CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Visie op grootschalige duurzame energieopwek Mook en Middelaar pdf

Commissie Grondgebied 26 januari 2022, gemeente Mook en MiddelaarBij agendapunt: Visie op grootschalige duurzame energieopwek Mook en Middelaar3.854 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VISIE OP

GROOTSCHALIGE OPWEK VAN DUURZAME ENERGIE

In Mook en Middelaar

Versie 1.0 november 2021

1

Inhoud VOORWOORD ......................................................................................................................................................... 3 SAMENVATTING ..................................................................................................................................................... 4 1. INLEIDING: DUURZAME ENERGIE IN MOOK EN MIDDELAAR ......................................................................... 5

1.1. Aanleiding: een lokale vraag en een landelijke doelstelling ................................................................ 5 1.2. De lokale opgave voor Mook en Middelaar......................................................................................... 5 1.3. Uitgangspunten visie ........................................................................................................................... 5 2. VOORWAARDEN VOOR GROOTSCHALIGE OPWEKPROJECTEN ...................................................................... 7

2.1. Vier typen voorwaarden ...................................................................................................................... 7 2.2. Voorwaarden voor landschappelijke inpassing ................................................................................... 7 2.2.1 Geschiktheid van het landschapstype ................................................................................................... 8 2.2.2 Geschiktheid van de precieze beoogde locatie ..................................................................................... 9 2.2.3 Geschiktheid van de manier waarop de installatie en het terrein er omheen ingericht wordt ........... 9 2.2.4 Effecten van het plan op flora en fauna .............................................................................................. 10 2.2.5 Goede onderbouwing meervoudig ruimtegebruik ............................................................................. 10 2.3. Voorwaarden voor maatschappelijke meerwaarde .......................................................................... 11 2.3.1 Maatschappelijke meerwaarde voor omwonenden, inwoners en gemeente .................................... 11 2.3.2 Maatschappelijke meerwaarde voor ruimtelijke kwaliteit ................................................................. 11 2.4.

Voorwaarden voor participatie.......................................................................................................... 11 2.4.1 Participatie bij planvorming ................................................................................................................ 12 2.

Participatie in uitvoering en exploitatie ................................................................................ 12

2.5. Procedurele en technische voorwaarden .......................................................................................... 12

BIJALGE I:

KAARTMATERIAAL BIJZONDERE GEBIEDEN

BIJLAGE II:

RUIMTELIJKE ANALYSE MOOK EN MIDDELAAR

BIJLAGE III:

WATT IS EEN JOULE?

BIJLAGE IV:

NOTITIE BURGERPARTICIPATIE

2

VOORWOORD Voor u ligt de Mook en Middelaarse visie op grootschalige energieopwekprojecten. Een belangrijk document, waarmee wij als gemeente Mook en Middelaar de kaders uitzetten om projecten die bijdragen aan de energietransitie mogelijk te maken. Die projecten hebben we hard nodig. Onze gemeente heeft het geluk om in een prachtige, groene omgeving te liggen. Een omgeving die we willen behouden en versterken. Maar die daarmee ook beperkingen geeft omdat we een groot deel van het grondgebied niet voor andere doeleinden in kunnen zetten. Ook de ruimte die er is voor het opwekken van hernieuwbare energie is daarmee beperkt. Het is zelfs niet voldoende om aan onze eigen vraag in 2030 te voldoen. We kijken daarom om ons heen en zoeken de samenwerking in de regio op. Maar we zullen ook moeten kijken wat er wel op ons eigen grondgebied kan. Met deze visie zetten we daar de lijnen voor uit en geven we aan welke voorwaarden er gelden voor initiatieven. Deze visie is een van de schakels in de energietransitie. Net zoals het besparen van energie en het stimuleren van zon op dak dat zijn. In deze visie gaat het er echter om hoe we omgaan met initiatieven voor grotere projecten die, net als besparing en zon op dak, nodig zullen zijn om onze ambities te realiseren. Deze visie is gebaseerd op de visie van de gemeente Laarbeek.

Het idee van een omgedraaide bewijslast sprak ons erg aan en daarom hebben we dit ook als uitgangspunt genomen. Op advies van verschillende organisaties in onze gemeente is het vervolgens aangescherpt en verder lokaal gemaakt.

3

SAMENVATTING Deze visie geeft de kaders aan waaraan de gemeente Mook en Middelaar de aanvragen voor projecten die op grote en middelgrote schaal duurzame energie willen opwekken zal toetsen. De kaders worden opgesteld omdat Mook en Middelaar de energietransitie een plek moet kunnen geven. We hebben als gemeente ambitieuze doelen, maar willen niet dat er willekeurige projecten overal kunnen landen. Met deze kaders zorgen we ervoor dat we zorgvuldig omgaan met de aanvragen én met onze ruimte, om zo de transitie zo goed mogelijk in te passen in het landschap en de samenleving. Het uitgangspunt van de visie is dat Mook en Middelaar de grootschalige opwek van energie toestaat. Daarbij wordt aan een aantal voorwaarden getoetst die in onderlinge samenhang worden beoordeeld. De gemeenteraad toetst uiteindelijk of een specifiek project daadwerkelijk doorgang kan vinden. Er wordt met een klein aantal projecten begonnen, waarna de aanpak, voorwaarden en resultaten worden geëvalueerd.

Er zijn vier typen voorwaarden te onderscheiden waaraan een project wordt getoetst: 1. voorwaarden voor een goede landschappelijke inpassing; 2. voorwaarden voor het creëren van maatschappelijke meerwaarde; 3. voorwaarden voor het geven van participatiemogelijkheden voor inwoners 4. de procedurele en technische voorwaarden die bijvoorbeeld de veiligheid van het project garanderen. Schematisch weergegeven:

Uitgangspun t

Type voorwaarden

Motivering voor

Mook en Middelaar staat de opwek van grootschalige energie toe onder de voorwaarden die in de visie worden omschreven. Als een initiatief aan de basisvoorwaarden voldoet, wordt het doorgeleid naar de raad. De raad toetst of een project voldoende aan de voorwaarden voldoet en besluit of het toestemming verleent. Er wordt met een beperkt aantal projecten begonnen.

Landschappelijke inpassing

Maatschappelijke meerwaarde

Participatie

Geschiktheid landschapstype

Voor omwonenden en inwoners

Bij planvorming

Geschiktheid precieze locatie

Voor ruimtelijke kwaliteit

In uitvoering en exploitatie

Geschiktheid inrichting terrein

Meervoudig ruimtegebruik

4

Procedurele en technische voorwaarden

Aansluiting bij overige wet– en regelgeving

1. INLEIDING: DUURZAME ENERGIE IN MOOK EN MIDDELAAR 1.1. Aanleiding: een lokale vraag en een landelijke doelstelling De energietransitie is zowel landelijk als lokaal een veelbesproken onderwerp. Dat er iets gaat veranderen in onze energievoorziening staat vast: er worden ambities en beleidsregels geformuleerd voor aardgasvrij wonen en voor het duurzaam opwekken van onze stroom en warmte. Het Klimaatakkoord 2019 stelt dat er in 2030 49% minder CO2 uitgestoten mag worden dan in 1990, en geeft gemeenten de opdracht om in regionaal verband plannen op te stellen om die doelstelling te behalen. Deze plannen worden weergegeven in een RES: een Regionale Energie Strategie. De gemeenteraad van Mook en Middelaar is de afgelopen tijd betrokken bij de totstandkoming van de RES Noord en Midden Limburg. De RES 1.0 die dit heeft opgeleverd is aangeboden aan het Rijk.

1.2. De lokale opgave voor Mook en Middelaar Het Klimaatakkoord verplicht ons tot het reduceren van onze CO2 uitstoot met tenminste 49% in 2030. Mook en Middelaar heeft in de door de raad vastgestelde visie aangegeven in 2030 energieneutraal te willen zijn met haar bebouwde omgeving. In een raadsmemo is aangegeven dat verwacht wordt dat de energiebehoefte (elektriciteit, warmte en transport) in 2030 ongeveer 408 TJ zal zijn. In datzelfde memo staat ook vermeld dat na aftrek van de te verwachten energiebronnen Wells Meer1 en Zon op Dak er nog een restopgave overblijft van 272 TJ. Deze 272 TJ zal, naast vermindering van deze hoeveelheid door het besparen van energie, lokaal of regionaal duurzaam moeten worden opgewekt. De bijlage van het memo geeft meer uitleg over de term Joule en is als bijlage III toegevoegd. Het opwekken van 272 TJ door zonnepanelen op daken is niet mogelijk, hiervoor hebben we onvoldoende geschikte dakoppervlakken. Gegevens van het Energiedashboard van de provincie Limburg geeft aan dat de maximale potentie van alle dakoppervlakken in Mook en Middelaar ongeveer 100 TJ is. Deze opbrengst is niet reëel, omdat een dakoppervlak nooit helemaal benut wordt (je kunt bijvoorbeeld geen halve panelen plaatsen).

Daarnaast vallen daken af door de ongunstige ligging, schaduw, ander gebruik (zoals dakramen, schoorstenen) of een onvoldoende stevige dakconstructie (vooral bij schuren en bedrijfspanden). Tenslotte kunnen we inwoners en bedrijven niet verplichten om zonnepanelen te plaatsen. Het merendeel van de opgave van 272 TJ zal dus op andere manieren moeten worden opgewekt. Uiteraard zit daar ook voor een groot deel warmte in. Als die 272 TJ volledig op land opgewekt moet worden met zonnepanelen, hebben we zo’n 131 hectare vol te leggen.2 Als we het volledig met windmolens zouden doen, zijn er 11 stuks nodig. De vraag die daarbij gesteld moet worden is of in relatie tot de (mogelijke) aantasting van het landschap, ongebreideld medewerking verleend moet worden aan deze ontwikkelingen omdat het opwekken van duurzame energie nu eenmaal bijdraagt aan het tegengaan van de klimaatverandering. Om deze belangenafweging handen en voeten te geven, moet antwoord gegeven gaan worden op de vragen waar, in welke omvang en onder welke voorwaarden aan deze ontwikkeling medewerking verleend kan en mag worden.

1.3. Uitgangspunten visie De vorige paragraaf laat zien dat we voor een erg grote opgave staan en we niet de luxe hebben om niets te doen. Grootschalige opwek van energie wordt in de komende 10 jaar onvermijdelijk en het inzetten op één technologie om aan de opgave te voldoen lijkt niet genoeg. Het lijkt het meest logisch om in te zetten op een

1 2

In dezelfde memo staat een duidelijk voorbehoud voor het naar ons toerekenen van de energie uit Wells Meer Door toenemende efficiëntie en/of het dichter bij elkaar plaatsen van panelen kan het aantal hectare wijzigen.

5

mix van verschillende schalen en technologieën, en ons te richten op het waarborgen van onze omgevingskwaliteit door goede ruimtelijke inpassing, en op draagvlak en lokaal voordeel door goede mogelijkheden voor participatie en inspraak. Alhoewel zon- en windprojecten op dit moment het meest ‘standaard’ zijn, blijven we open staan voor andere en nieuwere technieken. De mate waarin een project voldoet aan de voorwaarden en passend is in Mook en Middelaar, op de precieze locatie en in de precieze vorm zoals wordt voorgesteld, zal uiteindelijk beoordeeld worden door de gemeenteraad. De raad besluit of een project doorgang kan krijgen of niet. De raad beoordeelt een projectaanvraag op basis van de voorwaarden die verder in deze visie worden uitgewerkt en het bijbehorende ambtelijke advies. Na een positief raadsbesluit wordt het omgevingsplan herzien en de omgevingsvergunning verstrekt. Naast een zorgvuldige afweging is ook het gefaseerd invoeren belangrijk. We gaan niet ineens 11 windmolens bouwen, of 131ha van ons grondgebied vol zonnepanelen leggen. Omdat Mook en Middellaar nog geen ervaring heeft met grootschalige opwek willen we elke projectaanvraag afzonderlijk en zorgvuldig kunnen behandelen. Daarom staan we in eerste instantie een beperkt aantal projecten toe.

Na uitvoering van die projecten zal deze visie in de gemeenteraad worden geëvalueerd en zal worden bekeken of er meer projecten kunnen worden toegestaan en of de voorwaarden voor die projecten eventueel moeten worden aangepast. Dit geeft ons de kans om elk project goed te beoordelen en begeleiden.

Kort samengevat komen we tot de volgende uitgangspunten: 

Grootschalige opwek van duurzame energie kan in Mook en Middelaar worden toegestaan, mits aan de voorwaarden wordt voldaan die in deze visie zijn beschreven.

De gemeenteraad beoordeelt of er voldoende aan de voorwaarden wordt voldaan en of een project doorgang kan krijgen. Hierbij zullen projecten die door het college als kansrijk worden beschouwd in een vroeg stadium in de commissie worden besproken. Projecten die worden afgewezen worden per kwartaal voorgelegd, inclusief onderbouwing.

In eerste instantie worden maximaal één windproject en maximaal drie zonneparken toegestaan. Aanvragen voor de toepassing van andere technologieën worden per geval beoordeeld. Op basis van deze projecten vindt een evaluatie plaats;

Projectaanvragen worden niet op volgorde van binnenkomst behandeld, maar de doorlooptijd en beoordeling van elke aanvraag hangt af van de mate waarin de aanvraag is uitgewerkt en voldoet aan de gestelde voorwaarden en voorkeuren van de gemeente.

De uitgangspunten in deze visie hebben betrekking op alle projecten voor duurzame opwek, met uitzondering van kleinschalige projecten met minder dan 50 zonnepanelen, solitaire windmolens met een ashoogte van maximaal 15 meter en zonprojecten op daken Voor kleinere projecten gelden de reeds bestaande regels voor het aanvragen van een omgevingsvergunning.

6

2. VOORWAARDEN VOOR GROOTSCHALIGE OPWEKPROJECTEN 2.1. Vier typen voorwaarden Uit het eerste hoofdstuk concluderen we dat we zullen beginnen met een klein aantal projecten, waarvan de gemeenteraad beslist of zij voldoen aan de gestelde voorwaarden. In dit hoofdstuk werken we die voorwaarden verder uit. Deze voorwaarden zijn nodig omdat we als gemeente de regie willen houden bij de uitvoering van de projecten en ons grondgebied niet zomaar open willen stellen. Ja, we moeten ruimte bieden aan opweklocaties, maar we willen er ook een maximale meerwaarde uit halen. Een aanvraag voor een vergunning van een project dient dan ook te beschrijven op welke manier er aan de voorwaarden voldaan wordt. Uiteindelijk volgt er een integrale afweging van het project, gebaseerd op de beschrijving van de voorwaarden. Initiatieven zullen getoetst worden aan: 2. Landschappelijke inpassing 3. Maatschappelijke meerwaarde 4. Participatievoorwaarden 5. Procedurele en technische voorwaarden

2.2. Voorwaarden voor landschappelijke inpassing Niet alle locaties binnen de gemeente Mook en Middelaar zijn even geschikt om te gebruiken voor grootschalige installaties voor opwek van duurzame energie. Het hangt erg af van het type installaties en de schaal ervan, en hoe dat aansluit bij de aard en schaal van de omgeving. Bijvoorbeeld: -

een station voor een warmtenet, met een industriële uitstraling, past qua inpassing beter op een industrieterrein dan op een leeg grasveld. Op die manier is het effect het kleinst en het meest passend bij de omgeving;

-

Een zonneveld op de grond is minder geschikt binnen de bebouwde kom, maar we willen er ook geen bossen voor kappen. Lege grasvelden zijn dan wellicht wel de beste oplossing.

Binnen de voorwaarden voor landschappelijke inpassing, zijn daarom nog subvoorwaarden opgesteld.

2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5

Geschiktheid van het landschapstype waarin de beoogde projectlocatie ligt; Geschiktheid van de precieze beoogde locatie Geschiktheid van de manier waarop de installatie en het terrein er omheen ingericht wordt Effecten van het plan op flora en fauna Goede onderbouwing van meervoudig ruimtegebruik.

7

2.2.1 Geschiktheid van het landschapstype Als eerste moet gekeken of het project binnen een gebied komt waarvan realisatie als zeer onwenselijk wordt gezien. Denk voor windmolens aan de bebouwde kom en voor zonnevelden aan bosgebieden of Natura2000 gebied. Voor zon en wind wordt dit verderop specifiek beschreven. Initiatieven van een bepaalde aard die in een dergelijk gebied ontwikkeld zouden moeten worden, zullen geen vergunning en medewerking van de gemeente krijgen. Daarnaast moet een project motiveren hoe het aansluit bij het landschapstype waarin het geplaatst wordt. Dat wordt getoetst aan de beschrijvingen van de verschillende landschapstypen in Mook en Middelaar. Deze beschrijving is te vinden in het document ‘Ruimtelijke Analyse Mook en Middelaar’, en is als bijlage toegevoegd. Het betreft hier de omschrijvingen in de ondergrondlaag en de netwerklaag. Geschiktheid van het landschapstype waarin de beoogde projectlocatie ligt. Het project onderbouwt waarom de keuze op een bepaald landschapstype is gevallen en toont aan hoe het project bijdraagt aan de kwaliteiten van het landschap.

Een voorbeeld van ruimtelijke inpassing en geschiktheid van het landschapstype en locatie: In de oude situatie is er sprake van landbouw in lange lijnen door het landschap. De akkers worden gescheiden door boom- en struiklijnen.

Er worden zonnepanelen geplaatst in dezelfde richting als de gewassen en de scheiding van de akkers met bomen en struiken wordt doorgezet.

8

2.2.2 Geschiktheid van de precieze beoogde locatie Als het landschapstype wel geschikt is voor een project, wil dat nog niet zeggen dat de exacte locatie binnen het landschap ook geschikt is. Daarom zijn de volgende richtlijnen van toepassing op de exacte locatie van het project. 

Het bouwen binnen een gebied dat belangrijk is voor natuurontwikkeling, zoals de EHS, is onwenselijk, tenzij er onderbouwd kan worden hoe het project bijdraagt aan natuurontwikkeling.

De nabijheid van andere opweklocaties in de directe omgeving (clustering) kan bij een juiste inpassing juist wel wenselijk zijn.

In het geval van een beoogde projectlocatie in de nabijheid van object of gebied benoemd in de occupatielaag van de ‘Ruimtelijke Analyse Mook en Middelaar’, behoeft plaatsing en inbedding van het project extra aandacht om ook de cultuurhistorische waarde van het object of gebied te behouden.

Het project beoordeelt de eventuele schade aan natuur, overlast voor omwonenden (geluid, schaduw, verkeersdrukte, stank, etc) en overige nadelige effecten en geeft aan hoe deze worden geminimaliseerd.

Geschiktheid van de precieze beoogde locatie Het project onderbouwt waarom de keuze op een precieze beoogde locatie is gevallen en toont aan hoe de aansluiting gezocht wordt met de kernkwaliteiten van het landschap en de landschapselementen in de directe omgeving van de beoogde locatie.

2.2.3 Geschiktheid van de manier waarop de installatie en het terrein er omheen ingericht wordt Als een locatie passend is binnen het landschapstype en op de exacte locatie, is het belangrijk om aan te geven hoe de precieze opstelling van de installatie en het terrein er omheen geschikt zijn binnen het landschap. Daarbij moet dan bijvoorbeeld gekeken worden naar: 

Plaatsing op het perceel

Bouwrichting

Afgrenzing

Bouwhoogte

Openheid/dichtheid in het landschap

Materiaalkeuze

Brandveiligheid (in en rondom natuurgebied)

9

In sommige gebieden is het wellicht passender om een installatie te ‘verstoppen’, terwijl het elders juist mooi aansluit bij de verkaveling en groenstructuren. Het project dient aan te tonen dat de installatie en de inrichting van het terrein passend is binnen het landschap.

Geschiktheid van inrichting terrein en installatie Het project onderbouwt hoe de installatie en de inrichting van het terrein zo goed mogelijk passen in het landschap. De initiatiefnemer voert hiertoe een landschappelijke analyse uit van het projectgebied en de directe omgeving.

2.2.4 Effecten van het plan op flora en fauna Een toets op aanwezige dier- en plantensoorten voor de start van het project dient aanwezig te zijn. Er dient aangetoond te worden hoe negatieve effecten van het plan op de bestaande flora en fauna in en om het plangebied beperkt worden. Dit geldt zowel voor de planten en dieren op de grond als in de lucht en onder de grond.

2.2.5 Goede onderbouwing meervoudig ruimtegebruik Het heeft de voorkeur om de functie van energie-opwek te combineren met andere functies: meervoudig ruimtegebruik. Dat kan bijvoorbeeld wateropvang, natuurontwikkeling, agrarisch gebruik, educatie zijn. Maar er kan ook gedacht worden aan een recreatieve functie door de aanleg van wandel- en fietspaden. Meervoudig ruimtegebruik biedt de kans om ook andere ambities te realiseren, projecten visueel aantrekkelijker te maken en kwaliteiten van het gebied te vergroten. Bij kleinere projecten is het acceptabel als er niet voor meervoudig ruimtegebruik wordt gekozen. Die projecten zijn dan compacter, maar mogen dan ook maar beperkt zijn in grootte (kleiner dan 1 ha).

Goede onderbouwing meervoudig ruimtegebruik Het project onderbouwt hoe meervoudig ruimtegebruik wordt vormgegeven. Dit sluit aan bij de kwaliteiten van het gebied.

Voorbeeld meervoudig ruimtegebruik: Een met zonnepanelen overkapte parkeerplaats. Parkeren, energieopwek en een laadmogelijkheid komen samen.

10

2.3. Voorwaarden voor maatschappelijke meerwaarde Bij projecten voor duurzame opwek zijn niet alleen de ruimtelijke kaders van belang, maar ook de manier waarop de projecten maatschappelijk meerwaarde hebben. Daarmee wordt gedoeld op meerwaarde voor omwonenden, overige inwoners of de gemeente.

2.3.1 Maatschappelijke meerwaarde voor omwonenden, inwoners en gemeente 

Het project heeft aantoonbaar (al dan niet financieel) voordeel voor (een deel van) de inwoners voor Mook en Middelaar.

Dit kan ingericht worden door het bijdragen aan een gemeentelijk duurzaamheidsfonds voor het aanjagen van duurzaamheidsprojecten in de gemeente, een bijdrage aan een landschapsfonds waarmee we de landschappelijke waarden verder kunnen versterken en restaureren, een rechtstreekse vergoeding aan omwonenden, het verbeteren van voorzieningen, een vorm van financiële participatie, etc. De maatschappelijke meerwaarde of de bijdrage staat in verhouding tot de waarde van het project.

Zichtbare en concrete meerwaarde gaat boven bijdragen aan fonds (afkopen)

Lokaal eigendom is een eis, daarover meer in paragraaf 2.4

Maatschappelijke meerwaarde Het project onderbouwt hoe er (al dan niet financieel) aanwijsbaar maatschappelijke meerwaarde gerealiseerd wordt.

2.3.2 Maatschappelijke meerwaarde voor ruimtelijke kwaliteit 

Project geeft onderbouwing voor verbetering ruimtelijke kwaliteit

Mogelijke opties: combinatie met herontwikkeling (agrarisch) vastgoed, verrommeling tegengaan, lokale investeringen, bijdrage natuurontwikkeling, versterken ecologische verbindingen, etc.

Ruimtelijke meerwaarde Het project onderbouwt hoe er aanwijsbaar ruimtelijke meerwaarde gerealiseerd wordt. Paragraaf 2.2 geeft hiervoor meer handvatten.

2.4. Voorwaarden voor participatie De gerealiseerde maatschappelijke meerwaarde uit de vorige paragraaf, is vooral het effect van een project voor omwonenden na realisatie. Om tot een zo goed mogelijk project te komen, stellen we voorwaarden aan actief betrekken van omwonenden en belanghebbenden op voorhand.

11

2.4.1 Participatie bij planvorming Participatie van inwoners van Mook en Middelaar, maar in het bijzonder van omwonenden en belanghebbenden van een project, is van groot belang voor onze gemeente. Daarom willen we dat bij alle opwekprojecten op land en water de omwonenden en de belanghebbenden op de juiste manier en op het juiste moment betrokken worden om mee te kunnen denken. Direct omwonenden en belanghebbenden moeten dan ook actief door de initiatiefnemer benaderd worden om mee te kunnen denken over de vormgeving en ruimtelijke inpassing van het project en de initiatiefnemer moet aangeven wat er met de participatie is gedaan. De voorwaarden voor participatie worden verankerd in het participatiebeleid van de gemeente Mook en Middelaar. Het huidige participatiebeleid is als bijlage IV toegevoegd. In het kader van de Omgevingswet zal deze vernieuwd worden.

2.

Participatie in uitvoering en exploitatie

Maar het zijn ook de inwoners die zich kunnen inzetten om een project financieel mogelijk te maken. In het Klimaatakkoord wordt een richtlijn gegeven van 50% lokaal eigendom van grootschalige opwek-installaties. Omdat Mook en Middelaar niet alleen maar grootschalige projecten zal hebben, maar ook middelgroot, scherpen we de ambitie aan naar minimaal 50% lokaal eigendom per project op alle soorten projecten en streven we altijd naar een hoger percentage. Gedacht kan worden aan projecten die via een postcoderoosregeling lopen, waarvan participaties gekocht kunnen worden of die direct energie leveren.

Voorwaarden voor participatie Het project onderbouwt op welke wijze er vorm gegeven wordt aan participatie in de planvorming en in de uitvoering. Voor de planvorming wordt aangegeven hoe omwonenden betrokken zijn bij het meedenken en coproduceren van de plannen en wat er met de opmerkingen gedaan is. Dit gaat zowel over inrichting van het terrein als over bijvoorbeeld een specifieke besteding van een fondsbijdrage. Voor de uitvoering en exploitatie toont de initiatiefnemer aan welk percentage (hoger dan 50%) lokaal eigendom wordt en hoe dat vormgegeven wordt.

2.5. Procedurele en technische voorwaarden Voor alle projecten is het van belang dat er een zorgvuldig proces wordt gevolgd en dat aan alle technische voorwaarden wordt voldaan die garanderen dat een project bijvoorbeeld veilig is. In de bovengemeentelijke wet- en regelgeving is een veelvoud aan regels te vinden voor de te doorlopen procedures voor projecten voor grootschalige opwek en voor de technische (veiligheids-) voorwaarden waaraan het project dient te voldoen. Onder technische aspecten van het project wordt ook gerekend de afstand tot elektriciteits- of warmteinfrastructuur, eventuele transportverliezen of mogelijke netverzwaringen, nabijheid van (groot)verbruikers etc. Hierbij vragen we in het bijzonder aandacht voor opslag van energie, om zo zonder verzwaringen van het net toch

12

projecten te kunnen realiseren én om ook energie te kunnen leveren op het moment dat het niet geproduceerd wordt. Regelgeving van hogere overheden dient uiteraard ook gevolgd te worden. Speciale aandacht gaat daarbij ook uit naar de zonneladder van de provincie Limburg en de Regionale Energie Strategie van Noord- en Midden Limburg. De gemeente Mook en Middelaar voegt enkele eigen procedurele voorwaarden toe. Een eerste is het uitgangspunt dat een beperkt aantal projecten wordt toegestaan en dat de volgorde van projectafhandeling wordt bepaald door de veelbelovendheid/passendheid van het project en niet per se de volgorde van aanvragen. Ook de procedurele voorwaarde dat de gemeenteraad altijd de beslissende stem houdt, is in de inleiding al aan bod gekomen. Deze voorwaarden worden daarom hier niet opnieuw geformuleerd. Daarnaast is het belangrijk dat een projectaanvraag blijk geeft van kennis over de te volgen procedures en de technische eisen waaraan de installatie dient te voldoen, dit geeft vertrouwen in de kwaliteit van het project.

Procedurele en technische voorwaarden. Er wordt een zorgvuldige, complete en goed geïnformeerde onderbouwing gepresenteerd waarin wordt voldaan aan de bovengemeentelijke regels voor procedures en technische aspecten van het project.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=b4342bf8-f86d-4543-ba0e-f9943720582b