Bijlage 1 - Toelichting en regels
Tekst van het document
NL.IMRO.1740.bpOCbonegraafsewg3-vst1
Bestemmingsplan Ochten, Bonegraafseweg 3
4 december 2023
2
Ochten, Bonegraafseweg 3
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4
5 Inleiding Aanleiding en doel van het plan Ligging plangebied Geldende plannen Leeswijzer Planbeschrijving Bestaande situatie Toekomstige situatie Beleidskader Nationaal beleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie Omgevingsaspecten Verkeer & parkeren Bodem Geluid Bedrijven en Milieuzonering Luchtkwaliteit Geur Externe veiligheid Waterhuishouding Ecologie Archeologie & cultuurhistorie Leidingen Explosieven Spuitzonering Juridische planbeschrijving Algemeen Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Procedure Overleg Inspraak Ontwerpfase Vaststellingsfase
Ochten, Bonegraafseweg 3
7 7 7 8 8 9 9 10 12 12 14 15 16 20 21 21 22 23 24 27 28 29 33 37 39 41 41 42 43 43 43 43 44 45 46 46 46 47 47 47 47 47
3
Bijlagen bij toelichting
49
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6
51 53 55 57 59 61
Inmeting Verkennend bodemonderzoek Akoestisch onderzoek wegverkeer Quickscan Wet natuurberscherming Voortoets stikstofdepositie Zienswijzennota
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14
63 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Groen Verkeer - Verblijfsgebied Water Wonen Waarde - Archeologie 2 Waterstaat - Waterlopen Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
65 65 69 70 70 71 72 72 74 77 78 78 78 80 81 82 82 82
Bijlagen bij de regels
83
Bijlage 1 Bijlage 2
85 87
4
Inrichtingsplan Staat van Bedrijfsactiviteiten
Ochten, Bonegraafseweg 3
Toelichting
Ochten, Bonegraafseweg 3
5
6
Ochten, Bonegraafseweg 3
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding en doel van het plan
De initiatiefnemer is voornemens om nieuwe woningen te realiseren op de locatie van een voormalig agrarisch bedrijf aan de Bonegraafseweg 3 in Ochten. Het plan voorziet in de herbouw van een bestaande vrijstaande woning en de ontwikkeling van zes nieuwe twee-onder-één-kap woningen. Omdat de beoogde ontwikkeling op grond van het vigerende bestemmingsplan ‘Kernen Neder-Betuwe’ niet is toegestaan, wordt het voorliggende bestemmingsplan in procedure gebracht.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen in het oosten van de Kern Ochten, tussen de Bonegraafseweg en De Hoef. Bijgevoegde afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied en omgeving.
Globale ligging en begrenzing plangebied (bron: openstreetmap.org)
Ochten, Bonegraafseweg 3
7
1.3
Geldende plannen
Voor de in het bestemmingsplan begrepen gronden geldt in de huidige situatie het bestemmingsplan 'Kernen Neder-Betuwe', dat op 14-05-2020 door de gemeenteraad van Neder-Betuwe is vastgesteld. Op de navolgende afbeelding is een uitsnede opgenomen van het geldende bestemmingsplan.
Uitsnede geldend bestemmingplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Het plangebied heeft hierin de bestemming 'Agrarisch'. Over een deel van de bestemming 'Agrarisch' ligt de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterlopen' (langs de belangrijkste watergangen). Hiermee is geregeld dat onder andere het onderhoud aan de watergang kan worden gepleegd. In het noordwestelijke deel van het plangebied ligt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Hiermee is een onderzoeksplicht opgelegd wanneer er bodemingrepen plaatsvinden groter dan 1.000 m2 en dieper dan 30 cm onder het maaiveld. Strijdigheid met het geldend bestemmingsplan Het realiseren van de woningen is strijdig met de geldige bestemming 'Agrarisch' in het plangebied.
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord.
8
Ochten, Bonegraafseweg 3
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
Het plangebied ligt aan de oostzijde van de kern Ochten, tussen de Bonegraafseweg en De Hoef. Hiermee ligt het perceel op de overgang van de bebouwde kom naar het buitengebied. De lintbebouwing langs de Bonegraafseweg en (in het verlengde) de Liniestraat begint direct ten westen van het plangebied. Ten oosten begint het buitengebied van Neder-Betuwe met (agrarische) bedrijven. Aan deze zijde ligt ook de begraafplaats met aan De Hoef het parkeerterrein. In het plangebied ligt een voormalig agrarisch bedrijf met een bedrijfswoning en enkele agrarische bebouwing. Het terrein wordt voornamelijk ontsloten via de twee inritten op de Bonegraafseweg, maar heeft ook een aansluiting op De Hoef. Het plangebied wordt aan de noord- en westzijde omsloten door woonpercelen, aan de noord- en zuidoostzijde wordt het omsloten door de wegen met daarnaast een watergang. Langs de Bonegraafseweg is een bomenrij aanwezig. Op het perceel zelf staan enkele fruitbomen. De onderstaande afbeelding toont een luchtfoto van het plangebied.
Luchfoto van het plangebied
Ochten, Bonegraafseweg 3
9
2.2
Toekomstige situatie
2.2.1 Programma Met voorliggend plan wordt één bestaande woning herbouwd en worden zes nieuwe woningen gerealiseerd. Alle bestaande bebouwing in het plangebied wordt gesloopt, waaronder de bestaande vrijstaande woning. Hier komt een nieuwe vrijstaande woning voor terug. Daarnaast worden zes nieuwe twee-onder-één-kap woningen gerealiseerd. 2.2.2 Ruimtelijke ontwikkeling Het initiatief betreft de herontwikkeling van de locatie Bonegraafseweg 3. Het voormalige agrarische bedrijf is niet meer in functie. Door de ontwikkeling en groei van de kern Ochten past dit agrarische perceel niet langer meer bij de Kern van Ochten. Met het voorliggend plan wordt er aangesloten op de bestaande lintbebouwing langs de Bonegraafseweg en wordt de kern Ochten op deze manier logisch afgerond. De voorgevels van de nieuwe woningen liggen in het verlengde van de voorgevel van de naastgelegen woningen. Hierin verspringt de rooilijn van elkaar, wat passend is bij de opzet van de lintbebouwing langs de Bonegraafseweg en de Liniestraat. Ook in aanzicht zijn de woningen verschillend door onder andere de gedraaide/verbijzondering in de kappen. De rij bomen en de watergang langs de Bonegraafseweg worden in stand gehouden door gebruik te maken van de bestaande inritten.
Met de realisatie van de nieuwe woningen sluit dit goed aan bij de stedenbouwkundige structuur en schaalgrootte/kavelgroottes van de Bonegraafseweg. De goot- en bouwhoogte van de nieuwe woningen zijn vergelijkbaar met de huidige bestemmingsplanregels van naastgelegen woningen aan het lint (goot- 6 en bouwhoogte 10 meter).De navolgende afbeelding geeft een impressie van de toekomstige situatie. Het volledige inrichtingsplan is toegevoegd als bijlage 1 bij de regels.
Uitsnede inrichtingsplan
10
Ochten, Bonegraafseweg 3
2.2.3 Ontsluiting en parkeren Ontsluiting De nieuwe woningen worden ontsloten via de bestaande inritten. De vrijstaande woning en de noordelijkste twee-onder-één kap woning ontsluiten via De Hoef. De andere vijf twee-onder-één-kap woningen ontsluiten via de Bonegraafseweg. Voor de zuidelijkste woning wordt een nieuwe inrit gerealiseerd, aansluitend op de al bestaande inrit van de naastgelegen bestaande woning (Bonegraafseweg 1A). De bestaande bomen kunnen hierdoor blijven behouden. Parkeren Binnen het plangebied worden voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd, afgestemd op de parkeernormen van de woningtypen. Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 4.1.2.
Ochten, Bonegraafseweg 3
11
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Nationaal beleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Per januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.
Met de komst van de NOVI komen meerdere nationale beleidsstukken te vervallen, waaronder de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Strategisch relevante delen van de SVIR en het Barro worden echter opgenomen in de NOVI en blijven daarmee ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. Dit bestemmingsplan zal daarom ook aan dit beleid worden getoetst. 3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De kaders van het rijksbeleid zijn opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). In de SVIR schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. De structuurvisie gaat uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Dit betekent dat de verantwoordelijkheid voor het ruimtelijk beleid meer bij provincies en gemeenten komen te liggen. Het Rijk zal zich alleen bezig houden met de zaken die prioriteit hebben. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten.
Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol. De structuurvisie is juridisch vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), zie 3.1.3. 3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid, zoals beschreven in de SVIR. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren.
12
Ochten, Bonegraafseweg 3
3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.
Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Volgens de nota van toelichting bij artikel 3.1.6, lid 2, aanhef en onder b, van het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen naar het oordeel van de Raad van State planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Planspecifiek Gebiedsgericht Het plangebied ligt niet in één van de aangewezen gebieden van de Novi.
Het initiatief heeft daarmee geen invloed op één of meerdere aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Ladder voor duurzame verstedelijking Voorliggend plan draagt eraan bij dat er zes nieuwe woningen op de locatie worden toegevoegd. Uit jurisprudentie blijkt dat van een stedelijke ontwikkeling sprake is als een ontwikkeling voorziet in twaalf nieuwe woningen of meer. Voorliggend plan blijft daarmee onder de gestelde norm, waardoor er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing. 3.1.5 Conclusie Het plangebied ligt niet in een van de aangewezen gebieden van de NOVI/SVIR en het Barro. In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
Ochten, Bonegraafseweg 3
13
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Algemeen In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. De visie integreert een vijftal beleidsterreinen: ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is op 19 december 2018 geactualiseerd op basis van de nieuwe omgevingsvisie. Op 5 juli 2022 is het meeste recente actualisatieplan vastgesteld. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. 3.2.2 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving.
Deze ambities worden hieronder kort samengevat: Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid; Een voortvarend en innovatief circulair beleid; Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit; Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag; Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat; Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Naast deze zeven ambities blijft het beleid uit de Omgevingsvisie uit 2014 gelden. Het gaat om de aanwijzing van functies van regionale oppervlaktewateren, van gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, van Natura 2000-gebieden en van bijzondere natuurgebieden. 3.2.3 Omgevingsverordening Gelderland De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal.
De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. In de Omgevingsverordening is onder meer bepaald dat een bestemmingsplan nieuwe woningen alleen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda (zie ook paragraaf 3.3). Er dient te worden voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Planspecifiek Voor de ontwikkeling is met name het beleid rond 'Nieuwe woonlocaties' van belang. In artikel 2.2.1.1 van de omgevingsverordening is opgenomen dat: "nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts worden toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave voor wonen voor de betreffende regio". In navolgende paragraaf 3.3.1 is opgenomen dat voorliggend initiatief zowel kwantitatief en kwalitatief past binnen het regionale woningbouwprogramma. In paragraaf 3.4.2 wordt aangegeven op welke wijze de bouw van zes extra woningen passen binnen het vastgestelde woonbeleid.
14
Ochten, Bonegraafseweg 3
3.2.4 Conclusie Het bestemmingsplan is passend in de Omgevingsvisie en -verordening van de provincie Gelderland.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Regionale woonagenda 2020-2030 In het najaar van 2020 is de Regionale Woonagenda Rivierenland 2020-2030 vastgesteld. Neder-Betuwe heeft samen met de andere regiogemeenten vijf thema's gekozen waarin we samenwerking zoeken: Continuïteit in productie waarbij we de bestaande woningbouwplannen versneld uitvoeren en waar gaan proberen om adaptief (flexibeler) te programmeren. Betaalbaarheid waarbij we ons extra inzetten voor huishoudens met een laag- of middeninkomen. Flexibiliteit op de woningmarkt: er is een toenemend aantal inwoners dat behoefte heeft aan betaalbare en snel beschikbare woonruimte. Wonen en zorg waarbij er voldoende passende en betaalbare woonruimte beschikbaar moet zijn in een breed scala aan woonvormen. Duurzame woningvoorraad waarbij we kijken naar de Regionale Energie Strategie (RES) die invulling moet geven aan de ambities uit het Klimaatakkoord en het Gelders Energie Akkoord. Planspecifiek Met de ontwikkeling wordt voorzien in zes nieuwe grondgebonden woningen, voldoen aan de gebruikelijke duurzaamheidseisen. De woningen kunnen ontwikkeld worden als levensloopbestendige woningen waardoor senioren langer thuis kunnen blijven wonen. De bedrijfswoning wordt gesloopt aangezien deze niet meer voldoet aan de huidige eisen en nagenoeg niet duurzamer te maken is.
Deze wordt herbouwd tot een nieuwe vrijstaande woning waarmee deze tevens aan de gebruikelijke duurzaamheidseisen kan voldoen. 3.3.2 Regionaal woningbouwprogramma Rivierenland Het Woningbouwprogramma voor de periode 2020-2030 is vastgesteld door de Provincie Gelderland. Voor de gemeente Neder-Betuwe gaat het om minimaal 950 en maximaal 1.400 woningen tot 2030. De Omgevingsverordening stelt ten aanzien van nieuwe woonlocaties (artikel 2.2.1.1) dat “in een bestemmingsplan nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts worden toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio.” De gemeenten in de regio Rivierenland werken al jarenlang samen op het gebied van wonen. De regio heeft een methodiek van kwalitatief programmeren ontwikkeld, die de instemming van de provincie heeft. Om de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte inzichtelijk te krijgen hebben de gemeenten van de regio Rivierenland afspraken gemaakt voor het opstellen en monitoren - actueel houden - van een regionaal woningbouwprogramma. Het regionale woningbouwprogramma is een dynamische lijst en wordt jaarlijks geactualiseerd.
Planspecifiek De ontwikkeling van zes extra woningen past binnen de regionale afspraken (zie paragraaf 3.1.4) en de wens om voor de gemeente Neder-Betuwe maximaal 1.400 woningen te bouwen. 3.3.3 Conclusie Het bestemmingsplan is passend binnen het regionale beleid.
Ochten, Bonegraafseweg 3
15
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie Neder-Betuwe De raad van de gemeente Neder-Betuwe heeft op 24 februari 2022 de 'Omgevingsvisie Neder-Betuwe' vastgesteld. De Omgevingsvisie schetst een toekomstbeeld met belangrijke waarden, die Neder-Betuwe kenmerken en wil behouden en versterken voor toekomstige ontwikkelingen. Daarnaast schetst de Omgevingsvisie ook een beeld waar de gemeente de komende jaren aan wil werken. De Omgevingsvisie bestaat uit tien speerpunten, een richtinggevende kaart en een waardenkaart. De speerpunten Een omgeving waarin inwoners een leven lang gezond en veilig kunnen leven, wonen en werken Een goed ondernemers- en vestigingsklimaat, diversiteit in werk voor onze inwoners en een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Wonen voor iedereen. Een goede bereikbaarheid voor gebruikers van het OV, de auto, de fiets en voor de wandelaar. Doorontwikkelen en beleefbaar maken van onze identiteit. Doorontwikkeling van de gemeente als centrum voor laanboomteelt en andere agrarische sectoren. Opwekking en gebruik van energie op een duurzame manier. Voorbereid zijn op de veranderingen in klimaat. Een gezonde, groene en biodiverse omgeving. Behoud en ontwikkeling van sterke dorpen in een nieuwe en nauwe samenwerking met de gemeente. Richtinggevende kaart: Vanuit de speerpunten en de bijbehorende opgaven is een richtinggevende kaart opgesteld.
Op deze kaart staat aangegeven in welk gebied een bepaalde ontwikkeling wenselijk is. Voor een aantal speerpunten zijn zoekgebieden en mogelijke ontwikkelrichting opgenomen. De zoekgebieden zijn wel specifiek aangegeven, voor de overige ontwikkelingen zijn ze richtinggevend en indicatief op de kaart aangegeven.
Richtgevende kaart Omgevingsvisie Neder-Betuwe
16
Ochten, Bonegraafseweg 3
Waardenkaart Op de waardenkaart staan gebieden aangegeven waarin de specifiek waarden van de gekozen locatie op aan staan gegeven. Bij een ontwikkeling moet rekening gehouden worden met de waarden van het gebied waarin de locatie ligt. In de Omgevingsvisie worden op de waardenkaart voor de kern Ochten de volgende waarden benoemd: De dorpse sfeer, uitstraling en rust Aanwezigheid van alle basisvoorzieningen (winkels voor dagelijkse boodschap, ruimte voor ontmoeting, sport en beweging, basisscholen) De goede bereikbaarheid (OV, auto en fiets) Groene omgeving (Waal, uiterwaarden, natuur) en goede verbindingen hiermee Het rijke verenigingsleven met veel activiteiten Bij ontwikkelingen in de kern Ochten wil de gemeente rekening houden met: De dorpse sfeer en uitstraling Levendigheid in het centrum en rust in de woonwijken De zichtbaarheid en toegankelijkheid van het omringende landschap met waardevolle cultuurhistorische elementen en waardevolle natuur Het belang van verenigingen en activiteiten Planspecifiek Met de voorgenomen ontwikkeling blijft de dorpse sfeer en uitstraling behouden. De nieuwe woningen passen in opzet, korrelgrootte en diversiteit in vorm/stijl in de lintbebouwing van de Bonegraafseweg en daarmee passend in de bestaande dorpse structuur. De zichtbaarheid en toegankelijkheid van het omliggende landschap blijft gewaarborgd.
Er worden geen verbindingen afgesloten of zichtlijnen geblokkeerd. Verder wordt invulling gegeven aan speerpunt 3 'wonen voor iedereen', aangezien de woningen als levensloopbestendig kunnen worden ontwikkeld. Er wordt gebruik gemaakt van een inbreidingslocatie waardoor geen nieuw ruimtebeslag plaats vindt. Tot slot worden de percelen zorgvuldig ingepast door grotendeels het bestaande groen te versterken. De voorgenomen ontwikkeling is passend binnen de Omgevingsvisie Neder-Betuwe 2022. 3.4.2 Programma Wonen 2022-2030: wonen voor iedereen Op 27 januari 2022 is het Programma Wonen 2022-2030: wonen voor iedereen, vastgesteld door de raad van de gemeente Neder-Betuwe. Dit is een verdiepend programma van de (concept) Omgevingsvisie NederBetuwe. In het Programma wonen is het beleid met betrekking tot de woningmarkt, het aanbod en de behoefte opgenomen. Om richting te geven aan de ontwikkeling van de gemeente, biedt het Programma Wonen belangrijke handvatten voor de gemeente zelf, maar ook de partners met wie zij op het brede speelveld van het wonen samenwerkt. Het geeft een kwalitatieve inkleuring aan de woningbouwontwikkeling van zowel nieuwbouw als bestaande bouw en alle facetten die hiermee samenhangen. Dit borgt de gemeente door randvoorwaarden te stellen voor de realisatie van sociale huur en sociale koop.
Om wonen voor iedereen te realiseren ziet de gemeente de volgende aandachtspunten die gebaseerd zijn op onderzoek, bestaande beleidskaders en discussie met inwoners, professionals en de raad: 1. Betaalbaar voor iedereen Momenteel staat de woningmarkt in heel Nederland onder spanning, ook in Neder-Betuwe. In de koopsector is dit bijvoorbeeld te zien aan de steeds hoger wordende prijzen van koopwoningen en een afname van het aantal beschikbare woningen. In de huursector is de spanning te zien aan de lange wachtlijsten voor sociale huurwoningen. Door het grote tekort aan woningen en de groei van huishoudens wordt het steeds moeilijker om aan een woning te komen. Vooral voor de lagere inkomens, starters en kwetsbare groepen is de situatie
Ochten, Bonegraafseweg 3
17
nijpend. Maar ook spoedzoekers en middeninkomens hebben moeite met het vinden van een betaalbare woning. Dit geldt voor zowel de koop- als de huursector. 2. Beschikbaar voor iedereen We zetten in op gevarieerde woningbouw in elke kern, zowel qua woningtype als prijsklasse. Dit doen we voor onze lokale inwoners en om aan de autonome inwonersgroei van de gemeente te voldoen. Uit onderzoek van de verhuisstromen blijkt dat we, ondanks gunstige ligging aan de A15, geen grote toestroom hebben vanuit de Randstad. De woningbouwprogrammering is afhankelijk van de bestaande woningen, de behoefte en nieuwbouwmogelijkheden per kern. 3. Vindbaar voor iedereen Het vinden van een woning is op dit moment geen vanzelfsprekendheid. Het is fijn om te weten welk actueel aanbod er is in de gemeente is. Ook is het handig om te weten bij wie u moet zijn of hoe u kunt reageren om een woning te huren of kopen. Elke verhuurder en verkoper mag zelf bepalen hoe zij dit doen. De gemeente aan de slag om dit voor inwoners beter inzichtelijk te maken. 4. Lagere inkomens In de dorpen van Neder-Betuwe wordt al jaren gemixt gebouwd. Daarmee bedoelen we dat er verschillende woningtypen en prijsklassen gerealiseerd worden: van sociale huur tot luxe villa's. De keuze wat er gebouwd wordt moet aansluiten bij wat nodig is.
De bevolking verandert en dat betekent ook dat het bouwprogramma moet veranderen: meer eenpersoonshuishoudens en zorg aan huis, waarbij het merendeel van deze inwoners een inkomen heeft waarmee ze alleen kans maken op een woning in de sociale huur of lage koop. 5. Starters Het begrip starter wordt vaak gebruikt, maar wie is nou die starter? De groep starters wordt door iedereen op een andere manier gedefinieerd. Toch worden starters op de woningmarkt vaak wel gezien als 'jonge mensen'. Hierbij denkt men al snel aan de groep 25-35 jaar, vooral bij koopstarters. De groep tot 25 jaar wordt vaak niet meegenomen als starter op de woningmarkt. Je kan huurstarters en koopstarters onderscheiden. Huurstarters starten óf in de sociale huur óf in de particuliere huur. Voor koopstarters gaat het veelal om het bemachtigen van een sociale of goedkope koopwoning, waarbij ze zelf geen zelfstandige koopwoning achter laten. Het kan daarbij wel zijn dat deze koopstarter al een stukje wooncarrière in de (sociale) huur heeft doorlopen en daardoor een huurwoning achterlaat. 6. Senioren Vanaf 65 jaar val je onder de noemer senior. Neder-Betuwe telt 2.500 inwoners van 65 tot 75 jaar (ruim 10% van de bevolking) en 1.650 inwoners van 75 jaar of ouder (bijna 7% van de bevolking). Onze gemeente is daarmee iets minder vergrijsd dan het landelijk gemiddelde.
De komende jaren zal de vergrijzing in NederBetuwe verder toenemen. Dat betekent ook een toenemende zorgvraag en een toenemende vraag naar passend wonen. Het belangrijkste is dat 55-plussers, die nog geen senior zijn, zich ervan bewust moeten worden dat ze tijdig kiezen voor een passende woning. Nadenken over verhuizen of verbouwen als de zorgvraag er is, betekent dat er weinig keuze en/of tijd is voor het vinden van een gewenste woning of verbouwen van de bestaande woning. Als er niet op tijd verhuisd is, moet de huidige woning via de WMO aangepast worden op de hulpvraag.
18
Ochten, Bonegraafseweg 3
Planspecifiek Het initiatief betreft herbouw van één bestaande woning en het realiseren van zes nieuwe woningen. Op een dergelijk kleine ontwikkeling is het programma Wonen niet gericht. Doordat het binnen de bestaande kom van Ochten wordt gerealiseerd wordt invulling gegeven aan speerpunt 2. De woningen kunnen ontwikkeld worden als levensloopbestendige woningen waardoor senioren langer thuis kunnen blijven wonen, waarbij invulling wordt gegeven aan speerpunt 6.
3.4.3 Groenbeleidsplan Nederbetuwe 2017-2021 Om de gewenste ontwikkeling van de groenstructuur mogelijk te maken, heeft de gemeenteraad op 9 maart 2017 het Groenbeleidsplan vastgesteld. Het groenbeleidsplan biedt de gemeente de handvatten om de ontwikkeling van de groenstructuur te sturen en gezamenlijk toe te werken naar de gewenste inrichting. Daarbij verliest de gemeente het onderhoud niet uit het oog, waardoor een beheervriendelijke en toekomstbestendige groenstructuur wordt gerealiseerd. Doelstelling is toe te werken naar een groenstructuur die de eigenheid van de gemeente Neder-Betuwe en ieder dorp op zich herkenbaar maakt. Het groenbeleidsplan is opgesteld voor de periode 2017-2021. De visie op het groen kijkt verder door, aangezien de ontwikkeling van de groenstructuur een lange termijn visie vereist. In het groenbeleidsplan is per kern een beschrijving gegeven van de dorpskarakteristiek en huidige groenstructuur. Vervolgens is per kern een visie gegeven op de gewenste groenstructuur, waarbij (per kern) concrete verbetervoorstellen worden gedaan. Planspecifiek De bomen langs de Bonegraafseweg behoren bij de hoofdgroenstructuur zoals aangegeven in het groenbeleidsplan. Op de navolgende afbeelding is een uitsnede opgenomen van het groenbeleidsplan.
Ochten, Bonegraafseweg 3
19
Door gebruik te maken van de bestaande inritten blijft deze bomenrij behouden (zie ook de inmeting in Bijlage 1). De nieuwe inrit onderbreekt deze bomenrij niet. De bomenrij is in de waarderingskaart historisch cultuurlandschap tevens opgenomen. Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 4.10. In roze is het historisch lint aangeduid. Het plangebied valt daar net buiten, maar grenst hier wel aan. Het plan sluit aan bij het bestaande lint.
3.5
Conclusie
Het bestemmingsplan is passend binnen de beleidskaders van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Neder-Betuwe.
20
Ochten, Bonegraafseweg 3
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsaspecten
Verkeer & parkeren
4.1.1 Verkeer 4.1.1.1 Regelgeving De gemeenteraad stelde op 8 maart 2018 het Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan (NBVVP) vast. Dit geeft de visie tot 2025 weer hoe de gemeente Neder-Betuwe nu en in de toekomst om gaat met vraagstukken op het gebied van verkeer en vervoer dan wel de mobiliteit. Het plan bestaat uit twee onderdelen: Beleidsrapportage met daarin de visie van de gemeente tot 2025. Belangrijk onderdeel hierin is ook het Uitvoeringsprogramma, waarin staat welke projecten de gemeente de komende jaren wil uitvoeren en voor welke projecten geld beschikbaar is. Achtergrondrapportage met daarin achtergrondinformatie bij de beleidsrapportage. In de achtergrondrapportage zijn de resultaten van de inventarisatie en (knelpunt)analyse opgenomen. 4.1.1.2 Doorwerking bestemmingsplan Om inzicht te bieden in de mate van verkeerstoename als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, is de verkeersaantrekkende werking bepaald. Daarvoor is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van een gemiddelde weekdag (aantal vervoersbewegingen per weekdag: vvb/wd). De kern Ochten heeft een stedelijkheidsgraad van 'niet stedelijk' volgens de CROW-publicatie. Met de berekening is uitgegaan van twee-onder-één-kap woningen binnen 'rest bebouwde kom'.
De verkeersgeneratie voor een nieuwe twee-onder-één-kap woning is minimaal 7,4 en maximaal 8,2. Dit komt neer met zes nieuwe woningen op een toename van 44,4 tot 49,2 verkeersbewegingen per dag. De woningen worden via drie bestaande inritten (twee aan de Bonegraafseweg en één aan De Hoef) en één nieuwe inrit (aan de Bonegraafseweg) ontsloten. Hiermee worden twee extra woningen ontsloten via De Hoef en vier extra woningen worden ontsloten via De Bonegraafseweg. De huidige agrarische functie genereerde ook al verkeersbewegingen, met voornamelijk zwaarder verkeer. Het aantal verkeersbewegingen zal nagenoeg gelijk zijn. Met het vervallen van zwaarder verkeer is sprake van een verbetering voor het omliggend wegennetwerk en de omliggende woonfuncties. Daarnaast ontstaat er een veiligere situatie met het weghalen van agrarisch verkeer en door het toevoegen van een achterpad voor fietsers en voetgangers kan men ook veilig naar de kern wandelen/fietsen. 4.1.2 Parkeren 4.1.2.1 Regelgeving Op 11 mei 2017 heeft de gemeenteraad de 'Nota Parkeernormen' vastgesteld. Deze nota beoogt het vastleggen van de parkeernormen in de gemeente Neder-Betuwe en het bepalen van een transparant en eenduidig toepassingskader. Aan de hand van de parkeernormen kan de parkeerbehoefte van toekomstige ruimtelijke plannen en -ontwikkelingen berekend worden.
De gemeente heeft de parkeernormen ontleend aan de landelijke kencijfers van CROW. 4.1.2.2 Doorwerking bestemmingsplan In de Nota Parkeernormen Neder-Betuwe (11 mei 2017) is een norm opgenomen, die is gebaseerd op de verkeersgegevens van het CROW. In het kader van voorliggende planontwikkeling betekent dit dat er voor een twee-onder-één-kap woning de parkeernorm van 2,6 geldt (binnen de bebouwde kom, inclusief aandeel bezoekers van 0,3) en voor een vrijstaande woning de parkeernorm 2,7. In totaal betekent dat 18,3 parkeerplaatsen.
Ochten, Bonegraafseweg 3
21
Met de gerealiseerde parkeerplaatsen wordt rekening gehouden met het 'te rekenen aantal' bij opritten zoals vermeld in de Nota Parkeernormen Neder-Betuwe. Bij 3 parkeerplaatsen op oprit naast elkaar betekent dat: 6 x 2,7 = 16,2 parkeerplaatsen. Bij 2 parkeerplaatsen op oprit naast elkaar betekent dat: 1 x 1,7 = 1,7 parkeerplaatsen. Totaal = 17,9 parkeerplaatsen. Afgerond worden er 18 parkeerplaatsen gerealiseerd waarmee het voldoet aan de parkeernota van NederBetuwe. In de directe omgeving is op naastgelegen begraafplaats ook een parkeerterrein aanwezig. Hier is dubbel gebruik mogelijk. In het inrichtingsplan is tevens voorzien in voldoende ruimte (lees een minimale afstand van 11 meter) ten behoeve van het in- en uitrijden van de parkeerplaatsen. Het initiatief sluit daarmee aan op de norm en uitgangspunten uit de gemeentelijke Nota Parkeernormen uit 2017. Om te waarborgen dat er voldoende parkeervoorzieningen nu en in de toekomst aanwezig zijn/blijven is er een voorwaardelijke verplichting opgenomen. 4.1.3 Conclusie Het aspect 'verkeer & parkeren' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.2
Bodem
4.2.1 Regelgeving Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening dient voor elke individuele bouwlocatie aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.
Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). 4.2.2 Doorvertaling bestemmingsplan In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De belangrijkste resultaten zijn hieronder weergegeven, de volledige rapportage is als Bijlage 2 bij de toelichting opgenomen. Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek dient de hypothese ‘verdacht voor verontreiniging’ bij de voormalige tank verworpen te worden, aangezien geen verontreinigingen met olieproducten zijn vastgesteld. De hypothese ‘verdacht voor een diffuse verontreiniging’ voor de algemene bodemkwaliteit is formeel bevestigd, wegens de lichte verontreinigingen met PAK en minerale olie in de bovengrond respectievelijk
22
Ochten, Bonegraafseweg 3
met nikkel in de ondergrond. De betreffende gehalten zijn echter zodanig licht verhoogd dat aanvullend onderzoek (eventueel op basis van een aangepaste onderzoeksstrategie) of nadere maatregelen niet noodzakelijk worden geacht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het terrein geschikt voor de huidige en de toekomstige bestemming. 4.2.3 Conclusie Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.3
Geluid
4.3.1 Regelgeving Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd dient te worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten. Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen.
De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen. Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een “hogere waarde procedure” worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde "dove" gevel heeft. Een "dove gevel" is een bouwkundige constructie: waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering; waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woon- en leefklimaat in de woning.
De karakteristieke geluidwering van de gevel dient voor nieuwbouw zodanig te zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB. 4.3.2 Wegverkeerslawaai Regelgeving In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart blijkt dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt.
Ochten, Bonegraafseweg 3
23
Bij vaststelling van een bestemmingsplan dient voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek te worden verricht (art.76 lid 1 Wgh). De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel.
Tabel 4.1: overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg) De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. Doorvertaling bestemmingsplan De beoogde ontwikkeling maakt nieuwe geluidgevoelige objecten mogelijk. De woningen liggen binnen de geluidzone van de Bonegraafseweg, De Hoef, de Domeinstraat en de Waalbandijk. Voor De Hoef is er sprake van een weg met een snelheidsregime van 30 km/uur. Dergelijke wegen hebben volgens artikel 74 lid 2 van de Wgh geen onderzoekszone en zijn daarmee niet onderzoeksplichtig. Aangezien hier sprake is van een rustige weg met voornamelijk bestemmingsverkeer kan worden aangenomen dat er ook sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voor de overige wegen met een snelheidsregime van 50 km/uur is in het kader van de voorgenomen ontwikkeling een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De volledige rapportage is als Bijlage 3 bij de toelichting opgenomen. Hierin wordt geconcludeerd dat de geluidsbelasting door wegverkeer op de Waalbandijk ten hoogste 28 dB bedraagt en de geluidbelasting door wegverkeer op de Domeinstraat ten hoogste 25 dB (na aftrek van 5 dB ex art 110-g Wgh).
Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor deze wegen niet overschreden. De geluidbelasting door wegverkeer op de Bonegraafseweg bedraagt ten hoogste 52 dB (na aftrek van 5 dB ex art 110-g Wgh). De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt daarmee overschreden. De maximale hogere waarde van 63 dB wordt niet overschreden. Het verlagen van de geluidsbelasting door treffen van maatregelen aan de bron of in de overdracht is onvoldoende doeltreffend dan wel financieel en stedenbouwkundig niet haalbaar. Voor de geluidsbelasting van 52 dB dient een hogere waarde te worden aangevraagd. Gelijktijdig met de procedure van voorliggend bestemmingsplan zal een procedure voor het verlenen van een hogere waarde worden doorlopen. 4.3.3 Conclusie Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.4
Bedrijven en Milieuzonering
4.4.1 Regelgeving Regelgeving Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom dient aandacht te worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies.
24
Ochten, Bonegraafseweg 3
Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten middels een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied. Voor het vaststellen van de genoemde minimale richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied.
Naast de omgevingstypen 'rustige woonomgeving' en 'gemengd gebied' kent de VNG-publicatie ook het type 'gebied met functiemenging'. Het begrip 'gebied met functiemenging' heeft geen betrekking op de typering van een gebied maar op de toelaatbaarheid van hinderveroorzakende functies, zoals stadscentra, dorpskernen, winkelcentra, horecaconcentratiegebieden, zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en (delen van) woongebieden met kleinschalige dan wel ambachtelijke bedrijvigheid.
Tabel 4.2: richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien niet aan de richtafstanden wordt voldaan, is een nadere beschouwing danwel onderzoek nodig. Hiertoe wordt ten aanzien van het geluidsaspect gebruik gemaakt van de beoordelingssystematiek uit de VNG-publicatie. Tijdens het inwerking zijn van inrichtingen zullen deze worden getoetst aan het Activiteitenbesluit. 4.4.2 Doorvertaling bestemmingsplan Om te bepalen of ter plaatse ook een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gerealiseerd kan worden is de afstand tot de verschillende maximaal mogelijk bedrijfsactiviteiten getoetst. In gebieden waarin meerdere functies naast elkaar voorkomen wordt anders getoetst dan in een rustige woonwijk. In de VNG-brochure wordt het omgevingstype “gemengd gebied” als volgt omschreven: "Een gemengd gebied is een gebied met matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.
Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend."
Ochten, Bonegraafseweg 3
25
Omdat hier sprake is van een ligging aan een doorgaande weg, met op kort afstand diverse bedrijfsmatige en maatschappelijke functies wordt geconcludeerd dat er sprake is van een gemengd gebied. Dit betekent dat voor de richtafstand een afstandsstap lager gehanteerd kan worden. In de directe omgeving van de woningbouwlocatie zijn enkele bedrijven aanwezig. In onderstaande tabel zijn de adressen en maximaal toegestane milieucategorieën van de aanwezige bedrijven en inrichtingen weergegeven. Adres Inrichting Toelaatbare Maatgevende Richtafstand Feitelijke milieucategorie aspect (in m) afstand (in m) De Hoef 1 Begraafplaats 1 Geluid 0 15 De Hoef 2 Smederij (<200 m2) 2 Geluid 10 30 De Hoef 12 Loodgietersbedrijf (met 2 Geluid 10 110 name opslag) Bonegraafseweg constructie en * 4b (Augustinus) staalbewerkingsbedrijf Bonegraafseweg 5 Transportbedrijf 2, 3.1 Geluid 30 150 Verhuurbedrijf voor transportmiddelen Liniestraat 38 Opslagbedrijf in 2 Geluid 10 200 bouwmaterialen Liniestraat 40 Groothandel in 2 Geluid 10 240 landbouwmachines, werktuigen en tractoren Liniestraat 42 Groothandel in overige 2 Geluid 10 260 voedings- en genotmiddelen Waalbandijk 57 Vrachtwagenopslag 2 Geluid 10 290 Overzicht afstand relevante bedrijvigheid i.r.t.
milieuzonering * = In de nabijheid van het plangebied is het bedrijfsterrein van Augustinus relevant voor de milieuzonering en kent meerdere milieu categorieën. Voor de ontwikkelingsmogelijkheden is de woning aan de Bonegraafseweg 4 maatgevend. Bij het bestemmingsplan witte vlekken is goed zichtbaar dat rekening gehouden is met de aanwezigheid van deze woning door de interne milieuzonering. De bestaande vergunde bedrijfsactiviteiten van ter plaatse van de aanduidingen 4.1 en 4.2 zijn overgenomen in het bestemmingsplan. Geconcludeerd mag worden dat de ongeacht de ontwikkeling de Bonegraafseweg 4 maatgevend is en blijft voor de bedrijfsactiviteiten. De beoogde ontwikkeling geeft geen belemmering voor deze bestaande en toekomstige bedrijfsactiviteiten. Of er ook sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is in de tabel hieronder getoetst. Categorie 2 3.1 3.2 4.1 4.2
26
Richtafstand 30 50 100 200 300
Richtafstand gemengd gebied 10 30 50 100 200
Afstand tot woningen 68 m 91 m 111 m 197 m 210 m
Ochten, Bonegraafseweg 3
Op basis van bovenstaande tabel wordt geconcludeerd dat ter plaatse van de te realiseren woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gerealiseerd kan worden. 4.4.3 Conclusie Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1 Regelgeving In het kader van een planologische procedure dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij dient het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' in beeld te worden gebracht. De Wet luchtkwaliteit van 15 november 2007, opgenomen in hoofdstuk 5, onder titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) gaat in op luchtkwaliteitseisen. In Bijlage 2 van de Wm zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd van onder andere de stoffen stikstofdioxide (NO 2), fijn stof (PM10), benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb) en koolmonoxide (CO). Projecten dienen te worden beoordeeld op basis van de 'Wet luchtkwaliteit' c.q. artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor vergunningverlening als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden.
In artikel 2 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is opgenomen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de zogenaamde '3% grens' niet wordt overschreden. Na vaststelling van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) op 1 augustus 2009 is deze grens gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. In artikel 4 van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. 4.5.2 Onderzoek Een project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 µg/m3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen.
In de regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan een ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De herbouw van een bestaande vrijstaande woning en de ontwikkeling van zes twee-onder-één-kap woningen in dit bestemmingsplan valt ook binnen de NIBM-regeling zodat onderzoek op grond van de Wet luchtkwaliteit niet noodzakelijk is. Goede ruimtelijke ordening (NSL-monitoringstool) Vanuit een goede ruimtelijke ordening is de huidige luchtkwaliteit ter plaatse getoetst met behulp van de NSL
Ochten, Bonegraafseweg 3
27
Monitoringstool (www.nsl-monitoring.nl). Door de metingen ter plaatse te toetsen aan de grenswaarden is gekeken of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Uit metingen van het rekenpunt 710263 aan de Overbroeksestraat op 812 meter van het plangebied zijn de volgende concentraties naar voren gekomen:
Gemeten totale concentratie jaargemiddelde 2020 (µg/m3) Grenswaarde concentratie (µg/m3)
NO2 (stikstofdioxide)
PM10 (fijnstof)
16,2 µg/m3
16,5 µg/m3
PM2,5 (fijnere fractie van fijnstof) 9,3 µg/m3
40 µg/m3
40 µg/m3
25 µg/m3
De gemeten concentraties stikstofdioxide en fijnstof liggen ruim onder de gestelde grenswaarden. Met betrekking tot de luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. Bijdrage initiatief Ten aanzien van de bijdrage aan luchtkwaliteit is het initiatief (toevoegen van zes woningen) van geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde (3%, toevoegen van 1.500 woningen). Op basis van de te verwachten toename aan verkeersbewegingen ten gevolge van het project is te concluderen dat dit project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een nadere toetsing ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit. 4.5.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'luchtkwaliteit' geen belemmering vormt voor de onderhavige ontwikkeling.
4.6
Geur
4.6.1 Regelgeving Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt: voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld (in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv))) geldt een maximale geurbelasting) op een geurgevoelig object; voor andere diercategorieën geldt een minimale afstand van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden (conform Reconstructiewet) en nietconcentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De wet beschrijft in artikel 3 de maximale norm voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig object in vier situaties, zie onderstaande tabel.
Binnen bebouwde kom
diercategorieën Rgv andere diercategorieën
Buiten bebouwde kom
diercategorieën Rgv
28
Concentratiegebied max. 3 ouE/m³ min. 100 m t.o.v. geurgevoelig object max. 14 ouE/m³
Niet-concentratiegebied max. 2 ouE/m³ min. 100 m t.o.v. geurgevoelig object max. 8 ouE/m³
Ochten, Bonegraafseweg 3
andere diercategorieën
min. 50 m t.o.v. geurgevoelig object
min. 50 m t.o.v. geurgevoelig object
Geurnormen Wgv De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid om afwijkende geurnormen vast te stellen voor (delen van) het grondgebied. Op deze wijze kan de gemeente een geurhinderbeleid vaststellen dat is afgestemd op de plaatselijke situatie. Regeling geurhinder en veehouderij In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is de wijze vastgelegd waarop: de geurbelasting wordt bepaald; de afstand tussen veehouderij en geurgevoelig object) wordt gemeten. Activiteitenbesluit Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee). Geurgebiedsvisie gemeente Neder-Betuwe Op 15 september 2011 heeft de gemeenteraad de geurverordening en bijbehorende geurgebiedsvisie vastgesteld.
Doelstelling van deze visie is het opstellen van een gemeentedekkend gebiedsgericht geurbeleid voor de gemeente Neder-Betuwe gebaseerd op de Wet geurhinder en veehouderij, waarin een afweging is gemaakt tussen geurbelasting en geurbeleving. De gebiedsvisie brengt de geurknelpunten in beeld en geeft de mogelijkheid om maatwerk te leveren in de (nog te bepalen) deelgebieden. Met geurknelpunten worden situaties bedoeld waarbij de geurcontouren van agrarische bedrijven rond een bouwblok over geurgevoelige objecten reiken als zijnde voor grondwaarde, of een situatie waarbij verschillende agrarische bedrijven gezamenlijk een niet acceptabel hinderpercentage leveren als zijnde achtergrondwaarde. 4.6.2 Doorvertaling bestemmingsplan Er zijn in de omgeving van het plangebied geen veehouderijen aanwezig die invloed hebben op het woon- en leefklimaat van de woningen ter plaatse. De dichtstbijzijnde veehouderij is gelegen op meer dan 600 meter afstand van het plangebied.