Bijlage 1 - Toelichting en regels
Tekst van het document
NL.IMRO.1740.bpKEhoofdstraat99-vst1
Bestemmingsplan Kesteren, Hoofdstraat 99
vastgesteld
24 juni 2022
Kesteren, Hoofdstraat 99 COLOFON Gegevens over het plan: Plannaam: Identificatienummer: Status: Datum: Projectnummer Buro SRO:
Kesteren, Hoofdstraat 99 NL.IMRO.1740.bpKEhoofdstraat99-vst1 vastgesteld 24-06-2022 16.50.37
Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever: Contactpersoon opdrachtgever:
Marel Projecten B.V. Dhr. E. van Laar
Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem: Telefoon: E-mail: Internet:
Dhr. A. van der Mispel Sweerts de Landasstraat 50, 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.buro-sro.nl
2
Kesteren, Hoofdstraat 99
Inhoudsopgave Toelichting
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4
Inleiding Aanleiding en doel van het plan Ligging plangebied Geldende plannen Leeswijzer Planbeschrijving Bestaande situatie Toekomstige situatie Beleidskader Nationaal beleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie Omgevingsaspecten Verkeer & parkeren Bodem Geluid Bedrijven en Milieuzonering Luchtkwaliteit Geur Externe veiligheid Waterhuishouding Ecologie Archeologie & cultuurhistorie Leidingen Explosieven Spuitzonering Juridische planbeschrijving 43 Algemeen Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Procedure Overleg Inspraak Ontwerpfase Vaststellingsfase
Kesteren, Hoofdstraat 99
5
7 7 7 7 9 10 10 10 13 13 14 16 17 20 21 21 22 23 24 26 27 28 31 35 39 40 41 41
43 43 43 44 45 46 46 46 47 47 47 47 47
3
Bijlagen bij de toelichting
49
Regels
57
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11
Schetsontwerp Verkennend bodemonderzoek Akoestisch onderzoek wegverkeer Memo water Quickscan Wet natuurbescherming Voortoets stikstofdepositie Archeologisch onderzoek
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Wonen Waterstaat - Waterlopen Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
Bijlagen bij de regels Bijlage 1
4
Schetsontwerp
50 51 52 53 54 55 56
59 59 63 64 64 65 66 66 66 67 68 69 70 70 70
71 72
Kesteren, Hoofdstraat 99
Toelichting
Kesteren, Hoofdstraat 99
5
6
Kesteren, Hoofdstraat 99
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel van het plan
De initiatiefnemer is voornemens om aan de Hoofdstraat 99 in Kesteren drie woningen te realiseren. De bestaande woning op het perceel zal worden gesloopt. Het perceel bevindt zich te midden van het uitbreidingswijk Casterhoven. Omdat de beoogde ontwikkeling op grond van het vigerende bestemmingsplan 'Witte vlekken' niet is toegestaan, wordt het voorliggende bestemmingsplan in procedure gebracht.
1.2
Ligging plangebied
Het perceel ligt aan de Hoofdstraat direct ten zuidwesten van de kern Kesteren. Onderstaande afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.
Afbeelding 1.1: globale ligging en begrenzing plangebied (bron: openstreetmap.org)
1.3
Geldende plannen
Voor de in het bestemmingsplan begrepen gronden vigeert thans het bestemmingsplan 'Witte Vlekken', dat op 12 september 2013 door de gemeenteraad van Neder-Betuwe is vastgesteld. De gemeente Neder-Betuwe werkt aan de actualisering van de bestemmingsplannen binnen haar grondgebied. In dat kader zijn voor de verschillende dorpskernen en het buitengebied nieuwe bestemmingsplannen gemaakt. Binnen deze te onderscheiden gebieden binnen het gemeentelijke grondgebied zijn, om uiteenlopende redenen, een aantal locaties bij de actualisering buiten de actualisatieopgave gehouden: dit zijn de zogenaamde 'Witte vlekken'. Hier gelden wel bestemmingsplannen, maar deze zijn de afgelopen jaren nog niet geactualiseerd.
Kesteren, Hoofdstraat 99
7
In dit bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemming 'Wonen-2' met een bouwvlak voor een vrijstaande woning. Daarnaast kent het gehele perceel de dubbelbestemming 'Waarde -Archeologie 4'. Daarnaast gelden voor de in het bestemmingsplan begrepen gronden de volgende paraplubestemmingsplannen: Bestemmingsplan 'Parapluregeling Archeologie ', vastgesteld door de gemeenteraad op 27 september 2018. Binnen dit plan is de dubbelbestemming 'Waarde -Archeologie 4' uit het bestemmingsplan 'Witte Vlekken' aangepast naar de dubbelbestemming 'Waarde -Archeologie 2'; Bestemmingsplan 'Parapluregeling Parkeren ', vastgesteld door de gemeenteraad op 26 april 2018.
Afbeelding 1.2: uitsnede geldend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan Binnen het perceel is één woning toegestaan. Binnen het bestemmingsplan wordt de mogelijkheid geboden om middels een wijzigingsbevoegheid één extra woning te bouwen op het perceel. Aangezien voorliggend initiatief uitgaan van het realiseren van drie woningen is het initiatief strijdig met de geldende bestemmingen in het plangebied.
8
Kesteren, Hoofdstraat 99
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord.
Kesteren, Hoofdstraat 99
9
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
Het plangebied ligt direct ten zuiden van de kern Kesteren bij de overgang naar het buitengebied. Het perceel is omgeven door voornamelijk vrijstaande woningen en enkele bedrijflocaties. Het perceel ligt te midden van de uitbreidingswijk Casterhoven. Op het perceel van Hoofdstraat 99 bevindt zich een vrijstaande woning. Deze woning is verouderd en voldoet niet meer aan de hedendaagse eisen. Het perceel heeft een oppervlakte van circa 2.760 m². Aan de westzijde wordt het perceel begrenst door een watergang. In navolgende afbeelding is de huidige situatie van het perceel en de directe omgeving weergegeven.
Afbeelding 2.1 Luchtfoto en begrenzing plangebied
2.2
Toekomstige situatie
2.2.1 Programma Met het plan worden drie nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Het woningtype zal bestaan uit vrijstaande woningen.
10
Kesteren, Hoofdstraat 99
2.2.2 Ruimtelijke ontwikkeling De gehele Hoofdstraat zal de komende jaren door de ontwikkeling van het woningbouwproject Casterhoven een transformatie doormaken waarbij de lintstructuur langs de Hoofdstraat zal worden versterkt. Voorliggend perceel heeft een grote afmeting en is daardoor geschikt om ter plaatse verdichting te realiseren, waarbij voldoende openheid in de structuur blijft bestaan. De bestaande woning op het perceel zal worden gesloopt. Teneinde de bouw van de drie vrijstaande woningen mogelijk te maken wordt het perceel gesplitst in drie percelen. De nieuwe percelen krijgen een omvang van circa 850 m² tot 1.000 m². Bij de inrichting van de percelen zal zoveel mogelijk aansluiting worden gezocht bij de stedenbouwkundige uitgangspunten en beeldkwaliteit van het nabijgelegen bestemmingsplan Casterhoven. De nieuwe woningen worden ontworpen in een kempische bouwstijl. Door toepassing van deze bouwstijl wordt de gewenste diversiteit en kwaliteit bereikt. De positie op het perceel volgt de rooilijn van de naastgelegen woningen. Voor het plan is een schetsontwerp gemaakt (zie ook bijlage 1) en een impressie van de woningen, zie navolgende afbeeldingen.
Afbeelding 2.2: Plattegrond toekomstige situatie. (Bron: HUIBERS Architectuur)
Kesteren, Hoofdstraat 99
11
Afbeelding 2.3: Impressie toekomstige woningen. (Bron: HUIBERS Architectuur) 2.2.3 Ontsluiting en parkeren Ontsluiting De drie woningen krijgen ieder een eigen inrit op de Hoofdstraat. De Hoofdstraat is een belangrijke ontsluitingsroute van de kern Kesteren die is aangesloten op de provinciale weg N233 ten zuidwesten van het plangebied. Parkeren Op ieder perceel is voldoende ruimte om te voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. Per woning worden drie parkeerplaatsen gerealiseerd. Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 4.1.2.
12
Kesteren, Hoofdstraat 99
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Nationaal beleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Per januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.
Met de komst van de NOVI komen meerdere nationale beleidsstukken te vervallen, waaronder de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Strategisch relevante delen van de SVIR en het Barro worden echter opgenomen in de NOVI en blijven daarmee ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. Dit bestemmingsplan zal daarom ook aan dit beleid worden getoetst. Gebiedsgericht De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. In het Barro waren regels opgesteld waarmee deze gebiedsbescherming juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. Planspecifiek Onderhavig plangebied ligt niet in een van de aangewezen gebieden van de NOVI/SVIR en het Barro. Voor het plan gelden geen specifieke randvoorwaarden. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Een meer algemeen onderwerp uit de SVIR is 'duurzame verstedelijking'.
Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk gebied. Het gebruik van deze ladder is opgenomen in het Bro (artikel 3.1.6 onder 2).
Kesteren, Hoofdstraat 99
13
De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden beschreven. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Planspecifiek Dit plan voorziet in het mogelijk maken van drie woningen binnen het plangebied (op een perceel waar reeds één woning is toegestaan). Uit jurisprudentie blijkt dat pas van een stedelijke ontwikkeling sprake is als woningbouwprojecten voorzien in 11 nieuwe woningen of meer.
Voorliggend plan blijft hier qua aantal onder, waardoor er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling en een verdere toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. Voorliggend initiatief past binnen het rijksbeleid. 3.1.3 Conclusie In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Algemeen In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is op 19 december 2018 geactualiseerd op basis van de nieuwe omgevingsvisie. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. 3.2.2 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving.
Deze ambities worden hieronder kort samengevat: Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid; Een voortvarend en innovatief circulair beleid; Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit; Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag; Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat; Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen.
14
Kesteren, Hoofdstraat 99
3.2.3 Omgevingsverordening De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Planspecifiek Ter plaatse van het plangebied zijn de volgende relevante artikelen uit de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening van toepassing: Romeinse Limes Het plangebied is aangeduid als 'Romeinse Limes'. De kernkwaliteiten van de Romeinse Limes zijn forten (castella), burgerlijke nederzettingen, kampdorpen (vici) grafvelden, de militaire infrastructuur, bestaande uit wegen, waterwerken en wachttorens en scheepswrakken. Binnen het plangebied zijn geen van deze kernkwaliteiten van de Romeinse Limes aanwezig die met onderhavig plan aangetast zouden kunnen worden (zie ook paragraaf 4.10 Archeologie & cultuurhistorie). Plussenbeleid Het Plussenbeleid stelt regels voor de uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf of nietgrondgebonden veehouderijtak. Dit is in voorliggend plan niet van toepassing. Intrekgebied De planlocatie ligt binnen een door de provincie aangewezen 'intrekgebied'.
Bestemmingsplannen die ingaan op ontwikkelingen binnen dit gebied, dienen geen bestemmingen op te nemen die de winning van fossiele energie, zoals aardgas, aardolie, schaliegas en steenkoolgas, mogelijk maakt. Voorliggend plan maakt zulke bestemmingen niet mogelijk. Glastuinbouw: verbod nieuwvestiging / uitbreiding / hervestiging De provincie zet in op de herstructurering van de glastuinbouw sector. Voorliggend plan betreft de realisatie van drie woningen op een perceel reeds bestemd voor wonen. Regels met betrekking tot glastuinbouw zijn in dit plan niet van toepassing. Woonlocaties In de Omgevingsverordening is in een artikel opgenomen (artikel 2.2) dat een bestemmingsplan nieuwe woningen alleen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Op 30 mei 2016 zijn er afspraken gemaakt tussen regio en provincie over het de kwantitatieve opgave wonen voor de periode 2015-2024. Deze afspraken zijn op 13 juli 2016 door Gedeputeerde Staten formeel bekrachtigd. Op dit moment werkt de regio Rivierenland, waarvan NederBetuwe deel uitmaakt, aan het opstellen van de regionale Woonagenda. Belangrijk onderdeel hierin is het opstellen van een kwantitatief en kwalitatief regionaal woningbouwprogramma (zie paragraaf 3.3.1).
De woningen uit voorliggend plan zullen voldoen aan de nieuwe eisen van energie en conform het Bouwbesluit gasloos worden gebouwd. Hiermee draagt het plan bij aan de ambitie uit de Omgevingsvisie voor een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat weet te anticiperen op ontwikkelingen. 3.2.4 Conclusie Het bestemmingsplan is passend in de Omgevingsvisie en -verordening van de provincie Gelderland.
Kesteren, Hoofdstraat 99
15
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Regionaal woningbouwprogramma Rivierenland De gemeenten van de regio Rivierenland hebben afspraken gemaakt voor het opstellen en monitoren/actueel houden van een regionaal woningbouwprogramma. Het regionale woningbouwprogramma is een dynamische lijst die jaarlijks wordt geactualiseerd. Op 30 mei 2016 zijn er afspraken gemaakt tussen regio en provincie over de kwantitatieve opgave wonen voor de periode 2015-2024. Deze afspraken zijn op 13 juli 2016 door Gedeputeerde Staten formeel bekrachtigd. Sindsdien werkt de Regio Rivierenland waarvan Neder-Betuwe deel uitmaakt, jaarlijks de regionale Woonagenda bij waarin het kwantitatieve en kwalitatieve regionaal woningbouwprogramma wordt gemonitord. Toetsing van projecten Alle projecten worden getoetst op drie punten: I. Planstatus Van alle projecten is de planstatus geïnventariseerd. Vanuit de provincie wordt mede gestuurd op planologische hardheid. Het is van belang om te monitoren of kansrijke plannen opgenomen zijn/worden in harde bestemmingsplancapaciteit. Voorkomen moet worden dat plancapaciteit gebruikt wordt voor nietkansrijke plannen of projecten die pas op zeer lange termijn ontwikkeld worden. Plannen met harde plancapaciteit worden 'groen' gemarkeerd. Plannen met zachte plancapaciteit zijn 'rood'. II.
Urgentie Onder deze noemer vallen in ieder geval de plannen waar sprake is van een verbetering van locatie en omgeving zoals bij herstructurering en bedrijfssanering. Daarnaast kan een bepaald woningbouwprogramma, zoals voor senioren geschikte woningen in combinatie met zorgvoorzieningen, aanleiding zijn om prioriteit te geven aan een project. III. Woonmilieu, prijs en woningtype In het WBO is aangegeven waar de belangrijkste tekorten en overschotten zijn. Het regionale woningbouwprogramma wordt hieraan getoetst. Dit kan aanleiding zijn om een aantal projecten opnieuw te bezien en mogelijk meer af te stemmen op de actuele vraag. Projecten worden gespiegeld aan de geschetste behoefte uit het WBO waarbij maatwerk per gemeente en kern mogelijk is. Een groot deel van de projecten bedient immers een specifieke, lokale vraag. Indeling projecten Alle bekende projecten zijn getoetst en ingedeeld in drie categorieën. 1. Kansrijke plannen en/of korte termijn (realisatie binnen vijf jaar) Dit zijn plannen die goed aansluiten op de actuele marktvraag. Deels gaat het dan om projecten met woningen in de lagere huur- en koopprijscategorieën. Ook zorggerelateerde woningen scoren hoog. Daarnaast lijkt de markt voor middeldure, en soms zelfs dure, koopwoningen weer aan te trekken. Alle projecten in categorie 1 zijn opgenomen in harde plancapaciteit.
Kansrijke plannen waar nog geen vastgesteld bestemmingsplan voor is, worden opgenomen in categorie 2. 2. Plannen met aandachtspunten en/of middellange termijn (realisatie over vijf tot tien jaar) De projecten in categorie 2 zijn plannen met een (beïnvloedbaar) risico. Zo kan het een kansrijk project zijn met als enige aandachtspunt dat er nog geen vastgesteld bestemmingsplan ligt. Andere belemmeringen zijn omgevingsfactoren zoals milieubelemmeringen of een te verwachten weerstand vanuit de omgeving.
16
Kesteren, Hoofdstraat 99
Bij de toetsing wordt onderscheid gemaakt tussen plannen in categorie 2A waarvan verwacht wordt dat de oplevering gepland is voor de middellange termijn (2020-2025) en plannen in categorie 2B met aandachtspunten of belemmeringen. 3. Risicovolle plannen en/of lange termijn (realisatie tien jaar of verder) Een deel van deze plannen betreft een of meer fasen van een groter project. Ook zijn er projecten die nog niet aansluiten op de actuele marktomstandigheden of waar concrete knelpunten gesignaleerd zijn. Tot slot zijn het projecten die ooit een keer bedacht zijn, in de tijd dat er nog onbeperkt plannen gemaakt werden, maar waarvan nu ingeschat wordt dat deze niet meer tot ontwikkeling komen. De projecten uit de categorieën 1 en 2 vormen gezamenlijk het Regionale Woningbouwprogramma Rivierenland. Planspecifiek Wat betreft planstatus scoort onderhavige ontwikkeling nog 'rood'. Voorliggend bestemmingsplan leidt tot een omslag naar 'groen'. Qua urgentie draagt het plan bij aan de verbetering van de locatie door een verouderde woning te slopen en er drie woningen voor terug te bouwen. Daarnaast betreffen het levensloopbestendige woningen waarmee wordt aangesloten bij de woningbehoefte in de gemeente Neder-Betuwe. Hiermee scoort de ontwikkeling 'groen'.
Wat betreft woonmilieu, prijs en woningtype sluit dit plan aan bij de toenemende vraag naar (middel)dure koopwoningen en hiermee scoort de ontwikkeling 'groen'. De voorliggende ontwikkeling is opgenomen in het regionale woningbouwprogramma in de lijst projecten categorie 2. 3.3.2 Conclusie Het bestemmingsplan is passend binnen het regionale beleid.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie Neder-Betuwe De raad van de gemeente Neder-Betuwe heeft op 24 februari 2022 de 'Omgevingsvisie Neder-Betuwe' vastgesteld. De Omgevingsvisie schetst een toekomstbeeld met belangrijke waarden, die Neder-Betuwe kenmerken en wil behouden en versterken voor toekomstige ontwikkelingen. Daarnaast schetst de Omgevingsvisie ook een beeld waar de gemeente de komende jaren aan wil werken. Er zit geen einddatum aan de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie wordt (indien nodig) om de 4 jaar geactualiseerd. Als daar aanleiding toe is kan de Omgevingsvisie ook tussentijds aangepast worden. De Omgevingsvisie bestaat uit tien speerpunten, een richtinggevende kaart en een waardenkaart. De tien speerpunten zijn: Een omgeving waarin inwoners een leven lang gezond en veilig kunnen leven, wonen en werken Een goed ondernemers- en vestigingsklimaat, diversiteit in werk voor onze inwoners en een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt Wonen voor iedereen Een goede bereikbaarheid voor gebruikers van het OV, de auto, de fiets en voor de wandelaar Doorontwikkelen en beleefbaar maken van onze identiteit Doorontwikkeling van de gemeente als centrum voor laanboomteelt en andere agrarische sectoren Opwekking en gebruik van energie op een duurzame manier Voorbereid zijn op de veranderingen in klimaat Een gezonde, groene en biodiverse omgeving.
Behoud en ontwikkeling van sterke dorpen in een nieuwe en nauwe samenwerking met de gemeente
Kesteren, Hoofdstraat 99
17
Richtgevende kaart Omgevingsvisie Neder-Betuwe
In de Omgevingsvisie worden voor de kern Kesteren de volgende waarden benoemd: Mooi dorp, met onder meer karakteristiek station Veel woningbouw Aanwezigheid van alle basisvoorzieningen (winkels voor dagelijkse boodschap, ruimte voor ontmoeting, sport en beweging, basisscholen Centrale ligging, goede bereikbaarheid (OV, auto en fiets) Groene omgeving en goede verbindingen hiermee Saamhorigheid en betrokkenheid Voor de kern Kesteren wil de gemeente rekeningen houden met: De zichtbaarheid en waarde van karakteristieke gebouwen en elementen zoals het station Levendigheid in het centrum en rust in de woonwijken Aanwezigheid en zichtbaarheid van groen in de kern De zichtbaarheid en toegankelijkheid van het omringende landschap met waardevolle cultuurhistorische elementen Het belang van saamhorigheid en betrokkenheid Planspecifiek Voorliggend plan betreft het realiseren van drie woningen binnen bestaand bebouwd gebied in de kern Kesteren. Dit past binnen de waarden met betrekking tot de wens van woningbouw in de kern. De extra woningen passen goed bij de stedenbouwkundige structuur en is gelegen binnen de bestaande uitbreidingswijk Casterhoven. Het initiatief past daarmee binnen de Omgevingsvisie Neder-Betuwe.
18
Kesteren, Hoofdstraat 99
3.4.2 Programma Wonen 2020-2030: wonen voor iedereen Op 27 januari 2022 is het Programma Wonen 2020-2030: wonen voor iedereen, vastgesteld door de raad van de gemeente Neder-Betuwe. Dit is een verdiepend programma van de (concept) Omgevingsvisie NederBetuwe. In het Programma wonen is het beleid met betrekking tot de woningmarkt, het aanbod en de behoefte opgenomen. Om richting te geven aan de ontwikkeling van de gemeente, biedt het Programma Wonen belangrijke handvatten voor de gemeente zelf, maar ook de partners met wie zij op het brede speelveld van het wonen samenwerkt. Het geeft een kwalitatieve inkleuring aan de woningbouwontwikkeling van zowel nieuwbouw als bestaande bouw en alle facetten die hiermee samenhangen. Dit borgt de gemeente door randvoorwaarden te stellen voor de realisatie van sociale huur en sociale koop. Om wonen voor iedereen te realiseren ziet de gemeente de volgende aandachtspunten die gebaseerd zijn op onderzoek, bestaande beleidskaders en discussie met inwoners, professionals en de raad: 1. Betaalbaar voor iedereen Midden 2021 staat de woningmarkt in heel Nederland onder spanning, ook in Neder-Betuwe. In de koopsector is dit bijvoorbeeld te zien aan de steeds hoger wordende prijzen van koopwoningen en een afname van het aantal beschikbare woningen. In de huursector is de spanning te zien aan de lange wachtlijsten voor sociale huurwoningen.
Door het grote tekort aan woningen en de groei van huishoudens wordt het steeds moeilijker om aan een woning te komen. Vooral voor de lagere inkomens, starters en kwetsbare groepen is de situatie nijpend. Maar ook spoedzoekers en middeninkomens hebben moeite met het vinden van een betaalbare woning. Dit geldt voor zowel de koop- als de huursector. 2. Beschikbaar voor iedereen We zetten in op gevarieerde woningbouw in elke kern, zowel qua woningtype als prijsklasse. Dit doen we voor onze lokale inwoners en om aan de autonome inwonersgroei van de gemeente te voldoen. Uit onderzoek van de verhuisstromen blijkt dat we, ondanks gunstige ligging aan de A15, geen grote toestroom hebben vanuit de Randstad. De woningbouwprogrammering is afhankelijk van de bestaande woningen, de behoefte en nieuwbouwmogelijkheden per kern. 3. Vindbaar voor iedereen Het vinden van een woning is op dit moment geen vanzelfsprekendheid. Het is fijn om te weten welk actueel aanbod er is in de gemeente is. Ook is het handig om te weten bij wie u moet zijn of hoe u kunt reageren om een woning te huren of kopen. Elke verhuurder en verkoper mag zelf bepalen hoe zij dit doen. De gemeente aan de slag om dit voor inwoners beter inzichtelijk te maken. 4. Lagere inkomens In de dorpen van Neder-Betuwe wordt al jaren gemixt gebouwd.
Daarmee bedoelen we dat er verschillende woningtypen en prijsklassen gerealiseerd worden: van sociale huur tot luxe villa's. De keuze wat er gebouwd wordt moet aansluiten bij wat nodig is. De bevolking verandert en dat betekent ook dat het bouwprogramma moet veranderen: meer eenpersoonshuishoudens en zorg aan huis, waarbij het merendeel van deze inwoners een inkomen heeft waarmee ze alleen kans maken op een woning in de sociale huur of lage koop.
Kesteren, Hoofdstraat 99
19
5. Starters Het begrip starter wordt vaak gebruikt, maar wie is nou die starter? De groep starters wordt door iedereen op een andere manier gedefinieerd. Toch worden starters op de woningmarkt vaak wel gezien als 'jonge mensen'. Hierbij denkt men al snel aan de groep 25-35 jaar, vooral bij koopstarters. De groep tot 25 jaar wordt vaak niet meegenomen als starter op de woningmarkt. Je kan huurstarters en koopstarters onderscheiden. Huurstarters starten óf in de sociale huur óf in de particuliere huur. Voor koopstarters gaat het veelal om het bemachtigen van een sociale of goedkope koopwoning, waarbij ze zelf geen zelfstandige koopwoning achter laten. Het kan daarbij wel zijn dat deze koopstarter al een stukje wooncarrière in de (sociale) huur heeft doorlopen en daardoor een huurwoning achterlaat. 6. Senioren Vanaf 65 jaar val je onder de noemer senior. Neder-Betuwe telt 2.500 inwoners van 65 tot 75 jaar (ruim 10% van de bevolking) en 1.650 inwoners van 75 jaar of ouder (bijna 7% van de bevolking). Onze gemeente is daarmee iets minder vergrijsd dan het landelijk gemiddelde. De komende jaren zal de vergrijzing in NederBetuwe verder toenemen. Dat betekent ook een toenemende zorgvraag en een toenemende vraag naar passend wonen. Het belangrijkste is dat 55-plussers, die nog geen senior zijn, zich ervan bewust moeten worden dat ze tijdig kiezen voor een passende woning.
Nadenken over verhuizen of verbouwen als de zorgvraag er is, betekent dat er weinig keuze en/of tijd is voor het vinden van een gewenste woning of verbouwen van de bestaande woning. Als er niet op tijd verhuisd is, moet de huidige woning via de WMO aangepast worden op de hulpvraag. Planspecifiek Met voorliggend plan worden drie woningen gerealiseerd in de kern van Kesteren. De woningvraag is onverminderd hoog. Voorliggend plan heeft een dermate kleine omvang dat deze niet structureel invloed heeft op de woningmarkt. De te realiseren woningen zullen voor een doorstroming zorgen voor andere doelgroepen. De locatie is minder geschikt voor andere woontypes vanwege de stedenbouwkundige structuur waarbij voornamelijk vrijstaande en twee-onder-één-kapwoningen aan de Hoofdstraat in Kesteren staan. De ontwikkeling is passend binnen de woonvisie.
3.5
Conclusie
Het bestemmingsplan is passend binnen de beleidskaders van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Neder-Betuwe.
20
Kesteren, Hoofdstraat 99
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsaspecten
Verkeer & parkeren
4.1.1 Verkeer 4.1.1.1 Regelgeving De gemeenteraad stelde in maart 2018 het Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan (NBVVP) vastgesteld. Dit geeft de visie tot 2025 weer hoe de gemeente Neder-Betuwe nu en in de toekomst om gaat met vraagstukken op het gebied van verkeer en vervoer dan wel de mobiliteit. Het plan bestaat uit twee onderdelen en is een update van het Neder-Betuws Verkeer en Vervoerplan uit 2011: Beleidsrapportage met daarin de visie van de gemeente tot 2025. Belangrijk onderdeel hierin is ook het Uitvoeringsprogramma, waarin staat welke projecten de gemeente de komende jaren wil uitvoeren en voor welke projecten geld beschikbaar is. Achtergrondrapportage met daarin achtergrondinformatie bij de beleidsrapportage. In de achtergrondrapportage zijn de resultaten van de inventarisatie en (knelpunt)analyse opgenomen. 4.1.1.2 Doorwerking bestemmingsplan Om inzicht te bieden in de mate van verkeerstoename als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, is de verkeersaantrekkende werking bepaald. Daarvoor is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van een gemiddelde weekdag (aantal vervoersbewegingen per weekdag: vvb/wd). Voor vrijstaande woningen in de rest van de bebouwde kom van een matig stedelijke gemeente geldt een kengetal van 8,6 verkeersbewegingen per dag.
Gezien er reeds één vrijstaande woning op het perceel aanwezig is gerekend met een toename van 2 woningen. Voor de twee woningen tezamen betekent dit 17,2 verkeersbewegingen per dag. De woningen worden ontsloten op de Hoofdstraat via een nieuw aan te leggen inritten. De Hoofdstraat en het aangrenzende wegennet kunnen de toename goed aan, aangezien de toename zeer beperkt is ten opzichte van de huidige intensiteit. 4.1.2 Parkeren 4.1.2.1 Regelgeving Op 11 mei 2017 heeft de gemeenteraad de 'Nota Parkeernormen' vastgesteld. Deze nota beoogt het vastleggen van de parkeernormen in de gemeente Neder-Betuwe en het bepalen van een transparant en eenduidig toepassingskader. Aan de hand van de parkeernormen kan de parkeerbehoefte van toekomstige ruimtelijke plannen en -ontwikkelingen berekend worden. De gemeente heeft de parkeernormen ontleend aan de landelijke kencijfers van CROW. 4.1.2.2 Doorwerking bestemmingsplan Voor onderhavig plan is een parkeerbalans opgesteld, waarbij is uitgegaan van de parkeernormen van uit de 'Nota Parkeernormen' van de gemeente Neder-Betuwe. Parkeren vindt in de toekomstige situatie plaats op eigen terrein. Aan de voorzijde van de woningen is voldoende ruimte om te kunnen voldoen aan de gemeentelijke norm van 2,6 parkeerplaatsen per woning.
In de regels van voorliggend bestemmingsplan is geborgd dat er moet worden voldaan aan deze parkeernorm en daarmee voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd en in stand worden gehouden op eigen terrein (artikel 3.3.2). 4.1.3 Conclusie Het aspect 'verkeer & parkeren' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
Kesteren, Hoofdstraat 99
21
4.2
Bodem
4.2.1 Regelgeving Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening dient voor elke individuele bouwlocatie aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.
Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). 4.2.2 Doorvertaling bestemmingsplan In het kader van voorliggende ontwikkeling is een bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 2. Uit het uitgevoerde bodemonderzoek blijkt dat er plaatselijk sterke verontreiniging met lood, koper en zink in de verhoging rond de woning is aangetroffen. De omvang van de verontreiniging wordt voorlopig geschat op 29 m³ en betreft een ernstige bodemverontreiniging zoals bedoeld in de Wet bodembescherming. Voor het overige voldoet de kwaliteit van de grond aan de verwachtingen volgens de bodemkwaliteitskaart en is de locatie op basis van de onderzoeksresultaten geschikt geacht voor de bestemming wonen met tuin. Op basis van de resultaten van het asbestonderzoek wordt geconcludeerd dat de bodem plaatselijk licht verontreinigd is met asbest. In de plaatselijk puinhoudende grond is een lage concentratie asbest aangetoond die geen aanleiding geeft tot nader onderzoek. Geconcludeerd wordt dat het terrein vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt is voor de huidige en de toekomstige bestemming, afgezien van de locatie van bovengenoemde verontreiniging naast de woning.
In het kader van de geplande herontwikkeling dient de aangetoonde verontreiniging gesaneerd te worden. Voorafgaand aan de sanering dient een BUS-melding opgesteld en ingediend te worden bij het bevoegd gezag. Na sanering van de verontreiniging vormt de bodemkwaliteit geen belemmering meer voor de geplande herontwikkeling en aanvraag omgevingsvergunning. 4.2.3 Conclusie Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
22
Kesteren, Hoofdstraat 99
4.3
Geluid
4.3.1 Regelgeving Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd dient te worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten. Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen.
De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen. Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een “hogere waarde procedure” worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde "dove" gevel heeft. Een "dove gevel" is een bouwkundige constructie: waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering; waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woon- en leefklimaat in de woning.
De karakteristieke geluidwering van de gevel dient voor nieuwbouw zodanig te zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB. 4.3.2 Wegverkeerslawaai Regelgeving In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart blijkt dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt. Bij vaststelling van een bestemmingsplan dient voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek te worden verricht (art.76 lid 1 Wgh). De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel.
Tabel 4.1: overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg)
Kesteren, Hoofdstraat 99
23
De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. Doorvertaling bestemmingsplan In het kader van voorliggende ontwikkeling is een akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 3. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting door wegverkeer op de Hoofdstraat op de westgevels van de woningen 55 dB na aftrek bedraagt. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt daarmee overschreden. De maximale hogere waarde van 63 dB wordt niet overschreden. Voor voorliggend initiatief wordt een hogere waarden procedure voor de geluidbelasting door wegverkeer op de Hoofdstraat doorlopen. Daarnaast zal er in het kader van goede ruimtelijke ordening moeten worden voldaan aan de de eisen voor de geluidwering conform het Bouwbesluit. 4.3.3 Conclusie Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.4
Bedrijven en Milieuzonering
4.4.1 Regelgeving Regelgeving Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom dient aandacht te worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies. Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten middels een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek.
Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied. Voor het vaststellen van de genoemde minimale richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. Naast de omgevingstypen 'rustige woonomgeving' en 'gemengd gebied' kent de VNG-publicatie ook het type 'gebied met functiemenging'. Het begrip 'gebied met functiemenging' heeft geen betrekking op de typering van een gebied maar op de toelaatbaarheid van hinderveroorzakende functies, zoals stadscentra, dorpskernen, winkelcentra, horecaconcentratiegebieden, zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en (delen van) woongebieden met kleinschalige dan wel ambachtelijke bedrijvigheid.
24
Kesteren, Hoofdstraat 99
Tabel 4.2: richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien niet aan de richtafstanden wordt voldaan, is een nadere beschouwing danwel onderzoek nodig. Hiertoe wordt ten aanzien van het geluidsaspect gebruik gemaakt van de beoordelingssystematiek uit de VNG-publicatie. Tijdens het inwerking zijn van inrichtingen zullen deze worden getoetst aan het Activiteitenbesluit. 4.4.2 Doorvertaling bestemmingsplan In de directe omgeving van de woningbouwlocatie zijn enkele bedrijven aanwezig. In onderstaande tabel zijn de adressen en maximaal toegestane milieucategorieën van de aanwezige bedrijven en inrichtingen weergegeven. Adres
Inrichting
Toelaatbare milieucategorie
Maatgevende aspect
Broekdijk 31a Hoofdstraat 66 Ommestraat 2
Tuincentrum Kantoor Cafetaria
2 1 1
Vicuslaan 2 Broekdijk 37 Hoofdstraat 70
Middelbare school Dierenspeciaalzaak Tuincentrum
2 1 2
geluid geluid geur, geluid en gevaar geluid geluid geluid
Feitelijke afstand (in m) 30 (10) 124 10 (0) 31 10 (0, behalve 24 voor gevaar) 30 (10) 108 10 (10) 172 30 (10) 27 Richtafstand (in m)*
* de gereduceerde richtafstand is tussen haakjes weergegeven
Tabel 4.3: overzicht relevante bedrijvigheid Op basis van de VNG-brochure is de omgeving van het plangebied aan te merken als een 'gemengd gebied'. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging of een gebied dat is gelegen nabij hoofdinfrastructuur. Kenmerkend voor het omgevingstype 'gemengd gebied' is dat sprake is van een zekere verstoring en dus van een relevant andere omgevingskwaliteit dan in een rustig woongebied. In de omgeving van het plangebied zijn namelijk meerdere bedrijven, een school, horeca en een drukke wegen (Hoofdweg) aanwezig. Gelet op de aanwezige functies en infrastructuur is er sprake van het omgevingstype 'gemengd gebied', waardoor de richtafstand terug kan worden gebracht met één afstandsstap. Dit betekent concreet dat de gereduceerde richtafstanden – zoals opgenomen in tabel 1 – van toepassing zijn. Uit de tabel kan worden geconcludeerd dat er aan de richtafstanden voor de omliggende bedrijven kan worden voldaan. Daarmee is er in het plangebied sprake van een goed woon- en leefklimaat en er worden geen bedrijven in hun bedrijfsvoering belemmerd. 4.4.3 Conclusie Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
Kesteren, Hoofdstraat 99
25
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1 Regelgeving In het kader van een planologische procedure dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij dient het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' in beeld te worden gebracht. De Wet luchtkwaliteit van 15 november 2007, opgenomen in hoofdstuk 5, onder titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) gaat in op luchtkwaliteitseisen. In Bijlage 2 van de Wm zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd van onder andere de stoffen stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10), benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb) en koolmonoxide (CO). Projecten dienen te worden beoordeeld op basis van de 'Wet luchtkwaliteit' c.q. artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor vergunningverlening als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden.
In artikel 2 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is opgenomen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de zogenaamde '3% grens' niet wordt overschreden. Na vaststelling van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) op 1 augustus 2009 is deze grens gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. In artikel 4 van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. 4.5.2 Onderzoek Een project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 µg/m3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen.
In de regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan een ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De ontwikkeling van 3 woningen in dit bestemmingsplan valt ook binnen de NIBM-regeling zodat onderzoek op grond van de Wet luchtkwaliteit niet noodzakelijk is. Goede ruimtelijke ordening (NSL-monitoringstool) In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald ter plaatse van het plangebied. Met de NSL-monitoringstool zijn langs de belangrijkste wegen (A15 en N233) de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald. In afbeelding 4.2 zijn de jaargemiddelde concentraties weergegeven voor het peiljaar 2020. Uit deze afbeelding blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarde van 40 µg/m3 (voor NO2 en PM10) en 25 µg/m3 (voor PM2,5) niet worden overschreden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten.
26
Kesteren, Hoofdstraat 99
Afbeelding 4.2.: NSL-monitoringstool 4.5.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'luchtkwaliteit' geen belemmering vormt voor de onderhavige ontwikkeling.
4.6
Geur
4.6.1 Regelgeving Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt: voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld (in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv))) geldt een maximale geurbelasting) op een geurgevoelig object; voor andere diercategorieën geldt een minimale afstand van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden (conform Reconstructiewet) en nietconcentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De wet beschrijft in artikel 3 de maximale norm voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig object in vier situaties, zie onderstaande tabel. Concentratiegebied Niet-concentratiegebied Binnen bebouwde kom diercategorieën Rgv max. 3 ouE/m³ max. 2 ouE/m³ andere diercategorieën min. 100 m t.o.v. min. 100 m t.o.v. geurgevoelig object geurgevoelig object Buiten diercategorieën Rgv max. 14 ouE/m³ max. 8 ouE/m³ bebouwde kom andere diercategorieën min. 50 m t.o.v. min. 50 m t.o.v.
geurgevoelig geurgevoelig object object Geurnormen Wgv De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid om afwijkende geurnormen vast te stellen voor (delen van) het
Kesteren, Hoofdstraat 99
27
grondgebied. Op deze wijze kan de gemeente een geurhinderbeleid vaststellen dat is afgestemd op de plaatselijke situatie. Regeling geurhinder en veehouderij In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is de wijze vastgelegd waarop: de geurbelasting wordt bepaald; de afstand tussen veehouderij en geurgevoelig object) wordt gemeten. Activiteitenbesluit Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee). Geurgebiedsvisie gemeente Neder-Betuwe Op 15 september 2011 heeft de gemeenteraad de geurverordening en bijbehorende geurgebiedsvisie vastgesteld. Doelstelling van deze visie is het opstellen van een gemeentedekkend gebiedsgericht geurbeleid voor de gemeente Neder-Betuwe gebaseerd op de Wet geurhinder en veehouderij, waarin een afweging is gemaakt tussen geurbelasting en geurbeleving.
De gebiedsvisie brengt de geurknelpunten in beeld en geeft de mogelijkheid om maatwerk te leveren in de (nog te bepalen) deelgebieden. Met geurknelpunten worden situaties bedoeld waarbij de geurcontouren van agrarische bedrijven rond een bouwblok over geurgevoelige objecten reiken als zijnde voor grondwaarde, of een situatie waarbij verschillende agrarische bedrijven gezamenlijk een niet acceptabel hinderpercentage leveren als zijnde achtergrondwaarde. 4.6.2 Doorvertaling bestemmingsplan In de omgeving van het plangebied (<300 m) zijn geen veehouderijen aanwezig. Het woon- en leefklimaat in de toekomstige woningen zal niet worden belemmerd door geurbelasting en er zijn geen veehouderijen die in de bedrijfsvoering worden belemmerd door de ontwikkeling. 4.6.3 Conclusie Het aspect 'geur' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.7
Externe veiligheid
4.7.1 Regelgeving Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid rondom externe veiligheid is vastgelegd in circulaires, regelingen, AMvB's en wetten. In Nederland worden twee maten gehanteerd voor externe veiligheidsrisico's, namelijk het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Bij het plaatsgebonden risico (PR) gaat het om de kans per jaar dat een denkbeeldig persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich onafgebroken en onbeschermd in de nabijheid van een risicovolle inrichting of transportas bevindt. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven als een contour rondom de risicovolle inrichting of de transportas. Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve kans dat een (werkelijk) aanwezige groep van 10, 100 of 1.000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen voordoen.
Dit is de zogenaamde 1 %-letaliteitsgrens; de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1 % van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf (invloedsgebied).
28
Kesteren, Hoofdstraat 99
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein, bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. Deze bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij woningen, kantoren, ziekenhuizen, scholen of winkels. Het besluit verplicht gemeenten en provincies wettelijk vanaf de inwerkingtreding van het besluit bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van ruimtelijke plannen met externe veiligheid rekening te houden. Het gaat daarbij niet alleen om het oprichten van of veranderen van inrichtingen of projecteren van nieuwe bestemmingen. Ook bij het vaststellen of herzien van een bestemmingsplan dient de externe veiligheid te worden beoordeeld. Het besluit is op 27 oktober 2004 in werking getreden. Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Daarin wordt geregeld hoe een gemeente moet omgaan met risico’s langs relevante buisleidingen. De hogedruk gasleidingen van de Gasunie zijn het meest relevant. De risico’s worden met name bepaald door de maximale druk en diameter van de leiding, maar ook door getroffen maatregelen. Op 1 april 2015 is de Wet basisnet in werking getreden.
De Wet basisnet voorziet in een wijziging van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (“Wvgs”) ter verankering van een landelijk basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het basisnet is een samenstel van wegen, binnenwateren en hoofdspoorwegen waaraan een bepaalde risicoruimte voor het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt toegekend. Als deze risicoruimte, de zogenaamde risicoplafonds, door een groei van het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, dient de minister maatregelen te nemen. De risicoplafonds moeten daarnaast in acht worden genomen bij het toestaan van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van basisnetroutes. Op deze manier kan de veiligheid langs de transportroutes voor gevaarlijke stoffen in toenemende mate worden gegarandeerd. Gelijktijdig met de Wet Basisnet zijn ook andere regelingen in werking getreden zoals de wijziging van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen (Bvgs), de Regeling basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is een aandachtgebied gedefinieerd waarbinnen het groepsrisico verantwoord dient te worden (200 meter). Buiten deze zone dient in het invloedsgebied alleen ingegaan te worden op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid (beperkte verantwoording).
Beleidsvisie externe veiligheid 2015-2018 Neder-Betuwe wil een aantrekkelijke gemeente zijn om te wonen en te werken. Dat stelt eisen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Externe veiligheidsrisico's zijn daar een onderdeel van. Externe veiligheid gaat over het beschermen van burgers tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. De risico's - veroorzaakt door het werken met - opslaan van of vervoer van gevaarlijke stoffen, zijn niet uit te sluiten. We kunnen ze wel beheersen door een adequate uitvoering van relevante taken en vooraf afspraken te maken hoe met de huidige en toekomstige risico's wordt omgegaan. Doel van deze beleidsvisie externe veiligheid is het bieden van een toetsingskader dat duidelijk maakt hoe om te gaan met externe veiligheidsrisico's. De ambities in deze visie zijn naast de wettelijke regels met name van toepassing bij het vaststellen van omgevingsbesluiten en de vergunningverlening voor risicobedrijven. Ook zijn in deze visie ambities met betrekking tot de organisatie van de uitvoering van de wettelijke regels opgenomen. Door toepassing van deze ambities worden ad hoc besluiten voorkomen. De gemeente past de uitgangspunten en ambities in deze visie verder toe bij andere gemeentelijke activiteiten en ontwikkelingen waarbij externe veiligheid een rol speelt. De gemeente streeft naar een beheersbare externe veiligheidssituatie, waarbij: 1.