CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Samenvatting omgevingsonderzoeken

Beeldvormende avond ('Het Beeld') 14 september 2023, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Betuwestraat Noord’2.215 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 3. bij raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan ‘Kesteren, Betuwestraat Noord’ Samenvatting omgevingsonderzoeken. Inleiding In deze bijlage bij het raadsvoorstel over de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Kesteren, Betuwestraat Noord’ wordt een samenvatting gegeven van de verschillende omgevingsaspecten/omgevingsonderzoeken die zijn uitgevoerd en beoordeeld bij de ontwikkeling van het plan tot realisatie van een uitbreidingswijk aan de Noordzijde van de kern Kesteren. In deze nieuwe wijk zullen maximaal 355 woningen (gestapeld en grondgebonden) worden gerealiseerd, maar ook een kerk en een basisschool met een gymzaal. Voor achtergrondinformatie over o.a. het wettelijke kader van de specifieke onderzoeken, een uitgebreide toelichting op deze onderzoeken of de onderzoeken zelf, wordt verwezen naar de toelichting van het bestemmingsplan en het daarbij behorende bijlagenboek, waarin alle onderzoeken zijn opgenomen. Verkeer/parkeren Er is een mobiliteitsplan opgesteld alsmede een verkeersanalyse waarbij is ingegaan op de capaciteit van het aangrenzende wegennet (en daarin gelegen rotondes) en de ontsluiting van het plan. Door de ontwikkeling van 355 woningen, een basisschool/gymzaal en een kerkgebouw met maximaal 1.750 zitplaatsen, genereert het plan een extra verkeersgeneratie tussen de 2.670 en 3.062 motorvoertuigen per etmaal.

Het plan sluit aan op de Rhenenseweg en de Betuwestraatweg. Uit de verkeersanalyse blijkt dat ondanks de extra capaciteit op de rotonde Rhenenseweg-Betuwestraatweg, de etmaalintensiteit ver onder de grenswaarde van deze rotonde blijft. Ook de conflictbelasting (personenautoequivalent/uur) blijft ver onder de grenswaarde. Ten behoeve van de veiligheid van fietsers die deze rotonde willen oprijden of verlaten, is het wenselijk ook de toe- en afritten van de rotonde te voorzien van een fysieke scheiding. De westen oostkant hebben een dergelijke scheiding al. De noordelijke toerit zal ook een fysieke scheiding krijgen. Hiervoor is planologische ruimte opgenomen in het plan. Ook voor de rotonde Betuwestraatweg-N320 blijft de etmaalintensiteit na realisatie van het plan, onder de maximale grenswaarden blijft. De conflictbelasting voor deze rotonde is 1596 pae/h en zit daarmee net boven de grens van 1.500 pae/h. Hiervoor wordt geadviseerd om een tweestrooksafrit te realiseren (dan geldt immers een norm van 2.500 pae/h). Het mobiliteitsplan laat voorts een parkeerbehoefte zien van 373 parkeerplaatsen voor de voorzieningen en 732 parkeerplaatsen voor de woningen. Voor de woningen is dat een surplus van 11 parkeerplaatsen. Voor de voorzieningen is dat een tekort van 27 pp bij de kerk en 24 pp bij de school.

Aangezien er geen sprake is van gelijktijdig gebruik, kunnen deze voorzieningen van elkaars parkeergelegenheid gebruik maken. Hierover zijn afspraken gemaakt. Bodem Om de bodemkwaliteit van het plangebied te bepalen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de bovengrond over het algemeen licht verontreinigd is met koper en/of lood en som DDE. De ondergrond is niet verontreinigd met de onderzochte parameters. De resultaten vormen echter geen aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksstrategie. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. Het aspect bodem vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoering van het plan. Als de locatie in verband met de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning verder wordt onderzocht, wordt door de ODR geadviseerd om het onderzoek (locatie boringen en diepte boringen) verder af te stemmen op de geplande ontwikkeling.

Geluid Voor de beoogde ontwikkeling is een onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd. De geluidgevoelige bestemmingen zijn gelegen in de geluidszone van de Cuneraweg, Betuwestraatweg en Rhenenseweg. Ten gevolge van de Cuneraweg en Betuwestraatweg treedt een overschrijding op van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB. De maximaal te ontheffen waarde van 63 dB wordt niet overschreden. Het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen is niet doelmatig. Voor de woningen dient het akoestisch klimaat in de woning (het zogenaamde binnenniveau) te worden gegarandeerd. Voor de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van de woningen is een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is daarnaast het akoestisch effect van de verkeersaantrekkende werking van het plan inzichtelijk gemaakt ter hoogte van enkele kritisch gesitueerde geluidgevoelige bestemmingen in de omgeving. Er is geen sprake van een relevante verslechtering van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de bestaande bebouwing. Milieuzonering In de beoogde situatie worden een kerk, een school met gymzaal en woningen gerealiseerd. Hiermee wordt een milieugevoelige functie en een milieuhinderlijke functie opgericht en moet worden getoetst aan de richtafstanden zoals vermeld in de VNGbrochure.

Er heeft een quickscan bedrijven en milieuzonering plaatsgevonden. Daarin wordt geconcludeerd dat zowel binnen het plan Betuwestraat Noord als in de omgeving matige functievermenging plaatsvindt van horeca, bedrijven en maatschappelijke functies. Daarnaast is het plangebied gelegen aan drukke wegen: de Cuneraweg (N233) aan de oostzijde en de Betuwestraat aan de zuidzijde. Beide vallen onder 'hoofdinfrastructuur'. Derhalve wordt het gebied getypeerd als een gemengd gebied. Om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen dient te worden aangetoond dat woningen in de omgeving en de geplande woningen geen belemmering zullen ervaren van de situering van de kerk en school. Daarnaast geldt ook dat de kerk en school niet worden beperkt in eventuele toekomstige activiteiten. Voor een school en kerk geldt milieucategorie 2, met een richtafstand van 10 meter in een gemengd gebied. Hieraan wordt voldaan. In het onderzoek is verder onderbouwd dat omliggende bedrijven in de (wijdere) omgeving, door de ontwikkeling niet worden gehinderd in hun bedrijfsvoering. Luchtkwaliteit Er zijn berekening gemaakt naar de luchtkwaliteit in het plangebied. Hieruit blijkt dat de verkeersgeneratie van het toekomstige plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. Er wordt ruimschoots voldaan aan de grenswaarden.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is tevens onderzocht wat de luchtkwaliteit is ter plekke van de voorgenomen ontwikkeling. Met behulp van de NSLmonitoringstool is beoordeeld of er ter hoogte van het plan sprake is van een (dreigende) overschrijding van luchtverontreinigende stoffen. De concentraties blijven ruimschoots onder de grenswaarden. Het plan draagt niet in betekende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Externe veiligheid Er is een analyse uitgevoerd naar de mogelijke externe veiligheidscenario’s in verband met de voorgenomen ontwikkeling. Er zijn geen hogedruk transportleidingen binnen de inventarisatieafstand aanwezig. Ook de plaatsgebonden risicocontour van inrichtingen in de wijde omgeving, liggen ver buiten het plangebied. De ontwikkeling vindt wel plaats in de nabijheid van de transportroutes Betuweroute en Cuneraweg. Die laatste transportroute is maatgevend. De Veiligheidsregio Gelderland Zuid heeft geadviseerd over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en over de zelfredzaamheid van personen. Dit advies is betrokken bij de beperkte verantwoording van het groepsrisico die in de plantoelichting is opgenomen.

Water In het bestemmingsplan is het beleid op het gebied van water van diverse overheidsniveaus beschreven. Voorts is een watertoets uitgevoerd. Door de ontwikkeling wordt er veel verharding toegevoegd. Hierdoor dient er ruim 2.100 m³ water toegevoegd te worden. Dit betekent een oppervlakte van circa 7.150 m². In de plannen is een extra wateroppervlak voorzien van 9.200 m². Met het Waterschap is afgesproken dat de watercompensatie wordt uitgewerkt in maatberekeningen. Daarnaast zijn in de waterparagraaf alle andere relevante water-aspecten beschreven, zoals waterveiligheid, watersysteemkwaliteit en ecologie, afvalwaterketen en riolering. Ecologie (inclusief stikstof) Voor dit onderdeel kunnen vanuit de Wet natuurbescherming twee onderdelen worden onderscheiden, namelijk Gebiedsbescherming en Soortenbescherming. Gebiedsbescherming Het plangebied is geen onderdeel van een natuur of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000gebied ten opzichte van het plangebied is Rijntakken. Dit natuurgebied ligt op circa 1 kilometer. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN bevindt zich op circa 750 meter ten zuidwesten van het plangebied.

Aangezien het planvoornemen niet leidt tot een wijziging van de bestemming van het aangrenzende onderdeel van het Natuurnetwerk zijn aanvullende maatregelen of aanvullend advies ten aanzien van het NNN niet aan de orde. Stikstof Er is een voortoets naar stikstofdepositie uitgevoerd. De bescherming van de Natura 2000gebiedenis geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitat- als de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura2000gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000gebieden. Gezien de omvang, de schaal en de locatie van het plan is de verwachting dat het projecteffect van de gebruiksfase >0,00 mol/ha/jaar is. Daarom wordt interne saldering toegepast en is een verschilberekening gemaakt om de stikstofdepositie van de toekomstige invulling van het plan te vergelijken met de depositie als gevolg van de referentiesituatie. De verschilberekeningen zijn verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator. De resultaten van de berekening tonen een afname van stikstofdepositie tijdens de bouwfase in vergelijking met de referentiesituatie.

Hieruit kan worden geconcludeerd dat de bouwfase niet zal leiden tot een toename van stikstofdepositie en dat negatieve effecten op dit gebied kunnen worden uitgesloten. De resultaten van de berekening tonen een afname van stikstofdepositie bij het toekomstige gebruik in vergelijking met de referentiesituatie. Hieruit kan worden geconcludeerd dat het plan niet zal leiden tot een toename van stikstofdepositie en dat negatieve effecten op dit gebied kunnen worden uitgesloten. Soortenbescherming Medio 2022 is middels een natuurtoets Wnb nader onderzoek naar beschermde soorten uitgevoerd. Uit het onderzoek is gebleken dat de gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis, de steenmarter en de wezel het plangebied gebruiken. De gewone dwergvleermuis en de wezel hebben zowel een verblijfplaats als een foerageergebied binnen de begrenzing van het plangebied. De voorgenomen werkzaamheden hebben negatieve effecten op de gewone dwergvleermuis en de wezel. Voorafgaand aan de werkzaamheden moet er een ontheffingsaanvraag op verbodsbepalingen van de Wnb ingediend worden. Door rekening te houden met verlichting zal de rosse vleermuis geen negatieve effecten ondervinden. De steenmarter maakt voornamelijk gebruik van de bosschage ten noorden van, en net buiten, het plangebied. Negatieve effecten op de steenmarter worden niet verwacht.

Het aanvragen van een ontheffing voor de rosse vleermuis en de steenmarter is niet noodzakelijk. De ODR heeft aangegeven dat de ontheffing naar verwachting verkregen zal worden, zodat het aspect soortenbescherming niet aan vaststelling van het bestemmingsplan in de weg staat.

Archeologie / Cultuurhistorie Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een middelhoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit de perioden Midden/LaatRomeinse Tijd. De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) laat goede overeenkomsten zien met de in het bureauonderzoek beschreven paleogeografische ontwikkeling van het plangebied. Geconcludeerd wordt dat het plangebied, vanwege de merendeels intacte oorspronkelijke bodemopbouw (er zijn geen grootschalige diepgaande recente bodemverstorende ingrepen waargenomen), zijn middelhoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten voor de perioden MiddenRomeinse tijd t/m de Middeleeuwen behoudt. Vanwege de nog operationeel zijnde boomgaard is vervolgonderzoek op dit moment nog niet mogelijk. De dubbelbestemmingen 'Waarde Archeologie 2', 'Waarde Archeologie 3' en 'overige zone aangetast' blijven vooralsnog behouden. Het proefsleuvenonderzoek dient uitgevoerd te worden ten tijde van de vergunningsfase. Leidingen Door het plangebied loopt een rioolpersleiding. Deze leiding kent het geldende bestemmingsplan een dubbelbestemming 'Leiding Riool'. Binnen deze zone zijn bouwwerken en grondwerkzaamheden niet zondermeer toegestaan. Met de inrichting van het plan wordt rekening gehouden met de ligging van deze leiding.

De rioolpersleiding is zodoende voldoende beschermd. Niet gesprongen explosieven Het projectgebied is geheel verdacht op geschutmunitie en deels verdacht op afwerpmunitie. Uit een vergelijking van de luchtfoto’s en de kaarten blijkt dat de drie panden in het onderzoeksgebied naoorlogs zijn gebouwd. Daarnaast zijn de watergangen langs de N233 en langs de Betuwestraatweg naoorlogs gegraven. De contouren van de naoorlogse watergangen en panden zijn ingetekend op de advieskaart en kunnen als onverdacht worden beschouwd. Hier geldt het Protocol Toevalsvondst. De gehele projectlocatie is verdacht op ontplofbare oorlogsresten (OO), en dient voorafgaand aan de grondroerende werkzaamheden vrijgegeven te worden door middel van opsporingsonderzoek. Gezien de verwachte OO en de aard en grootte van de locatie adviseert RPS om het gebied eerst te onderzoeken middels oppervlaktedetectie. Met deze methode wordt de locatie eerst met magnetometers ingemeten, waarna de data wordt geanalyseerd en er een lijst wordt opgesteld met de significante objecten. Indien nodig kunnen deze objecten later door een OOO ploeg worden benaderd, geïdentificeerd en verwijderd. Het opsporingsonderzoek dient te worden uitgevoerd door een CS OOO gecertificeerd bedrijf. Een klein deel van de projectlocatie is verdacht op afwerpmunitie.

Als binnen het op afwerpmunitie verdachte gebied werkzaamheden zijn gepland die meerdere meters diep gaan is het raadzaam om de verticale afbakening van de afwerpmunitie vast te stellen. Hiervoor zijn sondeergegevens benodigd. Omdat er geen informatie beschikbaar is over de ontstekers op de afwerpmunitie moet ervan uit worden gegaan dat deze trillingsgevoelig is. Vormvrije m.e.r. beoordeling Het onderhavige plan behelst de ontwikkeling van een kerk met 1.750 zitplaatsen, een basisschool met 20 klassen, een bijbehorende gymzaal en maximaal 355 woningen. Het plan blijft onder de drempel van het Besluit milieueffectrapportage. Daarom kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Hiervoor is een notitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld (bijlage bij het bestemmingsplan). Hieruit volgt dat het plangebied niet is gelegen in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. Verder leiden de aard en omvang van het plan niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Daarbij is het van belang dat er watercompenserende maatregelen worden getroffen. Het doorlopen van een volledige m.e.r.procedure is niet noodzakelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13068746/1