Beantwoording technische vragen GB
Tekst van het document
Vragen van Gemeentebelangen over bestemmingsplan Herenland-West 18 juni 2024 20 juni 2024 Toevoeging B&W: Door de fractie Gemeentebelangen is een aantal vragen gesteld over onderdelen van het bestemmingsplan Herenland-West. Wij hebben ervoor gekozen om de beantwoording van deze vragen in hetzelfde document te verwerken. De reactie van B&W op de gestelde vragen is in rood weergegeven. Geur Direct aangrenzend aan het plangebied ligt een (bestemde) veehouderij. In het Geuronderzoek Veehouderijen van 5 september 2023, bijlage 3f, staat op p. 8 dat de dichtstbijzijnde veehouderij op een afstand van 1 meter van het plangebied is gelegen en dat deze veehouderij een belemmering vormt voor het plan Herenland-West. Wettelijk is bepaald dat er een minimale afstand moet zijn van 50 meter tussen de gevel van een dierenverblijf en van een geurgevoelig object (nieuwe woning). Uit het onderzoek volgt dat de afstand tussen het huidige dierenverblijf en de dichtstbijzijnde bouwvlak van het plan 29,8 meter is. In het onderzoek wordt aangegeven dat omdat de veehouderij momenteel niet belemmerd wordt in haar bedrijfsvoering de veehouder haar bedrijf mag veranderen. Hierdoor moet de afstand gemeten worden vanaf het bebouwbare deel van het bouwvlak van de veehouderij en de bouwvlakken van het plan. Deze afstand is maar 11,3 meter.
Geconcludeerd wordt dat dit betekent dat een groot deel van de geplande woningen in het zuidwestelijke deel van het plan (15 woningen) geheel of gedeeltelijk binnen de straal van 50 meter liggen van de theoretische veehouderij. Dit vormt dus een belemmering voor het plan en hier dient rekening mee gehouden te worden of er moet een oplossing voor gerealiseerd worden. Gemeentebelangen heeft dit aangehaald in een gesprek op 16 november 2023 met de Wethouder, gemeentelijke medewerker en twee medewerkers van de Omgevingsdienst regio Rivierenland. Hierin bevestigde de medewerkers van de Odr dit knelpunt op geur. De medewerker van de gemeente gaf aan dat dit aangepast wordt in de definitieve versie. In de Nota van wijzigingen ontwerpbestemmingsplan ‘Herenland West, Opheusden’, bijlage 5, onder hoofdstuk D onder 3 verwezen naar de bijlage ‘Actualisatie onderzoeken geur/geluid/stikstof’. Uit navraag bij de Griffie volgt dat deze bijlage nu niet voor de raad beschikbaar is omdat De ODR momenteel nog bezig is om de voorgenomen aanpassing te verwerken in het geuronderzoek (vooruitlopend op de aanpassing die nog formeel door de raad moet worden vastgesteld). Omdat het aantal woningen dat hinder zou kunnen ondervinden juist afneemt, zal de conclusie zijn dat het bestemmingsplan op dit onderdeel uitvoerbaar is.
Vanwege een zienswijzen met betrekking tot de spuitzonering, wordt de bouw van 9 woningen tijdelijk uitgesteld. De 21 wooneenheden iets meer zuidelijk, blijven wel in het plan staan. 1. Betekent dit dat de raad een besluit moet nemen op dit plan zonder voorafgaand kennis te kunnen nemen van de actualisatie op het aspect geur? Zoals hiervoor cursief is weergegeven zal de beoogde wijziging van het bestemmingsplan leiden tot een verbetering t.a.v. het aspect geur. De ODR heeft de aanpassing inmiddels rekenkundig in het geuronderzoek verwerkt. Het rapport is nog niet gereed. De uitkomsten van de berekeningen tonen aan dat er geen knelpunten meer zijn. Het rapport zal voor de raadsvergadering beschikbaar zijn. 2. Uit het bijgevoegde onderzoek op het gebied van geur blijkt dat er een knelpunt is op geur. Kunt u toelichten of aan de vereiste afstand van minimaal 50 meter tussen de gevel van de 21 wooneenheden en de veehouderij voldaan wordt?
3.
4.
5.
6.
Zoals uit het onderzoek bij het ontwerpbestemmingsplan volgt, reikt de 50 meter zone over een deel van de beoogde bebouwing. Wordt ook voldaan aan de geurcirkel behorende bij de vergunde dieren voldaan? De geurbelasting op de beoogde woningen voldoet aan de normen uit het (tijdelijk) Omgevingsplan (ook wel het Omgevingsplan van rechtswege genoemd, de geurnormen volgen uit de zogenoemde bruidsschat, de rijksregels die van rechtswege in het tijdelijk omgevingsplan zijn opgenomen). Is er sprake van een goed woon- en leefklimaat bij de nieuw geplande woningen nabij de veehouderij? Ja, er wordt voldaan aan de geldende geurnormen. NB. Naar onze mening is er niet echt sprake van een agrarisch bedrijf maar heeft het meer een hobbymatig karakter. Het geuronderzoek gaat evenwel niet uit van hobbymatig gehouden dieren. Voor de ODR bestaat er nog steeds een, weliswaar kleine, veehouderij. Als er inderdaad alleen maar dieren gehouden worden zonder productiedoeleinden (zgn. landbouwhuisdieren), hoeft er volgens de ODR niet getoetst te worden aan geurbelasting, maar alleen aan vaste afstanden. Daar is in het huidige onderzoek niet aan getoetst. Er is volgens de ODR sprake van een zeer beperkte veehouderij. De genoemde afstanden gelden voor zowel kleine als grotere veehouderijen. Alleen hierom kan al worden gesteld dat voor geur sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat.
Wordt de veehouderij aan de Hamsestraat 83 door het huidige plan niet belemmerd in zijn bedrijfsvoering nu en in de toekomst? In onze optiek niet, aangezien er naar onze mening geen sprake is van een agrarisch bedrijf. Omdat de vergunde rechten niet meer gebruikt worden is er in de praktijk volgens de ODR ook geen sprake van een belemmering. Zodra er geen knelpunt meer is inzake de spuitzonering voor de uitgestelde woningen, worden deze woningen dan nog apart getoetst op geur? De afstand van deze uitgestelde woningen tot aan de veehouderij is immers korter dan de afstand van de veehouderij tot aan de locatie voor de 21 wooneenheden en vormen een beperking voor de veehouderij Hamsestraat 83. Nadat uw raad het bestemmingsplan gewijzigd heeft vastgesteld, kunnen er op deze locatie slechts woningen worden gerealiseerd, nadat het omgevingsplan wordt herzien (of er een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt verleend). In dat geval zal deze nieuwe ontwikkeling opnieuw op alle relevante omgevingsaspecten worden beoordeeld.
Waterberging In het plan lezen we dat het hele gebied wordt opgehoogd. Dit om de waterhuishouding te kunnen waarborgen. De bestaande kavels ten oosten van het plangebied, worden niet opgehoord. In de zienswijzen zijn de zorgen van omwonenden te lezen over de gehele waterhuishouding, het onderhoud en er wordt gevreesd voor wateroverlast. Langs het oostelijke deel van het plangebied is als afscheiding een B sloot ingetekend, zie bijlage 3a, Verkaveling. Als wij deze verbeelding naast de verbeelding behorende bij de Nota van wijzigingen, bijlage 5b, aanpassing planverbeelding, leggen, dan lijkt de waterberging aan de oostzijde verdwenen. Hiervoor in de plaats is een voorwaardelijke verplichting voor watercompensatie opgenomen. Opmerking vooraf: de waterberging aan de oostzijde is niet verdwenen. Binnen de bestemming Wonen is ook de aanleg van water (waterhuishoudkundige voorzieningen) toegestaan. Dit was al in het ontwerp van het bestemmingsplan zo bestemd, en wijkt ook niet af van andere bestemmingsplannen in de gemeente.
7. Betekent dit dat het op dit moment onduidelijk is op welke wijze er later, voor realisatie van de woningen, uitvoering wordt gegeven aan de waterberging en dat dit ten koste gaat van het huidige ingetekende ‘groen’ in het plan? Nee, het plan is in zoverre flexibel van opzet. Binnen alle vast te stellen bestemmingen is de aanleg van watergangen mogelijk. De exacte situering zal bij de uitwerking, in samenspraak met het Waterschap, worden bepaald. Om de waterberging te waarborgen is er een voorwaardelijke verplichting opgenomen. 8. Kunt u ook toelichten op welke wijze u kunt waarborgen dat de lager gelegen bestaande kavels geen wateroverlast ondervinden? En op welke wijze wordt het onderhoud van bijvoorbeeld B sloten straks gewaarborgd? Wordt daarbij een beheerstrook ingepast? Dit wordt niet anders gewaarborgd dan elders in de gemeente. Aanwonenden/aangrenzende eigenaren zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van deze B-watergangen. Wij hebben in de zienswijzennota hierover het volgende aangegeven: ”Het noordelijke deel van deze greppel lag reeds jaren tussen particuliere percelen. In dat soort situaties zijn aanwonenden zelf verantwoordelijk voor het onderhoud. Bij het bouwrijp maken van het plangebied kunnen wij eenmalig deze greppel profileren. In de verkoopstukken zullen wij de onderhoudsplicht expliciet benoemen”.
Spuitzonering Zienswijzenindiener E, haalt in zijn zienswijzen onder 3 de stelling van het college aan dat er op zijn bedrijf geen chemische gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Dit is echter onjuist en er wordt verzocht om hier rekening mee te houden en een minimale afstand van 50 meter vrije zone te bestemmen vanwege het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. In de reactie door het college is aangegeven dat hier rekening mee is gehouden door een deel tijdelijk niet te ontwikkelen en voorlopig te bestemmen als groen. 9. Als wij de verbeelding die is bijgevoegd bij het ontwerpbestemmingsplan die op 25 oktober 2010 ter inzage is gelegd, en de verbeelding die nu is bijgevoegd (bijlage 1), met elkaar vergelijk, zien wij wel dat water naar groen is omgevormd maar welke woningen worden nou voorlopig uitgesteld? Kunt u dat verduidelijken? Bijlage 1 betreft de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan. Bijlage 5B betreft de planverbeelding zoals die door uw raad wordt vastgesteld. Hieruit valt goed af te leiden welk bouwvlak/welke woningen vervallen. 10. Is er nu een afstand van 50 meter spuitzone gemeten vanaf de erfgrens van het bedrijfsmatige perceel tot aan de erfgrens van het bestemmingsvlak wonen? Het bouwvlak van de geprojecteerde woningen ten zuiden van het perceel wordt weggenomen, dus wordt voldaan aan deze afstand.
Ten overvloede merken wij nog op dat wij met de betreffende ondernemer hebben gesproken en ook hebben afgesproken dat wij initiatieven voor verplaatsing van dit bedrijf met een positieve grondhouding zullen beoordelen. Dat is voor deze ondernemer reden om zijn zienswijze te heroverwegen en geen beroep in te dienen tegen het bestemmingsplan. Ontsluiting Uit de zienswijzen is af te leiden dat er zorgen zijn om de komst van de ontsluitingsweg. Dit is echter geen onderdeel van dit plan. Wij zien echter wel een samenhang voor de definitieve invulling van dit gebied, zowel voor het verkeer als de leefbaarheid. Ook voor een goed ecologisch plan en de waterberging is er samenhang. Daarbij verzoekt ook Waterschap verzoekt om een integrale studie voor de waterberging. 11. Wat is de reden om dit niet in één plan op te nemen? Er is sprake van twee bestemmingsplannen die ook niet gelijktijdig in procedure zijn gebracht. Daarom zijn de onderzoeken naar de uitvoerbaarheid van de plannen ook gericht op de afzonderlijke plannen. Dat wil niet zeggen, en daarover voeren wij ook het gesprek met het
Waterschap, dat wij bij de uitwerking van de twee plannen, een integrale benadering zullen hanteren. 12. Heeft het ecologische onderzoek zich beperkt tot het gebied van het nu voorliggende plan of is er breder in de omgeving gekeken, dus ook daar waar de ontsluitingsweg komt? Het ecologisch onderzoek voor Herenland is gericht op het plangebied van Herenland. Daarbij wordt ook de omgeving van het plangebied beschouwd. Voor de ontsluitingsweg geldt het bestemmingsplan Randweg. In het kader van dat bestemmingsplan is tevens ecologisch onderzoek uitgevoerd. Ecologie In een aantal zienswijzen wordt het aspect ecologie aangehaald. In 2021 voerde onderzoeksbureau VIRIDIS een quickscan uit en adviseert voor de soorten als genoemd in tabel 7.1 op pagina 27 van de quickscan, nadere onderzoeken uit te voeren. Dit nadere onderzoek wordt uitgevoerd door Econsultancy, maar dan wel op basis van een eigen quickscan. Opvallend is dat bij de onderzoeken door Econsultancy adviezen van VIRIDIS niet uitgevoerd worden, zoals onderzoek naar de ‘Platte schijfhoren’, de ‘Heikikker’ en ook de voortoets Natura 2000 gebied Rijntakken. 13. Waarom is er opdracht gegeven een tweede quickscans uit te laten voeren door Econsultancy? Omdat het plangebied tijdens het planproces werd uitgebreid, is ervoor gekozen om de quickscan ook opnieuw uit te voeren voor het totale gebied.
Goede ervaringen met Econsultancy hebben geleid tot het gunnen van de opdracht aan deze partij. Econsultancy concludeert dat het plangebied niet geschikt is voor de genoemde soorten. T.a.v. het onderdeel Stikstof is door Econsultancy wel aangegeven om nader onderzoek te doen. Dat is ook uitgevoerd. In de zienswijzen lezen we dat er ook marters gezien zijn door bewoners, maar de aanwezigheid volgt niet uit de conclusie van het onderzoek hiernaar. Er is inmiddels een nieuw kennisdocument BIJ12 voor onderzoek naar kleine marters. 14. Is het onderzoek naar marters conform dit nieuwe kennisdocument uitgevoerd? Econsultancy is een gerenommeerd adviesbureau (lid van Netwerk Groene Bureaus). Het onderzoek naar de marters is door Econsultancy in 2023 uitgevoerd, het kennisdocument van BIJ12 is gepubliceerd in januari 2024. Het onderzoek is uitgevoerd overeenkomstig de ‘handreiking kleine marterachtigen in relatie tot soortbescherming’ (Bouwens, 2017). Dit was op dat moment de meest gerenommeerde handreiking voor kleine marteronderzoek. Voor de beschermde poelkikker (rode lijst) dient een activiteitenplan voor de ontheffingsaanvraag opgesteld te worden. 15. Wat is hier de actuele stand van zaken? Dit zal voorafgaand en parallel aan de uitwerking van de plannen worden voorbereid.
Voor dat de werkzaamheden ter plaatse van de watergangen wordt aangevangen, dient de ontheffing te zijn verleend. Dit vormt evenwel geen belemmering om het bestemmingsplan vast te stellen. Biodiversiteit 16. In hoeverre worden er in het nieuwbouwplan biodiversiteitverhogende elementen opgenomen, te denken valt aan inbouwnestkasten voor huismus, gierzwaluw en vleermuis, bloemen en waardplanten voor bijen en vlinders, bijenhotels, natuurvriendelijke oevers, overhoekjes? Dit aspect is niet expliciet geregeld in het bestemmingsplan, maar kan bij de uitwerking van het plan weldegelijk een plek krijgen. De bestemmingen sluiten dit soort voorzieningen in ieder geval niet uit.
Opmerkelijk Pagina 15 van de zienswijzennota staat dat er een belanghebbende van de gemeente geen zienswijze mocht indienen. In de reactie wordt hier door het college niet op ingegaan. 17. Kunt u toelichten waar hier op gedoeld wordt? De gemeente heeft de bestaande woning aan de Hamsestraat in 2019 verkocht. De koper van deze woning is uiteraard geïnformeerd over de woningbouwplannen en in de koopovereenkomst is een bepaling opgenomen dat deze nieuwe bewoner van een pand midden in het plangebied Herenland-west geen bezwaar gaat maken tegen de voorgenomen woningbouwontwikkeling.