Advies Capra
Tekst van het document
Uitsluitend per e-mail: @nederbetuwe.nl
5.1.2e
PERSOONLIJK/VERTROUWELIJK Aan de Gemeente Neder-Betuwe T.a.v. de heer A.J. Kottelenberg, burgemeester D.t.v. 5.1.2e Burg. Lodderstraat 20 4043 KM OPHEUSDEN
20 maart 2026 Gemeente Neder-Betuwe / bestuurlijke aangelegenheid Onze referentie: D42215/MST/MD 5.1.2e
Geachte heer Kottelenberg, Via uw medewerker 5.1.2e situatie.
hebt u mijn advies gevraagd over de volgende
Inleiding 5.1.2e
heeft omstreeks de jaarwisseling 2019/2020 een perceel gekocht ten behoeve van een onderneming die zich richt op de boomteelt met als oogmerk om op datzelfde perceel bedrijfsgebouwen te plaatsen en een woning die hijzelf met zijn gezin zou willen betrekken. Om allerlei redenen van ruimtelijke ordeningsrecht, waaronder het beleid zoals opgenomen in de beleidsnotitie ‘Criteria nieuwe agrarische bouwpercelen’, kon 5.1.2e volgens 5.1.2e de gemeente geen woning realiseren. had echter al woonunits geplaatst. Dat leidde tot klachten van andere burgers en tot een handhavingsprocedure. 5.1.2e heeft tegen een in dat verband genomen besluit tot oplegging van een last onder dwangsom bezwaar gemaakt, welk bezwaar bij besluit van 10 augustus 2020 werd aangemerkt als ongegrond.
Een prominent onderdeel van die procedure maakte uit dat 5.1.2e zich beriep op het 5.1.2e vertrouwensbeginsel. Wethouder zou toezeggingen hebben gedaan waar 5.1.2e zijn handelen op had gebaseerd. Zijn beroep op toezeggingen slaagde echter niet. De beslissing op bezwaar van 10 augustus 2020 staat in rechte vast.
De kwestie is daarna nooit tot rust gekomen. De situatie is nu dat 5.1.2e vindt dat Wethouder 5.1.2e niet integer heeft gehandeld, en ook aan uw adres worden opmerkingen gemaakt. Zo zou u uw wettelijke rol als hoeder van de integriteit niet goed invullen. 5.1.2e
, althans zijn gemachtigde 5.1.2e , heeft recentelijk het college, u en de gemeenteraad benaderd met een aantal brieven. Ik richt mij op de brieven aan de gemeenteraad van 14 februari 2026, waarin 5.1.2e via zijn gemachtigde zijn bezwaren tegen de gehele gang van zaken uiteenzet en aandringt op een extern, onafhankelijk onderzoek naar wethouder 5.1.2e en 5.1.2e en op 5.1.2e de brief van 12 maart 2026, waaruit begrepen kan worden dat geen genoegen neemt met nadere uitleg van het college, zoals vastgelegd in een ambtelijk opgesteld feitenrelaas, en uw afwijzende reactie op het ook aan u gerichte verzoek om een onafhankelijk onderzoek in te stellen. Thans komt de zaak aan de orde in een spoedzitting van de Raad op 24 maart aanstaande. Vraagstelling U hebt mij gevraagd om een impressie van het dossier en daarop gebaseerde toets van uw keuze om geen (extern) onafhankelijk onderzoek in te stellen, tegen de achtergrond van de inhoud van de recente brieven van 5.1.2e en met het oog op de aanstaande behandeling van de kwestie in de Raad. Ik merk hierbij vooraf op dat ik niet in de gelegenheid ben geweest het gehele dossier te lezen. Ik heb een zeer uitgebreid dossier ter beschikking gehad, recente correspondentie met de gemachtigde van 5.1.2e en het intern opgestelde feitenrelaas.
Ik heb mij gericht op grondige lezing van met name de brieven van 16 februari 2026 en 12 maart 2026 aan de gemeenteraad en uw eigen feitenrelaas. Overwegingen Ik stel voorop dat waar 5.1.2e in zijn brief van 14 februari 2026 spreekt van serieuze juridische en bestuurlijke omissies die duiden op mogelijk niet-integer handelen van betrokkenen, in het bijzonder wethouder 5.1.2e , het gaat om flinke aantijgingen die reden kunnen geven voor onderzoek, al was het maar om deze kwestie die al zes jaar loopt te kunnen afronden. Een dergelijk onderzoek is echter belastend en kostbaar, en er is al een onderzoek geweest, althans vanuit de ambtelijke organisatie is een feitenrelaas opgesteld met als doel een duidelijk beeld te geven van het verloop van deze kwestie vanaf het begin. Bovendien heeft 5.1.2e al in een vroeg stadium juridische mogelijkheden benut die met inzet van uw onafhankelijke bezwarencommissie hebben geleid tot een besluit waarin het voor een belangrijk gedeelte al ging om zaken die nu nog steeds worden aangedragen. 2
Dat besluit is niet aangevochten, althans een ingesteld beroep werd ingetrokken, waarmee het besluit in rechte vast is komen te staan. Dit brengt ook met zich dat voor diverse kwalificaties die 5.1.2e laat koppelen aan de feitelijke situatie geen juridische grondslag is. Zo kan 5.1.2e niet stellen dat hij werd geconfronteerd met onterecht handhavend optreden. Immers, de rechtmatigheid van het initiële handhavende optreden staat in rechte vast. Vanuit mijn perspectief als relatieve buitenstaander vraag ik mij vervolgens af waar 5.1.2e 5.1.2e op doelt als hij stelt dat er na jaren geen enkel uitzicht op een doorbraak is, waar hij zelf er om hem moverende redenen voor heeft gekozen om een openstaande onafhankelijke rechtsgang, waarin alle aspecten aan de orde hadden kunnen worden gesteld, waaronder ook het steeds herhaalde beroep op het vertrouwensbeginsel, onbenut te laten. Ik merk daarbij op dat ik geen exact zicht heb op andere procedures sinds augustus 2020. Als het gaat om het benutten van 5.1.2e van zijn perceel heb ik echter de indruk dat er geen directe procedures lopen. In de kern gaat dit hele geschil over de mogelijkheden en onmogelijkheden op het vlak van ruimtelijke ordening met het door 5.1.2e aangekochte perceel aan de 5.1.2e / 5.1.2e . Juridisch gezien stonden naar het mij voorkomt de posities al in augustus 2020 vast.
Dat neemt niet weg dat in de periode erna nog heel veel is gebeurd, en dat buiten de context van het eerste geschil er sprake kan zijn van onjuist gedrag van ambtenaren of collegeleden. In dat verband heb ik mij nader gericht op de punten die 5.1.2e in zijn brieven van 14 februari en 12 maart 2026 aandraagt om zijn kwalificaties te schragen en in verband daarmee een onderzoek te vragen. Ik zal die, op basis van de kennis van het dossier die ik heb, bespreken en aldus tot een inschatting komen of u in de brieven van 5.1.2e al dan niet goede redenen kunt vinden om toch een onderzoek in te stellen. Ik herhaal hierbij nogmaals dat ik niet alle informatie heb kunnen lezen, daarvoor is het eenvoudigweg te veel. Bovendien heb ik niet alle informatie, zo begrijp ik dat er zeer veel app-berichten zijn uitgewisseld tussen 5.1.2e 5.1.2e en 5.1.2e , en ook heb ik niet alle correspondentie waarnaar in het feitenrelaas wordt verwezen. Aldus kom ik tot het volgende. Vele gesprekken en verzoek om onderzoek spreekt van vele gesprekken met deskundigen en de contacten met het college, en dan met name wethouder 5.1.2e en de burgemeester, en van het 5.1.2e persoonlijk aanspreken van wethouder en een verzoek tot het houden van een onderzoek aan het adres van de SGP.
5.1.2e
3
Los van het gegeven dat het 5.1.2e kennelijk lukte om steeds daadwerkelijk in contact te staan, is het enkele gegeven dat veel contacten hebben plaatsgevonden zonder dat het door 5.1.2e beoogde resultaat werd bereikt, geen aanwijzing voor nietinteger handelen. Doorlopende contacten hoeven nu eenmaal niet te resulteren in een voor 5.1.2e gewenste uitkomst. Het enkele gegeven dat 5.1.2e op 26 januari 2026 aan het college heeft gevraagd een onderzoek in te stellen en vroeg welke maatregelen het college voornemens was te treffen met betrekking tot 5.1.2e , levert ook geen dragend argument op. Betrokkenheid van 5.1.2e Het deskundigenadvies zoals 5.1.2e dat in oktober 2022 heeft gegeven heeft geen vervolg gekregen, maar dat gegeven levert ook net zomin een zelfstandig argument op voor nader onderzoek in het heden. Ik denk dat u als burgemeester in de door 5.1.2e aangehaalde passage reeds goed 5.1.2e weergeeft waarom een nadere opdracht aan niet aan de orde hoefde te zijn: vermoedde strijd met het beleid (‘niet gewenste ontwikkelingen in het buitengebied’) en precedentwerking. Waar 5.1.2e spreekt van toegezegde medewerking, onderbouwt hij dat niet. In ieder geval is er wel medewerking gegeven voor zover het voortzetting van besprekingen betreft. Echter, die hoeven zoals gezegd niet te resulteren in een voor 5.1.2e 5.1.2e gewenste uitkomst. 5.1.2e
haakt aan bij uw opmerking ‘ook politiek zal dit een stevige dobber worden’, hij vindt dat u nooit hebt uitgelegd waarin die gevoeligheid schuilt en dat werkt tot op de dag van vandaag door. De politieke gevoeligheid zou u immers redenen moeten geven tot het instellen van een onafhankelijk onderzoek. Het is maar wat onder politieke gevoeligheid wordt verstaan. Ik lees in uw opmerking niet meer en niet minder dan dat als de gemeente in strijd handelt met het eigen beleid, niet alleen individuen zich daartegen kunnen keren, maar er ook politieke vragen kunnen ontstaan. Dat is logisch en levert in het heden geen reden op om een extern onafhankelijk onderzoek te starten.
Whatsapp van de Wethouder Het WhatsApp-bericht “Stop nu eens met die appjes, Ik ben serieus aan het kijken naar je mail. Als dit zo doorgaat trek ik de stekker eruit en doen we niets”, klinkt niet professioneel, maar levert op zichzelf ook geen reden op om een nader onderzoek te houden. Daarbij begreep ik dat wethouder 5.1.2e vele mails en lange app-berichten van 5.1.2e 5.1.2e kreeg, waaronder een brief van 18 augustus 2025, waar ik later nog op terugkom.
4
5.1.2e
De rol van 5.1.2e kan ik wat moeilijker duiden. Vanuit mijn professie (advocatuur) vind ik het minder gelukkig dat hij eerst 5.1.2e adviseerde, en later een andere bewoner met deels tegengestelde belangen. Ik kan mij voorstellen dat dit verloop bij 5.1.2e heeft geleid tot wantrouwen jegens 5.1.2e . Het is invoelbaar dat het voor hem ongelukkig was dat een adviseur, die inzicht had in zijn belangen en overwegingen later namens iemand met andere belangen dan die van hem, over een samenhangende kwestie met de gemeente praat. Ik heb vervolgens de indruk dat hetgeen 5.1.2e daarover laat aandragen in zijn brief van 16 februari 2026 sterk verweven is met de inhoud van het dispuut op het vlak van ruimtelijke ordening en dat 5.1.2e prima in staat is binnen de daarvoor bestaande wettelijke mogelijkheden zijn punten aan te dragen. Ik zie aldus geen duidelijke raakvlakken met de integriteit van het college of 5.1.2e . Weliswaar kan een bestuursorgaan een gemachtigde weigeren, zie artikel 2:2 lid 1 Awb, maar dat kan alleen als er tegen deze gemachtigde ernstige bezwaren bestaan, zodat de drempel hoog ligt. Voorop staat echter dat de gemeente zich niet kan uitlaten over 5.1.2e die immers geen onderdeel uitmaakt van de gemeente. Ik onderschrijf wat dat betreft uw antwoord van 26 februari 2026.
SGP-bestuur Als vervolg hierop, met zijn klachten over het SGP-bestuur lijkt 5.1.2e mij bij u en uw Raad eveneens aan het verkeerde adres. De manier waarop het SGP-bestuur is omgegaan met de klacht van 5.1.2e , kan het college niet aangerekend worden. Verwevenheid 5.1.2e / SGP Ik teken hierbij aan dat de verwijzing van 5.1.2e naar de betrokkenheid van 5.1.2e 5.1.2e bij de SGP en het gegeven dat 5.1.2e namens de SGP in het college zetelt, duidelijk maakt hoezeer de schijn van dubbele petten en belangenverstrengeling nadelig kan uitpakken voor de beeldvorming. Daarbij dient echter gesteld te worden dat 5.1.2e niet aantoont op welke wijze een basis voor onrechtmatig handelen is gelegd en hoe de rechtmatigheid van gemeentelijke besluitvorming is ondermijnd, zoals hij stelt. Anders gezegd, 5.1.2e legt geen feitelijke koppeling tussen het bij hem bestaande beeld en rechtmatigheid dan wel onrechtmatigheid van hem ten deel gevallen besluitvorming, nog daargelaten dat al in 2020 duidelijk was dat 5.1.2e 5.1.2e meer wilde met zijn perceel dan de wet en regelgeving volgens de gemeente toestonden. Hoe dan ook, 5.1.2e zal ook ten aanzien van dit punt concrete aanwijzingen moeten kunnen duiden om een nader onderzoek te rechtvaardigen en dat die aanwijzingen mis ik.
5
Integriteit De 5.1.2e neemt ferme standpunten in onder het kopje “hogere integriteitsvraagstukken en juridisch kader” en hoezeer hij het in algemene zin ook bij het rechte eind heeft als hij stelt dat het gemeentebestuur op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en Gemeentewet de verplichting heeft om zorgvuldig en onpartijdig te handelen, waarbij belangen eerlijk en transparant moeten worden afgewogen, zie ik in de brief van 14 februari 2026 aan de Raad en de brief van gelijke datum aan u, onvoldoende feitelijke grondslag om ervan uit te gaan dat uw college dan wel 5.1.2e of u in strijd met deze waarden en daarop gebaseerde normen hebben gehandeld. Conclusie naar aanleiding van de brief van 12 maart 2026 Slotsom mijnerzijds is dat u in uw brief van 26 februari 2026 aan de gemachtigde van 5.1.2e terecht stelt dat hij geen enkel feit, geen enkel argument en geen enkele omstandigheid [heeft] aangedragen dan wel in het feitenrelaas te vinden [is] die wijst op nietinteger handelen. 5.1.2e
De nieuwe brief van 12 maart 2026 Op 12 maart 2026 schrijft de gemachtigde van 5.1.2e een nieuwe brief aan de gemeenteraad. Daarin trekt hij de onafhankelijkheid en de zorgvuldigheid van de gevolgde procedure, die erin heeft bestaan dat het college een ambtenaar een feitenrelaas heeft laten opstellen, in twijfel. De gemachtigde stelt dat als een bestuurder onderwerp is van een integriteitsmelding hij het van belang vindt dat een onderzoek onafhankelijk plaatsvindt, zodat iedere schijn van belangenverstrengeling wordt voorkomen. Hij vervolgt met de opmerking dat u als burgemeester met een bijzondere verantwoordelijkheid voor het handhaven van de bestuurlijke integriteit anders had moeten handelen, althans zo lees ik de brief. Temeer nu u op momenten actief betrokken bent bij het dossier waar het om gaat, en heeft uitgesproken dat het gaat om een politiek lastig dossier, zou u, zo lees ik de brief, een onafhankelijk onderzoek moet instellen. Daarbij stelt de gemachtigde van 5.1.2e dat het feitenrelaas onjuistheden bevat. Zo verbaast het hem dat correspondentie tussen het SGP-bestuur en de gemachtigde in het 5.1.2e relaas is opgenomen en zou, in de context van de brieven die de gemachtigde aan het 5.1.2e heeft gestuurd, een onjuiste opmerking zijn gemaakt over gebruikmaking van een hoormogelijkheid.
Hij kondigt een eigen feitenrelaas aan en benoemt dat hij wederom bij u heeft aangedrongen op het initiëren van een onafhankelijk onderzoek. Hij kondigt daarbij bovendien aan dat als u niet aan zijn verzoek gehoor geeft, hij de kwestie zal voorleggen aan de commissaris van de Koning en hem zal verzoeken een onafhankelijk integriteitsonderzoek te laten uitvoeren. Ik heb deze nieuwe brief gelezen tegen de achtergrond van de vraag of deze ten opzichte van zijn eerdere brief tot nieuwe inzichten zou moeten leiden.
6
In dat verband vind ik in de eerste plaats van belang dat het enige onderdeel ten aanzien waarvan de gemachtigde van 5.1.2e daadwerkelijk stelt dat het feitenrelaas een onjuistheid bevat geen betrekking heeft op communicatie met de gemeente, maar op communicatie tussen hem en het 5.1.2e Op zich kan ik mij de verbazing van 5.1.2e dat briefwisselingen tussen het 5.1.2e 5.1.2e en de gemachtigde van 5.1.2e zich in een ambtelijk dossier bevinden nog wel voorstellen, maar uit de toelichting die ik kreeg van 5.1.2e begreep ik dat 5.1.2e 5.1.2e de gemachtigde van deze informatie zelf bij heeft aangeleverd en dat deze de informatie heeft gedeeld met de opsteller van het feitenrelaas. Strikt genomen had die informatie misschien niet opgenomen hoeven te worden in het feitenrelaas, maar nu dat wel het geval is, doet dat geen afbreuk aan het feitenrelaas als geheel, dat een gedegen indruk maakt en getuigt van een consistente lijn. Aangezien 5.1.2e in de overige onderdelen van zijn brief van 12 maart 2026 geen inhoudelijke argumenten aandraagt die inzet van het zware middel van een onafhankelijk onderzoek rechtvaardigen, zie ik in de brief geen reden voor u als burgemeester om hier anders tegenaan te kijken. Slotconclusie Tot zover mijn beschouwing. Ik zie geen objectieve gronden voor schending van integriteit. 5.1.2e heeft daarvoor (veel) te weinig aangedragen.
U moet een integriteitsmelding serieus nemen, dat spreekt voor zich, maar waar de besluitvorming door de gemeente consistent, onderbouwd, in lijn met het beleid, en transparant overkomt, zie het feitenrelaas, zie ik in de interpretaties, veronderstellingen, onvrede, teleurstelling en verwijten zonder bewijs onvoldoende feitelijke, concrete of objectieve basis om een onafhankelijk integriteitsonderzoek te rechtvaardigen. In het vervolg ga ik nog in op een aantal losse onderdelen. Diverse onderwerpen De brief van 18 augustus 2026 In de eerste plaats vertelde 5.1.2e dat een brief van de gemachtigde van 5.1.2e aan wethouder 5.1.2e van 18 augustus 2025 niet betrokken is in het feitenrelaas. Dat feit zal onder ogen moeten worden gezien. 5.1.2e
De brief bevat nogal forse persoonlijke aantijgingen aan het adres van wethouder 5.1.2e 5.1.2e , waarvan het maar de vraag is in hoeverre deze terecht zijn, maar bevat in de voorlaatste alinea ook een kort formeel verzoek namens 5.1.2e om handhavend op te treden tegen de (illegale) bewoning door de familie van 5.1.2e . Het antwoord van de gemeente aan de gemachtigde in de brief van 24 februari 2026 aan 5.1.2e klopt dus
7
niet, met dien verstande dat de ondertekenaar niet van de brief afwist en vanuit zijn perspectief dus kon stellen dat een formeel verzoek niet bekend was. Wat ook de reden moge zijn dat dit onderdeel van deze brief geen vervolg heeft gekregen, dat zal alsnog moeten gebeuren, met allicht enige uitleg waarom het indertijd niet meteen is gebeurd. Ik voeg hieraan toe dat als 5.1.2e vindt dat een formeel verzoek aan de gemeente, althans het college, ten onrechte niet in behandeling is genomen, hij de mogelijkheid had en heeft om daartegen rechtsmiddelen aan te wenden, hetgeen hij niet heeft gedaan. Raadsenquete Een tweede punt waar ik nog aandacht voor vraag is dat waar ik in de aangedragen argumenten geen reden zien voor onafhankelijk extern onderzoek, om reden dat ik de indru heb dat het interne onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en de gemachtigde van 5.1.2e 5.1.2e geen feitelijk onderbouwde argumenten aandraagt om wel een dergelijk onderzoek te houden, de kans bestaat dat uw gemeenteraad gebruik maakt van het enquêterecht zoals opgenomen in artikel 155a en verder van de Gemeentewet. Een besluit daartoe kan genomen worden bij eenvoudige meerderheid waarna de gemeenteraad zelf een verzoek kan instellen met inachtneming van de eisen die de Gemeentewet eraan stelt. Met vriendelijke groet,
5.1.2e
8
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens definitief geanonimiseerd op grond van: Wet
Artikel
Omschrijving
Pagina's
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub e
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer
1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8