CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Reglement van Orde gemeenteraad en raadscommissies Mook en Middelaar 2023_230122.docx

Algemene commissie 25 januari 2023, gemeente Mook en MiddelaarBij agendapunt: Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies gemeente Mook en Middelaar 202319.051 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Mook en Middelaar 2023 De raad van de gemeente Mook en Middelaar; gelezen het voorstel van de raadswerkgroep Het nieuwe vergadermodel van 20 januari 2023; gelet op artikel 16 van de Gemeentewet; gezien het advies van de Algemene commissie d.d. 25 januari 2023; besluit de volgende verordening vast te stellen: Reglement van Orde gemeenteraad en raadscommissies Mook en Middelaar 2023 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: a. amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; b. commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; c. commissielid: lid van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; d. commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie; e. fractievoorzitter: de leider van een fractie in een volksvertegenwoordiging; iedere politieke partij vormt een eigen fractie. f. griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; g. initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel; h. interpellatie: een verzoek om inlichtingen in de vergadering, gericht tot een of meer leden van het college of tot de burgemeester. i. motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; j.

subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; k. voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; l. voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger. Artikel 2. De voorzitter De voorzitter is belast met: 1. het leiden van de vergadering; 2. het handhaven van de orde; 3. het doen naleven van het Reglement van Orde; 4. hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt. Artikel 3. De griffier 1. De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. 3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen. Artikel 4. De secretaris 1. De secretaris is standaard uitgenodigd aanwezig te zijn in de raadsvergaderingen. 2. De secretaris kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.

Artikel 5. De wethouders Gelet op artikel 21 Gemeentewet is de bij een geagendeerd onderwerp betrokken portefeuillehouder standaard uitgenodigd om in een vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen. Hoofdstuk 2. Agendacommissie Artikel 6. De agendacommissie 1. De raad heeft een agendacommissie. 2. De agendacommissie bestaat uit de voorzitter, griffier, gemeentesecretaris en de fractievoorzitters of hun vervangers. 3. Elke fractievoorzitter heeft één stem in de agendacommissie. 4. In de agendacommissie wordt bij besluitvorming gestreefd naar unanimiteit. 5. De vergaderingen van de agendacommissie zijn niet openbaar. 6. De agenda en de vastgestelde besluitenlijst van de vergadering van de agendacommissie zijn openbaar. Artikel 7. Taken agendacommissie De agendacommissie heeft tot taak: 1. Het vaststellen van de wijze van doorgeleiding van raads- en commissiestukken. 2. Het voorlopig vaststellen van de (aanvullende) agenda’s van de raadscommissie(s), de raadsinformatieavond en de raad; 3. Het bespreken en bewaken van de lange termijn agenda; 4. Verder uitvoering te geven aan de taken zoals genoemd in de artikelen 11, 34, 43, 45, 58 en 59 van dit reglement van orde. 5. Te bepalen wanneer en in welke locatie de raadscommissie, de raadsinformatieavond of raad vergadert; 6.

In urgente gevallen te besluiten over ingekomen verzoeken na overleg met en mandaat van de overige raadsleden. Hoofdstuk 3. Toelating raadsleden, benoeming wethouders en fracties Artikel 8. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens schriftelijk advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel 9. Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2.

Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet.

3. De commissie brengt vervolgens schriftelijk advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 4. De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaatwethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. Artikel 10. Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.

Voor het splitsen dan wel vormen van nieuwe fracties is geen toestemming vereist van de raad. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging. Hoofdstuk 4. Raadsvergaderingen Paragraaf 1. Voorbereiding Artikel 11. Vergaderfrequentie 1. De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op donderdag overeenkomstig een door de raad vast te stellen vergaderschema. Zij vangen aan om 19:30 uur en worden gehouden in het gemeentehuis. 2. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg in de agendacommissie. Artikel 12. Oproep en agenda 1. De voorzitter zendt ten minste 7 dagen voor een vergadering de raadsleden een oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. 2. De voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de oproep ter beschikking gesteld van de raadsleden. 3. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de oproep een aanvullende agenda opstellen en toezenden. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 4.

Op de stukken, bedoeld in het tweede en derde lid, is artikel 13, derde lid, van toepassing. 5. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld. Artikel 13. Ter inzage leggen van stukken 1. De agenda, de daarbij behorende voorstellen en stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd en op de website geplaatst als deze digitaal beschikbaar zijn. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht. 3a. Stukken waaromtrent op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze raadsleden op verzoek inzage. (Deze bepaling is geldig tot 1 april 2023)

3b. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier. (Deze bepaling geldt vanaf 1 april 2023) Artikel 14. Openbare kennisgeving 1. De vergadering wordt ter openbare kennis gebracht door aankondiging in de gemeentelijke informatierubriek Ter Sprake of op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en langs elektronische weg door plaatsing op de website van de gemeente. 2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden. 3. De openbare kennisgeving vermeldt: a. de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering alsmede de agenda; b. de wijze waarop en plaats waar een ieder de voorlopige agenda met bijbehorende stukken kan inzien c. de mogelijkheid en aanmelden voor het uitoefenen van het spreekrecht zoals bepaald in artikel 59 bij de raadscommissies en raadsinformatieavond. Paragraaf 2. Ter vergadering Artikel 15. Presentielijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter door ondertekening wordt vastgesteld. Artikel 16. Zitplaatsen 1.

De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter, bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode aangewezen, na overleg met de fractievoorzitters. 2. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg met de fractievoorzitters. 3. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen die voor de vergadering zijn uitgenodigd. Artikel 17. Opening, quorum en tijdsduur van de vergadering 1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de Gemeentewet vereiste aantal van meer dan de helft van het aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is. 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet. 3. Uiterlijk 4 uren na de aanvang van de vergadering sluit de voorzitter de vergadering, tenzij de raad besluit langer te vergaderen. De voorzitter kondigt dit minimaal een half uur voor het einde van de vergadering aan. 4.

Indien de vergadering op basis van het voorgaande lid wordt gesloten en de onderwerpen waarvoor deze vergadering was belegd nog niet geheel zijn behandeld, wordt de behandeling tijdens de eerstvolgende reguliere raadsvergadering voortgezet, tenzij de raad anders bepaalt. Artikel 18. Primus bij hoofdelijke stemming en volgorde beraadslagingen 1. Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de voorzitter mede bij welk lid van de raad de beraadslagingen en hoofdelijke stemming beginnen. 2. Daartoe wordt bij de vaststelling van de agenda in de vergadering bij loting een startfractie aangewezen. 3. Bij de in lid 2 genoemde startfractie beginnen de beraadslagingen over een onderwerp en hoofdelijke stemming in de volgorde die met de klok mee draait, dat wil zeggen in de volgorde van plaatsnemen van links naar rechts gezien vanuit de plaats van de voorzitter.

Artikel 19. In ontvangst nemen van petities 1. De raad kan in een raadsvergadering petities van burgers in ontvangst nemen die aan de raad zijn gericht. Daartoe wordt bij de vaststelling van de agenda een agendapunt aan het begin van de vergadering ingelast. 2. Inwoners of groepen van inwoners die een petitie willen aanbieden, doen hiervan uiterlijk 48 uren voor aanvang van de raadsvergadering mededeling aan de griffier. 3. Een petitie wordt in ontvangst genomen door de voorzitter. De voorzitter kan toestaan dat de petitie kort wordt toegelicht. Artikel 20. Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 3. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Het derde lid is niet van toepassing op: a. een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover; b. een raadslid dat rapporteert vanuit een commissie. 5. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel 21. Spreekregels en volgorde 1.

De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter. 2. Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. 3. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken. 4. De voorzitter, dan wel een lid van de raad, kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen. 5. De voorzitter geeft de fracties het woord in de volgorde overeenkomstig de loting in artikel 18. De volgorde waarin de leden per fractie het woord wensen te voeren wordt door de fracties zelf bepaald. 6. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid van de raad het woord vraagt over de orde van de vergadering. Artikel 22. Deelname aan de beraadslaging door anderen 1. De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad, de wethouder(s), de secretaris, de griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging. 2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. Artikel 23. Voorstellen van orde 1.

De voorzitter en de raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. 2. De raad beslist hier terstond over. 3. Voorbeelden van een voorstel van orde zijn: a. De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen om over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen; b. Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is Artikel 24. Handhaven orde - schorsing 1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:

a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; b. een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden 2. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft kan de voorzitter hem gedurende de vergadering waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. Paragraaf 3. Stemmingen Artikel 25. Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag kort toelichten. Artikel 26. Beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing. Artikel 27.

Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval, en ook de voorzitter dit niet verlangt, dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter (of de griffier) de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor overeenkomstig artikel 18 bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder met de klok mee (draait rechtsom aan de raadstafel) vanuit de voorzitter bezien. 5. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging. 6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd.

Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen en doet daarbij mededeling van het genomen besluit. Artikel 28. Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.

Artikel 29. Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a. een blanco ingevuld stembriefje; b. een ondertekend stembriefje; c. een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; d.

een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; e. een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt; 6. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau. 7. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel 30. Herstemming over personen 1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen heeft een derde stemming plaats tussen twee personen die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. 3. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel 31. Beslissing door het lot 1. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 2.

Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. 3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. Paragraaf 4. Verslaglegging; ingekomen stukken Artikel 32. Geluidsopnamen en Audio-verslag 1. Van de vergadering worden geluidsopnamen gemaakt en op een daartoe geschikt medium opgenomen. 2. De geluidsopname van een vergadering is het audioverslag dat feitelijk aangeeft wat is gezegd. 3. Elektronisch beschikbare audio-verslagen worden op de website van de gemeente geplaatst. 4. De betreffende geluidsdragers zullen overeenkomstig het bepaalde in de Archiefwet worden bewaard en voor beluistering beschikbaar zijn.

Artikel 33. Besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor de besluitenlijsten van raadsvergaderingen. 2. De besluitenlijst geeft een procedureel overzicht van de vergadering. Uit een besluitenlijst blijkt in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke raadsleden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een overzicht van het verloop van elke stemming met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; e. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen, en f. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 22 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3. De concept-besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk na de vergadering aan de raadsleden gezonden. 4. De concept-besluitenlijst wordt in de eerstvolgende vergadering voor vaststelling aangeboden. 5.

Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en griffier. 6. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de (concept-)besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt en op de website geplaatst. Artikel 34. Ingekomen stukken en Controlelijst 1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst ingekomen stukken of controlelijst geplaatst en als onderdeel van de voorlopige agenda aan de raadsleden toegezonden. 2. De lijst ingekomen stukken bestaat uit: a. ingekomen stukken/brieven; b. raadsmemo’s; c. schriftelijke vragen, alsmede de beantwoording ervan, zoals bedoeld in artikel 44; 3. De controlelijst bestaat uit: a. toezeggingen openstaand en de afdoening ervan b. aangenomen moties en de afdoening ervan 4. De agendacommissie adviseert de raad op voorstel van de griffier over de wijze van afdoening van de onder lid 2 onder a genoemde ingekomen stukken/brieven. 5. De raad stelt de wijze van afdoening van ingekomen stukken vast, te weten: voor kennisgeving aannemen, ter afdoening naar college, ter behandeling in de raadscommissie. 6. Op voorstel van een raadslid kan de wijze van afdoening door de raad worden gewijzigd. 7. De raad bepaalt of kan worden ingestemd met de afdoening van de controlelijst. Paragraaf 5. Besloten raadsvergaderingen Artikel 35.

Toepassing reglement op besloten vergaderingen Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 36. Verslag besloten vergadering 1. Conceptverslagen van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar berusten bij de griffier. 2. Het verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het vastgestelde verslag. 3. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Artikel 37a. Opheffing geheimhouding (geldig tot 1 april 2023) 1. Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad op grond van artikel 25, eerste lid van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. 2. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen. 3. Als de raad op grond van de artikelen 25, derde en vierde lid, 55, tweede en derde lid, of 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen dan wel niet te bekrachtigen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Artikel 37b. Opheffing geheimhouding (geldig vanaf 1 april 2023) Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Paragraaf 6. Toehoorders, pers en insprekers Artikel 38. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 3.

Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen. Artikel 39. Insprekers Over geagendeerde onderwerpen kunnen aanwezige inwoners bij de raadscommissie in artikel 51 tweede lid en raadsinformatieavond in artikel 51 vierde lid het woord voeren. Inspreken vindt niet plaats in de raadsvergadering. Hoofdstuk 5. Bevoegdheden, instrumenten raadsleden Artikel 40. Amendementen en subamendementen 1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. 3. Intrekking door de indiener(s) van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. Artikel 41. Moties 1. Ieder raadslid kan ter vergadering een motie indienen. 2. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter. 3. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 4.

De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. 5. Intrekking door de indiener(s) van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. Artikel 42. Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen betreffende een verordening en andere voorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college.

2. Het college kan binnen 4 weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. 3. Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Als de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst. 4. De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle andere op de agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld of oordeelt dat het voorstel eerst dient te worden behandeld in een raadscommissie. 5. De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van een initiatiefvoorstel voor een verordening en andere voorstellen. Artikel 43. Collegevoorstel 1. Een collegevoorstel aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2.

Als de raad van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden aan het college, zal de agendacommissie een voorstel doen binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 44. Schriftelijke vragen – Artikel 44 vragen 1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier, waarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. 2. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Vragen die hier niet aan voldoen, worden teruggestuurd naar de indiener. 3. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. 4. Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn ingediend. 5. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de raadsleden toegezonden. 6.

De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, bij het agendapunt ingekomen stukken, nadere inlichtingen vragen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. Artikel 45. Vragenuur 1. Aan het begin van elke raadsvergadering is er een vragenuur, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan de agendacommissie bepalen dat het vragenuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenuur eindigt. 2. Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 48 uur voor de aanvang van het vragenuur bij de voorzitter. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt. 3. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld 4. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor de wethouders, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad. 5.

Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. 6. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.

7. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 8. Tijdens het vragenuur worden geen moties ingediend en geen interrupties toegelaten. Artikel 46. Interpellatie 1. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de behandeling van de ingekomen stukken van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. 3. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel 47. Inlichtingen 1.

Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet schriftelijk in bij de griffier. 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende of in de daaropvolgende vergadering gegeven. 4. De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering waarin de antwoorden zullen worden gegeven. Hoofdstuk 5. Begroting en Rekening Artikel 48. Procedure begroting Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een procedure die de raad vaststelt Artikel 49. Procedure jaarrekening Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit (waarbij aan onrechtmatige uitgaven alsnog een juridische grondslag kan worden gegeven) volgens een procedure die de raad vaststelt Hoofdstuk 6. Lidmaatschap van andere organisaties Artikel 50. Verslag; verantwoording 1.

Een raadslid, een wethouder of de burgemeester die is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam, bedrijfsvoeringsorganisatie of gemeenschappelijk orgaan of lid van een commissie, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht in de vergadering verslag te doen over zaken die aan de orde zijn in de betreffende gemeenschappelijke regeling. 2. Als de raad bespreking wenst naar aanleiding van het verslag kan de voorzitter de bespreking verwijzen naar de commissie. 3. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen in artikel 44, zijn van overeenkomstige toepassing; 4. De regels voor het vragen van inlichtingen in artikel 47, zijn van overeenkomstige toepassing; 5. Wanneer een lid van de raad een afgevaardigde als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. 6. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd.

Hoofdstuk 7. Raadscommissies en Raadsinformatieavond Artikel 51. Instelling raadscommissies en Raadsinformatieavond 1. De raad stelt op grond van artikel 82 Gemeentewet de in het tweede en derde lid genoemde raadscommissies in die tot taak hebben het voorbereiden van de besluitvorming door de raad en het plegen van overleg met de burgemeester, het college van burgemeester en wethouders, dan wel een individuele wethouder. 2. Er is een: a. Algemene commissie waarvan de werkzaamheden alle onderwerpen betreffen met uitzondering van de onderwerpen die worden behandeld in de commissie Begroting en Rekening, genoemd onder b. b. Commissie Begroting en Rekening: waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: zomerrapportage, kaderbrief, begroting, eindejaarsrapportage en jaarrekening 3. De in het tweede lid genoemde raadscommissies adviseren de raad integraal over de voorstellen, dat wil zeggen inclusief de financiële paragraaf. 4. Er is een Raadsinformatieavond waarvan de werkzaamheden betreffen de beeldvormende en opiniërende behandeling van onderwerpen die alle beleidsterreinen kunnen betreffen. Artikel 52. Taken raadscommissies en raadsinformatieavond 1. Een raadscommissie op grond van artikel 51 tweede lid, sub a en b: a. brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben; b.

kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a, en c. voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld onder a 2. Een raadsinformatieavond op grond van artikel 51 vierde lid, heeft een beeldvormend en/of opiniërend karakter, dat wil zeggen: a. Beeldvormend: is informatief voor de raad, de kennisdeling en kennisvergaring over een onderwerp staat centraal; b. Opiniërend: de mening van de raadsleden wordt gevraagd, waarbij het met elkaar van gedachten wisselen en discussiëren over een onderwerp centraal staat. Artikel 53. Benoeming commissieleden 1. De raadsleden zijn tevens commissielid voor de raadscommissies genoemd in artikel 51, tweede en vierde lid. 2. Daarnaast benoemt de raad op voordracht van de fracties voor de raadscommissies genoemd in artikel 51, tweede en vierde lid maximaal vier niet-raadsleden per fractie als commissielid. 3. De commissieleden bedoeld in het tweede lid worden door de gemeenteraad benoemd; de gestelde eisen in de artikelen 10, 11, 12 eerste lid, 13, 14 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing bij de benoeming van commissieleden die geen raadslid zijn. 4.

De commissieleden bedoeld in het tweede lid zijn verplicht een verklaring te ondertekenen waarmee zij verklaren dat zij geheimhouding in acht zullen nemen ten aanzien van stukken die hun in een besloten vergadering ter hand zijn gesteld of waaromtrent geheimhouding is opgelegd. 5. Bij de benoeming van een commissielid stelt de raad op voordracht van de voorzitter een commissie in bestaande uit drie raadsleden. Deze onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de vereisten bedoeld in het tweede lid. 6. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. Artikel 54. Zittingsduur commissieleden en vacatures 1. De zittingsduur van de commissieleden eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de gemeenteraad. 2. Een commissielid bedoeld in artikel 53, eerste lid houdt op lid van de raadscommissie te zijn indien hij of zij heeft opgehouden raadslid te zijn.

3. Een commissielid dat op grond van het tweede lid heeft opgehouden lid van de raadscommissie te zijn, is herbenoembaar overeenkomstig de regels zoals bepaald in artikel 53 tweede lid. 4. Een commissielid bedoeld in artikel 53 tweede lid houdt op lid van de raadscommissie te zijn als niet meer wordt voldaan aan de in artikel 53 derde lid gestelde eisen. 5. De commissieleden worden zo spoedig mogelijk na het zitting nemen van een nieuwgekozen raad benoemd. 6. Een commissielid bedoeld in artikel 53 tweede lid kan te allen tijde ontslag nemen. De daartoe strekkende kennisgeving zendt hij of zij aan de raad. 7. Het lidmaatschap van commissieleden, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege. 8. De raad kan een commissielid bedoeld in artikel 53 tweede lid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen. 9. In geval van een tussentijds ontstane vacature kan de raad op aanbeveling van de betrokken fractie(s) een nieuw commissielid overeenkomstig het bepaalde in artikel 53 benoemen. 10. In het kalenderjaar van de gemeenteraadsverkiezingen wordt in de periode voorafgaand aan de verkiezingen geen tussentijdse vacature zoals bedoeld in het zevende lid ingevuld, tenzij de raad anders besluit. Artikel 55. Samenstelling raadscommissies en benoeming commissievoorzitter 1.

De raadscommissie bedoeld in artikel 51 tweede lid sub a, Algemene commissie, bestaat uit drie commissieleden per fractie waarvan minimaal één raadslid, tenzij er sprake is van overmacht. 2. De raadscommissie bedoeld in artikel 51 tweede lid sub b, Commissie begroting en rekening, bestaat uit twee commissieleden per fractie waarvan minimaal één raadslid , tenzij er sprake is van overmacht. 3. De raad benoemt uit zijn midden ten behoeve van de raadscommissies Algemene commissie en Commissie Begroting en Rekening en de Raadsinformatieavond, op voordracht van de leden van de raad, een poule van voorzitters, bestaande uit zes raadsleden. Het voorzitterschap wordt bij toerbeurt en beschikbaarheid ingevuld door de benoemde voorzitters. De voorzitter is technisch voorzitter en heeft geen stemrecht. Artikel 56. Samenstelling raadsinformatieavond en benoeming voorzitter raadsinformatieavond 1. De raadsinformatieavond bedoeld in artikel 51 vierde lid bestaat uit de raadsleden en vanuit de fractie waarvan de voorzitter afkomstig is een commissielid, in totaal 13 leden. 2. Raadsleden kunnen zich laten vervangen door commissieleden van de fractie, waarbij per fractie is minimaal één raadslid aanwezig, tenzij er sprake is van overmacht. 3. In verband met het voorzitterschap van de Raadsinformatieavond is artikel 55, derde lid van toepassing. Artikel 57. De commissiegriffier 1.

De commissiegriffier, de op de griffie werkzame ambtenaar, is aanwezig in de vergaderingen. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de commissiegriffier vervangen door de griffier. 3. De commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen. Artikel 58 Vergaderingen raadscommissies en raadsinformatieavond 1. De raadscommissievergaderingen en raadsinformatieavonden vinden plaats op een door de raad vast te stellen vergaderschema en vinden in de regel plaats in het gemeentehuis. 2. De agendacommissie kan een andere dag, locatie en aanvangsuur bepalen. Artikel 59. Insprekers 1. Over geagendeerde onderwerpen kunnen aanwezige inwoners bij de raadscommissie in artikel 51 tweede lid en raadsinformatieavond in artikel 51 vierde lid het woord voeren. 2. Het inspreken vindt plaats bij het agendapunt. 3. Het woord kan niet gevoerd worden: a. over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; b. over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;

c.

4. 5. 6. 7.

8.

9.

indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk 48 uur voor aanvang bij de vergadering aan de griffier onder vermelding van naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover men het woord wil voeren. De naam van de inspreker wordt vermeld in de besluitenlijst; de contactgegevens kunnen aan de raadsleden beschikbaar worden gesteld. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken indien dit in het belang is van de orde van de vergadering; Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord met een maximum van 15 minuten voor alle sprekers tezamen. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan drie sprekers zijn. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. De spreker voert het woord nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter staat de deelnemers van de vergadering toe kort te reageren op hetgeen de inspreker heeft ingebracht en een verhelderende of verdiepende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen inspreker en deelnemers van de vergadering.

Op voorstel van de agendacommissie kan in de raadsinformatieavond worden afgeweken van bovenstaande en kan aan de inspreker een andere rol worden toegekend, zoals de gelegenheid tot het stellen van vragen of deelnemen aan de vergadering.

Artikel 60. Opening vergadering en quorum 1. Een vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. 2. Wanneer op grond van het bepaalde in het eerste lid, een vergadering geen doorgang kan vinden, belegt de voorzitter met een tussentijd van tenminste 24 uren, een nieuwe vergadering, waarin men ongeacht het aantal aanwezige leden, kan beraadslagen, adviseren en besluiten, doch uitsluitend over de op de agenda vermelde zaken. Artikel 61. Advies; geen stemmingen 1. Als een raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de commissievoorzitter over de inhoud van het advies. 2. Raadsvoorstellen worden alleen als hamerstuk voor de raad geagendeerd als alle aanwezige commissieleden zich hierin kunnen vinden. 3. In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding en met betrekking tot de orde. Artikel 62 Vragenuur 1. Aan het begin van de Algemene commissie en de Commissie Begroting en Rekening wordt een vragenuur geagendeerd. 2. Vragen dienen kort en duidelijk geformuleerd te worden en betrekking te hebben op de onderwerpen als bedoeld in artikel 51 tweede lid onder sub a en sub b bedoelde raadscommissie. 3. Het commissielid dient de vragen 48 uur voor aanvang van de vergadering in bij de (commissie)griffier. 4.

De burgemeester of de wethouder die het aangaat, beantwoordt de vragen zo mogelijk in de betreffende vergadering. Indien dit niet mogelijk is kan de burgemeester of de wethouder toezeggen de vragen in een later stadium te beantwoorden. Indien vragen betrekking hebben op een onderwerp dat in de eerstvolgende raadsvergadering aan de orde komt, wordt er naar gestreefd beantwoording vóór deze raadsvergadering te laten plaatsvinden. 5. Artikel 45 is van overeenkomstige toepassing. Artikel 63 Adviezenlijst en verslag De commissiegriffier draagt zorg voor de adviezenlijst van de raadscommissies en het verslag van de raadsinformatieavond. De artikelen 32 en 33 zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 64. Overeenkomstig van toepassing op raadscommissies 1. De volgende artikelen van dit reglement zijn van overeenkomstige toepassing op de vergaderingen van de raadscommissies en raadsinformatieavond:

• • • • • • • • • • • •

Artikel 4 De secretaris Artikel 5 De wethouders Artikel 12 Oproep en frequentie Artikel 13 Ter inzage leggen van stukken Artikel 14 Openbare kennisgeving Artikel 15 Presentielijst Artikel 20 Spreektermijnen Artikel 22 Deelname aan de vergadering door anderen Artikel 23 Voorstellen van orde Artikel 24 Handhaven orde – schorsing Artikelen 35 tot en met 37 Besloten vergaderingen Artikel 38 Toehoorders en pers

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen Artikel 65. Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter. Artikel 66. Intrekking oude reglement Het Reglement van Orde gemeenteraad en raadscommissies gemeente Mook en Middelaar 2017 wordt ingetrokken. Artikel 67. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Met uitzondering van artikel 13 derde lid, sub b en artikel 37b treedt dit reglement in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking en heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2023. 2. Artikel 13 derde lid, sub a en artikel 37a vervallen met ingang van 1 april 2023. 3. Artikel 13 derde lid, sub b en artikel 37b treden in werking met ingang van 1 april 2023. 4. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Mook en Middelaar 2023. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 2 februari 2023. De griffier, mr. M.A.M. van Arensbergen

De voorzitter, mr. drs. W. Gradisen

Toelichting N.B.: Deze toelichting is geschreven met de (mogelijke) keuzes die in het Model Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de VNG (versie maart 2022) en de model Verordening van de VNG voor de raadscommissies (versie maart 2022) gemaakt zijn in gedachte. In Mook en Middelaar zijn in navolging van het Reglement van Orde gemeenteraad en raadscommissies gemeente Mook en Middelaar 2017 beide regelingen in één regeling vervat. Een gemeente kan op punten andere keuzes maken; bij de gemaakte keuzes in Mook en Middelaar is de toelichting zoveel mogelijk aangesloten; de tekst van gemaakte keuzes ten opzichte van de toelichting van het VNG-model is cursief gedrukt. Bovendien worden enkel die bepalingen behandeld die verdere toelichting behoeven. Artikelsgewijs Artikel 1. Begripsbepalingen In artikel 1 worden een aantal begrippen uit dit reglement van orde gedefinieerd. Deze spreken grotendeels voor zich. Artikel 2. Voorzitter Voor wat betreft de ‘voorzitter’ zij vermeld dat de burgemeester voorzitter is van de raad. Artikel 9 van de Gemeentewet schrijft dit dwingend voor. In artikel 77, eerste lid, van de Gemeentewet is bepaald dat het langstzittende raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester.

Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudste in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. Dit laatste is de praktijk in Mook en Middelaar. De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de Gemeentewet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering. Artikel 3. De griffier De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikelen 100 en 107 van de wet). De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. Hij is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig (eerste lid). De Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid, van de wet). In het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen. In verband met artikel 22 van de Gemeentewet (verschoningsrecht) is in het derde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging. Artikel 4. De gemeentesecretaris De secretaris staat op grond van artikel 103 Gemeentewet het college, de burgemeester en de door hen ingestelde commissies bij de uitoefening van hun taak terzijde.

Vanuit deze rol wordt de gemeentesecretaris standaard uitgenodigd voor de raadsvergaderingen, commissievergaderingen en raadsinformatieavond. Artikel 5. De wethouders Deze bepaling regelt de positie en deelname van wethouders aan de raadvergaderingen en volgt uit artikel 21 Gemeentewet. Artikel 6. De agendacommissie De agendacommissie bestaat uit de fractievoorzitters, voorzitter, gemeentesecretaris en griffier. Het is van belang dat elke partij een stem heeft die even zwaar weegt. Op deze wijze wordt de positie van minderheidsfracties in een dualistisch stelsel versterkt. Tevens kan dit de betrokkenheid van alle fracties bij de raadsvergaderingen vergroten. De griffier is bij elke vergadering van de agendacommissie aanwezig (artikel 4, eerste lid), omdat de griffier voor de ondersteuning van de raad zorgt. Hij moet weten hoe de agenda eruit komt te zien en welke punten besproken gaan worden. De secretaris is standaard aanwezig omdat hij aandacht moet kunnen vragen voor of een toelichting kan geven op onderwerpen die worden voorbereid door de ambtelijke organisatie.

Artikel 7. De taken van de agendacommissie De agendacommissie vervult een belangrijke (coördinerende) rol bij de agendering van zaken in de raadscommissies, raadsinformatieavond en de raad. De agendacommissie heeft het overzicht van alle onderwerpen waar de raad zich mee bezig houdt en zorgt voor de planning. Hiervoor wordt periodiek de lange termijn agenda besproken in de agendacommissie. In veel gemeenten wordt gewerkt met jaaroverzichten waarbij specifieke vergaderingen lang van te voren bekend zijn. Denk hierbij aan de begroting en jaarrekening. De raad stelt hiervoor jaarlijks voor aanvang van het kalenderjaar de bestuurlijke agenda vast. Dit is geregeld in artikel 11. De agendacommissie stelt de agenda's van de raadscommissies, raadsinformatieavond en de raad voorlopig vast. De definitieve vaststelling van de agenda’s geschiedt bij de aanvang van de betreffende vergadering. Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. De voorzitter pleegt in het bepalen van een andere dag en ander aanvangsuur zoveel mogelijk overleg met de agendacommissie.

Op deze wijze houdt de agendacommissie ook bij vergaderingen die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op de datum, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Het wijzigen van het aanvangsuur is van gemeenschappelijk belang, omdat het merendeel van de raadsleden het raadslidmaatschap combineert met een andere (on)betaalde functie. Artikel 8. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming (artikel V 1 van de Kieswet). Voor dit benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model vastgesteld. De benoemde meldt schriftelijk aan de raad of hij de benoeming aanneemt (artikel V 2 van de Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt legt hij aan de raad stukken over waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een uittreksel uit de basisregistratie personen met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum en (indien niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de Gemeentewet (artikel V 3 van de Kieswet).

Het onderzoek van de geloofsbrieven en de beslissing over de toelating moeten in een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15, derde lid, van de wet) betrokken worden. In deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie die de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk. Ingevolge artikel V 4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na de raadsverkiezingen beslist de raad in oude samenstelling in zijn laatste vergadering over de toelating van de nieuw gekozen leden. Met ingang van 00:00 uur de volgende dag treedt de nieuwe raad aan (artikel 18 van de Gemeentewet en artikel C 4, tweede lid, van de Kieswet). Eerste en tweede lid De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd.

Derde lid Het onderzoek van het proces-verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt door de oude raad vlak voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van het proces-verbaal strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten. Het derde lid ziet op de specifieke taak die de raad heeft na de raadsverkiezingen. Na de gemeenteraadsverkiezingen heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek een extra taak, zij adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (of deze juist is vastgesteld). Zij doet dit op basis van het proces-verbaal van

het centraal stembureau. De raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag. Dit besluit is van belang omdat de raad de bevoegdheid heeft om te besluiten tot het hertellen van de stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. Het proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten waarop de raad een dergelijk besluit kan baseren. Op 28 februari 2014 heeft de minister van BZK een circulaire uitgebracht waarin toegelicht wordt wanneer de raad gebruik kan maken van deze bevoegdheid (Gemeenteraadverkiezingen: hertellingen, kenmerk 2014-0000116196, 28 februari 2014, Ministerie van BZK. Deze circulaire was ook bij de raadsverkiezingen in 2018 en 2022 van toepassing. In deze circulaire wordt onder meer uiteengezet wanneer de raad tot hertelling kan besluiten. Het ligt niet voor de hand dat besloten wordt tot een hertelling waarvan tevoren duidelijk is dat deze niet tot een andere samenstelling in de raad kan leiden. Ook een verschil in zetels tussen de voorlopige uitslag en de definitieve uitslag is geen reden om over te gaan tot hertelling.

Vierde en vijfde lid Na een raadsverkiezing kunnen de toegelaten raadsleden op de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling als bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen (vierde lid). Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden (vijfde lid). De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewet vastgelegd. Artikel 9. Benoeming wethouders Artikel 6 geeft invulling aan een leemte in de wet. Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De Gemeentewet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen (eerste lid). De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap (artikelen 36a, 36b, 41b en 41c van de wet).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=2164a0b2-7ff7-48ad-b3c9-46193b3c12bf