A - Bijlage 5 - Onderzoek spuitzonering
Tekst van het document
Broekdijk naast 52 te Kesteren Bureauonderzoek spuitzonering - gemeente Neder-Betuwe
COLOFON Gegevens over het plan: Plannaam:
Broekdijk naast 52 te Kesteren
Datum:
21 april 2026
Projectnummer Buro SRO:
16.90.58
Opdrachtgever:
Dhr. C.N. de Kat
Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO:
E. Stevens
Bezoekadres vestiging Arnhem:
Sweerts de Landasstraat 50, 6814 DG te Arnhem
Telefoon:
026 - 35 23 125
E-mail:
arnhem@buro-sro.nl
Internet:
www.buro-sro.nl
2
Broekdijk naast 52 te Kesteren
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding
4
1.1
Doelstelling onderzoek
4
1.2
Projectbeschrijving
4
Hoofdstuk 2
Wettelijk kader
6
2.1
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
6
2.2
Besluit activiteiten leefomgeving
6
2.3
Jurisprudentie
7
2.4
Wetenschap
8
Hoofdstuk 3
Beschrijving situatie
10
3.1
Huidige situatie plangebied
10
3.2
Huidige situatie omliggende agrarische percelen
11
3.3
Beoogde plansituatie
13
Hoofdstuk 4
Beoordeling
14
4.1
Argumenten
Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
Hoofdstuk 5
Conclusies
15
Broekdijk naast 52 te Kesteren
3
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Doelstelling onderzoek
Doel van deze onderbouwing is om te beoordelen of de nieuwe gevoelige functie, een nieuw te bouwen woning, omliggende percelen niet in hun gebruiksmogelijkheden beperkt wat betreft de spuitzone. In de omgeving van het plan zijn agrarische activiteiten waarbij mogelijk gewasbeschermingsmiddelen gespoten worden. De bestaande feitelijke situatie in het onderzoeksgebied en de omgeving zijn geïnventariseerd aan de hand van luchtfoto’s en perceelsinformatie over agrarische gronden. Voor de toekomstige gewenste situatie is beoordeeld dat spuitzonering geen belemmering is.
1.2
Projectbeschrijving
De voorgenomen bouw van de woning bevindt zich aan de Broekdijk naast 52 te Kesteren. Onderstaande afbeelding toont de locatie (binnen rode cirkel) in de omgeving.
Ligging van het plan. (Bron: OpenStreetMap)
4
Broekdijk naast 52 te Kesteren
In onderstaande afbeelding is (met rood omlijnd) de locatie van de nieuw te bouwen woning weergegeven naast de bestaande woningen. Het plangebied om de woning heen heeft reeds de bestemming wonen.
Afbeelding locatie nieuwe woning en omgeving
Broekdijk naast 52 te Kesteren
5
Hoofdstuk 2 2.1
Wettelijk kader
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Bij het telen van fruit in de open lucht kan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen van belang zijn en invloed hebben op het milieu. Dit vanwege mogelijke drift (verwaaiing van spuitvloeistof) bij het bespuiten met gewasbeschermingsmiddelen en hulpstoffen. In de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wbg) staat omschreven dat een ieder verplicht is om op zorgvuldige wijze om te gaan met gewasbeschermingsmiddelen, biociden, de daarbij behorende werkzame stoffen of daarbij gebruikte toevoegingsstoffen, alsmede restanten daarvan of de aangebroken verpakkingen. Het is daarbij verboden een werkzame stof te gebruiken die niet is opgenomen in een toegelaten gewasbeschermingsmiddel, tenzij de stof is goedgekeurd als basisstof op grond van artikel 23 van de Europese Verordening gewasbeschermingsmiddelen (EG) 1107/2009.
2.2
Besluit activiteiten leefomgeving
Voor het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen bij het telen van gewassen in de openlucht gelden specifieke voorwaarden (Paragraaf 4.64, Besluit activiteiten leefomgeving/Bal). Driftreductie 75% In artikel 4.723c, lid 1 Bal is vastgelegd dat, met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam en het beschermen van de gezondheid, bij het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen, een techniek toegepast wordt, die een driftreductie bereikt van ten minste 75%. Teeltvrije zones Op grond van artikel 4.723d Bal zijn teeltvrije zones gereguleerd, ter bescherming van het oppervlaktewaterlichaam. Teeltvrije zones zijn zones langs het oppervlaktewaterlichaam, waar het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen niet is toegestaan. Het aanhouden van een teeltvrije zone is afhankelijk van het oppervlaktewaterlichaam en het type gewas. In de volgende tabel zijn voor verschillende gewassen de minimale teeltvrije zones opgenomen en de daarbij behorende voorwaarden. De teeltvrije zone wordt gemeten vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam en strekt zich uit tot het hart van de buitenste planten van de te telen gewassen, met uitzondering van de teelt van grasland.
6
Broekdijk naast 52 te Kesteren
Tabel: Minimale teeltvrije zones voor verschillende gewassen met voorwaarden. Soort gewas
Minimale teeltvrije
Aanvullende voorwaarden
zone in m Aardappelen, uien, bloembollen en
1,5
-
bloemknollen, aardbeien, asperges,
1,0
Gebruik van een techniek met een
prei, schorseneren, sla, wortelen en
driftreductie van ten minste 90%
vaste planten Boomkwekerijgewassen
1,5
Neerwaarts bespuiten
1,0
Neerwaarts bespuiten en gebruik van een techniek met een driftreductie van ten minste 90%
Pit- en steenvruchten
5,0
Op- en zijwaarts bespuiten
4,5
-
3,0
Gebruik van een techniek met een driftreductie van ten minste 90% of gebruik van een biologische productiemethode
Overige gewassen
5,0
-
Windsnelheid Er geldt op basis van artikel 4.723e, lid 1 van het Bal een verbod op het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen bij een windsnelheid van meer dan vijf meter per seconde (windkracht 3).
2.3
Jurisprudentie
Gevoelige functie Op basis van jurisprudentie blijkt dat sprake is van een gevoelige functie als in het betreffende object, ter plaatse van de betreffende functie, mensen over het algemeen langdurig (kunnen) verblijven (ECLI:NL:RVS:2019:800). Dit betreft daarmee niet alleen woonfuncties, maar ook bijvoorbeeld tuinen, panden met detailhandel en kantoren, bedrijfsgebouwen, speeltuin(tje), onderwijs, zorg of recreatie.
Broekdijk naast 52 te Kesteren
7
Vuistregel afstand van 50 meter In de Nederlandse wetgeving zijn géén bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen en voor gewasbeschermingsmiddelen ten opzichte van gevoelige functies. De ‘Afdeling’ (Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State) acht een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, niet onredelijk (bron: uitspraak ECLI:NL:RVS:2015:1698). Deze 50 meter afstand is een vuistregel voor de aandachtzone die door de jurisprudentie als maatgevende toetsafstand is gegroeid de afgelopen jaren. Kanttekening hierbij is wel dat deze nog stamt uit de periode van voor de invoering van verplichte driftreducerende maatregelen (1 januari 2018) en gebaseerd op het toenmalige beleid van de provincie Gelderland voor de goedkeuring van ruimtelijke ontwikkelingen waarbij gevoelige functies nabij boomgaarden en boomteeltpercelen aanwezig zouden zijn (de ‘Handreiking bestemmingsplannen’). Representatieve invulling Op basis van de jurisprudentie dient bij het bepalen van de invloed van bedrijfsmatige activiteiten, waaronder ook de invloed toepassing van gewasbeschermingsmiddelen op het woon- en leefklimaat, te worden uitgegaan van een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden.
Het gaat hierbij niet om theoretische mogelijkheden, maar om een maximaal redelijkerwijs voor te stellen ontwikkeling. Hierbij hoeft in principe geen rekening gehouden te worden met een veel omvattende, niet voor de hand liggende omschakeling van bedrijfsactiviteiten bijvoorbeeld1. De invulling dient daarentegen maximaal te zijn in relatie tot de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. Idem dient rekening te worden gehouden met een maximale invulling van de beoogde gevoelige functies.
2.4
Wetenschap
Er bestaat nog steeds veel wetenschappelijke onduidelijkheid en onzekerheid over de effecten van gewasbeschermingsmiddelen op de gezondheid. Het gaat daarbij om de termen gevaar, risico en blootstelling. Van alle middelen is vastgesteld hoe gevaarlijk ze zijn voor de gezondheid niet duidelijk is hoe waarschijnlijk het is dat dit gevaar werkelijkheid wordt (risico), hierbij is de laatste term van belang; blootstelling. Hoeveel van de stof komt er op of in het lichaam. Bij toename van deze hoeveelheden neemt het risico toe. Veilige afstand Voor het bepalen van een veilige afstand is wel onderzoek gedaan, zoals bijvoorbeeld door het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). Het onderzoek van het RIVM ten aanzien van
1 ECLI:NL:RVS:2017:3524
8
Broekdijk naast 52 te Kesteren
gezondheidseffecten wordt belangrijk gevonden door de ‘Afdeling’ (Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State). Aspecten voor een locatiespecifiek onderzoek zijn bijvoorbeeld: •
de blootstellingsrisico’s voor kinderen jonger dan één jaar omdat zij in het algemeen kwetsbaarder zijn voor verontreinigende stoffen dan volwassenen.
•
de cumulatieve effecten van blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen.
•
de eventuele gecombineerde werking tussen gewasbeschermingsmiddelen onderling.
•
de mogelijkheid om de afscherming van drift middels een haag of een scherm te plaatsen.
Blootstellingsonderzoek Een consortium van wetenschappelijke instituten onder coördinatie van het RIVM heeft in 2016 tot en met 2018 intensief praktijkonderzoek gedaan bij omwonenden van landbouw locaties (in dit geval bollenteelt) om de mate van blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen vast te stellen. Dit is gerapporteerd aan het ministerie (bron: brief van Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 10 april 2019, kenmerk IENW/BSK-2019/64595). De duidingen en conclusies van het praktijkonderzoek zijn in het kort als volgt: “Het is goed dat het blootstellingsonderzoek meer inzicht geeft in de daadwerkelijke blootstelling van omwonenden. De werkwijze van het toelaten van gewasbeschermingsmiddelen, die in de landbouw een belangrijke functie vervullen, houdt in dat wordt getoetst aan de hand van aanvaardbare risiconiveaus. De onderzoeksresultaten bevestigen dat er sprake is van meetbare concentraties van meerdere stoffen in de lucht, in huisstof en in urine van mensen, maar dat de gemeten concentraties geen gezondheidsrisico betekenen. Op basis van de nu beschikbaar gekomen blootstellingsgegevens aan gewasbeschermingsmiddelen constateren de onderzoekers dat er geen onaanvaardbare risico’s voor de gezondheid naar voren zijn gekomen. Er zijn geen grenswaarden overschreden en in de huidige toelatingsmethodiek wordt de blootstelling ook niet onderschat”.
Broekdijk naast 52 te Kesteren
9
Hoofdstuk 3 3.1
Beschrijving situatie
Huidige situatie plangebied
In onderstaande afbeelding is (met rood omlijnd) de locatie van de nieuw te bouwen woning weergegeven naast bestaande woningen op een tot wonen bestemd perceel. Op onderstaande afbeelding is te zien dat ten zuiden van de planlocatie een bedrijf aanwezig is (tuincentrum). Op het oostelijke deel van het tuincentrum staan hoogstam fruitbomen (peren). Ten oosten van het tuincentrum en een watergang wordt bedrijfsmatig kleinfruit (rode bessen) geteeld. Er is rekening gehouden met een teeltvrijzone langs planologisch geborgde watergangen op basis van de Bal (zie paragraaf 2.2).
70 meter
50 meter
kleinfruit
tuincentrum fruitbomen
Locatie plangebied; onderliggende kaart afkomstig uit www.ruimtelijkeplannen.nl.
10
Broekdijk naast 52 te Kesteren
Op onderstaande afbeelding staat de parkeerplaats van het tuincentrum, de hoogstam fruitbomen en verderop richting het oosten het kleinfruit.
Perceel met kleinfruit en teeltondersteunende voorzieningen (Bron: Google Street View)
Hoogstam boomgaard behorende bij het tuincentrum (Bron: Google Street View)
3.2
Huidige situatie omliggende agrarische percelen
In de directe omgeving van de nieuw te bouwen woning ligt (in zuidoostelijke richting) agrarische grond waarop fruit wordt geteeld. Op die grond is, ook in de toekomst, het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen toegestaan en aannemelijk. In paragraaf 2.1. staat de situatie van het plangebied weergegeven. De afstand van het plan tot de kleinfruitteeltlocatie is 70 meter. De afstand tussen de nieuwe woning en de dichtstbijzijnde halfstam
Broekdijk naast 52 te Kesteren
11
fruitbomen is 50 meter. De voortuin van de nieuwe woning ligt op kortere afstand van de fruitbomen (circa 30 meter) in de bestaande tuin van de naastgelegen woning. Aan weerszijde van de Broekdijk is een secundaire watergang gelegen. Aan de oostzijde van het de halfstam fruitboomgaard is een primaire watergang gelegen
Uitsnede legger waterschap Rivierenland
12
Broekdijk naast 52 te Kesteren
3.3
Beoogde plansituatie
In de toekomstige situatie wordt er ten westen van nummer 52 de bouw van één vrijstaande woning mogelijk gemaakt. Op de locatie zelf is het woongebruik al toegestaan en wordt de locatie op dit moment gebruikt als tuin. Met de bouw van de woningen neemt het aantal personen dat kan verblijven toe, maar op de locatie zelf is menselijk verblijf al toegestaan.
Inrichtingsplan toekomstige situatie, bron: Huibers bureau voor architectuur
Broekdijk naast 52 te Kesteren
13
Hoofdstuk 4
Beoordeling
Uit het voorgaande hoofdstuk blijkt dat de afstand tussen de beoogde nieuwbouwwoning en de agrarische gronden (fruitteelt) meer is dan de aandachtzone van 50 meter voor spuitzonering. Alleen de voortuin van de nieuwe woning ligt binnen de 50 meter vanaf het perceel met halfstam perenbomen naast het tuincentrum. Vanwege mogelijke drift (verwaaiing van spuitvloeistof) bij het bespuiten van de fruitbomen valt de voortuin binnen de 50 meter aandachtzone voor bestrijdingsmiddelen. Een nieuwe woonfunctie moet 50 meter afstand houden van gronden waarop gespoten wordt met gewasbeschermingsmiddelen (spuitzonering). De woning zelf komt op 50 meter afstand te liggen van gronden waarop gespoten wordt. Tuinen moeten normaal gesproken ook meegenomen worden. De voortuin ligt op minder dan 50 meter afstand en ligt dus in de spuitzone. Omdat het hier al een bestaande tuin betreft mét een woonfunctie, vormt de spuitzone geen belemmering in dit specifieke geval. Bij een volledig nieuwe situatie waarbij er geen bestaande woonfunctie aanwezig was (bijvoorbeeld van agrarisch naar wonen), zou de tuin binnen de spuitzone wel een belemmering zijn geweest. Omliggende bedrijven worden niet in hun gebruiksmogelijkheden belemmerd.
14
Broekdijk naast 52 te Kesteren
Hoofdstuk 5
Conclusies
Het plan aan de Broekdijk naast 52 in Kesteren voorziet in de bouw van een nieuwe woning tussen bestaande woningen in. Alleen de voortuin van de nieuwe woning ligt binnen de 50 meter spuitzone vanaf een perceel waarop hoofdzakelijk halfstam fruitbomen (peren) worden geteeld. In het plangebied waarvoor dit onderzoek is uitgevoerd, is er ter plaatse van de nieuwe gevoelige functie (woning) geen sprake van een belemmering wat betreft de spuitzone. Omliggende gronden worden niet in hun gebruiksmogelijkheden beperkt. De nieuwe woonfunctie moet 50 meter afstand houden van gronden waarop gespoten wordt met gewasbeschermingsmiddelen (spuitzonering). De woning zelf komt op 50 meter afstand te liggen van gronden waarop gespoten wordt. Tuinen moeten normaal gesproken ook meegenomen worden. De voortuin ligt op minder dan 50 meter afstand en ligt dus in de spuitzone. Omdat het hier al een bestaande tuin betreft mét een woonfunctie, vormt de spuitzone geen belemmering in dit specifieke geval. Bij een volledig nieuwe situatie waarbij er geen bestaande woonfunctie aanwezig was (bijvoorbeeld van agrarisch naar wonen), zou de tuin binnen de spuitzone wel een belemmering zijn geweest. Omliggende bedrijven worden niet in hun gebruiksmogelijkheden belemmerd.
Broekdijk naast 52 te Kesteren
15
16
Broekdijk naast 52 te Kesteren