A - Bijlage 11 - Archeologisch behouds-beheerplan
Tekst van het document
SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - archeologisch behouds-beheerplan - Bijlage 11.1
2500210
BROEDERSHOF TE ECHTELD GEMEENTE NEDER-BETUWE
ARCHEOLOGISCH BEHEER EN BEHOUD PLAN
Opdrachtgever
Projectleider
Van Wanrooij Projectontwikkeling B.V.
F. Stevens
Versie 1.0
Magistratenlaan 24 5223 MD 's Hertogenbosch
Projectnummer
Datum
Synthegra Rapport S250120
24-07-2025
Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden Telefoon +31 (0)88 81 81 981, Website: www.synthegra.nl
Doc versie 2023-01 1 van 15
SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - archeologisch behouds-beheerplan - Bijlage 11.2
2500210
Project : Broedershof te Echteld, Archeologisch Beheer- en behoud plan. Projectnummer: S250120
COLOFON Opdrachtgever
: Van Wanrooy Projectontwikkeling B.V. te ‘s-Hertogenbosch
Project
: Broedershof te Echteld
Projectnummer
: S250120
Titel
: Broedershof te Echteld, gemeente Neder-Betuwe. Archeologisch Beheer- en behoud plan
Datum
: 24-07-2025
Projectleider
: F. Stevens
Auteurs
: F. Stevens
Druk
: Synthegra B.V., Leusden
Afbeeldingen
: Synthegra B.V., tenzij anders vermeld
ISSN
: 1874-9771
Synthegra B.V. is gecertificeerd voor de BRL 4000 protocollen 4001 t/m 4004 (landbodems) Synthegra B.V. Plantageweg 12 3833 AZ Leusden T: +31 (0)88 81 81 981 E: www.synthegra.nl © Synthegra B.V., 2025
© Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden.
2 van 15
SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - archeologisch behouds-beheerplan - Bijlage 11.3
2500210
Project : Broedershof te Echteld, Archeologisch Beheer- en behoud plan. Projectnummer: S250120
INHOUD 1
INLEIDING ...................................................................................................................................................... 4 1.1
KADER............................................................................................................................................................................................. 4
1.3
LIGGING EN HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED ............................................................................................................................ 4
1.4
TOEKOMSTIGE SITUATIE PLANGEBIED....................................................................................................................................... 4
2
RESULTATEN VOORONDERZOEKEN .................................................................................................... 7 2.1
BUREAUONDERZOEK EN VERKENNEND BOORONDERZOEK.................................................................................................... 7
2.2
WAARDEREND PROEFSLEUVENONDERZOEK ............................................................................................................................ 7
2.3
KARAKTER VINDPLAATS .............................................................................................................................................................. 8
3
BEHOUD- EN BEHEERSPLAN ................................................................................................................... 9 3.1
UITGANSPUNTEN BEHEERS- EN BEHOUDSPLAN ALGEMEEN ................................................................................................ 9
3.2
BESCHERMING VAN DE VINDPLAATS .......................................................................................................................................... 9
3.3
EISEN MET BETREKKING TOT DE REALISATIEFASE ............................................................................................................... 14
BRONNEN 15 LITERATUUR ........................................................................................................................................................................................... 15 Afbeelding voorblad:
© Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden.
3 van 15
SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - archeologisch behouds-beheerplan - Bijlage 11.4
2500210
Project : Broedershof te Echteld, Archeologisch Beheer- en behoud plan. Projectnummer: S250120
1
Inleiding
1.1
Kader Synthegra B.V. heeft in opdracht van Van Wanrooij Bouw en Ontwikkeling B.V. een Archeologisch Beheer- en behoud plan opgesteld voor de locatie “Broedershof” gelegen aan de Ooijsestraat te Echteld. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van een kleine woonwijk. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 2,5 hectare. Van Wanrooij Bouw en Ontwikkeling B.V. is voornemens om als initiatiefnemer het plangebied Broedershof aan de Ooijensestraat in Echteld, gemeente Neder-Betuwe te ontwikkelen ten behoeve van woningbouw. Conform huidige wet- en regelgeving is er een bureau- en karterend (inventariserend) booronderzoek uitgevoerd, gevolgd door een waarderend proefsleuvenonderzoek. Het eerste onderzoek is uitgevoerd door BAAC1 , het proefsleuvenonderzoek door het ACVU/HBS2 . Het onderzoek heeft een behoudenswaardige vindplaats met sporen van de Romeinse Tijd tot en met de Vroege en Volle Middeleeuwen opgeleverd. Het ‘archeologisch behouds- of beheersplan’ dient, nadat het is goedgekeurd, te worden opgenomen in het bestemmingsplan waarmee een correcte omgang met deze vindplaats wordt gewaarborgd.
Dit document bevat het door de gemeente gewenste behoudsplan en geeft aan op welke wijze Van Wanrooij Bouw en Ontwikkeling de archeologische vindplaats tijdens de ontwikkeling gaat beschermen (in- en ex-situ) en beschrijft regels waaraan de toekomstige eigenaren zich moeten houden. In 2016 is door A=M een archeologische behoud- en beheersplan opgesteld op basis van de toenmalige voorgenomen ontwikkelingen3, deze zijn dusdanig veranderd in de tussentijd dat een aangepast behoud- en beheersplan benodigd is.
1.3
Ligging en huidige situatie plangebied Het plangebied beslaat een oppervlak van circa 2,5 hectare en is gelegen ten oosten van de Ooijsestraat te Echteld (afbeelding 1). Het plangebied is in gebruik als bouwland. Ten westen ligt de Ooijsestraat, aan de zuid, oost en noordoostelijke zijde liggen andere landbouwgronden. Aan de noordelijke kant ligt de kerk met grafveld.
1.4
Toekomstige situatie plangebied De huidige inrichting zal worden gewijzigd. Er is een woonwijk gepland waarbij in totaal 41 woningen worden gerealiseerd met groenvoorzieningen, straten en parkeerplaatsen. (afbeelding 2).
1 Van Putten 2005 2 Tops 2007
3 Breimer 2016
© Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden.
4 van 15
SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - archeologisch behouds-beheerplan - Bijlage 11.5
2500210
Project : Broedershof te Echteld, Archeologisch Beheer- en behoud plan. Projectnummer: S250120
Afbeelding 1.: Het plangebied, rood omkaderd, op de Open Topografische Kaart van Nederland (Bron: www.Pdok.nl).
© Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden.
5 van 15
SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - archeologisch behouds-beheerplan - Bijlage 11.6
2500210
Project : Broedershof te Echteld, Archeologisch Beheer- en behoud plan. Projectnummer: S250120
Afbeelding 2: Toekomstige situatie binnen het plangebied. (Bron: Van Wanroooij Projectontwikkeling B.V.)
© Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden.
6 van 15
SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - archeologisch behouds-beheerplan - Bijlage 11.7
2500210
Project : Broedershof te Echteld, Archeologisch Beheer- en behoud plan. Projectnummer: S250120
2
Resultaten vooronderzoeken
2.1
Bureauonderzoek en Verkennend booronderzoek Het onderzoeksgebied bevindt op de oeverwalafzettingen van de Echteld stroomrug welke actief is geweest in de periode tussen 2770 en 1901 jaar BP. Dergelijke oeverwallen lager wat hoger in het landschap en vormden aantrekkelijke vestigingsplaatsen vanwege het feit dat het er relatief droog was. Derhalve kunnen binnen het onderzoeksgebied bewoningssporen vanaf de Late-IJzertijd aanwezig zijn. Landschappelijk gezien heeft het onderzoeksgebied derhalve een hoge archeologische verwachting op het aantreffen van archeologische waarden. De hoge verwachting is bevestigd door de aantoonbare aanwezigheid van een oude woongrond en het aan de oppervlakte aangetroffen scherfmateriaal. Het scherfmateriaal duidt erop dat het gebied al in de 7e eeuw bewoond is geweest. Derhalve wordt aan het onderzoeksgebied een hoge verwachting toegekend op het aantreffen van een vindplaats.
2.2
Waarderend proefsleuvenonderzoek Ondanks de agrarische activiteiten in de historische periode is de oorspronkelijke woongrond deels in tact. De sporen zijn daardoor goed bewaard gebleven. Ook de conservering scoort gemiddeld. De conservering wordt bepaald door de bewaringstoestand enerzijds van artefacten en anderzijds van organisch materiaal. Voor de artefacten kan gesteld worden dat de conservering van het aardewerk, metaal, bot en natuursteen over het algemeen gemiddeld tot goed is. Naar aanleiding van de genomen monsters is aangetoond dat verkoolde organische resten bewaard zijn gebleven. Daarnaast worden onverbrande organische resten in het grondwater verwacht. De vindplaats wordt op basis van de fysieke kwaliteit als behoudenswaardig beschouwd. Voor de inhoudelijke kwaliteit gelden de criteria zeldzaamheid, informatiewaarde, ensemblewaarde en representativiteit. De zeldzaamheid van de vindplaats is gemiddeld gescoord. In het rivierengebied zijn veel nederzettingen bekent uit de Romeinse tijd en Middeleeuwen. Als steenbouw werkelijk aanwezig blijkt te zijn in de Romeinse tijd dan maakt dit de vindplaats relatief zeldzaam. De informatiewaarde wordt bepaald door de mate waarin onderzoek aan een vindplaats kan bijdragen aan nieuwe wetenschappelijke inzichten over het verleden.
Bepalend is onder meer of recent systematisch onderzoek is verricht aan vergelijkbare monumenten (uit dezelfde periode en dezelfde archeo-regio). Dit is met betrekking tot nederzettingen met steenbouw zeker niet het geval. Ook van de bewoning lang de aangetroffen crevasse is weinig bekend. Daarnaast sluit onderzoek naar de resten uit de Romeinse tijd goed aan op grootschalig nederzettingsonderzoek in de regio. De informatiewaarde van de vindplaats is hoog. De ensemble- of contextwaarde is afhankelijk van de aan- of afwezigheid van vindplaatsen uit dezelfde of opeenvolgende perioden in de directe nabijheid, en van de mate waarin landschappelijke elementen uit de tijd van de vindplaats bewaard zijn gebleven. Binnen het plangebied zijn bewoningsresten uit de perioden Romeinse tijd, Vroege- en Volle Middeleeuwen aanwezig. Ook is de link interessant met de huidige dorpskern van Neerrijen en de archeologische monumenten in de directe omgeving waaronder het aangrenzende monument 12640 dat dateert uit dezelfde periode als de vindplaats binnen het plangebied. De landschappelijke context van de vindplaats is nog grotendeels intact. De oude crevasse en de oude kom waarin de bewoningsresten zijn ingegraven zijn nog in de ondergrond aanwezig. De ensemblewaarde scoort daarom hoog. De representativiteit is niet gescoord.
Dit criterium is alleen van belang wanneer op basis van de eerste drie criteria de vindplaats als niet behoudenswaardig wordt beschouwd. De totaalscore voor de inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats (zonder de representativiteit) is een 8. Dit is hoog. Deze uitkomst evenals de totaalscore voor de fysieke kwaliteit maakt de vindplaats behoudenswaardig.
© Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden.
7 van 15
SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - archeologisch behouds-beheerplan - Bijlage 11.8
2500210
Project : Broedershof te Echteld, Archeologisch Beheer- en behoud plan. Projectnummer: S250120
2.3
Karakter vindplaats De omvang van de vindplaats is circa 1 hectare groot (zie afbeelding 2). Het sporenniveau zit direct onder de bouwvoor, die op het grootste deel van het plangebied 30 cm-mv bedraagt. De hoogte van de vindplaats is aangetroffen tussen 5,1 m +NAP en 5,4 m +NAP van zuid naar noord. Het proefsleuvenonderzoek heeft de aanwezigheid van een vindplaats uit Romeinse tijd en de Middeleeuwen aangetoond. De archeologische indicatoren bevinden zich vanaf het oppervlak tot op een diepte van ca 1 m -Mv, maar in de bouwvoor niet in context. Tijdens veldwerk zijn 205 grondsporen geïdentificeerd. De sporen geven aan dat binnen het plangebied sprake van een woonplaats gedurende de Romeinse tijd mogelijk tot en met de Volle Middeleeuwen. In latere perioden zijn er enkel aanwijzingen voor agrarische activiteiten. De bewoningsresten zijn aangetroffen bovenop komgrond en afzettingen van een oude crevasse (natuurlijke geul). In de crevasseafzettingen zijn verspoelde vondsten gedaan die terug gaan tot de IJzertijd. Er zijn dus vondsten gedaan die zijn te dateren in de IJzertijd tot en met de Nieuwe tijd, naast aardewerk, steen, dierlijk botmateriaal zijn er bijvoorbeeld 58 metaalvondsten geanalyseerd. Hun conserveringstoestand is over het algemeen genomen goed.
Onder de gedateerde vondsten ligt de nadruk op de laat-Romeinse tijd, maar er zijn vondsten gedaan die stammen uit de gehele periode tussen het begin van de jaartelling en de Nieuwe tijd. Daarnaast zijn in de bouwvoor direct onder het maaiveld vondsten uit de bewoningsfase gedaan van zilver, brons en die zijn bedekt met goud. De verdeling van de metaalwaar door de tijd wijst erop dat de nederzetting in gebruik was van de vroeg-Romeinse periode tot in de Vroege Middeleeuwen. Bewoning in de Volle en Late Middeleeuwen binnen het plangebied is mogelijk, maar op basis van het metaal niet aan te tonen. Voor wat betreft de verspreiding valt op dat laat-Romeinse vondsten vrijwel overal liggen, midden-Romeinse alleen aan de westkant, en vroegmiddeleeuwse aan de noordzijde van het terrein. Een beperkt aantal vondsten kan gebruikt worden om sporen te dateren. Deze stammen uit de vroeg-, midden- en laat-Romeinse tijd.
Resultaten preoefsleuvenonderzoek met begrenzing vindplaats.
© Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden.
8 van 15
SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - archeologisch behouds-beheerplan - Bijlage 11.9
2500210
Project : Broedershof te Echteld, Archeologisch Beheer- en behoud plan. Projectnummer: S250120
3
Beheer en behoud plan
3.1
Uitganspunten algemeen Sinds de laatste twee decennia heeft de Nederlandse overheid in toenemende mate aandacht besteed aan het belang van een zorgzame omgang met het archeologisch bodemarchief bij ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening. De grondslag hiervoor is gelegd in 1992 toen Nederland, als één van de Europese lidstaten het Europese verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed, ofwel het Verdrag van Malta (dat ook wel het Verdrag van Valletta wordt genoemd) ondertekende. Doel van dit verdrag is een duurzame bescherming het archeologisch erfgoed. Om dit te garanderen wordt in dit verdrag met een aantal artikelen onder meer gesteld dat: • Archeologische waarden in een zo vroeg mogelijk stadium van de planvorming in de ruimtelijke ordening moeten worden meegewogen; • Archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaard moeten blijven, een principe dat bekend staat als ‘behoud in situ’; • Initiatiefnemers van bodemverstorende activiteiten verplicht kunnen worden om de kosten van archeologisch vooronderzoek te dragen. Daarnaast kunnen deze initiatiefnemers ook verantwoordelijk worden gesteld voor het laten uitvoeren van eventuele opgravingen, indien behoud in situ niet mogelijk is. Dit principe staat bekend als de ‘veroorzaker betaalt’.
Naast deze uitgangspunten vraagt het verdrag van Malta ook aandacht voor de bewustmaking van het publiek voor de waarde van archeologisch erfgoed. Archeologische resten zijn immers een uniek en onvervreemdbaar deel van ons verleden en kunnen als een inspiratiebron voor de ruimtelijke kwaliteit van onze leefomgeving worden gebruikt. Een goede manier om behoud in situ te garanderen is duidelijke regels en voorschriften op te nemen in een bestemmingsplan. Over het algemeen gelden algemene voorschriften als archeologie nog niet is aangetoond. In dit geval is archeologie aangetoond, behoudenswaardig en worden geen enkele ingreep toegestaan zonder dat hierbij behoud in- of ex-situ wordt gegarandeerd. Van belang is om te bepalen op welke hoogte t.o.v. NAP archeologie zich voordoet en wat er benodigd is om zo min mogelijk ingrepen te doen in de vindplaats. Als een vindplaats te veel versnipperd wordt verstoord dan is behoud -deels in situ en deels ex situ- geen realistische optie meer en dient het vlakdekkend te wordne opgegraven. Er zijn dan discrepanties in de staat van de verschillende resten en als er in de toekomst meer ingrepen komen dan kunnen er verschillen ontstaan in conservering, documentatie, interpretatie en rapportage. Dit komt het beschermen en begrijpen van de vindplaats niet ten goede.
3.2
Bescherming van de vindplaats De vindplaats ‘Broedershof’ betreft een kleiner gebied dan het plangebied Broedershof (zie afbeelding 3). Er geldt derhalve ook niet voor het gehele gebied noodzaak om archeologievriendelijk te bouwen en de openbare ruimte in te richten. Er wordt in dit deel van het plan aangegeven hoe verantwoord met de archeologische resten om te gaan binnen het gebied van de vindplaats Broedershof.
© Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden.
9 van 15
SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - archeologisch behouds-beheerplan - Bijlage 11.10
2500210
Project : Broedershof te Echteld, Archeologisch Beheer- en behoud plan. Projectnummer: S250120
De huidige hoogte van het maaiveld loopt van noordoost naar zuidwest af (zie afbeelding 4 en 5). Aan de noordelijke zijde ligt het maaiveld rond de 5,8 m +NAP. Aan de zuidelijke zijde van de vindplaats ligt het maaiveld op circa 5,4 m +NAP. hier worden ook de ingrepen gepland met betrekking tot de woningbouw. Het proefsleuvenonderzoek liet zien dat de archeologische resten direct onder de bouwvoor zichtbaar zijn, en dat er vondstmateriaal ook in de bouwvoor kunnen zitten (echter niet in context). De bouwvoor is gemiddeld circa 30 cm dik. Regulier is er een buffer benodigd van circa 30 cm om archeologische resten te beschermen. Er dient derhalve een ophoogpakket te worden aangebracht om als basisbescherming te dienen waarop de ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Uitgaande van een verstoring met betrekking tot funderingen van maximaal 90 cm, dient dit dus het peil van de bebouwing te worden, ofwel 6,3 m +NAP. Qua hoogte sluit de te ontwikkelen bebouwing dan ook mooi aan bij de ten noordwesten gelegen woonwijk en de ten noordoosten gelegen akkers en begraafplaats.
Afbeelding 3. Begrenzing vindplaats geprojecteerd op de inrichtingplannen.
© Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden.
10 van 15
SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - archeologisch behouds-beheerplan - Bijlage 11.11
2500210
Project : Broedershof te Echteld, Archeologisch Beheer- en behoud plan. Projectnummer: S250120
Afbeelding 4. Plangebied en vindplaats geprojecteerd op de AHN. (bron: www.pdok.nl)
Afbeelding 5. Profiel van de hoogte van het maaiveld vanuit het noordoosten naar zuidwesten.
© Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden.
11 van 15
SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - archeologisch behouds-beheerplan - Bijlage 11.12
2500210
Project : Broedershof te Echteld, Archeologisch Beheer- en behoud plan. Projectnummer: S250120
3.2.3 Algemene eis: Ingrepen op de vindplaats waarbij de vondst- en sporenlaag geheel of gedeeltelijk worden verstoord is niet toegestaan. De vindplaats zit ten hoogte van de geplande bebouwing op 5,1 m +NAP. Inclusief de bufferzone is de ondergrens van de toegestane maximale verstoringen derhalve 5,4 m +NAP. Er wordt om dit voor het merendeel te kunnen waarborgen uitgegaan van een peil van de bebouwing van 6,3 m +NAP en een hoogte van minimaal 6m +NAP voor de openbare en particuliere onbebouwde ruimtes. De belangrijkste bodemingrepen die op basis van dit inrichtingsplan (voor de vindplaats) zijn te veronderstellen zijn de volgende: 1.
Aanleg wecunetten
2.
Ingraven kabels, leidingen en riool;
3.
Grondwaterstand;
4.
Funderingen;
5.
Gebruik en inrichting openbare ruimte;
6.
Gebruik en inrichting particuliere ruimte;
7.
Zetting;
Per voorgestelde ingreep wordt beschreven welke maatregelen genomen dienen te worden:
1.
Aanleg wegcunetten
Een gebruikelijke ontgraving van 50 cm ten behoeve van wegcunetten en parkeerplaatsen zal de vindplaats niet verstoren. Een aanleghoogte van het openbaar gebied op 6.00 +NAP zal een bufferlaag van minimaal 30 cm garanderen.
2.
Ingraven kabels, leidingen en riool
Kabels en leidingen zullen regulier in een sleuf van ca. 0.3 m breed worden aangelegd en 60 cm diepte. Indien diepere aanleg noodzakelijk is dienen deze archeologisch begeleid te worden. In het plan wordt de riolering voorzien , hier is het uitgangspunt een verstoring van circa 2 meter diepte. Als wordt uitgegaan van 6 m +NAP aan te leggen peil van de onbebouwde ruimte reikt deze verstoring 4 m +NAP. Met de aanleg van de riolering wordt de archeologische vindplaats verstoord, in dit geval dient derhalve een archeologische begeleiding te worden uitgevoerd.
3.
Grondwaterstand
Er worden geen wijzigingen verwacht met betrekking tot de grondwaterstand, hierdoor hoeven er geen beschermende maatregelen te worden genomen.
4.
Funderingen
Er dient te worden uitgegaan van een vloerpeilhoogte van 6,3 m +NAP. Hierbij worden de verwachte ingrepen van 90 cm boven de buffergrens gehouden, indien diepere aanleg noodzakelijk is zal archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk zijn in de vorm van een opgraving. Met betrekking tot het aanbrengen van
© Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden.
12 van 15
SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - archeologisch behouds-beheerplan - Bijlage 11.13
2500210
Project : Broedershof te Echteld, Archeologisch Beheer- en behoud plan. Projectnummer: S250120
heipalen wordt de handreiking archeologievriendelijke bouwen van de RCE gehanteerd: Voor paalfunderingen geldt: 1. De noodzaak van paalfundering kan gemotiveerd worden aan de hand van het bouwplan en het uitgevoerde zettingsonderzoek. 2. Minimalisering van het aantal palen om bodemverstoringen te beperken. 3. Uitgaande van de oppervlakte van palen, verstoren palen maximaal 2% van de oppervlakte van de vindplaats in het plangebied. 4. Afstand tussen de palen(rijen) gerekend van rand tot rand bedraagt minimaal 4 m. 5. Typen palen gebruiken die de bodem zo weinig mogelijk verstoren. a. bij voorkeur grondvervangende palen in stevige (zandige) bodems. b. grondverdringende palen kunnen eventueel in slappe klei- of veenbodems. c. grondverdringende schroefpalen en groutinjectiepalen altijd vermijden. 6. Methode van inbrengen van palen gebruiken die de bodem zo weinig mogelijk verstoort.
5.
Gebruik en inrichting openbare ruimte
Er dient gekozen te worden voor niet diep wortelende bomen binnen het beschermbare gebied. Struiken, kruiden en gras leveren geen problemen op. De aanleg van bredere sloten aan de noord- en oostzijde van het plangebied volgt de loop van de bestaande greppels. Deze worden verbreed waardoor hierbij ook archeologische resten kunnen worden verstoord. Deze werkzaamheden dienen derhalve onder archeologische begeleiding worden uitgevoerd.
6.
Gebruik en inrichting paritculiere ruimte
De gebruikers van de tuinen (eigenaren, huurders, ingehuurde hoveniers) zijn beperkt in het gebruik en de inrichting van hun tuinen. Het gaat dan om de algemene eis ten aanzien van de ontgraving, De eigenaren hebben de verplichting om gebruikers van de ruimte op de hoogte te brengen of deze via contracten met gebruikers vast te laten leggen en zo de verantwoordelijk over te dragen en juiste omgang met het erfgoed via deze regels te waarborgen . Concreet betekent het dat in de betreffende tuinen ontgravingen dieper dan 60 cm bij een peil van 6 m +NAP van de buitenruimte niet zijn toegestaan. Diepere ingrepen van welke omvang dan ook dienen voorgelegd te worden aan het bevoegd gezag. Bij een normaal gebruik van de tuinen (planten van bomen, planten van struiken, grasaanleg, verharding en zelfs palen t.b.v. schuttingen) worden deze grenzen niet overschreden.
7.
Zetting
Zetting als gevolg van ophoging is minimaal, de ophoging is beperkt en de vindplaats op een zandige afzetting is gelegen. . Zetting treedt op een slappe ondergrond, zoals klei en veen wordt opgehoogd. Op zandige terreinen dienen ophoging meerdere meters te betreffen wil deze zetting veroorzaken. De bouwblokken worden zettingsvrij gefundeerd door de plaatsing van heipalen. De zetting dient gemonitord te worden tijdens de ontwikkelingen en mag maximaal 5 cm bedragen.
© Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden.
13 van 15
SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - archeologisch behouds-beheerplan - Bijlage 11.14
2500210
Project : Broedershof te Echteld, Archeologisch Beheer- en behoud plan. Projectnummer: S250120
3.3
Eisen met betrekking tot de realisatiefase Voor de civiele aannemers geldt dat binnen de vindplaats geen enkele ingreep is toegestaan, tenzij deze in het bestek is beschreven. Met betrekking tot de eerste inrichting dient visueel aangegeven te worden waar de vindplaats zich bevindt, deze dient zo lang er werkzaamheden zijn goed zichtbaar en herkenbaar zijn. Binnen het deel van de vindplaats mogen geen voertuigen rijden zonder dat er op rijplaten zijn aangebracht. Er mag geen grond worden afgegraven, het is enkel toegestaan eventueel aanwezige begroeiing af te “schaven” indien nodig, het gaat dan om maximaal 5 centimeter. De aannemer informeert, voorafgaand aan de aanvang van de werkzaamheden, zijn personeel over de waarde, de ligging en de regels omtrent de omgang met de archeologische vindplaats. De in dit beheer en behoud plan omschreven regels/eisen dienen te worden opgenomen in de civieltechnische bestekken. Uiterlijk vier weken vóór de start van de werkzaamheden dient de aannemer, de bestekken en een werkplan, inclusief een specificatie van het in te zetten materieel, ter beoordeling voor te leggen aan de daartoe bevoegde archeologische overheid, de gemeente Neder-Betuwe. Deze dient te worden goedgekeurd door de gemeente.
Hierop organiseert de initiatiefnemer een toolbox-meeting voor alle betrokken partijen en in te zetten medewerkers en zorgt dat informatie aan nieuw personeel wordt verstrekt. Elke bezoeker dient ingelicht te worden over de regels op de vindplaats. In ieder geval dient de rioolaanleg en het graven/verbreden van de sloten archeologisch begeleid te worden conform de geldende beroepsrichtlijnen en procedures (KNA). Dit betekent dat een gecertificeerde archeologische uitvoerder moet worden ingezet om deze bodemingrepen te begeleiden. Voorafgaand aan de werkzaamheden worden de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de bevoegde archeologische uitvoerder nader uitgewerkt in een Programma van Eisen, dat ruim voorafgaand aan de werkzaamheden ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de bevoegde overheid. Conform de KNA zal de bevoegde archeologische uitvoerder verslag leggen van zijn/haar werkzaamheden. Gedurende de werkzaamheden dient ruimte gegeven te worden aan het bevoegde gezag (de gemeente NederBetuwe) te doen om inspecties te kunnen uitvoeren om zo haar handhavingstaken te kunnen uitvoeren.
© Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden.
14 van 15
SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - archeologisch behouds-beheerplan - Bijlage 11.15
2500210
Project : Broedershof te Echteld, Archeologisch Beheer- en behoud plan. Projectnummer: S250120
Bronnen Literatuur Breimer, J. 2016 In Situ Behoudsplan Archeologische vindplaats Broedershof (Echteld), gemeente NederBetuwe A=M verslag, Voorburg Putten, M.J. van 2005, "Plangebied Broedershof te Echteld Inventariserend archeologisch veldonderzoek : karterende fase", https://doi.org/10.17026/DANS-ZNG-ZY35, DANS Data Station Archaeology, V1, BAAC, ;sHertogenbosch Tops, B.P.C.A. (ACVU-HBS), 2007, "Echteld Broedershof, proefsleuven", https://doi.org/10.17026/DANS-XZ6MZPW, DANS Data Station Archaeology, V2, ACVU-HBS, Amsterdam
© Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden.
15 van 15