Bijlage 1 - Was-wordt-lijst
Tekst van het document
Verordening of beleidsregel Afstemmingsverordening
was
wordt
toelichting
Aanhef
Artikel 4 lid 3 Artikel 5
“(…)op de hoogte gebracht” Lid 1 t/m 3.
Artikel 7 aanhef
“(…)op grond van 9, 9a en 55 van de Participatiewet”
Gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdelen a en d Begrippen Titel: “Afzien en afstemming van verlaging” “(…)op de hoogte gesteld” Lid 1 t/m 4. Toegevoegd lid 2: ”Als de verlaging niet op grond van het eerste lid kan worden geëffectueerd, dan wordt de verlaging opgelegd met ingang van de eerstvolgende betaling van de uitkering nadat het besluit tot het opleggen van de verlaging is genomen.” Nummering van lid 3 en 4 wijzigt door deze toevoeging. “(…)op grond van artikel 9, 9a, 17 lid 2 en 55 Participatiewet”
Correctie
Artikel 1 Artikel 4
Gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel a en e. Begrippen Titel: “Afzien van verlaging”
Art 7 a. Eerste categorie
”Het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie”
1
“1.het niet of onvoldoende nakomen van de administratieve verplichtingen zoals vastgelegd/opgenomen in het plan van aanpak; 2.het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken verplichtingen als bedoeld in artikel 9 Participatiewet niet te willen nakomen;”
Volgorde van begrippen wijzigt. Titel van artikel wijzigt (en dekt de inhoud beter) Spreekt voor zich Door deze toevoeging wordt verlaging in een latere maand dan waar het besluit betrekking op heeft, mogelijk. Bijvoorbeeld omdat in een eerdere maand geen betaling plaatsvond.
In art 17 lid 2 van de P-wet staat “De belanghebbende verleent het college desgevraagd de medewerking die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet”. Door deze toevoeging is het mogelijk de uitkering te verlagen als dit niet gebeurd. Gedraging in lid 1 wordt breder geformuleerd dan alleen niet tijdig registreren bij UWV. Lid 2 betreft gedragingen die in de huidige verordening in de tweede categorie vallen voor zover het gaat om jongeren onder de 27 jaar. Door toevoeging van “het ondubbelzinnig laten blijken uit houding en gedrag” wordt getracht te voorkomen dat door miscommunicatie of onbegrip
Art 7 b tweede categorie
“1.Het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet; 2.Het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, of 55 van de Participatiewet, voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid, van de Participatiewet, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet; “Het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen in de gemeente van inwoning voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet.”
“1. Het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting om zelfstandig arbeid te verkrijgen voor zover het niet gaat om een geüniformeerde verplichting; 2.het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken verplichtingen als bedoeld in artikel 9 lid 1 onder b Participatiewet niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, als bedoeld in artikel 9a lid 1 Participatiewet;”
Art.7A Niet meewerken aan de taaltoets
A, b en c: Verlaging gedurende één maand
A en b: Verlaging gedurende zes maanden. C: verlaging voor onbepaalde tijd
Artikel 8
Zie art 6
Zie art 6
Art 7 c. derde categorie
2
”Het zonder bericht van verhindering of geldige reden, niet verschijnen bij een gesprek met de werkcoach.”
ontstane gedragingen bestraft worden. Gedragingen benoemd in lid 1 verschuiven van categorie 3 naar 2. Een deel van de gedragingen benoemd in lid 2 (m.b.t. art. 9 van de P-wet) verschuiven naar categorie 1. Door toevoeging van “het ondubbelzinnig laten blijken uit houding en gedrag” wordt getracht te voorkomen dat door miscommunicatie of onbegrip ontstane gedragingen bestraft worden.
De huidige formulering verschuift naar categorie 2. Het niet verschijnen op afspraken t.b.v. re-integratie wordt explicieter als maatregelwaardige gedraging toegevoegd. Op dit moment is dit minder expliciet beschreven onder de noemer “niet meewerken aan Plan van aanpak” Het niet meewerken aan de taaleis wordt gedurende een langere periode bestraft, totdat betrokkene meewerkt. Overigens komt deze gedraging niet of nauwelijks voor en staat de huidige formulering/uitvoerbaarheid van de taaleis in de Participatiewet ter discussie. In artikel 8 worden dezelfde gedragingen benoemd voor de IOAW
Artikel 9. Hoogte en duur van de verlaging
Artikel 10. Duur verlaging bij schending geüniformeerde arbeidsverplichtingen
c. 100% derde categorie
Als een belanghebbende een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging 100 procent van de bijstandsnorm gedurende twee maanden.
Artikel 11 verrekenen verlaging
Artikel 12. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
3
c. 50% derde categorie
Als een belanghebbende een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging 100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand. Toegevoegd lid 2.”Als sprake is van een verlaging op grond van artikel 18, vierde lid, onderdeel a, van de Participatiewet, vindt geen verrekening als bedoeld in het eerste lid plaats.”
“3) Een verlaging wordt vastgesteld op honderd procent van de bijstandsnorm gedurende drie maanden ingeval aanspraak op bijstand wordt gemaakt doordat een voorliggende voorziening niet tot betaling aan belanghebbende komt
-
en IOAZ als in artikel 6 voor de Pwet. De toelichting op de wijzigingen is vergelijkbaar met de toelichting bij artikel 6, al wordt verwezen naar andere wetsartikelen als grondslag. Gedragingen van de derde categorie leiden tot verlaging van de bijstand met 50% gedurende 1 maand. Dit voorkomt dat gezinnen geheel zonder inkomen komen te zitten en betalingsachterstanden opbouwen, in die gevallen waar de gemeente niet wettelijk gehouden is aan het geheel stopzetten van de uitkering. De wet schrijft voor dat bij schending van de geüniformeerde arbeidsverplichting minimaal 1 maand geen uitkering wordt uitbetaald. Dit is een zeer ingrijpende maatregel. Zie ook art 11.
Omdat een verlaging van 100% doorgaans tot forse problemen leidt, bestaat de mogelijkheid deze verlaging te spreiden. In dat geval wordt meerdere maanden een lagere bijstand betaalt ipv één maand helemaal niets. Lid 2 bepaald dat dit niet gebeurd als betrokkene algemene arbeid niet heeft aanvaard of behouden. Deze bepaling ontbreekt, aangezien bijstand een vangnetregeling is. Wel wordt in deze gevallen een verlaging van de bijstand toegepast wegens “tekortschietend besef van verantwoordelijkheid”
wegens verrekening van een bestuurlijke boete welke is opgelegd voor recidiverend verzuim van de inlichtingenplicht.” -
4
Artikel 18. Blijvend en tijdelijk weigeren IOAW- of IOAZ-uitkering 1.Het college stelt een verlaging vast als: a.aan de beëindiging van de dienstbetrekking van belanghebbende een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en belanghebbende ter zake een verwijt kan worden gemaakt, of; b.de dienstbetrekking van belanghebbende is beëindigd door of op zijn verzoek zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd, of; c.belanghebbende nalaat algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden, of; d.belanghebbende door eigen toedoen geen algemeen geaccepteerde arbeid verkrijgt. 2.De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op: a.100% van de uitkering gedurende één maand bij een gedraging zoals bedoeld in het eerste lid, onderdeel a; b.100% van de uitkering gedurende één maand bij gedragingen zoals
Binnen de Participatiewet zijn de zogenaamde arbeidsverplichtingen geüniformeerd. Als deze niet worden nagekomen, volgt afstemming cf. de wet. Dit artikel is toegevoegd om vergelijkbare afstemming toe te kunnen passen als betrokkene een uitkering aanvraagt/ontvangt op grond van de IOAW of IOAZ.
bedoeld in het eerste lid, onderdeel b; c.100% van de uitkering gedurende één maand bij gedragingen zoals bedoeld in het eerste lid, onderdeel c; d.100% van de uitkering gedurende één maand bij gedragingen zoals bedoeld in het eerste lid, onderdeel d. Artikel 18 t/m 20 Slotbepalingen
Artikel 19. Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015. 2.Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Afstemmingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz NederBetuwe 2015’.
Artikel 20. Intrekken oude verordening Afstemmingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz NederBetuwe 2015 wordt ingetrokken.
Door toevoeging van een artikel wijzigt de artikelnummering. Bij de laatste aanpassing (2017) was de citeertitel per abuis niet aangepast. Overige slotbepalingen spreken voor zich.
Artikel 21. Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026 2.Deze verordening wordt aangehaald als: “Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ”
Algemene en artikelsgewijze toelichting Re-integratieverordening Participatiewet Titel
aanhef
5
De toelichting wordt aangepast aan de nieuwe verordening.
Verordening re-integratie Participatiewet, IOAW, IOAZ 2023 gemeente Neder-Betuwe Gelet op de artikel 8a, lid 1, onderdeel a, c, d en e, lid 2, en artikel 10b, lid 7, van de Participatiewet;
Re-integratieverordening Participatiewet Neder-Betuwe 2026
In de titel wordt niet expliciet verwezen naar de IOAW en IOAZ.
gelet op de artikelen 8a, eerste lid, aanhef en onder a, c, d en e en tweede lid en 10b, zevende lid, van de Participatiewet.
De Werkzaakverordening verwijst in de aanhef niet separaat naar de IOAW en IOAZ.
Artikel 1
de artikelen 34, 35 en 36, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werknemers (IOAW); en de artikelen 34, 35 en 36, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);
Begripsomschrijvingen. “Lid 1: Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IOAW), Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de gemeentewet.” Lid 1 t/m 3 2.Het college stelt de noodzakelijkheid van de scholing, de duur en de maximale kosten vast.
Definities Lid 1 ontbreekt.
De volgorde en nummering van begrippen is anders, de inhoud is hetzelfde. Wel is de lijst definities ingekort, doordat lid 1 niet is opgenomen
Lid 1 en 2 Lid 2 ontbreekt
Dat het college het bepaalde vaststelt, spreekt namelijk voor zich.
Artikel 13 inhoud beschikking persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen Artikel 16 jobcoaching
Opsomming 1t/m 6
Opsomming a t/m f
Nummering verandert, inhoud is hetzelfde
Lid 1 a t/m d
Inhoudelijk hetzelfde
Slotbepalingen
Artikel 24 Overgangsrecht
Lid 1 verwijst naar bijlage met zelfde inhoud Artikel 24 Intrekking oude
Artikel 5 Scholing
6
Doordat de intrekking van de
verordening en overgangsrecht
Artikel 25 Inwerkingtreding en citeertitel “1: Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026 2: deze verordening wordt aangehaald als: Reintegratieverordening Participatiewet Neder-Betuwe 2026”
verordening in een ander artikel staat, wijzigt de nummering binnen dit artikel. Overgangsrecht is ongewijzigd. Doordat de intrekking van de oude verordening in een ander artikel staat, wijzigt de nummering binnen dit artikel. Genoemde verordeningen werden ingetrokken in december 2023. De citeertitel en inwerkingtreding wordt aangepast.
Artikel 26 Citeertitel
Ontbreekt.
Spreekt voor zich
-
Nieuw. Zie tekst verordening
De Participatiewet eist dat cliëntenparticipatie wordt georganiseerd en kent hiervoor een verordeningsplicht. Op dit moment is Neder-Betuwe alleen voor de SW vertegenwoordigd in de Cliëntenraad van Werkzaak. Voor advies over beleid t.a.v. de P-wet wordt de Neder-Betuwse Adviesraad Sociaal domein (ASD) geraadpleegd. Door vaststelling van deze verordening kan de ASD een tweede vertegenwoordiger afvaardigen in de Cliëntenraad van Werkzaak. De huidige verordening voor de ASD
Artikel 25 Inwerkingtreding “Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 juli 2023. Met de inwerkingtreding van deze verordening wordt ingetrokken: o Re-integratieverordening Participatiewet 2018 gemeente Neder-Betuwe, vastgesteld op 7 december 2017. o de verordening ‘Loonkostensubsidie Participatiewet 2018 gemeente Neder-Betuwe’, vastgesteld op 7 december 2017.”
Verordening Cliëntenparticipatie
7
blijft ongewijzigd, omdat advisering t.a.v. minimabeleid nog steeds daar is belegd. Beide adviesraden blijven daarmee naast elkaar bestaan.
8
Ter informatie: Vanaf 1 januari 2026 zijn de beleidsregels m.b.t. de Participatiewet c.a. van Werkzaak Rivierenland van kracht. In de onderstaande tabel staan de verschillen t.o.v. de huidige beleidsregels toegelicht. Beleidsregels re-integratie Algemeen “Consulent” “Werkcoach” Gemeente Buren werkt met één consulent Werk en Inkomen, die zowel de rechtmatigheid als de doelmatigheid van de bijstand als aandachtspunt heeft. Werkzaak kent specialismen: naast de inkomensconsulent, die zich bezighoudt met inkomensvraagstukken, heeft de cliënt een werkcoach. Deze legt zich toe op re-integratie naar werk. Daarbinnen zijn er gespecialiseerde werkcoaches gericht op bijv. statushouders en jongeren. In de beleidsregels wordt de term “consulent” vervangen door de term “werkcoach” Art 3 lid 2 n.v.t. “voorzieningen uit de keuzehulp Werkzaak zet re-integratie instrumenten EVA gaan voor op instrumenten methodisch in met andere voorzieningen, behalve als behulp van een keuzehulp EVA. EVA geen passend aanbod heeft.” Omdat gem. Buren niet hierover beschikt, staat deze bepaling nog niet in de huidige beleidsregels. Art 6 Proefplaatsing Proefplaatsing is mogelijk voor de Proefplaatsing is mogelijk voor de Spreekt voor zich duur van 3 maanden duur van 2 maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal 4 maanden.
Art 11 Reiskostenvergoeding 1.Het college vergoedt de reiskosten Wij vergoeden de reiskosten die de Gemeente Buren vergoed onder gedurende traject gericht op voor woon- werkverkeer, woonwerkzoekende maakt voor deze noemer ook reiskosten voor arbeidsinschakeling opleidingsverkeer, inburgering of activiteiten in het kader van zijn inburgering. Deze reiskosten hebben sociale activering als de reisafstand traject gericht op echter geen betrekking op de meer is dan tien kilometer, zoals die arbeidsinschakeling. Daaronder Participatiewet. Ook de beleidsregels is vastgesteld volgens de snelste vallen alle bijeenkomsten en Bijzondere bijstand bieden al ruimte route via de ANWB routeplanner via contactmomenten op onze (zowel inhoudelijk als budgettair) om Externe link:www.anwb.nl uitnodiging, deelname aan sociale deze kosten te vergoeden. Dat
9
2.In afwijking van lid 1 vergoeden we de reiskosten als de reisafstand minder is dan tien kilometer op grond van medische beperkingen en/of individuele omstandigheden. 3.Het college vergoedt per kilometer het maximale bedrag voor de onbelaste kilometervergoeding genoemd in het Handboek loonheffingen van de belastingdienst. Voor het bepalen van de kilometervergoeding gebruiken wij de ANWB-routeplanner. Wij gaan daarbij uit van de snelste reisafstand. 4.De werkzoekende kan de reiskosten binnen 3 maanden na afloop van de maand waarin de kosten zijn gemaakt, declareren bij de eigen consulent. Hierop is één uitzondering: reiskosten over november en december dienen uiterlijk in januari van het volgende kalenderjaar te zijn ingediend.
Art 13 reguliere inkomstenvrijlating
10
4.Het college stelt het recht op inkomstenvrijlating op eigen initiatief vast (…)de eerste van de maand waarin de werkzaamheden
activering, deelname aan een werkervaringsplaats en noodzakelijk geachte scholing. De reiskosten in verband met een proefplaatsing vergoeden we niet. 2. Als de werkzoekende met de auto reist, vergoeden wij het maximale bedrag voor de onbelaste kilometervergoeding genoemd in het Handboek loonheffingen van de belastingdienst. Voor het bepalen van de kilometervergoeding gebruiken wij de ANWBrouteplanner. Wij gaan uit van de kortste reisafstand. 3. Als de werkzoekende met het OV reist, vergoeden wij de feitelijk gemaakte OVkosten. De werkzoekende declareert reiskosten van het OV door middel van het meesturen van het transactieoverzicht of het vervoersbewijs. In individuele gevallen kan de werkcoach de werkzoekende ondersteunen bij het indienen van de declaratie. 4. De werkzoekende kan de reiskosten binnen 3 maanden na afloop van de maand waarin de kosten zijn gemaakt, declareren bij de eigen werkcoach. Hierop is één uitzondering: reiskosten over november en december dienen uiterlijk in januari van het volgende kalenderjaar te zijn ingediend. 4. Wij stellen het recht op inkomstenvrijlating op eigen initiatief vast (….)de eerste van de maand waarin de werkzaamheden
gebeurt ook al voor inburgeraars die geen bijstand krijgen. De dubbeling verdwijnt daarmee. Buren vergoed alleen reiskosten als de reisafstand meer dan 10 kilometer bedraagt. De berekening verschilt eveneens: er wordt door Werkzaak gekeken naar werkelijke kosten OV en de kortste route volgens de ANWB.
Mensen in de bijstand worden beloond om (meer) te gaan werken, door inkomsten een half jaar lang niet (geheel) te verrekenen met de
Art 15 compensatie eigen bijdrage kinderopvang
11
structureel worden uitgebreid
structureel worden uitgebreid met minimaal 5 uur per week.
2. Het college kan een compensatie verstrekken voor eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang als bedoeld in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen aan een alleenstaande ouder met een kind onder de 12 jaar, die: a. een door de gemeente geïnitieerd traject volgt gericht op toetreding tot de arbeidsmarkt of inburgering; of b. inkomsten uit parttime arbeid heeft met daarbij een bijstandsinkomen van de gemeente ter aanvulling op deze inkomsten tot het voor hem geldende sociaal minimum; of c. een inkomen heeft niet hoger dan het voor hem geldende sociaal minimum, aansluitend op het moment dat diens uitkering van de gemeente is beëindigd door toetreding tot de arbeidsmarkt. 3. De voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in lid 2 genoemde compensatie zijn: a. De ouder heeft aantoonbaar onderzocht of en in hoeverre er in de eigen omgeving opvang mogelijk is die de kosten van kinderopvang beperkt, waarbij onder meer het eigen sociale netwerk en de mogelijkheid tot het gebruik van een peuterspeelzaal van belang zijn;
Er is niet expliciet een bepaling over de eigen bijdrage kinderopvang opgenomen in de beleidsregels, Maar Werkzaak komt hier in de praktijk wel aan tegemoet in de volgende gevallen: Kinderopvang is een drempel voor een traject naar werk; Het betreft een alleenstaande ouder (er kan dus niet worden teruggevallen op een andere ouder voor de opvang van kinderen); Er zijn geen alternatieve opties voor opvang (familie, vrienden, buren, etc.); Het maximum uurtarief van de Belastingdienst wordt gevolgd (indien mogelijk); Het maximum aantal opvanguren van de Belastingdienst wordt gevolgd.
bijstand. In lid 4 wordt bepaald wanneer de uitvoerder op eigen initiatief het recht vaststelt. Werkzaak hanteert hierbij een minimaal aantal arbeidsuren als extra stimulans. Deze bovenwettelijke bepaling werd ingevoegd in het lokale reintegratiebeleid n.a.v. een motie van de gemeenteraad van Neder-Betuwe in mei 2017. In de beleidsregels van Werkzaak is deze bepaling niet opgenomen. Door de invoeging wijkt vanaf dit punt de nummering af. Beleidsmatig gaat Werkzaak anders met deze bepaling om. Als iemand nog bijstand ontvangt, kan er een tegemoetkoming gegeven worden op vrijwel dezelfde voorwaarden. Maar niet meer in de eerste drie maanden na uitstroom uit de bijstand, omdat er voor gekozen is inwoners dan te verwijzen naar andere instrumenten die hen structureel ter beschikking staan. Zoals de inkomensafhankelijke combinatiekorting, kinderopvangtoeslag (landelijk), voorschoolse en vroegschoolse educatie of sociaal-medische indicatie (lokaal). Bij uitstroom gebruikt Werkzaak een hand-out “ Werk en kinderopvang” om ouders te helpen de financiën rondom kinderopvang te regelen.
b. De bijdrage wordt slechts toegekend voor de uren die noodzakelijk worden geacht om te kunnen voldoen aan de verplichtingen die zijn verbonden aan het in lid 2 onderdeel a bedoelde traject of om de in lid 2 onderdeel b of c bedoelde betaalde arbeid te kunnen verrichten. c. Belanghebbende dient bewijsstukken te overleggen aan het college waaruit blijkt dat de kosten kinderopvang zich daadwerkelijk voordoen, na ontvangst van de toeslag vanuit de Belastingdienst. 4.De hoogte van de in lid 2 genoemde compensatie bedraagt: a. de volledige eigen bijdrage met dien verstande dat de van toepassing zijnde maximum uurprijs als bedoeld in artikel 4, eerste lid van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang wordt gehanteerd: en b. Maximaal €1.500 per kalenderjaar; c. De tegemoetkoming eindigt maximaal 3 maanden na uitstroom uit de uitkering wegens aanvaarding van een betaald dienstverband. 5. Het college stelt het recht op een bijdrage ambtshalve of, als dit niet mogelijk is, op schriftelijke aanvraag vast. Art 18 Onderzoek arbeidspotentieel en loonwaarde doelgroep beschut werk
12
Ten aanzien van werkzoekenden met een indicatie beschut werk geldt in afwijking van artikel 16: 1.Aan personen met een indicatie
Art 17. Ten aanzien van werkzoekenden met een indicatie beschut werk geldt in afwijking van artikel 16 de Beleidsregel Beschut
Werkzaak verwijst in dit artikel naar separate beleidsregels Beschut werk. Omdat gemeente Buren en Neder-Betuwe niet over dergelijke
Beschut werk, die via het UWV aangemeld worden, kan een voorziening worden ingezet als voorschakeltraject met als doel het arbeidspotentieel en de loonwaarde goed in beeld te brengen. 2.Het college kan de volgende voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling aanbieden tot het moment dat de dienstbetrekking beschut werk aanvangt: a. voorzieningen zoals benoemd in Hoofdstuk 2 van deze beleidsregels b.dagbesteding zoals bedoeld als maatwerkvoorziening binnen de Wmo 2015 d.persoonlijke ondersteuning als bedoel in artikel 8; e.schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening 3.Het voorschakeltraject zoals bedoeld in lid 1 en 2 van dit artikel vindt plaats met behoud van uitkering, indien van toepassing. 4.Indien gedurende het voorschakeltraject een loonwaardemeting is uitgevoerd en loonwaarde komt uit tussen 30 – 70% dan kan op dat moment direct worden overgegaan tot een dienstbetrekking Beschut werk. 5.Indien gedurende het voorschakeltraject blijkt dat geïndiceerde minder dan 30% loonwaarde heeft en/óf mogelijk niet (langer) voldoet aan de criteria zoals opgenomen in het besluit Beschut
13
Werk Werkzaak Rivierenland 2018.
beleidsregels beschikken, werd de inhoudelijke bepaling van deze beleidsregels opgenomen in de beleidsregels re-integratie. Dat is nu niet meer nodig. Inhoudelijk wijzigt er niets.
Art 22 Subsidie voor interne werkbegeleiding
Art 28 Randvoorwaarden
14
werk, vraagt het college een nieuw advies Beschut werk aan het UWV. 6.Indien uit het nieuwe advies Beschut werk blijkt dat belanghebbende geen indicatie Beschut werk meer heeft, zal het college een nieuw besluit nemen waarbij wordt aangegeven dat belanghebbende niet langer tot de doelgroep Beschut werk behoort. 7.Indien het UWV opnieuw een positief advies Beschut werk afgeeft, zal het voorschakeltraject worden voortgezet met eventueel aanvullende voorzieningen. 3.Het college berekent de hoogte van de subsidie voor de extra begeleiding als volgt: we bepalen de tijd dat de werknemer niet productief is omdat er extra begeleiding wordt ontvangen. Deze tijd vermenigvuldigen we met het geldende wettelijk minimumloon.
1.d.de werkzoekende heeft of krijgt een dienstbetrekking van minimaal 6 maanden.
Art 21 3. Wij berekenen de hoogte van de subsidie als volgt: we bepalen de tijd die de interne werkbegeleider besteedt aan extra begeleiding op de werkplek, bovenop de reguliere begeleiding. Het moet gaan om tijd waarin de begeleider zelf niet productief is vanwege het begeleiden. Deze tijd vermenigvuldigen we met 125% van het wettelijk minimumloon.
Art. 27. 1.d. de werkzoekende heeft of krijgt een dienstbetrekking van minimaal 6 maanden, met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week;
Werkgevers kunnen subsidie aanvragen voor interne werkbegeleiding ter compensatie voor de extra tijd die gemoeid is met begeleiding van een werknemer met verminderde loonwaarde. De berekening van de subsidie wordt bij Werkzaak gebaseerd op de tijd die de werkbegeleider inzet t.b.v. deze begeleiding (en zelf niet productief was) Gemeente Buren hanteert een andere rekenmethode die niet gebaseerd is op de werkelijke kosten voor de extra begeleiding. De aanpassing is in het voordeel van de werkgever. In dit artikel worden randvoorwaarden benoemd voor persoonlijke ondersteuning bij arbeidsinschakeling. Werkzaak hanteert dezelfde randvoorwaarden, maar voegt daaraan een minimale omvang van het dienstverband aan
toe. Dit is geen beleidswijziging, want deze bepaling staat ook al in de reintegratieverordening. Beleidsregels terug- en invordering Bbz 2004 Algemeen
Artikel 9. - Afzien van invordering in verband met gering bedrag
“Gering bedrag” is gedefinieerd als “minder dan 100,-“
“Gering bedrag” is gedefinieerd als “minder dan 250,-“
Artikel 12 – Kwijtschelding rente
Lid 1 en 2
Lid 1 t/m5
Artikel 13
Hardheidsclausule: Door of namens het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende worden afgeweken van de bepalingen van deze beleidsregels, indien toepassing hiervan leidt tot onredelijk zwaarwegende gevolgen. In gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien, neemt het college een besluit, waarbij zoveel mogelijk aansluiting wordt gezocht bij vergelijkbare situaties met inachtneming van de individuele omstandigheden van de belanghebbende.
Afkoopregeling: Een verzoek tot afkoop van de vordering, exclusief de rente, kan worden gedaan indien tot het verzoek tot afkoop volledig aan de betalingsverplichting is voldaan en indien de vordering niet verwijtbaar is.
De huidige grens van vrij te laten giften wordt per 1 januari 2026 aangepast door een wijziging in artikel 31 van de Participatiewet
De huidige grens van vrij te laten giften wordt per 1 januari 2026 aangepast door een wijziging in artikel 31 van de Participatiewet
Beleidsregels vrijlating van giften Algemeen
15
De Neder-Betuwse beleidsregels worden ingetrokken, de Beleidsregels van Werkzaak worden van kracht. Beleidsinhoudelijk verandert er nauwelijks iets. Er wordt afgezien van invordering als het restbedrag zo laag is, dat invordering meer kost qua uitvoering dan het oplevert. Deze grens komt iets hoger te liggen dan in de huidige beleidsregels Nummering wijkt af, tekst is hetzelfde. Huidige beleidsregels bieden nog geen mogelijkheid een verzoek tot afkoop in te dienen. Werkzaak heeft er niet voor gekozen de hardheidsclausule expliciet op te nemen. Dit neemt niet weg dat bij zwaarwegende omstandigheden afgeweken kan worden ten gunste van belanghebbende.
In oktober 2025 heeft de Eerste kamer ingestemd met de wetswijziging Participatiewet in Balans. Daarom zal de in de huidige
Beleidsregels terugvordering, invordering en kwijtschelding Algemeen:
16
Art. 3 sub h Giften ten bate van energiebesparende en/of klimaat adaptieve maatregelen en duurzame energieopwekking in, aan en rondom de woning worden vrijgelaten, indien deze binnen 12 maanden met dit doel worden ingezet, of indien deze in natura zijn verstrekt.
-
Van toepassing op algemene bijstand en leenbijstand Bijzondere bijstand
Van toepassing op algemene bijstand
beleidsregels van zowel in NederBetuwe als bij Werkzaak genoemde vrijlating van 1800,- in overeenstemming gebracht moeten worden met de Particpatiewet De Neder-Betuwse beleidsregels worden ingetrokken, de Beleidsregels van Werkzaak worden van kracht. Er is 1 verschil: in de Neder-Betuwse beleidsregels staat expliciet dat subsidie voor verduurzaming wordt vrijgelaten als gift met specifiek doel. Werkzaak gaat hier in de praktijk hetzelfde mee om, maar heeft dit niet specifiek benoemd.
Gemeente Neder-Betuwe voert zelf de bijzondere bijstand uit en blijft dit ook doen vanaf 2026. Daarom worden de huidige beleidsregels ingetrokken en stelt het college beleidsregels m.b.t. leenbijstand afzonderlijk vast, zonder aanpassingen. Op de algemene bijstand zijn de beleidsregels van Werkzaak van toepassing vanaf 2026. Beleidsinhoudelijk wijzigt er niets.