AMENDEMENT (concept) - Wijziging gemeenschappelijke regeling Avri
Tekst van het document
Datum raadsvergadering: Agendapunt nr.: Raadnummer: Leden voor: Leden tegen: Resultaat:
8 februari 2024 Invullen RAAD/23/03385 Vult griffie in Vult griffie in Amendement aangenomen/verworpen
AMENDEMENT Onderwerp:
Zienswijze wijziging gemeenschappelijke regeling Avri
De raad van de gemeente Neder-Betuwe in vergadering bijeen op 8 februari 2024; spreekt het volgende uit: de raad constateert dat: - de raad in gelegenheid wordt gesteld, door het indienen van een zienswijze, om wensen en bedenkingen mee te geven op de voorgestelde wijzigingen van de gemeenschappelijke regeling Avri; de raad heeft nagedacht over en houdt rekening met: - dat er bij uittreden van gemeenten nu alleen een zienswijze wordt gevraagd aan de raad van de uittredende gemeente, terwijl aan de achterblijvende gemeenten in het voorstel geen zienswijze wordt gevraagd; - de raden in 2019 een motie hebben aangenomen die stelt dat raden/griffies voorafgaand aan een regionaal traject dienen te worden geconsulteerd over de planning alvorens de stukken naar de raden te zenden; - de bepaling over evaluatie een relatief hoge drempel opwerpt, namelijk een meerderheid in het algemeen bestuur; de raad vindt dat: - alle raden in de gelegenheid gesteld moeten worden om een zienswijze in te dienen wanneer één of meerdere partners uittreden uit de gemeenschappelijke regeling; - de bepalingen over belangenverstrengeling (artikel 12) en risico-opslag (artikel 38a) niet voldoende helder zijn; - evaluatie moet plaatsvinden indien ten minste twee gemeenten hierom verzoeken; de raad besluit het voorstel vast te stellen, maar als volgt aan te passen: 1.
uit het bestaande beslispunt te verwijderen: “a. Avri” (onder hernummering); 2. een beslispunt toe te voegen, luidend: “in te stemmen met de zienswijze op de voorgenomen wijziging van de gemeenschappelijke regeling Avri, met dien verstande dat de navolgende tekst in de zienswijze wordt toegevoegd: Indienen zienswijzen door raden In artikel 8a wordt aangegeven dat de raden van deelnemende gemeenten binnen een termijn van acht weken een zienswijze kunnen indienen op de kadernota en op het vaststellen of wijzigen van de participatieverordening. Wij vinden dat alle raden ook de gelegenheid moeten hebben om een zienswijze in te dienen over de voorlopige uittreedsom bij uittreding van een deelnemer. Voorts vinden wij, in lijn met een in 2019 aangenomen motie, dat de termijn van acht weken zoals bepaald in dit artikel pas kan ingaan nadat over de concrete behandelwijze met de raden/griffies afstemming is gezocht. Belangenverstrengeling In artikel 12 staat dat een lid van het algemeen bestuur niet deelneemt aan stemming over een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken. Het lijkt ons goed te verhelderen hoe zich dit verhoudt tot zaken Postbus 20 | 4043 ZG Opheusden | Burgemeester Lodderstraat 20 | 4043 KM Opheusden | telefoon 14 0488 |www.nederbetuwe.nl | info@nederbetuwe.nl
die de gemeente aangaan waarvan betrokkene de afgevaardigde in het algemeen bestuur is. Voorts is het wenselijk aan te geven of betrokkene wel mag deelnemen aan beraadslagingen. Als het gaat om stemmingen over personen is het wenselijk te verhelderen (bijv. in een toelichting, die als bijlage onderdeel uitmaakt van de GR-tekst) in hoeverre AB-leden op zichzelf mogen stemmen als het gaat om stemmingen over bijv. benoeming van DB-leden. Evaluatie In artikel 35 staat dat evaluatie pas kan plaatsvinden na een besluit daartoe van het algemeen bestuur. Bij enkele andere gemeenschappelijke regelingen volstaat een minderheid van bijvoorbeeld twee leden. Wij stellen voor dat een evaluatie plaatsvindt na een verzoek daartoe van twee leden, op dezelfde wijze zoals is opgenomen in de voorgestelde gemeenschappelijke regeling Regio Rivierenland. Risico-opslag bij uittreding In artikel 38a lid 7 wordt een uittredende gemeente gevrijwaard van alle toekomstige onvoorzienbare kosten nadat een risico-opslag van 3% in rekening is gebracht. In de huidige formulering is het onvoldoende duidelijk dat deze 3% aanvullend is op de berekende kosten voor uittreding.
Daartoe zou lid 7 moeten luiden: “In aanvulling op de berekening van kosten voor uittreding zoals bedoeld in het zesde lid, waarbij ook kosten berekend zijn om een afkoopsom van voorziene risico's te bepalen, wordt een risico-opslag van 3% toegepast (...)".
Naam/namen en ondertekening indiener(s)
E.P. Arends (SGP)
Pagina 2 van 2
/RAAD/23/03342