CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Samenvatting omgevingsonderzoeken

Beeldvormende avond ('Het Beeld') 14 september 2023, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Echteld, Spoorstraat 3a’1.262 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2 bij raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan ‘Echteld, Spoorstraat 3a’ Samenvatting omgevingsonderzoeken.

M.e.r.(beoordeling) Het onderhavige plan behelst de uitbreiding van een bestaand bedrijf aan de Spoorstraat in Echteld. Het plan blijft (ver) onder de drempel van een bedrijfsvloeroppervlak van 200.000 m² of meer uit bijlage D 11.2. Daarom kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Uit voorliggende notitie en de bij het plan behorende omgevingsonderzoeken volgt dat de ontwikkeling geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zal hebben. Derhalve is geen M.e.r. beoordeling noodzakelijk. Bodem Om inzicht te krijgen in de vraag of de bodem geschikt is voor de beoogde functie is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. In de vaste bodem en in het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond. Analytisch zijn in de toplaag geen verhoogde gehalten aan OCB’s aangetoond. De verhoogd aangetoonde gehalten vormen geen aanleiding tot nader onderzoek. Op basis van de onderzoeksresultaten is de actuele bodemkwaliteit afdoende vastgelegd en bestaan geen bezwaren voor de voorgenomen bestemmingswijziging en nieuwbouw op de locatie. Verkeer/parkeren Met het bedrijf is specifiek gekeken wat de verwachte verkeersgeneratie zal zijn. In de toekomstige situatie zal sprake zijn van 16 personenauto’s, 10 bestelbussen en 2 vrachtwagens per etmaal. De verkeersgeneratie kan worden verwerkt op de Spoorstraat.

Ondanks dat er 16 personenauto’s (van personeel en klanten) parkeren op het terrein, is op basis van de Nota Parkeernormen berekend dat er 33 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd. Hoewel hier mogelijk sprake is van een overschatting, zal dit aantal pp worden aangelegd. Dit is ook in het inrichtingsplan opgenomen. Milieuzonering De omgeving kan worden gekarakteriseerd als gemengd gebied, gelet op de reeds aanwezige bedrijven, en infrastructuur. Er wordt voor de uitbreiding van de bedrijfsbestemming voldaan aan de richtafstanden uit de publicatie Bedrijven en Milieuzonering. Daarnaast kan o.b.v. akoestisch onderzoek worden geconstateerd dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat blijft bestaan bij de omliggende woonfuncties (zie navolgende). Geluid Ondanks dat aan de richtafstanden wordt voldaan is er een akoestisch onderzoek uitgevoerd. In dit akoestisch onderzoek is de geluidemissie van het bedrijf gekwantificeerd en beoordeeld ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen. Hiertoe is de geluiduitstraling van de inrichting berekend op basis van de met het bedrijf besproken representatieve bedrijfssituatie en ervaringsgegevens. Ter bepaling van de geluidbelasting is een rekenmodel opgesteld. De conclusie is dat er wordt voldaan aan het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) ter plaatse van de woningen (32 dB(A) etmaalwaarde).

Er wordt voldaan aan stap 2 uit de VNG publi-catie bedrijven en milieuzonering. Daarnaast wordt ook voldaan aan het maximale geluidniveau (LAmax) ter plaatse van woningen (61 dB(A) in de dagperiode en 49 dB(A) tijdens de avond- en nachtperiode). De aanbevolen grenswaarden behorende bij stap 2 uit de VNG publicatie worden niet overschreden. De normstelling uit het Activiteitenbesluit voor het maximale geluidniveau en het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau worden ruimschoots gerespecteerd. Daarnaast is de geluidbijdrage vanwege het verkeer dat van en naar de inrichting rijdt ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen aanmerkelijk minder dan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Volgens de Circulaire indirecte hinder is er dan geen hinder te verwachten vanwege het verkeer dat van en naar de inrichting rijdt. Er worden geen gevoelige functies binnen het plangebied mogelijk gemaakt, zodat akoestisch onderzoek vanwege (spoor)wegverkeersgeluid niet noodzakelijk is.

Ecologie Er is een natuurtoets uitgevoerd waarin de aspecten gebiedsbescherming (inclusief stikstof) en soortenbescherming is beschouwd. Soortenbescherming In onderstaande tabel zijn de resultaten van de verschillende soorten opgenomen.

Op basis van het onderzoek kan worden geconstateerd dat er geen overtreding van de Wet natuurbescherming plaatsvindt, mits de zorgplicht in acht genomen wordt. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op circa 700 meter afstand van het Natura 2000 gebied ‘Rijntakken’. Er is voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een stikstofdepositieberekening opgesteld. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan

0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. Uit de berekening van de realisatiefase wat naar voren komt in het rapport ‘Beoordeling stikstofeffecten tijdens de bouwfase’ blijkt dat er geen rekenresultaten boven de 0,00 mol/ha/j verkregen worden op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. De verkeersbewegingen en mobiele werktuigen verband houdende met de realisatiefase zullen dan ook geen significante toename van stikstofgevoelige habitat-typen in Natura 2000gebieden tot gevolg hebben. Negatieve significante effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van de realisatiefase zijn dan ook uitgesloten. Luchtkwaliteit Een project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 μg/m3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. Voor kleine ontwikkelingen is een specifieke rekentool ontwikkeld waarmee op een eenvoudige manier kan worden bepaald of er sprake is van een project dat 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Hiervoor is de verkeersgeneratie van het nieuwe plan ingevoerd op een gemiddelde weekdag.

Uit de berekening volgt dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast liggen de gemeten concentraties stikstofdioxide en fijn stof ruim onder de gestelde grenswaarden. Externe veiligheid In en rondom het plangebied zijn geen risicovolle buisleidingen en inrichtingen gelegen. Wel is een LPG tankstation gelegen op 650 meter van het plangebied, maar dit is buiten de invloedsgebied van dit tankstation. Het plangebied ligt wel binnen het invloedsgebied van de A15 en de Betuweroute. Het plangebied ligt echter ruimschoots buiten de meest relevante zone voor het groepsrisico van de A15 en de Betuweroute (de 200 meter zone). Hierdoor kan volstaan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Deze is opgenomen in de plantoelichting. Water Het beleid t.a.v. water van Rijk, provincie en gemeente, is in de plantoelichting opgenomen. Er ontstaat door de ontwikkeling extra verhard oppervlakte in de vorm van bedrijfsbebouwing, parkeerplaatsen en ontsluitingswegen. Op basis van de compensatieberekening (436 m³ per ha.) dient er circa 1095 m2 waterberging te worden gerealiseerd. Hiervoor is voldoende ruimte op eigen terrein. De aanleg van deze watercompensatie is gevisualiseerd in het inrichtingsplan en gewaarborgd in de planregels.

Archeologie / Cultuurhistorie Er is een archeologisch bureauonderzoek in combinatie met een verkennend booronderzoek uitgevoerd, omdat de oppervlakte van de toekomstige bodemverstoring 2.500 m2 bedraagt met een diepte van 2 meter beneden maaiveld. Uit het onderzoek volgt dat in het gehele plangebied rivierafzettingen zijn aangetroffen. Het gaat hier om een komvlakte met zandige tot matig siltige klei. Deze afzettingen behoren tot de formatie van Echteld. Daarnaast is een laag zandige kalkrijke klei aangetroffen. Dit betreft oeverwalafzettingen behorende tot de formatie van Echteld. Beide hierboven benoemde afzettingen zijn waarschijnlijk afgezet door de Bommel. In een aantal boringen is tussen een diepte van 3 en 4 meter beneden maaiveld nog een laag veen aangetroffen. Het betreft hier bosveen behorende tot de formatie van Nieuwkoop. De bodem is na de ophoog en gemengde laag (minimaal tot 60 centimeter beneden maaiveld en maximaal tot 1 meter beneden maaiveld) intact. In geen van de boringen zijn indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. De kans dat binnen het plangebied een archeologische vindplaats aanwezig is, wordt daarom klein geacht. Een niveau waar eventueel archeologische sporen verwacht konden worden is de laag oeverwalafzettingen. Deze laag is echter zeer kalkrijk, waardoor het geen archeologisch interessant niveau is.

Overige omgevingsaspecten De overige omgevingsaspecten zijn niet aan de orde (bv. geurhinder) of hiervoor is een standaardoverweging opgenomen zoals voor Kabels en Leiding (Klicmelding) en Explosieven (bij het bouwrijp maken zal een detectieonderzoek worden gedaan).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13067758/1