaterstaat Oost Nederland
9. Mededelingen
Datum 7 mei 2024
Voor meer informatie over dit ontwerpbesluit kunt u terecht bij de in dit besluit genoemde contactpersoon. De contactgegevens staan in de begeleidende brief bij dit besluit. De contactpersoon kan uw vragen beantwoorden en het besluit met u doornemen.
Nummer RWS-2024/ONTWERP
Om te bepalen of u meer informatie wilt, kunnen de volgende vragen en aandachtspunten u helpen: Is de inhoud van het ontwerpbesluit duidelijk en is helder wat het concreet voor u betekent? Kunt u beoordelen of het ontwerpbesluit inhoudelijk juist is of niet? Of heeft u behoefte aan een toelichting? Kloppen de gegevens over u in het ontwerpbesluit en heeft u alle gegevens verstrekt? Ook wanneer u andere vragen heeft over het ontwerpbesluit of de procedure kunt u contact opnemen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan een ieder, gedurende een periode van zes weken vanaf de dag waarop de ontwerpvergunning ter inzage is gelegd, schriftelijk of mondeling zijn zienswijze over de ontwerpvergunning naar voren brengen. Een zienswijze moet worden gericht aan Rijkswaterstaat OostNederland, Afdeling Vergunningverlening, Postbus 2232, 3500 GE Utrecht, onder vermelding van zaaknummer RWSZ2023-00016781. Overige mededelingen: Het hebben van deze vergunning ontslaat de houder niet van de verplichting om de redelijkerwijs mogelijke maatregelen te treffen teneinde te voorkomen dat derden of de Staat ten gevolge van het gebruik maken van de vergunning schade lijden. Een afschrift van deze vergunning is verzonden aan: 1. Waterschap Rivierenland, vergunningen@wsrl,nl en 2. Gemeente Neder-Betuwe;
RWS INFORMATIE
Pagina 25 van 27
RWS INFORMATIE
Rijkswaterstaat Oost Nederland
Bijlage 1, Begripsbepalingen
Datum 7 mei 2024
Behorende bij de vergunning van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van heden, nr. RWS-2024/ONTWERP
Nummer RWS-2024/ONTWERP
In deze vergunning wordt verstaan onder: 1. ’Aanvraag’: De aan deze vergunning ten grondslag liggende aanvraag is op 8 november 2023 binnengekomen bij Rijkswaterstaat Oost-Nederland en geregistreerd onder nummer RWSZ2023-00016781; 2. ‘Afdeling handhaving’: de afdeling Handhaving van Rijkswaterstaat OostNederland, Postbus 2232, 3500 GE Utrecht; 3. ‘Beleidsregels grote rivieren’: gepubliceerd in de Staatscourant van 12 juli 2006, nr. 133 en laatst gewijzigd bij besluit van 26 juni 2018, Staatscourant, nummer 36070 met als doelstelling de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit te behouden en ontwikkelingen tegen te gaan, die de mogelijkheid tot rivierverruiming door verbreding en verlaging nu en in de toekomst onmogelijk maken; 4. ‘Beleidsregel toetsingskader waterkwaliteit’: gepubliceerd in de Staatscourant 14 maart 2022, nr. 6470 met als doelstelling de chemische en ecologische kwaliteit van een oppervlaktewaterlichaam te behouden en ontwikkelingen tegen te gaan, die chemische of ecologische toestand verslechteren; 5. ‘Bevoegd gezag’: de hoofdingenieur-directeur Rijkswaterstaat Oost-Nederland namens de minister van Infrastructuur en Waterstaat (p.a. Rijkswaterstaat Oost-Nederland, postbus 2232, 3500 GE Utrecht); 6.