CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 (ontwerp)

Raadsvergadering 10 november 2021, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-202541.700 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Binnen ons Planning en Control instrumentarium gaan wij zo met risicomanagement om: • Bij de Kadernota en de Begroting inclusief meerjarenraming actualiseren wij onze risico’s. • Bij Bestuursrapportages informeren wij u als het nodig is over wijzigingen die zich op basis van het risicomanagement voordoen. • Bij de Jaarstukken leggen wij verantwoording af over het gevoerde risicomanagement van het betreffende jaar. De definitie van een risico luidt als volgt: de kans op een gebeurtenis, die zowel negatieve als positieve gevolgen voor de gemeente kan hebben en waarvan de grootte op dit moment onbekend is, maar van grote betekenis kan zijn. Voor het opnemen van een risico wordt een ondergrens van € 100.000 gehanteerd.

Begroting en meerjarenraming 2023-2025

89

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit het verschil tussen: • de beschikbare weerstandscapaciteit; de middelen waarover de gemeente kan beschikken om onverwachte en hoge kosten te dekken en • de financieel in cijfers uitgedrukte risico’s: het totaal van de financieel in cijfers uitgedrukte risico’s die de gemeente loopt ondanks de beheersmaatregelen.

Verhouding benodigde weerstandscapaciteit

De verhouding wordt uitgedrukt in de hieronder gepresenteerde waarderingstabel, die opgenomen is in de 'Nota weerstandsvermogen en risicobeheersing 2019'. Verhouding

Betekenis

> 2,0

Uitstekend

1,4 tot 2,0

Ruim voldoende

1,0 tot 1,4

Voldoende

0,8 tot 1,0

Matig

0,6 tot 0,8

Onvoldoende

< 0,6

Ruim onvoldoende

Actueel overzicht van de berekening van de weerstandscapaciteit en weerstandsratio

Meerjarig verloop weerstandsratio De afgelopen jaren heeft deze verhouding, de weerstandsratio, zich positief ontwikkeld. Op basis van de herberekening van de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico's blijkt dat ten opzichte van de berekening bij de begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024 (3,0) de weerstandsratio afneemt, naar 2,6. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door de afname van de weerstandscapaciteit. De algemene reserve daalt als gevolg van de geplande onttrekkingen. Anderzijds daalt het bijgestelde risicoprofiel vooral door een afname van de risico's op verbonden partijen (daling risicoprofiel Casterhoven). Ook neemt het verwachte resultaat fors toe. Van een tekort van € 1.027.000 voor de jaarschijf 2022 bij begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024 naar een overschot van € 51.000 bij deze begroting. Uitgangspunt op basis van het huidige coalitieakkoord is een verhouding van minimaal 1,0. De classificatie van de weerstandsratio op basis van het berekende risicoprofiel in relatie tot de beschikbare weerstandscapaciteit eind 2022 is 'uitstekend'. Door de onttrekkingen aan de algemene reserve daalt de weerstandscapaciteit en daarmee de weerstandsratio. Eind 2025 is de weerstandsratio 2,0 en kwalificeert deze als 'uitstekend'. Onderstaande tabel geeft het verloop van de weerstandscapaciteit en ontwikkeling van de weerstandsratio voor de jaren 2021-2025 weer.

Opgemerkt moet worden dat het kwantificeren, bepalen en beheersen van risico's een continu proces is en moet zijn. Zoals u ziet zijn bij de 'overige risico's' nieuwe risico's beschreven. Voor een aantal hiervan is het kwantificeren van en het bepalen van de financiële impact nog niet in financiële zin uit te drukken. Daarom is hiervoor ook geen risicoprofiel opgenomen.

Begroting en meerjarenraming 2023-2025

90

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2021

2022

2023

2024

2025

11.206.000

9.582.000

7.387.000

6.741.000

6.622.000

0

0

0

0

0

Weerstandscapaciteit Algemene reserve Onbenutte belastingcapaciteit - Onroerende zaakbelasting - Leges en andere heffingen

0

0

0

0

0

Onvoorzien

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

Begroot resultaat storting (+)/onttrekking (-)

399.000

51.000

243.000

366.000

818.000

11.655.000

9.683.000

7.680.000

7.157.000

7.490.000

Totaal beschikbaar weerstandscapaciteit Financiële risico's

2022

2023

2024

2025

Grondexploitatie

2021 508.000

480.000

480.000

480.000

480.000

Verbonden partijen

1.457.000

878.000

878.000

878.000

878.000

Open einderegelingen

500.000

500.000

500.000

500.000

500.000

Overige risico's

1.890.000

2.285.000

2.285.000

2.285.000

2.285.000

Totaal gekwantificeerde risico's

4.355.000

4.143.000

4.143.000

4.143.000

4.143.000

Benodigde weerstandscapaciteit (90%)

3.920.000

3.729.000

3.729.000

3.729.000

3.729.000

Weerstandsratio Kwalificatie weerstandsratio

3,0

2,6

2,1

1,9

2,0

Uitstekend

Uitstekend

Uitstekend

Ruim voldoende

Uitstekend

Overzicht van risico’s gelijk of groter dan € 100.000 Risico

Begroting

Begroting

Verschil

2022

2021

B2022-B2021

Grondexploitaties: Algemene risico's grondexploitaties

450.000

453.000

-3.000

Specifieke risico's grondexploitaties

30.000

55.000

-25.000

878.000

1.457.000

-579.000

500.000

500.000

-

1.045.000

1.011.000

34.000

Cybersecurity incident

185.000

179.000

6.000

Ontwikkelingen gemeentefonds

855.000

500.000

355.000

Crisisbeheersing en rampenbestrijding

100.000

100.000

-

Renteontwikkeling

100.000

100.000

-

Verzekeringen

-

-

-

COVID-19

-

-

-

Specifieke uitkering stimulering sport (SPUK)

-

-

-

Huisvesting voorziening onderwijs

-

-

-

Structurele financiële effecten Omgevingswet

-

-

-

Totaal

4.143.000

4.355.000

-212.000

Waarschijnlijkheidsfactor 90%

3.729.000

3.920.000

-191.000

Verbonden partijen: Risico's verbonden partijen Openeinde regelingen: Uitvoering 3 Decentralisaties Overige risico's Personeel & organisatie (bedrijfsvoering)

Op basis van de vastgestelde Nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2019 wordt een waarschijnlijkheidsfactor van 90% op het totaal van de becijferde risico's toegepast. Niet alle risico’s doen zich namelijk gelijktijdig voor. Hiermee wordt het totaal van het geldelijke gevolg van alle risico’s gecorrigeerd.

Begroting en meerjarenraming 2023-2025

91

Grondexploitaties Algemene risico’s grondexploitaties Grondexploitaties kennen algemene en specifieke risico’s. De algemene risico’s bestaan onder andere uit rentestijgingen, stijging van het inflatiecijfer, aanbestedingsrisico’s, marktontwikkelingen en vertragingen in de planvorming of in de gronduitgifte. Voor de dekking van algemene, niet gespecificeerde risico’s, die de gemeente met de huidige exploitaties loopt, is een risico inschatting opgenomen van € 450.000. Voor een verdere specificatie van de boekwaarden verwijzen wij u naar het overzicht 'Actuele prognose van de verwachte resultaten diverse grondcomplexen' in paragraaf 6 Grondbeleid. In dit overzicht zijn de contante waarden van de verwachte verliezen en winsten opgenomen. De verliezen zijn conform het BBV afgedekt via de verliesvoorziening. Specifieke risico’s grondexploitaties Specifieke risico’s worden geraamd als daar een directe aanleiding voor is en dit in aanvulling op de algemene risico’s noodzakelijk is. De onderstaande specifieke risico’s zijn opgenomen: • Herenland-west € 30.000 De hier genoemde risico’s sluiten aan op de informatie in paragraaf 6 Grondbeleid.

Verbonden partijen Nr. Verbonden Partijen

Bijdrage

Bijdrage

Risico

Risico

2022

2021

inschatting 2022

inschatting 2021

Veiligheidsregio Gelderland-Zuid

GR

1.714.000

1.675.000

63.000

58.000

2 3

Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) Gemeenschappelijke regeling Regio Rivierenland

GR

1.326.000

1.272.000

86.000

71.000

214.000

214.000

-

-

4

AVRI

GR

-

-

515.000

484.000

5

Omgevingsdienst Rivierenland

GR

1.909.000

1.834.000

-

-

6

Regionaal archief Rivierenland

GR

271.000

266.000

-

-

7

Recreatieschap Nederrijn, Lek en Waal

GR

-

-

-

-

8

Werkzaak Rivierenland

GR

172.000

182.000

14.000

34.000

9

Industrieschap Medel

1

GR

GR

-

-

-

-

10 Casterhoven

Venn

-

-

200.000

810.000

11 Waterbedrijf Vitens N.V.

Venn

-

-

-

-

12 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 13 Uitvoeringsorg. Breedbandnetwerk Rivierenland

Venn

-

-

-

-

GR

-

-

-

-

5.606.000

5.443.000

878.000

1.457.000

Risico’s verbonden partijen De gemeente heeft te maken met verbonden partijen zoals de gemeenschappelijke regelingen waaraan wij deelnemen. Daarnaast zijn er externe partijen, waarbij de gemeente via het aandelenbezit risico’s kan lopen. Bij deze laatste partijen gaat het om schommelingen in de waarde van de aandelen of het dividend. Bij risico’s van een verbonden partij gaat het in hoofdzaak om financiële en bestuurlijke risico’s, die mede verband houden met de structuur, organisatie en bedrijfsvoering van een verbonden partij. Het risico is per verbonden partij bepaald met oog voor het beleid dat de gemeenschappelijke regeling zelf voert op het gebied van weerstandsvermogen en risicomanagement. De gemeenschappelijke regeling moet zelf aan risicomanagement doen en de eigen risico’s voldoende afdekken. Als dat niet het geval is, moeten de gemeenten het niet afgedekte deel compenseren. De uitkomst en toelichting hierop zijn in de paragraaf verbonden partijen per gemeenschappelijke regeling vermeld. Uit de tabel blijkt dat het bij een vijftal gemeenschappelijke regelingen nodig is, dat de gemeente een deel van de risico’s afdekt. Via de zienswijzen, die worden ingediend op de begrotingen en jaarverslagen, worden deze gemeenschappelijke regelingen dringend verzocht de weerstandscapaciteit op voldoende hoogte te brengen.

De risico’s rond Industrieschap Medel en Casterhoven worden hierna afzonderlijk toegelicht. Industrieschap Medel De ontwikkeling van Medel brengt financiële risico’s met zich mee. De meest risicovolle onderdelen zijn in een rekenprogramma ingevoerd. Op basis van de uitkomsten zijn de scenario’s uitgewerkt en in de grondexploitaties van 2021 verwerkt. De berekende risico’s kunnen binnen de totale grondexploitatie van Medel ruimschoots worden afgedekt door de verwachte positieve resultaten. Zodoende is geen aanvullend risico opgenomen. Begroting en meerjarenraming 2023-2025

92

Casterhoven Bij het bepalen van de risico’s is gebruik gemaakt van de laatst vastgestelde grondexploitatie door de aandeelhouders. Dit is de grondexploitatie van 1 juli 2019 (v 1.2). Er is in 2020 geen nieuwe geactualiseerd grondexploitatie vastgesteld door de aandeelhouders. Op basis van het berekende worst case scenario van de uitvoering van deze bijgewerkte GREX is begin 2021 een risico bepaald van € 200.000. Deze risicoschatting is fors lager dan vorig jaar. Toen bedroeg het risicobedrag € 810.000. Deze forse daling is voor het grootste deel te verklaren doordat het bestemmingsplan voor fase 7, de laatste fase in bouwplan Casterhoven, onherroepelijk is geworden. Hierdoor is er geen publiekrechtelijke beperking meer om het plan af te kunnen ronden. De impact van het risico over de vertraging in de looptijd is iets gestegen omdat de kans dat dit risico zich voordoet groter wordt geacht, vooral vanwege de corona-pandemie.

Open eindregelingen

3D (Jeugd, Wmo en Participatie) Waar in de eerste jaren de budgetten voor de Wmo, Jeugd en Participatie overschotten lieten zien, ontstaat sinds 2018 een kentering in de resultaten. De kosten voor de zorg blijven toenemen, niet alleen door het uitbreiden van de totale omvang. Ook de kosten voor de individuele situaties nemen toe. Voor het uitvoeren van de regelingen Wmo, Jeugd en Participatie zijn de volgende risico’s onderkend: • Het openeinde-karakter van de regelingen. Vanwege de complexiteit en de beperkte beïnvloedbaarheid (resultaat en effect) zijn de uitgaven en inkomsten moeilijk voorspelbaar. • Onduidelijkheid over het verloop en de omvang van de rijksbijdragen (Jeugdwet en Participatiewet). Het rijk heeft incidentele toezeggingen gedaan voor 2022; meer structurele afspraken zijn o.a. afhankelijk van de kabinetsformatie. • Onzekerheid over het effect van de corona crisis (Covid-19). In 2020 en 2021 heeft het rijk incidenteel extra middelen compensatie corona ter beschikking gesteld. Er is een risico dat het financiële effect van de corona crisis pas in latere jaren optreedt. Daarmee gepaard gaat onzekerheid in hoeverre dit vertraagde effect door het rijk zal worden gecompenseerd. Voorbeelden hiervan zijn o.a. werk en inkomen, jeugd, onderwijs, eenzaamheid en (mentale) gezondheid. • Volume- en prijsontwikkelingen.

• Risico dat de verlaagde budgetten in verband met de taakstellende bezuiniging op Wmo en Jeugd niet voldoende zijn. In verband met het abonnementstarief Wmo nemen de inkomsten uit eigen bijdragen af en is sprake van een aanzuigende werking. De kosten voor (vooral) Wmo huishoudelijke ondersteuning nemen nog steeds toe. Op Jeugd vormt met name de individuele, specialistische en daarmee dure zorg een risico. In verband met wachtlijsten en opnamestops hebben wij geen volledig zicht op de vraag naar Jeugdhulp. Bij kinderen die op een wachtlijst staan, bestaat het risico dat daardoor zwaardere hulp nodig is. Het is onzeker of de maatregelen afdoende werken om deze risico’s te kunnen opvangen. • Onduidelijkheid over het effect van de nieuwe regionale inkoopstrategie Wmo en Jeugd. Dit proces zal veel ambtelijke capaciteit kosten. Hiervoor is nu een grove inschatting gemaakt door een extern bureau, gebaseerd op verschillende aannames. Denk aan de huidige beschikbare capaciteit, het aantal pilots dat opgezet zal worden en de aanname dat sommige werkzaamheden komen te vervallen, waardoor die capaciteit vrijkomt. In 2022 zal duidelijk worden in welke mate de aannames realiteit zijn. Naast de extra capaciteit is een investeringsbudget nodig om de pilots te kunnen uitvoeren. Voor hetzelfde product bestaan dan namelijk twee verschillende systemen die naast elkaar draaien.

De kosten hiervoor zijn afhankelijk van de pilots. Daar is op dit moment nog geen inschatting van gemaakt. • Onduidelijkheid over het effect van de door-decentralisatie van Beschermd Wonen. • Onduidelijkheid over het effect van de Wet Wijziging woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet met ingang van 2022. Met deze wet vindt een administratieve verhuizing plaats van jeugdigen, omdat de verantwoordelijkheid van de betalende gemeente verandert. Jeugdigen zullen administratief uit onze gemeente vertrekken en naar onze gemeente toekomen. De exacte aantallen voor 2022 zijn op het moment van het schrijven van deze begroting nog niet bekend. • Onduidelijkheid over het effect van de wetswijziging vroegsignalering in de Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening per 1 januari 2021 op de zorg- en uitvoeringskosten. In 2021 is deze nieuwe taak binnen de bestaande personele bezetting uitgevoerd, maar onzeker is in hoeverre dat op termijn mogelijk blijft. • Onzekerheid over de bekostiging van de Wet inburgering met ingang van 2022. Het aantal asielmigranten neemt toe in verband met conflictsituaties. • Afhankelijk van ontwikkelingen kan het nodig zijn om extra capaciteit in te zetten. De uitgaven en het beschikbare budget worden via de vaste P&C-cyclus nauwgezet gevolgd. Waar noodzakelijk worden zij bijgesteld met voorgestelde maatregelen.

Hiermee is het risicoprofiel ten opzichte van de uitgangspunten bij de Jaarstukken 2019 verbeterd. Aangezien er een mate van onvoorspelbaarheid zit in de uitgaven in inkomsten voor het Sociaal domein is het risicoprofiel gesteld op € 0,5 miljoen. Begroting en meerjarenraming 2023-2025

93

Overige risico’s Personeel en Organisatie (bedrijfsvoering) Het betreft specifieke risico’s zoals wachtgeld en pensioenen van politieke ambtsdragers, ontslag (bijv. van werk naar werktrajecten) en WW en ZW uitkeringen van medewerkers. Er worden meer dan voorheen vaststellingsovereenkomsten en beëindigingsovereenkomsten gesloten met personeel om uiteenlopende redenen. Aan de voorkant zijn de kosten vaak hoger, maar het risico voor de lange termijn is nihil of niet aanwezig. Voor genoemde risico's hebben wij een inschatting gemaakt van € 1.045.000 (8,5% van de totale personeels- en bestuurskosten uit de begroting). Cybersecurity incident Daarnaast zijn er risico’s rond informatieveiligheid, privacy en hardware. De gemeente heeft geen verzekering afgesloten voor dit risico. Gebeurtenissen kunnen leiden tot financiële, juridische en imagoschade. Om deze risico’s zoveel mogelijk te beperken zijn diverse beheersmaatregelen getroffen op het terrein van informatiebeveiliging. Denk aan penetratietesten, stimuleren van de bewustwording van medewerkers door voorlichting en training, back-up, uitwijkfaciliteiten en verzekeringen. Daarom is een risicoschatting gemaakt. Deze komt uit op € 185.000 uitgaande van een financieel risico van € 1.850.000 per cybersecurity incident, ramp of crisis met een kans van 10% (1x per 10 jaar).

Deze risico inschatting komt overeen met 1,5% van de totale personeels- en bestuurskosten uit de begroting. Ontwikkeling gemeentefonds De uitkeringen uit het Gemeentefonds zijn aan schommelingen onderhevig. Dit komt doordat de definitieve uitkering aan de gemeenten beïnvloed wordt door de rijksuitgaven ten opzichte van de begroting. Om deze schommelingen op te vangen is een risicobedrag van € 355.000 opgenomen (1% van de algemene uitkering). Daarnaast wordt er gewerkt aan een herverdeling van de maatstaven van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Uit de eerste contouren blijkt dat de financiële effecten van de herverdeling voor kleinere gemeenten fors schommelen (van positieve effecten naar negatieve effecten). Omdat de verwachte financiële effecten fors in omvang schommelen en nog niet betrouwbaar en juist zijn, willen wij een risicoreservering opnemen van € 500.000. Een totaal risicoprofiel van € 855.000. Crisisbeheersing en rampenbestrijding In de gemeente kunnen zich allerlei crises en rampen voordoen. Denk bijvoorbeeld aan alle vormen van natuurgeweld en explosie/brand met gevaarlijke stoffen. Een extra risico voor onze gemeente vormen belangrijke transportaders zoals de Betuweroute, Rijn, Waal en een drukke snelweg als de A15. Als voorbeelden van crises worden de hoge waterstanden in 1995 en de wateroverlast in de kern van Opheusden in 2014 genoemd.

Als zich een crisis voordoet, kan de gemeente te maken krijgen met (hoge) beheerskosten. Daarom is een risicoschatting gemaakt, die uitkomt op € 100.000 uitgaande van een financieel risico van € 500.000 per ramp of crisis met een kans van 20% (1x in de 5 jaar). Beheersmaatregelen zijn o.a.: • actueel houden van de regionale en lokale rampen– en incidentbestrijdingsplannen; • oefenen van rampenscenario’s met de medewerkers, die een rol hebben in de lokale crisisorganisatie; • in- en uitvoeren van het Regionaal Crisisplan. Renteontwikkeling De rente bevindt zich op een historisch laag niveau. Deze kan alleen nog stijgen. Signalen uit de markt wijzen er op, dat de kans groot is dat de rente de komende tijd weer wat gaat stijgen. Daarom is het risico geschat op € 100.000. Een beheersmaatregel is o.a. het opstellen van een overzicht van toekomstige inkomsten en uitgaven. We handhaven een risicoreservering van € 100.000. Ontwikkeling verzekeringen Naar aanleiding van een in 2019 uitgevoerd doelmatigheidsonderzoek (213a) is een aantal verzekeringspolissen aangepast. Hierdoor draagt de gemeente een groter eigen risico voor potentiële schades of gebeurtenissen. Nu worden door de heroverwegingen enkele projecten uitgesteld. Dit kan leiden tot een groter risico op het bekostigen van aansprakelijkheid stellingen. Daarnaast is de verzekeringsmarkt aan het verharden.

Dit heeft consequenties voor premiestijgingen en verzekerbaarheid. Ook klimaatveranderingen gaan een grote rol spelen bij schades en verzekerbaarheid. Het kwantificeren en bepalen van de financiële impact van dit benoemde risico is niet in financiële zin uit te drukken en daarom is hiervoor geen risicoprofiel opgenomen. Begroting en meerjarenraming 2023-2025

94

Covid -19 (corona pandemie) De uitbraak van het corona virus COVID-19 eind februari 2020 en de oplevingen van het virus in de tijd daarna heeft grote impact op de Nederlandse samenleving en ook op de gemeente Neder-Betuwe. Ten tijde van het opstellen van deze begroting is nog niet duidelijk of het ook in 2022 nodig zal zijn maatregelen te treffen die de verspreiding van het virus beperken. Wanneer dat het geval is, blijft de gezondheid van onze inwoners en medewerkers ook dan voorop staan. Er zijn beheersmaatregelen getroffen om onder deze omstandigheden de primaire taken uit te voeren (zoals invulling van een crisisteam, inventariseren van kerntaken, vervangingsplannen bij ziekte). Vanzelfsprekend zullen de maatregelen om de verspreiding te beperken gevolgen hebben voor de gemeente. Denk hierbij onder andere aan: • Ontstaan van vertraging in de uitvoering van initiatieven en ambities. • Een afname van structurele rijksuitgaven, omdat ook het Rijk initiatieven en ambities uitstelt. Een vermindering van uitgaven kan effect hebben op de hoogte van de Algemene Uitkering. • Risico rond inbaarheid van gemeentelijke belastingen en heffingen, huuropbrengsten (dorpshuizen, sportvereniging), debiteuren. • Risico op achterblijvende legesopbrengsten (bouwleges etc.). • Risico in openeinde-regelingen, toename aanvragen BBZ, bijstand etc. (extra capaciteitsvraag ambtelijke organisatie).

• Risico dat subsidies naar organisaties ontoereikend zijn. Bovenstaande risico’s kunnen ook spelen bij verbonden partijen. De ervaring uit de eerste anderhalf jaar met corona leert dat de gemeente, organisaties en verenigingen voor diverse kosten een compensatie van het Rijk ontvangen. Ook zijn er diverse uitgaven die lager uit kunnen pakken, zoals bijv. achterblijvende activiteiten op de diverse taakvelden, reis- en verblijfkosten en dagelijks onderhoud. Op al die onderdelen gelden grote onzekerheden. De compensaties en lagere uitgaven zijn echter tot nu toe incidenteel. Het is nog niet zeker wat het effect van de corona pandemie op de langere termijn is op de lokale economie, het verenigingsleven, het beroep op de zorg, de mate waarin inwoners in hun eigen inkomsten kunnen voorzien, jeugd, onderwijs, eenzaamheid en (mentale) gezondheid. Het risico bestaat dat op die terreinen pas in 2022 of later een effect ontstaat en dat de gemeente hiervoor dan extra (financiële) inzet moet doen. Via de reguliere planning & control cyclus worden de ontwikkeling gevolgd en gerapporteerd. Vooralsnog schatten wij in dat geen risicoschatting nodig is. Specifieke uitkering stimulering Sport (SPUK) De huidige SPUK regeling (BTW-compensatie voor sport) is van toepassing tot en met 2023. Over de manier van voortzetting vanaf 2024 moet nog besluitvorming plaatsvinden.

Wel is duidelijk dat de SPUK-middelen op een nog nader te bepalen manier beschikbaar zullen blijven voor de gemeenten. Het risico dat wij als gemeente lopen is hoe en op welke manier de huidige SPUK-regeling vanaf 2024 voortgang gaat krijgen. De uitgaven en de inkomsten worden via de vaste P&C-cyclus nauwgezet gevolgd. Waar noodzakelijk worden zij bijgesteld met voorgestelde maatregelen. Vooralsnog schatten wij in dat geen risicoschatting nodig is. Huisvesting voorziening onderwijs Door het college van bestuur van het Van Lodenstein College te Kesteren (hierna: het schoolbestuur) is een aanvraag ingediend voor een huisvestingsvoorziening. Het schoolgebouw kampt met een gebrekkig binnenklimaat, dat volgens het schoolbestuur te wijten is aan een constructiefout ontstaan bij de bouw van de school in 2008/2009. De verordening onderwijshuisvesting biedt de mogelijkheid tot herstel van een constructiefout. Voor de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag is een onafhankelijk technisch onderzoek uitgevoerd. Ook is een advies ingewonnen om de aanvraag te toetsen aan het juridisch en wettelijk kader. Op basis van de onderzoeksresultaten en het juridisch advies is de aanvraag afgewezen. Tegen het afwijzingsbesluit is nog een mogelijkheid tot bezwaar en beroep. Vooralsnog schatten wij in dat voor dit onderwerp geen risicoschatting nodig is.

Structurele financiële effecten Omgevingswet Wij onderzochten met de ODR de structurele financiële effecten van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouwen op gemeentelijk niveau. De bouwtechnische toets gaat grotendeels naar de markt. Deze werkzaamheden en legesinkomsten komen te vervallen. Tegelijkertijd blijven de meldingsplicht en toezicht en handhaving onderdeel van het gemeentelijk takenpakket, maar zonder mogelijkheden voor het heffen van leges. Met de ODR worden nog nadere afspraken gemaakt, maar er wordt een nadelig structureel financieel effect van ongeveer € 30.000 verwacht. Verder wordt met de andere ketenpartners – zoals de GGD en de Veiligheidsregio - nog onderzocht wat het effect van de Omgevingswet is op hun rol en inzet.

Begroting en meerjarenraming 2023-2025

95

In 2022 voert de minister samen met de koepels VNG, IPO en UvW een financiële evaluatie van de Omgevingswet uit. Daarbij worden de invoeringskosten (inclusief kosten vanwege uitstel) en de uitvoeringskosten in ogenschouw genomen. Hoewel de VNG inzet op financiële compensatie voor gemeenten, moet de evaluatie uitwijzen of deze er ook daadwerkelijk gaat komen. In 2017 maakten de minister en de koepels namelijk de afspraak dat iedere bestuurslaag de eigen kosten voor zijn rekening neemt. Het kwantificeren en bepalen van de financiële impact van dit benoemde risico is nog niet in financiële zin uit te drukken. Daarom is hiervoor geen risicoprofiel opgenomen.

Overzicht kengetallen

Het betreft de volgende kengetallen, die voor 2022 gebaseerd zijn op de voorziene balans met ingang van 31 december 2022. In kleur is de norm aangegeven uit het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK 2020 Gemeenten) dat door de provincie wordt gehanteerd voor het interbestuurlijk toezicht. Groen: voldoende, Oranje: matig, Rood: onvoldoende. Signaleringswaarden Provincie Rekening Begroting Begroting

Meerjarenbegroting

Kengetal

minst risicovol

neutraal

meest risicovol

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Netto schuldquote

<90%

90-130%

>130%

35%

75%

77%

72%

69%

67%

Netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

<90%

90-130%

>130%

34%

74%

73%

69%

66%

63%

Solvabiliteitsratio

>50%

20-50%

<20%

42%

28%

28%

29%

29%

28%

Grondexploitatie

<20%

20-35%

>35%

5%

5%

5%

5%

4%

2%

Structurele exploitatieruimte

>0%

0%

<0%

-1,8%

-4,1%

-0,7%

-0,4%

0,6%

1,3%

Belastingcapaciteit

<95%

95-105%

>105%

115%

117%

117%

Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Het kengetal 'netto schuldquote', ook wel 'netto-schuld' geeft aan hoe groot de schuldenlast is ten opzichte van de eigen middelen of baten. Deze verhouding zegt het meest over de financiële vermogenspositie van de gemeente. Het geeft aan of er investeringsruimte is of niet. Ook zegt de netto schuldquote iets over de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld is hoe meer kapitaallasten er zijn (rente en aflossing), waardoor een begroting minder flexibel wordt. De netto schuldquote geeft daarmee een aanwijzing over de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een hoge schuld kan echter ook worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten, die vervolgens worden doorgeleend aan instellingen, die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. Om inzicht te krijgen in de mate waarin sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Uit de netto schuldquote blijkt dat onze financieringspositie gunstig is. Dit betekent dat onze schuldenlast relatief beperkt is en wij goed aan onze verplichtingen van rente en aflossing kunnen voldoen. Neder-Betuwe gaat de komende jaren fors investeren, wat leidt tot een toename van de verhouding netto schuldquote.

De oorzaak van het verschil in percentage jaarstukken 2020 (35%) en de begroting inclusief meerjarenraming (75% aflopend naar 67%) ligt erin dat het percentage bij de jaarstukken bepaald wordt over de werkelijk aanwezige schuldenlast. Bij de begroting en meerjarenraming wordt het percentage bepaald over de begrote (benodigde) schuldenlast. De gecalculeerde schuldenlast voor nieuw beleid, nieuwe ontwikkelingen en ambities wordt niet benut. Er is sprake van vertraging in de uitvoering. Verhouding tussen vreemd en eigen vermogen (solvabiliteitsratio) De 'solvabiliteitsratio' geeft de mate aan waarin de gemeentelijke bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Anders gezegd: het aandeel van het eigen vermogen in het totale vermogen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen is (het financiële kengetal solvabiliteitsratio) des te gezonder de gemeente is.

Begroting en meerjarenraming 2023-2025

96

Het provinciaal toezichtkader op gemeenten geeft aan dat wanneer 50% van het totaal vermogen uit eigen vermogen bestaat, de gemeente in de categorie 'minst risico' valt. Is het kengetal voor solvabiliteit kleiner dan 20%, dan is er veel vreemd vermogen aanwezig, wat wordt aangeduid als 'meest risico'. Neder Betuwe heeft een solvabiliteitsratio voor 2022 tot en met 2025 van 28%. De oorzaak van het verschil in percentage jaarstukken 2020 (42%) en de begroting inclusief meerjarenraming (28%) ligt erin dat bij de jaarstukken het percentage bepaald wordt over de werkelijk aanwezige schuldenlast en bij de begroting en meerjarenraming over de begrote (benodigde) schuldenlast. De gecalculeerde schuldenlast (is vreemd vermogen) voor nieuw beleid, nieuwe ontwikkelingen en ambities wordt niet benut. Er is sprake van vertraging in de uitvoering. Grondexploitatie Het kengetal 'grondexploitatie' geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Wanneer een gemeente grond tegen een lagere prijs van landbouwgrond heeft aangekocht, loopt ze veel minder risico dan wanneer er dure grond is aangekocht en de vraag naar woningen is gestagneerd. Het bepalen van een norm voor het kengetal 'grondexploitatie' is lastig. De boekwaarde van de gronden in bezit zegt namelijk niets over de relatie tussen de vraag en het aanbod van woningbouw of bedrijventerrein.

Maatwerk is hiervoor nodig. Dat wil onder andere zeggen: hoeveel woningen of bedrijventerrein er zijn gepland, van welk type en op welke plek. Daarnaast is het van wezenlijk belang wat de te verwachten vraag is. Dit vergt meer onderzoek dan naar voren komt in het genoemde kengetal. De boekwaarde van de gronden geeft wel weer of een gemeente veel middelen heeft gestopt in haar grondexploitatie. Dit geld moet namelijk terugverdiend worden. Dit kengetal neemt de komende jaren af in verband met afwikkelingen van diverse grondposities. Structurele exploitatieruimte Het kengetal 'structurele exploitatieruimte' geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Om voor de categorie 'minst risico' in aanmerking te komen moet dit percentage hoger zijn dan nul. Als gevolg van de heroverwegingen en het behoedzame begrotingsbeleid ontwikkelt het saldo van de structurele baten en lasten zich positief. In het begrotingsjaar 2022 en het jaar erop is dit kengetal negatief. De structurele lasten zijn in deze jaren hoger dan de structurele baten. De ingezette ombuigingen uit de Kadernota 2022-2025 maken dat de laatste jaren 2024 en 2025 een positief structureel saldo laat zien.

Er is sprake van herstel van het structurele begrotingsevenwicht. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen en of er ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven, is deze gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). De definitie van het kengetal is: woonlasten van een meerpersoonshuishouden in jaar t (het begrotingsjaar) ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 (het jaar vóór het begrotingsjaar) uitgedrukt in een percentage. De lokale lastendruk in Neder-Betuwe, afgezet tegen het landelijk gemiddelde van 2020, betekent een norm van 117%. Anders gezegd: de belastingdruk in Neder-Betuwe is 17% hoger dan het landelijk gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het COELO publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onvoldoende (de rode gebieden in de tabel) wil zeggen dat Neder-Betuwe een hogere belastingdruk kent dan gemiddeld en niet of nauwelijks ruimte heeft om tegenvallers via belastingheffing op te vangen.

Begroting en meerjarenraming 2023-2025

97

Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen

Kapitaalgoederen zijn de middelen en materialen, die de gemeente nodig heeft voor de productie van de diensten en goederen die zij aan haar inwoners levert. Het zijn grote zaken die vaak veel waarde hebben en meer jaren meegaan. Artikel 12 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) geeft aan dat in deze paragraaf over het onderhoud van kapitaalgoederen de plannen worden aangegeven met de daaruit volgende financiële gevolgen in de begroting of jaarrekening. Het gaat om deze groepen kapitaalgoederen: wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Het onderhoud van kapitaalgoederen vraagt een aanzienlijk budget, zodat deze paragraaf belangrijk is voor de beoordeling van de financiële positie. Uiteraard is ook het gewenste onderhoudsniveau van groot belang. In de financiële verordening is het afschrijvingsbeleid opgenomen. De huidige financiële verordening is gericht op eenheid in de waardering, administratieve verantwoording en afschrijving van de geactiveerde uitgaven. Daarom is deze een belangrijk beleidskader voor deze paragraaf.

De belangrijkste afspraken die zijn gemaakt in de financiële verordening zijn: • het grensbedrag voor investeringen op € 25.000 vaststellen, • geen bestemmingsreserve meer hanteren voor nieuwe investeringen en de kapitaallasten ten laste laten komen van de exploitatie, • een investeringskrediet dat na twee jaar niet (volledig) is benut afvoeren. Een investeringskrediet kan alleen langer ‘open’ blijven als voldoende is onderbouwd dat dat nodig is, • vervangingsinvesteringen en investeringen als gevolg van nieuw beleid moeten met de investeringsstaat bij de kadernota kenbaar worden gemaakt. Na akkoord van de raad worden de lasten opgenomen in de begroting. Integraal Beheerplan Openbare ruimte (IBOR-plan) Het project IBOR-plan heeft als doel de Integrale Visie op de Openbare Ruimte (IVOR) door te ontwikkelen naar een plan Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR-plan). In de Kadernota 2020-2023 is de ambitie benoemd om een IBOR-plan te ontwikkelen. In de raad van september 2021 heeft u het kader van het IBOR vastgesteld. In de raad van december 2021 volgen de asset-sheets (de uitvoeringsmaatregelen en financiën). Met het vaststellen van het IBOR-plan zijn per 31 december 2021 o.a.

het groenbeleidsplan 2017-2021, het beheerplan wegen 2018-2021, het beheerplan gladheidsbestrijding 2016-2021, het beheerplan kunstwerken 2019-2023 en het beleids- en beheerplan openbare verlichting 2016-2020 vervallen. Met het vastgestelde IBOR-plan wordt de integrale visie van de openbare ruimte gewaarborgd in één beleid. Er wordt een gestructureerd beeld geschetst van de financiële middelen die nodig zijn om de visie en het beheer van de openbare ruimte te realiseren. Het IBOR-plan wordt elke 5 jaar geactualiseerd en ook aan de raad voorgelegd. Het is door deze ontwikkeling niet meer nodig om het beleid van elk beheerplan apart te actualiseren.

Wegen Beleidskader: het Integraal Beheerkader Openbare Ruimte 2021 (IBOR) Het beheer van kunstwerken en het wegenbeheer zijn opgenomen in het Integraal Beheerkader Openbare Ruimte. Met het in september 2021 door uw raad vastgestelde IBOR wordt de integrale visie van de openbare ruimte gewaarborgd in één beleid. In de raad van december 2021 volgen de asset-sheets. Hiermee ligt er een beheerplan waarin een gestructureerd beeld geschetst wordt van de financiële middelen die nodig zijn om de visie en het beheer van de openbare ruimte te realiseren. Het IBOR-plan wordt elke 5 jaar geactualiseerd en aan uw raad voorgelegd.

Begroting en meerjarenraming 2023-2025

98

Kwaliteitsniveau • Wegen: Het onderhoud vindt plaats conform de afgesproken beeldkwaliteit. Als uitgangspunt is ervoor gekozen om alle wegen op een kwaliteitsniveau Basis (B) te onderhouden. In de IBOR zijn ook de rehabilitaties voor de aankomende vier jaar opgenomen. Vanwege de heroverwegingsoperaties heeft uw raad besloten om verschillende projecten uit te stellen. Deze uitgestelde projecten staan in het investeringsoverzicht, onderaan in programma 3. In de asset-sheets zijn ook de risico's van databeheer, weginspectie 2021, bermverharding en vervanging piek genoemd. • Kunstwerken: kunstwerken onderhouden op kwaliteitsniveau B (Basis) volgens CROW-publicatie 380. Voorziening conform Wegenbeheerplan 2018-2021 inclusief Kunstwerken 2019-2028 Verloop voorziening Stand voorziening 01-01 Toevoeging Onttrekking

2021 1.108.452

2022 1.002.185

2023 896.258

2024 781.195

2025 707.892

1.163.898 1.270.165

1.163.898 1.269.825

1.163.898 1.278.961

1.163.898 1.237.201

1.163.898 1.314.170

Stand voorziening 31-12

1.002.185

896.258

781.195

707.892

557.620

Gladheidbestrijding

Beleidskader: het Integraal Beheerkader Openbare Ruimte 2021 (IBOR) Gladheidsbestrijding is opgenomen in het Integraal Beheerkader Openbare Ruimte. In het IBOR-plan staat over gladheidsbestrijding hoe de gemeente er voor zorgt, dat bij gladheid de wegen zo veilig mogelijk zijn voor de weggebruikers. Jaarlijks wordt het uitvoeringsplan gladheidsbestrijding geactualiseerd en vastgesteld. De Avri voert het bestrijden van de gladheid uit. Financiële consequenties Afrekening vindt achteraf plaats op basis van het werkelijke aantal uitrukken. Het beschikbare budget is berekend op een gemiddelde winter.

Verkeer en vervoer Beleidskader: Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan (NBVVP) Uitgangspunt is het Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan (NBVVP) dat de gemeenteraad in maart 2018 heeft vastgesteld. Het plan gaat over de verkeerscirculatie, de verkeersveiligheid, het openbaar vervoer, de fietspaden en de kwaliteit van de leefomgeving. De oplossingsrichtingen/-maatregelen in dit NBVVP zijn opgenomen in een uitvoeringsprogramma. In verband met de heroverwegingsoperaties heeft uw raad besloten om verschillende verkeersprojecten uit te stellen. Deze uitgestelde projecten staan in het investeringsoverzicht, onderaan in programma 3. Kwaliteitsniveau De gemeente Neder-Betuwe stimuleert de gewenste/noodzakelijke (auto)mobiliteit voor (economische) ontwikkeling. Deze automobiliteit mag niet leiden tot ongewenste effecten voor de verkeersveiligheid en de kwaliteit van de leefomgeving. Ook zetten we ons er voor in dat onze inwoners in plaats van de auto juist de fiets of het openbaar vervoer pakken. Dit draagt bij aan de bereikbaarheid en leefbaarheid van dorpskernen. Financiële consequenties Voorziening conform Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan 2019-2025 Verloop voorziening 2021 2022 2023 2024 Stand voorziening 01-01 Toevoeging Onttrekking Stand voorziening 31-12

2025

370.460 119.231

395.691 119.231

430.422 119.231

456.653 119.231

489.884 119.231

94.000 395.691

84.500 430.422

93.000 86.000 456.653 489.884

149.000 460.115

Begroting en meerjarenraming 2023-2025

99

Riolering Beleidskader: het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2019 - 2023 is in december 2018 vastgesteld. Pas in 2022 zal dit onderwerp beleidsmatig worden opgenomen in het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR). De belangrijkste punten uit het nu nog geldende GRP zijn: 1. Voldoen aan de wettelijke kaders waaronder: zorgplicht voor doelmatige inzameling en transport van afvalwater (Wet milieubeheer), zorgplicht voor doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater (Waterwet) en zorgplicht voor het voorkomen of beperken van grondwateroverlast (Waterwet). 2. In stand en bedrijfszeker houden van rioleringen, gemalen en andere installaties. 3. Om de doelmatigheid van investeringen van het (afval)watersysteem te kunnen afwegen, gaan we het daadwerkelijk functioneren van het stelsel volgen door meten, monitoren en (meet)dataanalyse. 4. Afstemming van werkzaamheden met kostenbesparing als doel. 5. De relatie met andere gemeentelijke ruimtelijke ordening- en beheerplannen steeds bezien (wegenbeheerplan, groenbeheerplan, Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan). 6. Invulling geven aan het Bestuursakkoord Water door te streven naar optimale samenwerking met andere waterkwaliteitsbeheerders. 7.

Beperken van de verwachte kostenstijging voor de zorgtaken in de toekomst door de verdere implementatie van de samenwerkingsovereenkomst SNR (Samenwerkende Netwerken Rivierenland). 8. Uitvoeringsplan volgen voor nieuwe ontwikkelingen en opgaven zoals duurzaamheid en klimaatadaptatie door maatregelen uit de stresstest voor beheersing van kwetsbare locaties voor wateroverlast te realiseren. 9. Een gezonde financiële positie bereiken zonder grote schommelingen in de opbouw van de heffing. Financiële consequenties Het GRP geeft per jaar gespecificeerd aan welke investeringen plaatsvinden, waarmee de kapitaallasten berekend worden. Jaarlijks berekenen wij de exploitatiekosten en maken ze inzichtelijk. Sluitposten zijn de rioolheffingen en de toevoegingen of beschikkingen over de voorziening riolering. De inkomsten (rioolheffingen) moeten 100% kostendekkend zijn. De vastgestelde jaarlijkse heffing wordt opgehoogd met de actuele index. Dit alles conform het vastgestelde Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2019 2023. Voorziening conform Gemeentelijk Riolerings Plan 2019-2023 Verloop voorziening Stand voorziening 01-01 Toevoeging/Onttrekking per saldo Stand voorziening 31-12

2021 891.508 96.537 988.045

2022 988.045

2023 1.189.427

2024 1.355.550

2025 1.643.337

201.382 166.123 1.189.427 1.355.550

287.787 1.643.337

302.445 1.945.782

Water

Beleidskader: Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) 2019 – 2023 Het thema water is opgenomen in het GRP. Het doel is een duurzaam en goed functionerend watersysteem (kwaliteit/kwantiteit) dat aan de wettelijke kaders voldoet. Het waterbeleid is gebaseerd op het Europese, landelijke, regionale en lokale beleid op dit gebied. Het bevat Inspanningsverplichtingen op het gebied van waterbeheer van zowel waterschap als gemeente. In 2022 zal dit onderwerp beleidsmatig worden opgenomen in het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR). Financiële consequenties De kosten van het gemeentelijk deel van de watermaatregelen worden gedekt door het GRP 2019 2023. Het Waterschap Rivierenland draagt de helft van de kosten. Binnen de planperiode zijn voor de stedelijke wateropgave (vooral waterberging) jaarlijks bedragen gereserveerd met het zwaartepunt op de laatste twee jaren. Op dit moment is er nog geen zicht op realisatie van extra waterberging. Een van de redenen hiervoor is dat een potentieel geschikte locatie voor een redelijke prijs in eigendom moet komen. Dit blijkt in de huidige markt vaak niet mogelijk. We liften wel mee met lopende projecten van waterschap of gemeente. Begroting en meerjarenraming 2023-2025

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10721741/1