A59-20 - Uitvoering handhaving recreatiepark Rivierendal en landelijke instructieregel
Tekst van het document
T.a.v. de Raad Burgemeester Lodderstraat 20 4043KM OPHEUSDEN
uw brief van uw kenmerk ons kenmerk behandeld door bijlage(n)
13 oktober 2025
Opheusden,
{{esl:signer2:SigningDate:size(200,18)}}
Z/23/097042/258937 Fysieke Pijler -
Onderwerp: Beantwoording schriftelijke vraag aan het college van B&W Uitvoering handhaving recreatiepark Rivierendal en landelijke instructieregel Geachte heer/mevrouw, We hebben van uw lid de heer J. van Neerbos (PvdA) schriftelijke vragen ontvangen over de uitvoering van de handhaving op de recreatieparken. In deze brief beantwoorden wij deze vragen. Vraag 1: Opschorting uitvoering handhaving Is het college bereid om de uitvoering van het handhavingstraject op recreatiepark Rivierendal tijdelijk op te schorten, in afwachting van de vaststelling en inwerkingtreding van de landelijke instructieregel permanente bewoning recreatiewoningen? Antwoord college Nee. We hebben deze vraag al eerder uitgebreid beantwoord in Raadsbrief RIB-64 - Zienswijze gemeente op concept-instructieregel in consultatie Vraag 2 Voorbereiding op nieuwe landelijke regels Op welke wijze bereidt het college zich voor op de uitvoering van deze instructieregel, die beoogt bestaand gebruik (bewoning vóór 16 mei 2024) onder voorwaarden tijdelijk toe te staan? Is het college bereid om in kaart te brengen hoeveel bewoners van Rivierendal mogelijk onder dit overgangsregime zouden vallen? Antwoord college De instructiemaatregel is zeer recent door de minister van VRO in procedure gebracht, tegen het advies van vrijwel alle gemeenten en provincies in.
Ook door de Dienst Toeslagen is gewezen op de onuitvoerbaarheid van deze instructiemaatregel. Kamerbrief over besluit over permanente bewoning recreatiewoningen | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl De minister heeft desondanks de instructiemaatregel toch in procedure gebracht onder de toezegging dat de uitvoerbaarheid verder moet worden onderzocht. De behandeling is echter gestuit door de Eerste Kamer. De minister wordt verzocht geen onomkeerbare stappen te zetten over het ontwerpbesluit, totdat de behandeling in de eerste Kamer is afgerond. Het college acht het niet zinvol om voorbereidingen te treffen op voorgenomen wetgeving die nog in ontwerp en volop in discussie is.
Postbus 20 | 4043 ZG Opheusden | Burgemeester Lodderstraat 20 | 4043 KM Opheusden | telefoon 14 0488 |www.nederbetuwe.nl | info@nederbetuwe.nl
Vraag 3 Beleidsmatige gelijkheid en proportionaliteit Waarom is er gekozen om uitsluitend op Rivierendal actief te handhaven, terwijl andere recreatieparken met een vergelijkbare planologische status nog niet worden onderzocht? Acht het college deze selectieve handhaving proportioneel en in lijn met het gelijkheidsbeginsel? Antwoord college Ons Handhavingsbeleid recreatieparken betreft alle recreatieparken in onze gemeente. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen het ene of het andere park. Ons college verwacht dat er op meer recreatieparken sprake is van strijdig gebruik met het Omgevingsplan. Uw raad heeft nu budget vrijgemaakt voor de handhaving op recreatiepark Rivierendal. Qua capaciteit is dat een omvangrijke opgave. Doordat de opgave vraagt om een zorgvuldig en intensief proces is dat een gefaseerde aanpak noodzakelijk. Het is ook van belang om de aanpak integraal te doen. We blijven uw raad nadrukkelijk meenemen bij de verschillende stappen in de aanpak.
Vraag 4 Woningnood en sociaal maatwerk Erkent het college dat meerdere bewoners van Rivierendal reeds jarenlang ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen, ongestoord van hun woning op Rivierendal gebruik hebben gemaakt en dat verplaatsing, gezien de huidige woningnood, maatschappelijk moeilijk uitvoerbaar is? Hoe verhoudt dit zich tot het uitgangspunt van de minister dat bestaande bewoning juist vanwege deze omstandigheden tijdelijk moet worden gelegaliseerd? Antwoord college We vinden de gedachte dat permanente bewoning op recreatieparken ‘tijdelijk’ moet worden gelegaliseerd niet realistisch. Het permanent wonen op een recreatiepark, maakt de recreatieve verhuur, zoals door u raad gewenst, steeds lastiger. De behoefte van recreanten die vakantie houden verhoudt zich niet goed met permanente bewoning of arbeidsmigranten die een ander leefritme hebben met woon-werk verkeer. Na de beoogde gedoogperiode van 10 jaar uit de instructiemaatregel hebben dezelfde mensen weer opnieuw een huisvestingsprobleem. Samen met de bewoners zoeken we juist naar, voor de bewoners, duurzame oplossingen. We merken dat ons sociaal maatwerk goed wordt ontvangen op het park. Inmiddels zijn er meerdere bewoners verhuisd of gaan verhuizen naar goede reguliere woningen.
In andere gevallen hebben bewoners en de gemeente inmiddels met elkaar afspraken gemaakt binnen welke termijn het strijdig gebruik wordt beëindigd. Daar waar we niet tot een oplossing komen moeten we tot invordering van de dwangsom overgaan. Vraag 5 Onderzoek naar toekomstige bestemming Is het college bereid om te benoemen waar Rivierendal als recreatief vakantiepark aan zou moeten voldoen of onderzoeken of Rivierendal (geheel of gedeeltelijk) kan worden omgevormd tot een gemengd of woonbestemd terrein, in plaats van uitsluitend recreatief? Antwoord college De gemeenteraad is het bevoegde gezag als het gaat om het omgevingsplan. De gemeenteraad heeft op 26 september 2024 de recreatieve bestemming van het recreatiepark Rivierendal juist herbevestigd. Het college heeft geen aanleiding om onderzoek te doen naar iets anders. Er is ook geen initiatief ingediend wat hiertoe aanleiding zou kunnen geven. De gedeeltelijke uitponding van het park maakt een eventuele wijziging van de bestemming ook erg lastig. Er zijn immers tientallen verschillende eigenaren van kavels op het park. Deze moeten dan gezamenlijk tot één park – één plan komen.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe, {{esl:signer1:Capture:size(150,40)}}
{{esl:signer2:Capture:size(150,40)}}
J. Kottelenberg de burgemeester
N. de Geus-de Bruijn de secretaris
Pagina 2 van 2
Z/23/097042/258937