CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 - Bijlagen bij de toelichting - Bijlage 6 - Voortoets stikstofdepositie 1

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Hoofdstraat 99 Kesteren’3.070 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren Gemeente Neder-Betuwe

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

1

Gegevens over het plan: Plannaam: Datum: Projectnummer Buro SRO:

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren 06-05-2021 16.50.37

Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:

Marel Projecten b.v.

Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem: Telefoon: E-mail: Internet:

Dhr. L. Arends Sweerts de Landasstraat 50 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.Buro-SRO.nl

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

2

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding ................................................................................................................................. 5

1.1

Doelstelling onderzoek .......................................................................................................................... 5

1.2

Projectbeschrijving ................................................................................................................................ 5

1.3

Maatgevende Natura 2000-gebieden.................................................................................................... 6

Hoofdstuk 2

Wettelijk kader ...................................................................................................................... 8

2.1

Landelijke wet- en regelgeving .............................................................................................................. 8

2.2

Voortoets ............................................................................................................................................... 8

2.3

Passende beoordeling ........................................................................................................................... 9

Hoofdstuk 3

Berekeningssystematiek ....................................................................................................... 10

3.1

Gebruikt rekenmodel........................................................................................................................... 10

3.2

Input rekenmodel ................................................................................................................................ 10

3.2.1 Toekomstig gebruik .............................................................................................................................. 10 3.2.2 Aanlegfase ............................................................................................................................................ 10 Hoofdstuk 4

Resultaten berekening .......................................................................................................... 13

4.1 Gebruiksfase ................................................................................................................................................ 13 4.2 Aanlegfase ................................................................................................................................................... 15 Hoofdstuk 5

Conclusies ............................................................................................................................. 19

Bijlagen

.............................................................................................................................................. 21

Bijlage 1: Toelichting uitgangspunten aanlegfase ............................................................................................. 23 Bijlage 2: AERIUSberekening toekomstig gebruik ............................................................................................. 25 Bijlage 3: AERIUSberekening aanlegfase ........................................................................................................... 27

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

3

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

4

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Doelstelling onderzoek

Aan de Hoofdstraat 99 in Kesteren wordt een bestaande woning gesloopt en er worden 3 woningen gebouwd. Doel van dit onderzoek is toetsing van mogelijke (negatieve) effecten op Natura 2000-gebieden, als gevolg van de activiteiten die het bestemmingsplan mogelijk maakt, aan de Wet natuurbescherming. Ten behoeve van een voortoets in het kader van de Wet natuurbescherming is de toekomstige gewenste situatie gemodelleerd op basis van de aangeleverde gegevens door de opdrachtgever, ervaringscijfers en kengetallen. De depositie is op de omliggende Natura 2000-gebieden berekend en getoetst of het plan (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden. Voorliggende rapportage geeft een overzicht van de gehanteerde uitgangspunten en rekenmethodiek, de berekende resultaten en de conclusie.

1.2

Projectbeschrijving

Het plangebied is gelegen aan de Hoofdstraat 99 te Kesteren. Onderstaande afbeelding toont de ligging van het plangebied in de omgeving.

Ligging van het plangebied

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

5

Aan de Hoofdstraat 99 in Kesteren wordt een bestaande woning gesloopt en er worden 3 woningen gebouwd.

Afbeelding toekomstige situatie

1.3

Maatgevende Natura 2000-gebieden

Voor het uitvoeren van de stikstofdepositieberekening moet rekening gehouden worden met Natura 2000gebieden. AERIUS toetst automatisch aan alle Natura 2000-gebieden in Nederland en aan nabijgelegen buitenlandse Natura 2000-gebieden. Het meest nabijgelegen en maatgevende Natura 2000-gebied voor dit project is Rijntakken. Deze ligt op een afstand van circa 1,9 km van het project. Op de afbeelding hieronder zijn het plangebied en de betreffende Natura 2000-gebieden weergegeven.

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

6

Ligging plangebied in relatie tot de maatgevende Natura 2000-gebieden

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

7

Hoofdstuk 2 2.1

Wettelijk kader

Landelijke wet- en regelgeving

In het kader van de toets aan de Wet Natuurbescherming wordt bepaald of een project of plan (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voor plannen en projecten dient middels een voortoets, eventueel gevolgd door een passende beoordeling, getoetst te worden of het plan mogelijk significant negatieve effecten kan hebben op gevoelige habitattypen die gelegen zijn binnen omliggende Natura 2000-gebieden. De beoordeling van plannen, projecten en andere handelingen is uitgewerkt in paragraaf 2.3 van de Wet natuurbescherming. Met het verdwijnen van het Programma Aanpak Stikstof is de ontwikkelingsruimte en standaard grenswaarde voor projecten niet meer beschikbaar. Op 16 juni 2020 hebben provincies de geldende beleidsregels voor intern en extern salderen vastgesteld. Dit vormt het nieuwe beleid op basis waarvan de vergunningverlening binnen de Wet natuurbescherming met betrekking tot stikstofdepositie plaatsvindt.

2.2

Voortoets

Een voortoets heeft tot doel te onderzoeken of er sprake kan zijn van significante gevolgen voor beschermde Natura 2000 gebieden. De significantie van de gevolgen voor een gebied als gevolg van een plan worden afgezet tegen de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied. De instandhoudingsdoelstellingen zijn neergelegd in het aanwijzingsbesluit en zijn uitgewerkt in het beheerplan voor dat gebied. Wanneer een plan of project gevolgen heeft voor het gebied, maar de instandhoudingsdoelstellingen daarvan niet in gevaar brengt, zijn significante gevolgen uitgesloten. Bij de voortoets wordt bekeken of het bestemmingsplan afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben. In hoeverre stikstofdepositie voor significante gevolgen op Natura 2000-gebieden kan zorgen, wordt in eerste instantie bepaald door te bezien of de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt tot een toename van stikstofdepositie leiden. Hierbij mag een vergelijking worden gemaakt met het bestaande gebruik binnen het project zelf (intern salderen) of mag met het stoppen van een stikstofuitstotende activiteit elders worden gecompenseerd (extern salderen).

Van plannen die ten opzichte van de feitelijke situatie geen toename van de stikstofdepositie veroorzaken op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats waarvan de Kritische Depositie Waarde (KDW) wordt overschreden, zijn significante gevolgen met zekerheid uit te sluiten. In dat geval hoeft geen passende beoordeling te worden opgesteld. Wanneer sprake is van een berekende toename van stikstofdepositie kleiner dan of gelijk aan 0,05 mol/ha/jr valt deze binnen de jaarlijkse fluctuatie van stikstofdepositie. Ecologische effecten van een dermate geringe toename zijn in het veld niet meer proefondervindelijk meetbaar, zeker niet op afstanden van meer dan 10 km. Bij een dergelijke geringe toename kan een aantasting van de natuurlijke kenmerken van stikstofgevoelige habitattypen met zekerheid worden uitgesloten. De hoeveelheid stikstofdepositie die met deze toename gepaard gaat heeft geen ecologische betekenis voor de betreffende vegetatie, omdat de hoeveelheid stikstof (N) plantenfysiologisch irrelevant is. Een dergelijke lage bijdrage is, in verhouding tot een achtergrondwaarde van 1.500 tot 2.000 mol N/ha/jaar, de in de bodem aanwezige voorraden van doorgaans meer dan enkele duizenden mol N/ha en de feitelijke stikstofbehoefte van de habitattypen, verwaarloosbaar.

De 12 provincies hebben daarom bepaald dat een project met alléén kleine tijdelijke deposities in de aanlegfase kleiner dan of gelijk aan 0,05 mol N/ha/jaar gedurende maximaal 2 jaar (of een equivalent hiervan) in beginsel niet vergunningplichtig is voor het aspect stikstofdepositie.

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

8

In het geval uit de voortoets blijkt dat:  de ontwikkeling wel kan leiden tot een toename van stikstofdepositie op één of meer in het kader van Natura 2000 beschermde stikstofgevoelige habitat;  van deze habitats de KDW al wordt overschreden of door de toename van de stikstofdepositie kan worden overschreden; dient een volgende stap gezet te worden. Op dat moment wordt door middel van een ecologische voortoets onderzocht of ecologische significante effecten uitgesloten kunnen worden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om kleine deposities en/of deposities voor een korte tijd. Mocht dat laatste ook niet het geval zijn dan is een passende beoordeling noodzakelijk.

2.3

Passende beoordeling

Wanneer een plan significante negatieve gevolgen kan hebben, moet het bestuursorgaan ingevolge de Wet natuurbescherming een passende beoordeling opstellen vóórdat het plan kan worden vastgesteld. Deze passende beoordeling moet de zekerheid geven dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende gebied niet worden aangetast. Het bestemmingsplan zal rekening moeten houden met de in het aanwijzingsbesluit voor het betrokken gebied vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen en de wijze waarop deze zijn uitgewerkt in het voor het gebied vastgestelde beheerplan. Als het bevoegd gezag (in veel gevallen Provinciale Staten) op grond van de passende beoordeling niet de vereiste zekerheid heeft verkregen dat een plan de natuurlijke kenmerken niet zal aantasten, kan het plan in beginsel niet worden vastgesteld. Dat is alleen anders als er geen alternatieve oplossingen beschikbaar zijn, sprake is van dwingende redenen van openbaar belang en compenserende maatregelen worden getroffen, dan kan een plan toch worden vastgesteld.

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

9

Hoofdstuk 3 3.1

Berekeningssystematiek

Gebruikt rekenmodel

In deze voortoets is gerekend met de AERIUS Calculator. De rekenkern van AERIUS wordt gevormd door het Operationeel Prioritaire Stoffen model (OPS) van het RIVM. Dit model berekent de verspreiding van stikstof door de lucht en de depositie. OPS houdt daarbij rekening met verschillende factoren die de verspreiding en depositie van stikstof beïnvloeden, bijvoorbeeld de windrichting en -kracht, de ruwheid van het terrein en de hoogte van de vegetatie. Voor wegverkeer wordt gebruikt gemaakt van Standaard Rekenmethode 2 (SRM2). Daarmee sluit AERIUS aan op de modellering in het Nationaal Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit.

3.2

Input rekenmodel

Belangrijk voor elk rekenmodel is de kwaliteit van de input. In deze paragraaf wordt voor elk onderdeel de bijbehorende uitgangspunten beschreven en onderbouwd.

3.2.1 Toekomstig gebruik Verkeersbewegingen Met betrekking tot het beoogde plan is het van belang te kijken naar de verwachte toename van het aantal verkeersbewegingen. Voor het bepalen van de extra verkeersbewegingen wordt als worst case uitgegaan van 8 motorvoertuigbewegingen per woning per dag. Het plan gaat uit van 3 woningen waardoor het aantal verkeersbewegingen in de toekomstige situatie circa 24 zal bedragen. Deze verkeersbewegingen bestaan enkel uit licht verkeer. Verkeersbewegingen worden in AERIUS als lijnbronnen weergegeven. Deze lijnbronnen worden ingetekend van de woning tot het punt waar de verkeersbewegingen opgaan in het algemene verkeer. In dit geval gaan de verkeersbewegingen op in het algemene verkeer op de Hoofdstraat op het punt waar het verkeer op snelheid is gekomen. Overige bronnen De woningen worden conform het Bouwbesluit gasloos uitgevoerd. Daarmee is er geen sprake van een verbrandingsinstallatie in het huis. Mogelijke stikstofuitstoot door de toekomstige woningen en bijgebouwen is kleinschalig en incidenteel en daardoor niet modelleerbaar, zoals ook beargumenteerd in de Handreiking woningbouw en AERIUS van de Rijksoverheid (januari 2020).

3.2.2 Aanlegfase Naast het toekomstig gebruik is ook de stikstofuitstoot tijdens de aanlegfase van het project van belang. Bij de realisatie van de woningen en de sloop van de bestaande woning zijn gedurende korte tijd werktuigen en machines van de bouwer in het plangebied aanwezig. Ook de verkeersbewegingen van de werklieden van en naar de bouwplaats geven een korte toename van stikstof emissie. Van een deel van de machines (handgereedschap, snelbouwkranen, liften) wordt ervan uit gegaan dat deze elektrisch zijn en dus geen stikstofuitstoot veroorzaken. Voor de daadwerkelijke aanleg is nog geen bestek gemaakt. Daarom is er op basis van vergelijkbare projecten en ervaringen elders een zo goed mogelijke raming gemaakt van de activiteiten die zorgen voor stikstofuitstoot tijdens de aanlegfase. In deze berekening is ervan uitgegaan dat de aanlegfase van het project maximaal 1 jaar duurt. Mobiele werktuigen Er zijn mobiele werktuigen nodig voor het realiseren van de woningen en de sloop van de bestaande woning. Voor het invoeren van de mobiele werktuigen is een inschatting gemaakt van de STAGE klassen van de werktuigen, het brandstofverbruik, het aantal uren dat een werktuig stationair draait en de cilinderinhoud,

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

10

waarmee de uitstoot NOx en NH3 door AERIUS is bepaald. Het brandstofverbruik is bepaald op basis van een inschatting van het totale aantal draaiuren (belast en stationair) van het werktuig. De uitstoot van de mobiele werktuigen wordt in AERIUS als een vlakbron ingetekend, op de locatie van de werkzaamheden. De overige machines zoals vrachtwagens voor de aan- en afvoer van materieel vallen onder de verkeersbewegingen. Onderstaande tabel toont de ingevoerde mobiele werktuigen. In bijlage 1 is toegelicht hoe tot onderstaande uitgangspunten is gekomen. Type werktuig

STAGE klasse

Brandstofverbruik (l/j)

Cilinderinhoud

161

Aantal uren stationair draaien 3

Mobiele graafmachine

STAGE IIIb, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2012 (Diesel)

Dumper

STAGE IV, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2015 (Diesel)

122

3

3.75

Mini graver

STAGE IIIb, 56 <= kW < 75, bouwjaar 2012 (Diesel)

196

5

3.00

Hijskraan

STAGE IIIa, 130 <= kW < 300, bouwjaar 2006 (Diesel)

176

2

10.00

Ruw terrein heftruck

STAGE IIIa, 37 <= kW < 56, bouwjaar 2008 (Diesel)

311

8

2.50

Trilplaat/stamper

STAGE V, < 18 kW, bouwjaar 2019 (Diesel)

15

0

1

Aantal uren stationair draaien 7

Cilinderinhoud

5.00

tabel mobiele werktuigen bouw woningen

Type werktuig

STAGE klasse

Brandstofverbruik (l/j)

Mobiele graafmachine

STAGE IIIb, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2012 (Diesel)

428

5.00

tabel mobiele werktuigen sloop

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

11

Verkeersbewegingen Tijdens de aanlegfase zal er sprake zijn van verkeersbewegingen door de werklieden die met de bouw van de woningen en de sloop van de bestaande woning bezig zijn. Bij de gemaakte inschatting van het aantal verkeersbewegingen van licht verkeer is er rekening mee gehouden dat werklieden met werkbusjes arriveren, waarbij er meerdere werklieden in één werkbus zitten. Daarnaast zorgen de aan- en afvoer van materiaal en de mobiele werktuigen voor verkeersbewegingen door middelzwaar en zwaar vrachtverkeer. De schatting van de verkeersbewegingen in de aanlegfase is weergegeven in onderstaande tabel. Type verkeer Bouw appartementen Licht Middel zwaar Zwaar Sloop Licht Zwaar

Gem. aantal per jaar 450 60 72

10 20

Verkeersbewegingen worden in AERIUS als lijnbronnen weergegeven. Deze lijnbronnen worden ingetekend van de woning tot het punt waar de verkeersbewegingen opgaan in het algemene verkeer. In dit geval gaan de verkeersbewegingen op in het algemene verkeer op de Cuneraweg op het punt waar het verkeer op snelheid is gekomen. Dit wijkt af van het toekomstig gebruik aangezien vrachtverkeer op een ander punt opgaat in het algemene verkeer omdat er op grotere wegen meer vrachtverkeer rijdt.

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

12

Hoofdstuk 4

Resultaten berekening

4.1 Gebruiksfase In het model is de beoogde situatie ingevoerd. Op navolgende uitsnede zijn de bronnen weergegeven die van invloed zijn op de stikstofdepositie van het initiatief. Bron 1 en 2 betreft de toekomstige verkeersbewegingen.

Afbeelding ingevoerde bronnen AERIUS gebruiksfase Toename emissies door verkeersbewegingen Uit de berekening volgt dat door het toekomstig aantal verkeersbewegingen (conform paragraaf 3.2.1) de uitstoot van NOx minder dan 1 kg/j bedraagt en de uitstoot van NH3 minder dan 1 kg/j.

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

13

Stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden De uitstoot van NOx als gevolg van het toekomstig gebruik zorgt niet voor een bijdrage hoger dan 0,00 mol/ha/j op Natura 2000-gebieden.

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

14

4.2 Aanlegfase Op navolgende uitsnede zijn de bronnen weergegeven die van invloed zijn op de stikstofdepositie van het initiatief tijdens de aanlegfase. Bron 1 en 2 betreft de mobiele werktuigen en bron 3 t/m 6 betreft de verkeersbewegingen.

Afbeelding ingevoerde bronnen AERIUS aanlegfase Toename emissies door mobiele werktuigen Uit navolgende tabellen volgt dat door de mobiele werktuigen in de aanlegfase (conform paragraaf 3.2.2) de uitstoot van NOx (13,13 + 7,54 =) 20,67 kg/j bedraagt en de uitstoot van NH3 minder dan 1 kg/j.

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

15

Toename emissies door verkeersbewegingen Uit navolgende tabellen volgt dat door de verkeersbewegingen in de aanlegfase (conform paragraaf 3.2.2) de uitstoot van NOx minder dan 1 kg/j bedraagt en de uitstoot van NH3 minder dan 1 kg/j.

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

16

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

17

Stikstofdepositie de Natura 2000-gebieden De uitstoot van NOx als gevolg van de mobiele werktuigen en de verkeersbewegingen in de aanlegfase zorgt niet voor een bijdrage hoger dan 0,00 mol/ha/j op Natura 2000-gebieden.

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

18

Hoofdstuk 5

Conclusies

De berekening ten behoeve van de Wet natuurbescherming is uitgevoerd in het kader van een aanpassing van de bestemming. Het plan voorziet in de aanleg van 3 woningen en de sloop van de bestaande woning aan de Hoofdstraat te Kesteren. Toekomstig gebruik Het toekomstig gebruik van de woningen veroorzaakt op de Natura 2000-gebieden geen bijdrage aan stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/j. Aanlegfase De aanleg van de woningen en de sloop van de bestaande woning veroorzaakt op Natura 2000-gebieden op basis van de inschatting van de werkzaamheden geen bijdrage aan stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/j. Eindconclusie Als gevolg van de ontwikkelingen in het plangebied waarvoor de berekeningen zijn uitgevoerd neemt de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden zowel in de gebruiksfase als in de aanlegfase niet toe. Er is dus geen sprake van mogelijke negatieve effecten op beschermde Natura 2000-gebieden. Het aanvragen van een Wnb-vergunning is daarom niet nodig voor dit project.

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

19

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

20

Bijlagen

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

21

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

22

Bijlage 1: Toelichting uitgangspunten aanlegfase Onderstaand is toegelicht hoe is gekomen tot de uitgangspunten voor het modelleren van de aanlegfase. STAGE klasse De stageklassen betreffen emissienormen voor mobiele werktuigen en zijn afhankelijk van het bouwjaar en het vermogen van het mobiele werktuig. Bij de emissieberekening op basis van brandstofverbruik per stageklasse, rekent AERIUS met categorieën stageklassen en emissiefactoren die betrekking hebben op dieselmotoren en zijn overgenomen uit het Emissiemodel Mobiele Machines (TNO-rapport 2009). Voor elk werk wordt door een bouwer normaal gesproken een machine ingezet met het laagste vermogen dat werkbaar is voor de uitvoering. Dit omdat machines met een hoger vermogen meer brandstofverbruik hebben. Bij de selectie van het vermogen is dan ook gekozen voor een gemiddeld vermogen passend bij het werk. Voor wat betreft het bouwjaar is gekeken naar de gemiddelde levensduur van de gebruikte werktuigen. Hierbij is aangesloten bij de mediane levensduur (TNO-rapport 2009) van de betreffende werktuigen, afgerond op hele jaren. Het jaar van uitvoering minus de levensduur geeft een goede raming van het gemiddelde bouwjaar van de gebruikte machines. Als de initiatiefnemer heeft aangegeven oudere of nieuwere mobiele werktuigen te gebruiken, is van de door de initiatiefnemer opgegeven bouwjaren uitgegaan.

Brandstofverbruik Om het brandstofgebruik (Diesel) per jaar te schatten is aangesloten bij de formule die is opgenomen in het TNO rapport 2020 R11528. De formule is als volgt: Brandstofverbruik [liters] = 0,245 * arbeid [kWh] + (0,52 + 0,0034 * maximaal vermogen [kW]) * draaiuren [h] Stationair draaien Er is sprake van stationair / op lage last draaien als het vermogen minder dan is dan 10% van het maximale vermogen. Dit is de motorbelasting op moment dat de machine is ingeschakeld en mogelijk systemen verwarmt of op druk houdt, maar geen werk verricht. Voor het aantal uren stationair draaien is uitgegaan van percentage dat gemiddeld geldt voor het mobiele werktuig. Cilinderinhoud Voor het bepalen van de cilinderinhoud is uitgegaan van een cilinderinhoud van 1 liter per 20 kW vermogen.

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

23

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

24

Bijlage 2: AERIUSberekening toekomstig gebruik

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

25

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

26

Bijlage 3: AERIUSberekening aanlegfase

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

27

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

28

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

29

Voortoets stikstofdepositie Hoofdstraat 99, Kesteren

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11778075/1