Bijlage 1 - RO Zonne-eiland Gouverneurspolder Ochten
Tekst van het document
4.10 Lichthinder Als gevolg van reflectie van het zonlicht op de zonnepanelen, zou het zonne-eiland van invloed kunnen zijn op het auto-, trein- en vliegverkeer en op omliggende woningen. De meeste inkomende zonnestralen, die op zonnepanelen terecht komen worden geabsorbeerd en omgezet in elektriciteit. Omdat de bovenste laag van de panelen van glas zijn gemaakt, wordt een deel (<5%) van het zonlicht echter ook gereflecteerd. Deze schittering op omliggende objecten is het grootst wanneer de zon haaks op de opstelrichting van de panelen staat. Het licht dat op een zonnepaneel valt, wordt in één specifieke richting weerkaatst omdat een zonnepaneel een glad oppervlak heeft. Dit reduceert de aantal invalshoeken waarbij overlast ervaren kan worden van het licht. De zonnepanelen worden, conform de eisen vanuit de Klimaatnota, zo plat mogelijk neergelegd zodat de weerkaatsing voor directe omwonenden en gebruikers in de nabije omgeving niet belast worden door eventuele weerkaatsing. Doordat de Waal ten zuiden van het planvoornemen ligt is er ook geen sprake van weerkaatsing waar het vaarverkeer last van kan hebben. Conclusie Het aspect lichthinder vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
26
Zonne-eiland Gouverneurspolder Ochten
4.11 Stralingshinder Zonnepanelen genereren een zogenoemde DC spanning. Door middel van een omvormer wordt de DC spanning omgezet in een AC spanning. Deze AC-spanning wordt terug geleverd aan het elektriciteitsnet via een transformatorstation. Hierin wordt spanning omhoog getransformeerd. De zonnepanelen zelf generen geen interferentie. De frequentie van de AC- spanning is veel lager dan de frequenties waarop communicatieen navigatieapparatuur werkt. Mogelijke elektromagnetische interferentie kan worden veroorzaakt door de omvormers. Deze omvormers gebruiken vaak schakelende circuits. Deze circuits kunnen hoogfrequente storing veroorzaken direct via straling uit de omvormer en indirect via de kabel van de AC-uitgangsspanning maar ook via de kabel van de DC ingangsspanning. Deze omvormers moeten voldoen aan de eisen van de Europese EMC Richtlijn. Deze richtlijn stelt eisen aan het niveau van deze stoorsignalen. Voor de omvormers van zonnepanelen is er geen specifieke productnorm. Daarom moeten de omvormers voldoen aan de generieke normen van de EMC richtlijn voor een huishoudelijke of industriële omgeving. De omvormers die voor de zonneweiden gebruikt gaan worden moeten voldoen aan de algemene emissie-eisen. Dit betekent dat zowel de emissie op de AC-uitgang als op de DC-ingang gemeten is en getoetst aan de geldende limieten.
De niveaus van de mogelijke stoorsignalen zijn zodanig laag dat niet te verwachten valt dat hierdoor storing wordt veroorzaakt op de communicatie- en navigatiesystemen van treinverkeer of andere voertuigen. Algemene apparatuur van treinen voldoet ook aan de eisen van de Europese EMC Richtlijn en hiervan is geen significante interferentie op communicatie- of navigatiesystemen bekend. Door het voldoen aan de EMC normen en wordt de kans op het optreden van interferentie als laag geschat. Om het effect van EMC-beïnvloeding te mitigeren zijn de eisen zoals opgenomen in het in opdracht van RWS door DNV opgestelde rapport ‘Drijvende zonneparken op rijksgrond, Achtergrond van eisen aan EMC bij drijvende zonneparken’ als vertrekpunt voor de verdere ontwikkeling en realisatie van het project. 1. 2.
Alle onderdelen van de zonnepaneelinstallatie zijn voorzien van een CE-keurmerk. We maken geen gebruik van optimizers, omdat deze ook storing produceren en via powerlinecommunicatie communiceren met de omvormers (dit signaal kan niet gefilterd worden). 3. We concentreren de plaatsing van de omvormers op één locatie (op het drijvende zonnepark). 4. We gebruiken omvormers die conform EN 55011 getest en goedgekeurd zijn (en waarbij ook emissiemetingen op DC-kabels zijn uitgevoerd). 5. De plus- en minkabels voor gelijkspanning worden zoveel als mogelijk dicht naast elkaar parallel) gelegd, met inachtneming van enige tussenruimte voor het tegengaan van vlambogen. De kabels liggen parallel met een aardgeleider of geaard constructiedeel. Hiermee wordt lusvorming in de bekabeling voorkomen. 6. Kabels worden zoveel mogelijk uit één stuk vervaardigd, zonder connectoren of moffen voor het verlengen van de kabel. 7. Kabels worden in metalen buizen of goten aangelegd. 8. De zonnepaneelinstallatie wordt zodanig gebouwd dat minimaal aan het veiligheidsniveau van NEN 1010 wordt voldaan. 9. Bij de aanleg van het systeem worden alle installatievoorschriften opgevolgd. Het gaat hierbij zowel om voorschriften van de fabrikant als om voorschriften uit (wettelijke) richtlijnen en normen. 10.
Tijdens ontwerp, bouw, aanpassing en exploitatie van de zonnepaneelinstallatie houdt een onafhankelijke externe partij toezicht op de juiste toepassing van de diverse voorschriften, volgens EN 62446. Conclusie Het aspect stralingshinder vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.12 Externe veiligheid Externe veiligheid houdt zich bezig met de risico's als gevolg van ongevallen met gevaarlijke stoffen. In dat kader zijn vier onderwerpen van belang: bedrijven die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);
27
Zonne-eiland Gouverneurspolder Ochten
bedrijven die op grond van overige milieuwetgeving afstandsnormen voor veiligheid bezitten, zoals het Vuurwerkbesluit of het Activiteiten-besluit (bv. propaantanks); het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, spoor en water; het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen.
Dit initiatief betreft het realiseren van een drijvend zonne-eiland in de Gouverneurspolder. In de referentiesituatie vormt het transport van gevaarlijke stoffen via de scheepvaart op de Waal een risico voor wat betreft de externe veiligheid. Een zonne-eiland is geen kwetsbaar object of beperkt kwetsbaar object. De ontwikkeling hoeft niet nader te worden getoetst aan externe veiligheid.
4.13 Vormvrije m.e.r.-beoordeling De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.- beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen deze belangrijke nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden, dan is een m.e.r. niet noodzakelijk. Op 14 augustus heeft de ABRvS een uitspraak gedaan (ECLI:NL:RVS:2019:2770) over de m.e.r.-plicht van zonne-eilanden. Hieruit is gekomen dat een zonne-eiland niet beschouwd wordt als een landinrichtingsproject (categorie D9), een stedelijk ontwikkelingsproject (categorie D11.2) of een industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water (categorie D22.1).
Hieruit volgt dat een zonne-eiland niet in categorie C of D valt en dus niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Conclusie Het plan is niet m.e.r.-beoordelingsplichtig.
28
Zonne-eiland Gouverneurspolder Ochten
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
Bij de uitvoering van een project kan in zijn algemeenheid onderscheid worden gemaakt tussen de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Bij de eerste gaat het om de kosten en andere economische aspecten die met de verwezenlijking van het project samenhangen. Bij het tweede gaat het er om hoe de verwezenlijking door de maatschappij (overheid en burgers samen) wordt gedragen.
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Gemeente Neder-Betuwe heeft als belangrijke voorwaarde de betrokkenheid van inwoners en bedrijven bij de realisatie van zonne- en windenergieprojecten. Zowel procesparticipatie als financiële participatie is belangrijk. Daarin volgt gemeente Neder-Betuwe de gedragscode Zon op Land. De initiatiefnemer heeft een participatieplan opgezet om de inwoners en de directe betrokkenen rondom het plan zorgvuldig mee te nemen en te betrekken bij de ontwikkeling. Het participatieproces heeft geresulteerd in een gedragen plan waarbij de input vanuit de omgeving is vertaald naar concrete maatregelen die integraal onderdeel uitmaken van het huidige planvoornemen. Naast deze procesparticipatie biedt de initiatiefnemer de omgeving de mogelijkheid om financieel te participeren in het project. De uitwerking hiervan wordt gedurende het vervolg van het ontwikkelproces en participatieproces verder geconcretiseerd. Een uitgebreid participatieverslag is als Bijlage 6 ingesloten.
5.2
Financiële uitvoerbaarheid
De kosten die gepaard gaan met de uitvoering zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De kosten voor het opstellen van deze ruimtelijke onderbouwing zijn eveneens voor rekening van de initiatiefnemer. De kosten van de ruimtelijk-juridische procedure zullen door middel van leges worden verrekend met de initiatiefnemer. De initiatiefnemer beschikt over het ontwikkelrecht op de benodigde eigendommen. Voor de initiatiefnemer is het project financieel haalbaar omdat de elektriciteit die het zonne-eiland genereert wordt geleverd aan (omliggende) afnemers. Voor de exploitatie van zonne-eilanden worden verder door de Nederlandse overheid SDE-beschikkingen afgegeven. Dit is een exploitatiesubsidie die een eventuele onrendabele top van zonne-eilanden wegneemt.
29
Zonne-eiland Gouverneurspolder Ochten
Bijlagen 1.
Visieboek Zonne-eiland Gouverneurspolder
2.
Versterkingsplan Groene Ontwikkelzone (Bugel Hajema) a.
3.
Natuurtoets natuur (Sovon) a.
4.
E-mail goedkeuring provincie Versterkingsplan GO
Addendum op Natuurtoets zonne-eiland Gouverneurspolder Ochten (Viridis)
Aerius berekening realisatiefase a.
Aerius berekening exploitatiefase
b.
Memo onderbouwing Aerius berekening
5.
Watertoets
6.
Participatieverslag
7.
Technische uitwerking project a.
Technisch ontwerp
8.
Verankeringsplan/verankeringsberekening
9.
Memo brandveiligheid a.
Bijlage 1
b.
Bijlage 2
10. V & G plan 11. Milieumelding 12. Memo beschouwing invloed op opstuwing / doorstroming 13. Memo Waterkwaliteit a.
Effecten op waterkwaliteit zonne eiland
14. Memo onderbouwing Beleidslijn Grote Rivieren a.
Overeenkomst Excluton - Solinoor
30