CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Memo ambities implementatie Omgevingswet en adviesrecht gemeenteraad

Overige evenementen 8 juni 2021, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Ambities implementatie Omgevingswet door programmamanager Jaap Groeneweg (1,5 uur)3.602 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo Datum: Onderwerp:

21-5-2021 Lange termijn ambities implementatie Omgevingswet en adviesrecht gemeenteraad

Volgnr: Van: Aan: t.k.n.: Kopie:

College van burgemeester en wethouders Gemeenteraad Griffie -

Context Er zijn verschillende gesprekken gevoerd met uw raad over de implementatie van de Omgevingswet. Tot nu toe waren deze gesprekken voornamelijk gefocust op de onderwerpen die noodzakelijk waren voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Hierbij wordt het eerder aangeboden spoorboekje gevolgd. Het gesprek van 8 juni willen wij benutten om met elkaar van gedachten te wisselen over welke ambities Neder-Betuwe nastreeft voor de lange termijn implementatie van de Omgevingswet na de invoeringsdatum. Deze ambities worden verwerkt in een afsluitend hoofdstuk van de Omgevingsvisie die later dit jaar ter besluitvorming aan uw raad wordt aangeboden. Aanleiding Meer ruimte voor lokaal maatwerk, meer inzicht wat wel en niet mag, integrale benadering van de fysieke leefomgeving en snellere en betere besluitvorming. Dat zijn de 4 verbeterdoelen die de Omgevingswet kent. Hoe deze verder worden ingevuld is - binnen de kaders van de Wet - aan gemeenten. Daarom is het van belang stil te staan bij hoe Neder-Betuwe aankijkt tegen de verbeterdoelen van de Omgevingswet en met welke ambitie het lokale implementatieproces wordt doorlopen. Het doel van deze memo is het gesprek met de gemeenteraad van 8 juni 2021 te ondersteunen Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om deze avond met elkaar besluiten te nemen.

Het onderlinge gesprek is belangrijk voor het uitwisselen van gedachten en input te verzamelen voor het daadwerkelijke raadsvoorstel dat via de reguliere vergadercyclus wordt aangeboden. De uitgangspunten uit deze memo en de uitkomsten van het gesprek met de raad worden verwerkt in een afsluitend hoofdstuk van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie wordt naar verwachting in december 2021 ter besluitvorming aan u aangeboden. Met dit besluitvormingsmoment bepaalt u op hoofdlijnen het ambitieniveau en de koers voor de verdere implementatie van de Omgevingswet. Deze uitgangspunten worden vervolgens verder uitgewerkt in separate beleidsstukken/visies, bijvoorbeeld de visie op dienstverlening. Voor het adviesrecht volgt een separaat raadsvoorstel Over het adviesrecht van de gemeenteraad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten volgt een apart raadsvoorstel die de reguliere vergadercyclus (23 september) volgt. Opbouw van deze memo 1. Het te doorlopen implementatie proces; de twee sporen 2. Ambities implementatie Omgevingswet na inwerkingtreding 2.1 Algemene uitgangspunten

Pagina 1 van 9

2.2 Uitgangspunten dienstverlening 2.3 Uitgangspunten participatie 2.4 Uitgangspunten beleidscyclus Omgevingswet 2.5 Uitganspunten omgang initiatieven 3. Adviesrecht gemeenteraad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten 4. Vervolgstappen

1. Het te doorlopen implementatie proces; de twee parallelle sporen De implementatie van de Omgevingswet strekt zich uit over meerdere jaren. Er zijn zaken die geregeld moeten zijn voor de invoeringsdatum (zie bijgevoegde spoorboekje) en er zijn zaken waarvoor we langer de tijd kunnen nemen. Denk bijvoorbeeld aan de doorontwikkeling van onze dienstverlening in het fysieke domein, digitalisering, participatie, maar ook hoe Neder-Betuwe wil omgaan met de instrumenten van de Omgevingswet. Daarom wordt een tweesporen aanpak doorlopen, namelijk: 1. Korte termijn spoor (inwerkingtredingsniveau) Voldoen aan de minimale eisen van de Omgevingswet (minimumlijst VNG). Dit gaat onder andere over onze interne processen, kunnen werken met een Omgevingsplan, ICT, samenwerking met ketenpartners, ect. 2. Lange termijn spoor Bepalen ambitie en groeistrategie voor de verdere implementatie van de Omgevingswet na 2021.

2. Ambitieniveau voor de verdere implementatie Omgevingswet 2.1 algemene uitgangspunten Toelichting: De Omgevingswet is meer dan een technisch-juridische wetstraject. Het gaat in de basis over een andere manier van werken en kijken naar de fysieke leefomgeving. De wet ondersteunt daarmee een aantal maatschappelijke bewegingen, zoals meer ruimte voor participatie, andere verhoudingen tussen overheid en samenleving/initiatiefnemers (vertrouwen en verantwoordelijkheid), meer regionale samenwerking en een meer integrale kijk op de fysieke leefomgeving. Met het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt de wet ook een meer digitale manier van werken. Dat vraagt in de breedte van de implementatie een bezinning op hoe Neder-Betuwe aankijkt tegen deze ontwikkelingen en daarop uitgangspunten formuleert. Door dat te formuleren krijgen alle projecten/activiteiten die bijdragen aan de implementatie van de Omgevingswet eenzelfde vertrekpunt. Een Leitmotiv dat herkenbaar is en telkens terugkomt.

Bij het formuleren van de uitgangspunten is het van belang na te gaan of u de komst van de Omgevingswet wilt aangrijpen om in zijn geheel te vernieuwen of de huidige situatie als uitgangspunt neemt om wijzigingen door te voeren? Daarnaast speelt de vraag of de focus zich richt op de externe opgaven en actoren in het fysieke domein of ligt de focus in eerste instantie op de eigen organisatie of kosten en baten? Voorgestelde uitgangspunten: 1. Ten opzichte van andere gemeenten in Nederland is Neder-Betuwe een actieve volger voor de implementatie van de Omgevingswet. Dat past bij de aard en de schaal van onze gemeen-

Pagina 2 van 9

2.

3. 4.

5.

te. Dat betekent dat kennis, informatie en producten van pionierende gemeenten worden gebruik en omgezet naar de praktijk van Neder-Betuwe. Neder-Betuwe start vanuit de interne focus (raad, college, ambtelijke organisatie) om extern de verbinding en samenwerking aan te gaan. Want wij vinden het belangrijk om inwoners, ondernemers en initiatiefnemers goed uit te kunnen leggen wat er verandert en waarom wij voor een bepaalde aanpak kiezen. Ook in onze regionale samenwerking hebben wij oog voor onze eigen ambitie. Neder-Betuwe begint niet volledig opnieuw; onze huidige visies, beleid en werkwijze zijn het vertrekpunt voor de verdere implementatie en doorontwikkeling van de Omgevingswet. Centraal in onze aanpak voor de implementatie van de Omgevingswet staat de dienstverlening aan inwoners, ondernemers en initiatiefnemers. Dat betekent dat gebruiksvriendelijkheid en transparantie richting de gebruiker voor gaat op het gebruiksgemak van de interne organisatie. Hoewel de Omgevingswet een initiatief van de rijksoverheid is, neemt Neder-Betuwe zijn verantwoordelijkheid om inwoners, ondernemers en initiatiefnemers mee te nemen in de veranderingen die de Omgevingswet met zich meebrengt. Dat betekent een actieve communicatie vanuit de gemeente.

2.2 uitgangspunten dienstverlening Toelichting: Het Rijk gaat ervan uit dat de gemeenten onder de Omgevingswet meer samenhang brengen in hun lokale regelgeving, dat het voor initiatiefnemers gemakkelijker wordt om initiatieven te realiseren en dat besluitvormingsprocessen sneller en beter worden. Nu zijn initiatiefnemers vaak zoekende in een ondoorzichtig woud aan informatie, regelgeving en processen en weten ze vaak ook niet bij welke overheid ze moeten zijn met hun vraag. De Omgevingswet biedt dus kansen om op een andere manier te werken, zodat we inwoners en ondernemers nog beter van dienst kunnen zijn. Dat betekent overigens niet dat de gemeentelijke dienstverlening nu niet goed is. Ook nu staat in onze werkwijze de klant centraal. Maar de Omgevingswet vraagt gemeenten om hierin verder een slag te slaan, door regels en processen voor initiatiefnemers inzichtelijker en gemakkelijker te maken, na te denken over deregulering en doorlooptijden te verkorten. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt de gemeente bij de verdere inrichting van digitale dienstverlening. Voorgestelde uitgangspunten: 1. Wanneer we werken in de geest van de Omgevingswet, is klantgerichtheid belangrijker dan procesefficiëntie. Inzichtelijkheid en gemak voor de initiatiefnemer en belanghebbenden staan voorop. Dat kan betekenen dat de dienstverlening voor ons (of klanten) duurder wordt. 2.

Deregulering is geen doel op zich, maar onze regels en de helderheid daarvan zijn een middel om (dienstverlenings)doelstellingen in de fysieke leefomgeving te realiseren. Daarbij mogen andermans belangen of het algemeen belang niet geschaad worden. 3. Initiatiefnemers regelen de aanvraag voor hun initiatieven straks snel, digitaal en overzichtelijk. Eén van de uitgangspunten van de Omgevingswet is een gelijke informatiepositie voor initiatiefnemers, belanghebbenden en overheid. Daarom zorgen wij ervoor dat de informatie uit de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan begrijpelijk wordt gepresenteerd en beter vindbaar is voor initiatiefnemers en belanghebbenden. Zij kunnen dan snel en gemakkelijk zelf in-

Pagina 3 van 9

zicht krijgen in wat er op een bepaalde plaats in Neder-Betuwe wel of niet mogelijk is, welke regels daarvoor gelden en waarom. Onder de Omgevingswet is het voor inwoners daardoor ook gemakkelijker om te zien wie in de buurt/omgeving gaat (ver)bouwen en daarover mee te praten. 2.3 uitgangspunten participatie Toelichting: De Omgevingswet gaat in de kern over ruimte geven, loslaten en vertrouwen, over een andere verdeling van verantwoordelijkheden tussen overheid en samenleving. De Omgevingswet wil meer ruimte geven voor ideeën van initiatiefnemers. Daarin wegen de belangen van betrokkenen nadrukkelijk mee: participatie. De wet zegt alleen dat er participatie moet plaatsvinden, maar niet hoe dat moet. Dit geeft gemeenten ruimte om een werkwijze te ontwikkelen die past in de lokale context. Bij participatie in het kader van de Omgevingswet is het van belang om onderscheid te maken tussen een aantal aspecten. Participatie om als gemeente aangesloten te zijn op initiatieven uit de samenleving. De gemeente weet wat er leeft in de samenleving en kent ideeën voor initiatieven in een vroeg stadium. Zo kan ze bepalen welke rol zij daarbij wil spelen. Participatie bij het maken van de omgevingsvisie en het omgevingsplan.

Vanuit de wet geldt een kennisgevings- en een motiveringsplicht bij de omgevingsvisie en het omgevingsplan: het bevoegd gezag geeft bij de kennisgeving van een besluit aan hoe de participatie wordt vormgegeven en het bevoegd gezag geeft bij de vaststelling van het besluit aan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn. Participatie bij de behandeling van initiatieven en vergunningaanvragen Hierbij gaat het om het horen en zorgvuldig afwegen van de belangen van de direct betrokkenen bij het initiatief. Bij het indienen van een vergunningaanvraag krijgt de initiatiefnemer te maken met de aanvraagvereiste participatie. Hierbij geeft de initiatiefnemer of, en zo ja hoe, burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. De gemeenteraad kan gevallen aanwijzen waarin participatie verplicht is (artikel 16.55 lid 7 OW). Pas daarna mag een aanvraag worden ingediend voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Het is dan dus de initiatiefnemer die, voordat een aanvraag om van het omgevingsplan af te wijken kan worden ingediend, de participatie en het overleg moet organiseren.

De motiveringsplicht stimuleert het bevoegd gezag tot participatie, de aanvraagvereiste stimuleert de initiatiefnemer tot participatie. Voorgestelde uitgangspunten: 1. De gemeente Neder-Betuwe vindt het vanzelfsprekend om bewoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties, scholen en verenigingen vroegtijdig te betrekken bij de voorbereidingen voor beleid en projecten in de fysieke leefomgeving. Daardoor krijgen we alle relevante belangen, meningen en creatieve ideeën in beeld, vergroten we de kwaliteit van beleid en projecten maken we deze van ons allemaal.

Pagina 4 van 9

Onze visie dat participatie vanzelfsprekend is, klinkt door in de manier waarop we participatie in de Omgevingswet vorm geven. We zorgen ervoor dat er ruimte is voor de samenleving om mee te denken en te doen bij onderwerpen die de directe leefomgeving raken. Dat bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties hier zeggenschap over uit kunnen oefenen. Dat we vooraf inzicht geven in het proces dat we doorlopen en achteraf motiveren wat we hebben gedaan met de uitkomsten van de participatie. Dat hebben we uitgewerkt in ons participatiebeleid. 2. We geven ook ruimte aan de samenleving om zelf initiatieven te nemen. Daarin wegen de belangen van betrokkenen nadrukkelijk mee. Daarom stimuleren we initiatiefnemers tot vanzelfsprekende participatie. We vinden het niet maar dan normaal dat je met je buren of relevante belanghebbenden praat over je initiatief en hen erbij betrekt. 3. Voor initiatieven die niet passen in het Omgevingsplan stellen we participatie verplicht, ongeacht de grootte van het initiatief en de mate van afwijking van het Omgevingsplan. De gedachten hierachter is dat over plannen die passen in het Omgevingsplan al participatie heeft plaatsgevonden bij het opstellen van het Omgevingsplan. 4. We helpen initiatiefnemers door het beschikbaar stellen van een participatiecoach en van een participatieverslagformat.

De participatiecoach denkt vroegtijdig mee met aanvragers en schuift aan bij de intaketafel. Dit doen we als pilot voor een periode van 2 jaar, waarbij de gemeente in deze fase de kosten van de participatiecoach op zich neemt. Op basis van de ervaring wordt bekeken hoe we dit richting de toekomst organiseren. 2.4 uitgangspunten beleidscyclus Toelichting: De Omgevingswet kent vier kerninstrumenten, te weten omgevingsvisie, programma’s, omgevingsplan en vergunningen. Deze vier instrumenten geven in samenhang met elkaar richting aan de gewenste fysieke leefomgeving. Drie van de vier instrumenten kennen we min of meer al onder de huidige wetgeving, zij het onder een andere benaming. Echter het kerninstrument ‘programma’s’ zijn nieuw. Een programma bevat een uitwerking van het te voeren beleid of maatregelen om aan een of meer omgevingswaarden of ander doelstelling voor de fysieke leefomgeving te bereiken. Omdat de vier kerninstrumenten samenhang geven aan de fysieke leefomgeving moeten deze instrumenten ook in samenhang met elkaar worden opgesteld. Een belangrijk onderdeel hierbij vormt de evaluatie & monitoring. Wijziging in het ene instrument kan gevolgen hebben voor het andere instrument. Hoe de kerninstrumenten en de monitoring & evaluatie eruit komt te zien is niet in de Omgevingswet bepaald. Het is aan de gemeenten zelf om daar invulling aan te geven.

Om te kunnen voldoen aan de verbeterdoelen van de Omgevingswet is het belangrijk om met elkaar af te spreken wanneer de Omgevingsvisie en indirect ook de andere kerninstrumenten gaan herzien.

Pagina 5 van 9

Voorgestelde uitgangspunten: 1. De beleidscyclus laten we gelijk lopen met de raadscyclus (coalitieperiode). Hierdoor hebben initiatiefnemers beter zicht op wat er wel en niet mag en wanneer ze alert moeten zijn op wijziging van de visie. Het blijft mogelijk om ook tijdens de raadscyclus de Omgevingsvisie aan te passen. 2. Het opstellen van een of meerdere programma’s is een middel en geen doel. We stellen alleen programma’s op voor ontwikkelingen en niet voor het aanscherpen van de omgevingswaarden (wettelijke milieunormen): a. We stellen een thematisch programma voor wonen op, vanwege de woningbehoefte en de druk op de woningmarkt (loopt al); b. We stellen een thematisch programma op voor Duurzaamheid om zo de doelen uit de gemeentelijke Klimaatnota te halen; c. We stellen een thematisch programma voor Klimaatadaptatie vanwege de verandering van het klimaat en de volgen daarvan in de fysieke leefomgeving; d. We stellen een gebiedsgericht programma voor het buitengebied op, omdat verschillende functies om ruimte vragen en hierdoor de druk op het buitengebied toeneemt. e. We stellen een thematisch / gebiedsgericht programma op voor ….. 3. Het beleid met betrekking tot de fysieke leefomgeving moet terug komen in een van de vier kerninstrumenten. We stellen geen separate beleidsstukken op. Daarmee blijft het lokale stelsel overzichtelijk.

2.5 Uitgangspunten omgang initiatieven Toelichting: Voor het beoordelen van initiatieven werkt de gemeente al enige jaren volgens het ‘regiemodel’. In de wandelgangen ook wel ‘mandjestructuur’ genoemd. Het idee hierachter is dat afhankelijk van de complexiteit en wettelijke basis van een initiatief, het initiatief in een bepaald ‘mandje’ terecht komt. Elk mandjes heeft een eigen werkwijze om het initiatief te boordelen waarbij het uitgangspunt is dat Pagina 6 van 9

elk initiatief wat niet past in het bestemmingsplan, integraal wordt beoordeeld. Hoe complexer het initiatief, hoe meer disciplines betrokken zijn. Met deze werkwijze werken we al deels in de geest van de Omgevingswet. Onder de Omgevingswet wordt het belangrijker bij het beoordelen van initiatieven om ook ketenpartners (provincie, GGD, VRGZ etc.), initiatiefnemer en belanghebbenden te betrekken. Voorgestelde uitgangspunten: 1. De huidige werkwijze hoeft voor de inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet waarschijnlijk alleen op onderdelen te worden aangepast. Voor de langere termijn onderzoeken we de mogelijkheden waarbij initiatiefnemers zelf een antwoord kunnen vinden voor hun initiatief, zodat er niet direct een gemeente of omgevingsdienst meer tussen hoeft te zitten. 2. Alle aanvragen omgevingsvergunning die niet passen in het bestemmingsplan worden op dit moment voorgelegd aan de gemeente voor advies. Voor een snellere besluitvorming is het wenselijk om toe te werken dat de Omgevingsdienst onder mandaat meer ruimte krijgt voor het afhandelen van deze aanvragen. Hierbij gaat het om kleine afwijkingen. 3. We staan altijd klaar om met initiatiefnemers in gesprek te gaan om het idee te bespreken voor een eerste check. Wij vinden het belangrijk initiatiefnemers de ruimte krijgen om hun ideeën te toetsen bij de gemeenten en zodoende te komen tot een concreter initiatief. 4.

Wij geven meer ruimte aan de samenleving om tot snellere uitvoering van hun initiatieven te komen. Hiervoor starten we een pilot om kleinschalige activiteiten vergunningvrij te maken als er gewerkt wordt met een – door de gemeente aangewezen – adviseur/architect.

3. Adviesrecht gemeenteraad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Toelichting: Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wijzigt de vergunningverlening van initiatieven die afwijken van het (nu nog) geldende bestemmingsplan. Bij deze wijziging is de rol van de gemeenteraad van belang. De vraag die voorligt is: In welke gevallen wil de gemeenteraad een recht van advies in een procedure voor verlening van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit? Recht van advies gemeenteraad Onder de Omgevingswet is het college bevoegd om door middel van het verlenen van een vergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten af te wijken van regels die in het omgevingsplan staan (5.1 lid 1 sub a Omgevingswet juncto 5.8 Omgevingswet). Deze vergunning kan dus worden gebruikt om initiatieven en kleine afwijkingen van het geldende omgevingsplan mogelijk te maken. Op grond van diezelfde Omgevingswet kan de gemeenteraad categorieën van gevallen aanwijzen waarin zij in de procedure voor verlening van een dergelijke vergunning, een adviesrecht wil (16.15a onder b sub 1 Omgevingswet). Het college mag in haar besluit over de aanvraag om vergunning niet afwijken van het advies van de raad (16.15b Omgevingswet). Het advies van de raad heeft met andere woorden een bindende werking.

Wat is de huidige praktijk? In de huidige praktijk bestaan er twee buitenplanse omgevingsvergunningen voor het afwijken van het bestemmingsplan. (1) de kruimelomgevingsvergunning met korte procedure en (2) het projectafwijkingsbesluit met uitgebreide procedure. Pagina 7 van 9

Het verlenen van deze twee omgevingsvergunningen is een bevoegdheid van het college. Bij het projectafwijkingsbesluit (punt 2) heeft de raad een rol in de zin dat de raad een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven1. De raad kan een lijst met gevallen vaststellen waarin een verklaring van geen bedenkingen niet noodzakelijk is. De raad van de gemeente Neder-Betuwe heeft op 14 mei 2020 een lijst met gevallen vastgesteld waarin geen verklaring van geen bedenkingen vereist is (zie bijlage 1). Bij de kruimelomgevingsvergunning (punt 1) heeft de raad geen rol. De kruimelomgevingsvergunning kan door B&W verleend worden indien het een geval betreft dat in artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht staat genoemd (zie bijlage 2). Daarnaast heeft het college op 16 juli 2019 voor de toepassing van de kruimelomgevingsvergunning een beleidsregel vastgesteld (zie bijlage 3) waarin is aangegeven hoe de gevallen (van artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht) in een concrete situatie worden toegepast. In de afgelopen jaren zijn de volgende aantallen vergunningen verleend: Jaar 2016 2017 2018 2019 2020

De kruimelomgevingsvergunning met korte procedure 31 43 64 61 98

Het projectafwijkingsbesluit met uitgebreide procedure 3 3 2 3 3

Voorbeelden van projectafwijkingsbesluiten: • Ottobrugge Kerkewal ong Opheusden (brug over de Linge) • Pijenkampseveldweg B (initiatief voor ABC terrein (bedrijfspand en infrastructuur) • RSG Pantarijn Kesteren (school in Casterhoven) • Zonnepark Echteld (ten oosten langs de A15) • Broekdijk ong Kesteren (o.b.v. bestemmingsplan was één vrijstaande woning mogelijk. Verzocht werd om 2 wooneenheden in een woongebouw) Wat verandert er ten opzichte van de huidige situatie? 1. Er is straks nog maar één vergunning voor het afwijken van het omgevingsplan Een eerste verandering die in het oog springt is de samenvoeging van de huidige twee buitenplanse omgevingsvergunningen voor het afwijken van het bestemmingsplan (de kruimelomgevingsvergunning en het projectafwijkingsbesluit) in één omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. 2. De vergunning voor het afwijken van het omgevingsplan kent een proceduretijd van 8 weken. Een tweede verandering betreft de procedure die van toepassing is. Op de buitenplanse omgevingsplanactiviteit is de reguliere procedure van toepassing. Dit betekent dat er een beslistermijn van 8

1

Bij de kruimelomgevingsvergunning heeft de Raad dus geen rol.

Pagina 8 van 9

weken (met een mogelijkheid die eenmalige te verlengen met 6 weken) geldt en dat er geen ontwerpbesluit ter inzage wordt gelegd. 3. De Raad kan besluiten dat zij in bepaalde (categorieën van gevallen) een adviesrecht wil. De derde verandering betreft de rol van de Raad. Onder het huidige recht kan de raad een lijst met gevallen vaststellen waarin een verklaring van geen bedenkingen niet noodzakelijk is. Dan verleent het college de Omgevingsvergunning. Onder de Omgevingswet ligt de bevoegdheid bij het college en kan de raad een lijst met gevallen vaststellen waarin een advies van de raad wel nodig is. Dus een omgekeerde benadering. Stelt de raad niet vast in welke gevallen zij een adviesrecht wenst dan is er geen betrokkenheid van de raad bij de verlening van een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uitgangspunten/stellingen: 1. Vanuit het perspectief van de initiatiefnemer vraagt de Omgevingswet om een beperkte inzet van het adviesrecht om de termijn van 8 (+6) weken te halen (snellere besluitvorming). 2. Wij maken geen gebruik van het adviesrecht. Dat doet recht aan de verbeterdoelen van de Omgevingswet en geeft Neder-Betuwe de kans om sneller en flexibeler met initiatieven om te gaan. De politieke inschatting of een initiatief besproken wordt met de raad ligt bij het college. 3. De huidige samenwerking tussen raad en het college m.b.t.

buitenplanse afwijkingen werkt goed, we zetten de algemene verklaring van geen bedenking om in het adviesrecht. 4. Om toe te kunnen werken naar snellere besluitvorming past de raad – indien nodig – haar raadscyclus en/of werkwijze aan bij de inzet van het adviesrecht.

4. Vervolgstappen Op basis van het gesprek met de gemeenteraad worden de uitgangspunten verwerkt in een afsluitend hoofdstuk van de Omgevingsvisie die dit jaar ter besluitvorming aan u wordt aangeboden. Voor het adviesrecht gemeenteraad volgt – conform het spoorboekje - een apart raadsvoorstel in de cyclus van september.

Bijlagen: - Lijst van geen bedenkingen - Kruimelgevallenregeling - Mandjesstructuur

Pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10189181/1