CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - RES-1.0-Rivierenland 2021-31mrt

Raadsvergadering 30 juni 2021, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Regionale energiestrategie FruitDelta Rivierenland20.104 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

MAART 2021

29

RIVIEREN EN ZON Wat we wel hebben zijn rivieren, plassen en zon, waarmee we warmte kunnen maken. Rivieren gaan dwars door de regio heen en overschrijden gemeentegrenzen. Het benutten van de zon voor warmte heet zonthermie en is technisch goed mogelijk, maar qua beleid, eigendom en financiering nog lang niet voldoende doorontwikkeld in Nederland. Ook daar is het beter om dat regionaal op te pakken. Waar het benutten van warmte uit rivieren bijna geen ruimtelijke en landschappelijke impact heeft, heeft het maken van warmte uit zon dat wel. Willen we het enorme potentieel van zonthermie benutten, dan zijn dat belangrijke zaken waar we rekening mee moeten houden in de ontwikkeling hiervan. Het ontwikkelen van warmte-energie uit water (aquathermie) kan zowel lokaal als regionaal. Uit onderzoeken blijkt echter dat aquathermie een zekere schaalgrootte nodig heeft om betaalbaar te kunnen zijn. Daarnaast ligt het beheer van RWZI’s,plassen en rivieren bij regio-overschrijdende partijen zoals waterschappen en Rijkswaterstaat. Willen we het warmte-potentieel van water benutten dan is dat alleen mogelijk in een brede, regionale samenwerking. Om aquathermie en andere lage temperatuur bronnen te kunnen benutten om onze huizen te verwarmen is veel elektriciteit nodig. Het is daarom cruciaal om óók duurzame warmtebronnen te ontwikkelen die een hoge temperatuur afgeven.

Daarmee voorkomen we zo veel mogelijk dat onze warmtevoorziening het elektriciteitsverbruik in de regio nog verder verhoogt. Naast geothermie biedt zonthermie goede mogelijkheden hiervoor. Projecten op daken zijn vaak lokaal zijn en vallen dus eigenlijk onder de TvW, maar zonnevelden

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0

/

Aanleg van warmtenet (foto: Warmtebedrijf Ede)

kunnen ook zodanig worden aangelegd dat meerdere kernen in meerdere gemeenten worden bediend. De ontwikkeling van zonthermie staat in Nederland nog in de kinderschoenen. Het is nodig om kennis op te bouwen, en een ontwikkel- en uitvoeringsorganisatie op (minimaal) regionale schaal (om schaalvoordelen te behalen) is onmisbaar.

WARMTEINFRASTRUCTUUR Ook is infrastructuur nodig, in de vorm van een warmtenet. De provincie onderzoekt of het haalbaar is om een provinciaal warmte-infrastructuurbedrijf op te zetten: het Gelders Warmte Infrabedrijf ofwel GWIB. In deze constructie wordt de warmteinfrastructuur als

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

MAART 2021

een nutsvoorziening beschouwd, waarbij andere eisen gelden aan rendement en afschrijvingstermijn. Eind 2021 komt daar meer duidelijkheid over.

WARMTE EN DE ELEKTRICITEITSVRAAG Alles wat niet collectief en/of met duurzame bronnen verwarmd kan worden, moet verwarmd worden met duurzame elektriciteit. Als we de totale huidige warmtevraag van Rivierenland zouden elektrificeren dan is daarvoor 1,7 TWh per jaar nodig. Dit leidt tot een behoorlijke toename van onze elektriciteitsvraag en leidt tot een flink zwaardere belasting van het elektriciteitsnet dan waar we nu van uit gaan in ons RES-bod.

30

ENERGIEBESPARING

Haalbaarheidsonderzoeken

Om aan de toekomstige warmtevraag te kunnen voldoen is het dus minstens zo belangrijk om ook de warmtevraag te beperken. Op korte termijn is isolatie van woningen de belangrijkste optie om het energiegebruik terug te brengen. Als we alle woningen in Rivierenland naar energielabel B brengen dan zouden we de huidige warmtevraag al met 30% naar beneden kunnen brengen. Hoe minder (hoge temperatuur) warmte nodig is, hoe minder warmtebronnen ontwikkeld hoeven te worden en hoe minder elektriciteit als hulpbron hoeft te worden ingezet.

1.

worden voorzien door warmte uit de Waal te halen? Conclusie: dit is ruimtelijk lastig en economisch in principe niet haalbaar. Het onderzoek heeft wel geleid tot een aantal vervolgonderzoeken in West Maas en Waal. 2.

Kan voor de verwarming van Geldermalsen geothermie worden ingezet? Conclusie: dit is technisch lastig omdat de ondergrond niet doorlatend genoeg is op de diepte waar de

ONDERZOEK NAAR WARMTEBRONNEN

warmte onttrokken zou moeten worden.

Het is voor alle regio’s nog een zoektocht hoe te voldoen aan de warmtevraag. De provincie Gelderland heeft daarom in 2020 de zes Gelderse RES-regio’s een onderzoek aangeboden in het kader van de RSW. Dit leidde voor Rivierenland in de Concept-RES tot drie eerste conclusies:

Kan Beneden-Leeuwen geheel van warmte

Daardoor weegt de warmteopbrengst niet op tegen de kosten, waardoor het ook economisch moeilijk haalbaar is. 3.

Kunnen de kleinere kernen aan de Linge van warmte worden voorzien met warmte uit de Linge? Dit onderzoek vond plaats in Enspijk.

1.

2. 3.

De kans op grootschalige warmtenetten is klein, omdat Rivierenland grotendeels uit verspreide kleinere kernen bestaat. De werkelijke potentie van de in kaart gebrachte bronnen moet nader onderzocht worden. In een aantal gemeenten zijn wellicht wel kansen voor warmtenetten, zoals bijvoorbeeld in Zaltbommel, met geothermie als bron.

Conclusie: Dit is energetisch en technisch goed mogelijk, maar economisch niet haalbaar. 4.

opslag een haalbare mogelijkheid voor kleine kernen? Dit onderzoek werd uitgevoerd in Lingemeer. Conclusie: Technisch en energetisch is dit goed haalbaar, maar vooral als het gaat om de opslag van zonnewarmte is er nog

Een vierde en vijfde conclusie die we nu kunnen maken zijn: 4.

Is zonnewarmte in combinatie met warmte-

te weinig bekend om iets te kunnen zeggen over de betaalbaarheid.

Dat de meeste bronnen alleen op wijkniveau benut kunnen worden, en zich dus niet in het domein bevinden van de RSW, maar van de TvW.

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0

/

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

MAART 2021

31

5.

HET WARMTESALDO

Het potentieel van geothermie in de regio is maar beperkt ten opzichte van de regionale warmtebehoefte en bovendien lokaal in de Bommelerwaard.

Momenteel wordt 97% van de gebouwen in Rivierenland verwarmd met aardgas. De rest haalt warmte uit warmtenetten en warmtepompen (die laatste categorie is voornamelijk nieuwbouw van na 2018 die niet meer verduurzaamd hoeft te worden).

Daarnaast zijn vier haalbaarheidsonderzoeken uitgevoerd (zie kader). De laatste twee zijn meer gericht op regiobrede oplossingen dan heel specifiek voor één wijk of gemeente. De conclusies die RHDHV hier trekt over de financiële haalbaarheid rusten op aannames vanuit het huidige marktmodel. Wij denken dat die, als we het publiek of coöperatief aanpakken, een stuk positiever uit kunnen pakken.

De huidige warmtevraag hebben we bepaald aan de hand van het huidige aardgasverbruik. Uit gegevens van Liander over kleinverbruik aansluitingen blijkt dat de regio Rivierenland in 2019 bijna 192 m3 aardgas verbruikte (zie tabel). Omgerekend naar energie is dat ruim 6000 TJ.

TABEL 2: ENERGIEVRAAG HUISHOUDENS EN OVERIGE KLEINVERBRUIKERS OMGEREKEND GEMEENTE

TYPE

HOEVEELHEID/jr

EENHEID

TJ

TWh

BUREN

Gas

23.933.591

M3

757

0,21

CULEMBORG

Gas

18.203.660

M3

576

0,16

MAASDRIEL

Gas

23.051.977

M3

730

0,20

NEDER-BETUWE

Gas

18.096.262

M3

573

0,16

TIEL

Gas

29.202.001

M3

924

0,26

WEST BETUWE

Gas

40.643.494

M3

1.286

0,36

WEST MAAS EN WAAL

Gas

16.702.573

M3

529

0,15

ZALTBOMMEL

Gas

21.902.555

M3

693

0,19

191.736.113

M3

6.068

1,69

TOTAAL

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0

/

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

MAART 2021

32

TABEL 3: DUURZAME WARMTE OPWEK

OPW E K

BRON GEOTHERMIE

RESTWARMTE

BIOGAS

TEA

TEO

PT/PVT

BESTAAND

0

0

0

0

0

0

TOTAAL 0 TJ

REALISTISCH

100

108

576

218

?

?

901 TJ

MAXIMAAL

200

456

1076

218

3450

3198

8598 TJ

Geothermie (foto: Shutterstock)

Opties voor duurzame warmte Aan de aanbodkant zijn er de volgende opties voor duurzame warmte:

4. 5. 6.

DUURZAME OPWERK

Geothermie (warmte uit de diepe ondergrond), Restwarmte uit de industrie, Biomassa (verbranden of vergassen/vergisten van bijvoorbeeld snoeiafval, mest of houtsnippers), Aquathermie (thermische energie uit oppervlaktewater (TEO), afvalwater (TEA) of drinkwater (TED)),

OPWEK

1. 2. 3.

TABEL 4: WARMTESALDO

Zonthermie (warmte die met collectoren uit de zoninstraling wordt gehaald), Duurzame elektriciteit (elektriciteit opgewekt door zon, wind of bijvoorbeeld getijde-energie).

Als we actief geothermie, groen gas en restwarmte gaan gebruiken en inzetten op de ontwikkeling van thermische energie uit afvalwater (TEA), kunnen we voorzien in ongeveer 15% van de warmtebehoefte in 2030. In dit geval zal straks 85% van de woningen met een elektrische warmtepomp verwarmd moeten worden. (Overigens wordt op dit moment bijna 1400 TJ duurzame warmte opgewekt door biomassaketels en –kachels in de regio, maar dat is voor industrieel gebruik en valt dus buiten de RSW.)

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0

/

-

WARMTEVRAAG 2020

=

WARMTESALDO IN GJ

IN %

IN TWH

BESTAAND

0 TJ

6.068 TJ

-6.068

0%

1,7

REALISTISCH

901 TJ

6.068 TJ

-5.167

15%

1,4

MAXIMAAL

8598 TJ

6.068 TJ

2.530

142%

0,2

Als we echter vol inzetten op samenwerken, besparen, innoveren en ontwikkelen van beleid en technieken, dan kunnen we theoretisch aan onze warmtebehoefte voldoen met water en zon. Dit vraagt om samenwerking en flinke investeringen, zowel publieke middelen als van inwoners zelf. In geld, maar ook in tijd en capaciteit.

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

MAART 2021

Welke keuzes er ook worden gemaakt, er moet bij alle scenario’s elektriciteit bij. Het maakt echter veel uit of het gaat om bijna 1,7 TWh (bij verwarming volledig op basis van elektriciteit) of om 0,20 TWh (bij optimale inzet op hierboven genoemde warmtebronnen). Daar ligt dus de uitdaging. Kortom: er is perspectief, maar daarvoor is veel inspanning nodig.

33

DEEL 2. RICHTING RES 2.0

/

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

MAART 2021

34

Foto: David Wolf

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0

DEEL 2. RICHTING RES 2.0 Met de RES 1.0 is de samenwerking van partners in de energietransitie in Rivierenland nog maar net begonnen. De uitdaging is nu om met elkaar de stap naar realisatie te zetten én verder vooruit te kijken. Participatie van inwoners en bedrijven wordt daarbij nóg belangrijker.

FIGUUR 4: RES OP WEG NAAR 2030 & 2050

Richting 2023 stellen we een RES 2.0 op, een ijkmoment waarin nieuwe inzichten voor elektriciteit en warmte een plek krijgen. Ook blijven we met elkaar via de Samenwerkingsagenda werken aan belangrijke thema’s als energiearmoede, energiebesparing en innovatie, monitoring en communicatie. Voordat we doorstomen naar een RES 2.0 willen we het participatieproces evalueren en stilstaan bij wat in de volgende fase nodig is.

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0

/

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

MAART 2021

35

2.1 COMMUNICATIE EN PARTICIPATIE Wat we met zekerheid kunnen zeggen: inwoners blijven én worden steeds meer betrokken richting de RES 2.0. De communicatie is erop gericht hun kennis en informatiepositie te versterken. De participatie is erop gericht om daadwerkelijk stappen met elkaar te maken. Nu de groep belangstellenden en betrokken inwoners groeit is het belangrijk om de interesse vast te houden. We blijven communiceren over de RES via website, nieuwsbrieven, social media en berichten op gemeentepagina’s in huis-aan-huisbladen. De inhoud verschuift van informatie over het proces naar inspirerende lokale voorbeelden van particulieren, ondernemers en coöperaties die bezig zijn met duurzame energie. Dit geeft positieve energie en stimuleert het zelf doen en meedoen. Ook willen we duidelijker de verbinding leggen tussen energie besparen en duurzame energie opwekken en aandacht besteden aan de link tussen elektriciteit en warmte. Om de collectieve kennis verder te vergroten is het wenselijk

De RES 1.0 beschrijft kansrijke gebieden voor windenergie. Na vaststelling van de RES 1.0 gaat het proces verder richting concrete locaties en uitvoeringsprojecten. Dit betekent ook dat procesparticipatie steeds meer maatwerk wordt. Het wordt meer lokaal en meer locatie gebonden, rondom specifieke gebieden en/of projectlocaties. Het initiëren van participatie verschuift daarmee ook langzaam van regio naar gemeenten en ontwikkelaars/initiatiefnemers. Naarmate de planvorming concreter wordt, wordt naast procesparticipatie ook financiële participatie en eigenaarschap belangrijker.

om door te gaan met kennis delen via Webinars, kennissessies, animatiefilmpjes en infographics.

nale samenwerking rondom participatie en communicatie structureler vormgegeven kan worden. Bijvoorbeeld voor het opstellen van participatiebeleid, inclusief kaders, of ondersteunend bij de uitvoering van participatieactiviteiten ten behoeve van locaties en projecten.

Om de inhoudelijke communicatie te versterken willen we een online informatieplatform (CommunityHub) ontwikkelen: een transparant platform met feiten en cijfers, waar inwoners en lokale energiecoöperaties informatie kunnen vinden, delen en koppelen voor hun eigen initiatieven. Dit platform bundelt alle bestaande gegevens over energieprojecten, zoals besparingsmaatregelen, werkzaamheden en mogelijkheden voor actieve participatie. Gemeenten en Energie Samen Rivierenland zorgen voor actuele gegevens en delen bestaande technische kaarten en gegevens als open data.

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0

/

Richting RES 2.0 wordt nader bekeken of en hoe regio-

De regionaal georganiseerde ruimteateliers van de afgelopen twee jaar stonden in het teken van het opwekken van duurzame energie via wind en zon. De komende twee jaar komt ook de RSW in een volgende fase en is vergelijkbare regionale ondersteuning wellicht wenselijk. De keuzes die we hierin maken worden vertaald naar een passend participatietraject richting de RES 2.0.

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

MAART 2021

36

2.2 ELEKTRICITEIT Wij zetten ambitieus in op zon op grote daken. Samen met bedrijven, gemeenten en Liander zoeken wij naar een daadkrachtige aanpak om kansen te benutten en hindernissen op te lossen. In de gebieden voor wind met de status ‘Ambitie 2030’ is er ruimte in het gemeentelijk beleid. Soms wordt dit nog concreet gemaakt. Het is dan aan initiatiefnemers om voorstellen te ontwikkelen. Voor wind hebben enkele gebieden de status ‘Verkennen 2030’. Dit betekent dat de komende jaren wordt verkend of er mogelijkheden zijn voor nieuwe windturbines en onder welke voorwaarden.

UITVOERINGSPROGRAMMA OP WEG NAAR 2030

frustreert gemeentelijke ambities, zorgt voor hoge

De ambitie van RES 1.0 is 249 hectare zonnevelden en 191 hectare zon op grote daken, opgeknipt in relatief kleine initiatieven. Veel van deze initiatieven zullen mogelijk al binnen nu en twee jaar een netaansluiting vragen, omdat op dit moment in veel gemeenten zonbeleid wordt vastgesteld. Dat vraagt van gemeenten, ontwikkelaars en de netbeheerder om de juiste initiatieven te selecteren en daarvoor gewenste netaansluitingen te realiseren. Het is een uitdaging om de realisatie van zon- en windparken (en van zon op dak) goed aan te laten sluiten op de realisatie van netuitbreidingen. Een mismatch

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0

/

maatschappelijke kosten en beperkt de realisatiekansen van projecten door initiatiefnemers. Omdat de netinfrastructuur in Rivierenland momenteel niet toereikend is, is het van groot belang dat de verschillende partijen intensief samen optrekken en dat gemeenten onderling en met de netbeheerder tot afstemming komen om deze groei mogelijk te maken. Een uitdaging hierbij is dat er nu geen sturing mogelijk is op de ontwikkeling van plannen door initiatiefnemers. Ook is de praktijk van planvoorbereiding weerbarstig doordat lokale omstandigheden projecten kunnen vertragen of versnellen. Wij streven naar het opstellen van een uitvoeringsprogramma 2030 waarin gemeenten en Liander samen de planning uitwerken.

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

MAART 2021

INNOVATIE Waterkracht Nederland heeft momenteel 7 grote waterkrachtcentrales met een gezamenlijk vermogen van 37 MW en een energieopwekking van zo’n 0,095 TWh per jaar. Twee daarvan staan in Rivierenland: in de Neder-Rijn bij Maurik, gemeente Buren (1988) en in de Maas bij Alphen, gemeente West Maas en Waal (1990). Samen wekken zij 0,044 TWh per jaar op. In Gelderland en in onze regio (onder andere bij Ochten en Tiel) lopen enkele onderzoeken en proefprojecten voor het opwekken van energie via waterkracht. Het gaat vooral om stroomopwekking rond de kribben van de grote rivieren en bij sluizen. Uit een rapport van de provincie Gelderland blijkt dat deze technieken momenteel nog te weinig perspectief bieden. De kosten zijn hoog en de energieopbrengsten laag, waarmee een substantiële bijdrage aan de duurzame energieopwekking in Rivierenland is uitgesloten. Zodra deze onderzoeken positieve uitkomsten opleveren, nemen wij ook waterkracht op als vorm van duurzame opwekking in de energietransitie.

Waterstof Waterstof is geen bron van energie maar kan een rol spelen bij de opslag van energie. Waterstof is interessant vanwege de schone ‘verbranding’. Er loopt een aantal grotere en kleinere onderzoeks- en proefprojecten in Nederland om groene waterstof te maken. De eerste toepassingen van groene waterstof op grote schaal zullen naar verwachting

37

in de industrie plaatsvinden. Daarop zetten het kabinet en verschillende partijen actief in. In onze regio onderzoekt de gemeente NederBetuwe met een groep van ondernemers een goede businesscase voor een waterstof-infrastructuur.

Andere vormen van energieopslag Als een teveel aan elektriciteit of warmte uit zon of wind tijdelijk kan worden opgeslagen kan vraag en aanbod van elektriciteit en warmte beter op elkaar worden afgestemd. Uit onderzoek blijkt dat bij gebruik van accu’s de vierkante meters van een zonneveld veel efficiënter kunnen worden benut omdat vraagpieken uit de opslag geleverd kunnen worden in plaats van uit directe opwek. Door de pieken in vraag en aanbod op te vangen met tijdelijke opslag kan ook het elektriciteitsnet efficiënter worden ingericht. Er komen steeds meer kansrijke technieken in beeld, zoals het gebruik van accu’s van elektrische auto’s. Het aantal elektrische auto’s zal tot 2030 een grote vlucht nemen. In de gemeente Neder-Betuwe wordt uitgezocht hoe deze accu’s een rol kunnen spelen bij de opslag van duurzame energie. De techniek is er al, maar de toepassing wordt nog uitgewerkt. Ook voor warmte zijn er diverse opslagtechnieken in gebruik en in ontwikkeling. De meest bekende hier is Warmte-Koude-opslag (WKO) waarbij water als opslagmedium wordt gebruikt. Inmiddels kan er ook al in thermochemische zouten en zelfs basalt warmte worden opgeslagen voor later gebruik.

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0

Bij de Loswal in Ochten worden mogelijkheden voor de ontwikkeling van een waterkrachtcentrale onderzocht.

/

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

MAART 2021

38

2.3 WARMTE Om lokaal te kunnen voorzien in onze duurzame warmte moeten er nog flinke stappen worden gezet. Richting RES 2.0 zetten we in op de volgende speerpunten:

ONDERZOEK

VERKENNING EN ONTWIKKELING

GOVERNANCE

Er is verkennend onderzoek uitgevoerd naar aquathermie (warmtewinning uit oppervlaktewater) en zonthermie. Drie van de vier uitgevoerde quickscans geven aanleiding tot nader onderzoek. In de Samen-werkingsagenda is daar ruimte voor opgenomen. Daarnaast worden op dit moment in Zaltbommel de mogelijkheden voor geothermie onderzocht. Voor geothermie is het ook van belang dat we goed kijken naar koppelkansen met bijvoorbeeld glastuinbouw.

Voordat de schop de grond in kan moet het idee verkend worden met de diverse stakeholders en daarna ontwikkeld tot een gedragen plan. Die ontwikkelcapaciteit is er nu niet binnen de regio. De provincie Gelderland heeft binnekort een expertteam warmte dat ingeschakeld kan worden op technische aspecten of bij heel specifieke kennisbehoeftes. Daarnaast onderzoekt de provincie zoals beschreven ook de haalbaarheid van een provinciaal warmtebedrijf: het GWIB. Maar er is ook begeleiding nodig als het gaat om het inpassen in gemeentelijk beleid, financiering en eigenaarschap. Daar is lokale kennis voor nodig en een

Financieren en leveren, daarin zit de crux in de warmtetransitie. Commerciële warmtebedrijven zorgen voor aanleg, beheer en onderhoud van warmteinfrastructuur, maar niet elke partij is even betrokken bij haar afnemers en gemeentelijke of regionale duurzaamheidsdoelen. Wil een gemeente wat te zeggen hebben over kosten, participatie, het socialiseren van rendabele en minder rendabele projecten e.d. dan zal de gemeente een rol moeten kiezen die daar ruimte voor laat. Die governancerol kan bij uitstek regionaal worden ingevuld. Gemeenten hebben vaak niet de capaciteit of zien dit niet als hun kerntaak. Het is ook suboptimaal als elke gemeente los van elkaar zelf het wiel uitvindt. In de Samenwerkingsagenda zou deze governan-

stevige en langdurige begeleiding van deze (vaak langdurige) processen. Een regionale coördinerende rol voor warmteprojecten en -kennis is daarom wenselijk. Waar deze belegd moet worden, moeten we samen verder uitzoeken.

cerol nader uitgewerkt kunnen worden. Daarnaast hangt de rol die een gemeente moet kiezen ook deels af van de TvW en wijkuitvoeringsplannen. De TvW levert een verfijning van de warmteopties voor de RSW. Lokaal geeft dus mede richting aan regionaal. Hier ligt gelijk een rol en toegevoegde waarde voor de gemeenteraad. Een aanknopingspunt hierin is het Europese Clean Energy Package for all Europeans: een wetgevingskader dat lokale initiatieven faciliteert. Momenteel worden diverse pilots uitgevoerd, waarvan geleerd kan worden. Ook zijn er inmiddels tientallen lokale warmteinitiatieven door het hele land en natuurlijk de Proeftuinen waar kennis opgedaan kan worden.

Richting de RES 2.0 is nader onderzoek nodig om verdere stappen te kunnen zetten. Zoals vervolgonderzoek naar aquathermie in kleine kernen en de rol van gemeenten in toekomstige warmteoplossingen. Omdat dergelijke onderzoeken vaak een regiobrede werking hebben, heeft het meerwaarde ze ook regionaal op te pakken. Dit kan ook financiering uit andere bronnen makkelijker maken.

PILOTS Om te leren uitvoeren en samenwerken in een transitie is het belangrijk om concrete projecten samen te doen. Daarmee laten we aan inwoners zien dat we echt aan de gang gaan met onze duurzame warmtevoorziening. De twee verkenningen in Lingemeer en Enspijk zouden goed kunnen worden uitgevoerd als pilotproject. Richting RES 2.0 zou dus ook verkend moeten of en welke van deze pilots daadwerkelijk opgezet kunnen worden.

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0

/

Ook is het belangrijk zo snel mogelijk inzicht te krijgen in alternatieve financieringsmodellen voor warmte. Uit de onderzoeken van RoyalhaskoningDHV bleek dat vooral economische haalbaarheid een knelpunt is. Daarbij werd gerekend vanuit bestaande marktmodellen. Nader onderzoek is nodig naar bestaande en nieuwe vormen van coöperatief of publiek ontwikkelen waarbij andere financiële parameters gelden.

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

MAART 2021

39

UITVOERING

SAMENWERKING

Als we de uitvoering alleen aan de markt overlaten,

Warmte is een lokale aangelegenheid: we moeten nodig van veel partijen, die niet altijd van nature geneigd warmte zo veel mogelijk opwekken waar het gebruikt zijn tot samenwerken. Veel van die partijen, zoals waterwordt. Rivierenland heeft echter zoals eerder beschreven schappen, netbeheerders en coöperaties, zijn gemeenteweinig warmtebronnen, op de rivieren, plassen en zon grensoverschrijdend. Het stimuleren en faciliteren van die Alles wat in deze fase komt succesvolgebruiken in pilot gebleken. Daarnaastsamenwerking is er een na. Om bijvoorbeeld aquathermie teiskunnen is iets wat regiobreed moet worden opgemoet veel werk levering verzet garant worden en isInlokale samenwerking pakt. wil staan. deze fase gaan we dus echt bouwen aan de De Samenwerkingsagenda gaat daar verder op in.

komen alleen de meest rendabele projecten van de grond en dat zijn er niet veel in Rivierenland. Gevolg is dat het rendement van de ‘makkelijke’ projecten de regio verlaat en dat de regio blijft zitten met de kosten van de op het oog lastiger projecten. Om projecten op aquathermie, restwarmte, geothermie, zonthermie en biogas van de grond te krijgen, zijn verschillende partijen en verschillende expertises nodig. Een deel van de benodigde kennis moet nog opgebouwd worden. Dat kan een uitstekend lokaal model voor de regio worden: opleiden, ontwikkelen en uitvoeren past uitstekend bij Rivierenland. Daarin hebben we veel stakeholders nodig aan boord van deze transitietrein. Scholen, stageplekken, innovatieclusters, financieringsorganisaties, beleidsmakers en uiteindelijk uitvoerders zoals

Uitvoering

duurzame warmtevoorziening

FIGUUR 5: SAMENWERKING EN GOVERNANCE

Verkennen & ontwikkelen

tijdens de pilot moeten we gaan nadenken over opschalen en beheer en onderhoud 4 Alvan UITVOEREN Uitvoering de systemen. Ook zal met de diverse stakeholders overlegd moeten worden over

Alles wat in deze fase komt is succesvol in pilot gebleken. Daarnaast is er een Concreet bouwen aan duurzame warmtevoorziening levering garant wil staan. In deze fase gaan we dus echt bouwen aan de regionale coalitie smeden is hier In deze fase worden projecten diebelangrijk. in de pilot succesvol zijn gebleken daadduurzame warmtevoorziening

werkelijk uitgevoerd. Daarbij is er een coalitie die kan financieren, bouwen

en beheren en een partij die garant wil staan voor de levering van warmte.

3 VERKENNEN EN ONTWIKKELEN

aannemers en installateurs. De belangrijkste stakeholders zijn natuurlijk onze inwoners. Behalve financiële participatie en procesparticipatie hebben we ook participatie in de uitvoering nodig, alleen dan is de energietransitie voor ons allemaal en van ons allemaal.

levering garant wil staan. In deze fase gaan we dus echt bouwen aan de Verkennen & ontwikkelen duurzame warmtevoorziening Al tijdens de pilot moeten we gaan nadenken over opschalen en beheer en onderhoud van de systemen. Ook zal met de diverse stakeholders overlegd moeten worden over

Speelveld verkennen en een regionale coalitie smeden Pilots Al tijdens de pilot moeten we gaan nadenken over opschalen en het beheer Verkennen & ontwikkelen regionale coalitie smeden is hier belangrijk.

Op basis van onderzoeken die leiden tot een haalbare en onderhoud vanpilots de systemen. Ook zal met overlegd Al tijdens de pilot moeten we gaan nadenken over opschalen en beheer en onderhoud oplossing starten we op. Die pilots hebben totde diverse stakeholders van de systemen. Ook zal met de diverse stakeholders overlegd moeten worden over doel om te leren samenwerken en uitvoeren. moeten worden over zaken als bijvoorbeeld financiering en eigendom. Daarnaast leren inwoners meer over duurzame regionale coalitie smeden is hier belangrijk. warmte. Op basis van onderzoeken die leiden tot een haalbare

Pilots

2 PILOTS

Om de doelen uit het Klimaatakkoord te halen moeten we beginnen bij stap 1, maar wel gaan versnellen. Er moet voor 140.000 gebouwen een aanpassing gevonden, ontwikkeld en uitgevoerd worden. Dat is 4.600 woningen per jaar als we tot 2050 rekenen. Die versnelling moet komen uit het zelf ontwikkelen van kennis. De middelen daarvoor kunnen komen uit het zelf uitvoeren en beheren van de warmteoplossingen en bijbehorende verdienmodellen.

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0

Uitvoering

Alles wat in deze fase komt is succesvol in pilot gebleken. Daarnaast is er een

Leren samenwerken en uitvoeren

oplossing starten we pilots op. Die pilots hebben tot doel om te leren samenwerken en uitvoeren. Daarnaast leren inwoners meer over duurzame warmte.

Op basis van onderzoeken die leiden tot een haalbare oplossing starten

GOVERNANCE

we pilots op. Die pilots hebben tot doel ervaring op te doen met samen-

GOVERNANCE Pilots

werken en uitvoeren. Ook inwoners leren zo meer over duurzame warmte.

1 ONDERZOEKEN

Onderzoeken

Haalbare oplossingen inventariseren

Op basis van onderzoeken die leiden tot een haalbare oplossing starten we pilots op. Die pilots hebben tot doel om te leren samenwerken en uitvoeren. Daarnaast leren inwoners meer over duurzame warmte.

Onderzoeken

SAMENWERKING

SAMENWERKING

Welke technische, juridische, ruimtelijke en sociale kansen en mogelijkheden zijn er als we duurzame warmtebronnen willen

Welke juridische,ruimtelijke ruimtelijke en sociale kansen mogelijkgebruiken. Wat risico’s bij ontwikkelen van een bron en wie kan Welketechnische, technische, juridische, en sociale kansen enzijn deen dit uitvoeren.

mogelijkheden als we duurzame warmtebronnen willen heden zijn er alszijn weerduurzame warmtebronnen willen gebruiken? Wat zijn gebruiken. Wat zijn de risico’s bij ontwikkelen van een bron en wie kan

GOVERNANCE

dedit risico’s bij ontwikkelen van een bron? Wie kan de uitvoering doen? uitvoeren.

/

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

Onderzoeken

Welke MAART 202 1 technische, juridische, ruimtelijke en sociale kansen en

mogelijkheden zijn er als we duurzame warmtebronnen willen gebruiken. Wat zijn de risico’s bij ontwikkelen van een bron en wie kan

40

2.4 OMGEVINGSBELEID

FIGUUR 6: RELATIE ZIEN TUSSEN HET RES-PROCES EN LOKALE TRAJECTEN

RES & BOVENREGIONALE VISIES

2021

De RES FruitDelta Rivierenland kiest voor windprojecten langs de ‘ruggengraat’ van grootschalige infrastructuur. Deze benadering zorgt voor een ruimtelijke clustering en sluit hiermee aan op de Nationale Omgevingsvisie. Dit geldt ook voor de regionale voorkeursvolgorde voor zon.

2022

WETGEVING _______ _____

WARMTEWET

2023

2024

2025

2026

2027

2028

ENERGIEWET

2029

2030

streefdatum KLIMAATAKKOORD 01-01-2030

WIND- EN ZONBELEID TRANSITIEVISIE WARMTE

LOKAAL BELEID

WIJKUITVOERINGSPLANNEN

Ook sluit de RES goed aan op de Provinciale Omgevingsvisie, die vraagt om regionale uitgangspunten voor een zorgvuldige inpassing in de omgeving van duurzame energie-opwekking. De regionale uitgangspunten zijn in deze RES voor wind duidelijker vastgelegd dan voor zon. Hoewel de beschreven voorkeursvolgorde voor zon overeenkomt met lokale zonneladders, is het gewenst om richting RES 2.0 ook

RES

RES 1.0

MER

RES 2.0

OMGEVINGSVISIE

MER

OMGEVINGSWET

RES 3.0

PROGRAMMA OMGEVINGSPLAN

MER

OMGEVINGSVERGUNNINGEN

PROJECTFASE

regionale uitgangspunten vast te leggen en lokaal beleid te harmoniseren. Hiermee kan ongewenste ruimtelijke verdichting worden voorkomen en bijvoorbeeld toegewerkt worden naar een vergelijkbaar afwegingskader voor zon op landbouwgronden. In de Samenwerkingsagenda stemmen we onderling de regionale uitgangspunten voor zonbeleid nader af.

VERKENNING

PLANFASE

CONTRACTFASE

REALISATIE

Deze figuur laat de relatie zien tussen het RES-proces en lokale trajecten om de realisatie van energieprojecten voor 2030 uit te voeren. Trajecten op regionaal en op lokaal niveau lopen parallel door en wisselen elkaar af op een iteratieve manier om elkaar aan te vullen en te versterken. Deze afwisseling vraagt een belangrijke samenwerking binnen gemeenten tussen

duurzaamheidsambtenaren en andere afdelingen. De kennis van regionale werkgroepen kunnen ook hier ingebracht worden. De visualisatie van de lokale processen en benodigde stappen tot 2030 is indicatief en is niet representatief van de werkelijke planning van de acht regiogemeenten.

Voor de vergunningverlening is voor projecten die onderdeel uitmaken van de RES 1.0 het uitgangspunt dat de vergunningen voor 1 januari 2025 zijn verleend. Dit om realisatie voor 2030 tijdig te borgen. Omdat regionaal geen gebieden voor zon zijn afgesproken en deze lokaal nog niet overal in beeld zijn volgt

vergunningverlening voor zon op sommige plekken mogelijk na 1 januari 2025. Omdat de doorlooptijd tussen vergunningverlening en realisatie van projecten voor zon doorgaans korter is dan voor wind zal dit geen belemmering vormen voor de realisatie van de doelstellingen voor 2030.

BORGING IN LOKAAL OMGEVINGSBELEID De ambities van de RES 1.0 worden geborgd via het instrumentarium van de Omgevingswet: omgevingsvisie, programma, omgevingsplan en omgevingsvergunning. Ten behoeve van de omgevingsvisies is het belangrijk om continu de verbinding met de andere maatschappelijke opgaven te zoeken, om gezamenlijke, integrale doelen te formuleren.

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0

/

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

MAART 2021

41

2.5 MONITORING Wij streven naar het actief bijhouden van informatie. Dit is noodzakelijk om geïnformeerde besluiten te nemen in de planvorming van de RES en bij het formuleren van kwantitatieve doelstellingen. Door middel van monitoring bouwen wij een gezamenlijke informatiebasis op zodat inwoners, ondernemers en beleidsmakers na kunnen denken over de RES op basis van hetzelfde informatieniveau. Ten behoeve van de RES 1.0, 2.0 en verder, maar ook lokale beleidsplannen. Filmopname Pilot MER

MILIEUEFFECTRAPPORTAGE Een milieueffectrapportage is bij de RES niet verplicht. Toch heeft een MER-procedure meerwaarde voor het RES-proces richting de RES 2.0. Zowel vanwege de extra kwaliteitstoets van het proces alsook de inspraakmogelijkheid die hiermee wordt geboden. We hebben hier tijdens het opstellen van de RES 1.0 in een landelijke pilot ervaringen mee opgedaan door advies te vragen bij de commissie MER. De aanbevelingen van de commissie zijn deels al opgenomen in deze RES 1.0. Andere aanbevelingen nemen we mee in een planMER richting de RES 2.0. De verkenningen en onderzoeken die in een planMER voor de RES worden verricht vormen input voor lokale MER-procedures voor nieuwe windlocaties. Mogelijke verkenningen en onderzoeken van een planMER van RES 1.0 kunnen onder andere zijn: geluidsonderzoek, ecologische analyse, bodemonderzoek, sociaal-maatschappelijke analyse en analyse van cumulatie met andere (wind)projecten.

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0

/

Monitoring helpt ook bij de rapportage over de uitvoering van de RES 1.0 en het leren daarvan in het traject richting RES 2.0. Naast kwantitatieve gegevens is ook het bijhouden van informatie over beleids- en projectontwikkeling belangrijk. Met deze doelen werken wij in de overgang van RES 1.0 naar RES 2.0 aan het uitwerken van een gezamenlijk monitoringsproces en het opbouwen van een online informatieplatform voor burgers, ondernemers en beleidsmakers (project CommunityHub). Dit informatiesysteem wordt gekoppeld aan GIS-gegevens en wordt door een groep van regionale en lokale partners ontwikkeld.

van data staan hier centraal. Parallel aan het ontwikkelen van dit monitoringssysteem zoeken wij de verbinding met bovenregionale onderzoeken en afspraken over monitoringsdefinities en -systematieken. Ook blijven wij op de hoogte en maken wij gebruik van de landelijke en provinciale instrumenten om onze regionale monitoring te ondersteunen.

De rolverdeling is een punt van uitwerking. De gemeenten hebben hier in ieder geval een belangrijke rol in. Ook wordt een klankbordgroep van burgers betrokken bij deze ontwikkeling. De transparantie en actualisatie

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

MAART 2021

42

DEEL 3. SAMENWERKINGSAGENDA

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0

/

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

MAART 2021

43

DEEL 3. SAMENWERKINGSAGENDA De Samenwerkingsagenda is onderdeel van de RES Rivierenland. Met de Samenwerkingsagenda willen we de RES versterken en versnellen. De Samenwerkingsagenda is na het aanbieden van de Concept-RES in 2020 langs drie lijnen ontwikkeld: 1. Samenwerking in beleid, uitvoering en participatie. 2. Strategische samenwerking. 3. Samenwerking bij kennisdeling en koppelkansen.

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0

/

In de Concept-RES was sprake van verkenningen en onderzoeksvragen, concrete uitvoeringsopgaven, maar ook het organiseren van betere onderlinge afstemming, kennisdeling en communicatie. In de RES 1.0 beschrijven we de concrete ontwikkeling van de samenwerking van de RES-partners. De verschillende processen, projecten en trajecten kennen elk een eigen doel, dynamiek en fasering. Er is een verbinding met projecten uit de Regio Deal en met de Gebiedsagenda. Ook is er een directe relatie met het Gelders Energieakkoord en het Klimaatplan van de provincie Gelderland, waarin voor 2030 de gezamenlijke inzet voor 55% CO2-reductie verder beschreven is. Richting RES 2.0 worden de projecten van de Samenwerkingsagenda operationeel.

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

MAART 2021

44

3.1 SAMENWERKING IN BELEID, UITVOERING EN PARTICIPATIE De Concept-RES en de RES 1.0 zijn regionaal gerealiseerd, met ondersteuning vanuit gemeenten,

2.

Voorkomen van energiearmoede: De verwachting is dat het gebruik van fossiele energie de komende decennia duurder gaat worden. Een groot deel van de inwoners heeft geen budget om investeringen te doen om het energieverbruik te verminderen. In 2020 is gestart met het verkennen van initiatieven om energiearmoede te voorkomen. Een goed voorbeeld is ‘De kleine portemonnee’ in Culemborg. Het is een samenwerking van de Energiecoöperatie Vrijstad, de gemeente Culemborg (schuldhulpverlening) en het Fonds Boedel Badens Stout. Dit fonds is gericht op inwoners van de stad die in armoede leven en schulden hebben. Kern van het project is het inzetten van een ‘sociale’ energiecoach, die in gesprek met betrokkenen kleine aanpassingen in huis kan doen. Maar ook kan proberen om bewustzijn te vergroten bij de bewoners bij het verbruik van energie. Maatwerk in het armoedebeleid per gemeente kan zijn om energieverslindend witgoed te vervangen, zodat de energierekening omlaag gaat. Over dit project is contact met de Energiebank Nederland. Dit Culemborgs project dient als voorbeeld voor lokaal maatwerk in de andere gemeenten.

3.

Versterken en ontwikkelen regionale (circulaire) economie: Voor de sectoren landbouw, industrie en logistiek organiseren we Living Labs die regionale innovatieve oplossingen ontwikkelen voor deze sectoren. Opleidingen en ondernemers werken hier samen aan de energietransitie, met betrokkenheid van de overige RES-partners.

maatschappelijke organisaties, de provincie en het Rijk. Deze tijdelijke structuur eindigt in deze vorm na het indienen van de RES 1.0 (medio 2021). Dat betekent niet dat de samenwerking eindigt.

In de tweede helft van 2021 werken de RES-partners verder aan het uitvoeren van de gemaakte plannen, maar ook aan de indiening van RES-bod 2.0 in 2023. Om voortgang te waarborgen is voortzetting van de samenwerking tussen overheden en maatschappelijke organisaties een voorwaarde. RES-regio FruitDelta Rivierenland wil blijven samenwerken en maakt hier in 2021 plannen voor. Daarbij maken we de strategische plannen op het gebied van duurzaamheid van de RES-partners onderdeel van de Samenwerkingsagenda. De Stuurgroep RES FruitDelta Rivierenland schrijft hiervoor in 2021 een ‘startnotitie RES 2.0’. Deze moet in de besturen van de deelnemende organisaties tot besluitvorming leiden om in 2021 een flexibele RES-organisatie 2.0 op te zetten met regionale kennis en deskundigheid van processen op het gebied van gebiedsontwikkeling, participatie en innovatie. Om slagvaardig te blijven opereren in de verdere fasen is actieve participatie van de huidige RES-partners én ondersteuning van de provincie en het Rijk nodig.

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0

/

DE PROJECTEN VAN DE REGIO DEAL De Samenwerkingsagenda kent vier projecten die een plek hebben in de Regio Deal: 1.

Ontwikkelen CommunityHub: Onderdeel van inwonersondersteuning is het ontwikkelen van een online informatieplatform (CommunityHub). Inwoners en lokale energiecoöperaties kunnen op deze website of app informatie vinden, delen en koppelen. Gemeenten en Energie Samen Rivierenland zorgen voor actuele gegevens over de potentie en voortgang van de energietransitie, maatregelen over besparing, werkzaamheden en mogelijkheden voor actieve participatie bij energieprojecten. De vele gegevens van allerlei sites en organisaties worden op een vriendelijke manier beschikbaar gesteld aan de inwoners en de energiecoöperaties. Het informatieplatform biedt beleidsmakers de mogelijkheid de uitvoering en opbrengsten van de energietransitie te monitoren. Daarbij is het integraal (en regionaal) sturen op initiatieven voor zon- en windparken op basis van actuele gegevens mogelijk.

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

MAART 2021

45

4.

Pilot inzet aquathermie als warmtebron: Aquathermie (oppervlaktewater) voor het toekom-

een gebiedsfonds is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Een belangrijke actie is het ontwikkelen van

stig verwarmen van woningen is een onderwerp van verkenning. Deze regionale verkenning biedt de mogelijkheid om kleinschalige lokale vertalingen te maken voor het gebruik van oppervlaktewater van de rivieren. Dit biedt kansen voor buurtbewoners om in coöperatieve vorm samen te werken. Dit zal de komende tijd verder uitgewerkt moeten worden naar heldere businesscases.

lokale energiecoöperaties in alle gemeenten, zodat de betrokkenheid van inwoners goed geregeld kan worden.

ENERGIELOKETTEN De Energieloketten blijken succesvol in het bereiken, informeren en adviseren van de inwoners in de hele regio. Voortzetting van deze functie vraagt de komende jaren aandacht. In 2021 werken Energie Samen Rivierenland samen met de lokale energiecoöperaties en de acht gemeenten verder aan ondersteuning van inwoners en ondernemers, om zoveel mogelijk inwoners te laten participeren in de regionale energietransitie.

FINANCIËLE PARTICIPATIE Een belangrijk punt van aandacht in de Samenwerkingsagenda is de borging van de uitgangspunten voor 50% lokaal eigendom en projectparticipatie door inwoners in de gemeentelijke beleidskaders. Vanaf de start van de ontwikkeling van zon- en windparken moeten ontwikkelaars duidelijke uitgangspunten hebben over 50% lokaal eigendom en de werkwijze waarop door middel van burgerparticipatie zon- en windparken gerealiseerd gaan worden. In 2020 is een traject gestart om dit aan de voorkant goed te regelen in de beleidskaders. Dit traject willen wij in de tweede helft van 2021 afronden. De mogelijkheid voor het realiseren van

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0

/

ENERGIECORRIDOR A15 / BETUWEROUTE In 2020 startte op initiatief van Rijkswaterstaat en ProRail een overleg over de A15/Betuweroute. Bij dit overleg zijn vier gemeenten in Rivierenland betrokken, met een coördinerende rol van het RES-team. Samen met de RES-regio Arnhem/Nijmegen stuurde RES-regio FruitDelta Rivierenland een brief naar het ministerie van Economische Zaken en Klimaat om de A15/Betuweroute onder de aandacht te brengen van de minister voor het OER-programma (Opwek van Energie op Rijksvastgoed). In maart 2021 ontvingen de RES-regio’s Arnhem-Nijmegen en FruitDelta Rivierenland bevestiging over de plaatsing op de OER-lijst, zodat voor de zomer van 2021 verdere voorbereidingen tussen Rijkswaterstaat, ProRail, de gemeenten en de RES-regio gedaan kunnen worden. Wij houden in deze fase de regie om met de betrokken gemeenten, RES Arnhem-Nijmegen en de Rijkspartners Rijkswaterstaat en Pro Rail dit project op gang te trekken.

ZON OP GROTE DAKEN De behoefte om zonnepanelen op grote bedrijfsdaken en daken van maatschappelijke vastgoed (scholen, gemeenschapshuizen en sportaccommodaties) te stimuleren is in 2020 regelmatig genoemd als eerste grote bijdrage aan de energietransitie in onze regio. Begin 2021 is dit vanuit de RES geagendeerd bij betrokken maatschappelijke partners.

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

MAART 2021

In de regio is een aantal projecten gerealiseerd waar geregisseerd zonnepanelen op bedrijfsdaken zijn gelegd. Om dit grootschalig aan te pakken is veel meer regie nodig vanuit lokale overheden (inclusief Omgevingsdienst), netwerkbeheerder Liander en de bedrijven. Er wordt ingezet op een aanjaagprogramma voor zonnepanelen op bedrijfsdaken. Om een succesvol project te starten moet een gezamenlijk verkennend onderzoek gedaan worden, dat halverwege 2021 afgerond kan zijn. Recente projecten in Tiel en Zaltbommel kunnen als voorbeelden dienen. Bedrijven kunnen coöperatief samenwerken om energie op te wekken op grote bedrijfsdaken. En ook door samen te werken bij energiebesparing en bijvoorbeeld het ontwikkelen van een laadinfrastructuur. Een verkennend onderzoek kan voor de zomer van 2021 door het RES-team gecoördineerd worden, met betrokkenheid van VNO-NCW, Omgevingsdienst Rivierenland, Liander, Energie Samen Rivierenland, LTO-N/ZLTO, provincie Gelderland en de acht gemeenten. Naast ‘zon op bedrijfsdak’ is expertise nodig om bedrijven actief te adviseren over energiebesparing. In 2021 wordt hiervoor een plan uitgewerkt met belangenverenigingen van bedrijven (lokaal, regionaal, provinciaal en landelijk).

46

3.2 STRATEGISCHE SAMENWERKING In de RES FruitDelta Rivierenland werken de acht gemeenten, Waterschap Rivierenland, provincie Gelderland, netbeheerder Liander en (regionale) maatschappelijke organisaties samen. Deze samenwerking wordt door deze partners als waardevol, maar ook als pril en broos ervaren. De totstandkoming van het RES-bod 1.0 verliep goed en biedt mogelijkheden voor andere manieren van samenwerking tussen overheden, burgers en het bedrijfsleven. Met als doel klimaatmaatregelen te nemen om de uitstoot van CO2 in 2030 met 55% te verminderen, zoals afgesproken in het Gelders Energieakkoord (GEA).

De Gebiedsagenda biedt mogelijkheden voor de RES om grotere uitdagingen voor de samenleving gezamenlijk aan te pakken. De noodzakelijke en aanzienlijke vermindering van CO2, het ontwikkelen van een circulaire economie door grondstoffen te hergebruiken, mobiliteit te verduurzamen en te verminderen en een transitie van de landen glastuinbouw zijn in de Gebiedsagenda belangrijke agendapunten die raakvlakken hebben met de RES. Ook met de klimaatadaptatie zijn grote raakvlakken. Deze grote opgaven én bijbehorende (knel) punten worden actief ingebracht bij gemeenten, Regio FruitDelta Rivierenland, de provincie Gelderland en het Rijk, om langjarig verzekerd te

PENTA HELIX-SAMENWERKING Om de bestuurlijke en strategische samenwerking rond de energietransitie te continueren, te verdiepen en uit te breiden is bestuurlijke interesse en energie nodig. Gestreefd wordt naar een intensieve en langjarige regionale samenwerking tussen overheden, burgers, ondernemers, opleiders en kapitaalverstrekkers. Deze samenwerking wordt de Penta Helix-samenwerking genoemd. Een Penta Helix-samenwerking heeft tot doel lokale en regionale autoriteiten in staat te stellen innovatieve en kosteneffectieve benaderingen te vinden voor het ontwikkelen, financieren, implementeren en verbeteren van duurzame energie- en klimaatplannen die bijdragen aan het bereiken van nationale en Europese klimaat- en energiedoelstellingen.

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0

GEBIEDSAGENDA VOOR VERBINDING MET ANDERE OPGAVEN

/

Richting RES 2.0, in de periode 2021 tot en met 2023 staat de ontwikkeling van deze strategische samenwerking hoog op de agenda. Een belangrijke stimulans hierbij is het project Samen FruitDelta Rivierenland (programmalijn 4) van de Regio Deal. Daarbij wordt verbinding gemaakt met de programmalijnen van de Regio Deal en de in 2021 te ontwikkelen Gebiedsagenda tussen de provincie en de regio. Vanuit de RES zal hier de Penta Helix-samenwerking actief ingebracht worden. Daarbij wordt ingezet op innovatieve financieringsmodellen, een goede afstemming tussen arbeidsmarkt en opleidingen en het stimuleren van innovatie in de landbouw, industrie en logistieke sector door middel van Living Labs.

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

MAART 2021

kunnen zijn van een werkende integrale aanpak. De komende tijd wordt een vernieuwend samenwerkingsmodel ontworpen met daarin verschillende regionale programma’s, waaronder de RES.

Gelders Energieakkoord en Gelders Klimaatplan Met alleen wind en zon gaan we de Gelderse doelstelling van 55% CO2-reductie in 2030 niet halen. Hiervoor is ook inzet en samenwerking nodig op andere terreinen. Het Gelders Klimaatplan geeft hiervoor al een aantal aanknopingspunten waar met de gebiedsagenda op aangesloten kan worden.

47

Programma Aanpak Stikstof (PAS)

FIGUUR 7: TOP 3 KLIMAATMAATREGELEN PER DOMEIN

Omdat er te veel stikstof in de natuur is zijn Rijk en provincies aan de slag gegaan om met nieuwe wetten en regels het groter wordende probleem te lijf te gaan. Structurele beperking van de stikstofemissie en herstel en behoud van natuur zijn hierbij de uitgangspunten. Insteek is dat alle sectoren hun steentje hieraan bijdragen. Ook gemeenten hebben een actieve rol in de aanpak en uitvoering.

In 2018 kenden Provinciale Staten voor de uitvoering van het Gelders Klimaatplan een budget van 300 miljoen euro toe om bij te dragen aan 55% reductie van de uitstoot van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van1990.

GEBOUWDE OMGEVING • 200 toekomstbestendige wijken van de toekomst • 6 proeftuinen aardgasvrije wijken • Investeringsimpuls verduurzamen 11.000 huurwoningen • Uitbreiding van de warmteinfrastructuur

INDUSTRIE EN BEDRIJVEN • Energiebesparing bij bedrijven • CO2-afvang/-opslag en warmtepompen in met name papier-, metaalen keramische industrie • Innovatieve waterstofen biogrondstof toepassingen

De stikstofproblematiek raakt sinds de vernietiging van de PAS in mei 2019 veel projecten, initiatieven en ontwikkelingen met betrekking tot bouwen, aanleg en gebruik. Negatieve effecten op Natura 2000-gebieden door stikstof bij woningbouw of infrastructurele projecten moet worden gecompenseerd. Hiervoor moet binnen het project of van elders stikstofruimte voor worden gezocht/gemaakt.

LANDBOUW EN LANDGEBRUIK • Natuurinclusieve kringlooplandbouw • Koolstofopslag in de bodem • Uitbreiding van bosareaal

Daarnaast is er een opgave vanuit de provincie Gelderland om te werken aan bron- en herstelmaatregelen om de structurele stikstofemissie terug te dringen. Ook natuur moet hierbij worden hersteld.

MOBILITEIT • Aanleg van laadinfrastructuur voor personenauto’s en goederenvervoer • Meer woon-werkverkeer per fiets en OV • Flexibele hubs

Omdat bij het verbrandingsproces van fossiele brandstoffen zowel stikstof (NOx) als koolstofdioxide (CO2) vrijkomt levert duurzame energie dus dubbel winst op. Het ligt dan ook voor de hand dat de aanpak en het terugdringen van stikstof en CO2 gezamenlijk verder worden uitgewerkt.

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0

/

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

MAART 2021

ELEKTRICITEIT (duurzame energieopwekking • Zonne-energie • Windenergie • Geothermie, aquathermie en rioolthermie

48

Klimaatadaptatie Naast plannen om te voorkomen dat de aarde nog verder opwarmt, maken we ook plannen om ons voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering. Ook die gevolgen zijn in onze regio al zichtbaar. Droogte, hitte, overstromingen en forse hoos- en hagelbuien komen steeds vaker voor. Daarom worden er ook Regionale Adaptatiestrategieën ontwikkeld. Dit is een interactief proces, waarbij gemeenten uit Rivierenland, Waterschap Rivierenland en de provincie Gelderland samenwerken met andere stakeholders. Het doel is dat Rivierenland uiterlijk in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht.

Op dit moment wordt aardgas in een WKK (warmtekrachtinstallatie) uitermate efficiënt omgezet in CO2, elektriciteit en warmte. Voor alle drie componenten zullen groene alternatieven beschikbaar moeten komen die in samenhang een goed alternatief vormen voor de WKK. Voor het type glastuinbouwbedrijf in

de Bommelerwaard, waarbij de ontwikkeling van de bedrijven richting elektrificatie een belangrijk verduurzamingsspoor is, ligt de eerste prioriteit in de beschikbaarheid van CO2 en betaalbare duurzame elektriciteit.

Biodiversiteit De acht gemeenten in Rivierenland werken samen in een project in de Regio Deal om het landschap en de biodiversiteit te verbeteren. Bij de ontwikkeling van wind- en zonneparken in het landschap is verbetering van de biodiversiteit daarom een belangrijk uitgangspunt en onderdeel van de beleidsvorming voor energielandschappen voor zon en wind.

Glastuinbouw Glastuinbouw Nederland heeft september 2017 de visie Verantwoorde Tuinbouw vastgesteld. In deze visie worden stevige ambities geformuleerd, waaronder het realiseren van een klimaatneutrale glastuinbouw in 2040, mits aan de juiste randvoorwaarden wordt voldaan. Deze visie is ingebracht bij de klimaattafel landbouw van de rijksoverheid. Regionaal heeft een Klankbordgroep van glastuinbouwondernemers deze visie doorvertaald naar de glastuinbouw in Bommelerwaard.

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0

/

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

MAART 2021

49

3.3 KENNIS DELEN EN KOPPELKANSEN De afspraken over samenwerking functioneren uitstekend bij het regionaal organiseren van inhoudelijke kennisbijeenkomsten, workshops en webinars. Voor verschillende doelgroepen, zowel voorbereiders als beslissers, zijn regelmatig bijeenkomsten georganiseerd met verschillende doelstellingen. Deze bijeenkomsten zijn informatief, opiniërend, deskundigheid bevorderend of gericht op regionale beleidsvorming.

Een andere inzet is om verschillende regionale ontwikkelingen te koppelen, om zodoende een stevige en duurzame bodem onder deze initiatieven of bestaande activiteiten te verkrijgen. Er liggen bijvoorbeeld koppelkansen bij projecten uit de Regio Deal. Concrete kansen voor de komende jaren zijn er onder andere op de volgende projecten: • • •

• • • •

Verbeteren biodiversiteit en ruimtelijke kwaliteit. Maatregelen klimaatadaptatie (bijvoorbeeld bosaanplant). Samenwerking onderwijs, arbeidsmarkt en energietransitie (bijvoorbeeld Smart Technology Experience Centre). Mobiliteit en infrastructuur. Wonen, natuur en landbouw. Circulaire economie (projecten grondstoffen AVRI). Benutten van de opgebouwde kennis en ervaring bij een flink aantal duurzame zon- en windprojecten die de laatste jaren in Rivierenland via lokale coöperaties ontwikkeld en gerealiseerd zijn.

Lobbyagenda Voor een kansrijke uitvoering van de RES 1.0 en andere opgaven gerelateerd aan de CO2-reductie is een aantal randvoorwaarden van belang. Deze worden opgenomen in een lobbyagenda die met het aanbieden van de RES 1.0 onder de aandacht wordt gebracht bij diverse instanties. Ook in het praktijkonderwijs liggen koppelkansen met de ergietransitie (Foto: Enexis Groep)

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0

/

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

MAART 2021

50

BEGRIPPENLIJST

Aardgasvrij - Niet aangesloten op de fossiele brandstof aardgas. Dit betekent niet gasloos; er kan groen gas worden toegepast. Aquathermie - Duurzaam lokaal warmtesysteem op basis van oppervlaktewater. Aanvulling Strategische Voorraad (ASV) - De provincie Gelderland doet op dit moment onderzoek naar hoe ze de strategische drinkwatervoorraden op lange termijn kan aanvullen. Dat kan invloed hebben op wat er in de ondergrond wel en niet mag. Biogas - Een vorm van groene energie. Het wordt onder andere gemaakt van groente en fruitresten. Biomassa - Plantaardig en dierlijk (rest)materiaal, dat als grondstof wordt gebruikt voor de energieopwekking of direct als biobrandstof. CommunityHub - Online platform voor inwoners, ondernemers en beleidsmakers met gegevens over de potentie en voortgang van de energietransitie, maatregelen met betrekking tot besparing, werkzaamheden en mogelijkheden voor actieve participatie bij energieprojecten.

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0

/

CO2-neutraliteit - Terugdringen van de CO2-footprint door de CO2-uitstoot te minimaliseren. Het ultieme doel is om, deels via compenserende maatregelen, de uitstoot van broeikasgassen te neutraliseren. Duurzame energie/warmtebronnen - Duurzame energie is opgewekt uit bronnen die niet op kunnen raken. Anders gezegd: hernieuwbare energie.

Gebouwde omgeving - Woningen, kantoren, ziekenhuizen, scholen, enzovoorts. Geothermie - Maakt gebruik van warmte in de aarde (aardwarmte).

Energiecoöperatie - Een coöperatie die zich richt op het bevorderen van duurzame energievoorziening en leefomgeving.

Grootschalige zonne-energie - Hiervan spreken we wanneer de SDE-subsidie, en waar passend, de postcoderegeling van het Rijk beschikbaar is. Dit komt neer op een vermogen van minstens 15 KWp, ofwel 50 zonnepanelen. Deze kunnen op grote daken liggen of in zonnevelden.

Energieneutraal - Dit houdt in dat een gebouwd object

Hernieuwbare energie - Schone, duurzame en onuit-

(woning, gebouw, wijk, kunstwerk) per jaar ongeveer evenveel duurzame energie opwekt als verbruikt.

puttelijke energie die het leefmilieu niet schaadt.

Energietransitie - Structurele verandering naar een duurzame energiehuishouding. Gelders Energieakkoord (GEA) - In het netwerk van het Gelders Energieakkoord werken bijna 250 Gelderse organisaties samen. Inzet: 55% minder CO2-uitstoot in 2030 en een klimaatneutrale provincie in 2050.

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

MAART 2021

Klimaatadaptatie - De manier waarop de samenleving zich aanpast aan het veranderende klimaat, en de schadelijke gevolgen van bijvoorbeeld regenwateroverlast probeert te beperken. Klimaatneutraal - Klimaatneutraal heeft betrekking op bepaalde activiteiten die geen negatief effect hebben op het klimaat, wat betekent: geen CO2-emissie.

51

Koude/warmteopslag (KWO) - Het opslaan van koude of warmte voor respectievelijk koeling of verwarming,

Regio Deal - De Regio Deal is een arrangement tussen Regio, Rijk en provincie om de kracht van de regio te

TeraJoule (TJ) - Joule is de eenheid waarin warmtebehoefte en -levering in Nederland wordt berekend.

bijvoorbeeld van (tap)water of een gebouw.

versterken. Grote maatschappelijke opgaven vragen om een regionale aanpak.

1 TJ is 1000 GJ en 1 GJ is ongeveer gelijk aan 278 kWh

Milieueffectrapportage (MER) - De milieueffectrapportage is de procedure (voor ingrepen die grote gevolgen voor het milieu kunnen hebben) met wettelijk geregelde inspraak en advisering. Megawatt (MW) - Eenheid voor elektrisch vermogen. Nationaal Klimaatakkoord - De Nederlandse invulling (juni 2019) van het Klimaatakkoord van Parijs, bestaande uit meer dan 600 afspraken tussen bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 te halveren ten opzichte van 1990.

Regionale Energiestrategieën (RES) - De landelijke afspraken van het Nationaal Klimaatakkoord worden uitgewerkt in 30 Regionale Energiestrategieën. Iedere regio onderzoekt haar vraag naar warmte en elektriciteit en geeft aan hoeveel duurzame warmte en elektriciteit op eigen grondgebied kan worden gerealiseerd.

Terawattuur (TWh) - hoeveelheid energie die op jaarbasis geleverd kan worden. 1 TWh is 1.000.000.000 KWh. Transitievisie Warmte (TvW) - In de Transitievisie Warmte wordt vastgelegd op welke termijn wijken aardgasvrij worden en welke alternatieve warmtevoorziening het meest voor de hand ligt.

Regionale Structuur Warmte (RSW) - Het deel van de RES dat over warmte gaat, heet de RSW. Die afkorting staat voor Regionale Structuur Warmte. De RSW brengt de vraag naar, het aanbod aan en de infrastructuur van warmte in kaart.

Warmtesaldo - Duurzame aanbod van warmte minus de vraag.

(NPRES) - Het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie wordt getrokken door de drie koepels (VNG, IPO, en Unie van Waterschappen) en de ministeries van EZK en BZK. Het programma heeft tot doel om de regio’s zo veel mogelijk te ondersteunen.

Rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) - Een installatie die het afvalwater van huishoudens en bedrijven zuivert. Voor dit zuiveringsproces is warmte nodig. Deze warmte kan na zuivering weer uit de installatie onttrokken worden.

Grijze waterstof is gemaakt met fossiele brandstoffen. Groene waterstof is gemaakt met duurzame energie.

Omgevingsvisie - Rijk, provincies en gemeenten stellen ieder een strategische visie op voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving.

Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) - Het benutten van warmte en koude uit oppervlaktewater om gebouwen te verwarmen en te koelen.

Penta Helix - Een Penta Helix-samenwerking heeft o.a. bij de RES tot doel lokale en regionale autoriteiten in staat te stellen innovatieve en kosteneffectieve benaderingen te vinden voor het ontwikkelen, financieren, implementeren en verbeteren van duurzame energie- en klimaatplannen die bijdragen aan het bereiken van nationale en Europese klimaat- en energiedoelstellingen.

Thermische Energie uit Afvalwater (TEA) - Het gaat hierbij om energie uit riolering, rioolgemalen, rioolpersleidingen en het effluent van rioolwaterzuiveringsinstallaties.

Nationaal Programma Regionale Energiestrategie

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0

/

Waterstof - Waterstof is een energiedrager waar- bij de verbranding geen schadelijke stoffen in het milieu brengt. Om waterstof te produceren is energie nodig.

Wijkuitvoeringplan (WUP) - Iedere gemeente maakt een Transitievisie Warmte. Daaruit volgt, in fasen, een gedetailleerde uitwerking per wijk. Zonthermie - Zonthermie is een vorm van energieopwekking waarbij de warmte uit zonlicht wordt opgevangen door zonnecollectoren. Dit kan in de vorm van collectoren (PT) of hybride panelen die zowel warmte als elektriciteit opvangen (PVT)

Thermische Energie uit Drinkwater (TED) - Het gaat hierbij om energie die uit drinkwater kan worden gehaald.

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

MAART 2021

52

BIJLAGEN 1. Deelnemers ruimteateliers 2. Deelnemers aan de overleggen RES FruitDelta Rivierenland 3. Ambitie per gemeente 4. Analyse per kansrijk gebied voor wind 5. Achtergrondinformatie Warmte 6. Feddes Olthof: ‘Naar een RES 1.0: Een landschappelijk perspectief’ 7. Rapport Liander ‘Impact van RES 1.0 Op het energienet RES-regio FruitDelta Rivierenland’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10300930/1