CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Kaderbrief 2027

Raadsvergadering 2 juli 2026, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Kaderbrief 20272.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Neder-Betuwe t.a.v. de raad Postbus 20 4043ZG OPHEUSDEN

uw brief van uw kenmerk ons kenmerk behandeld door bijlage(n)

Z/26/117113/273664

Opheusden

18 mei 2026

-

Onderwerp Vaststellen Kaderbrief 2027

Geachte raad, In de reguliere P&C cyclus wordt in het voorjaar aan u een kadernota aangeboden waarmee u gevraagd wordt om in te stemmen met de uitgangspunten die we willen gebruiken voor het opstellen van de begroting van het opvolgend jaar en de daaropvolgende drie jaar. Zoals gebruikelijk in het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen ontvangt u van ons een kaderbrief in plaats van een kadernota. Immers, ambities en voornemens uit het coalitieakkoord dienen te worden door vertaald naar een nieuwe begrotings- en verantwoordingsstructuur (doelenbomen) en vervolgens in detail-budgetten die samen het totaalbudget gaan vormen. Het coalitieakkoord wordt door de organisatie uitgewerkt en vertaald in concrete voornemens en wordt verbonden aan de daartoe benodigde budgetten. Gepland is om dit komende maand gereed te hebben waarna de financiële effecten kunnen worden bepaald. Deze kaderbrief is het startdocument voor de planning en control cyclus van 2027 en een belangrijk strategisch kaderstellend document voor uw raad. De keuzes en kaders die u in deze kaderbrief vaststelt, werken we uit in de begroting 2027 en de meerjarenraming voor 2028-2030. Die begroting en meerjarenraming leggen wij u in november 2026 ter vaststelling voor.

De behandeling van de kaderbrief is in Neder-Betuwe het moment om met een financiële blik vooruit te kijken naar het komende begrotingsjaar en de jaren daarna. Daarvoor kijken we vooruit naar de belangrijkste ontwikkelingen die van invloed zijn op onze koers. Deze koers is opgeschreven in het coalitieakkoord “Koersvast voor een krachtige samenleving”. Wat is het financieel vertrekpunt van deze kaderbrief? Het vertrekpunt is de begroting van het lopende jaar (2026), gemuteerd met de effecten zoals die voortvloeien uit de jaarrekening 2025 en de eerste bestuursrapportage 2026. Beide documenten ontvangt u gelijktijdig met deze kaderbrief. Dit resulteert in de onderstaande financiële positie. In deze kaderbrief is de meicirculaire van het gemeentefonds nog niet verwerkt. Op grond van de voorjaarsnota van het Rijk verwacht het college dat het effect van de meicirculaire voor 2026 licht positief zal zijn maar worden er vanaf 2028 verdere verlagingen doorgevoerd. Maar net zoals in eerdere jaren verschijnt de circulaire op een te laat moment om die nog in de kadernota of -brief mee te kunnen rekenen. Daarom analyseren we de effecten van de meicirculaire zo snel mogelijk na de bekendmaking en verwerken we die informatie in een opvolgende raadsinformatiebrief. Daarmee kunt

Postbus 20 | 4043 ZG Opheusden | Burgemeester Lodderstraat 20 | 4043 KM Opheusden | telefoon 14 0488 |www.nederbetuwe.nl | info@nederbetuwe.nl

u bij de raadsbehandeling van de kaderbrief beschikken over alle informatie die nodig is om een afgewogen besluit te nemen.

De financiële positie laat voor de komende jaren een niet-sluitende begroting zien. Op basis van de Gemeentewet moet de gemeenteraad een begroting vaststellen die structureel en reëel in evenwicht is. Dit betekent: • Dat structurele lasten gedekt worden met structurele baten. Jaarlijks terugkerende taken moeten met de jaarlijks terugkerende opbrengsten kunnen worden bekostigd; • Dat de lasten en baten reëel geraamd worden. Dit houdt in dat er een goede inschatting wordt gemaakt van hoeveel taken zullen kosten, hoeveel opbrengsten binnen zullen komen en hoeveel eventueel kan worden bespaard door maatregelen te nemen. Al langer hebben we uitdagingen met het vinden van evenwicht in de jaarlijkse begrotingen. We worden onvoldoende gecompenseerd voor prijsstijgingen en CAO rondes en de oplopende kosten voor jeugdzorg. We investeren fors in scholen en infrastructuur. Dit zijn redenen waarom we ook al in de begroting voor dit jaar en de opvolgende jaren een aantal ombuigingsmaatregelen hebben getroffen en ingeboekt. In de 1e bestuursrapportage 2026 vindt u daarvan een (voortgangs-)overzicht. Uit de hiervoor weergegeven financiële positie wordt duidelijk dat er nog aanvullende bezuinigingen dienen te worden uitgevoerd om alsnog tot een sluitende begroting te komen.

Als bij de nadere uitwerking van ons coalitieakkoord blijkt dat we extra middelen nodig hebben betekent dit ook dat we elders en/of moeten bezuinigen en/of extra inkomsten dienen te genereren. Bij het opstellen van het coalitieakkoord is terughoudend omgegaan met nieuwe ambities die structureel grote lasten met zich meebrengen. Bij elk voorstel daarvoor worden daarbij drie opties betrokken om besluitvorming te bevorderen; 1. Wettelijk: noodzakelijk vanwege wettelijke bepalingen; 2. Onontkoombaar: noodzakelijk om het bestaande beleid te kunnen uitvoeren en/of noodzakelijk voor de toerusting van de organisatie om als zelfstandige gemeente adequaat te kunnen functioneren; 3. Ambities; om uitvoering te kunnen geven aan ambities. Uit de recentelijk verschenen circulaire van de provinciaal toezichthouder (zie bijlage) wordt, wederom, duidelijk dat we ombuigingsmaatregelen zo concreet mogelijk dienen te maken en is slechts in een enkel geval het werken met stelposten toegestaan.

Ombuigingen Zoals hiervoor weergegeven is er voor de komende jaren geen sprake van een sluitende begroting en zijn aanvullende maatregelen nodig om dit alsnog te realiseren. Daartoe bestaat een aantal mogelijkheden; Pagina 2 van 6

- (Nog) niet benutte mogelijkheden uit de ombuigingscatalogus inzetten. - Niet uitgewerkte ombuigingen uit de catalogus alsnog overwegen. - Bijstelling ambities op diverse (beleid)terreinen. - Bij nieuwe/te intensiveren ambities bijstelling en/of beëindiging van eerdere ambities. - Beëindigen projecten/werkzaamheden. In de ombuigingscatalogus staan nog de volgende mogelijkheden die tot op heden niet zijn benut; 2027 2028 2029 2030 Onroerendezaakbelasting (OZB) tariefsverhoging doorvoeren. 120 180 240 240 Volledige kostentoerekening aan de riool- en waterzorgheffing. 298 298 298 298 Randweg Opheusden gefaseerd uitvoeren 360 360 360 360 Afbouwen inzet sport- en beweegcoaches 0 145 145 145 Implementatie kinderopvang plus en BSO plus als algemene voorzieningen 100 100 100 100 Beëindigen of verlagen subsidies (Taakstelling) 115 115 115 115 Onderwijshuisvesting - uitstellen investeringen 265 265 265 265 Stopzetten uitvoering hondenpoepbeleid. 54 54 54 54 Extra investeringsimpuls toegangswegen schrappen 50 66 90 90 Stopzetten financiële bijdrage aan exploitatietekort pontveer Wageningen-Opheusden 50 50 50 50 Besparen/versoberen overige maatschappelijk vastgoed (o.a.

buurthuizen), 38dan wel verhogen 38 inkomsten 53 53 Uitbreiden dagbesteding volwassenen als algemene voorziening 15 30 50 50 Anders inrichten huishoudelijke ondersteuning 35 50 50 50 Bijdrage vanuit onderwijs (scholen en/of samenwerkingsverbanden) aan schoolmaatschappelijk 80 80 werk. 80 80 Totaal 1.580 1.831 1.950 1.950

Het totaal van deze mogelijkheden is overigens niet voldoende om, uiteindelijk in 2030 tot een sluitende begroting te komen. Daarom wordt u zo spoedig mogelijk een voorstel gestuurd waarin de voorgaande lijst is geactualiseerd alsmede aanvullende ombuigingsmaatregelen worden voorgesteld. In de ideale situatie ontvangt u deze samen met de effecten van de meicirculaire. Het college is zich er ervan bewust dat de financiële positie gaat leiden tot ombuigingen en bijstelling van voorgenomen ambities en dat dit geen plezierige keuzes zijn. Op 24 juni 2026 zal er een brede bijeenkomst plaatsvinden met uw raad over de financiële positie en welke keuzes we met elkaar te maken hebben. Dit draagt bij aan het samenstellen van een degelijke en betrouwbare begroting die we u in het najaar zullen voorleggen. Wij komen van tevoren met aanvullende informatie.

Uitgangspunten en kaders die gehanteerd worden bij samenstellen begroting 2027 -2030 Het financieel-economisch perspectief voor de komende jaren vraagt om een strikt begrotingsbeleid. Aanvullend op geldende wet- en regelgeving in onder meer de Gemeentewet, het Besluit Begroting en Verantwoording en onze Financiële verordening art. 212, gaan wij hierbij uit van onderstaande uitgangspunten. Deze zijn leidend voor ons inhoudelijke en financiële beleid en de uitvoering in de komende jaren. 1. Coalitieakkoord 2026-2030: ‘‘Koersvast voor een krachtige samenleving’ Als uitvloeisel van de gemeenteraadsverkiezingen is een coalitieakkoord opgesteld. Dit akkoord vormt de leidraad voor het gemeentelijk beleid voor de komende jaren (eerste W-vraag per Ambitie). 2. Integrale afweging De raad weegt nieuw beleid tegen elkaar en tegen de beschikbare financiële beleidsruimte af bij de besluitvorming over de begroting in het najaar. Deze begroting biedt inzicht in de ontwikkeling van de financiële beleidsruimte en in voorgesteld nieuw beleid. 3. Bestaand beleid Bij het opstellen van de begroting gaan we uit van het bestaande beleid. Bestaand beleid gaat over de (financieel) beleidsmatige situatie tot en met uw besluitvorming in de raad van juli 2026. 4. Nieuw beleid Een uitzondering op het voorgaande punt betreft nieuwe ontwikkelingen waarover u bij de behandeling van deze kaderbrief besluit.

Het kan bijvoorbeeld gaan om voorstellen voor nieuw beleid, ombuigingen en heroverwegingen en dekkingsvoorstellen. De inpassing van eventueel nieuw beleid/ Pagina 3 van 6

nieuwe ontwikkelingen, ombuigingen en heroverwegingen en dekkingsmiddelen vindt plaats in de begroting onder het hoofdstuk 'Nieuw beleid, ontwikkelingen, ambities en Ombuigingen en heroverwegingen'. Definitieve besluitvorming over het 'Nieuw beleid, ontwikkelingen, ambities en Ombuigingen heroverwegingen’ gebeurt bij de begrotingsbehandeling in het najaar. 5. Landelijke ontwikkeling Zoals in het begrotingsadvies van de VNG beschreven, is de verwachting dat we nog een compensatie krijgen voor de stijgende kosten van de Jeugdzorg na 2028. De herverdeling van het Gemeentefonds wachten we af. 6. Nieuw beleid na begrotingsbehandeling Bij bestuursrapportages en jaarstukken worden geen besluiten genomen over het uitvoeren van nieuw beleid. Nieuw beleid of beleidsintensiveringen na de kadernota kunnen alleen op basis van een afzonderlijk raadsbesluit verwerkt worden in de begroting. Hiermee wordt terughoudend omgegaan. Als de raad besluit over een voorstel om extra middelen uit te geven op een ander moment dan bij de genoemde integrale afweging dient solide dekking worden gevonden. Tenzij er sprake is van externe dekking moet in het voorstel aangegeven worden welke adequate dekking er is. Een mogelijkheid hierbij is ‘oud voor nieuw’ ofwel oud beleid schrappen voor nieuw beleid.

Een beroep op een verwacht positief begrotingsoverschot of een waarschijnlijk rekeningsaldo is in principe geen adequate dekking. 7. Behoedzame en reële ramingen Bij het begroten (budgetteren) gaan we uit van behoedzame en reële ramingen. De raming van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds voor een begrotingsjaar baseren wij op de meicirculaire van het voorafgaande jaar. Tussentijdse mutaties in de hoogte van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds verrekenen wij incidenteel met het begrotingssaldo. Bijstelling van specifieke, incidentele geldstromen van rijk of provincie verrekenen wij direct met de specifieke, incidentele uitgaven die hiertegenover staan. 8. Structureel en reëel sluitende begroting Voor de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030 hanteren we het uitgangspunt dat zowel de begroting als het laatste jaar van de meerjarenraming structureel en reëel sluitend moet zijn. Er wordt aangesloten bij de (minimale) norm voor (normaal) repressief toezicht op grond van het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader van de provinciale toezichthouders. Dit betekent dat de begroting structureel en reëel in evenwicht moet zijn. Als de begroting niet structureel en reëel in evenwicht is, dan moet aannemelijk zijn dat dit evenwicht uiterlijk in het laatste jaar van de meerjarenraming tot stand wordt gebracht. 9.

Structurele uitgaven worden structureel gedekt Tegenover structurele lasten staan structurele baten. Tegenover structurele lasten kunnen geen incidentele baten of incidentele meevallers staan. Uit het budget voor onvoorziene uitgaven worden geen structurele uitgaven gedaan. 10. Weerstandscapaciteit inzetten ten gunste van realisatie van Ambities. Binnen het financieel beleid bestaat de mogelijkheid om de weerstandscapaciteit in te zetten voor het realiseren van grote ambitieprojecten. Hiervoor gelden de volgende afspraken:  De weerstandsratio mag niet onder de 1 komen.  Voor grote ambitieprojecten worden de lasten (exploitatielasten en kapitaallasten) in beeld gebracht.  Ter dekking van de jaarlijkse afschrijvingslasten kan een bestemmingsreserve gevormd worden.  Om het risico van het wegvallen van de dekking door op termijn het uitputten van de bestemmingsreserve moet vroegtijdig (bij een kadernota) de nodige vervangingsinvesteringen in beeld gebracht zijn waar dekking vanuit een bestemmingsreserve tegenover staat.  Daarnaast moet ons weerstandscapaciteit goed gemonitord worden zodat de gestelde kaders van het risicomanagement worden nagekomen. 11. Weerstandscapaciteit inzetten ten gunste van een sluitende begroting of meerjarenraming

Pagina 4 van 6

Onttrekkingen aan reserves zijn in beginsel incidenteel van aard. Vanaf 2024 mogen gemeenten hun algemene reserve onder voorwaarden echter (gedeeltelijk) inzetten ter dekking van een structureel tekort in de begroting of meerjarenraming. Omdat hiermee feitelijk een structureel tekort wordt gedekt vanuit incidentele middelen wordt van deze mogelijkheid vooralsnog geen gebruik gemaakt. Afhankelijk van de ontwikkeling van de financiële positie, de algemene reserve en de risico’s kan hierin op enig moment een andere afweging worden gemaakt. 12. Aantal inwoners Als uitgangspunt bij het samenstellen van de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030 wordt het aantal inwoners genomen op peildatum 1 januari 2026. Op die datum telde Neder-Betuwe 25.920 inwoners. 13. Prijspeil (inflatiepercentage) De budgetten in de begroting worden geraamd op basis van constante prijzen. De uitkeringen uit het gemeentefonds wordt geraamd op basis van lopende prijzen. Om aansluiting te houden met de verwachte prijsontwikkeling wordt centraal een stelpost prijscompensatie geraamd. De meicirculaire 2026 geeft de kaders aan voor de verwachte prijsstijging voor het jaar 2027. De afspraak die wij met u hebben gemaakt, is dat wij voor de prijsstijging jaarlijks een stelpost prijsstijging opnemen met het percentage dat de meicirculaire voor het volgende jaar aangeeft.

In de meicirculaire worden hiervoor met de algemene uitkering uit het Gemeentefonds middelen beschikbaar gesteld. In onze begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029 is voor het jaar 2026 rekening gehouden met een prijsstijging van 2,7% en voor de jaren 2027 tot en met 2029 rekening gehouden met verwachte prijsstijgingen van jaarlijks 2%. 14. Personeelslasten De formatie 2027 wordt geraamd op basis van de formatie 2026. De huidige cao heeft een looptijd van 1 april 2025 tot 1 april 2027. De financiële effecten van deze cao zijn verwerkt in de eerste bestuursrapportage 2026. De meicirculaire 2026 geeft kaders aan voor de verwachte loonstijgingen voor de komende jaren. De meicirculaire 2026 geeft de kaders aan voor de verwachte loonstijging voor het jaar 2027.

Pagina 5 van 6

15. Investeringsbudgetten en vrijval van investeringsbudgetten In de Financiële Verordening Neder-Betuwe 2025 (art. 212) heeft u beleidskaders aangegeven voor de manier van omgaan met investeringsbudgetten en vrijval van investeringsbudgetten. Investeringsbudgetten worden beschikbaar gesteld op basis van een deugdelijke voorbereiding. De ondergrens voor investeringsbudget bedraagt € 35.000. Vrijval in investeringsbudgetten wordt niet in de exploitatiesfeer ingezet. De ruimte die ontstaat door vrijval van afschrijvingslasten wordt benut voor vervanging van investeringsbudgetten. Als vervanging niet nodig is, zal de vrijval van afschrijvingslasten ten gunste komen van de financiële positie. Bij bestuursrapportages wordt bezien of er daadwerkelijk sprake is van vrijval van kapitaallasten. 16. Reserves en voorzieningen De basis hiervoor vormt de nota reserves en voorzieningen 2026. Deze nota is vastgesteld in de raadsvergadering van 26 februari 2026. 17. Reservepositie De algemene reserve dient ter dekking van de risico's en om incidentele exploitatietekorten op te vangen. 18. Doorrekening uren Als ambtelijke capaciteit wordt ingezet voor grondexploitaties, investeringsprojecten en bestuursopdrachten met afzonderlijke dekking (bv. reserves of subsidies) dan kunnen de ambtelijke kosten die hiermee zijn gemoeid worden doorberekend aan deze kostendragers.

Deze kosten komen dan niet ten laste van de exploitatiebegroting. Urentoerekening naar grondexploitaties, investeringen en bestuursopdrachten kan alleen plaatsvinden als er sprake is van een actuele en reële raming van de verwachte ambtelijke inzet. Op dit moment worden er alleen standaard uren doorberekend aan grondexploitaties en bestuursopdrachten.

Bijlage(n): 1. Begrotingscirculaire provinciaal toezichthouder 2. VNG ledenbrief begrotingsadvies 2027-2030

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe, {{esl:signer1:Capture:size(150,40)}}

{{esl:signer2:Capture:size(150,40)}}

Nicolien de Geus Secretaris

Jan Kottelenberg Burgemeester

Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17006742/1