Beantwoording technische vragen Keizerstraat 24 (PvdA)
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen PvdA op het TAM-omgevingsplan ‘Keizerstraat 24, IJzendoorn voor de beeldvormende avond 4 december 2025
Vraag 1 a. Hoe verhoudt de voorgestelde geurnorm van 5,3–5,8 ouE/m³ zich exact tot de nog geldende gemeentelijke geurverordening, waarin 2,0 ouE/m³ als norm voor de bebouwde kom is vastgelegd (onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan)? Antwoord: De voorgestelde geurnorm is exact 3,3 resp. 3,8 ouE/m³ hoger dan de geldende norm. Overigens geldt niet voor de gehele bebouwde kom van Neder-Betuwe een norm van 2,0 ouE/m³. Voor Casterhoven en twee andere woongebieden is deze bepaald op 4,5 ouE/m³. b. Wordt deze verordening door het TAM-plan overschreven of blijft deze elders in IJzendoorn onverkort gelden? Antwoord: De bestaande geurnorm wordt alleen voor de bouwvlakken van de nieuw te bouwen woningen ‘overschreven’ en blijft voor het overige gedeelte van het perceel Keizerstraat 24, en overigens voor geheel IJzendoorn, onveranderd.
Vraag 2 Waarom is gekozen voor precies 5,3 en 5,8 ouE/m³? en hoe bepaald Antwoord: De normen van 5,3 en 5,8 ouE/m3 zijn in overeenstemming met de feitelijke geurbelasting, welke is berekend op basis van de geldende milieuvergunning (zie ook de punten 4 en 5).
Vraag 3 Wordt de gemeentelijke geurvisie uit 2011 geactualiseerd, gezien de afwijking van beleid en norm? – Zo ja: wanneer? – Zo nee: waarom niet? Antwoord: Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de geurverordening (automatisch) onderdeel geworden van het tijdelijk omgevingsplan Neder-Betuwe. Voor de transitie van het tijdelijke naar het permanente omgevingsplan heeft de gemeente de tijd tot 2032. Daarbij is een volgorde bepaald omdat het simpelweg aan tijd en geld ontbreekt om alles tegelijkertijd te doen. Het gebiedsdeel Kernen is momenteel in procedure. Daarna wordt gestart met het onderdeel buitengebied en daarna de bedrijventerreinen. Tot slot komen de verordeningen, waaronder de geurverordening en de bruidsschat. Uw raad is nadrukkelijk meegenomen in dit traject. Dus ja, de verordening wordt aangepast, maar niet op korte termijn. Overigens zou het kunnen dat een aanpassing van de geurverordening nodig is bij de procedure van het omgevingsplan buitengebied, maar daaromtrent zijn nog geen besluiten genomen.
1
Vraag 4 a. Welke vergunning is precies gebruikt als basis voor de V-Stacks-berekening (jaartal, kenmerk, aantal dieren, systeem)? Antwoord: Zie ook de zienswijzennota: vergunning met datum 10 maart 2011 en kenmerk Z/1/00964/UIT/11/19362. Aantal dieren / stalsysteem is gebaseerd op deze vergunning. b. Is deze actuele vergunning ook volledig in werking? Antwoord: Zie volgende punt.
Vraag 5 Is beoordeeld of de gebruikte invoergegevens overeenkomen met de feitelijke bedrijfsvoering van de vleeskalverenhouderij (werkelijk aantal dieren, type stalsysteem, emissie Antwoord: Nee, maar dat is voor deze casus ook niet relevant. Voor het bepalen van de geurnorm dient uit te worden gegaan van een ‘worst-case-scenario’ d.w.z. dat alle mogelijkheden uit de vigerende vergunning worden gebruikt. Dat levert namelijk de hoogste feitelijke geurbelasting op.
Vraag 6 a. Het geuronderzoek kwalificeert het woon- en leefklimaat als "tamelijk slecht". – Op basis van welke inhoudelijke criteria acht het college dit toch aanvaardbaar? Antwoord: Het geuronderzoek is wat betreft terminologie niet helemaal consistent. De kwalificatie ‘tamelijk slecht’ betreft de milieukwaliteit inzake geur. Het begrip ‘woon- en leefklimaat’ is een term die in de ruimtelijke ordening wordt gebruikt en een optelsom is van alle aspecten die spelen, dus niet alleen geur. Om alleen vanuit de milieukwaliteit geur te oordelen dat ook het woon- en leefklimaat dezelfde kwalificatie oplevert, is onjuist. Wij sluiten aan bij de redenering van de Raad van State (zie ook punt 9) dat bij iedere geurbelasting tussen de 2,0 en 8,0 ouE/m3 sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor wat betreft uw vraag over de inhoudelijke criteria zie ook de zienswijzennota onder punt 2 van zienswijze B (v. Westreenen): - De genoemde normen vallen binnen het wettelijke bereik. De gemeente kan voor haar hele grondgebied een norm vaststellen die ligt tussen de 2,0 ouE/m3 en 8,0 ouE/m3. - Het woningbouwplan voldoet aan de eerder geldende wettelijke minimale afstanden tussen een bron en een gevoelig object (Wet geurhinder en veehouderij). Deze minimale afstand is 100m (binnen de bebouwde kom), terwijl de daadwerkelijke afstand 122m bedraagt.
- De gemeente heeft eerder (in haar huidige geurverordening) een norm opgenomen die afweek (4,5 ouE/m3) van de voor het stedelijk gebied gebruikelijke waarde van 2,0 2
ouE/m3. Dit ook ter realisering van woningbouw in het project Casterhoven. Wij beschouwen daarbij het realiseren van woningbouw, als speerpunt van het gemeentelijke ruimtelijke beleid, van groot maatschappelijk belang. -het betreft een locatie die is gelegen tegen het buitengebied, waar een norm geldt van 8,0 ouE/m3. Normaliter kan daar van een hogere acceptatie m.b.t. geur van veehouderijen worden uitgegaan. - We nemen in dit verband ook in aanmerking het ontbreken van klachten m.b.t. de situatie in de directe omgeving van het betreffende veehouderijbedrijf. De klachtenhistorie zegt iets over hoe het bedrijf ervaren wordt door omwonenden, ook door omwonenden die zelfs dichter op de locatie zitten en waar sprake is van een situatie waarbij de feitelijke belasting (veel) hoger is dan de geldende norm. Dat er geen klachten zijn, zegt dan wel degelijk iets over de aanvaardbaarheid van woonbebouwing binnen de invloedssfeer van een veehouderijbedrijf op de rand van de bebouwde kom. - De geurbelaste situatie kan in de toekomst nooit verergeren. Als er sprake is van aanpassingen in de bedrijfsvoering (bijvoorbeeld veebezetting) dient het bedrijf te voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. De norm van 2,0 ouE/m3 die geldt voor IJzendoorn, en voor de woningen die dichterbij zijn gelegen, is dan bepalend.
- Met de initiatiefnemer is overeengekomen dat de aangepaste geurnorm expliciet zal worden medegedeeld aan toekomstige kopers van de woningen. Deze kunnen daarmee zelf afwegen of de situatie m.b.t. de geurbelasting ter plaatse voor hen aanvaardbaar is of niet. b. – Zijn alternatieve interpretatiekaders (GGD/WHO, RIVM) betrokken? Antwoord: Nee, de wettelijke bandbreedte (tussen 2,0 en 8,0 ouE/m3) uit het Besluit kwaliteit leefomgeving is als toetsingskader gehanteerd.
Vraag 7 Hoe verhoudt “tamelijk slecht” zich tot de ambities uit de Omgevingsvisie (gezonde en veilige leefomgeving)? Antwoord: Zie vorige punt.
Vraag 8 Wat gebeurt er als een toekomstige wijziging van de bedrijfsvoering leidt tot een hogere berekende geurbelasting dan nu wordt vastgelegd in het TAM-plan? – Wie wordt dan beperkt? Antwoord: Bij een toekomstige wijziging van de bedrijfsvoering dient te worden voldaan aan de geurverordening c.q. de in het omgevingsplan opgenomen normen. Daarbij zijn de strengste normen en dichtstbij gelegen gevoelige objecten uiteraard het meest bepalend. En 2,0 ouE/m³ is strenger dan 5,3 of 5,8 ouE/m³.
3
Vraag 9 Hoe verhoudt het voorstel zich tot de jurisprudentie van de Raad van State over woonen leefklimaat bij geurhinder, specifiek in situaties waar normen bewust worden verhoogd? Antwoord: Hier is in de zienswijzennota al op in gegaan onder punt 4 bij zienswijze B (v. Westreenen). De wetgever heeft bij een voorgrondbelasting tussen de 2,0 en 8,0 ouE/m³in beginsel al geoordeeld dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat omdat dit de wettelijke range betreft van geurnormen die gemeenten kunnen opleggen. Zie de uitspraak van de Raad van State: ECLI:NL:RVS:2020:2819. Vraag 10 Wat betekent de normverhoging voor toekomstige plannen op andere locaties in IJzendoorn en de gemeente? – Bestaat risico op precedentwerking? Antwoord: Bij toekomstige plannen (zoals woningbouw of andere geurgevoelige functies) dient de gemeente een afweging te maken welke geurnorm aanvaardbaar is. Hiervoor kunnen dezelfde overwegingen worden gebruikt zoals genoemd onder punt 6. Opgemerkt wordt dat de huidige geurverordening al een precedent op afwijking van de huidige norm bevat omdat daarin voor Casterhoven en een tweetal andere woongebieden een afwijkende norm van 4,5 ouE/m³ is opgenomen, welke ook hoger is dan de 2,0 ouE/m³ die voor het grootste deel van de bebouwde kom geldt. Vraag 11 1.
De zienswijzennota vermeldt dat de hogere geurbelasting actief wordt gecommuniceerd aan toekomstige kopers. – Hoe wordt dit geborgd? – Komt er een standaard-clausule in koopovereenkomsten? Antwoord: Dit wordt inderdaad opgenomen in de koopovereenkomsten. Vraag 12 Wordt geurbelasting zichtbaar gemaakt in het DSO (Regels op de Kaart) op perceelniveau zodat burgers het eenvoudig kunnen vinden? Antwoord: Geurbelasting is niet te vinden op het DSO, een geurnorm te zijner tijd wel. De huidige geurverordening is niet digitaal op perceelsniveau voorhanden. Bij een aanpassing daarvan (bij een wijziging van het omgevingsplan) worden de geurnormen wel digitaal op perceelsniveau raadpleegbaar. Wij laten even in het midden of de term ‘eenvoudig’ dan een correcte weergave van zaken zal zijn.
4